Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:8034

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-09-2016
Datum publicatie
31-10-2016
Zaaknummer
5007258
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Koop bestelbus, contante betaling? Eiser is niet in persoon op de comparitie verschenen om

de gang van zaken zoals door gedaagde beschreven te weerspreken. Kantonrechter verbindt

aan niet-verschijnen de gevolgen die hij gerade acht (art. $8 Rv).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/504
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 5007258 \ CV EXPL 16-3269 (rvk)

Uitspraakdatum: 21 september 2016

Vonnis in de zaak van:

[ naam eiser] , h.o.d.n. [naam]

wonende en zaakdoende te [woonplaats]

eiser

verder te noemen: [x]

gemachtigde: mr. E. Blank, Gerechtsdeurwaarderskantoor Van der Meer & Philipsen

tegen

[naam gedaagde]

wonende te [Woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [y]

gemachtigde: mr. P.F.M. Deijkers, advocaat te Hoorn

[toevoegingsnr.: [nummer] ]

1 Het procesverloop

1.1.

[x] heeft bij dagvaarding van 11 april 2016 een vordering tegen [y] ingesteld. [y] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 23 augustus 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. Op deze zitting is [x] verschenen bij zijn gemachtigde. [y] is in persoon verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Op de zitting is door [x] nog een stuk overgelegd.

2 De feiten

2.1.

[y] heeft op of omstreeks 11 maart 2013 bij [x] een bestelbus van het merk Renault (kenteken: [kentekennr.] ) gekocht. De koopprijs bedroeg € 6.000,- waarop in mindering is gebracht de waarde van een ingeruilde oude bestelbus (€ 1.000,-). [y] heeft bij aankoop een betaling van € 500,- per bank gedaan.

2.2.

[y] heeft in een e-mail van 17 juli 2015 onder meer het volgende aan de gemachtigde van [x] geschreven:

“(…) Ik heb eerst 500 euro overgemaakt vervolgens heb ik mijn oude bus ingeleverd voor 1000 euro! (…) De bus dat ik van dhr [X] heb gekocht was techniesh en motorish niet in orde zoals dhr [X] het voor gesteld had! (…)”

3 De vordering

3.1.

[x] vordert dat de kantonrechter [y] veroordeelt tot betaling van € 5.733,08. Hij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [y] op grond van de overeenkomst gehouden is het resterende bedrag van € 4.500,- te voldoen. Ondanks aanmaningen en ingebrekestelling volhardt [y] in de non-betaling, reden waarom [x] genoodzaakt was zijn incasso-gemachtigde in te schakelen.

3.2.

[x] maakt daarnaast aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 575,-. Gelet op het verzuim is [y] voorts de wettelijke handelsrente van € 658,07 (berekend tot 11 april 2016) verschuldigd, aldus [x] .

4 Het verweer

4.1.

[y] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat [x] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, omdat de verkeerde partij is gedagvaard. [y] is niet de koper van de bus, want hij heeft de bus namens [Z] gekocht. Voorts voert [y] aan dat hij het bedrag van € 4.500,- contant heeft voldaan.

4.2.

Tot slot stelt [y] dat de bus mankementen vertoonde en niet voldeed aan hetgeen hij mocht verwachten op de grond van de overeenkomst.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter neemt als vaststaand aan dat [y] de koper van de bestelbus is. Immers, [y] is zelf bij het bedrijf van [x] geweest en hij heeft daar de koopovereenkomst met [x] gesloten. Ook in zijn e-mail van 17 juli 2015 schrijft [y] dat hij de bus van [x] heeft gekocht en daarbij zijn oude bus heeft ingeruild. Dat [y] heeft verzocht om de factuur op naam van [Z] te stellen, betekent nog niet dat [Z] de koper is. [y] heeft ook onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd dat hij bij de koop aan [x] heeft laten weten dat hij alleen als vertegenwoordiger van [Z] optrad. De conclusie van het voorgaande is dat het verweer van [y] dat de verkeerde partij is gedagvaard, niet slaagt.

5.2.

[y] heeft gemotiveerd gesteld dat hij het restantbedrag van € 4.500,- al heeft betaald aan [x] . Op de zitting heeft [y] nader toegelicht dat hij dit bedrag bij het ophalen van de bestelbus contant heeft betaald op het kantoor van [x] , dat hij daarbij 90 biljetten van € 50,- heeft overhandigd en dat zijn vriend, [vriend] , daarbij aanwezig was. Voorts was er volgens [y] nog iemand aanwezig op het kantoor van [x] . [x] heeft de gestelde contante betaling betwist. [x] is echter niet in persoon ter zitting verschenen om zijn standpunt toe te lichten en hij heeft daarom ook de door [y] gestelde gang van zaken niet weersproken. De gemachtigde van [x] heeft de vragen van de kantonrechter over de gang van zaken rondom de gestelde contante betaling niet kunnen beantwoorden, omdat die gemachtigde daarbij zelf niet aanwezig is geweest. In artikel 88 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat de rechter aan het niet-verschijnen van een partij ter terechtzitting de gevolgtrekking mag maken die hij geraden acht. Dat artikel is ook van toepassing als, zoals in dit geval, alleen de gemachtigde op de zitting is verschenen. In dit geval verbindt de kantonrechter aan dit niet-verschijnen van [x] op de zitting de gevolgtrekking dat de gedetailleerde beschrijving van [y] ter zitting over de gang van zaken met betrekking tot de contante betaling van € 4.500,-, voor juist gehouden wordt.

5.3.

Deze vaststelling leidt tot de conclusie dat de kantonrechter de vordering van [x] zal afwijzen.

5.4.

De proceskosten komen voor rekening van [x] , omdat hij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt [x] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [y] worden vastgesteld op een bedrag van € 500,- aan salaris van de gemachtigde van [y] .

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter