Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:523

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
10-02-2016
Zaaknummer
4363254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

non-concurrentiebeding in overeenkomst tot opdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/358
XpertHR.nl 2016-416481
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 4363254 \ CV EXPL 15-7194

datum uitspraak: 3 februari 2016

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

Rush Safety Services B.V.

te Purmerend

eiseres

hierna te noemen Rush

gemachtigde mr. J.H.E. de Beer

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen [gedaagde]

procederend in persoon.

De procedure

Rush heeft [gedaagde] gedagvaard op 4 augustus 2015. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft Rush schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten

  1. Rush is als opdrachtgever met [gedaagde] , de opdrachtnemer, een overeenkomst van opdracht aangegaan, met ingang van 16 januari 2015, voor de duur van twee jaar. De opdracht bestaat uit: “Beveiliging medewerker/gastheer/toezichthouder”. [gedaagde] heeft de opdracht (onder andere) uitgevoerd bij LIFE in Hoorn.

  2. De overeenkomst is door partijen beëindigd op of rond 19 mei 2015.

  3. In de overeenkomst zijn een non-concurrentiebeding en relatiebeding opgenomen. Hierin is het volgende opgenomen:
    7 Non-concurrentiebeding
    a. opdrachtnemer verbindt zich om zowel tijdens de arbeidsovereenkomst als gedurende een periode van 1 jaar na het einde daarvan, direct noch indirect, noch voor zichzelf noch voor anderen, in enigerlei vorm werkzaam of betrokken te zijn in of bij het geplaatste object waarvoor opdrachtnemer werkzaam was voor opdrachtgever

b. Opdrachtnemer behoudt zijn verplichtingen uit de bovenomschreven concurrentiebeding jegens opdrachtgever indien de onderneming van opdrachtgever, of een onderdeel daarvan, door opdrachtgever aan een derde wordt overgedragen in de zin van de artikelen 7:662 e.v. BW en de overeenkomst een einde neemt voor of ten tijde van de overgang.

c Indien opdrachtnemer in strijd met zijn verplichtingen uit hoofde van het bepaalde onder leden a en b van dit artikel handelt, zal hij in aan opdrachtgever zonder dat enige ingebrekestelling vereist is voor iedere overtreding een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete verbeuren ten bedragen van €25.000,= en van € 1.000,= voor iedere dag dat de overtreding voortduurt. Daarenboven is opdrachtgever gerechtigd om volledige schadevergoeding te vorderen.

8 Relatiebeding

a. opdrachtnemer verbindt zich zowel gedurende het bestaan van de overeenkomst als gedurende een periode van een jaar na de beëindiging daarvan, op enigerlei wijze, direct noch indirect, noch voor zichzelf, noch voor anderen, in enigerlei vorm professionele diensten te verrichten of doen verrichten voor en/of op enigerlei wijze in contact te treden

(actief en/of passief) met klanten en/of relaties van opdrachtgever en/ of afnemers van producten en/of diensten van opdrachtgever, of van andere ondernemingen waarmee opdrachtgever in een groep is verbonden, behoudens uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming van opdrachtgever.

b. Met klanten en/of relaties van opdrachtgever, zoals opgenomen in lid a van dit artikel worden in ieder geval bedoeld de relaties van opdrachtgever en eventuele aanverwante vennootschappen, waarmee opdrachtgever gedurende dan wel voorafgaand aan de beëindiging van de overeenkomst op enigerlei wijze (zakelijk) contact heeft gehad.

c. opdrachtgever zal een lijst bijhouden met de in lid a en b van dit artikel bedoelde cliënten en/of relaties en zal een afschrift bij beëindiging van de overeenkomst aan opdrachtnemer overhandigen Werknemer zal voor ontvangst van deze lijst tekenen.

d. Indien opdrachtnemer in strijd met zijn verplichtingen uit hoofde van het bepaalde onder leden a en b van dit artikel handelt, zal hij aan opdrachtgever zonder dat enige ingebrekestelling vereist is aan opdrachtgever voor iedere overtreding een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete verbeuren ten bedragen van €25.000,= en van €1.000,= voor iedere dag dat de overtreding voortduurt. Daarenboven is opdrachtgever gerechtigd om volledige schadevergoeding te vorderen.”

De vordering

Rush vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 25.000,00, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten, inclusief nakosten, van de procedure. Rush legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met het non-concurrentiebeding en het relatiebeding nu [gedaagde] een feest, Ladies Night, zou gaan organiseren op 5 juni 2015 bij LIFE in Hoorn. Voorts dient [gedaagde] de reinigingskosten van de door hem ingeleverde bedrijfskleding te betalen, ad € 60,50.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan dat het non-concurrentiebeding en het relatiebeding niet van toepassing zijn op grond van artikel 7:653 BW. Voorts voert hij aan dat Rush mondeling goedkeuring heeft gegeven voor zijn bemoeienis bij de organisatie van Ladies Night en dat toen bleek dat Rush hem een boete wilde opleggen, hij alle banden met het feest heeft beëindigd.

De beoordeling

Tussen partijen is een overeenkomst van opdracht gesloten. [gedaagde] voert aan dat op grond van artikel 7:653 BW het non-concurrentiebeding en het relatiebeding niet gelden. Dit artikel ziet echter op het overeenkomen van een concurrentiebeding bij een arbeidsovereenkomst. Tussen partijen is echter geen arbeidsovereenkomst gesloten. Nu er sprake is van een opdrachtovereenkomst zijn het relatiebeding en het non-concurrentiebeding geldig.

Niet in geschil is dat [gedaagde] betrokken was bij de organisatie van Ladies Night in LIFE en dat [gedaagde] zijn door Rush gegeven opdracht uitgevoerd heeft bij LIFE. [gedaagde] stelt dat hij met Rush heeft gesproken over de organisatie van Ladies Night en dat Rush hiermee mondeling akkoord is gegaan. Dit is door Rush weersproken en niet verder onderbouwd door [gedaagde] , zodat dit verweer van [gedaagde] niet slaagt.

Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] direct noch indirect werkzaamheden voor LIFE, noch voor zichzelf noch voor anderen, mocht verrichten. [gedaagde] is betrokken geweest bij het organiseren van Ladies Night. Hij voert echter aan dat hij uit de organisatie is gegaan nadat Rush hem hierop heeft aangesproken. Ook THC events, waarmee [gedaagde] vriendschappelijk contact heeft, is uit de organisatie van Ladies Night gegaan, dit volgt ook uit de brief van LIFE van 5 juni 2015. Rush heeft niet weersproken dat [gedaagde] alle betrokkenheid bij Ladies Night voor het plaatsvinden van dat evenement heeft beëindigd. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat er uiteindelijk geen werkzaamheden zijn verricht door [gedaagde] die in strijd zijn met het non-concurrentiebeding en het relatiebeding, omdat [gedaagde] reeds voor het plaatsvinden van het evenement uit de organisatie is teruggetrokken, zelfs samen met een bevriend bedrijf. Voor wat betreft de werkzaamheden die [gedaagde] in de aanloop naar het evenement heeft verricht, de voorbereidingen, overweegt de kantonrechter dat door Rush niet gesteld is dat daar voor [gedaagde] een financieel of immaterieel voordeel aan verbonden was, en dat de kantonrechter het juist aannemelijk acht dat er waarschijnlijk sprake zal zijn van het tegendeel, nu [gedaagde] zich terug heeft getrokken. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

In de conclusie van repliek stelt Rush dat [gedaagde] op 21 november 2015 werkzaam was voor LIFE. Indien Rush hiermee de onderhavige vordering bedoelde aan te vullen, is de kantonrechter van oordeel dat dit in strijd met de goede procesorde is, nu [gedaagde] onvoldoende gelegenheid heeft gehad zich hiertegen te verweren.

Ten aanzien van de gevorderde reinigingskosten is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van € 60,50 onvoldoende onderbouwd is. Er is een nota overgelegd, maar uit deze nota blijkt niet dat het de door [gedaagde] ingeleverde bedrijfskleding is die gereinigd is, er staat immers “diverse stomen” op de nota, de overige bijgeschreven tekst op de nota is onleesbaar. Voorts is het bedrag op de nota € 50,00 en niet onderbouwd is waarom de vordering hoger is. Ook dit deel van de vordering zal worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van Rush omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt Rush tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op nihil, nu [gedaagde] in persoon procedeert.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.