Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:4313

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-05-2016
Datum publicatie
26-05-2016
Zaaknummer
15/870099-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Achttien maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar voor – kort gezegd – voorbereidingshandelingen tot het plegen van moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk en een poging tot poging tot deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/870099-15 (P)

Uitspraakdatum: 26 mei 2016

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 april 2016 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie, terroristenafdeling (hierna: TA).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.B. Haneveld en van wat de verdachte en zijn raadsman mr. B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van de feiten als bedoeld in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering op vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Vaststaande feiten

De rechtbank gaat - gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting -

uit van de volgende feiten, welke ook voor het openbaar ministerie en de verdediging vast staan.

De verdachte is op 11 december 2014 aangekomen op het vliegveld van Düsseldorf (Duitsland) en is vervolgens via Servië doorgereisd naar Turkije. Op 21 december 2014 is de verdachte door de Turkse autoriteiten op grond van de Turkse vreemdelingenwetgeving aangehouden, omdat de verdachte illegaal de grens tussen Turkije en Syrië wilde oversteken. Hij wilde naar het kalifaat in Syrië reizen. Vervolgens is een Europees Arrestatiebevel (hierna: EAB) tegen de verdachte uitgevaardigd voor zijn aanhouding en uitlevering. Daarop is de verdachte op 17 april 2015 in Nederland aangehouden. Nadat de verdachte op 18 april 2015 in verzekering was gesteld, is hij op 21 april 2015 in vrijheid gesteld.

De verdachte is op 5 oktober 2015 aangehouden in Bulgarije nadat hij bij een grenscontrole bij de Bulgaars-Turkse grens was gecontroleerd. Zijn eindbestemming was het kalifaat in Syrië. Vervolgens is een EAB tegen de verdachte uitgevaardigd waarop hij op 22 oktober 2015 in Nederland is aangehouden. Thans bevindt hij zich in voorlopige hechtenis (op de TA).

Beschuldigingen

De verdachte wordt verweten dat hij in december 2014 en in oktober 2015 op weg was naar Syrië om zich aan te sluiten bij de gewapende (Jihad)strijd en zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen met het oogmerk om terroristische misdrijven te plegen (feit 1 en 2) alsmede dat hij heeft geprobeerd (feit 3 primair), dan wel voorbereidingen heeft getroffen (feit 3 subsidiair) om deel te nemen aan een terroristische organisatie.

4 Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Standpunt openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich - kort en zakelijk weergegeven - op het standpunt gesteld dat uit het dossier blijkt dat de verdachte de hem tenlastegelegde voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen ten behoeve van deelname aan de gewelddadige jihad heeft uitgevoerd. Dat de verdachte, zoals hij eerst ter terechtzitting heeft verklaard, in Syrië niet wilde strijden, maar vreedzaam in het kalifaat wilde leven om daar de Koran te bestuderen, is niet aannemelijk geworden. Door het verrichten van voorbereidings- c.q. bevorderingshandelingen is bewezen dat de verdachte het oogmerk had om terroristische misdrijven, zoals moord, doodslag, brandstichting en het teweegbrengen van ontploffingen, te plegen.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman ten aanzien van de feiten 1 en 2 met verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 maart 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:2015) - kort samengevat - aangevoerd dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte twee keer heeft gepoogd uit te reizen naar Syrië niet bewezen kan worden verklaard dat hij brandstichting en/of ontploffingen en/of moord en/of doodslag, alle met een terroristisch oogmerk, heeft voorbereid of bevorderd, omdat niet aan de eis van concreetheid ten aanzien van tijd, plaats en wijze van uitvoering is voldaan. Het dossier bevat geen enkel bewijsmiddel dat de verdachte bezig was met de voorbereiding van een concrete moord of doodslag. De verdachte heeft daartoe geen plannen gemaakt, geen voorwerpen met dat doel voorhanden gehad of geld naar Syrië gestuurd. Het bestuderen van opvattingen en ideeën van IS is op zichzelf niet strafbaar, maar valt onder de vrijheid van gedachte, geweten, godsdienst en meningsuiting, zoals neergelegd in de artikelen 9 en 10 van het EVRM, aldus de raadsman.

Oordeel van de rechtbank

Motief voor het uitreizen naar Syrië

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in december 2014 geprobeerd heeft vanuit Turkije Syrië in te reizen en dat hij in oktober 2015 via Bulgarije en Turkije naar Syrië wilde gaan. Hij wilde naar het aldaar gestichte kalifaat gaan om daar vreedzaam te leven en de Koran te bestuderen en niet om deel te nemen aan de gewapende strijd.

De rechtbank acht de eerst ter terechtzitting afgelegde verklaring dat de verdachte naar Syrië wilde om daar de Koran te bestuderen niet aannemelijk, aangezien het niet alleen niet voor de hand ligt om te gaan studeren in een oorlogsgebied, maar het bovendien niet aannemelijk is dat er in het gebied waar de verdachte zegt naar toe te willen, faciliteiten zijn om te studeren. In dit verband acht de rechtbank van belang hetgeen in een recente studie naar de leefsituatie van Nederlandse uitreizigers in Syrië - voor zover hier relevant - is vermeld:

“Mannen vertrekken volgens veel respondenten - ongeacht hun gezinssituatie - naar ISIS wetende dat het kalifaat met geweld verdedigd dient te worden. “Niemand heeft de illusie daar een leven te leiden zonder binnen aanzienlijke tijd ingezet te kunnen worden voor de strijd, of anderszins namens IS geweld te moeten gebruiken.” Zij zullen daar trainingen voor volgen en dit is vooraf bij hen bekend. “Ze weten gewoon heel goed waar zij voor kiezen, en dat is deelname aan de gewelddadige jihad.” Het argument om naar ISIS gebied af te reizen met het oogmerk om humanitaire hulp te verlenen lijkt anno 2014 dan ook erg onwaarschijnlijk. Daarnaast is een uitreiziger ook niet in staat om op eigen initiatief humanitaire hulp te verlenen in het kalifaat van ISIS; de organisatie zal een beroep op hen doen om hen in te zetten voor ISIS. Non-coöperatie zal geassocieerd worden met spionage. Aansluiten bij ISIS lijkt een voorwaarde voor uitreizigers om zich binnen de door ISIS gecontroleerde gebieden te begeven (en activiteiten te ontplooien, […]).”1

Bovendien bevatten de onder de verdachte in beslaggenomen gegevensdragers informatie, gesprekken en afbeeldingen die er op wijzen dat de verdachte naar Syrië wilde om daar deel te nemen aan de gewelddadige jihad, terwijl informatie, gesprekken en afbeeldingen over de mogelijkheden van het bestuderen van de Koran in het kalifaat ontbreken.

Uit de in de bijlage II opgenomen bewijsmiddelen komt immers - onder meer - naar voren dat:

  • -

    de verdachte veel digitaal materiaal voorhanden had, zoals een geluidsbestand waarop de eed van trouw aan de leider van IS is te horen, documenten over de ideologie van IS, filmpjes met een sterk jihadistische lading, zoals onthoofdingvideo’s en afbeeldingen gerelateerd aan het conflict in Syrië en Irak, zoals lijken, jihadvlaggen, martelingen, executies en onthoofdingen;

  • -

    de verdachte op zijn Facebookaccount als profielfoto een zwart geklede strijder met IS vlag gebruikte;

  • -

    de verdachte zich op social media onder andere [naam 1] ’ en ‘ [naam 2] ’ -zijnde een strijdersnaam (kunya) - noemt;

  • -

    op één van de telefoons van de verdachte een WhatsApp groep is aangetroffen waaraan hij deelnam, genaamd ‘Ansaar Khilafah’, hetgeen ‘helpers van het kalifaat’ betekent;

  • -

    de verdachte tussen 9 september 2014 en 30 december 2014 negen WhatsApp gesprekken heeft gevoerd waarin onder andere aan Allah om het martelaarschap wordt gevraagd en om een overwinning op de ongelovige mensen;

  • -

    de verdachte in een WhatsApp gesprek zegt dat als God het wil, hij de Somalische Slachter wordt waarna over ongelovigen en afvalligen wordt gesproken;

  • -

    op de tablet van de verdachte een gesprek staat met [Syrieganger 1] - ook wel [naam 3] genoemd, die sinds 15 december 2013 deelneemt aan de gewapende strijd in Syrië en vermoedelijk in Syrië is gesneuveld - over de plaats Manbij, welke plaats sinds 23 januari 2014 in handen is van IS en waar buitenlandse strijders zitten;

  • -

    op de tablet van de verdachte audiobestanden staan met preken over IS en strijdliederen;

  • -

    op de tablet van de verdachte een gesprek met genoemde [Syrieganger 1] staat die de verdachte adviseert het nogmaals via Bulgarije te proberen als het niet lukt de grens over te steken en in geval van een aanhouding te zeggen dat hij zich bij een hulporganisatie wilde aansluiten en een valse naam op te geven;

  • -

    de verdachte in Turkije - gelijk aan het advies van [Syrieganger 1] - een valse naam, heeft opgegeven te weten [naam 4] ;

  • -

    de verdachte op 29 december 2014, toen hij in Turkije gedetineerd zat, heeft getwitterd met [Syrieganger 2] , die op 2 oktober 2008 in hoger beroep tot negen jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens het voorbereiden van een terroristische aanslag;

  • -

    de verdachte tussen 10 mei 2015 en 22 oktober 2015 tientallen malen contact heeft gehad met de teruggekeerde Syriëganger [Syrieganger 3] ;

  • -

    de verdachte in Bulgarije contact heeft opgenomen met de Nederlandse Syriëstrijder [Syrieganger 4] .

Uit vorenstaande feiten en omstandigheden, alle in onderling verband en in samenhang bezien, komt naar voren dat de verdachte het jihadistisch gedachtegoed aanhangt, het martelaarschap verheerlijkt en hij hierover contact had met personen die in Syrië deelnemen of deelgenomen hebben aan de gewapende strijd. De rechtbank kan het vorenstaande dan ook niet anders duiden dan dat de verdachte vanwege zijn geloofsovertuiging naar Syrië wilde gaan om daar deel te nemen aan de gewapende strijd; de gewelddadige jihad.

Voorbereiding en/of bevordering van terroristische misdrijven

In de Wet terroristische misdrijven, heeft samenspanning een belangrijke functie gekregen. De hoofdlijn van die wet is niet alleen dat voor terroristische misdrijven - waarvoor bepalend is het tamelijk ruim omschreven terroristische oogmerk uit art. 83a Sr - het strafmaximum met de helft wordt verhoogd ten opzichte van de commune variant, maar ook dat samenspanning tot een aantal ernstige varianten van terroristische misdrijven strafbaar wordt gesteld.2

Voorbereiding en samenspanning vullen elkaar in de kern aan ‘in het vestigen van strafrechtelijke aansprakelijkheid in het stadium waarin aan een kwade intentie een (aller)eerste gevolg wordt gegeven’. Dat wordt nog versterkt - en het belang van de

wetswijziging wordt benadrukt - doordat met de strafbaarstelling van samenspanning

tot bepaalde terroristische misdrijven voor die misdrijven ook het potentieel verstrekkende art. 96 lid 2 Sr (met diverse vooral individuele voorbereidingsdelicten) van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.3 Het artikel betreft een lex specialis ten opzichte van artikel 46 Sr.

Ingevolge artikel 96 lid 2 Sr is sprake van strafbare voorbereidings- en bevorderingshandelingen indien een persoon:

1°. een ander tracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;

2°. gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen tracht te verschaffen;

3°. voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf;

4°. plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid brengt of onder zich heeft;

5°. enige maatregel van regeringswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, tracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen.

Deze handelingen zijn strafbaar ongeacht het resultaat ervan. Voorwaardelijk opzet op de voorbereiding of bevordering van een terroristisch misdrijf volstaat niet. Vereist is dat de dader de gedraging onderneemt met het oogmerk het betreffende terroristische misdrijf voor te bereiden of te bevorderen. Het misdrijf dat wordt voorbereid of bevorderd zal in zoverre moeten vaststaan dat kan worden bepaald of het een misdrijf betreft waarvan de voorbereiding en bevordering als bedoeld in artikel 96, lid 2 Sr strafbaar is. Tijd, plaats en wijze van uitvoering zullen dus enigszins concreet moeten vaststaan.4 Indien sprake is van voorbereidingshandelingen die bij afwezigheid van bijzondere omstandigheden ook als dagelijkse, niet-criminele bezigheden kunnen worden beschouwd, is strikte toetsing noodzakelijk. De verweten voorbereidings- en bevorderingshandelingen mogen wel in onderlinge samenhang worden beschouwd. Ook indien op zichzelf staande handelingen geen strafbare voorbereiding opleveren, kan uit de combinatie van alle handelingen en het gedachtegoed van de verdachte tezamen het oogmerk van de verdachte op het voorbereiden van een misdrijf worden afgeleid.5

De voorbereiding en bevordering zijn zelfstandig strafbaar gesteld als voltooide delicten. Hiervan is geen vrijwillige terugtred mogelijk.6

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat aan de eis van concreetheid ten aanzien van tijd, plaats en wijze van uitvoering is voldaan. Het is algemeen bekend dat de jihadistische strijdgroepen in Syrië om hun doel te bereiken dagelijks dood en verderf zaaien onder ieder die hun extreem fundamentalistische geloof niet deelt. Het geweld dat deze groepen gebruiken, heeft mede de uitdrukkelijke bedoeling grote delen van de bevolking ernstige vrees aan te jagen. Voor de verdachte, die, zoals hij zelf heeft verklaard, een grote belangstelling had voor de ontwikkelingen in Syrië en op de hoogte was van de daar actieve jihadistische terroristische organisaties, moet dit volstrekt duidelijk zijn geweest voordat hij richting Syrië vertrok om zich daar bij IS aan te sluiten om zijn aandeel te leveren aan de gewelddadige jihad. Deelname aan de gewelddadige jihad betekent in de praktijk deelname aan gevechtshandelingen, met het doel tegenstanders te doden en het risico burgers te doden. Het onder deze omstandigheden doden van mensen moet gekwalificeerd worden als moord en doodslag met een terroristisch oogmerk. Met het enkele uitreizen naar Syrië, ook al heeft hij het Syrisch grondgebied uiteindelijk niet bereikt, heeft de verdachte aan een kwade intentie een (aller)eerste gevolg gegeven.

Conclusie

De rechtbank komt gelet op het vorenstaande tot de conclusie dat de verdachte zich gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft trachten te verschaffen tot het plegen van moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk, in alle betekenissen die in artikel 83a Sr zijn omschreven. Uit het dossier blijkt echter niet voldoende dat de verdachte dit tezamen en in vereniging met anderen heeft gedaan en dat de verdachte zich gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van de andere (dan moord/doodslag) in de tenlastelegging genoemde terroristische misdrijven. Het enkele reizen met een of meer reisgenoten is daarvoor onvoldoende. De verdachte zal in zoverre dan ook worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde medeplegen.

Ten aanzien van feit 3

Standpunt openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte van feit 3 - zowel van het primair als het subsidiair tenlastegelegde - dient te worden vrijgesproken, aangezien het tenlastegelegde voornemen om deel te nemen aan een terroristische organisatie niet bewezen kan worden en voorts omdat ten aanzien van een substantieel deel van de tenlastegelegde feitelijke handelingen het bewijs ontbreekt dan wel deze handelingen niet redengevend zijn voor een bewezenverklaring.

Oordeel van de rechtbank

Deelneming aan een criminele (terroristische) organisatie is strafbaar gesteld in de artikelen 140 en 140a Sr. Aan deze strafbaarstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de openbare orde beschermd dient te worden tegen organisaties die beogen misdrijven te plegen. Het gaat hier om een zelfstandig strafbaar feit. Het doet er niet toe of de misdrijven waarop de organisatie het oog heeft zijn gepleegd dan wel dat pogingen daartoe zijn ondernomen of zelfs maar strafbare voorbereidingen daartoe zijn getroffen. Evenmin is van belang of een deelnemer aan de organisatie heeft meegedaan aan misdrijven welke door andere deelnemers daaraan zijn gepleegd (of zijn gepoogd te plegen of voorbereid)7

Voor deelneming aan een criminele (terroristische) organisatie is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van (terroristische) misdrijven. Enig vorm van opzet op de door de organisatie concreet beoogde concrete misdrijven is niet vereist.8

Islamitische Staat, ook wel Islamitische Staat in Irak en al-Sham (IS(IS)) en Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL) is opgenomen in Bijlage I van de EG verordening 881/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 20029 en wordt internationaal aangemerkt als (verboden) terroristische organisatie.

Zoals hiervoor reeds is overwogen, moet voor de verdachte - die een grote belangstelling had voor het nieuws in het algemeen en voor de ontwikkelingen in Syrië in het bijzonder - voordat hij richting Syrië vertrok om zich daar in het kalifaat te vestigen en aldus bij IS aan te sluiten, volstrekt duidelijk zijn geweest dat IS het oogmerk heeft het plegen van (terroristische) misdrijven.

Conclusie

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging deel te nemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.

5 Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud opgenomen van de wettige bewijsmiddelen die zien op de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt. Op grond daarvan en op grond van bovenstaande bewijsoverwegingen, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 11 december 2014 tot en met 23 december 2014 in Nederland en/of

in Duitsland en/of in Turkije,

met het oogmerk om ter voorbereiding van de te plegen misdrijven omschreven in artikel 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich heeft trachten te verschaffen,

immers heeft verdachte

zich (via chat- en whats app-berichten) laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en over hoe zich aan te sluiten bij Islamic State (IS) en

websites bezocht waarop informatie over de gewapende jihad en/of martelaarschap en/of de gewapende strijd wordt gedeeld en

afbeeldingen en videobestanden en gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het jihadistische gedachtengoed en/of martelaarschap en

reisbescheiden voorhanden gehad en

via Duitsland de reis naar Turkije en vervolgens naar de grens van Turkije-Syrië gemaakt en

getracht de Turks-Syrische grens over te steken in de richting van Syrië ten behoeve van de gewapende (Jihad)strijd.

2.

Hij in de periode van 11 december 2014 tot en met 05 oktober 2015 in Nederland en/of

Duitsland en/of Bulgarije en/of in Turkije,

met het oogmerk om ter voorbereiding van de te plegen misdrijven omschreven in artikel 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich heeft trachten te verschaffen,

immers heeft verdachte

zich (via chat- en whats app-berichten) laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en over hoe zich aan te sluiten bij Islamic State (IS) en

websites bezocht waarop informatie over de gewapende jihad en/of martelaarschap en/of de gewapende strijd wordt gedeeld en

afbeeldingen en videobestanden en gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het jihadistische gedachtengoed en/of martelaarschap en

een ticket en reisbescheiden voorhanden gehad en

via Bulgarije getracht (de grens van) Syrië te bereiken ten behoeve van de gewapende (Jihad)strijd.

3.

PRIMAIR:

Hij in de periode van 11 december 2014 tot en met 05 oktober 2015 in Nederland en/of te

Duitsland en/of te Bulgarije en/of te Turkije,

met het voornemen om deel te nemen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven, te weten Islamic State (IS), te weten:

  • -

    moord en/of doodslag, te plegen met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 en artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of voorbereiding van moord en/of doodslag, te plegen met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht), en/of

  • -

    de samenspanning tot het in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf (zoals bedoeld in artikel 289a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht) en/of het verrichten van één (of meer) handeling (en) met het oogmerk om dat misdrijf voor te bereiden of te bevorderen (zoals bedoeld in artikel 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk, en/of

  • -

    voorbereiding van moord te begaan met terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

  • -

    de samenspanning tot het in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, te begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

  • -

    het verrichten van één (of meer) handeling (en) met het oogmerk om dat misdrijf voor te bereiden of te bevorderen (zoals bedoeld in artikel 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk, door geldelijke en/of andere stoffelijke steun te verlenen aan die organisatie, alsmede door het werven van gelden en/of personen ten behoeve van die organisatie,

terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid,

immers heeft verdachte ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk,

  • -

    telkens contact gezocht met één (of meer) perso(o)nen (in Syrië) en/of op deze wijze inlichtingen en/of informatie verkregen over de gang van zaken/werkwijze in Syrië en/of informatie/instructies gekregen over de te volgen route naar/in Syrië en de te benaderen (contact)perso(o)n(en) in Syrië, en

  • -

    meerdere reizen ondernomen naar het grensgebied van Turkije/Syrië en/of Bulgarije teneinde op illegale wijze de grens naar Syrië over te steken en Syrië te bereiken ten behoeve van de gewapende (Jihad)strijd.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van de feiten 1 en 2:

met het oogmerk om moord en/of doodslag met een terroristische oogmerk voor te bereiden en/of te bevorderen zich gelegenheid, middelen en inlichtingen trachten te verschaffen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3 primair:

poging tot deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

7 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

8 Motivering van de sanctie

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat ten aanzien van feit 3 primair de gevangenneming van de verdachte wordt bevolen.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf disproportioneel hoog is in vergelijking met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Voorts heeft de raadsman bepleit dat, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, bij het bepalen van de strafmaat rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat de verdachte inmiddels reeds ongeveer een half jaar zijn voorlopige hechtenis in het strenge regime op de TA heeft doorgebracht.

Ten slotte heeft de raadsman verzocht het door de officier van justitie gevorderde bevel tot gevangenneming ten aanzien van feit 3 af te wijzen.

Oordeel van de rechtbank

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft binnen een tijdsbestek van een jaar tot twee maal toe geprobeerd uit te reizen naar Syrië teneinde zich aldaar te vestigen in het zogenoemde kalifaat en deel te nemen aan de gewelddadige jihad en de verboden jihadistische terroristische organisatie IS. Hoewel de verdachte (nog) niet daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de gewapende strijd in Syrië en dus (nog) geen geweld tegen mensenlevens of dreiging daarmee heeft gepleegd ligt het strafwaardige van verdachtes handelen in het feit dat hij aldus een bijdrage heeft beoogd te leveren aan die strijd en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen gericht op het plegen van moord en doodslag met een terroristisch oogmerk.

Strijdgroepen als IS hebben tot doel het vestigen van een islamitische staat, waarin de rechten van andersdenkenden op zeer gewelddadige wijze worden geschonden. Door deze strijdgroepen worden op grote schaal ernstige mensenrechtenschendingen begaan zoals standrechtelijke executies, moord, marteling en verminking van krijgsgevangenen en burgers. Veel van die misdrijven worden bovendien gepleegd met het uitdrukkelijke doel de bevolking in deze gebieden vrees aan te jagen en zijn daarmee ontegenzeggelijk terroristische misdrijven. Terrorisme wordt internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven.

De strafoplegging dient ertoe de verdachte zich ervan bewust te maken dat zijn handelen strafbaar en strafwaardig is, zeker nu niet valt uit te sluiten dat hij opnieuw naar Syrië zal willen uitreizen. Van de strafoplegging dient in deze zaak echter ook een niet mis te verstaan signaal van afschrikking uit te gaan aan anderen die voornemens zijn dit te doen.

De rechtbank merkt ten slotte nog op dat er veel vrees bestaat in de samenleving dat teruggekeerde Syriëgangers in Nederland terroristische aanslagen zullen plegen. Vanzelfsprekend kan die vrees geen rol spelen bij de aan de verdachte op te leggen straf. Immers, hij dient te worden gestraft voor de strafbare feiten welke hij heeft begaan en niet voor wat hij mogelijk in de toekomst zou kunnen gaan doen.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 maart 2016, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft niet willen meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek of een reclasseringsrapport waardoor over de verdachte niet veel meer bekend is dan dat hij afkomstig is uit een gezin met zeven kinderen, dat zijn ouders uit Somalië komen, dat hij zijn gymnasium diploma heeft behaald en dat hij een jaar werktuigbouwkunde aan de Technische Universiteit in Delft heeft gestudeerd.

Straf

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Meer dan de officier van justitie houdt de rechtbank echter rekening met het feit dat het hier voorbereidingshandelingen en een poging tot deelneming aan een terroristische organisatie betreft. Hierom en mede in aanmerking genomen dat de rechtbank het medeplegen niet bewezen acht, zal de aan de verdachte op te leggen gevangenisstraf aanzienlijk lager zijn dan door de officier van justitie is gevorderd. Tevens zal de rechtbank, zij het in beperkte mate, rekening houden met de omstandigheid dat de verdachte zijn voorlopige hechtenis heeft doorgebracht op de terroristenafdeling, welke een zwaar regime kent.

Slotsom

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van hierna te melden duur passend en

geboden. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank wil daarbij voorts de verdachte een kans bieden om aan te tonen dat hij zijn leven een wending ten goede kan geven.

Gevorderde gevangenneming van de verdachte

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie om ten aanzien van feit 3 primair de gevangenneming van de verdachte te bevelen, gelet op de duur van het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf, toewijzen.

9 In beslag genomen voorwerpen

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen goederen vermeld op de ‘lijst van inbeslaggenomen voorwerpen’ onder 1 tot en met 4, te weten een computer (tablet), twee telefoontoestellen, merk Samsung alsmede een simkaart, verbeurd te verklaren en het onder 5 vermelde geldbedrag ad € 1.750,- terug te geven aan de verdachte.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen geen verweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

De in beslag genomen goederen onder 1 tot en met 4 zullen worden verbeurd verklaard.

De bewezen feiten zijn met behulp van deze voorwerpen voorbereid.

Ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag ad € 1.750,-, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen: 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 57, 96, 140, 140a, 288a, 289 en 289a van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering, in voorlopige hechtenis en uitleveringsdetentie is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd de computer (tablet), twee telefoontoestellen, merk Samsung alsmede een simkaart, als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2;

- gelast de teruggave aan de verdachte van een geldbedrag ad € 1.750,-;

Beveelt de gevangenneming van de verdachte ten aanzien van feit 3 primair.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.W. Groenendijk, voorzitter,

mr. D.C.J. Peeck en mr. N.E. Kwak, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A. Klippel en mr. J.A.N. Maat, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 mei 2016.

De oudste rechter en de als tweede genoemde griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst nader omschreven tenlastelegging

Aan de verdachte wordt, na een toegelaten wijziging, ten laste gelegd dat

1.

Hij op een (of meer) tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 17 maart 2014

tot en met 23 december 2014 te IJmuiden en/of elders in Nederland en/of in

Duitsland en/of in Turkije,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het

(meermalen) te plegen misdrij(f) (ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a

en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht (te weten het

opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweeg brengen, terwijl

daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten

gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch misdrijf en/of moord en/of

doodslag) (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen

plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe

gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan

zich of (een) ander (en) heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen

en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot

het plegen van het misdrijf en/of

- plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan

anderen te worden medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich

heeft gehad,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging

althans alleen,

zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met

een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Jabhat

al Nusra en/of Islamic State (IS), althans (een) aan IS en/of Al Qaida

gelieerde organisatie(s), althans een organisatie die de gewapende jihadstrijd

voorstaat, eigen gemaakt en/of

zich (via chat- en/of whats app-berichten) laten informeren over het afreizen

naar het strijdgebied in Syrië en/of hoe zich aan te sluiten bij Islamic State

(IS) althans (een) aan IS gelieerde organisatie(s), althans een organisatie die

de gewapende jihadstrijd voorstaat, eigen gemaakt en/of

zich (via chat- en/of whats app-berichten) laten informeren over de situatie in

het strijdgebied en/of over strijder(s) en/of

een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de gewapende jihad

en/of martelaarschap en/of de gewapende strijd wordt gedeeld en/of

deelgenomen aan Arabische lessen en/of

een of meerdere documenten en/of afbeeldingen en/of videobestanden en/of

gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende

het jihadistische gedachtegoed en/of het martelaarschap en/of

zich (onder andere in de chat- en/of whats app-berichten) geuit over zijn/hun

wens zich te begeven (via Turkije en/of Bulgarije) naar Syrië en/of zich aan te

sluiten bij de gewapende strijd en/of gewapende jihad (onder meer door te

spreken over het martelaarschap) en/of

een (of meer) ticket(s) en/of visa en/of reisbescheiden aangeschaft of

voorhanden gehad en/of

(via Duitsland) de reis naar Turkije en/of (vervolgens) naar de grens van

Turkije-Syrië gemaakt en/of

(via een illegale oversteekplaats) getracht de Turks-Syrische grens over te

steken in de richting van Syrië ten behoeve van de gewapende (Jihad)strijd

artikel 289 jo 289a jo 96 lid 2 jo 157 jo 176a jo 176b jo 80 Wetboek van

Strafrecht

2.

Hij op een (of meer) tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 24 december

2014 tot en met 05 oktober 2015 te IJmuiden en/of elders in Nederland en/of

Duitsland en/of Bulgarije en/of in Turkije,

in tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het

(meermalen) te plegen misdrij (f) (ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a

en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht (te weten het

opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweeg brengen, terwijl

daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten

gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch misdrijf en/of moord en/of

doodslag) (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen

plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe

gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan

zich of (een) ander (en) heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen

en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot

het plegen van het misdrijf en/of

- plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan

anderen te worden medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich

heeft gehad,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging

met elkaar, althans alleen

zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd

met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie

Jabhat al Nusra en/of Islamic State (IS), althans (een) aan IS en/of Al Qaida

gelieerde organisatie(s), althans een organisatie die de gewapende jihadstrijd

voorstaat, eigen gemaakt en/of

zich (via chat- en/of whats app-berichten) laten informeren over het afreizen

naar het strijdgebied in Syrië en/of hoe zich aan te sluiten bij Islamic State

(IS) althans (een) aan IS gelieerde organisatie(s), althans een organisatie die

de gewapende jihadstrijd voorstaat, eigen gemaakt en/of

zich (via chat- en/of whats app-berichten) laten informeren over de situatie in

het strijdgebied en/of over strijder(s) en/of

een of meerdere website(s) bezocht waarop informatie over de gewapende jihad

en/of martelaarschap en/of de gewapende strijd wordt gedeeld en/of

deelgenomen aan Arabische lessen en/of

een of meerdere documenten en/of afbeeldingen en/of videobestanden en/of

gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende

het jihadistische gedachtegoed en/of het martelaarschap en/of

zich (onder andere in de chat- en/of whats app-berichten) geuit over zijn/hun

wens zich te begeven (via Turkije en/of Bulgarije) naar Syrië en/of zich aan te

sluiten bij de gewapende strijd en/of gewapende jihad (onder meer door te

spreken over het martelaarschap) en/of

een whats app-groep aangemaakt onder de naam Ansaar Khalifah (helpers van het

Kalifaat) en/of

een (of meer) ticket(s) en/of visa en/of reisbescheiden aangeschaft of

voorhanden gehad en/of

via Bulgarije en/of Turkije heeft getracht (de grens van) Syrië te bereiken ten

behoeve van de gewapende (Jihad)strijd;

artikel 289 jo 289a jo 96 lid 2 jo 157 jo 176a jo 176b jo 80 Wetboek van

Strafrecht

3.

PRIMAIR:

Hij op één (of meer) tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 17 maart 2014

tot en met 05 oktober 2015 te IJmuiden, in elk geval in Nederland en/of te

Duitsland en/of te Bulgarije en/of te Turkije en/of te Syrië,

tezamen en in vereniging met een (of meer) ander (en) , althans alleen,

met het voornemen om deel te nemen aan een organisatie die tot oogmerk had het

plegen van terroristische misdrijven, te weten: Jabhat al Nusra en/of Islamic

State (IS), althans aan IS en/of Al Qaida gelieerde organisaties, althans een

organisatie die de gewapende jihadstrijd voorstaat, als bedoeld in artikel 83

van het Wetboek van Strafrecht, te weten (onder meer) :

- moord en/of doodslag, te plegen met een terroristisch oogmerk (zoals . bedoeld

in artikel 289 en artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

voorbereiding van moord en/of doodslag, te plegen met een terroristisch

oogmerk (zoals bedoeld in artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht),

en/of

- de samenspanning tot het in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht

omschreven misdrijf (zoals bedoeld in artikel 289a lid 1 van het Wetboek van

Strafrecht) en/of het verrichten van één (of meer) handeling (en) met het

oogmerk om dat misdrijf voor te bereiden of te bevorderen (zoals bedoeld in

artikel 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een

terroristisch oogmerk, en/of

- voorbereiding van moord te begaan met terroristisch oogmerk (zoals bedoeld

in artikel 46 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- de samenspanning tot het in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht

omschreven misdrijf, te begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld

in artikel 289a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- het verrichten van één (of meer) handeling (en) met het oogmerk om dat

misdrijf voor te bereiden of te bevorderen (zoals bedoeld in artikel 96 lid

2 van het Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch

oogmerk, door geldelijke en/of andere stoffelijke steun te verlenen aan die

organisatie, alsmede door het werven van gelden en/of personen ten behoeve

van die organisatie,

terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging

met elkaar, althans alleen, (telkens) ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd,

in welke strijd moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch

oogmerk,

- ( telkens) contact gezocht met één (of meer) perso(o)nen (in Syrië) en/of (op

deze wijze) inlichtingen en/of informatie ingewonnen/verkregen over de gang

van zaken/werkwijze in Syrië en/of informatie/instructies gekregen over de

te volgen route naar/in Syrië en/of de (te benaderen) (contact)perso(o)n(en)

in Syrië, en/of

- één (of meerdere) rei(s) (zen) ondernomen naar het grensgebied van

Turkije/Syrië en/of Bulgarije teneinde op illegale wijze de grens naar

Syrië over te steken en/of Syrië te bereiken ten behoeve van de gewapende

(Jihad) strijd en/of

- één (of meer) gegevens- en/of informatiedrager(s) met daarop één (of

meer) (digita(a)l(e)) document (en) voorhanden gehad met daarop informatie

betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap en/of het

paradijs en/of jihadistische strijdliederen en/of preken en/of de strijd in

Syrië, waaronder:

- een WhatsApp bericht waarbij aan Allah wordt gevraagd om het martelaarschap

en een overwinning op de ongelovigen en/of

- een (door verdachte aangemaakte) whats app-groep onder de naam Ansaar

Khalifah (helpers van het Kalifaat) en/of

een audio-bestand in de Arabisch taal inhoudende de eed van trouw (bay'ah)

(aan Islamic State)en/of de kalief en/of

- één of meer ontmoetingen en/of contact met elkaar en/of anderen gehad om

voornoemde reis naar Syrië te bespreken;

Artikel 140a jo 140 jo 45 jo 47 Wetboek van Strafrecht

SUBSIDIAIR:

Hij op één (of meer) tijdstip (pen) , in of omstreeks de periode van 17 maart

2014 tot en met 05 oktober 2015 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland en/of

te Duitsland en/of te Bulgarije en/of te Turkije en/of te Syrië,

tezamen en in vereniging met (of meer) ander.(en), althans alleen, (telkens)

opzettelijk,

ter voorbereiding van (een) misdrijf/misdrijven waarop naar de wettelijke

omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld,

te weten het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van

terroristische misdrijven, te weten: Jabhat al Nusra en/of Islamic State (IS),

althans aan IS en/of Al Qaida gelieerde organisaties, althans een organisatie

die de gewapende jihadstrijd voorstaat, door het verlenen van geldelijke en/of

andere stoffelijke steun alsmede het werven van gelden of een (of meer)

perso(o)n(en) ten behoeve van deze organisatie,

voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, bestemd

tot het begaan van die/dat misdrijf/misdrijven, heeft verworven en/of

vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden

heeft gehad,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging

met een (of meer) ander (en) , althans alleen,

- contact gezocht met één (of meer) perso(o)nen (in Syrië) en/of (op deze

wijze) inlichtingen en/of informatie ingewonnen/verkregen over de gang van

zaken/werkwijze in Syrië en/of informatie/instructies gekregen over de te

volgen route naar/in Syrië en/of de (te benaderen) (contact)perso(o)n(en) in

Syrië, en/of

- één (of meerdere) rei(s) (zen) ondernomen naar het grensgebied van

Turkije/Syrië en/of Bulgarije teneinde op illegale wijze de grens naar

Syrië over te steken en/of Syrië te bereiken ten behoeve van de gewapende

(Jihad) strijd en/of

- één (of meer) gegevens- en/of informatiedrager(s) met daarop één (of meer)

(digita(a)l(e)) document (en) voorhanden gehad met daarop informatie

betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap en/of het

paradijs en/of jihadistische strijdliederen en/of preken en/of de strijd in

Syrië, waaronder:

een whats app bericht waarbij aan Allah wordt gevraagd om het

martelaarschap en een overwinning op de ongelovigen en/of

- een (door verdachte aangemaakte) whats app-groep onder de naam Ansaar

Khalifah (helpers van het Kalifaat) en/of

een audio-bestand in de Arabisch taal inhoudende de eed van trouw (bay'ah)

(aan Islamic State) en/of de kalief en/of

- ( contante) geldbedragen voorhanden gehad en/of

- één of meerdere tickets en/of reisbescheiden voorhanden gehad en/of

- één of meerdere tassen inhoudende (met name) warme en/of camouflagekleding

voorhanden gehad en/of

- één of meer ontmoetingen en/of contact met elkaar en/of anderen gehad om

voornoemde reis naar Syrië te bespreken;

Artikel 140a jo 140 jo 4

1 Bestemming Syrië, Een exploratieve studie naar de leefsituatie van Nederlandse ‘uitreizigers’ in Syrië, 3 januari 2016, pagina 52 (https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/RechtbankRotterdam/Nieuws/Documents/Bestem-ming%20Syrie.pdf).

2 J. de Hullu, Materieel strafrecht, zesde druk, 2015, pagina 416.

3 J. de Hullu, Materieel strafrecht, zesde druk, 2015, pagina 417.

4 J.M. Lintz, Commentaar op Wetboek van Strafecht art. 79, Sdu, februari 2015, paragraaf C2.

5 Rechtbank Den Haag 1 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14652, paragraaf 4.5.2.

6 J.M. Lintz, Commentaar op Wetboek van Strafecht art. 79, Sdu, februari 2015, paragraaf C2.

7 Zie rechtbank Den Haag 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365, paragraaf 18.2.

8 Zie rechtbank Den Haag 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365, paragraaf 18.151.

9 Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 632/2013 van de Commissie van de Europese Unie van 28 juni 2013 tot 194e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2002 tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk.