Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:722

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
12-04-2016
Zaaknummer
3702629 CV EXPL 14-9370
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Werkgever, een schildersbedrijf, wordt veroordeeld tot naleving van de reisurenregeling conform art. 38 CAO. Een eigen afwijkende regeling ten aanzien van reisuren is aan te merken als een nietig beding in de zin van art. 12 Wet CAO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1086
AR-Updates.nl 2016-0403
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 3702629 CV EXPL 14-9370

Uitspraakdatum: 3 februari 2016

Vonnis in de zaak van:

De Nederlandse Bond voor de Bouw- en Houtnijverheid,

gevestigd te Woerden

eiseres

verder te noemen: FNV Bouw

gemachtigde: mr. J.A.C.M. van Ginneken

tegen

de besloten vennootschap De Toekomst Schilderwerken B.V.,

gevestigd te Andijk

gedaagde

verder te noemen: De Toekomst

gemachtigde: mr. A.J. Butter

1 Het procesverloop

1.1.

FNV Bouw heeft bij dagvaarding van 11 december 2014 een vordering tegen De Toekomst ingesteld. De Toekomst heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 25 juni 2015 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft gedaagde bij brieven van 27 februari 2015 en 19 juni 2015 nog stukken toegezonden. Na de zitting is de procedure enige tijd aangehouden, om partijen in de gelegenheid te stellen met elkaar in overleg te treden. Nadat partijen te kennen hadden gegeven dat geen overeenstemming is bereikt, heeft eiseres nog aktes genomen op 28 oktober 2015 en 6 januari 2016 en heeft gedaagde nog een akte genomen op 25 november 2015.

2 De feiten

2.1.

De Toekomst is als werkgever in het schildersbedrijf werkzaam en valt onder de werkingssfeer van de CAO voor het Schilders- Afwerkings- en Glaszetbedrijf in Nederland (hierna: de CAO). Deze CAO is door De Toekomst in haar arbeidsovereenkomsten geïncorporeerd. Voorts is deze CAO algemeen verbindend verklaard.

2.2.

In artikel 38 van de CAO is ten aanzien van reisuren het volgende bepaald.
1.a. De duur van de reis bij het zich naar en van het werk begeven, die wordt gemaakt met een openbaar vervoermiddel, een door de werkgever ter beschikking gesteld vervoermiddel, of een eigen vervoermiddel wordt door de werkgever, met uitzondering van de eerste 60 minuten per dag, die niet door de werkgever worden vergoed, een vast bedrag vergoed van:
-voor werknemers tot en met 21 jaar: € 7,50 bruto per uur;
-voor werknemers van 22 jaar en ouder: € 15,- bruto per uur.
b. Indien een werknemer als bestuurder van een auto met inzittenden optreedt worden hem ook de eerste 60 minuten reistijd vergoed. De vergoeding voor de bestuurder is in alle gevallen gebaseerd op het voor hem geldende PRIS-uurloon, maar ten hoogste het uurloon gelijk aan het midden van de voor de werknemer toepasselijke loongroep.
2. Onder “duur van de reis” bedoeld in lid 1 wordt verstaan het tijdsverloop tussen het vertrek van het vervoermiddel naar het werk en de aankomst op het werk, alsmede het tijdsverloop terug van het werk naar de plaats van vertrek.
2.3. In de individuele arbeidsovereenkomsten van de werknemers werkzaam bij De Toekomst is in artikel 6 ten aanzien van reisuren het volgende bepaald:
Werknemer verklaart hierbij zijn instemming te geven voor het toepassen van de binnen De Toekomstgroep bestaande regeling met betrekking tot de verrekening van reisuren binnen de tarieftoeslag.

2.4.

In artikel 7 van de individuele arbeidsovereenkomsten is bepaald:

Op deze overeenkomst is van toepassing de thans geldende CAO voor de Schilders- en
Afwerkingsbranche.

3
3. De vordering

3.1.

FNV Bouw vordert dat de kantonrechter De Toekomst bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad veroordeelt om:

A. binnen drie dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis met terugwerkende kracht vanaf november 2009 te betalen de reisuren ingevolge artikel 38 aan alle werknemers die werkzaam zijn bij deze, dan wel werkzaam zijn geweest bij deze, dit onder afgifte van deugdelijk bewijs daarvan;

B. aan eiseres te betalen een dwangsom van € 250,00 per werknemer per dag per geconstateerde overtreding, indien gedaagde na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis in gebreke blijft tijdig, dan wel volledig aan het gestelde sub A. te voldoen;

C. aan eiseres te betalen een bedrag ter hoogte van € 5.000,00 ter zake van schadevergoeding als bedoeld in artikel 16 Wet CAO juncto artikel 3 lid 4 Wet AVV op de hiervoor genoemde gronden verschuldigd;

D. aan eiseres te betalen een bedrag van € 5.375,00 (exclusief BTW) ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

E. aan eiseres te betalen de wettelijke rente over alle voornoemde gevorderde bedragen vanaf de dag dat die bedragen zijn verschuldigd;

F. aan eiseres te betalen de kosten van het geding, het salaris van de gemachtigde van eiseres en het griffierecht daaronder begrepen.

3.2.

FNV Bouw legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat
De Toekomst de CAO en in het bijzonder de reisurenregeling op grond van de CAO in ieder geval vanaf november 2009 niet correct naleeft ten aanzien van de bij De Toekomst werkzame werknemers. FNV Bouw heeft geruime tijd geprobeerd De Toekomst te bewegen tot nakoming van artikel 38 CAO. Nu FNV Bouw vooralsnog niet heeft kunnen bewerkstelligen dat De Toekomst de CAO naleeft, ondervindt FNV Bouw hiervan schade.

4 Het verweer

4.1.

De Toekomst betwist de vordering. Zij voert hiertoe – samengevat – aan dat FNV Bouw onvoldoende heeft onderbouwd dat zij daadwerkelijk een groot aantal van de bij De Toekomst in dienst zijnde werknemers vertegenwoordigt. De Toekomst voert voorts aan dat de CAO, welke gold van 6 april 2013 tot 31 december 2014, algemeen verbindend is verklaard van 6 september 2014 tot 31 december 2014. Hoewel de algemeen verbindend verklaring niet nawerkt, is De Toekomst vanwege haar lidmaatschap van de werkgeversvereniging ook na afloop van de CAO gebonden aan de arbeidsvoorwaarden die in de CAO zijn opgenomen. De CAO heeft echter een minimum karakter. De regeling die De Toekomst hanteert binnen haar bedrijf, de zogenaamde “8%-regeling” is tot stand gekomen na positief advies van de OR. De 8%- regeling leidt tot een hogere vergoeding dan de reisurenregeling op grond van artikel 38 CAO. Een dergelijke afwijking is, gelet op het karakter van de CAO toegestaan, aldus De Toekomst.

5 De beoordeling

5.1.

Tussen partijen staat vast dat de CAO voor het Schilders- Afwerkings- en Glaszetbedrijf van toepassing is op de arbeidsovereenkomsten van de bij De Toekomst werkzame werknemers. Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of artikel 6 van de individuele arbeidsovereenkomsten, waarin ten aanzien van de reisuren een van de CAO afwijkende regeling is getroffen, nietig is wegens strijd met de CAO.

5.2.

Volgens artikel 12 Wet CAO, eerste lid, is elk beding tussen een werkgever en werknemer, strijdig met een collectieve arbeidsovereenkomst door welke zij beide gebonden zijn, nietig; in plaats van een zodanig beding gelden de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst. Op grond van artikel 12 Wet CAO, tweede lid, kan de nietigheid van een dergelijk beding steeds worden ingeroepen door elk van de partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst. Dit brengt met zich dat FNV Bouw naleving van artikel 38 van de CAO kan vorderen, ongeacht het aantal bij De Toekomst werkzame werknemers, dat bij FNV Bouw is aangesloten. Op grond van artikel 14 Wet CAO kan FNV Bouw immers ook naleving van de CAO vorderen ten aanzien van de niet bij FNV Bouw aangesloten werknemers. De vraag of FNV Bouw met haar vordering al dan niet een groot aantal werknemers vertegenwoordigt, kan dan ook in het midden blijven.

5.3.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat ook indien een CAO een minimum garantie met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden bevat en bedingen die ten gunste van de werknemer van de CAO afwijken, geldig zijn, onderzocht moet worden of hetgeen ten aanzien van reisuren in de arbeidsovereenkomst is bepaald gunstiger is dan het dienaangaande in de CAO bepaalde. De kantonrechter verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Hoge Raad van 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4276. Het ligt gelet op deze uitspraak op de weg van de werkgever om op deugdelijke wijze te onderbouwen dat een reisurenregeling wordt gehanteerd die in ieder geval gelijkwaardig is aan de CAO. De Toekomst heeft weliswaar een aantal rekenvoorbeelden overgelegd, maar deze gaan uit van de omstandigheden tijdens bepaalde opdrachten, zodat hieruit niet kan worden opgemaakt of de werknemers ook in andere omstandigheden en bij andere werkopdrachten al dan niet beter uit zijn met een vergoeding volgens het reisurenbeding in de arbeidsovereenkomst. FNV Bouw heeft dit gemotiveerd betwist, eveneens onder overlegging van rekenvoorbeelden en heeft daarbij aangegeven dat met name de chauffeur met bijrijder door de reisurenregeling, zoals door De Toekomst vastgesteld, wordt benadeeld ten opzichte van de CAO-regeling. De Toekomst heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat de reisurenregeling zoals door haar gehanteerd gunstiger is dan, of in ieder geval gelijkwaardig is aan de CAO. Evenmin is inzichtelijk gemaakt of zich de situatie voordoet dat onder sommige omstandigheden de CAO-regeling gunstiger is en onder andere omstandigheden de regeling zoals door werkgever gehanteerd.

5.4.

Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot de slotsom dat artikel 6 van de individuele arbeidsovereenkomsten, waarin een van de CAO regeling afwijkend beding ten aanzien van reisuren is opgenomen, is aan te merken als een nietig beding in de zin van artikel 12 Wet CAO.

5.5.

FNV Bouw heeft gevorderd dat aan alle werknemers die bij De Toekomst werkzaam zijn, dan wel werkzaam zijn geweest, met terugwerkende kracht tot november 2009 de reisuren ingevolge artikel 38 CAO worden betaald. Voor zover FNV Bouw hiermee beoogt te vorderen dat De Toekomst artikel 38 CAO naleeft, komt deze vordering voor toewijzing in aanmerking. De vordering tot betaling van reisuren van een niet nader bepaald aantal werknemers over een zeer ruime periode, zal echter worden afgewezen nu deze vordering op geen enkele wijze per werknemer nader is gespecificeerd en bovendien ziet op een dermate lange periode, dat zeer wel denkbaar is dat niet alle relevante gegevens over deze periode meer bij De Toekomst voorhanden zijn. Toewijzing van een dergelijke in tijd en omvang onbepaalde vordering is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te achten. Nu de vordering als voormeld wordt afgewezen zullen ook de gevorderde dwangsommen, die met deze vordering verband houden, worden afgewezen.

5.6.

De schadevergoeding door FNV Bouw gevorderd op grond van artikel 16 Wet CAO jo. artikel 3 lid 4 Wet AVV zal eveneens worden afgewezen. Het enkele feit dat FNV Bouw vooralsnog niet heeft kunnen bewerkstelligen dat artikel 38 CAO wordt nageleefd is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om aan te nemen dat FNV Bouw hierdoor aan wervingskracht heeft ingeboet, dan wel reputatieschade heeft opgelopen.

5.7.

Aangezien de vordering tot betaling van een geldsom wordt afgewezen, zullen ook de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.

5.8.

Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt De Toekomst tot naleving van de reisurenregeling conform artikel 38 van de CAO voor het Schilders- Afwerkings- en Glaszetbedrijf jegens de thans in haar onderneming werkzame werknemers, met ingang van 1 maart 2016;

6.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter en op 3 februari 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter