Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:5343

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-06-2016
Datum publicatie
30-06-2016
Zaaknummer
15/700458-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Holland heeft een man veroordeeld tot een maand gevangenisstraf geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van veertig uur, omdat hij een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een ontuchtige gedraging, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit heeft gehad. De rechtbank – die de tenlastelegging tegen de achtergrond van de inhoud van het dossier aldus begrijpt dat het gaat om het bezit van een iPhone met daarop dierenpornografische foto- en videobestanden – acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De telefoon moet worden onttrokken aan het verkeer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700458-14 (P)

Uitspraakdatum: 28 juni 2016

Verstek

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 juni 2016 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M.H.G. Peters.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 4 maart 2014 te Hoorn, in elk geval Nederland, 575 afbeelding, te weten 511 foto(bestand)(en) en 64 film(bestand)(en)en/of een gegevensdrager bevattende (een) afbeelding(en) - (te weten: een telefoon merk Apple, type iPhone 5)) in zijn bezit heeft gehad, terwijl op die bestanden (telkens) (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een mens en een dier zijn betrokken, welke handeling(en) -zakelijk weergegeven- (telkens) bestond(en) uit:

- het door een dier oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een mens;

- het door een dier likken van de geslachtsdelen en/of billen en/of borsten van een mens;

- het door een dier in de mond nemen van de geslachtsdelen van het lichaam van een mens;

- het door een dier betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van het lichaam van een mens.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de inhoud van de volgende bewijsmiddelen.1

i. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 april 2014, opgemaakt door [verbalisant]:

Op dinsdag 4 maart 2014 is verdachte [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], aangehouden op verdenking van ambtsdwang. In het proces-verbaal van bevindingen, welk is opgemaakt door [verbalisant], staat vermeld dat verdachte [verdachte] alles met zijn mobiele telefoon heeft gefilmd. Besloten is om de mobiele telefoon van [verdachte] in beslag te nemen voor waarheidsvinding. Hierop is de telefoon naar de digitale recherche gebracht.

Op 7 april 2014 is er mailcontact geweest tussen de digitale recherche en de afhandelunit Hoorn. In dit mailcontact is aangeven dat tijdens het onderzoeken van de telefoon van verdachte [verdachte] een grote hoeveelheid verboden beeldmateriaal stond (artikel 254a Lid 1 Wetboek van Strafrecht, seks met dieren).

De mobiele telefoon van verdachte [verdachte] is van het merk Apple, type I-phone 5, zwart van kleur en voorzien van beslagnummer A1429.

Proces-verbaal van bevindingen van digitaal onderzoek d.d. 7 april 2014, opgemaakt door [verbalisant]:

Op 6 maart 2014 werd aan mij voor digitaal onderzoek aangeboden een Apple Iphone van [verdachte]. Tijdens het onderzoeken van de telefoon zag ik dat er in de telefoon van verdachte, in de hoofdmap waar de foto- en filmbestanden worden opgeslagen, submappen waren aangemaakt met onder andere de namen Filmrol, Mijn fotostream, Video’s en Doog. Onderzoek aan deze mappen leverde een forse hoeveelheid foto- en videobestanden op waarvan het bezit verboden is bij artikel 254a lid 1 Wetboek van Strafrecht (seks met dieren).

Proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed d.d. 14 juli 2014, opgemaakt door [verbalisant] en [verbalisant]:

Op 4 maart 2014 is uit handen van [verdachte] in beslag genomen een Apple Iphone 5.

Na een eerste selectie door verbalisant [verbalisant], is door mij, verbalisant [verbalisant] een nader onderzoek ingesteld naar de in de gegevensdrager aangetroffen afbeeldingen.

Bij de aangetroffen afbeeldingen zijn in totaal 511 foto’s en 64 films aangetroffen als bedoeld in artikel 254a van het Wetboek van Strafrecht.

De inhoud van de beoordeelde dierenpornografische foto’s is verwerkt in de bijgevoegde collectiescan die als bijlage II bij dit proces verbaal is gevoegd.

Alle aangetroffen afbeeldingen zijn normaal en zonder speciale software door de gebruiker te benaderen en zijn zichtbare bestanden.

Collectiescan, bijlage II

In onderstaand overzicht zijn de in de 575 dierenpornografische afbeeldingen zichtbare (strafbare) elementen weergegeven:

X

Dieren

(ongeveer 100 %)

X

penetratie

X

van een meerderjarige

X

oraal

X

vaginaal

X

anaal

met mond/tong

X

betasten/aanraken door een dier van een meerderjarige

X

likken geslachtsdelen/billen/borsten

likken ander deel lichaam

X

betasten/aanraken door een dier van een meerderjarige

X

likken/in mond nemen geslachtdelen

X

betasten/aanraken geslachtdelen

Proces-verbaal van bevindingen d.d.16 juli 2014, opgemaakt door [verbalisant]:

Op 15 juli 2014 voerde ik een gesprek met [verdachte]. Hij ging verder over de gang van zaken. Hij zou door een politieman naar het politiebureau in Hoorn zijn gebracht om een verklaring af te leggen. Toen had de politie zijn telefoon afgepakt.

3.3.

Bewezenverklaring

De rechtbank – die de tenlastelegging tegen de achtergrond van de inhoud van het dossier aldus begrijpt dat het gaat om het bezit van een iPhone met daarop dierenpornografische foto- en videobestanden – acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 4 maart 2014 te Hoorn 575 afbeeldingen, te weten 511 fotobestanden en 64 filmbestanden op een gegevensdrager bevattende deze afbeeldingen te weten een telefoon merk Apple, type iPhone 5 in zijn bezit heeft gehad, terwijl op die bestanden telkens (een) ontuchtige handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij telkens een mens en een dier zijn betrokken, welke handelingen -zakelijk weergegeven- telkens bestonden uit:

- het door een dier oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een mens;

- het door een dier likken van de geslachtsdelen en/of billen en/of borsten van een mens;

- het door een dier in de mond nemen van de geslachtsdelen van het lichaam van een mens;

- het door een dier betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van het lichaam van een mens.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of spelfouten zijn verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een ontuchtige gedraging, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis. Voorts heeft de officier van justitie onttrekking aan het verkeer gevorderd van de mobiele telefoon waarop de dierenporno is aangetroffen.

6.2.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een groot aantal foto’s en filmfragmenten met dierenpornografie in bezit gehad. Dat is door de wetgever strafbaar gesteld ter bescherming van de zedelijke opvattingen en om het seksueel misbruik van dieren en de exploitatie van dieren daartoe tegen te gaan. Ook voor dierenpornografie geldt dat zolang er mensen zijn die deze afbeeldingen en films bekijken en bewaren, de vraag daarnaar blijft bestaan en het vervaardigen wordt bevorderd. De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk.

Uit het verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie van 25 mei 2016 blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk delict is veroordeeld. Voorts houdt de rechtbank ermee rekening dat het feit inmiddels meer dan twee jaar geleden is begaan.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

6.3.

Vermogensmaatregel

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een mobiele telefoon van het merk Apple, type iPhone 5, dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met betrekking tot dat voorwerp is begaan. Vanwege de complicaties bij het geheel vrij maken van de telefoon van verboden materiaal, is het ongecontroleerde bezit van dat voorwerp in strijd met de wet en het algemeen belang.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36c, 254a van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (zegge: één) maand, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 40 (zegge: veertig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Onttrekt aan het verkeer:

- Een iPhone telefoontoestel, kleur zwart.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. van Andel, voorzitter,

mrs. E.J. Bellaart en R. Kuiper, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 juni 2016.

1 De door de rechtbank als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.