Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:5535

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-07-2016
Datum publicatie
06-07-2016
Zaaknummer
C/15/243492/KG ZA 16-369
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Instagram LLC moet de NAW-gegevens van een accounthouder vrijgeven. De belangen van de eisende partij wegen zwaarder dan de privacy van de accounthouder.

Wetsverwijzingen
Wet bescherming persoonsgegevens
Wet bescherming persoonsgegevens 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2016/53
IR 2016/130, UDH:IR/13683 met annotatie van Onder redactie van Tina van der Linden en Kea Kroeks – de Raaij
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

PY/AS

zaaknummer / rolnummer: C/ 15 /243492 / KG ZA 16 -369

Vonnis in kort geding van 5 juli 2016

in de zaak van

[TOEV]

[Voornaam eiseres] [Achternaam] - [Achternaam],

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. M. Zeeman te Alkmaar,

tegen

de buitenlandse vennootschap
INSTAGRAM LLC,

gevestigd te Menlo Park, United States,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 26 mei 2016, met producties,

  • -

    de akte wijziging eis;

  • -

    de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 27 juni 2016, alwaar verschenen zijn de heer [Voorletter man] [Achternaam] , de echtgenoot van eiseres, bijgestaan door mr. Zeeman voornoemd en voor gedaagde mr. Van den Brink voornoemd.

  • -

    de pleitnota van gedaagde.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eiseres is de moeder van de op 3 januari 2001 geboren, thans [leeftijd] oude [Voornaam] [Achternaam] (hierna ook te noemen: de minderjarige).

2.2.

Instagram is een sociaal medium, waarop gebruikers foto’s en video’s kunnen plaatsen, delen, “liken” en van commentaar voorzien. Deze diensten staan onder controle van en worden uitgevoerd door gedaagde.

2.3.

De door gedaagde gehanteerde “Richtlijnen voor de community” luiden voor zover relevant als volgt:

Plaats foto’s en video’s die geschikt zijn voor een diverse doelgroep.
We weten dat mensen op bepaalde ogenblikken mogelijk artistieke of creatieve naaktafbeeldingen willen delen, maar staan vanwege een scala aan redenen geen naaktbeelden toe op instagram. Naaktbeelden verwijzen naar foto’s, video’s en andere digitaal gemaakte inhoud waarop seksuele gemeenschap, geslachtsdelen of close-ups van naakte billen zijn afgebeeld. Dit heeft ook betrekking op tepels van vrouwen (…)

We hanteren een zerotolerantiebeleid beleid wanneer het gaat om het delen van seksuele inhoud van minderjarigen of het plaatsen van intieme afbeeldingen van anderen.

Respecteer andere leden van de Instagram-community.
We willen een positieve en diverse community onderhouden. We verwijderen inhoud met geloofwaardige bedreigingen of haatdragend taalgebruik, inhoud die is gericht op het vernederen of beschamen van individuen, persoonlijke informatie die is gericht op het chanteren of lastigvallen van een persoon en herhaalde ongewenste berichten. (…)”

2.4.

Medio [maand/jaar] heeft een onbekend persoon een account aangemaakt onder de profielnaam ‘ [Naam profiel] ’ op (de website van) Instagram. Hierop zijn pornografische dan wel seksueel getinte foto’s en video’s geplaatst, waarbij - onder meer door het vermelden van haar bijnaam “varkenneus” - werd gesuggereerd dat deze gemaakt dan wel afkomstig waren van de minderjarige.

2.5.

Bekenden van de minderjarige hebben de betreffende foto’s en video’s met verwijzingen via whatsapp-berichten gedeeld.

2.6.

Voormeld account is door gedaagde verwijderd.

2.7.

Op of omstreeks [* 2] [maand/jaar] heeft [Voorletter] . [Achternaam] het navolgende aan gedaagde meegedeeld:

“Geachte heer/mevrouw,

Mijn dochter haar naam is gebruikt bij foto’s welke niet van haar waren,
Het account is uiteindelijk door Instagram verwijderd. Het betreft hier foto’s van andere die naakt waren en waarbij mijn dochter haar naam is gebruikt.
Wij willen degene achterhalen wie dit heeft gedaan, want we zijn bang dat als we nu geen stappen ondernemen dat dit zometeen daadwerkelijk wel gebeurd, iemand die zomaar foto’s maakt in een kleedkamer of iets dergelijks.

Het betreft de accountnaam: [Naam profiel]

Indien Instagram niet de gegeven van diegene wie dit account heeft gemaakt kan of mag verstrekken, zullen wij met een advocaat verdere stappen ondernemen.

Wij gaan er vanuit dat een account die 2 dagen terug is verwijderd dat de gegevens van die account nog wel in de database zit van Instagram.”

2.8.

Eiseres heeft aangifte bij de politie gedaan tegen de onbekende persoon die voormeld account heeft aangemaakt.

3 Het geschil

3.1.

Eiseres vordert - na aanpassing van haar eis - dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om aan eiseres binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te verstrekken, voor zover gedaagde daarover beschikt:
a. de contactinformatie verstrekt bij registratie;
b. het IP-adres gebruikt bij registratie;
c. de datum en het tijdstip van registratie;
d. datum, tijdstip en IP-adressen voor recente logins;
van de houder van het Instagram account met gebruikersnaam “ [Naam profiel] ” op [data] [maand/jaar] , op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag(deel) dat zij niet voldoet aan het vonnis, met een maximum van € 10 .000,- en veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.

3.2.

Eiseres heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat gedaagde onrechtmatig handelt door te weigeren voormelde gegevens aan haar te overhandigen. Hierdoor geeft zij aan iedereen een vrijbrief zich schuldig te maken aan cyberpesten.
Tijdens de zitting is nog aangegeven dat dit niet het enige incident is. De minderjarige wordt heel erg gepest door een bepaalde groep van school dan wel uit de buurt. De betreffende personen komen hier steeds mee weg. De minderjarige lijdt zeer onder alle pesterijen en heeft al een aantal zelfmoordpogingen gedaan.

3.3.

Gedaagde stelt zich op het standpunt dat zij als tussenpersoon een neutraal platform aanbiedt waarop gebruikers content kunnen publiceren. Op grond van artikel 14 van de E-commerce richtlijn 2000/31 is de aanbieder van een dienst van de informatiemaatschappij niet aansprakelijk voor de informatie die hij op verzoek van een ander opslaat, indien hij niet daadwerkelijk kennis heeft van de onwettige activiteit of informatie, of waar hij, zodra hij er daadwerkelijk kennis van neemt, prompt handelt om de informatie te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken. De content waar eiseres over klaagt en de account “ [Naam profiel] ” waar deze werd gepubliceerd zijn niet meer beschikbaar op Instagram.

3.4.

Daarnaast heeft gedaagde aangevoerd dat volgens de Privacy Richtlijn slechts persoonsgegevens mogen worden verwerkt indien de verwerking noodzakelijk is voor één van de doelen omschreven onder artikel 7 f van de Richtlijn. Naar vaste rechtspraak moet de rechter alsdan de belangen van eiser afwegen tegen die van de tussenpersoon en de personen van wie er persoonsgegevens worden gevorderd. Gedaagde is niet in de positie deze belangenafweging zelf te maken. Om die reden kan zij het onderhavige verzoek niet inwilligen zonder rechterlijk bevel. Als de voorzieningenrechter haar beveelt gegevens te verstrekken, zal gedaagde daaraan vrijwillig voldoen, voor zover zij daarover beschikt. Er is dan ook onvoldoende reden voor het opleggen van dwangsommen. Daarnaast dient gedaagde niet te worden veroordeeld in de proceskosten. Als tussenpersoon is zij gedwongen zich te refereren aan het oordeel van de rechter. Ook omdat gedaagde geen “vol” verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen, is er geen plaats voor een kostenveroordeling.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Door de omstandigheid dat partijen gevestigd zijn op het grondgebied van verschillende staten, draagt deze zaak een internationaal karakter. Voor alles dient dan ook de vraag te worden beantwoord of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt om van de onderhavige vorderingen kennis te nemen.

4.2.

Op grond van artikel 102 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad mede bevoegd de rechter van de plaats
waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Aangezien eiseres onbetwist heeft gesteld dat de schade zich heeft voorgedaan in haar woonplaats [woonplaats] , is deze rechtbank bevoegd om van de onderhavige vordering kennis te nemen.

4.3.

Ingevolge artikel 10 :159 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt voor de beoordeling van de (gestelde) onrechtmatigheid van de plaatsing van foto’s en video’s op (de website) van Instagram het recht toegepast van het land waar het centrum van de belangen van het slachtoffer zich bevindt. Dit is meestal zijn gewone verblijfplaats. Hieruit volgt dat het Nederlandse recht op deze zaak van toepassing is.

4.4.

De op onrechtmatige daad gebaseerde vordering van eiseres ziet op het verstrekken van naam- en adresgegevens, IP-adressen en informatie over het inloggen met de desbetreffende adressen. Ten aanzien hiervan wordt het volgende voorop gesteld. Onder omstandigheden kan op een provider de rechtsplicht rusten om zogenoemde NAW-gegevens te verstrekken aan een benadeelde (Hoge Raad 25 november 2005, Lycos/Pessers, ECLI:NL:HR:2005:AU4019). Dit geldt temeer voor een provider van User Generated Content, die zelf (mede) invloed uitoefent op hetgeen via haar medium wordt verspreid, onder meer door middel van het kenbaar maken van haar richtlijnen, het stellen van voorwaarden aan personen die een account aanmaken en het (al dan niet) ingrijpen wanneer ongepast of aanstootgevende content wordt geplaatst.

4.5.

Een rechtsplicht tot het verstrekken van NAW-gegevens zoals in deze zaak gevorderd, kan voor een provider bestaan als aannemelijk is dat anoniem, althans door een door de benadeelde niet te traceren persoon, onrechtmatige uitlatingen via deze provider openbaar zijn gemaakt en de benadeelde alleen door tussenkomst van de provider, door middel van het verstrekken van NAW-gegevens, dergelijk onrechtmatig handelen zou kunnen bestrijden. Gedaagde heeft dat op zichzelf ook niet betwist. Uit de (hiervoor onder 2.3 gedeeltelijk weergegeven) door haar gehanteerde “Richtlijnen voor de community” volgt dat zij het nodige wil doen om dergelijke onrechtmatige uitingen te voorkomen en te bestrijden.

4.6.

Daarnaast heeft gedaagde niet betwist dat het openbaar maken van de gewraakte foto’s en video’s waarbij de bijnaam van de minderjarige wordt genoemd, jegens laatstgenoemde onrechtmatig is. Gedaagde heeft evenmin betwist dat eiseres niet op andere wijze dan door het benaderen van gedaagde de gegevens kan achterhalen van degene die op deze wijze onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Nu de voorwaarden voor toewijzing van de vordering aldus vervuld zijn, komt het ten aan op een afweging van alle betrokken belangen.
Met betrekking tot het belang van gedaagde om geen persoonsgegevens van betrokkenen te hoeven openbaren, heeft te gelden dat artikel 8 sub f Wet bescherming persoonsgegevens
- waarin de Richtlijn bescherming persoonsgegevens 95/46/EG is geïmplementeerd - aan gedaagde de bevoegdheid geeft om persoonsgegevens van de desbetreffende accounthouder te verstrekken indien zulks noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van eiseres, tenzij het belang van de (voormalige) accounthouder en in het bijzonder diens recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer prevaleert; in dat kader moeten dus de belangen van eiseres en de accounthouder tegen elkaar worden afgewogen.

4.7.

Een dergelijke afweging leidt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat het belang van eiseres in dit geval het zwaarste behoort te wegen, aangezien de minderjarige anders ‘vogelvrij’ zou zijn voor dit soort acties van anonieme personen. Dit betekent dat op gedaagde de rechtsplicht rust om aan eiseres de gevraagde gegevens te verstrekken. Gedaagde heeft geen feiten en/of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan het tegendeel zou moeten worden aangenomen.

4.8.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering van eiseres tot afgifte van gegevens zal worden toegewezen, voor zover gedaagde hierover de beschikking heeft. De gevorderde dwangsom is eveneens toewijsbaar, als prikkel tot nakoming. Als gedaagde aan de veroordeling zal voldoen, zoals zij heeft aangegeven, zal zij geen dwangsom(men) verbeuren.

4.9.

De voorzieningenrechter ziet in hetgeen gedaagde heeft aangevoerd geen aanleiding om af te wijken van het wettelijk uitgangspunt dat de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten wordt veroordeeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt gedaagde om, voor zover zij daarover de beschikking heeft, aan eiseres binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis de gegevens met betrekking tot de houder van het Instagram account met gebruikersnaam ‘ [Naam profiel] ’ op [* 1] tot en met [* 2] [maand/jaar] , waaronder in ieder geval:
a. de contactinformatie verstrekt bij registratie;
b. het IP-adres gebruikt bij registratie;
c. de datum en het tijdstip van registratie;
d. datum, tijdstip en IP-adressen voor recente logins,
op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag(deel) dat gedaagde na ommekomst van genoemde termijn in gebreke blijft met het verstrekken van de verzochte gegevens, met een maximum aan de te verbeuren dwangsommen van € 10 .000,-.

5.2.

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 173,08 aan verschotten en op € 816,- aan salaris advocaat;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. P.L. Ypma op 5 juli 2016.1

1 type: PY coll: