Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:3626

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-01-2016
Datum publicatie
01-06-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 1412
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. De rechtbank stelt prejudiciële vragen over indeling medische schroeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-1404
NTFR 2016/1735 met annotatie van mr. G. van Dam
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummers: HAA 15/1412, HAA 15/1451 en HAA 15/1452

uitspraak van de meervoudige kamer van 25 januari 2016 in de zaken tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres

(gemachtigde: mr. H.C. de Bie),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Rotterdam Rijnmond, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikking met dagtekening 6 januari 2015 drie aan eiseres afgegeven bindende tariefinlichtingen (hierna: bti’s) ingetrokken.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de beschikking gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Verweerder heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan eiseres.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2015 te Haarlem.

Namens eiseres zijn verschenen [A] en [B] , bijgestaan door de gemachtigde en mr. [C] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. A.A. Kop en N. van Stokkem.

Overwegingen

Feiten

Zaak HAA 15/1412

1. Op 27 januari 2012 is aan eiseres een bti met nummer NL RTD-2012-000399 afgegeven waarbij een product met de handelsbenaming ‘model [NUMMER A] , [A PRODUKT] ’ is ingedeeld onder GN-code 9021 90 90. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de GN, aantekening 3 op afdeling XV, aantekeningen 2 en 6 op hoofdstuk 90 en de tekst van de GN-codes 9021, 9021 90 en 9021 90 90. Het product is in de bti als volgt omschreven:

“Een medische implantaatschroef van een titaniumlegering, gebruikt voor het fixeren van een kunstgewricht, met onder meer de volgende kenmerken:

- een doorsnede van 6,5 mm;

- een lengte van 25 mm;

- een speciaal ontwikkeld schroefdraad;

- een schroefkop die is voorzien van een inbus.

De schroef is individueel verpakt in een doosje tezamen met een niet karakterbepalende gebruiksaanwijzing. De schroeven worden al dan niet steriel aangeboden. De schroeven zijn bestemd om door chirurgen langs operatieve weg in het menselijk lichaam te worden ingebracht met speciaal medisch gereedschap.”

Zaak HAA 15/1451

2. Op 27 januari 2012 is aan eiseres een bti met nummer NL RTD-2012-000403 afgegeven waarbij een product met de handelsbenaming ‘model [NUMMER B] , [B PRODUKT] ’ is ingedeeld onder GN-code 9021 90 90. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de GN, aantekening 3 op afdeling XV, aantekeningen 2 en 6 op hoofdstuk 90 en de tekst van de GN-codes 9021, 9021 90 en 9021 90 90. Het product is in de bti als volgt omschreven:

“Een medische implantaatschroef van roestvrij staal, gebruikt voor tijdelijke fixatie/stabilisatie van botten, met onder meer de volgende kenmerken:

- een doorsnede van 6,5 mm;

- een lengte van 50 mm;

- een speciaal ontwikkeld schroefdraad over de gehele lengte;

- voor éénmalig gebruik;

- de bovenzijde is voorzien van een inbus.

De schroef is individueel verpakt in een doosje tezamen met een niet karakterbepalende gebruiksaanwijzing. De schroef wordt al dan niet steriel aangeboden. De schroeven zijn bestemd om door chirurgen langs operatieve weg in het menselijk lichaam te worden ingebracht met speciaal medisch gereedschap.”

Zaak HAA 15/1452

3. Op 27 januari 2012 is aan eiseres een bti met nummer NL RTD-2012-000404 afgegeven waarbij een product met de handelsbenaming ‘model [NUMMER C] , [C PRODUKT] ’ is ingedeeld onder GN-code 9021 90 90. De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de GN, aantekening 3 op afdeling XV, aantekeningen 2 en 6 op hoofdstuk 90 en de tekst van de GN-codes 9021, 9021 90 en 9021 90 90. Het product is in de bti als volgt omschreven:

“Een medische implantaatschroef van roestvrij staal, gebruikt voor tijdelijke fixatie/stabilisatie van botten, met onder meer de volgende kenmerken:

- een doorsnede van 4 mm;

- een lengte van 16 mm;

- een speciaal ontwikkeld schroefdraad over de gehele lengte;

- voor éénmalig gebruik;

- een schroefkop die is voorzien van een inbus.

De schroef is individueel verpakt in een doosje en wordt aangeboden tezamen met een niet karakterbepalende gebruiksaanwijzing. De schroef wordt al dan niet steriel aangeboden. De schroeven zijn bestemd om door chirurgen langs operatieve weg in het menselijk lichaam te worden ingebracht met speciaal medisch gereedschap.”

Alle zaken

4. De implantaatschroeven worden ontworpen, geproduceerd en verkocht als orthopedisch artikel voor de behandeling van breuken in het beendergestel of de bevestiging van protheses. Ze worden geleverd met een voor de chirurg opgestelde gebruiksaanwijzing en kunnen enkel in het lichaam worden ingebracht met behulp van specifieke medische apparatuur of hulpmiddelen en niet met regulier gereedschap zoals dat in bijvoorbeeld een bouwmarkt verkrijgbaar is. De implantaatschroeven zijn gemaakt van roestvrijstaal of van een titaniumlegering. Het materiaal waar de implantaatschroeven van zijn gemaakt is specifiek ontworpen om in het lichaam te worden gebracht zodat het lichaam de schroef niet afstoot. Verder moet de implantaatschroef voor gebruik worden gesteriliseerd, hetgeen soms voorafgaand aan het brengen in het vrije verkeer gebeurt maar ook na het brengen in het vrije verkeer nog kan plaatsvinden. De schroefdraad is dieper dan bij ‘normale’ schroeven en is speciaal ontwikkeld voor medische toepassing, zodat het implantaat op een efficiënte en genezingsondersteunende wijze in het lichaam kan worden gebracht. De schroefkop is ontwikkeld om in het bot te worden geschroefd, zodat ontstekingen zoveel mogelijk worden vermeden. De implantaatschroeven voldoen aan de normen van de International Standard Organization (ISO), een organisatie die zich onder meer richt op de kwaliteit van medische producten. Verder zijn de implantaatschroeven traceerbaar in verband met ‘recall acties’. Ze kosten tussen de € 5 en € 1.800 per stuk.

5. Verweerder heeft de intrekking van de bti’s in de beschikking van 6 januari 2015 als volgt gemotiveerd:

“De intrekking van de hierboven genoemde BTI’s is dan ook het gevolg van de publicatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1212/2014 van de Commissie van 11 november 2014, waarin is besloten dat een schroef bestemd voor het gebruik bij chirurgie, gezien zijn objectieve eigenschappen en kenmerken ingedeeld moet worden als een deel voor algemeen gebruik.”

Geschil
6. In geschil is of de bti’s terecht zijn ingetrokken.

7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat gelet op de objectieve kenmerken en eigenschappen van de implantaatschroeven, waaronder de inherente bestemming, geen sprake is van een ‘reguliere’ schroef als bedoeld in post 7318. De implantaatschroeven zijn dan ook geen delen voor algemeen gebruik. Door in Verordening 1212/2014 de indeling uitsluitend te baseren op de uiterlijke kenmerken van de implantaatschroeven en voorbij te gaan aan de inherente bestemming van de implantaatschroeven is deze verordening onjuist en daarmee ongeldig. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat de onderhavige implantaatschroeven onder de werking van Verordening 1212/2014 vallen, dan verzoekt eiseres de rechtbank prejudiciële vragen te stellen over de indeling van de implantaatschroeven en de geldigheid van Verordening 1212/2014.

8. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de in de bti’s genoemde implantaatschroeven grote overeenkomsten vertonen met de schroef die is omschreven in Verordening 1212/2014 en daarom, evenals de schroef in die verordening, moet worden aangemerkt als een deel voor algemeen gebruik overeenkomstig aantekening 2a op afdeling XV. Op grond van aantekening 1f op hoofdstuk 90 is indeling onder post 9021 uitgesloten. De bti’s zijn terecht ingetrokken.

Van belang zijnde regelgeving

9. Aantekening 2 bij afdeling XV luidt, voor zover van belang, als volgt:

“2. In de nomenclatuur worden als “delen voor algemeen gebruik” aangemerkt:

a. artikelen bedoeld bij de posten 7307, 7312, 7315, 7317 en 7318, alsmede dergelijke artikelen van andere onedele metalen;

b. veren en veerbladen, van onedele metalen, andere dan veren voor uurwerken (post 9114);

c. artikelen bedoeld bij de posten 8301, 8302, 8308 en 8310, alsmede lijsten en spiegels van onedel metaal, bedoeld bij post 8306.

(…)”

10. De toelichting IDR op aantekening 2 bij afdeling XV luidt, voor zover van belang, als volgt:

“In de regel worden artikelen waarvan kan worden onderkend dat zij delen van werken zijn, ingedeeld als delen in de daarvoor geldende posten.

Daarentegen worden delen voor algemeen gebruik (zie Aantekening 2 IDR op deze afdeling) die afzonderlijk worden aangeboden, niet als delen aangemerkt; zij volgen hun eigen tarifering. Zulks is bijvoorbeeld het geval met bouten die speciaal zijn bestemd voor radiators voor centrale verwarming, of met speciale veren voor motorrijtuigen. De bouten worden ingedeeld onder post 73.18 en niet als delen van radiators onder post 73.22, terwijl de veren tot post 73.20 behoren en niet tot post 87.08 (delen en toebehoren van motorvoertuigen). (…)”

11. Aantekening 3 bij afdeling XV luidt:

“In de nomenclatuur worden als “onedele metalen” aangemerkt: ijzer en staal, koper, nikkel, aluminium, lood, zink, tin, wolfraam, molybdeen, tantaal, magnesium, kobalt, bismut, cadmium, titaan, zirkonium, antimoon, mangaan, beryllium, chroom, germanium, vanadium, gallium, hafnium (celtium), indium, niobium (columbium), rhenium en thalium.”

12. De tekst van post 7318 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“7318 Schroeven, bouten, moeren, kraagschroeven, schroefhaken, massieve klinknagels en klinkbouten, splitpennen en splitbouten, stelpennen en stelbouten, spieën, sluitringen (veerringen en andere verende sluitringen daaronder begrepen) en dergelijke artikelen, van gietijzer, ijzer of van staal”

13. De tekst van post 8108 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“8108 Titaan en werken daarvan, resten en afval daaronder begrepen

(…)

8108 90 - andere

(…)

8108 90 90 - - andere”

14. Aantekening 1 op hoofdstuk 90 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“1. Dit hoofdstuk omvat niet:

(…)

f. delen voor algemeen gebruik in de zin van aantekening 2 op afdeling XV, van onedel metaal (afdeling XV) en dergelijke artikelen van kunststof (hoofdstuk 39);

(…)”

15. Aantekening 2 of hoofdstuk 90 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, worden delen en toebehoren van de bij dit hoofdstuk bedoelde machines, apparaten, toestellen, instrumenten of artikelen ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a) (…)

b) delen en toebehoren, niet bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of een bepaald instrument, apparaat of toestel, dan wel voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines, instrumenten, apparaten of toestellen (die bedoeld bij de posten 9010, 9013 of 9031 daaronder begrepen), worden ingedeeld onder de post waaronder de machines, instrumenten, apparaten of toestellen vallen;”

16. Aantekening 6 op hoofdstuk 90 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“6. Voor de toepassing van post 9021 worden als “orthopedische artikelen en toestellen” aangemerkt, artikelen en toestellen die dienen voor:

- hetzij het voorkomen of verhelpen van lichamelijke misvormingen;

- hetzij het ondersteunen of op hun plaats houden van delen van het lichaam na ziekte, een operatie of een blessure. (…)”

17. De tekst van post 9021 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“9021 Orthopedische artikelen en toestellen, daaronder begrepen medisch-chirurgische gordels en banden, alsmede krukken; breukspalken en andere artikelen en apparaten voor de behandeling van breuken in het beendergestel; prothesen; hoorapparaten voor hardhorigen en andere voor het verhelpen of verlichten van gebreken of van kwalen dienende apparatuur, die door de patiënt in de hand wordt gehouden of op andere wijze wordt gedragen, dan wel wordt ingeplant:

9021 10 - orthopedische artikelen en toestellen, alsmede artikelen en toestellen

voor de behandeling van breuken in het beendergestel:

(…)

9021 10 90 - - artikelen en toestellen voor de behandeling van breuken in het

beendergestel

(…)

9021 90 - andere:

(…)

9021 90 90 - - andere”

18. De toelichting IDR op post 9021 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“II. Breukspalken en andere artikelen en apparaten voor de behandeling van breuken in het beendergestel

(…)

Met inachtneming van het bepaalde in Aantekening 1f IDR op hoofdstuk 90 worden onder post 90.21 eveneens ingedeeld, plaatjes, pennen, enz., die door chirurgen langs operatieve weg in het lichaam worden gebracht om de twee einden van een gebroken been aaneen te zetten of voor soortgelijke behandeling van breuken in het beendergestel.”

19. Met ingang van 4 december 2014 is in werking getreden Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1212/2014 van de Commissie van 11 november 2014 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (Verordening 1212/2014). De bijlage bij Verordening 1212/2014 luidt als volgt:

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een massief, cilindervormig en van schroefdraad voorzien product uit een zeer harde, gekleurde titaniumlegering, met een lengte van ongeveer 12 mm.

Het product heeft een steel met een vaste buitendiameter van 3 mm en een kop. De steel is over zijn volledige lengte voorzien van asymmetrische schroefdraad. De kop is voorzien van schroefdraad (waardoor hij in een compressieplaat in fixatiesystemen kan worden gedraaid) en bovenop bevindt zich een uitsparing voor de aandrijving.

Het product voldoet aan de ISO/TC 150-normen voor implantaatschroeven en wordt aangeboden voor gebruik bij traumachirurgie om breuken te zetten. Het moet in het lichaam worden ingebracht met behulp van specifieke instrumenten.

Bij invoer wordt het product in een steriele verpakking aangeboden. Het is genummerd en daarom traceerbaar tijdens het volledige productie- en distributieproces.

8108 90 90

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 2 a) op afdeling XV, aantekening 3 op afdeling XV, aantekening 1 f) op hoofdstuk 90 en de tekst van GN-codes 8108, 8108 90 en 8108 90 90.

Gezien zijn objectieve kenmerken komt het product volledig overeen met een schroef van onedel metaal, ook al is het bestemd voor gebruik bij traumachirurgie. Ongeacht het feitelijk gebruik ervan zijn schroeven van onedel metaal, in overeenstemming met aantekening 2 a) op afdeling XV, delen voor algemeen gebruik. Op grond van aantekening 1 f) op hoofdstuk 90 is indeling onder post 9021 als breukspalken en andere artikelen en apparaten voor de behandeling van breuken in het beendergestel derhalve uitgesloten.

Het product moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 8108 90 90 als andere artikelen van titaan.

Beoordeling van het geschil

20. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en postonderverdelingen en de aantekeningen op de afdelingen of de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de GN en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (GS) zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

21. Voorts kan volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie voor de indeling onder de juiste post de bestemming van het product een objectief indelingscriterium zijn, wanneer die bestemming inherent is aan het product. Die inherentie moet worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product (zie recent HvJ 4 maart 2015, Oliver Medical SIA, C-547/13).

22. De rechtbank is met partijen van oordeel dat de onderhavige implantaatschroeven uitsluitend bestemd zijn om in het menselijk lichaam te worden ingebracht voor de behandeling van breuken in het beendergestel of de bevestiging van protheses. Gelet op de objectieve eigenschappen en kenmerken, waaronder de inherente bestemming, komen de onderhavige implantaatschroeven naar het oordeel van de rechtbank in aanmerking voor indeling onder post 9021.

23. De rechtbank stelt vast dat de implantaatschroeven overeenkomen met de schroef zoals die is omschreven in de bijlage bij Verordening 1212/2014. Dat betekent dat indeling onder post 9021 is uitgesloten. De Commissie is blijkens de motivering in de bijlage bij Verordening 1212/2014 kennelijk van mening dat wanneer het gaat om een product dat valt onder de delen voor algemeen gebruik in de zin van aantekening 2 bij afdeling XV, de bestemming van dat product niet in aanmerking kan worden genomen voor de indeling daarvan. Dat standpunt heeft de Commissie ook ingenomen in zaak C-450/12 (Hark GmbH & Co KG Kamin- und Kachelofenbau, overweging 29). Voor die opvatting is naar het oordeel van de rechtbank weliswaar steun te vinden in het feit dat het specifieke gebruik in aantekening 2 op afdeling XV niet wordt genoemd als factor die van belang is voor de beoordeling of een in die aantekening genoemd artikel onder de delen voor algemeen gebruikt valt, maar de vraag is hoe dit zich verhoudt tot de hiervoor onder 21 genoemde jurisprudentie dat de bestemming van een product een objectief indelingscriterium kan zijn.

24. Voorts lijkt de Commissie zich blijkens de motivering in de bijlage bij Verordening 1212/2014 bij de indeling te baseren op de uiterlijke verschijningsvorm van de implantaatschroef. Dat de uiterlijke verschijningsvorm volgens de Commissie van doorslaggevende betekenis is voor de indeling van implantaatschroeven volgt ook uit motivering in de bijlagen bij Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1213/2014 en Nr. 1214/2014 van 11 november 2014 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur. De rechtbank heeft vastgesteld dat de onderhavige implantaatschroeven op het eerste gezicht qua uiterlijke verschijningsvorm lijken op een universele schroef, nu zij immers bestaan uit een spil waar een schroefdraad omheen is gebracht met aan het ene uiteinde een schroefkop met uitsparing voor de aandrijving en aan het andere uiteinde een punt. Bij nadere beschouwing valt evenwel op dat de schroefdraad van de onderhavige implantaatschroeven dieper is dan van een universele schroef en dat de uitsparing in de schroefkop niet geschikt is voor (in de bouwmarkt of vergelijkbare winkels verkrijgbaar) universeel gereedschap, maar is afgestemd op de specifieke medische apparatuur of hulpmiddelen waarmee ze in het lichaam worden gebracht. De rechtbank vraagt zich daarom af of, ook als de inherente bestemming buiten beschouwing moet worden gelaten, de onderhavige implantaatschroeven op grond van hun objectieve kenmerken en eigenschappen niet een eigen karakter hebben dat uitgaat boven dat van ‘schroeven’ als bedoeld bij post 7318.

25. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank gerede twijfel of de Commissie haar bevoegdheden heeft overschreden door in de motivering in de bijlage bij Verordening 1212/2014 de werkingssfeer van post 9021 te beperken door enerzijds bij de beoordeling of sprake is van delen door algemeen gebruik de inherente bestemming van de implantaatschroef buiten beschouwing te laten en anderzijds door te oordelen dat implantaatschroeven als bedoeld in die verordening volledig overeenkomen met een schroef van onedel metaal. De rechtbank zal daarom op de voet van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie prejudiciële vragen voorleggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot de uitlegging van het recht van de Unie.

Beslissing

De rechtbank verzoekt het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak te doen over de volgende vragen:

1) Dient post 9021 van de GN aldus te worden uitgelegd dat implantaatschroeven zoals hiervoor onder 4 omschreven, die uitsluitend bestemd zijn om in het menselijk lichaam te worden ingebracht voor de behandeling van breuken in het beendergestel of de bevestiging van protheses, daaronder kunnen worden ingedeeld?

2) Is Verordening 1212/2014 geldig?

De rechtbank houdt verder iedere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie naar aanleiding van het vorenstaand verzoek uitspraak heeft gedaan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.L.C. Bijvoet, voorzitter, mr. M.C.A. Onderwater en mr. A.E. Keulemans, leden, in aanwezigheid van E. Hoekman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op: