Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:6666

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-04-2016
Datum publicatie
09-08-2016
Zaaknummer
C/15/241073/HA RK 16-54
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

Benoeming vereffenaar op verzoek van een schuldeiser van de nalatenschap ex artikel 4:204 lid 1 sub BW.

De eenvoudig te achterhalen erfgenamen hebben de nalatenschap verworpen.

Voor zover sprake is van overige erfgenamen, laten deze de nalatenschap volledig onbeheerd en wikkelen zij deze niet behoorlijk af.

Belang verzoekster om tot executie onderpand te kunnen overgaan.

Gedeeltelijke vrijstelling publicatieverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF Actueel 2016/48
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

LK/PV

zaaknummer / rekestnummer: C/15/241073 / HA RK 16-54

Beschikking bij vervroeging van 21 april 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V.

tevens handelend onder de naam Direktbank,

gevestigd te Amersfoort,

verzoekster,

advocaat mr. M. van der Meulen te Rosmalen,

betreffende de

nalatenschap van

Johannes Catharinus Maria MENNING,

geboren op 11 september 1959 te Den Helder,

overleden op 4 februari 2015,

hierna te noemen: erflater.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift tot het benoemen van een vereffenaar ex artikel 4:204 BW

van 25 maart 2016, met producties.

Bij gebreke van thans bekende belanghebbenden, heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.

2 De beoordeling

2.1.

Het verzoek strekt tot het benoemen van een vereffenaar van de nalatenschap van erflater op grond van artikel 4:204 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).

De laatste bekende woonplaats van erflater is Den Helder, zodat deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van het verzoek.

2.2.

Ingevolge genoemd artikel kan de rechtbank als geen beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap heeft plaatsgevonden een vereffenaar benoemen op verzoek van een schuldeiser van de nalatenschap.

Dit kan wanneer het gevaar bestaat dat hij niet ten volle of niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan, hetzij omdat de nalatenschap niet toereikend is of niet behoorlijk beheerd en afgewikkeld wordt, hetzij omdat een schuldeiser zich op de goederen van de nalatenschap gaat verhalen.

2.3.

Op grond van het verzoekschrift moet worden uitgegaan van het volgende. Verzoekster heeft een overeenkomst van hypothecaire geldlening met erflater gesloten en heeft van erflater het recht van eerste hypotheek verkregen op het woonhuis aan de Ruyghweg 153 te (1781 DD) Den Helder. Dit onderpand valt in de nalatenschap zodat verzoekster een vordering op de nalatenschap heeft.

2.4.

Uit de overgelegde gegevens van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens volgt dat erflater ten tijde van zijn overlijden niet gehuwd of een geregistreerd partner was. De eenvoudig te achterhalen erfgenamen, waaronder de kinderen van erflater, hebben de nalatenschap blijkens het boedelregister verworpen. Uit het Centraal Testamentenregister blijkt dat erflater geen testament heeft opgemaakt.

2.5.

Verzoekster stelt dat de ouders van erflater met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zijn vooroverleden en dat het haar niet bekend is wie thans de erfgenamen van erflater zijn. Een uitgebreid erfgenamenonderzoek zou mogelijk uitkomst kunnen bieden om dit te achterhalen, maar een dergelijk onderzoek is tijdrovend en brengt bovendien kosten met zich, waarvoor de nalatenschap geen dekking biedt.

2.6.

Voor zover er sprake is van overige erfgenamen, stelt verzoekster dat de erfgenamen de nalatenschap volledig onbeheerd laten en deze ook niet behoorlijk afwikkelen. Zij zijn in verzuim met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt, zodat verzoekster op grond van artikel 3:268 BW bevoegd is het onderpand in het openbaar ten overstaan van een bevoegde notaris te doen verkopen. De totale vordering van verzoekster bedroeg per datum van het verzoekschrift € 60.990,36. Doordat verzoekster op dit moment aan niemand rechtsgeldig de executie kan laten aanzeggen, is zij niet in staat om gebruik te maken van het recht tot parate executie. Omdat de erfgenamen onbekend zijn, is er ook niemand die namens erflater tot reguliere onderhandse verkoop van het onderpand kan overgaan.

2.7.

Verzoekster stelt aanvullend dat zij belang heeft bij benoeming van een vereffenaar op korte termijn, aangezien de gemeente heeft geconstateerd dat het onderpand zich in slechte staat van onderhoud bevindt en uiterlijk 1 september 2016 herstelwerkzaamheden plaatsgevonden dienen te hebben teneinde een last onder dwangsom te voorkomen. Het pand dient derhalve vóór genoemde datum verkocht, dan wel hersteld te zijn.

2.8.

De rechtbank overweegt als volgt. De nalatenschap wordt thans onbeheerd gelaten. Nu alle bekende erfgenamen, voor zover deze eenvoudig te achterhalen waren, blijkens het overgelegde afschrift van het boedelregister (productie 7 bij het verzoekschrift) de nalatenschap hebben verworpen, heeft de rechtbank afgezien van een mondelinge behandeling van de zaak, zoals bedoeld in artikel 4:206 BW.

2.9.

De rechtbank is op basis van de inhoud van het verzoekschrift van oordeel dat voor verzoekster het gevaar bestaat dat haar vordering niet ten volle en niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan omdat de nalatenschap van erflater thans niet behoorlijk wordt beheerd en afgewikkeld, zoals bedoeld in artikel 4:204 lid 1 sub b BW.

2.10.

Het verzoek is op de wet gegrond en zal worden toegewezen. Na te noemen

mr. B.J. Groenhuijzen en mr. M. van der Meulen hebben zich bereid verklaard de benoeming tot vereffenaar te aanvaarden.

2.11.

Stellend dat de lasten van de nalatenschap van erflater de baten naar verwachting ruimschoots zullen overtreffen en publicaties in dagbladen onnodig kostbaar zijn, heeft verzoekster uit oogpunt van kostenbesparing verzocht dat de bekendmaking als bedoeld in artikel 4:206 lid 6 BW uitsluitend in de Staatscourant hoeft plaats te vinden en de te benoemen vereffenaars voor het overige te ontheffen van hun publicatieverplichting.

2.12.

Nu er in het onderhavige geval geen dwingende noodzaak bestaat voor de - kostbare - wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking in een dagblad, zal deze niet worden voorgeschreven.

De belanghebbenden kunnen - naast de publicatie in de Staatscourant - immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd. Dit leidt ook niet tot extra kosten. De bekendmaking van deze beschikking zal plaatsvinden op www.rechtspraak/nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd waarin steeds meer huishoudens toegang tot internet hebben en steeds minder huishoudens over een krantenabonnement beschikken beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever dan in de tijd dat de toegang tot internet nog niet algemeen was. De te benoemen vereffenaars zullen daarom deels worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht, zoals hierna beslist.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

benoemt

mr. B.J. Groenhuijzen,

geboren op 23 juni 1964 te Almelo,

en

mr. M. van der Meulen,

geboren op 28 september 1976 te Groningen,

beiden kantoorhoudend aan de Edelweisstraat 5 te (5240 AG) Rosmalen,

tot vereffenaars van de nalatenschap van:

Johannes Catharinus Maria MENNING,

geboren op 11 september 1959 te Den Helder,

laatstelijk wonende te Den Helder,

overleden te Den Helder op 4 februari 2015,

3.2.

bepaalt dat de hiervoor onder 3.1. benoemde vereffenaars ieder voor zich bevoegd zijn alle benodigde werkzaamheden alleen te verrichten;

3.3.

draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven;

3.4.

draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant en ontslaat de vereffenaar van de plicht tot publicatie in een nieuwsblad;

3.5.

verstaat dat deze beschikking bekend zal worden gemaakt door plaatsing op www.rechtspraak.nl/uitspraken;

3.6.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. van der Veen en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 21 april 2016.