Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:5283

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-06-2016
Datum publicatie
28-06-2016
Zaaknummer
15/710206-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 307 Wetboek van strafrecht.

De rechtbank Noord-Holland heeft een man aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf. Verdachte wist dat het slachtoffer wijn had gedronken en dat zij later ten gevolge van de inname van een grote hoeveelheid GHB buiten bewustzijn en hulpbehoevend was geraakt. Deze situatie duurde veel langer dan verdachte naar zijn zeggen op basis van eerdere ervaringen met inname van normale doseringen GHB gewend was. Verdachte was bekend met de risico’s van GHB-gebruik en van het belang van een stabiele zijligging voor degene die als gevolg daarvan buiten bewustzijn is geraakt en had zich moeten realiseren dat zich een voor het slachtoffer levensgevaarlijke situatie voordeed, die gevaarlijker werd naarmate meer tijd verstreek waarin zij van medische zorg verstoken bleef. Dit geldt te meer omdat de aanwezige personen uit informatie verkregen via internet duidelijk was geworden dat er óf een ambulance moest komen óf dat het slachtoffer naar het ziekenhuis moest worden vervoerd en dat in het ziekenhuis gemeld moest worden dat er GHB is gebruikt. Verdachte heeft niet gehandeld naar de ingewonnen informatie, maar heeft zich om hem moverende redenen verzet tegen het bellen van een ambulance door de anderen. Bovendien was het slachtoffer later in een andere houding gelegd dan de stabiele zijligging (namelijk in een autostoel) en vervolgens is verdachte niet met het slachtoffer naar het ziekenhuis gegaan, maar heeft hij ervoor gekozen om haar naar hun woning te rijden. Door aldus naar het oordeel van de rechtbank grovelijk onachtzaam en nalatig te handelen heeft verdachte, op wiens zorg het slachtoffer gezien haar toestand was aangewezen, het gevaar dat zij zou komen te overlijden – welk gevaar zich op 24 februari 2014 heeft verwezenlijkt – in zodanige mate verhoogd dat dit overlijden redelijkerwijs aan de verdachte kan worden toegerekend, als gevolg van diens nalaten tijdig adequate medische hulp in te roepen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/710206-15 (P)

Uitspraakdatum: 28 juni 2016

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 juni 2016 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres 1] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.M.H.G. Peters en van wat verdachte en zijn raadsman mr. S. van der Eijk, advocaat te 's-Gravenhage, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 februari 2014 tot en met 23 februari 2014 te Oss en/of Haarlem en/of (elders) in Nederland, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat [slachtoffer] MDMA en/of GHB, althans verdovende middelen, en/of alcohol had ingenomen en/of die [slachtoffer] (daardoor) buiten bewustzijn, althans in verminderde staat van bewustzijn, en/of hulpbehoevend was geraakt,

- niet (tijdig) de hulpdienst (te weten, de ambulance), althans (medische) hulp en/of verzorging, heeft gealarmeerd/opgeroepen/ingeschakeld, en/of derden heeft belet/bewogen/geïnstrueerd die (medische) hulp(dienst) en/of verzorging (niet) te alarmeren/op te roepen/in te schakelen, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] naar een auto heeft getild/verplaatst, althans heeft laten tillen/verplaatsen, en/of in die auto heeft geplaatst/gelegd, althans heeft laten plaatsen/leggen, en/of (vervolgens)

- met zijn/die auto vanuit Oss naar zijn, verdachtes, woning/verblijfplaats (te weten [adres 2] ) te Haarlem is gereden, en/of (vervolgens) naar het ziekenhuis (te weten Kennemer Gasthuis Locatie Zuid te Haarlem) is gereden, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die [slachtoffer] zodanig letsel, te weten multiorgaan falen, heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden;

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 februari 2014 tot en met 23 februari 2014 te Oss en/of Haarlem en/of (elders) in Nederland, opzettelijk zijn partner/levensgezel (te weten, [slachtoffer] ), tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij als partner/levensgezel krachtens de wet verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, immers heeft hij, verdachte,

terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat voornoemde [slachtoffer] MDMA en/of GHB, althans verdovende middelen, en/of alcohol had ingenomen en/of die [slachtoffer] (daardoor) buiten bewustzijn, althans in verminderde staat van bewustzijn, en/of hulpbehoevend was geraakt,

- niet (tijdig) de hulpdienst (te weten, de ambulance), althans (medische) hulp en/of verzorging, gealarmeerd/opgeroepen/ingeschakeld, en/of derden belet/bewogen/geïnstrueerd die (medische) hulp(dienst) en/of verzorging (niet) te alarmeren/op te roepen/in te schakelen, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] naar een auto getild/verplaatst, althans laten tillen/verplaatsen, en/of in die auto geplaatst/gelegd, althans laten plaatsen/leggen, en/of (vervolgens)

- is hij, verdachte, met zijn/die auto vanuit Oss naar zijn, verdachtes, woning/verblijfplaats (te weten [adres 2] ) te Haarlem gereden, en/of (vervolgens) naar het ziekenhuis (te weten Kennemer Gasthuis Locatie Zuid te Haarlem) gereden, terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

Meer subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 februari 2014 tot en met 23 februari 2014 te Oss en/of Haarlem, en/of (elders) in Nederland, als getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander (te weten, [slachtoffer] ) verkeerde, heeft nagelaten die [slachtoffer] die hulp te verlenen of te verschaffen die hij, verdachte, haar, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, had kunnen verlenen of verschaffen, terwijl de dood van de hulpbehoevende (te weten, [slachtoffer] ) is gevolgd.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Verdachte is er van uitgegaan dat [slachtoffer] een normale hoeveelheid GHB had gebruikt, meende het gedrag van [slachtoffer] te herkennen van eerdere slaapmomenten na gebruik van GHB en was om die reden niet gealarmeerd. Op het moment dat verdachte na aankomst in Haarlem wel bekend raakte met ogenblikkelijk levensgevaar, heeft hij direct op adequate wijze hulp verleend. Er is dan ook geen sprake van aanmerkelijke en verwijtbare onvoorzichtigheid. Voor het aannemen van dood door schuld is vereist dat sprake is van grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid, onachtzaamheid of nalatigheid, dan wel van roekeloos gedrag waarbij bewust onaanvaardbare risico’s zijn genomen, hetgeen in casu niet aan de orde is. Voorts blijkt uit de rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut niet dat het eerder oproepen van een ambulance of gang naar het ziekenhuis levensreddend zou zijn geweest, zodat er geen causaal verband is vast te stellen tussen het handelen (of nalaten) van verdachte en het overlijden van [slachtoffer] .

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit is er geen sprake van (voorwaardelijk) opzet, en voor het meer subsidiair tenlastegelegde geldt voorts dat verdachte geen getuige is geweest van het ogenblikkelijke levensgevaar van [slachtoffer] .

3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Verdachte en zijn vriendin [slachtoffer] gaan op zaterdag 22 februari 2014 samen naar een feest in Klooster Bethlehem waar volgens verdachte wel swingers komen,2 in Haren in de gemeente Oss.3 Verdachte weet dat [slachtoffer] daar drie á vier glazen witte wijn heeft gedronken.4 [slachtoffer] komt op het feest [getuige 1] tegen, die haar uitnodigt om na afloop van het feest mee te gaan naar een hotel.5 Dit is hotel [hotel] in Oss.6 Ze gaan hier naartoe als het feest ergens tussen 02:00 uur en 03:00 uur is afgelopen.7 Op de hotelkamer zijn naast verdachte, [slachtoffer] en [getuige 1] ook [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] aanwezig.8

Een kwartier tot een half uur na aankomst in de hotelkamer gaat [slachtoffer] naar de badkamer9 en zegt bij terugkomst dat zij twee flinke slokken uit een Spa blauwfles heeft gedronken, waarvan zij dacht dat er water in zat, terwijl dat niet zo blijkt te zijn. Zij vermoedt dat zij GHB heeft gedronken.10 Zij vraagt aan verdachte wat zij heeft gedronken. Verdachte bevestigt dat het GHB is.11 Verdachte weet dat [slachtoffer] GHB heeft gedronken.12 [slachtoffer] schrikt daarvan en ze maakt zich zorgen; ze is bang dat ze ‘out’ zal gaan. Duidelijk is dat [slachtoffer] teveel GHB heeft gedronken.13 [getuige 4] weet dat het gebruik van GHB millimeterwerk is en dat twee slokken heel veel is.14 Ook verdachte weet dat de inname van GHB heel nauw steekt15 en dat het gebruik ervan gevaarlijk kan zijn.16 [slachtoffer] maakt kenbaar dat het niet goed zit.17 Ze zegt dat zij heel erg ziek is.18 In de badkamer probeert [getuige 3] te helpen om [slachtoffer] te laten braken.19 Verdachte weet dat [slachtoffer] wil spugen, maar dat dat niet lukt.20 [slachtoffer] geeft aan dat de anderen op haar moeten letten.21 Op een gegeven moment raakt [slachtoffer] buiten bewustzijn in het bijzijn van [getuige 2] ; zij zakt als het ware in elkaar. [getuige 2] zegt tegen de anderen dat [slachtoffer] helemaal ziek is en dat het niet goed met haar gaat.22 In de ogen van [getuige 2] is ze in een soort coma geraakt. [slachtoffer] reageert nergens meer op, ook niet op prikkels (knijpen in armen, klapjes in het gezicht).23 Er is alleen af en toe een zware zucht te horen.24

De aanwezigen schrikken enorm25 en er ontstaat paniek op de hotelkamer.26 [getuige 3] googelt op zijn laptop wat er gedaan moet worden als iemand teveel GHB heeft ingenomen.27 Duidelijk wordt dat iemand dan in de stabiele zijligging moet worden gelegd28, er een ambulance moet komen of dat je naar het ziekenhuis moet gaan29 en dat er in het ziekenhuis gemeld moet worden dat er GHB is gebruikt.30 [slachtoffer] wordt door [getuige 3] in de stabiele zijligging gelegd. Verdachte reageert laconiek op de situatie31 en zegt dat dit wel vaker gebeurt.32

Verdachtes ervaring, gebaseerd op inname van een normale gebruikershoeveelheid GHB door [slachtoffer] , is dat het twintig minuten tot een half uurtje duurt33 en dat [slachtoffer] wel weer bij zal komen.34 Na een half uur is zij nog niet wakker.35

De andere aanwezigen willen dat er een ambulance wordt gebeld. Verdachte wil er geen dokter bij halen. Ook wil hij niet dat er een ambulance komt. Verdachte vindt dit niet nodig, het kost geld en hij zegt dat hij een ambulance te duur vindt.36 [getuige 4] heeft haar telefoon al in haar hand, maar verdachte verzet zich tegen het bellen van 112.37 Hij is heel halsstarrig38 en er ontstaat een heftige discussie.39 [getuige 4] wordt heel erg kwaad en [getuige 1] moet haar temperen.40 [getuige 2] zegt tijdens de discussie dat er maar twee keuzes zijn: of een ambulance of naar het ziekenhuis.41 Vervolgens is het idee dat [slachtoffer] dan naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis wordt gebracht. De mannen dragen [slachtoffer] met zijn drieën naar de auto.42 Twee mannen tillen haar onder haar oksels en één man tilt haar benen.43 [slachtoffer] is behoorlijk zwaar en geeft helemaal niet mee.44 Bij de auto zetten ze de rugleuning van de passagiersstoel naar achteren en leggen [slachtoffer] erop, met haar hoofd opzij.45 Als [slachtoffer] in de auto wordt gelegd, is zij nog steeds buiten bewustzijn, maar zij ademt nog wel.46 [getuige 2] zet het adres van het ziekenhuis in Oss in het navigatiesysteem van de auto van verdachte.47 Verdachte heeft de fles met GHB in zijn weekeindtas gedaan.48 Hij wil dat alle spullen meegaan en [getuige 3] loopt heen en weer om dingen op te halen.49 Om 05:30 uur rijdt verdachte met [slachtoffer] weg; zij is dan nog steeds buiten bewustzijn.50

Verdachte rijdt niet naar het ziekenhuis in Oss, maar hij gaat naar het huis in Haarlem waar hij samen met [slachtoffer] woont. Hij parkeert in Haarlem de auto voor de woning en als hij de autodeur aan de passagierszijde opent, ziet hij dat het niet goed gaat met [slachtoffer] . Hij pakt haar vast en doet een paar keer mond-op-mondbeademing. Verdachte begrijpt dat het fout zit en wil naar het ziekenhuis in Haarlem rijden, maar neemt een verkeerde afslag en komt uit bij het crematorium.51 Hij geeft daar voor de tweede keer mond-op-mondbeademing, gooit de Spa fles met GHB uit de auto52 en rijdt verder naar het ziekenhuis, waar hij bij de EHBO om hulp vraagt. [slachtoffer] wordt in het ziekenhuis gereanimeerd. Verdachte zegt niet tegen het verplegend personeel dat zij GHB heeft gebruikt.53

Het gebruik van GHB kan niet via een urine test bekend worden.54 Nadat verdachte ’s middags door een arts in het ziekenhuis is geïnformeerd dat er in de urine van [slachtoffer] amfetamine is aangetroffen en de arts hem vraagt wat [slachtoffer] heeft gebruikt, zegt verdachte dat hij niets weet over drugsgebruik.55

[slachtoffer] overlijdt op 24 februari 2014 in het ziekenhuis in Haarlem. Zij wordt daar in het mortuarium geschouwd door een forensisch arts,56 die concludeert dat er aanwijzingen zijn voor een niet-natuurlijk overlijden en adviseert tot een gerechtelijke sectie.57 In het lichaamsmateriaal van [slachtoffer] zijn MDMA, MDA, GHB en lidocaïne aangetoond.58 De arts en patholoog die sectie op het lichaam van [slachtoffer] verricht, concludeert: ‘het overlijden wordt verklaard door multiorgaan falen na een reanimatie. De oorzaak van het reanimatiebehoeftig worden wordt verklaard door inname van MDMA al dan niet in combinatie met GHB’. Omtrent het mechanisme van overlijden houdt het rapport van de arts-patholoog in: “Gezien het gegeven dat er geen aanwijzingen waren voor pre-existente ziekelijke afwijkingen / ziekten die het onwel- en reanimatiebehoeftig worden kunnen verklaren is het waarschijnlijk dat de ingenomen MDMA, mogelijk in combinatie met GHB, heeft geleid tot negatieve beïnvloeding van het hart en mogelijk ook tot beschadiging van de hartspier. Hierdoor is de hartwerking verstoord en ontstond verminderde / onvoldoende aanvoer van zuurstofrijk bloed naar diverse organen waaronder de hersenen en het hart. Het zuurstoftekort in de hartspier heeft geleid tot (verdere) hartspierbeschadiging en verdere verslechtering van de hartactie en daardoor ook het transport van zuurstofrijk bloed. Tevens kan dit ook hebben geleid tot hersenoedeem. Dit leidde tot het reanimatiebehoeftig worden waardoor de gehele situatie verder verslechterde, er verder zuurstoftekort optrad, dat leidde tot orgaan-/weefselschade en onder meer tot hersenoedeem en herseninklemming. De herseninklemming verklaart het voortbestaan van coma na de reanimatie. Uit het verdere klinische beloop kan worden opgemaakt dat er een toestand van instabiele bloedsomloop (circulatie) bleef bestaan gedurende de opname hetgeen tot verdere beschadiging van verschillende organen leidde – multiorgaan falen. Het geleidelijk uitvallen van de functies van verschillende organen (multiorgaan falen) is uiteindelijk niet met leven verenigbaar en is daarom zonder meer aan te wijzen als de doodsoorzaak. De uitlokkende factor, en dus de eigenlijke doodsoorzaak is in het voorliggende geval de inname van de aangetroffen drugs, omdat er geen andere verklaring voor het optreden van het multiorgaan falen werd gevonden.”59

De arts op de spoedeisende hulp van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis te Amsterdam, [arts 1] , heeft verklaard dat veel gevallen van mensen die GHB hebben gebruikt op de spoedeisende hulp binnenkomen op niveau EMV 3 (EMV staat voor: Eye, Movement, Verbal). Mensen zijn dan diep comateus. Dat iemand diep bewusteloos/comateus kan geraken, is een bekend beeld bij GHB-gebruik en een snurkende ademhaling is kenmerkend voor mensen die diep comateus zijn. Een comateuze toestand door GHB is goed te behandelen. Indien iemand zo binnen wordt gebracht bij het ziekenhuis, is de normale procedure stabiele zijligging in een bed, aansluiten op de monitor in verband met de ademhaling en blijven monitoren. In 90% van de gevallen zal de patiënt na enkele uren ontwaken en dan geheel hersteld het ziekenhuis uitlopen zonder verdere klachten. Bij de overige 10 % zal de patiënt enige tijd beademd moeten worden, waarna volledig herstel optreedt. Op het moment dat iemand diep comateus is, bestaat het gevaar dat de tong in de keel gaat zitten of in ieder geval de luchtweg zodanig blokkeert, dat het lichaam niet genoeg zuurstof binnen kan halen. [arts 1] heeft voorts verklaard: “Ik acht de kans zeer groot dat, als er in de hotelkamer 112 was gebeld of als de persoon direct naar het ziekenhuis was gebracht zoals de mensen hadden gezegd, dan zou de vrouw behandeld zijn en dan vermoedelijk weer na enkele uren in goede gezondheid ontwaken en het ziekenhuis uitlopen. (…) Ik zie jullie casus als volgt: De vrouw is in coma geraakt door de GHB, daarna in een verkeerde stabiele zijligging in de auto gelegd waardoor zij nog wel geluid maakte, ik vermoed de snurkende ademhaling, en daardoor een luchtweg obstructie of ademdepressie kreeg. Waarna zij reanimatiebehoeftig is geworden als gevolg van tekort aan zuurstof. Toen zij in het ziekenhuis was aangekomen had zij waarschijnlijk al veel neurologische schade opgelopen”.60

3.4.

Bewijsoverweging

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat in het algemeen geldt dat onder schuld als bedoeld in artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht een min of meer grove of aanmerkelijke schuld wordt verstaan. Of hiervan sprake is, wordt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad bepaald door de manier waarop dit in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd, en is voorts afhankelijk van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Uit de hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte wist dat [slachtoffer] eerder die bewuste nacht een aantal glazen wijn had gedronken en dat zij later ten gevolge van de inname van een grote hoeveelheid GHB buiten bewustzijn en hulpbehoevend was geraakt. Uit de gang van zaken kan tevens worden afgeleid dat deze situatie veel langer duurde dan verdachte naar zijn zeggen op basis van eerdere ervaringen met inname van normale doseringen GHB gewend was. Zelfs bij het hanteren van de meest ruime tijdlijn moet [slachtoffer] vóór 03:45 uur de GHB hebben ingenomen, waarna zij bewusteloos raakte, terwijl zij nog steeds buiten bewustzijn was toen verdachte om 05:30 uur met haar wegreed bij het hotel in Oss. In deze – ook van verdachtes eerdere ervaringen afwijkende – situatie had verdachte, die heeft verklaard dat hij bekend was met de risico’s van GHB gebruik en van het belang van een stabiele zijligging voor degene die als gevolg daarvan buiten bewustzijn is geraakt, zich moeten realiseren dat zich een voor zijn partner levensgevaarlijke situatie voordeed. Een situatie die gevaarlijker werd naarmate meer tijd verstreek waarin zij van medische zorg verstoken bleef. Dit geldt te meer omdat uit informatie verkregen via internet het de aanwezigen in de hotelkamer, onder wie verdachte, duidelijk was dat er óf een ambulance moest komen óf dat [slachtoffer] naar het ziekenhuis moest worden vervoerd en dat in het ziekenhuis gemeld moest worden dat er GHB is gebruikt. Kortom, dat er in deze situatie medische hulp geboden was, waar de andere aanwezigen in de hotelkamer ook op aandrongen. Verdachte, die geen medische opleiding heeft gehad heeft niet gehandeld naar de ingewonnen informatie, maar heeft zich om hem moverende redenen verzet tegen het bellen van een ambulance. Bovendien was [slachtoffer] nadat zij uit het hotel was gedragen – in afwijking van de via raadpleging van het internet verkregen informatie over hoe te handelen – in een andere houding gelegd dan de stabiele zijligging (namelijk in een autostoel) en vervolgens is verdachte niet met [slachtoffer] naar het ziekenhuis in Oss gegaan, maar heeft hij ervoor gekozen om [slachtoffer] naar hun woning in Haarlem te rijden.

Door aldus naar het oordeel van de rechtbank grovelijk onachtzaam en nalatig te handelen heeft verdachte, op wiens zorg het slachtoffer gezien haar toestand was aangewezen, het gevaar dat zij zou komen te overlijden – welk gevaar zich op 24 februari 2014 heeft verwezenlijkt – in zodanige mate verhoogd dat dit overlijden redelijkerwijs aan de verdachte kan worden toegerekend, als gevolg van diens nalaten tijdig adequate medische hulp in te roepen.

Voor zover de verdediging zich op het standpunt heeft gesteld dat voor het vaststellen van het voor een bewezenverklaring vereiste causale verband moet blijken dat het eerder oproepen van een ambulance of gang naar het ziekenhuis levensreddend zou zijn geweest, stelt zij een eis die het recht niet kent.

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 23 februari 2014 te Oss en/of Haarlem en/of (elders) in Nederland, grovelijk onachtzaam en nalatig, terwijl hij, verdachte, wist dat [slachtoffer] GHB en alcohol had ingenomen en die [slachtoffer] (daardoor) buiten bewustzijn en hulpbehoevend was geraakt,

- niet (tijdig) de hulpdienst (te weten, de ambulance), althans (medische) hulp en verzorging, heeft gealarmeerd/opgeroepen/ingeschakeld, en derden heeft bewogen die (medische) hulp(dienst) en verzorging (niet) te alarmeren/op te roepen/in te schakelen, en vervolgens

- die [slachtoffer] naar een auto heeft getild/verplaatst, althans heeft laten tillen/verplaatsen, en in die auto heeft geplaatst/gelegd, althans heeft laten plaatsen/leggen, en vervolgens

- met die auto vanuit Oss naar zijn, verdachtes, woning (te weten [adres 2] ) te Haarlem is gereden, en vervolgens naar het ziekenhuis is gereden, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die [slachtoffer] zodanig letsel, te weten multiorgaan falen, heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met het feit dat de zaak lang is blijven liggen. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake is geweest van gebrekkig recherchewerk, dat het verhoor van verdachte als getuige niet door de politie is opgenomen en dat de politie het ambtsgeheim heeft geschonden door gedetailleerde informatie door te spelen aan derden, hetgeen een onherstelbaar vormverzuim oplevert in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. De raadsman heeft verzocht om toepassing te geven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en de bespreking van het over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport d.d. 9 oktober 2015 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Onderhavige zaak betreft een uitermate tragische gebeurtenis, waarbij de partner van verdachte is komen te overlijden. Buiten twijfel staat dat verdachte de dood van [slachtoffer] niet heeft beoogd. Wel valt hem, ten aanzien van die dood, een ernstig strafrechtelijk verwijt te maken.

Verdachte heeft in de levensbedreigende situatie waarin [slachtoffer] op 23 februari 2014 is komen te verkeren als gevolg van het gebruik van GHB – om hem moverende redenen – nagelaten (tijdig) adequate medische zorg in te schakelen. Het is verdachte geweest die zich heeft verzet toen de andere aanwezigen een ambulance wilden bellen. Hij is evenmin met [slachtoffer] naar het ziekenhuis in Oss gereden, hoewel getuige [getuige 2] het adres van dit ziekenhuis in de navigatie van de auto van verdachte heeft gezet. Verdachte was bekend met de gevaren van GHB. [getuige 3] heeft tegen verdachte gezegd dat hij bij het ziekenhuis moest aangeven dat [slachtoffer] GHB had gebruikt, zodat er passende maatregelen konden worden getroffen, maar verdachte heeft het GHB gebruik verzwegen. Wel heeft verdachte kort voordat hij bij het ziekenhuis aankwam de fles GHB uit de auto gegooid. Zelfs nadat in het ziekenhuis de arts tegen verdachte zei dat er in de urine van [slachtoffer] sporen van MDMA waren gevonden, heeft verdachte volgehouden dat hij niet wist of [slachtoffer] ook maar iets had gebruikt. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zijn rol in het gebeuren volledig miskent. Dit blijkt ook uit de externaliserende houding die hij aanneemt. Deze houding is naar het oordeel van de rechtbank extra kwalijk, omdat uit het dossier duidelijk naar voren komt dat op het moment dat [slachtoffer] aangeeft dat het niet goed met haar gaat en zij vervolgens bewusteloos raakt, het steeds de andere aanwezigen zijn geweest die zich om haar bekommerden en hebben gezegd dat er medische hulp moet komen.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de omstandigheid dat verdachte de rest van zijn leven het verlies van zijn partner en het feit dat hij aan haar dood schuld heeft, zal moeten dragen. De rechtbank houdt echter eveneens rekening met de drie kinderen van het slachtoffer en de andere nabestaanden, die een dierbare hebben verloren en zullen moeten leven met het besef dat zij, door het handelen van verdachte, zonder haar verder moeten leven. De rechtbank beseft terdege dat geen enkele door haar op te leggen straf recht zal doen aan het gemis dat de nabestaanden hun leven lang als gevolg van het overlijden van het slachtoffer nog zullen ervaren.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het rapport van T. Goes, Reclassering Nederland, van 9 oktober 2015 en op het de verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie van 8 juni 2016 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit met justitie in aanraking is geweest.

Voor zover de verdediging heeft beoogd een beroep te doen op artikel 359a Wetboek van Strafvordering, legt de rechtbank dat terzijde, nu het door de verdediging gestelde niet voldoet aan de eisen die aan een dergelijk verweer worden gesteld.

Naar het oordeel van de rechtbank is gezien de ernst van het aan de verdachte te maken strafrechtelijk verwijt toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht niet aan de orde. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

63 en 307 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het primair bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (zegge: vier) maanden.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.J. Bellaart, voorzitter,

mrs. W.J. van Andel en R. Kuiper, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 juni 2016.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [verdachte] d.d. 24 februari 2014 (dossierpagina 31).

3 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [verdachte] d.d. 24 februari 2014 (dossierpagina 33).

5 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [verdachte] d.d. 24 februari 2014 (dossierpagina 33), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] d.d. 23 juli 2014 (dossierpagina 118).

7 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

8 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

9 Verklaring van verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

10 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

11 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

12 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

13 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

14 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 januari 2015 (dossierpagina 184).

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [verdachte] d.d. 24 februari 2014 (dossierpagina 36).

17 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

18 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

19 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 januari 2015 (dossierpagina 182).

21 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

22 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

23 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage). proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

24 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

25 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

26 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 29 juli 2014 (dossierpagina 121).

27 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage). proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

28 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

29 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage). proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

30 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

31 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

32 Verklaring van verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

33 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

34 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

35 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

36 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage) en proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

37 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

38 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

39 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

40 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

41 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

42 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

43 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] d.d. 23 juli 2014 (dossierpagina 117).

44 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

45 Verklaring van verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

46 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

47 Verklaring van verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

48 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

49 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris d.d. 4 november 2015 (losse bijlage).

50 Fotobijlage behorende bij proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2014 (dossierpagina 162).

51 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

52 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 januari 2015 (dossierpagina 180).

53 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

54 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2014 (dossierpagina 151).

55 Proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 28 augustus 2014 (dossierpagina 71), proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] d.d. 20 augustus 2014 (dossierpagina 135).

56 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 februari 2014 (dossierpagina 23).

57 Een schriftelijk bescheid, te weten een schouwverslag van GGD Kennemerland, opgemaakt op 24 februari 2014 door [arts 2] , forensisch arts KNMG (dossierpagina 25).

58 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 28 maart 2014, opgemaakt door dr. [apotheker-toxicoloog] , apotheker-toxicoloog (dossierpagina 64).

59 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 26 juni 2014, opgemaakt door dr. [arts 4] , arts en patholoog (dossierpagina’s 42 en 43).

60 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2014 (dossierpagina’s 150 en 151).