Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:3969

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-05-2016
Datum publicatie
30-06-2016
Zaaknummer
4419451
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde onder beschermingsbewind. Kantonrechter heeft eiser in de gelegenheid gesteld om de bewindvoerder bij aangetekende brief in het geding op te roepen. De bewindvoerder heeft vervolgens gereageerd en daarmee de procedure overgenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 4419451 \ CV EXPL 15-7929

datum uitspraak: 18 mei 2016

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

Lindorff B.V.

te Zwolle

eiseres

hierna te noemen Lindorff

gemachtigde M.G. de Jong Gerechtsdeurwaarders- & Incassokantoor

tegen

[bewindvoerder] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor

[gedaagde]

te [plaats]

gedaagde

hierna te noemen [bewindvoerder q.q.]

De procedure

Lindorff heeft [gedaagde] gedagvaard op 21 augustus 2015. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord. Lindorff heeft daarop schriftelijk gereageerd.

Op 8 augustus is ten behoeve van [gedaagde] een beschermingsbewind in de zin van artikel 1:431 BW ingesteld. Dit brengt mee dat hij op grond van artikel 1:441 BW niet bevoegd is om zelf in rechte op te treden. Bij arrest van 7 maart 2014 heeft de Hoge Raad bepaald dat in een procedure met betrekking tot een onder bewind gesteld goed niet de rechthebbende, maar de bewindvoerder moet worden gedagvaard. Indien het geding echter aanhangig is gemaakt jegens de rechthebbende kan de bewindvoerder op ieder moment in de procedure – zolang nog geen eindvonnis is gewezen – in de procedure verschijnen om het geding over te nemen. Bij rolbeschikking van 10 februari 2016 heeft de kantonrechter Lindorff in de gelegenheid gesteld om de bewindvoerder van [gedaagde] bij aangetekende brief in het geding op te roepen.

De bewindvoerder van [gedaagde] , [bewindvoerder] , heeft op 21 maart 2016 een reactie verzonden. De bewindvoerder heeft daarmee de procedure overgenomen en is daarom aangemerkt als formele procespartij.

De feiten

  1. KPN B.V., handelende onder de naam Hi (hierna: KPN) heeft op 4 september 2012 een overeenkomst gesloten met [gedaagde] . Het betrof een telefoonabonnement met een lease abonnement. Dit hield in dat [gedaagde] een telefoontoestel van KPN huurde.

  2. [gedaagde] heeft in de periode van 7 januari 2013 tot en met 7 mei 2013 meerdere facturen onbetaald gelaten.

  3. KPN heeft de overeenkomst met [gedaagde] ontbonden op 27 april 2013.

  4. [gedaagde] heeft het gehuurde telefoontoestel niet aan KPN geretourneerd en [gedaagde] heeft het door KPN voorgestelde overnamebedrag niet betaald.

  5. Op 23 mei 2013 heeft KPN de vordering op [gedaagde] verkocht en gecedeerd aan Lindorff.

De vordering

Lindorff vordert (samengevat) veroordeling van [bewindvoerder q.q.] tot betaling van € 709,47, vermeerderd met de wettelijke rente over € 585,37 vanaf 19 augustus 2015 tot de dag der algehele voldoening.

Lindorff legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de betalingsachterstand dient te betalen en op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden de door KPN geleden schade dient te vergoeden.

Het verweer

[bewindvoerder q.q.] heeft de vordering van KPN erkend. Zij voert echter aan dat [gedaagde] geen financiële ruimte heeft om de vordering te voldoen.

De beoordeling

Nu [bewindvoerder q.q.] de verschuldigdheid van de door KPN gevorderde hoofdsom heeft erkend, zal deze vordering worden toegewezen. Dat [gedaagde] thans geen afbetalingsmogelijkheden heeft, kan niet tot een ander oordeel leiden. Wel kunnen partijen na dit vonnis in onderling overleg indien gewenst nog een betalingsregeling overeenkomen.

Lindorff maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:96 BW is voldaan. Daarmee is de vergoeding verschuldigd en zal het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

De kantonrechter zal de vordering van Lindorff toewijzen.

De proceskosten komen voor rekening van [bewindvoerder q.q.] omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [bewindvoerder q.q.] tot betaling aan Lindorff van € 709,47 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 585,37 vanaf 19 augustus 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt [bewindvoerder q.q.] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Lindorff tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 100,10

griffierecht € 466,00

salaris gemachtigde € 200,00

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.