Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:3970

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-05-2016
Datum publicatie
07-09-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 4073
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Onttrekking aan het douanetoezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
DouaneUpdate 2016-0455
NTFR 2016/2294
NLF 2016/0091 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer: HAA 15/4073

uitspraak van de meervoudige kamer van 17 mei 2016 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres

(gemachtigde: H. Wolthaus),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Rotterdam Rijnmond, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt van

€ 452.864,74 aan douanerechten op industriële producten.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de utb gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2016 te Haarlem. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde, bijgestaan door mr. [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. J.H. Wijnbelt, bijgestaan door N.G. van der Veen en drs. [C] RA.

Overwegingen

Feiten

1. Aan [A BEDRIJF] B.V. (de rechtsvoorganger van eiseres, hierna: de BV) is met ingangsdatum 1 februari 2012 een vergunning actieve veredeling schorsingssysteem verleend.

2. Op 1 maart 2012 heeft de BV aangifte gedaan voor het plaatsen van 12.279.968 kg ‘nafta; andere lichte oliën’ onder de douaneregeling douane-entrepot. Het aangegeven land van oorsprong is Letland en de aangegeven goederencode is 2710 12 90. Deze niet-communautaire goederen zijn opgeslagen in een tank. Er is voor deze partij geen aangifte gedaan voor plaatsing onder de (economische) douaneregeling actieve veredeling.

3. Op 2 maart 2012 is het lege zeeschip m.s. [A NAAM] beladen. Volgens het beladingsplan is vanuit het douane-entrepot de hiervoor genoemde 12.279.968 kg nafta geladen. Vanuit een aantal andere tanks (accijnsgoederenplaatsen hierna: AGP’s) is hetzij nafta, hetzij een mengsel van nafta en aromatische koolwaterstoffen geladen. Aan boord van het zeeschip heeft vermenging plaatsgevonden.

4. Voor de partijen afkomstig uit de AGP’s zijn ten behoeve van de uitvoer op 4 maart 2012 een elektronisch administratief document (hierna: eAD) en een uitvoeraangifte opgemaakt. In beide documenten is als goederenomschrijving opgenomen ‘light cat cracked spirit’ en GN-code 2710 12 41 vermeld.

5. Voor de partij afkomstig uit het douane-entrepot is ten behoeve van de wederuitvoer op 4 maart 2012 een T1-document opgemaakt met als goederenomschrijving ‘light cat cracked spirit’ en GS-code 2710 19. Het land van bestemming is Togo.

6. De bill of lading van 4 maart 2012 vermeldt als omschrijving van de goederen ‘Nigerian grade gasoline RON 91’.

7. In opdracht van de verkoper en de koper van de goederen is voorafgaand aan de belading van het zeeschip door [B BEDRIJF] B.V. (hierna: [B BEDRIJF] ) een monster genomen. Een e-mail bericht van [B] van [B BEDRIJF] aan [C] van het Olie- en Gasteam van de Belastingdienst/Grote Ondernemingen te Rotterdam houdt onder meer in:

“Er is door ons, op basis van de volumetrische verdelingen in het laatst beschikbare laadplan, een monster samengesteld van product uit de diverse landtanks. Dit monster is geanalyseerd volgens de methodes beschreven in de bij nominatie ontvangen specificaties en tegen zelfde specificaties getoetst.”

8. Een door [B BEDRIJF] opgemaakt ‘certificate of quality’ met nummer 12-001946-0-RDAM (2) houdt in:

CERTIFICATE OF QUALITY

Interim Laboratory Report No. 12-001946-0-RDAM( 2)

Our Ref.: 1100001816 Date: Job is not authorised

Sample ID

12-001946-0-RDAM-001-00

Description

“ [A NAAM] ” Proportional composition sample ex shore tanks before loading 2-MAR-2012 BP Terminal Amsterdam

Product

NIGERIAN GRADE GASOLINE RON 91

Seals

None

Packing

Coloured Glass ((> 250 ml)

Test

Method

Unit

Specification

Result

Density at l5 oC

ASTM D4052

Kg/1

0.7200-0.7600

0.7515

Appearance

Visual

Clear and Brigh

Bright and Clear

Colour

Visual

Undyed

Undyed

Distillation

I.B.P.

10% evap.

50% evap.

90% evap.

F.B.P.
Residue

ASTM D 86

oC

oC

oC

oC

oC

% v

max. 70

max. 125

max. 180

max. 210

max. 2

34.9

53.1

90.2

157.2

187.8

1.5

Copper Corrosion 3hrs. @ 50°C

ASTM D 130

max. 1

1A

Existent Gum

ASTM D 381

mg/100 ml

max. 4

<0.5

Oxidation Stab.

ASTM D 525

minutes

min. 360

>360

R.O.N.

ASTM D2699

min. 91.0

91.2

Ethanol

EN13132mod

Nil

<0.2

Odour

--

Marketable

Marketable

Lead

ASTMD3237

mg/1

Unleaded

<0.2

Sulphur

ASTM D5453

% m

max. 0,1

0.0064

Benzene

ASTM D6839

% v

max. 2

0.82

Vapour Pressure (DVPE) at 100 oF

ASTM D5191

psi

max. 9

8.60

9. Een brief van het Douane Laboratorium van 12 februari 2014 aan verweerder, met kenmerk 15/447/67 SO houdt, voor zover van belang, in:

“Met betrekking tot uw casus betreffende de lichte olie, waarvan u het

analysecertificaat “Certificate of Quality, report no. 12-001946-0-RDAM” heeft

meegeleverd kan ik u het volgende melden.

U geeft aan dat een partij olie, aangegeven als “Nafta, andere lichte oliën” van GN

code 2710.1290, is gemengd met diverse oliën.

Het gevormde mengsel is aangegeven als licht olie GN code2710.1241 met de

omschrijving “Nigeria Grade Gasoline RON 91”.

(…)

Het bijgeleverde analysecertificaat “Certificate of Quality, report no. 12-001946-0-

RDAM” vermeldt als productnaam “Nigerian grade gasoline RON 91”.

Van het oorspronkelijk product” Nafta, andere lichte olie”, heeft u geen analyse

rapport bijgevoegd. De indeling van dit oorspronkelijk product kan ik derhalve niet

verifiëren.

Het analysecertificaat van de “Nigerian grade gasoline RON 91” vermeldt de volgende

kenmerken:

- Distillatietraject tussen 34,9 en 187,8 °C.

- Het verschil tussen de temperaturen waarbij 5 en 90% overdistilleert, distillatie

verliezen inbegrepen, bedraagt meer dan 60 °C.

- RON (octaangetal) van 91,2

- Vapour Pressure (dampspanning) van 8,6 psi (ca. 59 KPa)

- Benzeengehalte 0,82 %volume

De indeling van het product:

Op basis van het distillatietraject, tussen 34,9 en 187,8 °C, is het product aan te merken als

lichte olie (aanvullende aantek. 4 op Hoofdstuk 27).

Het product betreft geen “speciale lichte olie”, aangezien het verschil tussen de

temperaturen waarbij 5 en 90% overdistilleert , distillatie verliezen inbegrepen, meer dan 60

°C bedraagt (aanvullende aantek. GN 2 letter a).

Het product dient derhalve ingedeeld te worden als motorbenzine (2710.1231 -2710.1270)

of als andere lichte olie (2710.1290).

Op basis van het octaangetal en loodgehalte, dit zijn specifieke kenmerken voor een

motorbenzine, dient het product meet specifiek ingedeeld te worden onder post 27 10.1241.

Dit is ook in overeenstemming met de productomschrijving, deze bevat immers het woord

“Gasoline” (benzine).

Het is onjuist om het product in te delen onder de post “andere lichte olie” 2710.1290. Deze

post bevat onder andere “nafta” en andere lichte oliën die niet geschikt zijn als

motorbrandstof. Nafta is een basisproduct voor motorbenzine, nafta heeft een RON

(octaangetal) van ca. 40 tot 70. Producten met een RON van 85 of lager zijn niet geschikt

als motorbrandstof.

Op basis van het RON (octaangetal) is het onjuist het bovengenoemde product aan te

merken als “andere lichte olie” van post 2710.1290.

(...)”

10. Een brief van het Douane Laboratorium van 11 november 2015 aan verweerder, met kenmerk 15/447/436 SO houdt, voor zover van belang, in:

“In februari 2015 heb ik de indeling beschreven van het product “Nigerian Grade

gasoline RON 91” waarvan u het analysecertificaat “Certificate of Quality, report

no. 12-001946-0-RDAM” (versie 2) had meegeleverd. (15/447/67 SO)

Van dit analysecertificaat is nieuwe versie verschenen, versie 3. Uw vraag is of

deze nieuwe versie, waarin een 2 tal wijzigingen zijn aangebracht, een gewijzigd

inzicht op de indeling zou kunnen opleveren.

De verschillen van versie 3 t.o.v. versie 2 zijn :

- Versie 2 vermeld een I.B.P. van 34,9 °C. Dit I.B.P. is verwijderd in versie 3.

- Versie 2 vermeld een loodgehalte (Lead) van <0,2 mg/l, in versie 3 is dit

resultaat veranderd naar “unleaded”.

Deze verschillen zijn niet relevant met betrekking tot de indeling. De indeling

zoals geconcludeerd in mijn brief met het kenmerk 15/447/67 SO wordt niet

beïnvloed door de kleine wijzigingen welke vermeld zijn in versie 3 van het

“Certificate of Quality”.”

Geschil
11. In geschil is of de utb terecht is uitgereikt, meer in het bijzonder is in geschil of sprake is van onttrekking aan het douanetoezicht.

12. Eiseres stelt dat geen sprake is van onttrekking aan het douanetoezicht als vermenging optreedt van goederen die onder dezelfde GN-code zijn in te delen. Het communautaire mengsel bestaat voor 75% uit nafta en voor het overige uit aromaten. Nu het wezenlijk karakter van dat communautaire mengsel bestaat uit nafta dient dit op grond van algemene indelingsregel 3b te worden ingedeeld onder GN-code 2710 12 90. Ook de niet-communautaire nafta moet worden ingedeeld onder GN-code 2710 12 90. Nu er geen sprake is van onttrekking aan het douanetoezicht is geen douaneschuld ontstaan. Overigens is het product dat na vermenging in het zeeschip is ontstaan geen motorbenzine als bedoeld in GN-code 2710 12 41, omdat het niet voldoet aan de Brandstofkwaliteitsrichtlijn. Mocht indeling op basis van indelingsregel 3b niet mogelijk zijn dan dient het product op grond van indelingsregel 3c onder GN-code 2710 12 90 te worden ingedeeld.

Daarnaast is de douane altijd op de hoogte geweest van waar de goederen zich bevonden en nooit belemmerd om de in de communautaire douanereglementering bedoelde controles uit te voeren, zodat ook om die reden geen sprake is van onttrekking aan het douanetoezicht. Verder zijn de goederen niet in het douanegebied van de Unie verbruikt en zijn dus niet in concurrentie getreden met communautaire goederen en ook daarom is er geen belastbaar feit zoals bedoeld in artikel 203 van het Communautair Douanewetboek (hierna: CDW). Ook ingevolge artikel 124 van het Douanewetboek van de Unie is er geen sprake van een belastbaar feit als kan worden aangetoond dat de goederen niet binnen het douanegebied van de Unie zijn gebracht en daardoor niet in concurrentie treden met communautaire goederen.

Eiseres stelt zich voorts op het standpunt dat verweerder de door hem voorgestane indeling niet kan baseren op het ‘Certificate of Quality’, aangezien niet duidelijk is of de kwaliteit van het monster voldoet aan de criteria die de douane hieraan zou moeten stellen.

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de utb.

13. Verweerder stelt zich op het standpunt dat na vermenging een nieuw product is ontstaan dat met toepassing van indelingsregels 1 en 6 kan worden ingedeeld onder GN-code 2710 12 41. [B BEDRIJF] is een onafhankelijk expertisebureau dat in gezamenlijke opdracht van verkoper en koper van de goederen aan de hand van volumetrische verdelingen in het laatst beschikbare laadplan van het zeeschip een monster heeft samengesteld van producten uit de diverse landtanks. Het kwaliteitscertificaat dat bij de lading van het zeeschip hoort is binnen de handel in minerale oliën van cruciale betekenis. Dat op basis van de uitkomst van de kwaliteitscontrole geen uitspraken omtrent de indeling kunnen worden gedaan, is onjuist. Het Douane laboratorium heeft op basis van het distillatietraject en het octaan- en loodgehalte zoals dat blijkt uit het analysecertificaat het product ingedeeld. Doordat er zonder vergunning een menging heeft plaatsgevonden van niet-communautaire goederen met communautaire goederen is een nieuw product ontstaan, zodat ten aanzien van de niet-communautaire goederen sprake is van een onttrekking aan het douanetoezicht als bedoeld in artikel 203 van het CDW. Het Douanewetboek van de Unie is nog geen geldend recht en kan niet worden toegepast.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

Toepasselijk recht

14. De tekst van post 2710 luidt:

2710 Aardolie en olie uit bitumineuze mineralen andere dan ruwe; preparaten bevattende als basisbestanddeel 70 of meer gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen, elders genoemd nog elders onder begrepen; afvalolie;

- aardolie en olie uit bitumineuze mineralen (andere dan ruwe) en preparaten bevattende als basisbestanddeel 70 of meer gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen, elders genoemd nog elders onder begrepen; andere dan die welke biodiesel bevatten en andere dan afvalolie:

2710 12 - - lichte oliën en preparaten;

(…)

- - - bestemd voor ander gebruik:

(…)

- - - - andere:

- - - - - motorbenzine;

(…)

- - - - - - andere, met een loodgehalte van:

- - - - - - - niet meer dan 0,013 g/l:

2710 12 41 - - - - - - - - met een octaangehalte (RON) van minder dan 95

(…)

2710 12 90 - - - - - andere lichte oliën

15. Aanvullende aantekening 4 op hoofdstuk 27 luidt:

“Voor de toepassing van onderverdeling 2710 12 worden als “lichte oliën en preparaten” aangemerkt, de oliën en preparaten die, distillatieverliezen inbegrepen, voor ten minste 90 % van hun volume overdistilleren bij 210 ᵒC, een en ander bepaald volgens de methode

ASTM D 86.”

Beoordeling van het geschil

16. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en postonderverdelingen en de aantekeningen op de afdelingen of de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de GN en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (GS) zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

17. Ten aanzien van de bruikbaarheid van het door [B BEDRIJF] genomen en geanalyseerde monster voor de indeling in de GN overweegt de rechtbank als volgt. Nu verweerder onweersproken heeft gesteld dat [B BEDRIJF] een onafhankelijk expertisebureau is dat in opdracht van koper en verkoper een compositiemonster heeft genomen en dat het op dat monster gebaseerde kwaliteitscertificaat binnen de handel in minerale oliën van cruciale betekenis is, is de enkele tegenwerping van eiseres dat zij geen beeld heeft van de kwaliteit van het genomen monster onvoldoende om tot het oordeel te komen dat de indeling niet op de analyse van dat monster kan worden gebaseerd. Gesteld noch gebleken is dat er enige reden is om aan de kwaliteit van dat monster te twijfelen dan wel waarom de uitslag van dat monsteronderzoek niet zou kunnen dienen voor de indeling in de GN. Het product dat na vermenging in het zeeschip is ontstaan kan, gelet op de objectieve kenmerken en eigenschappen (met name het distillatietraject en het lood- en octaangehalte) zoals die blijken uit het ‘Certificate of Quality’ en het op basis daarvan uitgevoerde onderzoek door het Douane Laboratorium, met toepassing van indelingsregels 1 en 6 worden ingedeeld onder GN-code 2710 12 41. De rechtbank komt derhalve niet toe aan de toepassing van indelingsregels 3b en 3c. Dat van het communautaire mengsel geen monster is genomen, is niet van belang voor de indeling van het na vermenging in het zeeschip ontstane product.

18. Tussen partijen is niet in geschil dat de niet-communautaire nafta onder GN-code 2710 12 90 dient te worden ingedeeld. Nu na de vermenging van de niet-communautaire nafta met het communautaire mengsel een nieuw product is ontstaan, namelijk motorbenzine als bedoeld onder GN-code 2710 12 41, is de bevoegde douaneautoriteiten de toegang belemmerd tot de zich onder de douaneregeling douane-entrepot bevindende niet-communautaire nafta en heeft de douane de in de douanewetgeving voorziene controles niet kunnen uitvoeren. Dit betekent dat er een douaneschuld is ontstaan, omdat de niet-communautaire nafta aan het douanetoezicht is onttrokken als bedoeld in artikel 203 van het CDW (vgl. HvJ 15 mei 2014, zaak C-480/12, X-BV).

19. De stelling van eiseres dat de niet-communautaire nafta niet in het douanegebied van de Unie is verbruikt en niet in concurrentie is getreden met communautaire goederen nu het zeeschip met daarin de niet-communautaire nafta naar Togo is vertrokken, maakt dat niet anders. Juist omdat de niet-communautaire nafta aan het douanetoezicht is onttrokken, is niet komen vast te staan dat het risico dat de niet-communautaire nafta in het economische circuit van de lidstaten verdwijnt zonder te zijn ingeklaard zich niet heeft verwezenlijkt. Dat verweerder ter zitting heeft gesteld dat hij geen reden heeft om aan te nemen dat de motorbenzine niet naar Afrika is gegaan doet hier niet aan af, aangezien een verzuim zonder werkelijke gevolgen enkel niet tot het ontstaan van een douaneschuld leidt in een van de gevallen als bedoeld in artikel 204 van het CDW en de rechtbank heeft geoordeeld dat de douaneschuld in dit geval op grond van artikel 203 van het CDW is ontstaan. Het beroep op het Douanewetboek van de Unie kan eiseres, wat daar verder ook van zij, evenmin baten, aangezien dat niet van toepassing is op de onderhavige zaak.

20. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

21. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.L.C. Bijvoet, voorzitter, mr. M.C.A. Onderwater en mr. A.E. Keulemans, leden, in aanwezigheid van mr. S. Plesman-Jalink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.