Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:4787

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-06-2016
Datum publicatie
03-01-2017
Zaaknummer
C/15/240870 / KG ZA 16-210
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding/burenzaak/langdurige verbouwing in eigen beheer/geluidsoverlast/weigering afspraken te maken.

Voorzieningenrechter oordeelt dat een verbouwing niet snel onrechtmatig is, ook niet als deze lang duurt. Er is sprake van langdurig (twee jaar) overlast, gedaagden volharden in eigengereid gedrag, nemen klachten van eisers niet serieus en willen geen afspraken maken. De weigering om in te gaan op redelijke verlangens van omwonenden, wordt beschouwd als misbruik van eigendomsrecht. Vordering ( o.a. tot overleggen van een bouwplanning) wordt gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats [Woonplaats 3]

zaaknummer / rolnummer: C/15/240870 / KG ZA 16-210

Vonnis in kort geding van 6 juni 2016

in de zaak van

1 [Voornamen eiser sub 1] [Achternaam eiser sub 1] ,

wonende te [Woonplaats 1] ,

2. [Voornamen eiser sub 2] [Achternaam eiser sub 2],

wonende te [Woonplaats 1] ,

eisers,

advocaat mr. G. van Atten te Amsterdam,

tegen

1 [Voornamen gedaagde sub 1] [Achternaam gedaagde sub 1] ,

wonende te [Woonplaats 2] ,

2. [Voornamen gedaagde sub 2] [Achternaam gedaagde sub 2],

wonende te [Woonplaats 2] ,

gedaagden,

advocaat mr. R.G.J. Laan te Hoorn Nh.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de mondelinge behandeling en het daarvan opgemaakte proces-verbaal

  • -

    de pleitnota van eisers

  • -

    de pleitnota van gedaagden,

  • -

    de brieven van mr. Laan aan de voorzieningenrechter van 8 april en 29 april 2016,

  • -

    de brief van mr. Van Atten aan de voorzieningenrechter van 11 mei 2016,

  • -

    de brief van mr. Laan aan de voorzieningenrechter van 18 mei 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gedaagden zijn sedert 2010 eigenaar van de woonboerderij op het erf aan [Adres 1] te [Woonplaats 1] , welk erf zich naast dat van eisers bevindt De boerderij had sinds 2002 leeg gestaan.

2.2.

In 2013 zijn gedaagden begonnen met de sloop van een oude schuur met het oog op het vervaardigen van een nieuwe. De bouw van de nieuwe schuur heeft in 2014 plaatsgevonden. In de loop van 2013/2014 hebben gedaagden de gehele riolering vernieuwd en het perceel opgehoogd. De werkzaamheden zijn goeddeels in eigen beheer uitgevoerd.

2.3.

Op 6 mei 2014 hebben gedaagden een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen/herbouwen van een boerderij met voorhuis, welke in juli 2014 is verleend. Na het verkrijgen van deze vergunning hebben sloopwerkzaamheden aan de stolp plaatsgevonden. Ook deze werkzaamheden zijn goeddeels in eigen beheer uitgevoerd.

2.4.

Door de gemeente [Naam gemeente] is in 2015 in verband met de aanwezigheid van asbest op enig moment een sloopstop bevolen. Die is op18 juli 2015 gevolgd door een sloopmelding, op 21 juli 2015 aangevuld met een verzoek tot een asbestinventarisatieonderzoek. Deze melding is vervolgens op 10 augustus 2015 door de gemeente aanvaard, onder voorwaarde dat de sloopwerkzaamheden conform het Bouwbesluit 2012 van de gemeente [Naam gemeente] zouden plaatsvinden.

2.5.

Eisers hebben vervolgens contact gezocht met gedaagden en hen een door hen zelf opgesteld plan van aanpak overhandigd waarin voorstellen voor afspraken waren opgenomen ter beperking van de uit de voormelde werkzaamheden voortvloeiende overlast, waaronder het vooraf aankondigen van heiwerkzaamheden. Gedaagden hebben geweigerd afspraken te maken.

2.6.

Eisers hebben gedaagden vervolgens bij aangetekende brief van hun advocaat van10 september 2015 het volgende bericht.

“In 2013 bent u begonnen met diverse sloopwerkzaamheden op uw perceel. Cliënten

ondervonden hierdoor ernstige wateroverlast.

(…)

In de loop van het jaar 2013/2014 heeft u uw grond met 4000 kuub opgehoogd, waardoor

het perceel van cliënten ten opzichte van uw perceel 30 cm. lager is komen te liggen.

Cliënten ondervonden opnieuw ernstige wateroverlast. In 2014 heeft u tevens het dak van uw boerderij gesloopt en vervangen met nieuwe dakplaten. Deze handelingen heeft u allemaal zonder enige professionele partij uitgevoerd en de werkzaamheden die hiermee gepaard zijn gegaan hebben voor cliënten ernstige geluidsoverlast en hinder meegebracht.

(…)

Deze geluidsoverlast was feitelijk ondraaglijk doordat u de werkzaamheden dag in dag uit, weekend in weekend uit van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat heeft uitgevoerd, In de zomer hebben cliënten veel binnen moeten zitten, gezien het geluid buiten voor hen ondraaglijk was. Ook viel het cliënten op dat wanneer een (hevige) storm werd voorspeld, u ineens van het klussen afzag en in [Woonplaats 3] bleef. Mijn cliënten voelden zich wederom genoodzaakt uw perceel in de gaten te houden. De sloop duurde onaanvaardbaar lang, terwijl deze maar een week zou hoeven te duren, zoals te doen gebruikelijk.

Tevens ondervonden cliënten enorm veel geluidsoverlast van het folie van uw nieuwe dakplaten. Dit folie veroorzaakt zeer veel (nachtelijk) lawaai bij ook maar een klein beetje wind. Ook de plaatsing van deze nieuwe dakplaten is zonder enige professie en met veel geluidsoverlast gepaard gegaan. Ondanks herhaaldelijke verzoeken van cliënten om hier wat aan te doen, weigerde u ook maar enige actie te ondernemen. Ook heeft u in 2014 een grote bedrijfsschuur gebouwd op uw perceel met bijbehorende heiwerkzaamheden. Mijn cliënten zijn van deze heiwerkzaamheden nimmer op de hoogte gebracht. Zij hebben hierdoor niet kunnen anticiperen op mogelijke hinder of op te treden

schade. Cliënten hebben hier dan ook nooit contact over gehad met u of uw aannemer.

In mei 2015 bent u nogmaals op eigen houtje begonnen met de sloop van uw dak, nadat dit dak na jaren van overlast nu eindelijk gereed was. De gemeente was niet van uw sloopwerkzaamheden op de hoogte en heeft een sloopstop geëist. Hierna heeft u een sloopvergunning aangevraagd en daarbij vermeld dat u de sloop door een professioneel bedrijf zou laten verrichten. Hier is niets van waar gebleken. U bent wederom zelf begonnen met het sloopproces. Dit proces gaat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar traag.

Mijn cliënten hebben u ondanks herhaaldelijke pogingen deze situatie informeel op te lossen, op 5 augustus j.l. in een uiterste poging een schikkingsvoorstel gedaan, doch ook hier bent u niet op ingegaan. Cliënten worden niet serieus genomen en op welhaast onbeschofte wijze genegeerd.

De situatie is door voornoemde gedragingen aan uw kant onhoudbaar geworden. Mijn cliënten kunnen u dan ook in rechte aanspreken vanwege onrechtmatige hinder (art. 5:37 jo. 6:162 3W, paragraaf 8.3 Bouwbesluit gemeente [Naam gemeente] en art. 4:6 APV gemeente [Naam gemeente] ). In dit kader sommeer ik u per direct de bouw- en sloopwerkzaamheden te staken tot het moment dat er overeenstemming met cliënten wordt bereikt over een bouw- en sloopplan.

Hierdoor verzoek ik u dan ook mij binnen 7 dagen na dagtekening dezes een plan van aanpak toe sturen waaruit een eerste beoordeling kan worden opgemaakt rn.b.t. wanneer en hoe u de bouw- en sloopwerkzaamheden tot een (normaal en professioneel) einde zult brengen, alsmede uw bevestiging dat u de werkzaamheden tot nader order staakt. Ik wijs u er voor de goede orde nogmaals op dat cliënten zich het recht voorbehouden een vordering wegens gederfd woongenot over de afgelopen 5 jaar in te stellen in het kader van onrechtmatige hinder (art. 5:37 jo. 6:162 3W). Mijn cliënten zullen dan ook bij het uitblijven van uw reactie overgaan tot nadere juridische stappen.”

2.7.

Gedaagden hebben op deze brief niet gereageerd. Om het geschil toch op minnelijke wijze te kunnen oplossen hebben eisers op 3 december 2015 getracht gedaagden tegemoet te komen met een voorstel voor een vaststellingsovereenkomst. Ook daarop zijn gedaagden niet ingegaan. Bij brief van 17 december 2015 hebben zij zij bij monde van hun advocaat laten weten dat er in hun beleving in zijn geheel geen sprake is van hinder. Eisers wordt verzocht de situatie informeel op te lossen en worden op voorhand aansprakelijk gesteld voor de kosten die gedaagden in het geval van een gerechtelijke procedure moeten maken.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen, samengevat:

Primair:

I Gedaagden te veroordelen tot het staken, en gestaakt houden, van de bouw- en

sloopwerkzaamheden aan de onroerende zaak staande en gelegen aan [Adres 1] te

[Woonplaats 1] , en tot het overleggen van een gedocumenteerd bouwplan, binnen 14 dagen, met

daarbij de planning van de sloop- en heiwerkzaamheden uitdrukkelijk inbegrepen, na

goedkeuring waarvan de werkzaamheden pas weer mogen worden hervat, doch enkel op de

dagen maandag tot en met vrijdag, tussen 9.00 uur en 17.00 uur, voor de duur van maximaal

één kalenderjaar na dagtekening van het te dezen te wijzen vonnis, althans een door U.E.A.

in goede justitie te bepalen termijn, en te bepalen dat de voor- en na-opname van de woning

van eisers voor rekening van gedaagden zullen komen, dit alles op straffe van een dwangsom van €10.000,= per dag, met een maximum van € 500.000,=,.

Subsidiair:

II Gedaagden te gebieden de werkzaamheden aan de onroerende zaak staande en gelegen [Naam adres] [nummer] te [Woonplaats 1] enkel nog op de dagen maandag tot en met vrijdag, tussen 9.00 uur en 17.00 uur te laten plaatsvinden, en nog voor maximaal één kalenderjaar na dagtekening van het te dezen te wijzen vonnis, althans een door U.E.A. in goede justitie te bepalen termijn, op straffe van een dwangsom van €10.000,= per dag met een maximum van € 500.000,=.

Met veroordeling van gedaagden in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.

3.2.

Gedaagden voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Eisers stellen dat zij destijds in [Woonplaats 1] zijn gaan wonen vanwege de omgeving. Zij hebben bewust gekozen voor de ruimte en de rust aldaar en zijn daarom ook binnen [Woonplaats 1] gebleven toen zij naar hun huidige, grotere woning zijn verhuisd.

Zij hebben moeten constateren dat er al sinds 2014 bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd op het aangrenzende perceel en dat het einde ervan nog steeds niet in zicht is. Zij stellen dat zij door deze werkzaamheden in de afgelopen jaren bij tijd en wijle zeer veel geluidsoverlast hebben ondervonden. De werkzaamheden worden zonder enig overleg met eisers op onregelmatige tijden en voor lange periodes uitgevoerd, gedurende de zomers zelfs 7 dagen per week.

4.2.

Omdat gedaagden opnieuw heiwerkzaamheden uit willen gaan voeren, ditmaal ten behoeve van de woning van gedaagden, die zich op slechts 5 meter afstand van de woning van eisers bevindt, maken eisers zich ook zorgen om eventuele schade en een daaruit volgende daling van de waarde van hun woning. In opdracht van eisers is daarom onderzoek gedaan naar de mogelijkheid tot schade ten gevolge van deze toekomstige heiwerkzaamheden. Op 29 december 2015 hebben eisers de taxatie-offerte ontvangen, waaruit blijkt dat niet valt uit te sluiten dat het toekomstig heiwerk van gedaagden schade aan de woning van eisers zal veroorzaken. Aan eisers wordt aangeraden een voor- en na-opname van de woning te doen, zo kort mogelijk voor de aanvang van de heiwerkzaamheden. Eisers hebben al geruime tijd gepoogd om te komen tot afspraken met gedaagden over beperking van de overlast, onder meer doordat de duur van de nog resterende bouwactiviteiten wordt beperkt doordat deze door een professionele partij worden uitgevoerd. Gedaagden willen echter nergens op ingaan. Nu de aanmerkelijke kans bestaat dat, naast de ernstige overlast, door de komende heiwerkzaamheden zelfs schade zal worden veroorzaakt aan de woning van eisers, kan deze situatie niet langer meer voortduren. Eisers verzoeken U.E.A. dan ook het staken van de bouwwerkzaamheden te gelasten en het ertoe te leiden dat deze enkel onder door eisers gestelde voorwaarden mag worden hervat.

4.3.

Gedaagden stellen voorop dat, om van het perceel [Adres 1] te [Woonplaats 1] weer een voor gebruiks- en woondoeleindengeschikt perceel te maken, onontkoombaar is dat er gedurende een lange periode bouw- en sloopwerkzaamheden worden verricht. Om hun moverende redenen kiezen zij ervoor om de werkzaamheden deels in eigen beheer uit te voeren. Zij dragen daarbij zorg voor een zorgvuldige aanpak. Dat neemt natuurlijk niet weg dat van hinder sprake kan zijn. Voordat hinder als gevolg van bouw- en sloopwerkzaamheden transformeert in onrechtmatige hinder, moet er echter heel wat aan de hand zijn. In beginsel moet de hinder worden aanvaard. Pas als de hinder alle grenzen te buiten zou gaan, zou sprake kunnen zijn van onrechtmatige hinder. De Gemeente [Naam gemeente] is van opvatting dat gedaagden zich aan de regels houden en dat het de Gemeente ook overigens niet vrijstaat in te grijpen. Deze visie is nog zeer onlangs tot uitdrukking gebracht in een reactie op een handhavingsverzoek van de overbuurman van eisers.

4.4.

Dat bij eisers al snel irritatie optreedt, is geen beoordelingscriterium. Kennelijk hebben zij geen gangbare perceptie van het wonen in een bebouwde kom met grote erven, waarop regelmatig werkzaamheden moeten worden verricht, bijvoorbeeld maaiwerkzaamheden of onderhoudswerkzaamheden, en waar bij meer erven sprake is van een langdurige aanpak van bouwwerken ter verbetering of ter renovatie. Het is [Naam adres] te [Woonplaats 1] immers geen stiltegebied, al woont het er in heel veel opzichten hoe dan ook prachtig. Dat woongenot hebben eisers ook.

4.5.

Gedaagden stellen dat zij gestaag doorwerken aan hun bouwproject. Een aantal ingrijpende werkzaamheden behoren daarbij al tot het verleden en, zoals steeds het geval is geweest, zal ook bij nog te verrichten werkzaamheden zorgvuldig worden geopereerd. Een belangrijk deel van die werkzaamheden zal worden uitgevoerd door een professioneel

aannemersbedrijf. Daarmee zijn kwaliteit en tempo in voldoende mate gewaarborgd en is er

geen aanleiding om op deze punten de rechter in te schakelen.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

4.6.

Aan gedaagden kan worden toegegeven dat de enkele omstandigheid dat de uitvoering van een door een eigenaar van een perceel - overeenkomstig daartoe verkregen vergunning – gewenste verbouwing overlast voor omwonenden veroorzaakt, ontoereikend is om die op grond van art 5:37 jo 6:162 BW verboden te krijgen, ook niet indien met uitvoering langere tijd is gemoeid. Of van onrechtmatige hinder sprake is, is afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval.

4.7.

Eisers standpunt ten aanzien van de verdere uitvoering van het bouwproject komt er in de kern op neer dat zij van gedaagden verlangen dat deze door middel van het werken volgens een planning en inschakeling van een professioneel bedrijf inzichtelijk maakt wat eisers verder nog aan overlast hebben te verwachten en (tot op zekere hoogte) borgt dat dit project, dat al twee jaar loopt, niet (nog) langer (uit)loopt dan redelijkerwijs nodig is.

4.8.

In het licht van hetgeen omtrent dit project en de loop ervan door eisers is aangevoerd, acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat het project in het verleden overlast heeft opgeleverd en nog steeds oplevert en dat, vanwege die overlast, eisers ook het ontbreken van iedere zekerheid als hiervoor bedoeld als belastend ervaren.

Gedaagden hebben er door hun opstelling tot op heden, die daardoor wordt gekenmerkt dat ze hun eigen gang gaan en klachten van eisers volstrekt niet serieus nemen, blijk van gegeven voor dit aspect van dit handelen - dat evenzeer als hinderlijk kan worden gekwalificeerd - volstrekt geen oog te hebben.

4.9.

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter hen het belang van dit aspect voorgehouden en hen voorgesteld te komen tot een indicatieve planning en daarmee tot een stuk zekerheid voor eisers. De zaak is vervolgens op verzoek van de advocaat van gedaagden aangehouden voor beraad met de heer [Achternaam gedaagde sub 1] , die vanwege zijn gezondheidstoestand niet ter zitting aanwezig was.

4.10.

In de brief van 8 april 2016 wordt namens gedaagden bericht dat bij de heer [Achternaam gedaagde sub 1] het benodigde vertrouwen (ontbreekt) om met eisers tot afspraken te komen.

Eisers hebben in hun brief van 11 mei 2016 laten weten dat gedaagden van hen verwachten dat ze genoegen nemen met de mededeling dat een aannemer wordt ingeschakeld en dat gedaagden schriftelijk aan eisers hebben laten weten dat zij niet inzien waarom er een plan van aanpak zou moeten worden opgesteld en dat dan ook niet zullen doen. Verder hebben eisers in die brief laten weten dat er sinds de zitting 4 a 5 dagen per week, alle weekenden daaronder begrepen, door de heer [Achternaam gedaagde sub 1] zelf werkzaamheden zijn uitgevoerd.

Gedaagden hebben dit een en ander in hun brief van 18 mei 2016 niet weersproken. Wel hebben zij opgemerkt dat zij tegemoet zullen komen aan de gevraagde opname van omliggende woningen, waarover de aannemer met omwonenden in contact zal treden.

4.11.

Uit een en ander volgt dat gedaagden volharden in hun eigengereide gedrag. Nu zij op die wijze al twee jaar bezig zijn, moet hun opstelling worden beschouwd als misbruik van eigendomsrecht. Het staat gedaagden, als gezegd, als eigenaar vrij om de bouwactiviteiten uit te voeren die zij nodig achten om hun perceel te brengen in de staat die zij wenselijk achten, ook indien die activiteiten hinder voor omwonenden veroorzaken. Zij hebben als eigenaar ook de nodige vrijheid om dat te doen in de fasering die zij nodig achten en met het tempo dat zij adequaat achten en eveneens om onderdelen in zelfwerkzaamheid uit te voeren. Maar zij overschrijden een grens indien zij, ook na twee jaar, weigeren in te gaan op redelijke verlangens van omwonenden om door middel van afspraken omtrent uitvoering en tempo en zorg voor de gerechtvaardigde belangen van die omwonenden enige zekerheid te verkrijgen dat die niet nog jaren in de ellende blijven zitten. Gedaagden hebben de kans gehad de regie te voeren over deze oplossing, maar hebben die kans laten liggen. Dat brengt mee dat eisers recht hebben op en belang hebben bij de navolgende voorziening, die kan worden opgevat als gedeeltelijke toewijzing van het primair gevorderde.

4.12.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.13.

Gedaagden zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [Eisers] worden begroot op:

- dagvaarding € 94,08

- griffierecht 288,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.198,08

4.14.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

Verbiedt gedaagden om tussen vrijdagavond 19.00 uur en maandagochtend 8:00 uur werkzaamheden aan het onderhavige bouwproject uit te voeren die door eisers waarneembaar geluid veroorzaken.

5.2.

Verbiedt gedaagden om vanaf een maand na betekening van dit vonnis werkzaamheden aan het onderhavige bouwproject uit te voeren, tenzij voordien een planning is overgelegd die voorziet:

  • -

    voor het casco van het onderhavige bouwproject in een datum gereed (d.w.z dat alle buitenwerkzaamheden aan het casco zijn afgerond) niet later dan 1 juli 2017, te verlengen met maximaal twee direct aansluitende maanden indien gedaagden met een schriftelijke bericht van de aannemer de noodzaak daarvan onder opgave van redenen niet later dan 1 mei 2017 aan eisers kenbaar maken,

  • -

    voor inpandige afbouw in een datum gereed niet later dan 1 oktober 1917 of, na verlenging als voormeld, 1 december 2017.

5.3.

Verbiedt gedaagden heiwerkzaamden uit te voeren zonder eisers uiterlijk 2 weken voor aanvang van die werkzaamheden schriftelijk op de hoogte te stellen van de geplande start en duur daarvan, de daarbij gebruikte heimethode en het daarbij gebruikte materieel.

5.4.

Bepaalt dat gedaagden een dwangsom verbeuren van € 200,00 per dag per overtreding voor iedere dag dat:

- wordt gebouwd in strijd met voormeld verboden, en/of

- wordt doorgebouwd aan het casco nadat de datum waarop dit ingevolge de voormelde planning had moeten zijn voltooid, is verstreken, en/of

- wordt doorgebouwd aan de afbouw binnen nadat de datum waarop deze ingevolge de voormelde planning had moeten zijn voltooid, is verstreken,

dit een en ander tot een maximum van € 20.000,-, dan wel, voor zover het verbod onder 5.3 betreffend, € 40.000,---.

5.5.

veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 1.198,08, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.6.

veroordeelt gedaagden in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2016.1

1 type: SV coll: