Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:7599

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-09-2016
Datum publicatie
11-10-2016
Zaaknummer
5078464
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Klachten over bewindvoerder bij dagvaardingsprocedure aangebracht. Onnodige kosten voor rechthebbende. Geen tekortkoming bewindvoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 5078464 CV EXPL 16-4214 (AM)

Uitspraakdatum: 21 september 2016

Vonnis in de zaak van:

[naam]

wonende te [plaats]

eiser

verder te noemen: [de rechthebbende]

gemachtigde: mr E.M. Diesfeldt

tegen

[Naam] h.o.d.n. De Bewindvoerder Alkmaar

gevestigd te [Plaats]

gedaagde

verder te noemen: [de bewindvoerder]

in persoon procederend

1 Het procesverloop

1.1.

[de rechthebbende] heeft bij dagvaarding van 9 mei 2016 een vordering tegen [de bewindvoerder] ingesteld. [de bewindvoerder] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

[de rechthebbende] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [de bewindvoerder] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

Bij beschikking van de kantonrechter te Alkmaar van 15 juni 2010 (in de dagvaarding staat abusievelijk vermeld 15 juni 2012) zijn de goederen, toebehorende aan [de rechthebbende] , onder meerderjarigenbewind gesteld, waarbij [de bewindvoerder] tot bewindvoerder is benoemd.

2.2.

Bij beschikking van de kantonrechter van te Alkmaar van 2 juni 2015 is het bewind opgeheven.

3 Het geschil

3.1.

[de rechthebbende] vordert veroordeling van [de bewindvoerder] tot betaling van:

- een bedrag van € 966,62 wegens opgelopen kosten van vorderingen ontstaan nadat [de bewindvoerder] als bewindvoerder over de goederen van [de rechthebbende] was aangesteld,

- een bedrag van € 5.000,-- in verband met immateriële schade van [de rechthebbende] ,

- de proceskosten.

3.2.

Daartoe stelt [de rechthebbende] – kort samengevat – dat [de bewindvoerder] in zijn taak als bewindvoerder is tekortgeschoten en dat hij om die reden dient te worden veroordeeld tot vergoeding van de materiële en immateriële schade die hij heeft veroorzaakt. [de rechthebbende] betoogt dat [de bewindvoerder] een regeling diende te treffen voor het grote aantal schulden van [de rechthebbende] . De tekortkoming is gelegen in het feit dat [de bewindvoerder] geen uitvoering heeft gegeven aan een betalingsregeling, zodat wettelijke rente en incassokosten verschuldigd werden. [de rechthebbende] stelt dat er tijdens het bewind voldoende saldo was om de schulden te voldoen. Daarnaast zijn na het opheffen van het bewind onbetaald gebleven schulden boven water gekomen. [de rechthebbende] betoogt dat [de bewindvoerder] deze dient te betalen.

3.3.

Daarnaast verwijt [de rechthebbende] [de bewindvoerder] dat deze – zonder overleg vooraf - zijn abonnement voor de mobiele telefoon heeft opgezegd. Omdat [de rechthebbende] hartpatiënt is dient hij altijd te kunnen bellen. Door toedoen van [de bewindvoerder] kon hij op een moment dat hij hartklachten had geen arts bellen en is een gevaarlijke situatie ontstaan.

3.4.

[de bewindvoerder] heeft verweer gevoerd. Daartoe stelt hij – samengevat – dat de vorderingen van [de rechthebbende] onduidelijk zijn en onvoldoende onderbouwd. Daarnaast voert [de bewindvoerder] aan dat de schulden steeds zijn afgelost zodra daarvoor budget beschikbaar was. Wanneer dat budget niet tijdig beschikbaar was, komen er inderdaad rente en kosten bij hetgeen niet voor rekening en risico van de bewindvoerder komt. [de bewindvoerder] stelt dat [de rechthebbende] niet onderbouwt of aantoont dat er voldoende budget was om de schulden steeds tijdig te voldoen. Wat betreft de mobiele telefoon voert [de bewindvoerder] aan dat wel degelijk overleg heeft plaatsgevonden en dat als alternatief is voorgesteld een pre-paid simkaart aan te schaffen.

4 De beoordeling

4.1.

In de eerste plaats overweegt de kantonrechter, dat [de bewindvoerder] er terecht op wijst dat de onderhavige zaak door middel van de klachtenprocedure bij de kantonrechter of bij verzoekschrift aanhangig gemaakt had kunnen worden, zoals blijkt uit de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind en de artikelen 1:444 en 1:445 juncto 1:362 BW, hetgeen voor [de rechthebbende] kosten had bespaard. Anders dan [de rechthebbende] stelt kan dit ook na opheffing van het bewind.

4.2.

Kennelijk heeft [de rechthebbende] , zoals blijkt uit de conclusie van antwoord, twee dagvaardingsexploten aan [de bewindvoerder] betekend, één voor de zitting van 20 april 2016 en één voor de zitting van 18 mei 2016. [de bewindvoerder] betoogt dat hij niet bereid is deze onnodig gemaakte kosten te vergoeden. Nu niet is gebleken dat het eerste exploot op de rolzitting van deze kantonlocatie is aangebracht, is geen sprake van extra kosten. Overigens voldoet de dagvaarding in de onderhavige zaak niet aan de vereisten van artikel 111 lid 2 onder k van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Nu [de bewindvoerder] tijdig van antwoord heeft gediend was een herstelexploot niet noodzakelijk.

4.3.

Met betrekking tot de klachten van [de rechthebbende] overweegt de kantonrechter het volgende. In de dagvaarding stelt [de rechthebbende] dat hij [de bewindvoerder] aansprakelijk houdt voor extra rente en kosten die zijn ontstaan doordat facturen niet tijdig werden betaald. Echter in de berekening van het gevorderde bedrag neemt [de rechthebbende] facturen volledig mee en niet uitsluitend rente en kosten. [de rechthebbende] vordert dus feitelijk betaling door de bewindvoerder van rekeningen op naam van [de rechthebbende] van behandelingen die [de rechthebbende] onderging bij de Schouderkliniek, tandarts, zorgpremie, etc. Wanneer [de bewindvoerder] in zijn conclusie van repliek aangeeft dat deze kosten voor rekening van [de rechthebbende] behoren te komen, reageert [de rechthebbende] door aan te geven dat dit standpunt hem bevreemdt omdat [de bewindvoerder] nu juist is aangesteld om de schulden van [de rechthebbende] te saneren. Ondanks de inhoudelijke reactie van [de bewindvoerder] lijkt [de rechthebbende] zich niet te realiseren dat hij volstrekt geen onderscheid maakt tussen de bedragen van de facturen die kosten betreffen die [de rechthebbende] zelf heeft gemaakt en die uit zijn vermogen voldaan dienen te worden en eventuele extra kosten die daarbij komen in geval van te late betaling.

4.4.

Uit de conclusie van repliek zijdens [de bewindvoerder] kan de kantonrechter wel opmaken bij welke van de gevorderde bedragen het wél gaat om extra (incasso)kosten en rente. Dit betreft slechts een klein deel van de vordering. Wat betreft deze bedragen heeft [de bewindvoerder] uitgebreid gemotiveerd aangevoerd waarom deze voor rekening en risico van [de rechthebbende] dienen te blijven. Hij voert aan dat de oorzaak van te late betalingen voortvloeit uit met name ontoereikend budget en niet tijdig doorsturen van post naar de bewindvoerder. Voorts betoogt [de bewindvoerder] dat [de rechthebbende] niet aantoont dat het budget toereikend was om alle facturen steeds tijdig te voldoen. [de rechthebbende] heeft hierop onvoldoende inhoudelijk of gemotiveerd gereageerd, zodat de conclusie van de kantonrechter is dat [de rechthebbende] onvoldoende heeft gesteld om te kunnen concluderen dat sprake is van een tekortkoming in de werkzaamheden van [de bewindvoerder] .

4.5.

Met betrekking tot de wijziging van het abonnement van de mobiele telefoon heeft [de bewindvoerder] uitgebreid gemotiveerd aangevoerd dat het budget niet toereikend was voor een abonnement, zodat pre-paid de enige mogelijkheid was. Ook voert hij aan dat het altijd mogelijk is 112 te bellen. [de rechthebbende] stelt in reactie daarop niet meer dan dat een dergelijk abonnement in zijn situatie niet voldoet en dat er ook abonnementen bestaan met lage kosten. Dit is volstrekt onvoldoende zodat ook de hierop gebaseerde vordering in verband met geleden immateriële schade strandt.

4.6.

De conclusie is dat de kantonrechter de vorderingen van [de rechthebbende] zal afwijzen.

4.7.

De proceskosten komen voor rekening van [de rechthebbende] , omdat hij ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

veroordeelt [de rechthebbende] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [de bewindvoerder] tot en met vandaag vaststelt op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter