Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:4013

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-06-2016
Datum publicatie
06-06-2016
Zaaknummer
4715708 / 15-11040 (H.K.)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Het Kadaster heeft geen wanprestatie gepleegd door niet in te gaan op de wensen van gedaagde, dat de erfgrens tussen hem en de buren anders zou zijn dan de landmeter heeft gemeten. De factuur van het Kadaster moet betaald worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 4715708 CV EXPL 15-11040 (H.K.)

Uitspraakdatum: 1 juni 2016

Vonnis in de zaak van:

de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers, gevestigd en kantoorhoudende

te Apeldoorn

eiseres, hierna ook te noemen het Kadaster

gemachtigde: ACCS B.V. te Eindhoven

tegen

[naam], wonende te [adres]

gedaagde

in persoon procederend.

1 Het procesverloop

1.1.

Eiseres heeft bij dagvaarding van 7 december 2015 een vordering tegen gedaagde ingesteld. Gedaagde heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 25 april 2016 heeft een zitting plaatsgevonden, in aanwezigheid van partijen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Eiseres heeft een pleitnota overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft eiseres bij brief van 13 april 2016 nog stukken toegezonden.
Overeenkomstig de afspraak met partijen ter terechtzitting heeft eiseres vervolgens een akte genomen om zich uit te laten over een door gedaagde gedane betaling.

2 De feiten

2.1.

Gedaagde heeft op 12 december 2013 aan eiseres opdracht gegeven voor grensreconstructie van de percelen in de gemeente [gemeente] , sectie [-] nummers [nummers] , plaatselijk bekend als [Naam] .

2.2.

Hiervoor is door eiseres op 1 maart 2014 een factuur gezonden aan gedaagde voor een bedrag van € 2.140,--.

2.3.

De grensreconstructie is vervolgens in maart 2014 uitgevoerd door de landmeter van het Kadaster (volgens eiseres op 26 maart en volgens gedaagde op 19 maart 2014).

3 De vordering

3.1.

Eiseres vordert dat de kantonrechter gedaagde veroordeelt tot betaling van € 2.617,69, met de wettelijke rente over € 2.140,-- vanaf de dag der dagvaarding tot de voldoening, kosten rechtens.

3.2.

Eiseres legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij heeft voldaan aan de door gedaagde verstrekte opdracht. Een grensreconstructie houdt niet tevens in een markering van de grenzen. De landmeter brengt slechts markeringen aan die voor de meting van belang zijn. De grensreconstructie is op 26 maart 2014 uitgevoerd door de landmeter van het Kadaster en is gebaseerd op het relaas van bevindingen bekend als archiefnummer 2342. De aangebrachte markering in 1984 is volgens eiseres juist aangebracht en diende als uitgangspunt voor de meting op 26 maart 2014. Het geschil tussen gedaagde (nr. [1] ) en zijn buren (nr. [2] ) over de grenzen van hun grond is niet verwijtbaar aan eiseres. Eiseres betwist dat aan de notariële transportakte uit 1982 een tekening was bevestigd, zoals gedaagde beweert.
Bij eerdere metingen van het Kadaster, op 18 augustus 1981 en in mei 1984, was onder meer aanwezig de ex-echtgenote van gedaagde, mevr. [X] . Zij is toen akkoord gegaan met wat de landmeter toen heeft gemeten. Eiseres heeft de gegevens van de betreffende metingen ter zitting overgelegd.

4 Het verweer

4.1.

Gedaagde betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat eiseres niet aan de opdracht heeft voldaan. Zij heeft geen ijkpunten geplaatst op de locaties die zijn gemeld op de oppervlakteschets behorend bij de koopakte van 29 maart 1982. Gekocht is 77 m² achtertuin gedeelte en 7 m² aan de zijkant naar de straat van buurman [Y] (nr. [2] ). Door een geschil met de huidige buurman van nr. [2] werd gedaagde genoodzaakt assistentie in te roepen van het Kadaster. Op 19 maart 2014 is eiseres ter plaatse komen meten. Het bleek dat eiseres met betrekking tot de aankoop in 1982 geen enkel ijkpaaltje had geplaatst op punten die op de tekening waren vermeld en aan de notariële akte waren gehecht. Eiseres verwijst slechts naar het schrijven van 25 maart 1982 met de mededeling dat de grens bij partijen voldoende bekend is. Aan de koopakte uit 1982 was een tekening gehecht waarin onder meer een merkteken was geplaatst bij een dennenboom van toen [10] meter hoog. Deze boom speelde op de tekening een belangrijke rol bij de grensafbakening, maar eiseres heeft dit punt volledig gepasseerd.
Door de verkeerde meting raakt gedaagde een stuk grond van ongeveer 4,5 m² kwijt aan de buurman.

5 De beoordeling

5.1.

In de eerste plaats dient te worden beoordeeld of de hoofdsom ad € 2.140,-- door gedaagde is voldaan, zoals hij ter terechtzitting onder overlegging van een bankafschrift heeft gesteld. Uit dit afschrift blijkt dat op 23 juli 2014 voormeld bedrag van gedaagdes rekening is afgeschreven en is bijgeschreven op de rekening van het Kadaster.

Bij akte heeft het Kadaster een rekeningafschrift overgelegd, waaruit blijkt dat weliswaar op 31 juli 2014 een bedrag door gedaagde op haar rekening is gestort van € 2.140,--, maar dat dit bedrag dezelfde dag is teruggeboekt (gestorneerd). De conclusie dient derhalve te luiden, dat de hoofdsom onbetaald is gebleven.

5.2.

Als uitgangspunt dient, dat het Kadaster zich baseert op de gegevens zoals die sinds de
Franse tijd in het openbaar archief van de dienst zijn opgeslagen.

Daarbij dient rekening te worden gehouden met nadien ontstane veranderingen zoals die in de loop der tijd konden blijken uit de transportaktes van onroerend goed en de vastlegging daarvan in het kadaster.
Bij de feitelijke meting naar erfafscheidingen dient het Kadaster zich op bovenstaande te baseren en rust op haar jegens een opdrachtgever een inspanningsverplichting. Het Kadaster kan daarbij dus niet zonder meer uitgaan van een feitelijke situatie die ze aantreft. Die feitelijke situatie kan duiden op het gebruik van onroerend goed, waaronder grond, waaraan een rechtstitel ontbreekt. Het is dan aan de opdrachtgever en de eigenaren van aangrenzende percelen om zelf – in onderling overleg – de grenzen te markeren van de grond waarvan zij menen dat deze juist zijn. In casu zijn door het Kadaster metingen verricht in 1981 en 1984 waarbij de toenmalige echtgenote van gedaagde aanwezig is geweest en waarbij zij kennelijk heeft ingestemd met de ter zake toen door het Kadaster vastgestelde grenzen. Deze grenzen zijn in maart 2014 uitgangspunt geweest voor de landmeter van het Kadaster voor de nieuwe metingen.

Het verweer van gedaagde, dat hij in 1981 en 1984 niet bij de metingen van het Kadaster aanwezig was faalt, nu het aan hem is om daaromtrent inlichtingen in te winnen bij degene die geacht wordt zijn zaak waar te nemen tijdens zijn afwezigheid, te weten zijn toenmalige echtgenote. Dat overmacht of feitelijk onvermogen daartoe reden is geweest, is gesteld noch gebleken.

5.3.

Gelet op het vorenstaande kan gedaagde thans niet met succes stellen dat het Kadaster had dienen uit te gaan van de erfgrens zoals hij die wenselijk acht, gelet op de koopakte uit 1982, waarvan onbetwist door eiseres is gesteld, dat de tekening bij die koopakte niet was gehecht aan de notariële transportakte.

Evenmin kan hij het Kadaster verwijten dat er onvoldoende op zijn argumenten met betrekking tot het “landje-pik” van zijn buurman is ingegaan. Immers, aan het Kadaster komt in principe geen waardeoordeel toe omtrent feitelijk grondgebruik dat zij aantreffen. Dit betreft een conflict tussen gedaagde en zijn buurman waar het Kadaster buiten staat.

5.4.

Een en ander betekent, dat eiseres de overeenkomst naar behoren heeft uitgevoerd, zodat gedaagde tot betaling van de gevorderde hoofdsom ad € 2.140,-- gehouden is. Ook de medegevorderde buitengerechtelijke kosten ad € 388,41 zijn toewijsbaar, gelet op het bepaalde in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Evenzeer is de medegevorderde rente ad € 89,28 toewijsbaar, naast de verdere rente.

5.5.

De proceskosten komen voor rekening van gedaagde, omdat hij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van € 2.617,69, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.140,-- vanaf 7 december 2015 tot aan de dag van de betaling;

6.2.

veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van eiseres tot en met vandaag vaststelt op € 741,82, te weten:

dagvaarding € 95,82

griffierecht € 471,00

salaris gemachtigde € 175,00.

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door P.G. Vroom, kantonrechter, bijgestaan door J.A.J. Kreijger, griffier en op 1 juni 2016 in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter