Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:6696

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-08-2016
Datum publicatie
11-08-2016
Zaaknummer
C/15/246701 / KG ZA 16-593
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Stakingsverbod tot en met 4 september 2016 in kort geding KLM-FNV.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord Holland heeft in zijn vonnis van heden aan FNV tot en met 4 september 2016 verboden om collectieve werkonderbrekingen te organiseren in verband met het tussen KLM en FNV bestaande cao-conflict. Op 3 augustus jl. had de voorzieningenrechter al bij wijze van ordemaatregel werkonderbrekingen verboden totdat hij uitspraak zou doen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de explosieve combinatie van de tot en met 4 september 2016 te verwachten grote vakantiedrukte en de huidige terreurdreiging op Schiphol maakt dat de beperkingen aan het recht op collectieve actie in dit geval maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0900
JAR 2016/208 met annotatie van mr. dr. A. Stege
AR 2016/2372
NJF 2016/405
JAR 2016/208 met annotatie van mr. dr. A. Stege

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/246701 / KG ZA 16-593

Vonnis in kort geding van 11 augustus 2016

in de zaak van

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

eiseres,

advocaat mr. J.M. van Slooten te Amsterdam,

en

de naamloze vennootschap

N.V. LUCHTHAVEN SCHIPHOL, als gevoegde partij,

gevestigd te Schiphol,

advocaten mrs. E.J. Henrichs en D. Azarfane te Amsterdam,

tegen

de vereniging

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. A.M. Broos te Utrecht.

Partijen zullen hierna KLM, Schiphol en FNV genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 t/m 20;

  • -

    de producties 1 t/m 28 van de zijde van FNV;

  • -

    de brief van mr. Henrichs van 3 augustus 2016;

  • -

    de incidentele conclusie tot voeging van de zijde van Schiphol;

  • -

    de pleitnotities van KLM;

  • -

    de pleitnotities van Schiphol;

  • -

    de pleitnotities van FNV;

  • -

    de verzochte voeging is ter zitting toegestaan

  • -

    het proces-verbaal van de zitting van 3 augustus 2016 houdende ordemaatregel.

1.2.

Het niet openstellen van hoger beroep tegen de op 3 augustus 2016 gegeven ordemaatregel was in zoverre niet juist dat het hier niet ging om een tussenvonnis in de zin van artikel 337 lid 2 Rv, maar om een voorlopige voorziening in de zin van artikel 337 lid 1 Rv, waartegen zonder rechterlijk verlof hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

KLM is een luchtvaartmaatschappij met ongeveer 30.000 werknemers in dienst. Tot het grondpersoneel van KLM behoren ongeveer 14.000 werknemers. Onder het grondpersoneel bevinden zich onder andere de medewerkers die zorgen voor de afhandeling van bagage, het technisch onderhoudspersoneel, de medewerkers van de tankdienst, de sleepdienst, de grondstewardessen en -stewards en het kantoorpersoneel.

2.2.

FNV is een vakbond die opkomt voor de belangen van werknemers op het gebied van werk en inkomen, onder meer in de luchtvaartsector.

2.3.

Het grondpersoneel van KLM is ofwel via het lidmaatschap van de betrokken vakbonden ofwel via het incorporatiebeding in de arbeidsovereenkomst gebonden aan de collectieve arbeidsovereenkomst voor het KLM-grondpersoneel (hierna: de cao). De cao sluit KLM af met meerdere vakbonden: naast FNV (met ca. 3.800 leden) ook CNV Vakmensen.nl (met ca. 500 leden) (hierna: CNV), de Unie (met ca. 850 leden), Nederlandse Vereniging van de Luchtvaarttechnici (met ca. 450 leden) (hierna: NVLT) en de Vereniging van hoger KLM personeel (met ca. 1.100 leden (hierna: VHKLP) (hierna (gezamenlijk) ook: de werknemersorganisatie(s) of vakbond(en)) .

2.4.

In de cao d.d. 1 oktober 2011 is in artikel 13, aangaande de looptijd daarvan, het volgende bepaald:

(…)

Art. 13.1 – Looptijd van de cao

De cao treedt in werking op 1 oktober 2011 en eindigt op 1 januari 2015.

(…)

Art. 13.3 – Einde looptijd

De KLM en de werknemersorganisaties zullen vóór de afloopdatum overleg plegen over voortzetting resp. wijziging van de cao. Zij zullen streven naar overeenstemming. Mocht overeenstemming niet kunnen worden bereikt, dan zullen bemiddeling en/of arbitrage in beginsel de voorkeur hebben.

(…)

2.5.

In april 2015 is een onderhandelingsresultaat bereikt over een nieuwe cao. Van die cao is enkel een zogeheten protocollaire cao-tekst beschikbaar, die door de vakbonden nog niet is voorgelegd aan haar leden. Deze cao is daarom geen cao aangemeld bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, conform artikel 4 Wet op de loonvorming. In deze zogenaamde PROTOCOL CAO 2015-2016 Grond (concept 2 – 11 juni 2015) is bepaald, dat deze in werking treedt op 1 januari 2015 en eindigt op 1 juli 2016.

2.6.

Op 21 april 2016 heeft een zogenaamde ‘startbijeenkomst’ plaatsgevonden waarin door KLM in aanwezigheid van haar Chief Executive Officer (ceo), P.J.Th. Elbers, inleidende gesprekken zijn gevoerd met de cao-partijen over een nieuwe cao. Daarbij is de situatie van KLM geschetst alsmede de context waarbinnen het overleg over een nieuwe cao in de visie van KLM zou moeten plaatsvinden.

2.7.

Bij brief van 28 april 2016 heeft FNV ten behoeve van de cao-onderhandelingen haar “inzet op hoofdlijnen” aan KLM kenbaar gemaakt.

2.8.

Op vrijdag 29 april 2016 heeft KLM haar voorstellen voor een nieuwe cao gepresenteerd, welke voorstellen door de betrokken werknemersorganisaties zonder inhoudelijke toelichting en/of discussie zijn verworpen. Bij brief van 13 mei 2016 meldden zij aan KLM dat deze cao-voorstellen voor hen geen basis waren om te starten met onderhandelen.

2.9.

KLM heeft daarop bij brief van 13 mei 2016 de vakbonden dringend verzocht “om een inhoudelijke toelichting te geven op de door KLM gedane voorstellen”.

2.10.

In een reactie van 17 mei 2016 hebben de vakbonden KLM nogmaals medegedeeld dat cao-voorstellen van KLM geen basis voor constructief onderhandelen vormden, zonder daarbij (alsnog) een inhoudelijke toelichting te geven waarom zij de voorstellen van KLM afwezen. De vakbonden hebben daarbij evenwel aangegeven dat zij zonder de gedane voorstellen altijd bereid zouden zijn tot overleg.

2.11.

Op 19 mei 2016 hebben de vakbonden een protestbijeenkomst georganiseerd in het hoofdkantoor van KLM, waarna KLM bij brief van 27 mei 2016 heeft aangegeven bereid te zijn het cao-overleg te vervolgen op basis van de condities zoals die waren op 21 april 2016, zonder een voorgenomen positie.

2.12.

Partijen hebben vervolgens onderhandeld over een nieuwe cao op 2 juni, 3 juni, 16 juni en 30 juni 2016, alsook op 1 juli 2016.

2.13.

Op 17 juni 2016 bericht FNV haar leden over de cao-onderhandelingen, voor zover van belang, als volgt:

(…)

Donderdag 16 juni 2016 hebben we opnieuw met KLM gesproken over de nieuwe KLM cao. Eigenlijk valt over deze ronde niets te melden. KLM heeft geen voorstellen gedaan en wij hebben onze uitgangspunten herhaald. Bij verschillende onderwerpen is vastgesteld wat de knelpunten zijn. We hebben daarbij uitdrukkelijk de door de leden ervaren knelpunten benoemd. Werkdruk, het niet kunnen opnemen van verlof, het ontbreken van elke vorm van ouderenbeleid, enz. enz. Wij hebben daarbij vermeld dat veel van die knelpunten voortkomen uit de grote inzet van uitzendkrachten en door het uitknijpen van roosters.

Ook is gesproken over mogelijkheden voor vereenvoudiging van de cao, als dat maar niet betekent verslechtering! (…)

De volgende ronde (30 juni en 1 juli a.s.) zullen er voor het eerst voorstellen op tafel komen. We hebben KLM duidelijk gemaakt dat er voor de zomervakantie duidelijkheid moet komen. Dat betekent dat het in die ronde buigen of barsten zal worden.

(…)

2.14.

Het geplande overleg op 7 juli 2016 is door agenda technische redenen voortijdig afgebroken. FNV heeft KLM in het vervolg daarop bij brief van 11 juli 2016, voor zover van belang, het volgende gemeld:

(…)

We hebben de afgelopen tijd in meerdere onderhandelingsrondes over de nieuwe cao voor het KLM Grondpersoneel gesproken. Dat deden we op; 2, 3 16 en 30 juni 2016 en 1 juli 2016. Voorafgaand aan de onderhandelingen hadden we afgesproken dat deze data voldoende zouden moeten zijn om tot afspraken te komen. Als reservedatum was 7 juli 2016 vastgelegd.

Tijdens ons overleg van 1 juli 2016 hebben wij gezamenlijk vastgesteld dat we de reservedatum van 7 juli 2016 nodig hadden en zouden gaan benutten.

De onderhandelingen zijn gevoerd over 4 hoofdonderwerpen: werkgelegenheid, salaris, inzet van uitzendkrachten, en levensfasebewust personeelsbeleid. In aanvang geschiedde dat vooral in kwalitatieve termen, maar gaande het overleg en met name op 7 juli 2016 is onze inzet op die onderwerpen nader gekwantificeerd. U hebt in het overleg het onderwerp “versimpeling van de cao ingebracht”, welk onderwerp uitvoerig is besproken.

(…)

Gezien de voorgeschiedenis en de herhaaldelijk door onze achterban aangegeven wens dat de nieuwe cao er voor de ‘zomer’ moest komen was FNV Luchtvaart voorbereid om op 7 juli 2016 te komen tot een akkoord.

Door misverstanden dan wel niet geregistreerde afspraken zijn de cao-onderhandelingen op 7 juli 2016 vroegtijdig afgebroken. Dat was en is voor ons niet aanvaardbaar. Het mag duidelijk zijn dat wij en onze leden er belang bij hebben dat het overleg op de kortst mogelijke termijn wordt hervat en afgerond. Wij hebben tijdens het overleg van 7 juli 2016 dan ook aangegeven dat wij in week 28 een vervolgafspraak willen. Dit met het oog op het feit dat de vakantieperiode nu aanbreekt. Wij moesten echter constateren dat het op dat moment niet lukte om een datum in week 28 van 2016 te plannen.

Vanaf 19 mei 2016 hebben wij uitdrukkelijk aangegeven dat wij de cao-onderhandelingen niet over de zomer heen willen tillen. Alle partijen hebben daar mee ingestemd door akkoord te gaan met een limitatieve datalijst, met als laatste datum 7 juli 2016.

Nu er geen akkoord is en de geplande datums voor overleg zijn gepasseerd, sommeren wij u om in week 28 (van 11 t/m 15 juli 2016) een datum aan te geven waarop het overleg voortgezet kan worden. Dit laatste vanzelfsprekend met als doel alsnog tot een cao voor het KLM Grondpersoneel te komen. Wij zijn alle dagen van de week beschikbaar, met uitzondering van de woensdag 13 juli 2016 overdag (woensdagavond wel).

Graag vernemen wij uiterlijk 14 juli 2016 uw bevestiging en uw datumvoorstel. In het geval u niet voldoet aan onze sommatie, zullen wij met onze leden in overleg treden en zo zij dit wensen u een ultimatum stellen. Na afloop daarvan dient u rekening te houden met acties in de onderneming, waaronder begrepen werkstakingen.

(…)

2.15.

Op 12 juli 2016 zijn de cao-onderhandelingen hervat.

2.16.

Op 14 juli 2016 reageert KLM voorts, voor zover van belang, nog als volgt op de brief van FNV van 11 juli 2016:

Wij onderschrijven uw perceptie van de gebeurtenissen t.a.v. cao niet. Het beeld dat u schetst over de inhoud en onderwerpen van het overleg, mag de inzet van FNV zijn maar is zeker geen gedeeld beeld. Dat geldt ook voor uw stelling dat wij een afspraak hadden over het moment waarop de cao tot stand zou moeten komen.

Vanwege het feit dat we het cao overleg op 12 juli jl. hebben hervat, zal KLM niet nu inhoudelijk in gaan op het gestelde in uw brief. KLM behoudt zich het recht daartoe wel voor. Wel wijzen wij u er op dat KLM in de afgelopen periode alle flexibiliteit heeft getoond en dat partijen nog gewoon in overleg zijn.

2.17.

Op 18 juli 2016 heeft KLM een ‘ultiem integraal KLM-voorstel’ gedaan aan alle werknemersorganisaties voor de nieuwe cao. Over dit voorstel heeft KLM op dezelfde dag nog verder onderhandeld met alle vakbonden. CNV, De Unie, NVTL en VHKLP hebben KLM vervolgens laten weten dit voorstel van KLM na de zomer (neutraal) voor te leggen aan hun leden.

2.18.

FNV heeft op 19 juli 2016 haar leden verzocht zich uit te spreken voor of tegen een aan KLM te stellen ultimatum en daarop volgende acties indien aan het ultimatum geen gehoor zou worden gegeven door KLM. Volgens een pamflet van FNV heeft 97% van de op de ledenvergaderingen aanwezige leden voor gestemd. Op de ledenvergaderingen waren ongeveer 200 leden aanwezig.

2.19.

Drie van de vier andere betrokken vakbonden, te weten De Unie, CNV en NVLT, hebben in nieuwberichten, nieuwsbrieven en op hun website openlijk kritiek geuit op de (aangekondigde) acties van FNV alsmede over de snelheid waarmee FNV tot een akkoord wenste te komen. Ook individuele werknemers van KLM hebben zich kritisch uitgelaten over de acties van FNV door onder meer de start van een online petitie tegen stakingen bij KLM (http://www.petities24.com/geen_staking_bij_klm).

2.20.

Bij brief van 21 juli 2016 heeft FNV KLM vervolgens een ultimatum gesteld.

Voor zover van belang is in die brief onder meer het volgende opgenomen:

(…)

In het overleg van 18 juli 2016 lag er een pakket van de KLM waar alleen nog maar punten en komma’s in verzet konden worden. KLM wilde het geen eindbod noemen. Wij hebben gesteld dat dat pakket voor ons niet acceptabel was. Het grootste obstakel om tot overeenstemming te komen had betrekking op het feit dat u koste wat kost op zoek bleef naar besparingen in de directe arbeidsvoorwaarden, zonder daar substantiële verbeteringen tegenover te zetten. Zonder daarbij uitputtend te zijn moet daarbij gedacht worden aan; het vervallen van HV-dagen, het aanpassen van het aantal vakantiedagen, het ontbreken van afspraken over een levensfasebewust personeelsbeleid, het aantal in dienst te nemen uitzendkrachten en het verbeteren van de positie van uitzendkrachten.

Wij hebben dan ook vastgesteld dat overeenstemming niet te bereiken was gezien het verschil van wederzijdse standpunten. Wij hebben daarop uitdrukkelijk geconstateerd dat we uitonderhandeld waren. Daaraan is toegevoegd dat FNV de stand van zaken in de ledenvergaderingen op 19 juli 2016 zou voorleggen. Met als boodschap dat wat aan het eind van de onderhandelingen op 18 juli 2016 op tafel lag volstrekt onvoldoende was. Indien de leden die conclusie deelden zouden wij hen de vraag voorleggen of zij bereid zijn u een ultimatum te stellen en zo nodig tot het voeren van acties, waaronder begrepen de werkstaking. De conclusie is door onze leden onderschreven en massaal is er besloten u een ultimatum te stellen.

Aangezien u niet aan onze eisen als kenbaar gemaakt tijdens de met u gevoerde onderhandelingen heeft voldaan, zijn wij zoals gezegd uitonderhandeld. Wij moeten derhalve vaststellen dat er thans een onoverbrugbaar verschil in wederzijdse standpunten bestaat. Gezien de ontstane situatie hebben wij besloten u een ultimatum te stellen.

De eisen waarmee u alsnog akkoord dient te gaan, zijn de volgende:

  1. De bestaande afspraken over de extra vrije dagen voor oudere werknemers blijven ongewijzigd in de cao staan (…).

  2. Het gedurende de looptijd van de cao tussen partijen afspreken van een leeftijdsfasebewust personeelsbeleid dat er voor zorgt dat werknemers gezond hun pensioen kunnen halen.

  3. Het handhaven van de leeftijdsgrenzen bij de opbouw van vakantierechten tot er afspraken zijn over een leeftijdsfasebewust personeelsbeleid.

  4. Het verlengen van de afspraken met betrekking tot de werkgelegenheid zoals verwoord in de huidige cao.

  5. Het in dienst nemen van 150 fte van de huidige uitzendkrachten in operationele functies, waarbij de gangbare geschiktheidscriteria van toepassing zijn en de aan te bieden contracten een minimum aantal uren van 20 per week kennen.

  6. Indien uitzendkrachten cumulatief een jaar bij KLM werkzaam zijn, wordt hen een periodieke verhoging toegekend.

  7. De vaste doorstroom in de salarisschalen binnen de functie is ook op uitzendkrachten van toepassing.

  8. Indien een vaste medewerker vertrekt wordt deze vervangen door een medewerker die in vaste dienst komt.

  9. Discipline maatregelen voor uitzendkrachten worden gelijk geschakeld met disciplinaire maatregelen zoals die bij KLM van toepassing zijn.

  10. Uitzendkrachten werken bij KLM in dezelfde diensten als die volgens de KLM-cao mogelijk zijn.

  11. De winstdelingsregeling die van toepassing is op de vliegers/cockpit wordt ook van toepassing voor het grondpersoneel.

  12. Een structurele loonsverhoging van 1% met een vloer van € 75,= per 1 januari 2017.

  13. Continueren van de Deelnemersbijdrage Compensatieregeling Pensioenen gedurende de looptijd van de cao.

Indien wij vóór dinsdag 26 juli 2016, om 18.00 uur van u geen schriftelijke reactie hebben ontvangen, waaruit blijkt dat u integraal akkoord gaat met de hiervoor geformuleerde eisen, dient u rekening te houden met door ons uit te roepen en te organiseren acties, waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur. Over de aard en omvang zullen wij u een aparte aanzegging doen.

Uiteraard zullen wij rekening houden met de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen en zijn wij te allen tijde bereid tot overleg over het waarborgen van de veiligheid van de mensen, goederen en materieel tijdens voormelde acties. Dit technisch overleg achten wij gezien de veiligheidssituatie noodzakelijk en dient naar onze mening plaats te vinden vóór de looptijd van het ultimatum is verstreken, dus uiterlijk op 26 juli 2016, opdat de juiste maatregelen getroffen kunnen worden.

(…)

2.21.

In een memo van 21 juli 2016 heeft KLM in reactie op het ultimatum van FNV het volgende aan haar personeel gemeld:

KLM heeft op 21 juli een ultimatum ontvangen van FNV op het finale cao voorstel dat KLM aan de grondbonden heeft gedaan. In het ultimatum wordt gesteld dat FNV overgaat tot acties als KLM niet vóór dinsdag 26 juli 2016 in een schriftelijke reactie aangeeft akkoord te gaan met de (deels nieuwe) eisen van FNV.

KLM is zeer teleurgesteld over de ingezette koers van FNV. KLM begrijpt dat arbeidsvoorwaarden belangrijk zijn voor alle medewerkers. Echter, de arbeidsvoorwaarden bij KLM zijn en blijven ook met de uitvoering van het KLM voorstel uitstekend ten opzichte van andere bedrijven in Nederland en andere airlines. De realiteit is dat de wereld om ons heen is veranderd en KLM moet hierin mee. Recente benchmarks tonen aan dat het verschil met concurrenten ondanks de vorig jaar afgesloten cao’s nog steeds groot is. Om te kunnen investeren, groeien en werkgelegenheid te behouden, is het noodzakelijk dat wij onze kosten conform de afgesproken targets verlagen door de productiviteit te verhogen.

KLM heeft op de belangrijke punten van de bonden, voorafgaand aan het ultimatum, de voorstellen serieus aangepast en een nieuw integraal voorstel gedaan. Het voorstel van KLM bevat naast een aantal productiviteitsverhogende maatregelen, onder andere ook een uitkering van 1600 euro, een significant verbeterde winstdelingsregeling, een structurele salarisverhoging per 1 januari 2018, werkgelegenheidsbescherming, reparatie van de door de wet versoberde pensioenopbouw in 2016, een opleidingsfonds van miljoenen euro’s en vaste banen voor uitzendkrachten. KLM is van mening dat dit een gebalanceerd voorstel is, dat groei, werkgelegenheid en financiële voordelen voor onze medewerkers brengt. Verdere aanpassingen op het eindvoorstel prijzen KLM uit de markt en maken onze groeiplannen en ambities onverantwoord.

Desondanks zal KLM het FNV voorstel op inhoud beoordelen. Andere grondbonden hebben aangegeven dat zij in het finale voorstel van KLM geen reden tot actie zien en dit neutraal aan hun leden zullen voorleggen.

2.22.

Bij brief van 26 juli 2016 heeft KLM voorts, voor zover van belang, richting FNV als volgt gereageerd op haar ultimatum:

(…)

Ten eerste geldt anders dan u stelt dat partijen nog niet zijn uitonderhandeld. Zoals u terecht stelt heeft KLM geen eindbod gedaan. Wat KLM betreft waren en zijn de verschillende onderdelen van haar voorstel te wijzigen, zolang er evenwicht blijft in het totaalplaatje. Uit uw reactie op ons ultieme integrale voorstel tijdens het gesprek op 18 juli bleek wel dat partijen elkaar dicht genaderd waren. Het meningsverschil is uiteindelijk terug te brengen tot de HV—dagen, waarbij geldt dat het voorstel van KLM voor een deel van de medewerkers pas per 2023 impact zal hebben.

Uw stelling dat partijen uit onderhandeld zijn, verbaast temeer omdat u in uw brief nieuwe eisen formuleert die u nog nimmer eerder in het onderhandelingsproces hebt ingebracht. Voorbeelden hiervan zijn o.a. het vervangen van een vaste werknemer die vertrekt door een nieuwe vaste werknemer en een structurele loonsverhoging per 1januari 2017 van 1% met een vaste vloer van € 75 bruto per maand. Dit laatste komt overeen met een

structurele loonsverhoging van ca. 2.3% gemiddeld.

In de tweede plaats blijkt wel dat een aanzienlijk aantal van uw eisen betrekking heeft op leeftijdsafhankelijke vakantiedagen. Hiervan heeft het College voor de Rechten van de Mens vastgesteld dat dit strijd oplevert met de Wet Gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid. Uw stakingsdoelen zijn dan ook in strijd met de wet. Staken voor een onrechtmatig doel is op zichzelf onrechtmatig.

In de derde plaats wijzen wij u op artikel 13.3 van de cao waarin is opgenomen, dat partijen er naar streven om door overleg in overeenstemming te komen over de totstandkoming van een nieuwe cao. Mocht overeenstemming niet kunnen worden bereikt, dan zullen bemiddeling en/of arbitrage in beginsel de voorkeur hebben. Wij stellen vast dat u deze bepaling niet nakomt en eventuele acties worden dan ook als prematuur

beschouwd. Bij bovenstaande moet nog worden betrokken dat KLM juist uw vakbond zeer veel heeft gegund. U bent echter niet de enige vakbond. De andere vier vakorganisaties hebben ook hun eisen gesteld en zij hebben toegezegd het bod van KLM met een neutraal advies na de zomer voor te leggen aan hun achterban. Het is ook tegenover deze vakorganisaties onzorgvuldig om niet eerst de uitkomst van die raadplegingen af te wachten alvorens u zelf al tot acties overgaat. De hierna te bespreken schade van uw acties zal immers de ruimte om in de toekomst tot verbetering van arbeidsvoorwaarden te komen reduceren. De leden van deze bonden lijden daardoor eveneens schade en steunen uw acties dan ook geenszins.

Dat brengt mij op de acties zelf. Indien KLM het onderhandelingsproces van de afgelopen weken en de hierboven geschetste gang van zaken op zich laat inwerken, dan rijst bij haar de vraag of FNV wel uit is op een akkoord met KLM. Het lijkt erop dat FNV niet zozeer actie wil voeren om een akkoord met KLM te bereiken, maar om in het kader van haar landelijke “organizing-campagne” leden te winnen. Dit is een onrechtmatig gebruik van het stakingsmiddel. Immers, na uw aanvankelijke standpunt ‘geen haast te hebben’, werd het

plotsklaps ‘buigen of barsten’, volgde het dictaat van FNV-zijde dat partijen er voor de zomer uit moesten komen en werden nieuwe breekpunten geformuleerd. Ook het door FNV terug bewegen op de door u eerder ingenomen positie(s) draagt bij aan dit beeld. Zo hebben alle werknemersorganisaties gezamenlijk (dus ook FNV) een loonsverhoging van 1% per 1 januari 2018 voorgesteld en een eenmalige uitkering eind 2017 ter hoogte van 0,5%. Nu eist FNV verrassend een structurele loonsverhoging per 1januari 2017, met een

drempel van 75 euro bruto per maand. Dit vertegenwoordigt zowel in tijd als in geld een veel hogere waarde.

U kondigt thans acties aan maar doet nog geen aanzegging. Op voorhand kan ik u laten weten dat acties, zeker in de vakantieperiode, zeer aanzienlijke schade voor KLM en derden zullen veroorzaken. Deze zal in geen enkele verhouding staan tot de omvang van wat partijen nog verdeeld houdt.

(…)

2.23.

FNV heeft bij brief van 27 juli 2016 gereageerd op de brief van KLM van 26 juli 2016 waarbij zij zich op het standpunt heeft gesteld dat haar acties rechtmatig zijn en dat de aangekondigde acties, op een verantwoorde en veilige manier, doorgang zullen vinden.

2.24.

Voorts heeft FNV in de ochtend van 27 juli 2016 in de media aangekondigd dat er de volgende dag acties zouden plaatsvinden. Na een verzoek om daarover meer concreet te worden geïnformeerd is KLM in de middag rond 16.00 uur geïnformeerd over de acties die de volgende dag zouden plaatsvinden; een werkonderbreking op Cargo ( de vrachtafdeling van KLM) tussen 09:00 en 13.00 uur en het uitdelen van “presentjes” aan passagiers eveneens tussen 09:00 en 13.00 uur. Aan de acties op 28 juli 2016 hebben ongeveer 200 werknemers deelgenomen, waardoor 28 van de 39 vertrokken intercontinentale vluchten niet of nauwelijks vracht hebben meegenomen.

2.25.

Op 2 augustus 2016 heeft KLM, na informeel overleg tijdens het weekend, FNV uitgenodigd voor overleg:

(…)

Op datum 21 juli jl. (ref. 16-104/JvdB/ND) heeft KLM aan de vijf werknemersorganisaties voor Grondpersoneel een ultiem integraal voorstel gedaan. FNV heeft hierop een ultimatum gesteld met aanvullende eisen. KLM is hier niet op ingegaan wat heeft geleid tot acties.

KLM heeft voortdurend aangegeven in gesprek te willen blijven. KLM vermoedt dat de geschilpunten kleiner zijn dan eerder verwoord. Om dit met elkaar uit te zoeken en verdere schade aan het bedrijf door vervolgacties te voorkomen, nodigt KLM FNV uit voor een gesprek vandaag, op dinsdag 2 augustus. Graag stemmen wij met u af over de verdere praktische invulling (tijdstip en locatie).

2.26.

In reactie daarop heeft FNV bij emailbericht van 2 augustus 2016 KLM het volgende bericht:

(…)

Wij moeten constateren dat u niet tegemoetkomt aan onze eisen, zoals verwoord in ons ultimatum d.d. 21 juli 2016, en dat uw reactie voorts onvoldoende aanknopingspunten biedt om weer met u in overleg te gaan, aangezien u op geen enkele manier concreet aangeeft op welke punten u bereid bent substantieel te bewegen. Ons ultimatum blijft derhalve onverkort van kracht en acties zullen onverminderd doorgang vinden.

Wellicht ten overvloede wijzen we u erop dat u acties kunt voorkomen door alsnog in te gaan op onze eisen uit eerdergenoemd ultimatum.

(…).

2.27.

Voorts heeft FNV aan haar leden, voor zover van belang, als volgt geïnformeerd:

(…)

Vandaag heeft KLM ons een berichtje gestuurd waarin KLM laat weten dat zij vermoedt dat de verschillen tussen KLM en FNV Luchtvaart kleiner zijn dan eerder verwoord. Op grond daarvan vraagt zij FNV weer in gesprek te gaan. Dat bericht is ook in de pers gedaan. Onderstaand onze reactie op de uitnodiging.

Loze uitnodiging

Wij zullen niet ingaan op deze uitnodiging. In de korte uitnodiging geeft KLM namelijk geen enkel concreet aanknopingspunt dat er op wijst dat zij daadwerkelijk wil ingaan op de eisen in het gestelde ultimatum.

(…)

Wij willen aan tafel als er zicht is op een oplossing

Op het moment dat KLM met serieuze aanwijzingen komt waaruit blijkt dat zij tegemoet wil komen aan de eisen in het ultimatum dan zal FNV haar verantwoordelijkheid nemen en aan tafel gaan.

(…)

2.28.

KLM heeft FNV, bij brief van 2 augustus in reactie op haar afwijzende reactie op de uitnodiging van KLM om in overleg te treden, vervolgens als volgt bericht:

(…)

KLM vindt het onbegrijpelijk en onverantwoord dat FNV zaken op scherp blijft zetten en niet kiest voor de dialoog. Onze klanten, onze medewerkers en ons bedrijf zijn hier de dupe van. We achten het uw en onze dure plicht om te bespreken of wij nader tot elkaar kunnen komen. Zoals gezegd, KLM vermoedt dat de geschilpunten kleiner zijn dan verwoord.

Het past niet in de overlegverhoudingen binnen KLM, dat partijen een degelijke serieuze uitnodiging in de wind slaan. KLM is dan ook zeer teleurgesteld in uw houding.

Inmiddels hebben wij uw aankondiging voor nieuwe acties op 3 augustus a.s. ontvangen. KLM sommeert FNV bij deze tot het stopzetten van de actie(s) en het hervatten van de gesprekken.

(…)

2.29.

Rond 18:00 uur heeft FNV een volgende actie aangekondigd, te weten om op woensdag 3 augustus 2016 van 19.30 uur tot 21.00 uur het werk te onderbreken. Met KLM is in dit kader overleg gevoerd over het ordentelijk laten verlopen van de actie, in welk kader onder meer is afgesproken dat FNV geen acties zal organiseren die leiden tot vollere vertrekhallen dan normaal. Verder zijn de Koninklijke Marechaussee Schiphol en de gemeente Haarlemmermeer door FNV geïnformeerd over de aard en de omvang van de acties.

3 Het geschil

3.1.

KLM vordert dat

het de Voorzieningenrechter moge behagen bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

i. FNV te verbieden om binnen een half uur na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis door te gaan met het in enigerlei vorm, direct of indirect, organiseren, oproepen tot of verlenen van medewerking of steun aan enige vorm van collectieve actie in verband met het thans tussen partijen bestaande cao-conflict;

ii. FNV te gebieden haar leden en anderen op te roepen weer aan het werk te gaan en op te houden met het voeren van acties.

Subsidiair

iii. FNV te verbieden om na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis om in de vier weekeinden (waaronder begrepen de vrijdag) tussen vrijdag 06.00 uur en zondag 23.00 uur Nederlandse tijd door te gaan met of te starten met het in enigerlei vorm, direct of indirect, organiseren, oproepen tot of verlenen van medewerking of steun aan enige vorm van collectieve actie;

iv. FNV te gebieden om in het geval dat zij doorgaat of start met het in enigerlei vorm, direct of indirect, organiseren, oproepen tot of verlenen van medewerking of steun aan enige vorm van collectieve actie (zoals hierboven bedoeld onder iii), KLM daarvan aankondiging te doen, waarbij in ieder geval wordt vermeld (i) de aard van de collectieve actie, (ii) de tijd waarop deze zal aanvangen en eindigen, welke aankondiging uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de aanvang van de collectieve actie per e-mail moet zijn ontvangen aan het e-mailadres van de heren Stienen en Slagt;

Primair en (meer) subsidiair

v. alle voornoemde veroordelingen te versterken met een dwangsom van € 50.000,- per keer dat FNV geheel of gedeeltelijk in strijd met deze veroordeling handelt en voorts op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag of gedeelte daarvan dat de overtreding geheel of gedeeltelijk voortduurt; en

vi. aan KLM verlof te verlenen als bedoeld in artikel 64 lid 3 Rv om het ten deze te wijzen vonnis op alle dagen en uren aan FNV te laten betekenen; en

vii. FNV te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

KLM legt samengevat het volgende haar vorderingen ten grondslag.

Door de acties van een zeer kleine groep medewerkers zal het vliegverkeer van KLM en 22 andere luchtvaarmaatschappijen, waarvoor KLM de grondafhandeling verzorgt, nagenoeg stil komen te liggen. Duizenden mensen zullen niet naar of van Schiphol kunnen vertrekken met alle consequenties van dien. Een groot deel van de aankomende passagiers (ca. 9000) zullen voorts mogelijk stranden op Schiphol. Zij zullen moeten worden omgeboekt en/of er zal onderdak voor hen geregeld moeten worden. Hierdoor bestaat de kans dat deze passagiers een volgende keer niet weer voor KLM zullen kiezen en KLM zal vermoedelijk claims moeten gaan betalen aan passagiers. Door het niet kunnen verzorgen van de grondafhandeling voor 22 andere luchtvaarmaatschappijen loopt KLM daarnaast inkomsten mis. De schade waarmee KLM geconfronteerd wordt door een staking voor een periode van 1,5 uur zal naar schatting 4 miljoen euro bedragen.

De collectieve acties van FNV zijn om de volgende redenen onrechtmatig:

  1. de actie van FNV kan redelijkerwijs niet bijdragen aan de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief handelen, en

  2. het verbieden van de actie is in het concrete geval, maatschappelijke gezien dringend noodzakelijk.

Het spoedeisend belang van KLM bij haar vordering is evident in deze zeer drukke zomerperiode, waarin per dag 47.000 passagiers met KLM op Schiphol arriveren en 50.000 passagiers met KLM vanaf Schiphol vertrekken.

3.3.

Schiphol sluit zich aan bij de vorderingen van KLM. In dat kader heeft Schiphol (eveneens) de gevolgen van de door FNV aangekondigde acties in kaart gebracht. Meer specifiek gaat Schiphol er daarbij op in dat de actie, wanneer geen dispensatie van de Inspectie Leefomgeving & Transport (IL& T) wordt verkregen om vluchten nog na 23:00 uur te laten vertrekken, zal betekenen dat tot 3.000 passagiers op veldbedden in de pier de nacht zullen moeten doorbrengen. Daarnaast heeft zij erop gewezen dat wanneer vluchten wel op tijd vertrekken, dit veelal zonder bagage zal zijn. Schiphol wijst op de zomerpiek, waarbij het gaat om ca. 220.000 reizigers per dag. De gevolgen van de storing in het bagage afhandelingssysteem ijlen nog na. De extra veiligheidsmaatregelen die sinds enkele dagen van kracht zijn in verband met terrorismedreiging (extra controles bij de toegang van Schiphol; auto’s en inmiddels ook treinen) veroorzaken niet alleen extra druk op de Schiphol organisatie maar dragen ook bij aan gevoelens van onrust en spanning bij reizigers en Schiphol medewerkers.

3.4.

FNV voert verweer.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter stelt, mede met het oog op de stakingsrechtspraak van de Hoge Raad in het zogenoemde Enerco-arrest (HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3077) en in het Amsta-arrest (HR 19 juni 2015, ECLI: NL:2015:1687) het volgende voorop.

4.2.

Het recht van werknemers of de hen vertegenwoordigende vakbonden op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht, is neergelegd in artikel 6, aanhef en onder 4 Europees Sociaal Handvest (ESH). De strekking van deze bepaling, die volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad in Nederland rechtstreekse werking heeft, is het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Deze strekking brengt, mede gezien het karakter van dit recht als sociaal grondrecht, mee dat een werknemersorganisatie in beginsel vrij is in de keuze van middelen om haar doel te bereiken.

4.3.

Of sprake is van een collectieve actie in de zin van genoemde ESH-bepaling wordt vooral bepaald door het antwoord op de vraag of de actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Het is aan de organisatoren van een collectieve actie om aannemelijk te maken dat dit het geval is. Indien zij daarin slagen, valt de collectieve actie onder het bereik van artikel 6, aanhef en onder 4 ESH. De uitoefening van het recht op collectief optreden kan dan slechts worden beperkt langs de weg van artikel G van het ESH, overeenkomstig hetgeen op dat punt is aanvaard in de rechtspraak van de Hoge Raad. Of een collectieve actie van werknemers tijdig tevoren aan de werkgever is aangezegd en of de collectieve actie voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit (de zogenaamde ‘spelregel’-toetsing), vormt geen zelfstandige maatstaf om te beoordelen of een collectieve actie rechtmatig is. De naleving van die ‘spelregels’ is dus geen zelfstandige voorwaarde voor die rechtmatigheid.

Het ligt op de weg van de werkgever of derde, die eist dat de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval wordt beperkt of uitgesloten, om aannemelijk te maken dat deze beperking of uitsluiting naar de maatstaf van artikel G van het ESH gerechtvaardigd is. Dit is slechts het geval indien beperkingen van het recht op collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn. Bij de beoordeling van die dringende noodzakelijkheid dient de rechter alle omstandigheden mee te wegen. Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden en de aard van die belangen en die schade. In dit verband kan ook betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de hiervoor genoemde ‘spelregels’ zijn nageleefd.

4.4.

Het meest verstrekkende verweer van KLM houdt in dat de actie van FNV redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief handelen. KLM stelt in dit kader (i) dat FNV niet tot doel heeft om met de collectieve actie tot verbetering tot van de collectieve arbeidsvoorwaarden van KLM te komen maar alleen om in het kader van haar landelijke “organizing-campagne” leden te winnen. Daarnaast heeft (ii) een aanzienlijk aantal eisen van FNV betrekking op leeftijdsafhankelijke vakantiedagen, waarvan het College van de Rechten van de Mens heeft vastgesteld dat dit strijd oplevert met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid, aldus nog steeds KLM.

4.5.

FNV voert in dit kader als verweer dat zij langdurig heeft onderhandeld met KLM over een nieuwe cao, in welk kader partijen niet tot een cao zijn gekomen en op enig moment waren uitonderhandeld. Nu de acties er onmiskenbaar toe kunnen bijdragen dat KLM alsnog akkoord gaat met de eisen van FNV c.q. de acties redelijkerwijs bijdragen aan een doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen, vallen deze onder het bereik van artikel 6, aanhef en onder 4 ESH zodat deze in beginsel moeten worden aangemerkt als rechtmatige uitoefening van het sociale grondrecht op collectieve actie. FNV heeft met de acties geen andere bedoelingen en ook geen bijbedoelingen en het is niet juist dat de stakingsdoelen van FNV (deels) in strijd zouden zijn met de wet, aldus nog steeds FNV.

4.6.

De vraag die allereerst moet worden beantwoord is of de door FNV aangekondigde collectieve actie, meer specifiek een werkonderbreking van anderhalf uur in de avond tussen 19.30 uur en 21.00 uur, kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Aan bedoeld criterium is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldaan, nu de collectieve actie KLM zal kunnen prikkelen om te bewegen in de richting van FNV. Niet is immers uit te sluiten dat de aangekondigde collectieve actie KLM zal bewegen opnieuw met FNV om de tafel te gaan zitten. Sterker nog, de aangekondigde acties hebben dit effect reeds bewerkstelligd nu KLM FNV naar aanleiding van de aangekondigde acties heeft uitgenodigd om opnieuw met haar in overleg te treden over de geschilpunten tussen partijen.

4.7.

KLM heeft in dit kader nog aangevoerd dat de aangekondigde werkonderbreking om meerdere redenen prematuur is. Zo zouden partijen nog helemaal niet uitonderhandeld zijn en FNV in haar ultimatum nieuwe eisen hebben gesteld, die nog niet eerder met KLM zijn besproken. Daarnaast hebben alle andere betrokken bonden toegezegd het bod van KLM na de zomer aan hun leden te zullen voorleggen, zodat FNV ook jegens hen onzorgvuldig handelt door niet eerst de uitkomst van die raadplegingen af te wachten. Tenslotte had FNV op grond van artikel 13.3 van de cao eerst bemiddeling via een externe derde moeten proberen voordat zij overging tot het voeren van acties.

FNV betwist dat zij in haar ultimatum eisen heeft gesteld die eerder niet met KLM zijn besproken. Dat de acties prematuur zijn, blijkt ook niet uit het feit dat FNV niet bereid was de ledenraadplegingen van de andere bonden af te wachten; iedere bond maakt hierin immers haar eigen afweging. Nu er geen cao meer bestaat doet KLM voorts ten onrechte een beroep op artikel 13.3 cao. Bovendien geldt dat, voor zover FNV al gebonden zou zijn aan dat artikel, dit artikel niet meebrengt dat FNV geen gebruik zou mogen maken van haar recht om collectieve acties te organiseren om haar eisen kracht bij te zetten.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vraag of de aangekondigde werkonderbreking een uiterst redmiddel is (ultimum remedium), gelet op het Amsta-arrest, geen zelfstandige maatstaf (meer) is om te beoordelen of een collectieve actie onrechtmatig is. Wel is het zo dat een dergelijke omstandigheid een gezichtspunt kan zijn bij de beoordeling van de vraag of de actie op grond van artikel G ESH kan worden beperkt of verboden.

4.8.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de door FNV aangezegde werkonderbreking bij KLM onder het bereik van artikel 6, aanhef en onder 4 ESH valt en dus in beginsel door KLM zal moeten worden geduld als een rechtmatige uitoefening van het in deze verdragsbepaling erkende grondrecht, ondanks de met haar beoogde en op de koop toe te nemen schadelijke gevolgen voor KLM als bestaakte werkgever en voor anderen, waaronder passagiers, leveranciers en Schiphol.

4.9.

Zoals in r.o. 4.3 reeds overwogen kan het recht op collectieve actie slechts worden beperkt op grond van het bepaalde in artikel G van de ESH. Het ligt op de weg van KLM en Schiphol om aannemelijk te maken dat beperkingen aan het recht op collectieve actie in dit geval maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn.

4.10.

KLM heeft - afgezien van haar stelling dat de acties prematuur zijn - op dit punt het volgende betoogd.

Ook andere “spelregels”, die bij een collectieve actie in acht genomen moeten worden, zijn geschonden. Zo heeft FNV KLM niet tijdig genoeg geïnformeerd over het soort actie dat plaats zou gaan vinden. Daarbij komt dat KLM door de handelwijze en acties van FNV in de afgelopen week ook al de nodige schade heeft geleden. Door de informatie aan de media wordt KLM voorts ook reeds schade toegebracht omdat hierdoor direct het aantal boekingen op vluchten van KLM daalt. Van belang is bovendien dat de acties worden gepleegd door een zeer kleine minderheid, die daarmee het werk voor een zeer groot aantal werkwilligen onmogelijk maakt. De schade die KLM hierdoor lijdt is bovendien onevenredig groot en staat in geen verhouding tot de door de stakers nagestreefde doelen. Anderhalf uur staken levert een schadepost op van € 4 miljoen. Een en ander staat nog los van de schade die wordt toegebracht aan derden (12.000 passagiers, 22 andere luchtvaartmaatschappijen, toeleveranciers en de luchthaven Schiphol). Verder worden ook de belangen van kwetsbare groepen geraakt en moet deze actie tot slot worden gezien in het licht van de voorgaande collectieve acties, die ook reeds onrechtmatig waren.

4.11.

Schiphol heeft zich op het standpunt gesteld dat bijkomende omstandigheden in het onderhavige geval maken dat de geschetste gevolgen van de aangekondigde werkonderbreking op dit moment onaanvaardbaar zijn. Daarbij wijst Schiphol met name op de zomerpiek in de maanden juli en augustus, de recente storing in het bagage-afhandelingssysteem waarvan de ontstane achterstanden nog moeten worden ingelopen en de extra veiligheidsmaatregelen die sinds enkele dagen van kracht zijn op Schiphol in verband met terrorismedreiging, die niet alleen extra druk op de Schiphol organisatie veroorzaken maar ook bijdragen aan gevoelens van onrust en spanning bij reizigers en Schiphol medewerkers

4.12.

FNV betoogt als volgt.

De gehanteerde termijn van 25 uur is ruim voldoende voor het aanzeggen van collectieve acties, terwijl KLM ook niet heeft gemotiveerd waarom dat in het onderhavige geval niet zo zou zijn. Werkwilligen wordt geen strobreed in de weg gelegd. Dat slechts een relatief beperkt aantal mensen zal deelnemen aan de acties, houdt verband met de opschaalstrategie van FNV. FNV betwist ten slotte de hoogte van de door KLM gestelde schade. De staking zal enkel tot gevolg hebben dat vluchten later vertrekken, niet dat deze geannuleerd worden. Omboekingen en overnachtingskosten zullen dan ook niet aan de orde zijn. De gestelde schade is voorts onvoldoende onderbouwd en schade is inherent aan collectieve acties. FNV zal bij haar acties rekening houden met kwetsbare groepen en bijzondere lading. KLM heeft bovendien de mogelijkheid om haar schade te beperken door in te gaan op de eisen van FNV. Een en ander leidt tot de conclusie dat er geen dringende maatschappelijke noodzaak bestaat om de acties te beperken, aldus nog steeds FNV.

4.13.

Naar aanleiding van hetgeen KLM en Schiphol hierover hebben aangevoerd en FNV daartegen heeft ingebracht, overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

Als uitgangspunt geldt dat de door KLM genoemde omstandigheden en met name de in dat kader genoemde schade inherent zijn aan het uitoefenen van het stakingsrecht en dat dit in beginsel voor rekening en risico komt van de bestaakte werkgever en Schiphol. De voorzieningenrechter overweegt evenwel dat, hoewel er waarschijnlijk slechts een relatief beperkt aantal mensen zal deelnemen aan de acties, het aannemelijk is geworden, dat het ook werkwilligen hierdoor (in ieder geval gedeeltelijk) onmogelijk zal worden gemaakt hun werk normaal voort te zetten. Immers, het stilleggen van (slechts) één of meerdere schakels in het totale proces, waartoe de werkonderbreking zal leiden, zal tot gevolg hebben dat het gehele werkproces wordt vertraagd dan wel opgeschort. De voorzieningenrechter acht het dan ook gezien de enorme vakantiedrukte voorshands aannemelijk dat de schade die hierdoor zal ontstaan, hoewel wellicht door KLM enigszins aangedikt maar anderzijds door FNV ten onrechte gebagatelliseerd, hoog zal zijn. In ieder geval is voorshands aannemelijk dat de werkonderbreking tot gevolg zal hebben dat een groot aantal passagiers en hun bagage zullen stranden op Schiphol. Dit gevolg en de daarmee gepaard gaande schade, in combinatie met het na-ijleffect dat daarvan uit zal gaan en de reeds bestaande problemen met de bagageafhandeling op Schiphol in de afgelopen week, geven de voorzieningenrechter met name gezien de huidige terreurdreiging, in verband waarmee op Schiphol thans extra veiligheidsmaatregelen gelden, reden om de aangekondigde collectieve acties te beperken en meer concreet werkonderbrekingen voorlopig te verbieden. De voorzieningenrechter overweegt in dit kader dat het, met de aanslag op de luchthaven van Zaventem nog vers op het netvlies, een feit van algemene bekendheid is dat luchthavens bij uitstek het mikpunt kunnen zijn van terroristen. In tijden van terreurdreiging waarin gevoelens van onveiligheid de overhand hebben, is het laatste wat een luchthaven nu kan gebruiken, dat er extra commotie ontstaat ten gevolge van (aangekondigde) werkonderbrekingen, die tot gevolg hebben dat passagiers en/of bagage op de luchthaven zullen stranden. Hierbij acht de voorzieningenrechter tevens van belang dat de exploitant (Schiphol) en de luchtvaartmaatschappijen (waaronder ook KLM) (mede) verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van verschillende beveiligingsmaatregelen. Dat er in dit kader afspraken kunnen worden gemaakt, die ertoe leiden dat delen van de luchthaven (bijvoorbeeld de vertrekhal) niet voller zullen zijn, doet aan het voorgaande naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet af. De vraag of het in tijden van terreurdreiging als de onderhavige überhaupt toelaatbaar is dat op een luchthaven wordt gestaakt laat de voorzieningenrechter thans in het midden, omdat zulks afhangt van velerlei omstandigheden die thans niet goed zijn te overzien. De explosieve combinatie van de tot en met 4 september 2016 te verwachten grote vakantiedrukte en de huidige terreurdreiging maakt echter dat de in het dictum te vermelden beperkingen aan het recht op collectieve actie (waaronder met name het stakingsrecht) in dit geval maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn.

4.14.

Nu FNV ter zitting heeft aangegeven vrijwillig aan het vonnis te zullen voldoen, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om aan het op leggen verbod dwangsommen te verbinden.

4.15.

FNV zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van KLM worden begroot op:

- dagvaarding € 82,54

- griffierecht 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.517,54

De kosten aan de zijde van Schiphol worden begroot op:

- griffierecht 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1435,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt FNV tot en met 4 september 2016 om door te gaan met het in enigerlei vorm direct of indirect, organiseren, oproepen tot of verlenen van medewerking of steun aan enige vorm van collectieve werkonderbreking in verband met het thans tussen partijen bestaande cao-conflict,

5.2.

veroordeelt FNV in de proceskosten, aan de zijde van KLM tot op heden begroot op € 1517,54

5.3.

veroordeelt FNV in de proceskosten, aan de zijde van Schiphol tot op heden begroot op € 1435,-

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.A.H. Stam op 11 augustus 2016.1

1 type: 1289 coll: