Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:4204

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-05-2016
Datum publicatie
24-05-2016
Zaaknummer
15/871456-15 RK 16-002155
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Klaagschrift ex art. 552a Sv. Strafvorderlijk beslag gelegd op Mercedes en ook conservatoir anderbeslag. Geen opheffing c.q. teruggave in verband met verdenking witwassen en onttrekking aan verhaal door auto op naam van verzoeker te zetten.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 552a
Wetboek van Strafvordering 94a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummer:RK 16-002155

Parketnummer: 15/871456-15

Uitspraakdatum: 23 mei 2016

Beschikking (art. 552a Sv.)

1 Ontstaan en loop van de procedure

Op 7 april 2016 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een klaagschrift van mr. J.W. Bloem, gemachtigde van

[klager 1],

[geboortedatum] ,

[woonplaats] ,

domicilie kiezende te 1501 BA Zaandam, Burcht 11,

ten kantore van mr. J.W. Bloem, advocaat.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het daarop gelegde beslag, met last tot teruggave aan klager van een personenauto, merk Mercedes Benz, type CLA 200, kenteken [1-ABC-23] .

Op 9 mei 2016 is dit klaagschrift op een openbare zitting in raadkamer behandeld.

Klager en zijn raadsman zijn niet verschenen.

Wel was aanwezig de officier van justitie mr. W.J. Veldhuis.

Mr. Bloem heeft bij schrijven van 6 mei 2016 verzocht de inhoudelijke behandeling van het klaagschrift ten behoeve van een adequate voorbereiding door de verdediging aan te houden.

De raadsman en verzoeker zijn niet ter terechtzitting zijn verschenen om het verzoek toe te lichten. De rechtbank ziet geen aanleiding tot aanhouding van de behandeling van het door verzoeker ingediende klaagschrift en wijst het aanhoudingsverzoek af.

2 Beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.

Op 30 december 2014 is een boerderij gelegen aan de [adres 1] geheel afgebrand. Deze brand bleek te zijn aangestoken. Deze boerderij behoorde voor 50% toe aan [verdachte] , wonende [adres 1] en voor 50% aan haar moeder. De boerderij was verzekerd bij Reaal Schadeverzekeringen N.V. (hierna Reaal) ten bedrage van € 1.539.000,00.

Nadat bleek dat door de heer [verdachte 2] veelvuldig contact werd opgenomen met Reaal en druk werd uitgeoefend om de verzekeringsgelden uit te keren, ontstond een verdenking tegen genoemde [verdachte] van witwassen.

In het strafrechtelijk onderzoek werd beslag gelegd op de door Reaal uitgekeerde verzekeringspenningen, de bedrijfsunit in eigendom van [verdachte] , de grond aan de [adres 1] en de waarborgsom welke was gestort op de derdengeldrekening van een notaris ten behoeve van de aankoop van een nieuwe woning.

Op 17 december 2015 is onder [verdachte] voornoemde personenauto te [adres 1] , - zijnde de verblijfplaats van [verdachte] en [verdachte 2] - inbeslaggenomen ten behoeve van de waarheidsvinding en eventuele verbeurdverklaring m(art. 94 Sv).

Op 9 februari 2016 is te Haarlem op genoemde personenauto bovendien conservatoir beslag gelegd tot bewaring van het recht van verhaal tot maximaal € 1.490.066,08.

De raadsman van klager heeft in het klaagschrift onder meer het volgende aangevoerd:

De heer [klager 2] is eigenaar van voornoemde - inbeslaggenomen auto. Hij heeft geen afstand van deze auto gedaan. Evenmin heeft de heer [klager 2] deze auto door enig strafbaar feit verkregen of onttrokken aan een rechthebbende.

De heer [klager 2] is in de zaak met bovengenoemd parketnummer 15/8715456-15, noch in enig andere zaak, als verdachte aan te merken.

De heer [betrokkene 4] heeft een Mercedes C 220 GDI gekocht van Gomes en deze vervolgens bij de firma Kareltrans ingeruild voor een Mercedes SLK 350. De heer [betrokkene 4] heeft mevrouw [verdachte] (kennelijk verdachte in de zaak met opgemeld parketnummer) deze Mercedes SLK 350 ter beschikking gesteld omdat zij deze wilde overnemen. Met medeweten en toestemming van de [betrokkene 4] heeft mevrouw [verdachte] de Mercedes SLK 350 bij de firma Gomes ingeruild voor een Mercedes CLA 200 met kenteken [1-ABC-23] .

Nadat zij de Mercedes SLK 350 bij Gomes heeft ingeruild en de thans inbeslaggenomen Mercedes CIA 200 onder bijbetaling heeft gekocht, heeft mevrouw [verdachte] aan de [betrokkene 4] te kennen gegeven dat zij financieel niet in de gelegenheid was [betrokkene 4] te betalen. Daarop heeft [betrokkene 4] in overleg met mevrouw [verdachte] de Mercedes CLA "terug genomen" met de bedoeling deze op zijn naam te laten zetten.

Omdat [betrokkene 4] op het moment dat deze handeling kon plaatsvinden (de Mercedes CLA kon op dat moment worden overgeschreven) niet in de gelegenheid was de benodigde formaliteiten te verrichten is min of meer uit nood geboren de Mercedes CLA (op of omstreeks 4 september 2015) ten name van de heer [klager 2] gesteld.

Een en ander blijkt uit de aan dit klaagschrift gehechte verklaringen die betrokken partijen hierover hebben afgeleid.

De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van de inbeslaggenomen personenauto aan klager en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet, nu het Openbaar Ministerie zal vorderen dat de personenauto zal worden verbeurd verklaard en kan dienen voor bewaring van het recht op verhaal voor een naar aanleiding van het misdrijf, waarvan mevrouw [verdachte] wordt verdacht, op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De rechtbank overweegt het volgende.

Uit het strafrechtelijk onderzoek blijkt het volgende:

De verkoper bij Gomes Noord-Holland BV te Hoorn heeft verklaard dat hij deze auto (de Mercedes Benz CLA 200 met kenteken [1-ABC-23] ) heeft verkocht aan mevrouw [verdachte] . Zij ruilde daarbij een zwarte SLK in en betaalde daarnaast een bedrag van ongeveer € 5.000,- contant (uit de desbetreffende factuur blijkt dat het om € 5.300,- gaat).

De vestigingsmanager van Gomes Noord-Holland verklaarde dat hij bij de levering van de auto de koopster had gefeliciteerd met de aankoop en dat zij toen in gezelschap was van de hem bekende [verdachte 2] .

Volgens de factuur was door mevrouw [verdachte] de Mercedes Benz type CLA 200 gekocht voor een bedrag van € 41.800,00. Ingeruild werd een Mercedes Benz type SLK 350 kenteken 95-XXS-8 voor een bedrag van € 36.500,00. Laatstgenoemde auto was in de periode 30 maart 2014 t/m 1 april 2015 op naam gesteld van [verdachte] . Daarvoor was de te naam gestelde [betrokkene 4] .

In het strafrechtelijk onderzoek werd op 25 augustus, 31 augustus, 1 september en 2 september 2015 beslag gelegd op diverse bezittingen op naam van [verdachte] en haar moeder [betrokkene 5] .

Op 4 september 2015 is de Mercedez Benz CLA 200 overgeschreven en op naam van [klager 2] gezet.

Bij doorzoeking van de Mercedes Benz CLA 200 kenteken [1-ABC-23] op 17 december 2015. Deze auto werd aangetroffen voor de garagedeur van [adres 1] het verblijfadres van [verdachte] en [verdachte 2] .

In de auto werden de volgende documenten aangetroffen:

Koopovereenkomst d.d. 25 maart 2015 t.n.v. [verdachte]

Vrijwaringsbewijs 95-XXS-8

Kopie rijbewijs t.n.v. [betrokkene 4]

Bankafschriften t.n.v. erven [verdachte 2]

Bewijs van ontslag PI Haarlem t.n.v. [verdachte 2] .

Klein vaarbewijs t.n.v. [verdachte 2]

Mapje inhoudende ID bewijs rijbewijs en zorgpas t.n.v. [verdachte 2] .

In de Mercedes Benz werden geen documenten en/of goederen aangetroffen waaruit blijkt dat deze eigendom zijn van, op naam gesteld zijn van dan wel in gebruik zijn bij de huidige te naam gestelde E.K.T. [klager 2] .

Wegenbelasting en verzekering werden betaald door en via de bankrekening van mevrouw [verdachte] .

Beoordeling

Vooropgesteld wordt dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Het beperkte karakter van de beklagprocedure komt tot uitdrukking in de aan te leggen toetsingsmaatstaven. In deze procedure dient de rechtbank te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, of klager redelijkerwijs als rechthebbende op het inbeslaggenomene kan worden aangemerkt.

In het onderhavig geval is sprake van een voorwerp dat volgens het Openbaar Ministerie

vatbaar is voor verbeurdverklaring. De rechtbank dient daarom te beoordelen of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de personenauto zal bevelen.

Klager heeft zich als belanghebbende gevoegd in deze beklagprocedure en gesteld eigenaar van de inbeslaggenomen personenauto te zijn. Onder verwijzing naar het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet buiten enige twijfel is komen vast te staan dat klager eigenaar was van de inbeslaggenomen personenauto.

Uit de hiervoor uit het strafrechtelijk onderzoek weergegeven bevindingen volgt dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen personenauto zal verbeurd verklaren in het kader van de verdenking witwassen. Mevrouw [verdachte] en/of de [verdachte 2] moeten vooralsnog geacht worden de feitelijke bezitter van de in beslag genomen auto te zijn geweest en gebleven, ook na de formele overdracht aan klager op 4 september 2015.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag. Het beklag dient daarom ongegrond te worden verklaard.

Het belang van strafvordering verzet zich ook tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor - in dit geval - artikel 94a Sv de inbeslagneming toelaat het voortduren van het beslag nodig maakt. Voorwerpen die toebehoren aan een ander dan degene aan wie het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen, kunnen ingevolge artikel 94a lid 4 Sv in beslag worden genomen indien voldoende aanwijzingen bestaan dat deze voorwerpen geheel of ten dele aan die ander zijn gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen, en die ander dit wist of redelijkerwijze kon vermoeden

In het onderhavige geval is sprake van een voorwerp dat volgens het Openbaar Ministerie kan dienen tot bewaring van het recht tot verhaal van een naar aanleiding van het misdrijf – waarvan mevrouw [verdachte] wordt verdacht – op te leggen verplichting tot betaling aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De rechtbank dient in dit geval te beoordelen

a. a) of er ten tijde van de beslissing van de rechtbank tot het verlenen van machtiging tot het leggen van conservatoir beslag sprake was van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en

b) of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot het betalen van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

De machtiging tot het leggen van conservatoir beslag is door de rechter-commissaris verleend op grond van de verdenking dat mevrouw [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen, zijnde een feit waarvoor een geldboete van de 5e categorie kan worden opgelegd, en met dat feit een wederrechtelijk voordeel heeft verkregen van € 1.539.000,--.

Het beslag is gelegd op een personenauto, waarvan de rechtbank hiervoor heeft overwogen dat de situatie van artikel 94a lid 4 Sv aan de orde is.

Het beklag dient ook daarom ongegrond te worden verklaard.

3 Beslissing

De rechtbank:

verklaart het klaagschrift ongegrond.

4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door

mr. L.J. Saarloos, rechter,

in tegenwoordigheid van W. Veenstra, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2016.

De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking.