Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:3881

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-04-2016
Datum publicatie
11-05-2016
Zaaknummer
15/810144-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; bewezenverklaring witwassen 23.265 euro te Schiphol; strafoplegging; onvoorwaardelijke gevangenisstraf; verbeurdverklaring 22.500 euro.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 23.265. Door dergelijke witwaspraktijken wordt het plegen van criminele activiteiten in stand gehouden en indirect ook bevorderd, want zonder personen als verdachte die criminele gelden vervoeren, is het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810144-13 (P)

Uitspraakdatum: 15 april 2016

Verstek

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

1 april 2016 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Nigeria),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

wonende te Italië, [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.B. Haneveld.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 augustus 2013, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een (contant) geldbedrag van (ongeveer) 23.265,-euro, althans enig geldbedrag, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten genoemd geldbedrag gebruik heeft gemaakt, althans van een (contant) geldbedrag van ongeveer 23.265,- euro, althans van enig geldbedrag, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen/verhuld wie de rechthebbende op dit geldbedrag was en/of wie dit geldbedrag voorhanden had, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 22 augustus 2013 wordt verdachte door de Douane op Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, gecontroleerd. Desgevraagd verklaart verdachte dat hij een geldbedrag van € 4.000 bij zich heeft en hij vanuit Napels, Italië voor vakantie een week in Amsterdam zou gaan blijven. Uit een doorzichtig opbergmapje met daarin documenten pakt verdachte een pakketje, omwikkeld met toiletpapier. Dit pakketje bevat biljetten van 5, 20 en 50 euro van in totaal € 2.215. Verdachte geeft aan niet meer geld bij zich te hebben. Bij kledingvisitatie wordt een verdikking in de schaamstreek van verdachte gevoeld. Als verdachte zijn broek naar beneden doet, blijkt hij twee onderbroeken aan te hebben. In de onderbroek zitten twee pakketten omwikkeld met krantenpapier.2

Verdachte heeft verklaard dat hij een bedrag van € 23.000 bij zich heeft, maar dat dit geld niet van hem is. Over de hoogte van het meegevoerde geldbedrag heeft hij in eerste instantie gelogen omdat hij in 2011 door dezelfde douanebeambte was gecontroleerd. Hij heeft het geld in zijn ondergoed gestopt omdat het in Napels gevaarlijk is. Het aangetroffen geldbedrag is afkomstig van zijn bedrijf in Nigeria. Het geld heeft hij op 15 juli 2013 gekregen van iemand, genaamd [betrokkene 1], van zijn bedrijf.3

Later heeft verdachte verklaard dat hij, officieel sinds juni 2013, een eigen bedrijf in Nigeria heeft, genaamd [bedrijf verdachte] en dat dit bedrijf in kleding handelt. Verdachte verhandelt ook soms auto’s. Hij was in Nederland om kleding, schoenen en tassen te kopen en die spullen vanuit het bedrijf [transportbedrijf] in Amsterdam te transporteren naar Nigeria. Hij kan niet schatten hoeveel de omzet van zijn bedrijf is.4 Onder verdachte zijn bonnen aangetroffen van het bedrijf [transportbedrijf] uit de jaren 2012 en begin 2013.5 Zijn vrouw verblijft in Nigeria en verkoopt de spullen die verdachte daar naartoe transporteert. Het aangetroffen geldbedrag is afkomstig van de verkoop van twee trucks. Het familiebedrijf van verdachte heeft die trucks verkocht om hem uit te kunnen kopen. Een kennis van de broer van verdachte, genaamd [betrokkene 2], heeft het geld gebracht.

3.3.

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt voorop dat niet zelden via Schiphol grote bedragen in contanten, die middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig zijn, worden in- of uitgevoerd. Verdachte is aangehouden met een geldbedrag in contanten van totaal € 23.265. Het geld was omwikkeld in krantenpapier en verstopt in de onderbroek van verdachte. Het is hoogst ongebruikelijk om een dergelijk bedrag fysiek te vervoeren, gelet op de risico’s waarmee dat gepaard gaat. Gelet op deze feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank een vermoeden van witwassen gerechtvaardigd. Van verdachte mag dan worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring geeft voor de legale herkomst van dat geldbedrag.

De door verdachte gegeven verklaringen over de herkomst van het geld acht de rechtbank niet aannemelijk. Verdachte heeft wisselende verklaringen over de herkomst van het geld afgelegd die overigens niet verifieerbaar zijn. Verdachte heeft eerst verklaard dat hij van ene [betrokkene 1] het geld heeft ontvangen en later dat hij dit geld van [betrokkene 2] heeft ontvangen. De diverse malen door verdachte aangekondigde onderbouwing over de herkomst van het geld is niet gegeven.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de door verdachte gegeven verklaringen over de herkomst van het geld op grond van hetgeen hiervoor is overwogen niet aannemelijk zijn en komt tot de slotsom dat het niet anders kan zijn dan dat het aangetroffen geld onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig moet zijn en dat verdachte dat wist. Verdachte heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan het opzettelijk witwassen van € 23.265.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 22 augustus 2013, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een voorwerp, te weten een contant geldbedrag van 23.265,- euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

witwassen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft tevens de verbeurdverklaring gevorderd van het in beslag genomen geldbedrag van € 22.500.

6.2.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 23.265. Door dergelijke witwaspraktijken wordt het plegen van criminele activiteiten in stand gehouden en indirect ook bevorderd, want zonder personen als verdachte die criminele gelden vervoeren, is het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

6.3.

Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een geldbedrag van € 22.500, dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met betrekking tot dat voorwerp, dat aan verdachte toebehoort, is begaan of voorbereid. Het verbeurd te verklaren bedrag is lager dan het onder verdachte aangetroffen geldbedrag omdat verdachte een bedrag van € 765 heeft teruggekregen voor privé uitgaven.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 33, 33a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat het onder 3.4. bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één (1) maand;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart verbeurd:

- een geldbedrag van € 22.500.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. van Andel, voorzitter,

mr. T. van Muijden en mr. W. Veldhuijzen van Zanten, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.L. Meyer,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 april 2016.

Mr. W.J. van Andel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van bevindingen en overdracht d.d. 23 augustus 2013 (AH-001, p. 2-3).

3 Het proces-verbaal van bevindingen en overdracht d.d. 23 augustus 2013 (AH-001, p. 3).

4 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 23 augustus 2013 (Verd1-05).

5 Schriftelijke stukken (D-005a en b).