Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:3443

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-02-2016
Datum publicatie
26-04-2016
Zaaknummer
C/15/239500 / HA RK 16/28
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking. Verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat het na de uitspraak in de hoofdzaak is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/15/239500 / HA RK 16/28

Beslissing van 22 februari 2016

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker/verzoekster,

Het verzoek is gericht tegen:

mr. A.H. Schotman,

hierna te noemen: de rechter.

1 Overwegingen

1.1

Verzoekster heeft op 19 februari 2016 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie Handel & Insolventie, locatie Alkmaar aanhangig geweest zijnde zaak met als zaaknummer C 15/237809 / KG ZA 16/19, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2

Om verzoekster in haar verzoek tot wraking te kunnen ontvangen is vereist dat het verzoek wordt gedaan voordat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak doet. Hieraan wordt niet voldaan. In de hoofdzaak is op 18 februari 2016 uitspraak gedaan en het verzoek, gedateerd op 16 februari 2016, is op 19 februari 2016 door de wrakingskamer ontvangen, zijnde de datum van ontvangst door de infobalie van de rechtbank. Het onderhavige verzoek tot wraking is derhalve gedaan na de einduitspraak in de hoofdzaak. Reeds op deze grond dient verzoekster niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek tot wraking.

Opmerking verdient dat uit de aantekeningen van de griffier blijkt dat op de in de hoofdzaak gehouden mondelinge behandeling aan verzoekster is aangezegd dat in de hoofdzaak op 15 februari 2016 uitspraak zou worden gedaan, wat later is uitgesteld tot 18 februari 2016, terwijl uit de poststempel op de door verzoekster gebruikte envelop blijkt dat verzending van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 februari 2016, waarna het op 19 februari 2016 ter griffie is ontvangen.

1.3.

Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1., in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.

2 Beslissing

De rechtbank

2.1 -

- verklaart het gedane verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;

2.2 -

- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy, in tegenwoordigheid van mr. W.T. Delleman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2016.[concipiënt_initialen]

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.