Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:4998

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-07-2016
Datum publicatie
07-07-2016
Zaaknummer
C/15/234410 / HA ZA 15-737
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzetzaak. Verstekvonnis vernietigd en opnieuw beslist. Staken inbreuk op woord/beeldmer Space Scooter toegewezen. Schadevergoeding gematigd. Afgelegde rekening en verantwoording als voldoende geoordeeld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

Locatie Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/234410 / HA ZA 15-737

Vonnis in verzet van 6 juli 2016 (bij vervroeging)

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EASY2.COMPANY B.V.,

gevestigd te Heemstede,

eiseres,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. K. Meijer te Alkmaar,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

eiser in het verzet,

advocaat mr. M.V. Scheffer te Utrecht.

Partijen zullen hierna Easy2.Company en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 18 november 2015

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 7 juni 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Easy2.Company houdt zich bezig met het op de markt brengen van innovatieve producten en gadgets.

2.2.

Begin 2011 heeft Easy2.Company de exclusieve rechten verkregen om wereldwijd de zogenoemde ‘Space Scooter’ te verkopen. Een space scooter is een step die kan worden voortbewogen zowel door te steppen als door de voetplank van voor naar achter te bewegen.

2.3.

Easy2.Company verkoopt de space scooter zowel via internet als via reguliere verkoopkanalen van speelgoedwinkels als Bart Smit en Intertoys. De verkoop via internet verloopt via de webshop van Easy2.Company www.easy2order.nl en via www.spacescooter.nl.

2.4.

Easy2.Company heeft de domeinnaam www.spacescooter.nl op 26 januari 2011 geregistreerd en gebruikt die naam vanaf dat moment ook als handelsnaam in het economisch verkeer.

2.5.

Op 11 maart 2013 heeft Easy2.Company onder registratienummer 0931846 het woord/beeldmerk

ingeschreven in het Benelux Merkenregister voor de klassen 12 en 28.

2.6.

Op 3 april 2013 heeft Easy2.Company onder registratienummer 011709342 het woordmerk

ingeschreven in het Office for Harmonization in the Internal Market (OHM) als gemeenschapsmerk, eveneens voor de klassen 12 en 28.

2.7.

Op 4 juni 2014 heeft Easy2.Company onder registratienummer 0955475 het woordmerk

Space Scooter

ingeschreven in het Benelux merkenregister voor de klassen 12 en 28.

2.8.

Medio september 2014 heeft Easy2.Company ontdekt dat [gedaagde] via www.marktplaats.nl een namaak step onder de naam SPACE SCOOTER verkoopt.

2.9.

Easy2.Company heeft de inbreuk op haar rechten gemeld bij de webbeheerder van www.marktplaats.nl en de gewraakte advertenties zijn op haar verzoek verwijderd.

2.10.

Nadat de advertenties van www.marktplaats.nl waren verwijderd heeft [gedaagde] opnieuw advertenties geplaatst voor de namaak space scooters. Dat [gedaagde] ook daadwerkelijk namaak space scooters verkocht heeft Easy2.Company kunnen vaststellen door gebruik te maken van pseudokopers die beiden meerdere space scooters hebben gekocht bij [gedaagde].

2.11.

[gedaagde] is bij brief van 20 oktober 2014 aangeschreven door de advocaat van Easy2.Company en gesommeerd om de inbreuk op de exclusieve rechten van Easy2.Company te staken en een onthoudingsverklaring te tekenen. Tevens is [gedaagde] gesommeerd om rekening en verantwoording af te leggen door opgave te doen van zijn voorraad inbreuk makende steps, van het aantal en de inkoopsprijs van de door hem ingekochte steps, van het aantal door hem verkochte steps en tegen welke prijs die verkocht zijn. Ook werd [gedaagde] onder meer gesommeerd om zijn leverancier bekend te maken.

2.12.

Op 27 oktober 2014 is [gedaagde] nogmaals schriftelijk gesommeerd en een termijn gegund om de onthoudingsverklaring te tekenen en de inbreuk makende verkoop te staken en staakt te houden.

2.13.

Op 3 november 2014 neemt [gedaagde] telefonisch contact op met de advocaat van Easy2.Company. In dat gesprek zegt [gedaagde] toe aan de sommaties te zullen voldoen.

2.14.

Omdat vervolgens reactie uitblijft wordt [gedaagde] op 11 november 2014 nogmaals aangeschreven door de advocaat van Easy2.Company.

2.15.

[gedaagde] heeft de hem toegezonden onthoudingsverklaring (ondertekend en gedateerd op 9 november 2014) aan Easy2.Company toegezonden. Easy2.Company heeft de verklaring op 20 november 2014 ontvangen. Deze verklaring houdt het volgende in:

(…)

  • -

    dat hij het in voorraad (doen) houden, aanbieden, verkopen en/of anderszins verhandelen c.q. distribueren van producten (in het bijzonder steps) onder de naam “Space Scooter” en/of een afgeleide daarvan met onmiddellijke ingang staakt en gestaakt zal houden;

  • -

    dat hij aan Easy2.Company B.V. zal betalen een direct opeisbare boete van € 50.000,- voor iedere keer dat met bovengenoemde verplichtingen in strijd wordt gehandeld en voorts een direct opeisbare boete van € 10.000,- aan Easy2.Company B.V. zal betalen voor iedere dag dat dit handelen voortduurt, onverminderd het recht van Easy2.Company B.V. op volledige schadevergoeding bij een dergelijke overtreding.

2.16.

Aan de sommatie om rekening en verantwoording af te leggen heeft [gedaagde], ondanks herhaald verzoek daartoe, niet voldaan.

3 Het geschil

3.1.

Easy2.Company heeft in de verstekprocedure - verkort weergegeven - gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,:

  1. voor recht zal verklaren dat [gedaagde] inbreuk maakt en/of heeft gemaakt op de exclusieve merkrechten van Easy2.Company ter zake van het Benelux woordmerk “SPACE SCOOTER”, geregistreerd onder nummer 0955475 en/of ter zake van het Benelux woord/beeldmerk “SPACE SCOOTER”, geregistreerd onder nummer 0931846, en in het verlengde daarvan [gedaagde] zal veroordelen om met onmiddellijke ingang na betekening van het vonnis ieder gebruik in de Benelux van zowel voornoemd Benelux woordmerk als voormeld Benelux woord/beeldmerk “SPACE SCOOTER” of van een daarmee overeenstemmend teken, te staken en gestaakt te houden;

  2. [gedaagde] zal veroordelen om met onmiddellijke ingang na betekening van het vonnis het in voorraad (doen) houden, aanbieden, verkopen en/of anderszins verhandelen c.q. distribueren van producten onder de naam “SPACE SCOOTER” en/of een afgeleide daarvan te staken en gestaakt te houden;

  3. [gedaagde] zal veroordelen om binnen uiterlijk veertien dagen na betekening van het vonnis, aan de advocaat van Easy2.Company, mr. K. Meijer, te doen toekomen een schriftelijke, door een registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte, opgave van de volgende informatie:

a. de aan [gedaagde] geleverde aantallen, nummers, prijzen en leverdata van de inbreuk makende zaken, althans van de steps die [gedaagde] te koop heeft aangeboden c.q. heeft verkocht met gebruikmaking van het Beneluxmerk “SPACE SCOOTER”, zulks gerangschikt per leverancier, maker, producent of distributeur van genoemde zaken, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;

b. de afnemers (voor zover bekend), alsmede de verkochte aantallen, nummers, prijzen, leverdata en afleveradressen van de inbreuk makende zaken, althans van de steps die [gedaagde] te koop heeft aangeboden c.q. heeft verkocht met gebruikmaking van het Beneluxmerk “SPACE SCOOTER”, zulks gerangschikt per afnemer, onder overlegging van kopieën van daarop betrekking hebbende facturen en onder mededeling (voor zover bekend) van adres(sen), e-mailadres(sen), telefoon- en telefaxnummer(s);

c. de met de inbreuk makende zaken, althans van de steps die [gedaagde] te koop heeft aangeboden c.q. heeft verkocht met gebruikmaking van het Beneluxmerk “SPACE SCOOTER”, behaalde omzet en winst, alsmede de verschillende ter berekening van de winst op de omzet in mindering gebrachte direct aan de inbreuk makende zaken toerekenbare kosten, voorzien van duidelijke en gedetailleerde schriftelijke bewijsstukken van iedere kostenpost;

4. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000,-- aan Easy2.Company voor iedere overtreding van de onder 1, 2 en 3 verzochte bevelen, of naar keuze van Easy2.Company, van € 10.000,-- voor iedere dag of deel daarvan dat [gedaagde] met de gehele of gedeeltelijke nakoming van die bevelen in gebreke blijft, waarbij elke inbreuk op het merkrecht van Easy2.Company geldt als een afzonderlijke overtreding;

5. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling aan Easy2.Company van een bedrag van € 15.000,-- binnen acht werkdagen na betekening van dit vonnis als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag van betaling, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag;

6. [gedaagde] zal veroordelen tot afdracht aan Easy2.Company van de door [gedaagde] met de verkoop van de inbreuk makende zaken genoten winst, althans [gedaagde] zal veroordelen tot afdracht aan Easy2.Company van de door [gedaagde] met de verkoop van de steps met gebruikmaking van het Beneluxmerk “SPACE SCOOTER” genoten winst, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van betaling;

7. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling aan Easy2.Company van de door haar gemaakte kosten van de beslagleggingen;

8. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling aan Easy2.Company van de werkelijke en evenredige kosten van dit geding overeenkomstig artikel 1019h Rv, daaronder mede nadrukkelijk begrepen de kosten van de beslaglegging en alle kosten welke op de tenuitvoerlegging vallen, alsmede [gedaagde] op voorhand zal veroordelen in de nakosten van deze procedure voor een bedrag van € 131,- zonder betekening, dan wel indien betekening van het vonnis plaatsvindt voor een bedrag van € 199,- een en ander te voldoen binnen veertien (14) dagen na dagtekening van het vonnis en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

Bij verstekvonnis van 20 mei 2015 zijn de vorderingen van Easy2.Company grotendeels toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsommen zijn gematigd en gemaximeerd. [gedaagde] is veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Easy2.Company tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal € 10.671,64, te vermeerderen met rente en nakosten.

3.3.

[gedaagde] vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Easy2.Company alsnog worden afgewezen, met veroordeling van Easy2.Company in de proceskosten van de (verzet)procedure. Tevens vordert hij dat de ten laste van hem gelegde beslagen worden opgeheven binnen twee dagen na betekening van dit vonnis.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [gedaagde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen.

Bevoegdheid

4.2.

Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op de gestelde merkinbreuk geldt dat de bevoegdheidsregeling van Verordening (EG) 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Vo (oud)), van toepassing is, nu de inleidende dagvaarding van Easy2.Company is uitgebracht vóór 10 januari 2015. In het midden kan blijven of de relatieve bevoegdheid dient te worden vastgesteld op basis van nationaal of Beneluxrecht, nu de rechtbank zowel op grond van artikel 102 Rv als op grond van artikel 4.6 lid 1 BVIE relatief bevoegd is. Gelet op het feit dat [gedaagde] via de website www.marktplaats.nl adverteert, zijn de advertenties (mede) gericht op Nederland en moet de gestelde inbreuk worden geacht mede in dit arrondissement te hebben plaatsgevonden. Derhalve is ook bij toepassing van artikel 4.6 lid 2 BVIE de rechtbank Noord-Holland relatief bevoegd. De bevoegdheid is ook niet betwist.

Nietigheid inleidende dagvaarding

4.3.

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat de inleidende dagvaarding niet op de juiste wijze aan hem is betekend en dat die dagvaarding om die reden nietig is. Hij stelt in dat verband dat hij ten onrechte bij openbaar exploit is gedagvaard omdat hij zijn verblijfadres aan (de advocaat van) Easy2.Company bekend gemaakt had. Hij voert aan dat, zelfs als Easy2.Company geen geloof hechtte aan het opgegeven adres omdat [gedaagde] daar niet stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP), zij tevens bekend was met zijn

e-mailadres en hem de dagvaarding ook per e-mail had kunnen doen toekomen.

4.4.

Door Easy2.Company is nadrukkelijk betwist dat zij bekend was met de verblijfplaats van [gedaagde] ten tijde van de inleidende dagvaarding. In dat verband heeft zij het volgende aangevoerd. [gedaagde] maakte voor de verkoop van de inbreuk makende steps gebruik van meerdere adressen. Volgens de kadastrale uittreksels blijkt dat de panden op die adressen meestal wel zijn eigendom waren, maar [gedaagde] stond op deze adressen niet ingeschreven in de BRP. Van het adres in Rotterdam waar [gedaagde] aanvankelijk wel stond ingeschreven bleek in de fase van de sommatiebrieven in aanloop naar de procedure dat dit pand niet langer bewoond werd, zodat [gedaagde] daar in ieder geval niet bereikt kon worden. Door [gedaagde] is op enig moment een verblijfadres in Utrecht opgegeven en hij is in de fase voorafgaande aan de dagvaarding ook op dat adres mede aangeschreven, maar niet op alle post die naar dat adres werd verzonden werd gereageerd. Hierdoor kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat [gedaagde] daadwerkelijk op het opgegeven adres in Utrecht verbleef. Het is bovendien niet ongebruikelijk dat een inbreukmaker - indien hij wordt aangesproken op die inbreuk - een vals adres opgeeft teneinde de rechthebbende op een dwaalspoor te brengen, zodat ook er ook om die reden gerechtvaardigde twijfel bestond bij Easy2.Company omtrent de juistheid van het opgegeven adres. Ook op de e-mails die naar het door [gedaagde] opgegeven

e-mailadres werden verzonden werd meestal niet gereageerd. Om de kans te vergroten dat Easy2.Company [gedaagde] daadwerkelijk zou bereiken heeft zij alle door haar verzonden sommatiebrieven telkens naar alle bij haar bekende adressen van [gedaagde] verzonden, maar op die brieven werd niet of slechts sporadisch gereageerd. Aangezien [gedaagde] op geen van die adressen ingeschreven stond is uiteindelijk op advies van de deurwaarder de inleidende dagvaarding openbaar betekend.

4.5.

De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van het bepaalde in artikel 54 lid 2 Rv gebeurt de betekening van een exploit van een te voeren procedure, indien de woonplaats en het werkelijk verblijf van de wederpartij onbekend zijn, aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij het gerecht waar de zaak moet dienen. Gelet op hetgeen door Easy2.Company gemotiveerd is gesteld omtrent het gebruik door [gedaagde] van meerdere adressen op welke adressen hij niet ingeschreven stond en de omstandigheid dat onduidelijk bleef of [gedaagde] daadwerkelijk op het door hem opgegeven verblijfadres in Utrecht verbleef, mocht Easy2.Company het advies van de deurwaarder opvolgen om bij deze stand van zaken de dagvaarding via openbaar exploit uit te brengen. De dagvaarding is betekend aan de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank Noord-Holland zodat de dagvaarding op de juiste wijze is betekend. Aan [gedaagde] kan worden toegegeven dat Easy2.Company er voor had kunnen kiezen om zekerheidshalve de dagvaarding ook via

e-mail aan [gedaagde] toe te sturen, maar dit verweer kan [gedaagde] niet baten omdat er voor Easy2.Company geen wettelijke verplichting bestond om de dagvaarding per e-mail toe te zenden. Hieruit volgt dat dit verweer van [gedaagde] faalt.

Niet-ontvankelijkheid

4.6.

Door [gedaagde] is aangevoerd dat niet hij maar zijn ex-vrouw [A.] (hierna: [A.]) zich schuldig heeft gemaakt aan de gestelde inbreuk. De rechtbank begrijpt dit verweer aldus dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat Easy2.Company niet in haar vordering ingesteld tegen hem kan worden ontvangen.

4.7.

Door [A.] is in dit verband ter zitting van 7 juni 2016 verklaard dat zij degene is geweest die zich bezig heeft gehouden met de handel in de steps. Zij heeft verklaard dat zij 40 steps heeft ingekocht op de Zwarte Markt te Beverwijk, voor een totaalbedrag van

€ 2.400,--. Zij heeft verder aangevoerd dat zij dit deed om wat geld te kunnen bijverdienen en dat zij in die tijd als enige gebruik maakte van de bankrekening van [gedaagde] omdat hij zijn bankpas bij haar had achtergelaten toen zij uit elkaar gingen omdat zij toen nog geen inkomsten had. Zij heeft verklaard dat zij het geld voor de aankoop van de steps had gespaard in de periode 2013/2014. Zij heeft verder verklaard dat zij aanvankelijk geen gebruik maakte van haar eigen bankrekening omdat zij bezig was een bijstandsuitkering aan te vragen, maar dat zij later soms ook haar eigen bankrekening heeft gebruikt. Over het gebruik van de naam en het telefoonnummer van [gedaagde] in de advertenties heeft zij aangevoerd dat zij dat had gedaan, zonder dat [gedaagde] daarvan op de hoogte was, omdat zij niet wilde dat potentiële kopers wisten waar zij woonde. Tot slot heeft zij aangevoerd dat zij de deals sloot via e-mail en dat zij [gedaagde] slechts een enkele keer heeft gevraagd om steps af te geven aan kopers omdat zij die niet aan de deur van haar woning wilde hebben.

4.8.

[gedaagde] en [A.] worden in hun betoog dat [gedaagde] zich niet met de handel heeft bezig gehouden niet gevolgd. De verklaring van [gedaagde] dat hij slechts bij de afgifte van twee steps behulpzaam zou zijn geweest komt de rechtbank niet geloofwaardig voor. Daarbij wordt het volgende in overweging genomen:

  • -

    alle advertenties voor de verkoop van de inbreuk makende steps op www.marktplaats.nl stonden op naam van [gedaagde]

  • -

    in alle advertenties, ook de latere advertenties onder de naam ‘Greenlantern’, is verwezen naar het telefoonnummer [nummer] welk telefoonnummer toebehoort aan [gedaagde]

  • -

    via genoemd telefoonnummer is – door pseudokopers - ook meermalen gesproken met [gedaagde] waarbij door hem is erkend dat hij handelde in (namaak) Space Scooters.

  • -

    [gedaagde] heeft de toegezonden onthoudingsverklaring ondertekend

  • -

    er werd voor ontvangst van de overgemaakte bedragen voor de steps gebruik gemaakt van de bankrekening met nummer [nummer], welke bankrekening (uitsluitend) op naam staat van [gedaagde]

  • -

    zou bij de afgifte van de steps ook geld in contanten in ontvangst genomen hebben

  • -

    er worden verschillende aantallen genoemd van inbreuk makende steps die zijn aangekocht op de Zwarte Markt.

4.9.

De verklaring van [gedaagde] dat hij meer dan een jaar zelf geen gebruik heeft gemaakt van de bewuste bankrekening, terwijl dat zijn enige bankrekening was en dat hij geen idee had van wat er op zijn bankrekening gebeurde komt de rechtbank niet geloofwaardig voor. [gedaagde] is rekeninghouder van de bewuste rekening en daarmee verantwoordelijk voor hetgeen op die bankrekening gebeurt. In deze tijd waarin bijna alle betalingen via bankrekeningen verlopen wordt ook de verklaring van [gedaagde] dat hij zijn salaris in die periode contant ontving niet geloofwaardig geacht. Zelfs indien dit wel juist zou zijn, zou [gedaagde] zijn bankrekening nog nodig hebben voor andere steeds terugkerende verplichtingen. Ook wordt meegewogen dat Easy2.Company door het inzetten van pseudokopers heeft vastgesteld dat indien het opgegeven telefoonnummer werd gebeld men telkens [gedaagde] te spreken kreeg. Dit past niet in het betoog dat hij uitsluitend betrokken is geweest bij het op verzoek van [A.] overhandigen van een tweetal steps aan de kopers en dat het [A.] is geweest die de deals sloot.

4.10.

Op grond van het vorenstaande wordt [gedaagde] in zijn betoog dat niet hij maar uitsluitend [A.] zich bezig gehouden heeft met de inbreuk makende handel niet gevolgd. De rechtbank vindt het wel aannemelijk geworden dat [A.] zich mede schuldig heeft gemaakt aan de betreffende handel, maar [A.] is in deze geen partij en zal om die reden in deze procedure verder buiten beschouwing gelaten worden. Easy2.Company kan worden ontvangen in haar vordering.

Ten aanzien van de gevorderde staking van de inbreuk

4.11.

Ten aanzien van de sub 1 in het petitum van de dagvaarding gevorderde verklaring voor recht wordt het volgende overwogen.

4.12.

Door Easy2.Company is gesteld dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op haar woord/beeldmerk door in de door hem geplaatste advertenties het woord ‘Space Scooter’ te vermelden, door namaak Space Scooters in te kopen met als doel deze namaak Space Scooters in de handel te brengen. Tevens werden bij de Space Scooters gekopieerde handleidingen overhandigd.

4.13.

Door [gedaagde] is betwist dat er sprake was van inbreuk op het woord/beeldmerk van Easy2.Company. Hij heeft benadrukt dat er sprake was van opvallende verschillen in de kleurstelling en in de schrijfwijze van het woord ‘space scooter’ op de voetenplank van de step ten opzichte van het door Easy2.Company gebruikte merk.

4.14.

In dit verweer wordt [gedaagde] niet gevolgd. De omstandigheid dat de kleurstelling of de schrijfwijze mogelijk niet geheel overeenstemt met de kleurstelling en schrijfwijze zoals deze door Easy2.Company wordt gebruikt doet niets af aan de rechten van Easy2.Company om exclusief voor de Benelux het woord/beeldmerk ‘Space Scooter’ te mogen voeren. Het gaat hier om een specifiek soort step en de noodzaak om deze step onder de naam ‘Space Scooter’ te verhandelen komt voor [gedaagde] niet voort uit de step zelf, maar is ingegeven door de naamsbekendheid van de ‘Space Scooter’ die Easy2.Company heeft bewerkstelligd. Het stond [gedaagde] niet vrij om steps te verkopen onder de naam ‘Space Scooter’. De gevraagde verklaring voor recht is dan ook toewijsbaar.

4.15.

De in het verlengde van die verklaring voor recht gevorderde veroordeling van [gedaagde] om met onmiddellijke ingang na betekening van het vonnis ieder gebruik in de Benelux van zowel het Benelux woordmerk als het Benelux woord/beeldmerk ‘SPACE SCOOTER’ of een daarmee overeenstemmend teken, te staken en gestaakt te houden alsmede de gevorderde veroordeling van [gedaagde] om met onmiddellijke ingang na betekening van het vonnis het in voorraad (doen) houden, aanbieden, verkopen en/of anderszins verhandelen c.q. distribueren van producten onder de naam ‘SPACE SCOOTER’, kunnen eveneens worden toegewezen.

4.16.

Weliswaar is door [gedaagde] nog aangevoerd dat Easy2.Company bij toewijzing van dit deel van haar vordering geen belang heeft omdat hij na het ondertekenen van de onthoudingsverklaring de verkoop heeft gestaakt en gestaakt gehouden, maar ook in dit betoog wordt hij niet gevolgd. Ter zitting is voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] tezamen met zijn ex-partner mevrouw [A.] zich bezig gehouden heeft met de verkoop van de inbreuk makende steps en dat zij in ieder geval nog circa 15 van de inbreuk makende steps in voorraad heeft en zich niet bereid getoond heeft deze af te geven. De gevraagde veroordeling van [gedaagde] ziet niet alleen op het zelf in voorraad houden maar ook het in voorraad doen houden van de inbreuk makende steps. Bij die stand van zaken heeft Easy2.Company naar het oordeel van de rechtbank nog altijd een zwaarwegend belang bij toewijzing van dit deel van haar vordering.

4.17.

Met betrekking tot de gevorderde dwangsom als prikkel tot nakoming wordt het volgende overwogen. Door [gedaagde] is in de eerste plaats gesteld dat deze dwangsom niet noodzakelijk is, nu na het ondertekenen van de onthoudingsverklaring geen verkoop van namaak space scooters meer heeft plaatsgevonden. In dit betoog wordt hij niet gevolgd. Zoals hiervoor reeds is overwogen heeft [A.] verklaard nog circa 15 steps in haar bezit te hebben. Reeds om die reden heeft Easy2.Company voldoende belang bij het doen opleggen van een dwangsom teneinde ervoor te zorgen dat [gedaagde] zich in de toekomst zal onthouden van op haar rechten inbreuk makende handelingen. Voor zover [gedaagde] zich daaraan niet schuldig zal maken, zal hij van de dwangsombepaling geen last hebben. De rechtbank ziet wel aanleiding de gevorderde dwangsom te matigen en een maximum te verbinden aan de te verbeuren dwangsommen.

Ten aanzien van de rekening en verantwoording

4.18.

Voorts is door Easy2.Company gevorderd dat [gedaagde] veroordeeld wordt om rekening en verantwoording af te leggen in de ruimste zin des woords, zoals omschreven in de dagvaarding. Door Easy2.Company is gesteld dat [gedaagde] tot op heden geweigerd heeft bekend te maken bij wie hij de namaak steps heeft gekocht en tegen welke prijs. Ook heeft hij tot op heden, dus ook niet nadat hij bekend geworden was met het verstekvonnis van 20 mei 2015, niet de complete bankafschriften overgelegd waaruit de met de verkoop ontvangen bedragen blijken en heeft hij geen opgave gedaan van aan wie hij de namaak space scooters heeft verkocht en welke correspondentie daaraan ten grondslag lag.

4.19.

De rechtbank overweegt als volgt. Voorafgaande aan de zitting van 7 juni 2016 is door [gedaagde] een kopie overgelegd van een bankafschrift van zijn bankrekening waaruit blijkt welke betalingen zijn ontvangen in verband met de verkoop van de namaak space scooters in de periode van 27 juni 2014 tot en met 10 april 2015. .Bovenaan de pagina’s van de uitdraai staat vermeld pagina 1 van 5, 2 van 5 en 3 van 5. Pagina 4 en 5 zijn niet door [gedaagde] overgelegd. Desgevraagd heeft hij verklaard dat op die pagina’s geen relevante vermeldingen staan. Onder aan de eerste pagina is bijgeschreven:

’21 stuks Totaal inkomen € 1845,-

Verzendkosten € 145,95

Inkoop € 1260,-

Winst: € 439,15”

4.20.

Door Easy2.Company is verklaard dat zij met deze opgave geen genoegen wenst te nemen omdat geen registeraccountant betrokken is geweest bij deze opgave en zij op basis van alle feiten en omstandigheden en de verklaringen van [gedaagde] door de telefoon een ernstig vermoeden heeft dat het hier gaat om een veel grootschaliger inbreuk dan [gedaagde] thans wil doen geloven, zodat zij om die reden haar vordering tot het doen van rekening en verantwoording op de door haar gewenste wijze handhaaft.

4.21.

De rechtbank overweegt als volgt. Op basis van de stukken en van hetgeen ter zitting naar voren is gebracht wordt geoordeeld dat Easy2.Company onvoldoende aannemelijk gemaakt heeft dat het hier gaat om de door haar gestelde grootschalige inbreuk. Op basis van de feiten en omstandigheden zoals die blijken uit het dossier gaat de rechtbank er van uit dat in deze sprake is geweest van relatief kleinschalige verkoop, zoals door [gedaagde] is betoogd. De enkele omstandigheid dat [gedaagde] het mogelijk bij wijze van verkooptactiek mooier heeft willen doen voorkomen en tegenover een (pseudo)koper heeft verklaard dat hij een groothandel heeft is onvoldoende om aan te nemen dat inderdaad sprake is van de gestelde grootschalige handel in deze namaak space scooters. Door [gedaagde] is ter zitting benadrukt dat hij geen andere gegevens meer kan aanvoeren dan hij nu heeft gedaan. Hij heeft verklaard dat hij niet bekend is met de naam van de verkoper die hem de space scooters heeft verkocht op de Zwarte Markt in Beverwijk en dat hij van die transactie geen kwitantie heeft ontvangen. Ook heeft hij verklaard dat hij niet langer in het bezit is van de gevoerde e-mail-correspondentie met kopers van de namaak space scooters.

Uiteraard is het voor [gedaagde] niet mogelijk meer over te leggen dan hij in zijn bezit heeft. Niet is voldoende gesteld of anderszins gebleken dat deze mededeling van [gedaagde] onjuist is. Geoordeeld wordt dat [gedaagde] door overlegging van de thans door hem in het geding gebrachte stukken naar behoren aan de gevorderde rekening en verantwoording heeft voldaan. De omstandigheid dat bij die rekening en verantwoording geen registeraccountant betrokken is geweest, maakt dat in dit geval niet anders. Zoals hiervoor reeds is overwogen is onvoldoende aannemelijk geworden dat hier sprake is geweest van de door Easy2.Company gestelde grootschalige inbreuk. Nu het hier een relatief kleinschalige inbreuk betreft, rechtvaardigt dat niet dat bij de rekening en verantwoording kosten gemaakt moeten worden voor de inzet van een registeraccountant. Dit zou neerkomen op het schieten met een kanon op een mug. De gevorderde rekening en verantwoording wordt derhalve afgewezen.

4.22.

Ook ten aanzien van deze vordering was door Easy2.Company gevorderd dat aan de veroordeling een dwangsom zou worden verbonden. Deze vordering en de dwangsom als prikkel tot nakoming waren in het verstekvonnis toegewezen. Door [gedaagde] is aangevoerd dat Easy2.Company zich steeds op het standpunt is blijven stellen dat hij reeds dwangsommen verschuldigd is geworden uit hoofde van het verstekvonnis. Door Easy2.Company is in dat verband benadrukt dat dit het gevolg is geweest van het niet willen doen van rekening en verantwoording door [gedaagde], zodat hij aan zichzelf te wijten heeft dat hij reeds dwangsommen verschuldigd is geworden.

4.23.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Aangezien de mening van partijen over waaraan [gedaagde] in het kader van de rekening en verantwoording moest voldoen, behoorlijk uiteen liep en in hiervoor in r.o. 4.21 is overwogen dat [gedaagde] niet meer kan afgeven dan wat hij ten aanzien van de gevraagde bescheiden in zijn bezit heeft, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat [gedaagde] uit hoofde van het verstekvonnis nog geen dwangsommen heeft verbeurd.

Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding en de afdracht van de genoten winst

4.24.

Door Easy2.Company is gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld aan haar een schadevergoeding te betalen van € 15.000,-- te vermeerderen met wettelijke rente. Bij de berekening van deze schadevergoeding is Easy2.Company uitgegaan van de door haar gestelde grootschalige inbreuk. Uit de door [gedaagde] in het kader van de rekening en verantwoording overgelegde stukken blijkt dat [gedaagde] met de verkoop van 21 steps een omzet zou hebben behaald van € 1.845,--. Tevens blijkt uit die opgave dat, rekening houdend met de kosten die [gedaagde] heeft moeten maken voor inkoop en verzending van de steps hij een winst gemaakt heeft van circa € 415,--. Uit de rekening en verantwoording blijkt echter niet welke bedragen mogelijk contant geïncasseerd zijn door [gedaagde] of mevrouw [A.]. De rechtbank zal daar derhalve een schatting op los laten. Op basis van deze gegevens acht de rechtbank een bedrag van € 2.000,-- een redelijke vergoeding voor de door Easy2.Company als gevolg van de gepleegde inbreuk geleden schade. In dit bedrag is tevens een bedrag meegenomen voor de genoten winst. De afzonderlijk gevorderde vergoeding van afdracht van de winst wordt om die reden afgewezen.

4.25.

De gevorderde wettelijke rente over het toegewezen bedrag zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na dit vonnis, nu het te betalen bedrag eerst in dit vonnis is vastgesteld.

4.26.

De gevorderde termijn voor nakoming van deze veroordeling wordt afgewezen nu Easy2.Company bij toewijzing van die termijn onvoldoende afzonderlijk belang heeft nu de eventuele vertraging in de voldoening van het door [gedaagde] te betalen bedrag reeds wordt ondervangen door de toegewezen wettelijke rente over dat bedrag.

Ten aanzien van het beslag

4.27.

Door [gedaagde] is gevorderd dat het ten laste van hem gelegde conservatoir beslag wordt opgeheven.

Nu in dit vonnis is vastgesteld dat er sprake is geweest van inbreuk op het woord/beeldmerk van Easy2.Company door [gedaagde], is het beslag rechtmatig gelegd en bestaat er geen grond om tot opheffing daarvan over te gaan.

Ten aanzien van de kosten

4.28.

Easy2.Company heeft gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van de beslaglegging. Ter onderbouwing van de door haar gemaakte kosten heeft zij een proces-verbaal van in beslag name overgelegd en een bewijs van betekening van dit beslag aan [gedaagde]. Met deze twee exploten is in totaal een bedrag gemoeid van (€ 214,68 + € 65,91 =)

€ 280,59. Dit bedrag kan worden toegewezen.

4.29.

In het verstekvonnis van 20 mei 2015 is ten gunste van Easy2.Company een proceskostenveroordeling uitgesproken ten laste van [gedaagde] tot een bedrag van € 10.671,64. In dit bedrag is opgenomen € 79,47 voor de dagvaarding, € 1.909,-- voor vastrecht, € 1.626,47 voor beslagkosten en € 7.056,70 voor salaris advocaat. In het kader van deze verzetprocedure heeft Easy2.Company een vergoeding gevorderd van € 7.500,-- en gevorderd de proceskostenveroordeling uit het verstekvonnis te handhaven.

4.30.

De rechtbank overweegt als volgt. Het toegewezen bedrag aan beslagkosten verdient matiging. Zoals hiervoor in r.o. 4.28 is overwogen heeft Easy2.Company bewijsstukken overgelegd van het door haar gelegde beslag, in verband waarmee een bedrag van € 280,59 toewijsbaar is voor de exploitkosten van het beslag. Daarnaast is het gebruikelijk om voor salaris advocaat een bedrag toe te wijzen gelijk aan 1 punt van het toepasselijke liquidatietarief. Uit de overgelegde beslagstukken valt af te leiden dat het beslag is gelegd ter verzekering van verhaal van de gevorderde schadevergoeding van

€ 15.000,--. Om die reden zal een bedrag van € 452,- worden toegewezen voor salaris advocaat in verband met het beslag. Hiermee komt het volledig toe te wijzen bedrag aan beslagkosten op (€ 280,59 + € 452,-- =) € 732,59. Voor toewijzing van een hogere vergoeding voor de beslagkosten is onvoldoende gesteld of gebleken. Dit bedrag zal worden meegenomen in de proceskostenveroordeling.

4.31.

Ten aanzien van de daarnaast gevorderde proceskostenveroordeling op grond van 1091h Rv wordt het volgende overwogen. Op grond van de landelijk vastgestelde indicatietarieven in IE-zaken wordt voor een eenvoudige bodemzaak zonder repliek en dupliek en/of pleidooi maximaal een salaris toegekend van € 8.000,- -. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om van deze aanbeveling af te wijken. Om die reden zal in totaal een bedrag van € 8.000,-- aan salaris advocaat worden toegewezen. Inclusief de hiervoor in 4.29 genoemde bedragen voor de dagvaarding en het vastrecht en de hiervoor in 4.30 genoemde vergoeding voor de beslagkosten is in totaal een bedrag van € 10.721,06 toewijsbaar in het kader van de proceskostenveroordeling.

4.32.

De wettelijke rente over deze proceskosten is toewijsbaar op de wijze als gevorderd.

4.33.

De gevorderde nakosten kunnen eveneens worden toegewezen, evenals de over die kosten gevorderde wettelijke rente.

Conclusie

4.34.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen en beslist volgt dat het verstekvonnis van 20 mei 2015 vernietigd moet worden. Vervolgens zal de rechtbank opnieuw beslissen overeenkomstig hetgeen hiervoor is overwogen.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

vernietigt het door deze rechtbank op 20 mei 2015 onder zaaknummer/rolnummer C/15/224744/HA ZA 15-248 gewezen verstekvonnis,

en opnieuw beslissend:

5.2.

verklaart voor recht dat [gedaagde] inbreuk maakt en/of heeft gemaakt op de exclusieve merkrechten van Easy2.Company ter zake van het Benelux woordmerk “SPACE SCOOTER”, geregistreerd onder nummer 0955475 en/of ter zake van het Benelux woord/beeldmerk “SPACE SCOOTER”, geregistreerd onder nummer 0931846;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis ieder gebruik in de Benelux van zowel voornoemd Benelux woordmerk als voormeld Benelux woord/beeldmerk “SPACE SCOOTER” of van een daarmee overeenstemmend teken, te staken en gestaakt te houden;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis het in voorraad (doen) houden, aanbieden, verkopen en/of anderszins verhandelen c.q. distribueren van producten onder de naam “SPACE SCOOTER” en/of een afgeleide daarvan te staken en gestaakt te houden;

5.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een dwangsom van € 1.000,-- aan Easy2.Company voor iedere overtreding van het onder 5.3 en 5.4 bepaalde, of ter keuze van Easy2.Company, van € 1.000,-- voor iedere dag of deel daarvan dat [gedaagde] met de gehele of gedeeltelijke nakoming daarvan in gebreke blijft, waarbij elke inbreuk op het merkrecht van Easy2.Company geldt als een afzonderlijke overtreding, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 100.000,--;

5.6.

bepaalt dat [gedaagde] uit hoofde van het verstekvonnis van 20 mei 2015 nog geen dwangsommen verschuldigd is geworden;

5.7.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Easy2.Company van een bedrag van € 2.000,-- (tweeduizend euro) bij wijze van schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van betaling;

5.8.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Easy2.Company van de werkelijke en evenredige kosten van dit geding overeenkomstig artikel 1019h Rv, de kosten van de beslaglegging daaronder begrepen, en conform het bepaalde in r.o. 4.31 op € 10.721,06, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van betaling;

5.9.

verklaart dit vonnis behoudens ten aanzien van het bepaalde onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad;

5.10.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,-- aan salaris advocaat,

- te vermeerderen met een bedrag van € 68,-- aan salaris advocaat, indien betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van betaling;

5.11.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2016.