Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:6384

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-08-2016
Datum publicatie
29-08-2016
Zaaknummer
C/15/244049 / KG ZA 16-418
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot inzage ex artikel 843a juncto 1019a Rv. Eiseres stelt dat gedaagde zich schuldig maakt aan:

1) auteursrechtinbreuk, door het zonder toestemming openbaar maken en verveelvoudigen van marketingmateriaal van POO POURRI

2) auteursrechtinbreuk, door het zonder toestemming overnemen van de beschermde trekken van de ‘Girls Don’t Poop’ video van eiseres en POO POURRI’s marketing- en productformat in de Engelstalige V.I.Poo video.

3) onrechtmatig handelen, door Albert Heijn en andere retailers ertoe aan te zetten niet met POO POURRI in zee te gaan.

4) gebruik van POO POURRI’s niet-ingeschreven gemeenschapsmodel.

Vzr: eiseres heeft rechtmatig belang bij gevorderde inzage. Dat zij ook getuigen zou kunnen horen doet daar niet aan af. Bescheiden zijn voldoende bepaald. Gestelde gebrek aan wetenschap gebruik marketingmaterialen betreft gebrek aan wetenschap advocaten; gedaagde zelf is hier wel van op de hoogte. In gegeven omstandigheden is de gestelde auteursrechtinbreuk op het Poo Pourri marketingmateriaal en het gestelde onrechtmatig handelen net voldoende aannemelijk om toewijzing van (een gedeelte van) de vordering te rechtvaardigen. Voor het overige afwijzing van de vordering. Bescheiden waarin inzage moet worden gegeven, moeten worden ontdaan van concurrentiegevoelige informatie. De proceskosten worden gedeeltelijk berekend op basis van de i.e. grondslag en gedeeltelijk op basis van de o.d. grondslag. Ten aanzien van de i.e. grondslag ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om af te wijken van de liquidatietarieven

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/15/244049 / KG ZA 16-418

Vonnis in kort geding van 22 juli 2016

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht

SCENTSIBLE LLC H.O.D.N. POO POURRI,

gevestigd te Addison, Texas, Verenigde Staten,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. S.C. van Loon, mr. J.R. Spauwen en mr. J.R. Jurjens te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RECKITT BENCKISER HEALTHCARE B.V., H.O.D.N. RECKITT BENCKISER NL,

gevestigd te Hoofddorp,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. G.S.P. Vos en mr. R.A.C Stoop te Amsterdam.

Partijen zullen hierna POO POURRI en RECKITT BENCKISER genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de brief van mr. Spauwen van 23 juni 2016 met producties 1 t/m 19;

  • -

    de brief van mr. Spauwen van 28 juni 2016 met een aanvulling op productie 15;

  • -

    de brief van mr. Spauwen van 30 juni 2016 met productie 18B en productie 18C;

  • -

    de brief van mr. Spauwen van 29 juni 2016 met aanvullende producties 20 en 21;

  • -

    het geactualiseerd productieoverzicht van POO POURRI van 30 juni 2016;

  • -

    de akte houdende eis in reconventie, tevens houdende overlegging producties met producties 1 t/m 8 van RECKITT BENCKISER;

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitnota van POO POURRI;

  • -

    de pleitnota van RECKITT BENCKISER;

  • -

    de pro forma aanhouding tot 8 juli 2016 ten behoeve van schikkingsonderhandelingen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

POO POURRI heeft vanaf 2006 een spray ontwikkeld die geurtjes bij toiletbezoek tegengaat door voorafgaand aan het bezoek in de wc-pot te sprayen. Zij heeft dit product op de markt gebracht onder de naam ‘Poo Pourri’.

2.2.

POO POURRI hanteert voor de marketing van haar ‘Poo Pourri’ producten:

  1. de productnaam ‘Poo Pourri’;

  2. consequent gebruik van het woord ‘POO’ (als aanduiding voor fecaliën) op producten, marketing en bijvoorbeeld als referentie naar haar eigen personeel (the ‘POO crew’);

  3. scatologische woordspelingen (zoals ‘Queen of the Throne’, ‘Dejá Poo’, ‘let’s talk crap’, ‘It’s only natural’ en de ‘stink free guarantee’);

  4. juxtapositionering: contrasten zoals een deftige dame die het product aanprijst vanaf een wc-pot en het gebruik van kroontjes en cherubijnen in combinatie met een wc-product;

  5. rijm (‘Spritz the bowl before-you-go and no one else will ever know’);

  6. branding door gebruik van kleuren in combinatie met zwart-wit-contrast tekst, en afbeeldingen van bijvoorbeeld bloemen, citrusvruchten, kronen en cherubijnen;

  7. een “Stink-free Guarantee”.

2.3.

Enkele voorbeelden van producten tot medio 2015 van POO POURRI zijn de volgende:

2.4.

Enkele voorbeelden van producten van POO POURRI na medio 2015 zijn de volgende:

2.5.

POO POURRI gebruikt de volgende illustratie om de werking van haar product ‘Poo Pourri’ uit te leggen:

2.6.

In 2013 ontwikkelde POO POURRI ter promotie van haar ‘Poo Pourri’ producten een reclamevideo getiteld ‘Girls Don’t Poop’, waarin een dame met een geaffecteerd Brits accent met gebruik van rijmende woordspelingen het product aanprijst. Deze video is te vinden op YouTube en heeft daar meer dan 36,7 miljoen views.

2.7. ‘

Poo Pourri’ wordt sinds 2013 gedistribueerd in Canada, Tsjechië, Denemarken, IJsland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Japan, Zuid-Korea, Singapore en Uruguay. Via internet (buitenlandse webshops) is het product ook in Nederland verkrijgbaar.

2.8.

In het najaar van 2015 heeft een Europese distributeur van POO POURRI onderhandeld met Albert Heijn over de mogelijkheid om ‘Poo Pourri’ producten in het Albert Heijn assortiment op te nemen.

2.9.

Op 2 november 2015 heeft POO POURRI een tweede reclamevideo gelanceerd onder de titel ‘Imagine Where You can Go’ waarin opnieuw de ‘Britse dame’ figureert.

2.10.

Begin 2016 heeft RECKITT BENCKISER haar product ‘V.I.Poo’ op de markt gebracht in de geuren ‘King Lemon’, ‘Princess Rose’, ‘Prince of Mint’ en ‘Queen of Fruits’. De namen voor de geuren van RECKITT BENCKISER zijn op 3 februari 2016 in de Verenigde Staten als merk gedeponeerd.

2.11.

RECKITT BENCKISER hanteert voor de marketing van haar product:

  1. de productnaam ‘V.I.Poo’;

  2. scatologische woordspelingen (‘Je duivelse drek blijft gevangen in de troon’);

juxtapositionering: contrasten zoals een prinses die het product aanprijst bij een gouden wc en het gebruik van kroontjes en cherubijnen in combinatie met een wc-product;

rijm (‘Even sprayen op het water, geen geurtjes meer later’);

brandig door gebruik van felle kleuren in combinatie met zwart-wit contrast tekst, en afbeeldingen van bijvoorbeeld een kroon, een toilet, toiletpapier en vruchten;

een “Geurvrij Garantie” / “Sans Mauvaisse Odeur Garantie”.

2.12.

De ‘V.I.Poo’ producten van RECKITT BENCKISER zien er als volgt uit:

2.13.

RECKITT BENCKISER gebruikt de volgende illustratie om de werking van haar product ‘V.I.Poo’ uit te leggen:

2.14.

RECKITT BENCKISER heeft hierbij tevens een mediacampagne gelanceerd met in de hoofdrol een ‘very important princess’’(‘V.I.P.’) die ‘af en toe de porseleinen troon moet bestijgen’ om ‘bruine broodjes te bakken’. De oplossing daarbij is: ‘De troon behandelen met V.I.Poo’. De reclame is op YouTube gezet in het Nederlands, Vlaams, Frans en Engels. De Engelstalige versie van de reclame is vervolgens van YouTube verwijderd.

2.15.

Op 12 april 2016 heeft de bestuurder van POO POURRI, [A.], onder ede een verklaring afgelegd met – voor zover van belang – de volgende inhoud:

3. Beginning in late October or early November of 2015, Poo-Pourri was negotiating a distribution deal through one of its European distributors with Albert Heijn, the largest retailer in the Netherlands. By no later than November 5, 2015, Albert Heijn had indicated to Poo-Pourri’s distributor that they would carry Poo-Pourri’s products in their 600 plus stores in the Netherlands.

4. I subsequently learned that sometime later, representatives of Reckitt Benckiser met with representatives of Albert Heijn at the retailer’ s offices to pitch the distribution of a “before-you-go” lavatory deodorizer product that Reckitt Benckiser planned to introduce, but for which Reckitt Benckiser had no marketing and/or product

ready.

5. I learned that Reckitt Benckiser representatives displayed Poo-Pourri’s product, presentation materials, and “Girls Don’t Poop” promotional video to representatives of Albert Heijn during that meeting in an attempt to reach a distribution deal for Reckitt Benckiser’s lavatory deodorizer product.

6. Reckitt Benckiser’s strategy was successful, as I learned that Albert Heijn promptly backed out of the agreement to distribute Poo-Pourri’s product as a direct result of Reckitt Benckiser’s pitch meeting and subsequent announcement of their entry into the lavatory deodorizer market space. I understand that Reckitt Benckiser started selling their product called V.I. Poo in Albert Heijn’s affiliate webshop Bol.com in the Netherlands in March of 2016 and Albert Heijn will start selling the product in their brick and mortar stores shortly.

7. It has come to my attention that Reckitt Benckiser has shown our Poo-Pourri video and presentation materials during pitch meetings for Reckitt Benckiser’s products to at least two other Dutch retailers, Jumbo and AS Watson (Kruidvat) in an effort to sell their own product to those retailers.

8. In late February or early March, 2016, I first became aware that V.I. Poo was the product that Reckitt Benckiser was introducing to compete with Poo-Pourri. It is actively being sold through Blokker, Kruidvat, Bol.com and perhaps other locations.”

2.16.

POO POURRI heeft RECKITT BENCKISER op 8 maart 2016 gedagvaard voor de Northern District Court of Texas (Dallas) onder meer teneinde te voorkomen dat de ‘V.I.Poo’ producten van RECKITT BENCKISER ook op de markt komen in de Verenigde Staten. RECKITT BENCKISER heeft in die procedure nog niet van antwoord gediend.

2.17.

POO POURRI heeft, nadat zij daartoe op 14 april 2016 verlof heeft gekregen van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, op 20 april 2016 conservatoir bewijsbeslag gelegd ten laste van RECKITT BENCKISER. Het verlof zag op het volgende beoogde bewijs:

“(a) de door RECKITT BENCKISER bij de sales presentatie(s) voor haar namaakproduct bij de Retailers gebruikte power point-(of vergelijkbare software) bestanden, teksten en materialen, voor zover die aantonen dan RECKITT BENCKISER het productie Poo Pourri en/of de marketing materialen voor het product Poo Pourri (waaronder de “Girls Don’t Poop” en/of “Imagine Where You Can Go” video’s) heeft gebruikt voor deze sales presentatie(s);

( b) (interne) (e-mail)correspondentie van en aan RECKITT BENCKISER aangaande voornoemde sales presentaties, voor zover in die correspondentie wordt verwezen naar het product Poo Pourri, de marketing materialen voor het product Poo Pourri (waaronder de “Girls Don’t Poop” en/of “Imagine Where You Can Go” video’s) en/of het bedrijf van POO POURRI;

( c) (interne) (e-mail)correspondentie van en aan RECKITT BENCKISER aangaande of met de Retailers, voor zover in die correspondentie wordt verwezen naar het product Poo Pourri en/of het bedrijf van POO POURRI;

( d) de Engelstalige versie van de marketingvideo voor V.I.Poo”.

2.18.

De deurwaarder heeft de beslagen ‘vindplaatsen’ meegenomen naar de gerechtelijk bewaarder DigiJuris B.V. voor een nadere dataselectie. In het proces-verbaal van nadere aanduiding van 20 mei 2016 verklaart de deurwaarder – voor zover relevant – onder meer:

“(…) Heb ik (…) Ter nadere aanduiding en derhalve ten vervolge op mijn proces-verbaal d.d. 20 april 2016 in (globaal) conservatoir bewijsbeslag genomen zaken mij, gerechtsdeurwaarder, begeven naar en bevonden te [adres] ten kantore van de besloten vennootschap DigiJuris B.V., alwaar ik in het gezelschap van de heer [B.], aldaar aanwezig en werkzaam ben overgegaan tot de nadere aanduiding van die zaken, na het doorzoeken van de hiervoor genoemde zaken/informatie met behulp van de zoektermen “Poo Pourri”, “Girls Don’t Poop”, “Imagine Where You Can Go” en “Scentscible” zijn door mij diverse bestanden/e-mails in conservatoir beslag genomen. (…)”

2.19.

POO POURRI heeft RECKITT BENCKISER op 21 april 2016 een sommatiebrief gestuurd teneinde vrijwillige inzage in de beslagen bescheiden te bewerkstelligen. RECKITT BENCKISER heeft op die sommatiebrief niet gereageerd.

3 Het geschil in conventie

3.1.

POO POURRI vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Gedaagde te bevelen binnen 3 werkdagen na de betekening van het in dezen te wijzen vonnis Eiseres inzage te

verlenen in en afschrift te verschaffen van:

(a.) de door Gedaagde bij de sales presentatie(s) voor haar namaakproduct bij de Retailers gebruikte power point- (of vergelijkbare software)bestanden, teksten en materialen, voor zover die teksten en materialen aantonen dat Gedaagde het product Poo Pourri en/of de marketingmaterialen voor het product Poo Pourri (waaronder de “Girls Don’t Poop” en/of “Imagine Where You Can Go” video’s) heeft gebruikt voor deze sales presentatie(s);

(b.) (interne) (e-mail)correspondentie van en aan Gedaagde aangaande voornoemde sales presentaties, voor zover in die correspondentie wordt verwezen naar het product Poo Pourri, de marketing materialen voor het product Poo Pourri (waaronder de “Girls Don’t Poop” en/of “Imagine Where You Can Go” video’s) en/of het bedrijf van Poo Pourri;

(c.) (interne) (e-mail)correspondentie van en aan Gedaagde aangaande of met de Retailers, voor zover in die correspondentie wordt verwezen naar het product Poo Pourri en/of het bedrijf van Poo Pourri; en

(d.) de Engelstalige versie van de marketingvideo voor V.I.Poo;

althans inzage te verlenen en afschrift te verschaffen in de door de Voorzieningenrechter te bepalen bescheiden.

II. Gedaagde te veroordelen toe te staan dat Eiseres direct na het in dezen te wijzen vonnis inzage verkrijgt in en afschrift wordt verschaft van de door het bewijsbeslag getroffen bescheiden, en Gedaagde in dat verband te veroordelen alle benodigde medewerking te verlenen;

III. Subsidiair, voor zover het gevorderde onder I dan wel II zou worden afgewezen in verband met een beroep van Gedaagde op de aanwezigheid van vertrouwelijke bedrijfsgegevens (waarbij gegevens die direct betrekking hebben op het onder I sub a t/m d genoemde niet als vertrouwelijk moeten worden gehouden), Gedaagde te bevelen over te gaan tot het onder I dan wel II gevorderde, met bepaling dat:

(a.) Gedaagde binnen de bevolen termijn een kopie van de bescheiden onder het gevorderde sub I en II (houdende de vertrouwelijke bedrijfsgegevens in leesbare vorm) in gerechtelijke bewaarneming verstrekt aan ICT-dienstverlener DigiJuris B.V. te Amersfoort;

(b.) Gedaagde een aanvullende termijn van 1 dag wordt geboden om de bescheiden onder het gevorderde sub I en II eerst te ontdoen van vertrouwelijke bedrijfsgegevens door deze informatie zwart of te maken, alvorens inzage te verlenen en afschrift te verstrekken aan Eiseres; en

(c.) deurwaarder [C.] (deurwaarder in die het bewijsbeslag gelegd heeft), althans een door de Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen deskundige, als deskundige wordt benoemd die op schriftelijk verzoek van Eiseres de onder III sub b. in gerechtelijke bewaarneming genomen bescheiden mag onderzoeken op naleving van het bevel onder I, II en III sub a en hierover verslag uit zal brengen.

IV. Meer subsidiair, indien het gevorderde onder I, II en III zou worden afgewezen:

Gedaagde te veroordelen binnen 3 werkdagen na de betekening van het in dezen te wijzen vonnis Eiseres uittreksel te verschaffen van de onder I. genoemde bescheiden, althans Gedaagde te veroordelen toe te staan dat de deurwaarder die het bewijsbeslag heeft gelegd, al dan niet in samenwerking met de daarbij aanwezige ICT-deskundige, direct na het in dezen te wijzen vonnis inzage neemt in de door het bewijsbeslag getroffen bescheiden en een uittreksel daarvan aan Eiseres ter beschikking stelt;

en in alle gevallen:

V. Gedaagde te veroordelen tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 25.000,- (vijfentwintigduizend euro), althans een door de Voorzieningenrechter te bepalen bedrag, per dag of gedeelte van een dag dat Gedaagde, in strijd handelt met het onder I, II, althans III, althans IV gevorderde;

VI. Gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding;

VII. Gedaagde te veroordelen in de nader te bepalen werkelijke kosten van dit geding ex artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor zover deze kosten betrekking hebben op de vorderingen van Eiseres ten aanzien van auteursrecht- en modelrechtinbreuk;

VIII. Gedaagde te veroordelen tot betaling van een nader te bepalen bedrag, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, ter zake van het leggen van conservatoir bewijsbeslag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

IX. De termijn zoals bedoeld in artikel 1019i Rv en artikel 50 lid 6 TRIPs, te bepalen op 6 (zes) maanden na het op grond van dit verzoek te wijzen vonnis.

3.2.

POO POURRI legt samengevat het volgende aan haar vorderingen ten grondslag.

RECKITT BENCKISER pleegt volgens POO POURRI inbreuk op het merkrecht van POO POURRI en op het auteursrecht met betrekking tot het marketing- en productformat van POO POURRI, door openbaarmaking van het V.I.Poo Product en door gebruik van de bijbehorende marketing. Voor deze gestelde inbreuken stelt POO POURRI geen nader bewijs nodig te hebben en deze dienen dan ook niet als grondslag voor haar eis tot inzage. POO POURRI stelt evenwel dat sprake is van een aantal aannemelijke overtredingen door RECKITT BENCKISER, waarvoor zij wel nader bewijs nodig heeft. Het gaat daarbij om de volgende aannemelijke overtredingen:

  1. auteursrechtinbreuk door het zonder toestemming openbaar maken (aan de retailers) en verveelvoudigen van marketingmateriaal van POO POURRI, in het bijzonder de YouTube video’s. Deze grondslag ziet op de bescheiden als bedoeld onder 3.1. I (a) en (b);

  2. auteursrechtinbreuk door het zonder toestemming overnemen van de beschermde trekken van de ‘Girls Don’t Poop’ video en POO POURRI’s marketing- en productformat in de Engelstalige V.I.Poo video. Deze grondslag ziet op de bescheiden onder 3.1. I (d);

  3. onrechtmatig handelen door Albert Heijn en andere retailers ertoe aan te zetten niet met POO POURRI in zee te gaan. Deze grondslag ziet op de bescheiden onder 3.1. I (c);

  4. ontlening door gebruik van POO POURRI’s niet-ingeschreven gemeenschapsmodel. Deze grondslag ziet op de bescheiden onder 3.1. I (a)-(c).

Op grond van de aangevoerde feiten en omstandigheden dient volgens POO POURRI te worden geconcludeerd dat zonder meer sprake is van een “redelijk vermoeden van een inbreuk”, en dat haar vorderingen op zijn minst “niet op voorhand kansloos aan te merken” zijn. Zij stelt daarom een rechtmatig belang te hebben bij inzage in, en afschrift van de gevorderde bescheiden.

POO POURRI stelt, onder verwijzing naar door haar overgelegde stukken, dat de door haar gemaakte volledige proceskosten in totaal € 74.273,- aan advocaatkosten en € 2.986,28 aan verschotten bedragen. POO POURRI schat in dat 2/3 van haar tijd betrekking heeft op de gestelde auteursrecht- en modelrechtinbreuken en vordert te dien aanzien dat RECKITT BENCKISER wordt veroordeeld in de volledige proceskosten, op voet van artikel 1019h Rv. Dit bedrag is gezien de hoeveelheid aan verschillende grondslagen en de gelaagdheid van de inzagevordering gerechtvaardigd en redelijk. Bovendien vallen hieronder ook de kosten voor de voorfase, te weten het beslagrekest, zodat in wezen sprake is van meerdere procedures. De indicatietarieven zijn gezien de hoeveelheid aan facetten niet van toepassing, aldus nog steeds POO POURRI.

3.3.

RECKITT BENCKISER voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

RECKITT BENCKISER vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, opheffing van het conservatoire bewijsbeslag dat POO POURRI op 20 april 2016 heeft gelegd en veroordeling van POO POURRI in de kosten van deze procedure.

4.2.

RECKITT BENCKISER stelt, onder verwijzing naar haar verweer in conventie, dat er geen grondslag bestaat voor het gelegde beslag, waardoor aan de vereisten van artikel 705 Rv voor het opheffen van beslag is voldaan. Nu van de zijde van POO POURRI IE-rechten worden ingeroepen verzoekt RECKITT BENCKISER veroordeling van POO POURRI in de volledige proceskosten, op voet van artikel 1019h Rv.

4.3.

POO POURRI voert verweer.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

In geschil is primair de vraag of en zo ja, in hoeverre POO POURRI op grond van het bepaalde in artikel 1019a j ͦ 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), althans op grond van artikel 843a Rv, recht heeft op inzage en afschrift van het door het bewijsbeslag getroffen bescheiden.

Bevoegdheid

5.2.

RECKITT BENCKISER betwist de internationale noch relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. Volledigheidshalve overweegt de voorzieningenrechter dat zij internationaal bevoegd is kennis te nemen van de vordering van POO POURRI op grond van artikel 4 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo), nu RECKITT BENCKISER is gevestigd in Nederland. De relatieve competentie berust op de algemene bevoegdheidsregel van artikel 99 Rv, omdat RECKITT BENCKISER in Hoofddorp is gevestigd. Ten aanzien van de modelrechtelijke grondslag kan de internationale en relatieve bevoegdheid van deze rechtbank worden afgeleid van artikel 90 lid 1 van de Gemeenschapsmodellenverordening (GModVo) juncto 99 Rv, omdat RECKITT BENCKISER in Hoofddorp is gevestigd.

De bevoegdheid in reconventie volgt onder meer uit artikel 4 lid 1 EEX-Vo juncto artikel 705 lid 1 Rv.

Toepasselijk recht

5.3.

POO POURRI beroept zich in het kader van haar vordering onder meer op de auteursrechtelijke bescherming in Nederland. Op deze bescherming is op grond van artikel 5 lid 1 van de Berner Conventie Nederlands recht als lex loci protectionis van toepassing. Nederlands recht bepaalt derhalve onder meer of sprake is van een auteursrechtelijke beschermd werk. Dit is door RECKITT BENCKISER niet betwist. Ook ten aanzien van de overige grondslagen gaan beide partijen uit van de toepasselijkheid van Nederlands recht. De voorzieningen rechter zal gelet hierop ook uitgaan van de toepasselijkheid van Nederlands recht.

Spoedeisend belang

5.4.

RECKITT BENCKISER stelt dat POO POURRI geen spoedeisend belang heeft bij het instellen van haar vorderingen in dit kort geding. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vloeit het spoedeisend belang echter genoegzaam voort uit de aard van de vordering, omdat POO POURRI onder meer stelt dat sprake is van inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten en onrechtmatig handelen jegens haar en zij aan de hand van de gevraagde inzage in de betreffende bescheiden haar rechtspositie nader zal kunnen bepalen in de (mogelijk aanstaande) procedures van POO POURRI jegens RECKITT BENCKISER in Nederland.

Maatstaf inzagevordering

5.5.

Een vordering op grond van artikel 843a Rv, al dan niet in verbinding met artikel 1019a Rv, kan worden toegewezen indien:
(a) degene die inzage, afschrift, uittreksel van bescheiden of overlegging van ander bewijsmateriaal vordert, daarbij een rechtmatig belang heeft,
(b) het bepaalde bescheiden en/of bepaald ander bewijsmateriaal betreft als bedoeld in voormelde bepalingen, en
(c) deze bescheiden en/of dit bewijsmateriaal een rechtsbetrekking betreffen waarin degene die deze vordering heeft ingesteld of zijn rechtsvoorgangers, partij zijn.

5.6.

In het kader van vereiste (c) bepaalt artikel 1019a Rv dat een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht geldt als een rechtsbetrekking als bedoeld in artikel 843a Rv. Deze inbreuk moet voorshands voldoende aannemelijk zijn gemaakt (Kamerstukken II 2005/06, 30392, 3, p. 18-19).

5.7.

In HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304 (AIB/Novisem), r.o. 4.1.5., heeft de Hoge Raad ten aanzien van het geval dat de inbreuk wordt betwist, overwogen:

“(…)
Degene die inzage, afgifte of uittreksel van bewijsmateriaal verlangt dient dan zodanige feiten en omstandigheden te stellen en met reeds voorhanden bewijsmateriaal te onderbouwen dat voldoende aannemelijk is dat inbreuk op een recht van intellectuele eigendom is of dreigt te worden gemaakt.

De vraag wat in het kader van een vordering uit hoofde van art.1019a Rv als een ‘voldoende’ mate van aannemelijkheid kan worden beschouwd, kan niet in algemene zin worden beantwoord. Daarbij komt het immers aan op een waardering van de stellingen en verweren van partijen en de overtuigingskracht van het eventueel reeds overgelegde bewijsmateriaal. Wel is uitgangspunt dat niet behoeft te zijn voldaan aan de mate van aannemelijkheid die is vereist voor toewijzing in kort geding van een op een (dreigende) inbreuk gebaseerde vordering.

De in de feitenrechtspraak veelal gehanteerde formulering dat uit de door de eiser gestelde (en zo mogelijk met bewijsmateriaal gestaafde) feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van een (dreigende) inbreuk moet kunnen worden afgeleid geeft geen blijk van miskenning van het voorgaande.

(…)”

Er dient dus sprake te zijn van een ‘voldoende’ mate van aannemelijkheid van de rechtsbetrekking, waarbij het aankomt op een waardering van de stellingen en verweren van partijen. Het criterium gaat niet zo ver dat de vordering voldoende aannemelijk moet zijn om in kort geding toegewezen te kunnen worden. Het criterium geldt ook voor zaken waarbij alleen artikel 843a Rv, en niet artikel 1019a Rv, van toepassing is.

5.8.

Voor zover de grondslag van de vordering van POO POURRI onrechtmatig handelen van RECKITT BENCKISER betreft, geldt voorts artikel 843a lid 4 Rv, dat bepaalt dat degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet gehouden is aan de exhibitieplicht te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

Rechtmatig belang

5.9.

POO POURRI stelt dat zij vorderingen jegens RECKITT BENCKISER wil instellen, wegens door RECKITT BENCKISER gepleegde inbreuk op de IE-rechten van POO POURRI en wegens onrechtmatig handelen door RECKITT BENCKISER jegens haar, onder meer doordat RECKITT BENCKISER in sales prestentaties voor retailers (Albert Heijn, Jumbo, Bol.com, Blokker en AS Watson) marketing materialen van POO POURRI heeft gebruikt. POO POURRI stelt dat zij een rechtmatig belang heeft bij inzage in en afschrift van de door haar genoemde bescheiden, aangezien zij bedoelde vorderingen daarmee nader kan onderbouwen. POO POURRI stelt daarnaast rechtmatig belang te hebben bij de Engelstalige versie van de V.I.Poo commercial, nu deze offline is gehaald en POO POURRI de inhoud daarvan niet kent. Mogelijk zijn er meer auteursrechtelijke beschermde trekken van de ‘Girls Don’t Poop’ video overgenomen en/of wordt op een andere wijze inbreuk gemaakt op de IE-rechten van POO POURRI. De video is voorts nodig voor de bewijsvoering, teneinde aan te kunnen tonen dat RECKITT BENCKISER ook voornemens is haar namaakproducten in Engeland en de Verenigde Staten te gaan lanceren, aldus nog steeds POO POURRI.

5.10.

RECKITT BENCKISER voert hiertegen aan dat POO POURRI geen rechtmatig belang heeft bij haar vordering aangezien er geen grond bestond voor het gelegde beslag.

5.11.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betreft de vraag of er een grond bestond voor het gelegde beslag evenwel een kwestie die aan de orde zal komen in het kader van de beantwoording van de vraag of de bescheiden waarvan inzage /afschrift wordt gevorderd een rechtsbetrekking betreffen waarin POO POURRI partij is. Die vraag zal in het navolgende per gestelde grondslag /overtreding nader worden beantwoord. De voorzieningenrechter is van oordeel dat POO POURRI een rechtmatig belang heeft bij de gevorderde bescheiden, nu deze relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de rechtspositie van POO POURRI.

5.12.

In het kader van de door POO POURRI gestelde onrechtmatige daad heeft RECKITT BENCKISER nog aangevoerd dat inzage onnodig is voor een behoorlijke rechtsbedeling als bedoeld in artikel 843a lid 4 Rv, omdat bijvoorbeeld ook getuigen zouden kunnen worden gehoord. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. Dat de personen bij de retailers met wie RECKITT BENCKISER heeft gesproken, ook als getuigen zouden kunnen worden gehoord, betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat POO POURRI daarom gehouden is haar stellingen op die andere wijze te bewijzen. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat het voor POO POURRI niet inzichtelijk is met wie RECKITT BENCKISER precies bij de betreffende retailers heeft gesproken. Daarnaast merkt de voorzieningenrechter op dat het gezien het tijdsverloop te vrezen valt dat getuigenverklaringen minder specifiek zijn, terwijl het voor de beoordeling van de vraag of RECKITT BENCKISER jegens POO POURRI onrechtmatig heeft gehandeld van belang zal zijn over details te beschikken. Immers, juist op grond van die details zou de handelswijze van RECKITT BENCKISER onrechtmatig kunnen worden beoordeeld. Onder deze omstandigheden kan niet worden gesteld dat redelijkerwijze kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtspleging ook zonder verschaffing van de gevraagde bescheiden gewaarborgd kan worden.

Voldoende bepaalde bescheiden

5.13.

De gevorderde bescheiden zijn voldoende bepaald nu het bestaan ervan in voldoende mate vaststaat, het bescheiden betreft die de rechtsbetrekking tussen partijen aangaat en de bescheiden voorts voldoende concreet zijn aangeduid. Van een “fishing expedition” is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake.

Rechtsbetrekking

5.14.

De voorzieningenrechter zal in het navolgende per gestelde grondslag /overtreding (zie r.o. 3.2. onder 1 tot en met 4) bespreken in hoeverre wordt voldaan aan het vereiste dat de gevraagde bescheiden een rechtsbetrekking betreffen waarin POO POURRI partij is.

1) Auteursrechtinbreuk door het zonder toestemming openbaar maken en verveelvoudigen van Poo Pourri marketingmateriaal

5.15.

RECKITT BENCKISER heeft niet gemotiveerd bestreden dat de marketing materialen voor het product ‘Poo Pourri’, in het bijzonder de ‘Girls Don’t Poop’ en/of ‘Imagine Where You can Go’ video’s, auteursrechtelijk beschermde werken zijn, vatbaar voor auteursrechtelijke bescherming in Nederland. De voorzieningenrechter zal dit ook als uitgangspunt nemen.

5.16.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan in het midden blijven of de verschillende producten (c.q. etiketten daarvan) en marketingmaterialen, alsmede het marketing- en product “format” ook auteursrechtelijk beschermde werken zijn, zoals POO POURRI stelt en RECKITT BENCKISER betwist, aangezien POO POURRI slechts het zonder toestemming openbaar maken en verveelvoudigen van haar marketingmateriaal aan de vordering ten grondslag legt.

5.17.

POO POURRI stelt in dit kader dat RECKITT BENCKISER tijdens salespresentaties bij retailers zonder toestemming van POO POURRI gebruik heeft gemaakt van Poo Pourri marketingmateriaal, in het bijzonder de YouTube video’s. POO POURRI onderbouwt die stelling onder verwijzing naar de verklaring van [A.] (vgl. r.o. 2.15.).

5.18.

Daartegenover hebben de advocaten van RECKITT BENCKISER ter zitting desgevraagd bij gebrek aan wetenschap betwist dat marketing materialen van POO POURRI zijn gebruikt in de sales prestentaties voor retailers. Daarnaast voert RECKITT BENCKISER aan dat het tonen van het Poo Pourri marketingmateriaal, in het bijzonder de YouTube video’s niet de vereiste auteursrechtelijke openbaarmaking of verveelvoudiging oplevert.

5.19.

De voorzieningenrechter gaat er van uit dat de wetenschap of door RECKITT BENCKISER gebruik is gemaakt van Poo Pourri marketingmateriaal gewoon bij RECKITT BENCKISER aanwezig moet zijn, aangezien zij zelf deze salespresentaties heeft gedaan. Het gestelde gebrek aan wetenschap ziet dus niet op gebrek aan wetenschap aan de zijde van RECKITT BENCKISER, maar op gebrek aan wetenschap van de advocaten. Desgevraagd hebben de advocaten van RECKITT BENCKISER ter zitting verklaard dat zij met hun cliënten niet hebben gesproken over de vraag of tijdens de salespresentaties gebruik is gemaakt van materialen van POO POURRI. Dit terwijl het gebruik van deze materialen één van de belangrijkste feitelijke grondslagen van de vordering is. De keuze van RECKITT BENCKISER om de ter ondersteuning van deze grondslag door POO POURRI opgevoerde feiten niet met haar advocaat te bespreken, moet naar het oordeel van RECKITT BENCKISER blijven. Het gebrek aan wetenschap van de advocaten, kan daarom niet worden geaccepteerd als een gebrek aan wetenschap van RECKITT BENCKISER.

5.20.

Gelet op het feit dat RECKITT BENCKISER zelf kennis moet hebben van wat er tijdens de salespresentaties is voorgevallen, had het naar het oordeel van de voorzieningenrechter op de weg van RECKITT BENCKISER gelegen om de stelling van POO POURRI dat zij marketingmateriaal van POO POURRI heeft gebruikt, gemotiveerd te betwisten. Dat heeft RECKITT BENCKISER nagelaten. De voorzieningenrechter stelt de betwisting van RECKITT BENCKISER op dit punt daarom als ongemotiveerd ter zijde. Als niet (voldoende gemotiveerd) betwist gaat de voorzieningenrechter in het navolgende dan ook uit van de aannemelijkheid van de stelling van POO POURRI dat de marketingmaterialen van POO POURRI, waaronder de genoemde video’s, door RECKITT BENCKISER zijn gebruikt tijdens de salespresentaties.

5.21.

Ten aanzien van het verweer van RECKITT BENCKISER dat het tonen van het Poo Pourri marketingmateriaal, in het bijzonder de YouTube video’s niet de vereiste auteursrechtelijke openbaarmaking of verveelvoudiging oplevert, geldt het volgende. Nu POO POURRI niet weet op welke wijze gebruik is gemaakt van haar marketingmateriaal, kan vooralsnog betwijfeld worden of sprake is van een relevante openbaarmaking en/of verveelvoudiging van auteursrechtelijk beschermde werken. In aanmerking genomen het gebrek aan (gemotiveerde) betwisting door RECKITT BENCKISER van het gebruik van de marketingmaterialen en een gebrek aan toelichting ten aanzien van de wijze van het gebruik door RECKITT BENCKISER, kan evenwel bepaald niet worden uitgesloten dat de materialen op zodanige wijze zijn gebruikt dat in een inbreukprocedure wordt geoordeeld dat sprake is van een relevante openbaarmaking en/of verveelvoudiging. Onder deze omstandigheden is de gestelde inbreuk naar het oordeel van de voorzieningenrechter net voldoende aannemelijk (in de zin van het in r.o. 5.7. weergegeven criterium) om toewijzing van de vordering, zoals hierna nader bepaald, op de grondslag in 3.2. onder (1) te rechtvaardigen.

2) Auteursrechtinbreuk door zonder toestemming overnemen van de beschermde trekken van de ‘Girls Don’t Poop’ video en POO POURRI’s marketing- en productformat in de Engelstalige V.I.Poo video

5.22.

Van de zijde van POO POURRI is gesteld dat er in de Engelstalige video mogelijk beschermde trekken van de ‘Girls Don’t Poop’ video zijn overgenomen en/of op een andere wijze inbreuk wordt gemaakt op het marketing- en productformat van POO POURRI. Ter zitting heeft POO POURRI in dit kader aangevoerd dat er in de bewuste video mogelijk in het Engels dezelfde woordgrapjes worden gemaakt als in de ‘Girls Don’t Poop’ video. POO POURRI stelt deze video dus nodig te hebben voor haar bewijsvoering, ook om te kunnen aantonen dat RECKITT BENCKISER voornemens is haar namaakproducten eveneens in Engeland en de Verenigde Staten te gaan lanceren.

5.23.

RECKITT BENCKISER heeft hiertegen ter zitting ingebracht dat de enkele gedachte dat met de Engelstalige video mogelijk inbreuk wordt gemaakt op de ‘Girls Don’t Poop’ video, onvoldoende is voor het instellen van onderhavige vordering.

5.24.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat POO POURRI onvoldoende heeft gesteld om een redelijk vermoeden van een inbreuk of een dreigende inbreuk te kunnen aannemen op dit punt. De enkele stelling dat mogelijk dezelfde woordgrapjes worden gemaakt is daartoe onvoldoende. Daarnaast wordt de Engelstalige video op dit moment niet gebruikt en leveren mogelijke voornemens nog geen onrechtmatig handelen /(dreigende) inbreuk op, terwijl bovendien onduidelijk is of de Engelstalig video überhaupt wel afkomstig is van RECKITT BENCKISER (NL). Gelet op dit alles faalt de in 3.2. onder 2 weergegeven grondslag, zodat de vordering van POO POURRI zoals bedoeld in 3.1. onder I (d) zal worden afgewezen.

3) Onrechtmatig handelen door Albert Heijn (of andere retailers) ertoe aan te zetten niet met POO POURRI in zee te gaan.

5.25.

POO POURRI stelt dat RECKITT BENCKISER onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door te profiteren van haar inspanningen ten aanzien van de ontwikkeling van haar marketing- en productformat, door haar product en marketingmaterialen te gebruiken in salespresentaties bij grote Nederlandse retailers, om zo ten koste van POO POURRI deals te sluiten. De omstandigheden die dit profiteren een onrechtmatig karakter geven kunnen er volgens POO POURRI in worden gevonden dat RECKITT BENCKISER POO POURRI’s product en de marketingmaterialen heeft ingezet in presentaties bij de retailers, terwijl zij zelf nog geen product had ontwikkeld, en dat RECKITT BENCKISER haar dominante positie ten aanzien van die retailers heeft gebruikt om hen te “pushen” met RECKITT BENCKISER in zee te gaan en zodoende POO POURRI uit de markt te drukken. Dit is in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid en derhalve onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW, aldus POO POURRI.

5.26.

De voorzieningenrechter stelt bij de beoordeling van deze grondslag voorop dat het enkele profiteren van het bedrijfsdebiet van een concurrent volgens vaste rechtspraak niet onrechtmatig is, ook als die concurrent daarvan schade ondervindt. Slechts onder bijkomende omstandigheden, in verband met de wijze waarop, respectievelijk de omstandigheden waaronder dat profiteren plaatsvindt, kan het profiteren van het bedrijfsdebiet van een concurrent wél onrechtmatig zijn.

5.27.

In het voorgaande (zie r.o. 5.20.), is reeds vastgesteld dat voldoende aannemelijk is dat de producten van POO POURRI door RECKITT BENCKISER zijn gebruikt tijdens salespresentaties met retailers, tevens potentiële afnemers van POO POURRI. Onbetwist is voorts dat RECKITT BENCKISER op dat moment nog niet beschikte over een eigen product. Gelet op deze twee bijzondere omstandigheden, en in aanmerking genomen dat de afnemers na de presentatie met RECKITT BENCKISER in zee zijn gegaan en niet met POO POURRI, is de voorzieningenrechter van oordeel dat er, afhankelijk van de omstandigheden waaronder en de wijze waarop de producten van POO POURRI en het overige marketingmateriaal van POO POURRI zijn gebruikt door RECKITT BENCKISER, sprake kan zijn van onrechtmatig handelen van de zijde van RECKITT BENCKISER. Daarbij komt dat RECKITT BENCKISER geen gemotiveerde betwisting geeft omtrent het gestelde onrechtmatige gebruik van de producten en materialen van POO POURRI tijdens haar salespresentaties. Zij volstaat met een (door de voorzieningenrechter onvoldoende geachte) betwisting “bij gebrek aan wetenschap”, terwijl zij wel degelijk wetenschap heeft over de gang van zaken bij de salespresentaties. Ook hier geldt dat het gestelde onrechtmatig handelen in de gegeven omstandigheden naar het oordeel van de voorzieningenrechter net voldoende aannemelijk is (in de zin van het in r.o. 5.7. gegeven criterium), om toewijzing van de vordering op de grondslag in 3.2. onder (3) te rechtvaardigen.

4) Ontlening bij gebruik van POO POURRI’s niet-ingeschreven gemeenschapsmodel

5.28.

POO POURRI beoogt met haar grondslag van ontlening van POO POURRI’s niet-ingeschreven gemeenschapsmodel (in 3.2. onder 4) eveneens inzage en afschrift te verkrijgen in de bescheiden zoals aangeduid in 3.1. onder I. (a)-(c). Nu inzage en afschrift van die bescheiden reeds toewijsbaar is geacht op de grondslagen in 3.2. onder 1 en 3, behoeft de grondslag in 3.2. onder 4 geen inhoudelijke bespreking meer.

De vorderingen meer concreet

5.29.

POO POURRI vordert niet alleen (in 3.1. onder II) inzage in de beslagen bescheiden maar ook inzage en afschrift van niet beslagen bescheiden (in 3.1. onder I). POO POURRI heeft ten aanzien van het gevorderde in 3.1. onder I desgevraagd toegelicht dat zij op grond van artikel 843a en 1019a Rv ook bevoegd is afgifte en inzage van niet beslagen bescheiden te vorderen en dat zij daarbij belang heeft, omdat de deurwaarder mogelijk niet alle relevante bescheiden heeft beslagen. De voorzieningenrechter constateert evenwel dat de vordering in 3.1. onder I ziet op dezelfde bescheiden als die waarvoor verlof tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag is verleend. Er bestaat voorts geen enkele aanwijzing dat de deurwaarder in het kader van dat beslag niet reeds alles heeft beslagen. Onder die omstandigheid, en in aanmerking genomen dat toewijzing van de vordering in 3.1. onder I mogelijk tot executiegeschillen leidt vanwege verwarring omtrent de bedoeling daarvan naast het gelegde beslag, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor toewijzing van het gevorderde in 3.1. onder I.

5.30.

De vordering in 3.1. onder II is op zichzelf toewijsbaar gelet op het feit dat de bescheiden in het beslagrekest – anders dan RECKITT BENCKISER betoogt – reeds voldoende zijn bepaald. Echter, gelet op het belang van RECKITT BENCKISER bij het ontdoen van vertrouwelijke bedrijfsgegevens uit deze bescheiden, zal de voorzieningenrechter niet het gevorderde in 3.1. onder II toewijzen, maar het subsidiair gevorderde in 3.1. onder III, met inachtneming van het navolgende.

5.31.

In 3.1. onder III vordert POO POURRI onder (a) om RECKITT BENCKISER te bevelen dat zij een kopie van de bescheiden in bewaarneming verstrekt aan DigiJuris B.V. Aangezien DigiJuris B.V. al gerechtelijk bewaarder is van de bedoelde bescheiden, voert RECKITT BENCKISER hier terecht tegen aan dat POO POURRI geen belang heeft bij deze vordering. Dit deel van het in 3.1. onder III gevorderde zal dan ook worden afgewezen.

5.32.

In 3.1. onder III (b) vordert POO POURRI dat RECKITT BENCKISER een termijn wordt geboden van één dag om de bescheiden te ontdoen van vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Gelet op het feit dat partijen concurrenten van elkaar zijn, in aanmerking genomen de onbetwiste stelling van RECKITT BENCKISER dat de bescheiden concurrentiegevoelige informatie zullen bevatten, acht de voorzieningenrechter het van belang dat RECKITT BENCKISER de gelegenheid krijgt om de bescheiden van concurrentiegevoelige informatie te ontdoen. Met RECKITT BENCKISER is zij van oordeel dat een termijn van één dag daarvoor te kort is. In dit verband is van belang dat POO POURRI heeft gesteld dat de deurwaarder weken met de aanvankelijk beslagen bescheiden bezig is geweest, teneinde vast te stellen welke bescheiden onder het beslag vielen, zodat niet kan worden uitgesloten dat het om een omvangrijke hoeveelheid bescheiden gaat. De voorzieningenrechter zal RECKITT BENCKISER daarom een termijn van twee weken gunnen.

5.33.

In 3.1. onder III (c) vordert POO POURRI benoeming van deurwaarder [C.] als deskundige, teneinde op schriftelijk verzoek van POO POURRI de bij DigiJuris B.V. te Amersfoort in gerechtelijke bewaarneming genomen bescheiden te onderzoeken op naleving van het in 3.1. onder I, II en III sub a gevorderde bevel om inzage te verschaffen in de door het bewijsbeslag getroffen bescheiden. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent als volgt.

5.34.

Het in 3.1. onder I, II en III (a) gevorderde zal blijkens het hiervoor overwogene worden afgewezen, zodat hierin geen grondslag kan worden gevonden voor het benoemen van een deskundige.

Voor zover POO POURRI – nu het in 3.1. onder III gevorderde verwijst naar het onder II gevorderde – heeft bedoeld dat de deskundige dient te controleren of RECKITT BENCKISER haar medewerking heeft verleend in het toestaan van inzage in en afschrift van alle onder het beslag vallende bescheiden, heeft zij ook niet duidelijk gemaakt wat haar belang is bij benoeming van een deskundige, nu zij zelf kan controleren of RECKITT BENCKISER haar medewerking heeft verleend.

Ter zitting heeft POO POURRI uitgelegd dat de deskundige zou moeten controleren of POO POURRI niet meer dan nodig als vertrouwelijk heeft aangemerkt. In aanmerking genomen het belang van RECKITT BENCKISER enerzijds bij het beschermen van vertrouwelijke informatie en het belang van POO POURRI anderzijds om te voorkomen dat RECKITT BENCKISER meer dan noodzakelijk als vertrouwelijk aanmerkt, zal het in 3.1. onder III (c) gevorderde op deze grond worden toegewezen als hierna bepaald.

5.35.

De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd op de wijze als in het dictum vermeld.

Uitvoerbaar bij voorraad verklaring

5.36.

RECKITT BENCKISER voert tegen de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring aan dat dit een eventueel hoger beroep van RECKITT BENCKISER nutteloos maakt en dat POO POURRI geen spoedeisend belang heeft bij de executie van een toewijzend vonnis.

5.37.

Zoals in het voorgaande (r.o. 5.4.) reeds overwogen, acht de voorzieningenrechter een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vordering en daarmee tevens de executie van een toewijzend vonnis aanwezig. Wanneer een voorlopige voorziening wordt verleend, is het in beginsel niet wenselijk dat de aanwending van een rechtsmiddel de tenuitvoerlegging van het kort gedingvonnis kan opschorten. Juist gelet op de aard van de kort gedingprocedure ligt het voor de hand, anders dan RECKITT BENCKISER meent, dat dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Dit geldt temeer nu de afgifte zal worden omkleed met de waarborg hiervoor onder 5.32. vermeld. De kans dat een onomkeerbare situatie teweeg gebracht wordt, zoals aangevoerd door RECKITT BENCKISER, staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het onderhavige geval aan toewijzing van de uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring van dit vonnis niet in de weg.

Proceskosten in conventie

5.38.

Als de in conventie (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij zal RECKITT BENCKISER worden veroordeeld in de proceskosten van POO POURRI. Hierbij heeft te gelden dat POO POURRI slechts aanspraak kan maken op een vergoeding op basis van artikel 1019h Rv voor dat deel van haar kosten dat betrekking heeft op de handhaving van de door haar gestelde intellectuele eigendomsrechten. Voor het deel dat betrekking heeft op de door haar gestelde onrechtmatige daad, dient het liquidatietarief te worden toegepast. De voorzieningenrechter gaat er, gelet op de inhoud van de dagvaarding en de uitkomst van onderhavige procedure, van uit dat 50% van de bestede tijd is toe te rekenen aan de gestelde IE-inbreuken en 50% aan de gestelde onrechtmatige daad.

5.39.

Ten aanzien van de kosten die zijn toe te rekenen aan de gestelde IE-inbreuken, geldt het volgende. POO POURRI heeft een kostenstaat in het geding gebracht, die sluit op een totaalbedrag van € 74.273,- aan advocaatkosten. Gelet op het in r.o. 5.38. overwogene, zou, uitgaande van dit bedrag, een bedrag van € 37.136,50 (€ 74.273,- x 50%) kunnen worden toegeschreven aan de IE-grondslag van de vordering. De voorzieningenrechter ziet evenwel aanleiding om bij de vraag of en in hoeverre het hierbij gaat om redelijke en evenredige kosten aansluiting te zoeken bij de indicatietarieven in IE-zaken, waarin voor niet eenvoudige korte gedingen (als de onderhavige) een maximumbedrag is genoemd van

€ 15.000,-. POO POURRI heeft weliswaar gesteld dat deze zaak bewerkelijker is geweest dan andere niet-eenvoudige IE-kort gedingen, gelet op de hoeveelheid aan grondslagen, de gelaagdheid van de inzagevordering en de complexe voorfase van de beslaglegging, maar evenals RECKITT BENCKISER volgt de voorzieningenrechter POO POURRI daarin niet. Er zijn in de onderhavige zaak twee IE-grondslagen aangevoerd, op redelijk beknopte wijze. Deze grondslagen zijn niet complexer of bewerkelijker dan wat in niet-eenvoudige korte gedingen gangbaar is. Dat de gelaagdheid van de inzagevordering aanleiding zou zijn om af te wijken van de indicatietarieven, wordt door de voorzieningenrechter niet gevolgd, aangezien de voorzieningenrechter, blijkens het in r.o. 5.29. e.v. overwogene, niet al die lagen toewijsbaar acht. Daarom kan deze gelaagdheid ook niet leiden tot afwijking van de indicatietarieven. De gestelde complexiteit van het beslag wordt ook niet gevolgd, aangezien het een gangbaar bewijsbeslag betreft en het verzoekschrift en de dagvaarding in hoge mate overeenstemmen, zodat daarin ook geen reden kan worden gezien af te wijken van de indicatietarieven. Het IE-deel van de kosten wordt dan ook begroot op € 7.500,-

(€ 15.000,- x 50%).

5.40.

Het deel van de kosten dat betrekking heeft op de onrechtmatige daad grondslag begroot de voorzieningenrechter op € 1.224,- (3 punten x € 816,- x 50%).

5.41.

Deze bedragen dienen te worden vermeerderd met de verschotten. POO POURRI heeft onbetwist en met onderbouwing van een kostenspecificatie gesteld dat de door haar betaalde verschotten (inclusief dagvaarding en griffierecht) € 2.986,28 bedragen. De voorzieningenrechter begroot de door RECKITT BENCKISER aan POO POURRI te vergoeden verschotten op dit bedrag.

5.42.

Ten slotte dient RECKITT BENCKISER de door POO POURRI met stukken onderbouwde en door RECKITT BENCKISER onvoldoende betwiste beslagkosten (inclusief de kosten van de gerechtelijke bewaarneming) ad € 8.038,79, aan POO POURRI te vergoeden, op de voet van artikel 706 Rv.

5.43.

Het voorgaande leidt ertoe dat RECKITT BENCKISER zal worden veroordeeld tot betaling van een totaalbedrag van € 19.749,07 aan proceskosten.

Termijnbepaling bodemprocedure

5.44.

POO POURRI vordert een termijnbepaling waarbinnen op grond van artikel 1019i Rv en artikel 50 lid 6 van de Agreement on Trade-Related aspects of Intellectual Property Rights (het TRIPs-Verdrag), een bodemprocedure aanhangig dient te worden gemaakt op 6 maanden na het wijzen van dit vonnis. Nu hiertegen geen verweer is gevoerd, zal de voorzieningenrechter deze gevorderde termijn toewijzen.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

De gevorderde opheffing van de beslagen zal worden afgewezen, nu uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat de vorderingen die aan de beslagen ten grondslag zijn gelegd niet summierlijk ondeugdelijk zijn als bedoeld in artikel 705 lid 2 Rv.

6.2.

Als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij zal RECKITT BENCKISER worden veroordeeld in de proceskosten van POO POURRI. Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie, begroot de voorzieningenrechter de kosten van POO POURRI in reconventie op nihil.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

veroordeelt RECKITT BENCKISER binnen twee weken na betekening van dit vonnis alle benodigde medewerking te verlenen aan het verschaffen van inzage in en afschrift aan POO POURRI van de door het bewijsbeslag getroffen bescheiden, met dien verstande dat het RECKITT BENCKISER is toegestaan om vertrouwelijke bedrijfsgegevens in de betreffende bescheiden zwart te maken;

7.2.

veroordeelt RECKITT BENCKISER om aan POO POURRI een dwangsom te betalen van € 1.500,- voor iedere dag dat zij niet aan de in r.o. 7.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 150.000,-;

7.3.

bepaalt dat deurwaarder [C.] als deskundige wordt benoemd om op schriftelijk verzoek van POO POURRI te onderzoeken of RECKITT BENCKISER meer gegevens zwart heeft gemaakt dan die welke als vertrouwelijk kunnen worden aangemerkt, en hierover verslag uit te brengen aan partijen;

7.4.

veroordeelt RECKITT BENCKISER in de proceskosten in conventie, aan de zijde van POO POURRI, tot op heden begroot op € 19.749,07;

7.5.

bepaalt de termijn ex artikel ex artikel 1019i Rv en artikel 50 lid 6 TRIPs voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op zes maanden;

7.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

7.7.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

7.8.

wijst de vordering af;

7.9.

veroordeelt RECKITT BENCKISER in de proceskosten in reconventie, aan de zijde van POO POURRI tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.I. de Vreese-Rood en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.A.H. Stam op 22 juli 2016.1

1 Conc.: 1289