Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:7243

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-08-2016
Datum publicatie
22-05-2018
Zaaknummer
C/15/236345 / HA ZA 15-827
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De onderhavige zaak ziet op problemen tussen geregistreerd partners die samen een onderneming voerden en waarvan de man na een ongeval in een tehuis terecht is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/236345 / HA ZA 15-827

Vonnis van 17 augustus 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat aanvankelijk mr. G.A. Stibbe te Weert,

thans mr. M.F. Kemme te Ittervoort,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. R.J.H.W. Vlutters te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 9 maart 2016

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 5 juli 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen [eiseres] en [gedaagde] heeft een affectieve relatie bestaan. Op [datum] zijn zij een geregistreerd partnerschap aangegaan. De registratievoorwaarden houden, voor zover hier van belang, het volgende in:

UITSLUITING VAN GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN

Artikel 1

Tussen de partners zal geen enkele gemeenschap van goederen, hoe dan ook genaamd, bestaan.

Artikel 2

  1. De goederen welke de partners in het geregistreerd partnerschap aanbrengen en die welke zij gedurende het geregistreerd partnerschap verkrijgen, zomede de goederen verkregen door belegging of wederbelegging van zijn of haar vermogen, behoren toe aan de partner die de goederen heeft aangebracht of tijdens het geregistreerd partnerschap heeft verkregen, behoudens de rechten van de andere partner op verrekening indien en voor zover de verkrijging ten kosten van zijn of haar vermogen is geschied.

  2. De schulden welke ieder van de partners bij het aangaan van het geregistreerd partnerschap heeft, alsmede die welke tijdens het bestaan van het geregistreerd partnerschap door ieder zijn aangegaan of die ten laste van hem/haar komen tengevolge van erfenis, legaat of schenking, blijven voor rekening van degene die deze aangaat of de erfenis, het legaat of de schenking, belast met schuld, verkreeg.

  3. De ene partner is ingevolge de wet naast die andere partner voor het geheel aansprakelijk voor de door deze ten behoeve van de gewone gang van de huishouding aangegane verbintenissen.

(…)

BIJDRAGEN KOSTEN HUISHOUDING

Artikel 5

1. De kosten van de huishouding komen ten laste van de beide partners naar verhouding van hun netto-inkomsten; voor zover de gezamenlijke inkomsten van de partners ontoereikend zijn, komen deze kosten ten laste van de eigen vermogens van de partners naar evenredigheid daarvan.

(…)

KOSTEN HUISHOUDING

Artikel 6

1. Onder de kosten der huishouding zijn ondermeer begrepen de premies van normale gezinsverzekeringen, alsmede de rente terzake van de financiering van het door de partners tezamen bewoonde woonhuis.

(…)

FINAAL VERREKENBEDING BIJ OVERLIJDEN

Artikel 7

1. Ingeval van ontbinding van het geregistreerd partnerschap door het overlijden van één van de partners zal tussen de langstlevende partner en de erfgenamen van de overleden partner interne verrekening plaatsvinden alsof tussen de partners de wettelijke algehele gemeenschap van goederen heeft bestaan. De onderhavige verplichting tot verrekening doet geen enkele goederengemeenschap ontstaan.

2.2.

Aan de akte voor het geregistreerd partnerschap is een staat van aanbrengsten gehecht. Deze houdt het volgende in:

Door mevrouw [eiseres] wordt aangebracht:

Investering in het paardenbedrijf van de heer [gedaagde] van een bedrag in geld groot vijfenveertigduizend euro (€ 45.000,--).

Door de heer [gedaagde] worden geen goederen aangebracht waarvan omschrijving wordt verlangd.

2.3.

[gedaagde] hield zich bedrijfsmatig bezig met het trainen van paarden en ruiters en met de handel in paarden. Hij deed dit in de vorm van een eenmanszaak. De onderneming werd gedreven op het perceel behorende bij de woning van partijen. Die woning en het onderliggende perceel zijn eigendom van [gedaagde]

2.4.

Op 31 juli 2014 is [gedaagde] van zijn paard gevallen en heeft daarbij onder meer hersenletsel opgelopen. Hij is langere tijd verpleegd in het ziekenhuis en is aansluitend opgenomen in een verzorgingstehuis.

2.5.

Op 12 november 2014 heeft [gedaagde] aan zijn [zoon] een algehele volmacht gegeven. Deze volmacht omvat alle zaken van [gedaagde] en alle rechtshandelingen en strekt zich uit tot alle daden van beheer en beschikking, zodat [zoon] als gevolmachtigde bevoegd is om [gedaagde] in alle opzichten te vertegenwoordigen en zijn belangen te behartigen, zowel op het gebied van personen- en familierecht als op dat van het erfrecht, verbintenissenrecht, goederenrecht, fiscaal recht, procesrecht en in ieder andere rechtsgebied.

2.6.

Na het ongeval van [gedaagde] heeft [eiseres] het bedrijf van [gedaagde] voortgezet, aanvankelijk op naam van [gedaagde], maar op 1 augustus 2015 heeft zij de eenmanszaak van [gedaagde] laten overschrijven op haar eigen naam. Zij voert thans de onderneming als eenmanszaak onder de naam Stal [eiseres].

Deze overschrijving heeft plaatsgevonden zonder overleg met of instemming van [gedaagde] of zijn gemachtigde [zoon] Ook is geen vergoeding betaald voor de overname.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres] vordert, na vermindering van eis, samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 35.000,-- en van € 45.000,--, telkens vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

[gedaagde] vordert samengevat – primair een verklaring voor recht dat [eiseres] onrechtmatig handelt jegens hem door uit zijn naam zijn bedrijf te voeren, goederen te verkopen en vorderingen te innen etc. zonder daarover rekening en verantwoording af te leggen of batige saldi af te dragen en hij vordert veroordeling van [eiseres] tot betaling van schadevergoeding aan hem, nader op te maken bij staat. Voorts vordert [gedaagde] dat [eiseres] wordt veroordeeld om naar rato bij te dragen in de kosten van de huishouding en dat [eiseres] wordt veroordeeld op grond van artikel 843a Rv afschrift te verstrekken van bescheiden die inzage geven in de stand van de onderneming van [gedaagde] alsmede in haar eigen financiële situatie.

3.5.

Voor het geval de rechtbank zou oordelen dat [eiseres] de onderneming rechtmatig voor eigen rekening exploiteert, vordert [gedaagde] subsidiair dat [eiseres] wordt veroordeeld een redelijke vergoeding voor die exploitatie te voldoen, gebaseerd op een voor de exploitatie van de onderneming van [gedaagde] redelijke pacht van € 15.000,- per maand.

3.6.

Primair en subsidiair met veroordeling van [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente over het primair dan wel subsidiair als vergoeding of bijdrage uit te keren bedrag vanaf de dag waarop de betaling had moeten zijn bijgeschreven op de rekening van [gedaagde] en met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de reconventie.

3.7.

[eiseres] voert geen, althans nauwelijks verweer tegen de ingestelde vorderingen.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Aan haar vordering tot betaling van € 35.000,-- heeft [eiseres] ten grondslag gelegd dat sprake was van een overeenkomst van geldlening tussen partijen. Ter onderbouwing van die stelling heeft zij een getypt briefje overgelegd met de volgende inhoud:

November 2012 te [woonplaats]

35.000 krediet SNS [eiseres] opgenomen voor verbouwing woning.

Het briefje is ondertekend. Volgens [eiseres] is dit de handtekening van [gedaagde] hetgeen door hem is betwist. Hij heeft tevens betwist dat sprake is van een geldlening.

4.2.

De vordering zal wegens het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing worden afgewezen. Uit voornoemd briefje is immers niet meer op te maken dan dat [eiseres] een bedrag van € 35.000,- aan krediet bij SNS heeft opgenomen voor de verbouwing van de woning. Of dat bedrag als een schenking of een geldlening te gelden heeft, kan daaruit niet worden afgeleid. En voor zover al sprake zou zijn van een geldlening, hetgeen [gedaagde] heeft betwist, is niet vast te stellen op welk moment en onder welke voorwaarden [gedaagde] dat bedrag aan [eiseres] zou moeten terugbetalen. Het ligt zonder nadere toelichting die ontbreekt, in elk geval niet voor de hand dat [gedaagde] tot enige terugbetaling gehouden zou zijn zolang het geregistreerd partnerschap voortduurt en/of de woning niet is verkocht. Als [eiseres] dus al een vordering op [gedaagde] wegens een geldlening zou hebben, kan niet worden vastgesteld dat deze thans opeisbaar is.

4.3.

Ten aanzien van de vordering tot terugbetaling van het bedrag van € 45.000,-- heeft [eiseres] gesteld dat zij dit geld heeft ingebracht bij het aangaan van het geregistreerd partnerschap en dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de registratievoorwaarden van het geregistreerd partnerschap de goederen welke de partners aanbrengen toebehoren aan de partner die de goederen heeft aangebracht. [eiseres] heeft gesteld dat dit gekwalificeerd kan worden als een overeenkomst tussen partijen dat de ingebrachte gelden altijd haar eigendom zouden blijven en dat zij deze gelden om die reden thans kan terugvorderen.

4.4.

Door [gedaagde] is in dat verband aangevoerd dat bij de familierechter in deze rechtbank een procedure aanhangig is strekkende tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap. In die procedure voert [eiseres] verweer tegen de gevraagde ontbinding.
Om die reden bestaat er voor [eiseres] geen reden om dit bedrag reeds thans terug te vorderen, aldus [gedaagde] Subsidiair heeft [gedaagde] zich op het standpunt gesteld dat deze vordering moet worden meegenomen in de procedure bij de familierechter.

4.5.

[eiseres] zal in deze vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Weliswaar stelt zij op basis van artikel 2 van de registratievoorwaarden terecht dat de door haar aangebrachte goederen haar eigendom zijn en blijven, maar uit die registratievoorwaarden kan, anders dan [eiseres] betoogt, niet worden afgeleid dat zij daarom op ieder moment gerechtigd is deze gelden van [gedaagde] op te vorderen. Het ligt in de rede dat terugvordering alleen aan de orde is bij beëindiging of ontbinding van het geregistreerd partnerschap, waarvoor een aparte procedure aanhangig is. De onderhavige vordering hangt naar het oordeel van de rechtbank zozeer samen met dat geregistreerde partnerschap, dat deze vordering alleen in de procedure tot ontbinding daarvan aan de orde kan komen, zodat [eiseres] in de onderhavige procedure niet in deze vordering ontvangen kan worden.

in reconventie

4.6.

[gedaagde] heeft (primair) een verklaring voor recht gevorderd dat [eiseres] onrechtmatig handelt jegens [gedaagde] door uit diens naam zijn bedrijf te voeren zonder daarover rekening en verantwoording af te leggen of batige saldi af te dragen. In het lichaam van de dagvaarding klaagt [gedaagde] er echter over dat [eiseres] zich de onderneming heeft toegeëigend door zich meester te maken van de omzet en de activa en door het bedrijf op haar naam te laten registreren. Subsidiair, voor het geval de rechtbank zou oordelen dat [eiseres] de onderneming van [gedaagde] geheel of gedeeltelijk onrechtmatig voor eigen rekening exploiteert, om haar te veroordelen tot een redelijke vergoeding daarvan. [eiseres] heeft alleen ter comparitie enig mondeling verweer gevoerd.

4.7.

De rechtbank stelt voorop dat de enkele omstandigheid dat [eiseres] de onderneming van [gedaagde] heeft voortgezet en voortzet, niet onrechtmatig is. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] na zijn ongeval niet langer in staat was de bedrijfsvoering zelf voort te zetten. Bij die stand van zaken was [eiseres], als degene die tot die tijd samen met [gedaagde] de bedrijfsvoering deed en bovendien zijn geregistreerd partner is, de eerst aangewezene om die bedrijfsvoering voort te zetten. Dit was ook in het belang van [gedaagde] Hij zou er niet bij gebaat geweest zijn als zijn bedrijfsvoering volledig stil zou komen te liggen. Het ligt daarbij wel op de weg van [eiseres] om over die bedrijfsvoering rekening en verantwoording af te leggen aan [gedaagde] of diens gevolmachtigde, [zoon] Dit geldt temeer nu laatstgenoemde daar meerdere malen om heeft verzocht en hij naar zijn zeggen bepaalde kosten voor de onderneming althans de woning en het onderliggende perceel, nog voldoet. Door te weigeren de gevraagde rekening en verantwoording af te leggen en eventuele batige saldi af te dragen, handelt [eiseres] dan ook onrechtmatig jegens [gedaagde] De gevorderde verklaring voor recht is op dat punt derhalve toewijsbaar en zal voor het overige worden afgewezen.

4.8.

Het bedrijf was echter uitsluitend eigendom van [gedaagde] en het door [eiseres] zonder diens toestemming als het ware toe-eigenen van dat bedrijf door, onder meer,

de onderneming op eigen naam te registreren, moet als onrechtmatig jegens [gedaagde] worden aangemerkt. Dat betekent dat aan de voorwaarde waaronder de subsidiaire vordering is ingesteld, niet is voldaan, zodat de rechtbank aan verdere behandeling daarvan niet toe komt.

4.9.

[gedaagde] heeft voorts veroordeling van [eiseres] tot vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van voormeld onrechtmatig handelen van [eiseres]. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, gaat het dan alleen om de schade die het gevolg is van het niet afleggen van rekening en verantwoording en het niet afdragen van eventuele batige saldi. Tot de veroordeling van die schade, nader op te maken bij staat, zal [eiseres], die tegen deze vordering geen althans amper verweer heeft gevoerd, worden veroordeeld.

4.10.

[gedaagde] heeft voorts gevorderd dat [eiseres] wordt veroordeeld om bij te dragen in de kosten van de huishouding naar rato van inkomen en vermogen. Aan die vordering heeft hij ten grondslag gelegd dat deze verplichting is neergelegd in artikel 5 van de registratievoorwaarden en dat [eiseres] deze verplichting reeds langere tijd niet nakomt. Naar het oordeel van de rechtbank is deze vordering gelegen in de sfeer van de afrekening tussen partijen betreffende het geregistreerd partnerschap en zal deze vordering bij de procedure voor de familierechter moeten worden behandeld. Daarom zal [gedaagde], ondanks de omstandigheid dat [eiseres] in deze procedure nauwelijks verweer heeft gevoerd tegen de vordering in kwestie, in deze niet ontvankelijk worden verklaard.

4.11.

Tot slot heeft [gedaagde] gevorderd dat [eiseres] wordt veroordeeld om afschrift te verstrekken van alle bescheiden welke inzage kunnen verschaffen in de gang van zaken en stand van zaken van de onderneming van [gedaagde] alsmede in haar eigen financiële situatie. [gedaagde] heeft daarbij een beroep gedaan op artikel 843a Rv. Tegen deze vordering is door [eiseres] evenmin inhoudelijk verweer gevoerd. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] voldoende rechtmatig belang heeft bij de gevraagde afgifte van bescheiden, nu hij dit grotendeels informatie betreft die betrekking heeft op de uit zijn naam gevoerde onderneming en die informatie verder betrekking heeft op de tussen partijen bestaande afspraak dat zij naar rato zullen bijdragen aan de kosten van de huishouding, waaronder de hypotheekrente. Deze informatie zullen partijen derhalve hoe dan ook aan elkaar moeten verschaffen in het kader van de (eventuele) afwikkeling van het geregistreerd partnerschap. Nu de informatie betrekking heeft op rechtsbetrekkingen waarbij [gedaagde] partij is (de voorheen door hem en thans door [eiseres] geëxploiteerde onderneming en het geregistreerd partnerschap tussen partijen) en [eiseres] geacht moet worden de betreffende informatie onder zich te hebben, kan deze vordering worden toegewezen.

in conventie en in reconventie

4.12.

Aangezien partijen geregistreerd partners zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vordering tot terugbetaling van de gestelde geldlening ad € 35.000,- af;

5.2.

verklaart [eiseres] niet ontvankelijk in haar vordering tot terugbetaling van het door haar aangebrachte bedrag ad € 45.000,-;

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in reconventie

5.3.

verklaart voor recht dat [eiseres] onrechtmatig handelt jegens [gedaagde] door geen rekening en verantwoording af te leggen over de door haar voortgezette bedrijfsvoering van de onderneming van [gedaagde] en door (eventuele) batige saldi niet af te dragen en veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] de daaruit voortvloeiende schade, nader op te maken bij staat, te vergoeden;

5.4.

veroordeelt [eiseres] afschrift te verstrekken aan [gedaagde] van alle bescheiden welke inzage kunnen verschaffen in de gang van zaken en de stand van zaken van de onderneming van [gedaagde] alsmede in haar eigen financiële situatie, vanaf 31 juli 2014 tot heden;

5.5.

verklaart dit vonnis ten aanzien van het bepaalde onder 5.4 uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.7.

verklaart [gedaagde] niet ontvankelijk in zijn vordering tot veroordeling van [eiseres] tot voldoening van een bijdrage aan de kosten van de huishouding en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2016.1

1 type: 155 coll: