Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:3316

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-04-2016
Datum publicatie
26-04-2016
Zaaknummer
15/810260-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; verdachte heeft zich in een periode van meerdere maanden schuldig gemaakt aan zes woninginbraken, één poging daartoe en één poging inbraak in een school. Naast de materiële schade die hiermee is toegebracht aan de slachtoffers leveren deze feiten ook emotionele schade op, omdat de weggenomen goederen vaak persoonlijke eigendommen betreffen die van grote waarde zijn voor de slachtoffers. Daarnaast roept alleen al het feit dat vreemden in of bij de woning zijn geweest over het algemeen bij slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid op. Woninginbraken en ook pogingen daartoe vormen dan ook een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Verdachte heeft zich hier al die maanden niet om bekommerd. Pas ter zitting geeft verdachte toe dat hij kan inzien dat zijn gedrag schade heeft berokkend aan de slachtoffers.

Ook heeft verdachte een gestolen goed voorhanden gehad dat uit een woning is weggenomen. Door van diefstal afkomstige goederen in zijn bezit te hebben heeft verdachte een afzetmarkt voor gestolen goederen geboden, en aldus bijgedragen aan het in stand houden van de diefstal van goederen en vermogenscriminaliteit in het algemeen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 2 augustus 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van (gekwalificeerde) diefstallen onherroepelijk is veroordeeld. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden te recidiveren;

- de door GGZ reclassering Palier over verdachte uitgebrachte reclasseringsadviezen gedateerd 3 augustus 2015, 25 augustus 2015, 16 oktober 2015 en 24 november 2015;

-het Pro Justitia rapport van (neuro)psycholoog drs. [naam], gedateerd 29 september 2015.

De psycholoog komt in zijn rapport tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van ADHD en

cluster-B persoonlijkheidsproblematiek. Verdachte heeft een lacunair geweten. Hij heeft een beperkte frustratietolerantie en lijkt onzekerheid en falen niet goed te kunnen verdragen. Vermijden, externaliseren en somatiseren zijn afweermechanismen die betrokkene lijkt in te zetten. Verdachte verdraagt het gaandeweg het gesprek ook steeds minder om zich in te zetten en na een half uur weigert hij verdere medewerking, waardoor er geen volledig rapport tot stand is gekomen.

Ook de reclassering signaleert in het rapport van 16 oktober 2015 dat verdachte zich niet aan afspraken houdt en niet onder de indruk is van mogelijke consequenties. Hij recidiveerde binnen de schorsingsperiode. De reclassering acht het noodzakelijk dat er gedragsverandering moet plaatsvinden bij verdachte om de kans op recidive te verminderen. Echter op het moment van rapporteren stond verdachte niet open voor gedragsverandering waardoor geadviseerd wordt tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Ondanks dit advies is verdachte door de reclassering aangemeld bij Stichting Exodus. Verdachte is geschorst op 20 november 2015 met de bijzondere voorwaarde van plaatsing aldaar met een GPS-enkelband. Verdachte is echter nooit verschenen en is op 23 november 2015 wederom aangehouden wegens de poging inbraak in de school. Het eerdere advies tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt daarom in het rapport van 24 november 2015 gehandhaafd.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur op zijn plaats is.

De rechtbank ziet mede gelet op de richtlijnen van de LOVS aanleiding een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie geëist. Daarbij neemt zij tevens in aanmerking dat de rechtbank het ten laste gelegde onder feit 10 niet bewezen heeft verklaard. Daarnaast is door de rechtbank ten voordele van verdachte rekening gehouden met zijn jeugdige leeftijd en de door de psycholoog geschetste problematiek. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte een (gevoel van) toekomst behoudt en na de detentie een leven kan opbouwen met de dan beschikbare hulpverlening.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810260-15 (P)

Uitspraakdatum: 26 april 2016

Tegenspraak

Strafvonnis (Promis)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van dinsdag 12 april 2016 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op het adres [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag te Zwaag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Sarian en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.A. Bloemberg, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 31 juli 2015 in de gemeente Beverwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen twee paar sokken en/of een sleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen sokken en/of sleutel onder zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2015 tot en met 24 juli 2015 in de gemeente Beverwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid geld met een waarde van (ongeveer) 490 euro en/of een Samsung Galaxy S4 (kleur wit) en/of een Nintendo DS (kleur mintgroen) en/of een playstation (kleur zwart) en/of diverse sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

feit 3:

hij op of omstreeks 22 mei 2015 in de gemeente Beverwijk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 3], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid (gouden) sieraden en/of een kluis en/of één of meer mes(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

feit 4 primair:

hij in of omstreeks de nacht van 13 op 14 februari 2015 in de gemeente Heemskerk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 4], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een minispeaker en/of een fotocamera en/of telefoon en/of één of meer geheugenkaartje(s) en/of een usb-stick en/of een E-smoker en/of eén of meer sleutel(s) en/of een aantal flacons parfum en/of een fles whisky, in elk geval goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

feit 4 subsidiair:

1.

hij op of omstreeks 14 februari 2015 in de gemeente Beverwijk, althans in Nederland, een fotocamera, merk Samsung, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fotocamera wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij op of omstreeks 28 mei 2015 in de gemeente Beverwijk, althans in Nederland, een smooker, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die smooker wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

feit 5:

hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2014 tot en met 12 augustus 2015 in de gemeente Beverwijk, althans in Nederland, een telefoon, merk Samsung Galaxy, S3 mini, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

feit 6:

hij in of omstreeks de periode van 9 mei 2015 tot en met 11 mei 2015 in de gemeente Beverwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 5] heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en/of een horloge en/of een (auto)sleutel en/of een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

feit 7 primair:

hij op of omstreeks 22 november 2015 in de gemeente Haarlem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een school (de Zonnewijzer) aan de Planetenlaan heeft weggenomen één of meer sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan basisschoool "de Zonnewijzer", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

feit 7 subsidiair:

hij op of omstreeks 22 november 2015 in de gemeente Haarlem, ter uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan basisschool "de Zonnewijzer", in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), en/of dat (die) weg te nemen goed(eren) onder zijn (hun) bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, een raam van die school heeft geforceerd/open gebroken, waarna verdachte en/of zijn mededader door de aldus ontstane opening die school zijn/is binnengegaan, zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

feit 8:

hij in of omstreeks de periode van 21 november 2015 tot en met 22 november 2015 in de gemeente Haarlem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 6] weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een breekvoorwerp, althans een hard voorwerp, heeft geprobeerd een deur van die woning te forceren/open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 9:

hij in of omstreeks de periode van 10 oktober 2015 tot en met 11 oktober 2015 in de gemeente Beverwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 7] heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer) 50 euro, althans enig geldbedrag en/of één of meer sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

feit 10:

hij op of omstreeks 28 mei 2015 in de gemeente Beverwijk, ter uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres 8] weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), en/of dat (die) weg te nemen goed(eren) onder zijn (hun) bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, een raam van die woning heeft geforceerd/open gebroken, zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

2 Voorvragen

2.1.

Beroep op partiële nietigheid van de dagvaarding t.a.v. feit 8 en feit 9

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat de dagvaarding voor wat betreft de feiten 8 en 9 niet voldoet aan de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) hieraan stelt. Daartoe heeft zij aangevoerd, dat er in de tenlastelegging onder de feiten 8 en 9 slechts een plaats- en straatnaam is opgenomen en een huisnummer achterwege is gebleven, zodat niet duidelijk wordt om welke woningen het zou gaan alwaar een woninginbraak zou zijn gepleegd. De tenlastelegging is om die redenen onvoldoende duidelijk en begrijpelijk en de dagvaarding dient ten aanzien van die feiten derhalve nietig te worden verklaard, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank verwerpt het door de raadsvrouw gevoerde verweer en overweegt hieromtrent als volgt. Op grond van artikel 261 lid 1 Sv behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Uit de jurisprudentie blijkt dat bij de uitleg van deze bepaling voortdurend in het oog moet worden gehouden dat centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De eis van “opgave van het feit” wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk, in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en in de derde plaats voldoende feitelijk moet zijn. Eén van de factoren die een rol speelt bij het begrip “duidelijk en begrijpelijk” is de vraag of er bij kennisneming van het strafdossier redelijkerwijs twijfel kan bestaan welke specifieke gedragingen verdachte worden verweten.

De rechtbank stelt vast dat de onderhavige tenlastelegging met betrekking tot de feiten 8 en 9 in samenhang met het dossier voldoende duidelijk en begrijpelijk is. Ter terechtzitting van 12 april 2016 heeft de rechtbank vastgesteld dat de onderdelen genoemd in de tenlastegelegde feiten met betrekking tot feit 8 zijn te herleiden tot het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] en het proces-verbaal van sporenonderzoek (respectievelijk dossierpagina’s 744-746 en 750-751) en met betrekking tot feit 9 tot het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] en het proces-verbaal van sporenonderzoek (respectievelijk dossierpagina’s 478-490 en 491-492). Uit de genoemde processen-verbaal blijkt dat het in feit 8 gaat om een poging tot woninginbraak gepleegd aan de [adres 6] te Haarlem en in feit 9 om een woninginbraak gepleegd aan de [adres 7] te Beverwijk. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting van 12 april 2016, nadat hij met voornoemde aangiften en bevindingen is geconfronteerd, nimmer verklaard dat hem niet duidelijk is wat hem onder de feiten 8 en 9 wordt verweten dan wel dat hij niet weet waar die feiten over gaan. Naar het oordeel van de rechtbank is het voor verdachte gelet op het voorgaande voldoende duidelijk en begrijpelijk waarvan hij wordt verdacht, zodat het onderhavige verweer dient te worden verworpen en de dagvaarding naar het oordeel van de rechtbank ook voor wat betreft de feiten 8 en 9 geldig is.

2.2.

Overige voorvragen

De rechtbank heeft ook overigens vastgesteld dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 7 primair aan verdachte ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 subsidiair, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem onder 2, 4 primair, 7 primair en subsidiair, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de aan verdachte onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw van verdachte zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank nu verdachte die feiten heeft bekend. Ten aanzien van de onder 5 en 6 aan verdachte ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw zich eveneens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met dien verstande dat onder feit 5 geen opzetheling, maar schuldheling bewezen kan worden verklaard en verdachte ten aanzien van feit 6 partieel dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde bestanddeel medeplegen.

3.3.

Vrijspraak t.a.v. feit 7 primair en feit 10

Met de raadsvrouw van verdachte en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen verdachte onder feit 7 primair ten laste is gelegd.

De rechtbank overweegt daartoe dat het verhandelde ter terechtzitting en het onderhavige strafdossier onvoldoende aanknopingspunten bieden dat verdachte zich op 22 november 2015 te Haarlem schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een voltooide diefstal met braak en/of verbreking uit basisschool De Zonnewijzer.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat hetgeen verdachte onder feit 10 ten laste is gelegd eveneens niet wettig en overtuigend is bewezen. Op basis van het verhandelde ter zitting en het onderhavige strafdossier is niet bewezen dat verdachte zich op 28 mei 2015 te Beverwijk schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot woninginbraak uit een woning aan de [adres 8]. Het enkele feit dat verdachte voldoet aan een globale omschrijving van een van de daders en in de omgeving van de plek waar is gepoogd in te breken is aangehouden is daartoe onvoldoende.

Verdachte dient bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs van de feiten ten laste gelegd onder 7 primair en 10 te worden vrijgesproken.

3.4.

Partiële vrijspraak t.a.v. feit 4 primair, feit 6 en feit 9

Met de raadsvrouw van verdachte is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 4 primair, 6 en 9 ten laste gelegde bestanddeel medeplegen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De rechtbank overweegt daartoe dat het verhandelde ter terechtzitting en het onderhavige strafdossier onvoldoende aanknopingspunten bieden voor het aannemen van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en enig andere medeverdachte bij het plegen van de woninginbraken aan respectievelijk de [adres 4] te Heemskerk, de [adres 5] en de [adres 7], beide te Beverwijk, zodat verdachte van dit bestanddeel ten laste gelegd onder de genoemde feiten dan ook partieel dient te worden vrijgesproken.

3.5.

Redengevende feiten en omstandigheden t.a.v. feit 1, feit 3 en feit 6

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 3 en 6 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

Ten aanzien van feit 1:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 31 juli 2015 (ZD-01, map 2, pagina 301-308);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2015 (ZD-01, map 2, pagina 283-291);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2015 (ZD-01, map 2, pagina 292-294);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2015 (ZD-01, map 2, pagina 295-296);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2015 (ZD-01, map 2, pagina 297-298);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2015 (ZD-01, map 2, pagina 299-300);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 31 juli 2015 (ZD-01, map 2, pagina 321-322);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal uitslag sporenonderzoek d.d. 3 augustus 2015 (ZD-01, map 2, pagina 323-325);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2015 (ZD-01, map 2, pagina 328-335);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal werktuigsporenonderzoek d.d. 9 augustus 2015 inclusief vakbijlage (ZD-01, map 2, pagina 336-340B);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen onderzoek sokken d.d. 1 augustus 2015 met bijlagen (ZD-01, map 2, pagina 341-345);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 31 juli 2015 (ZD-01, map 2, pagina 365-370);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 1 augustus 2015 (ZD-01, map 2, pagina 371-374);

Ten aanzien van feit 3:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 25 mei 2015 (ZD-03, map 2, pagina 425-438);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 24 mei 2015 (ZD-03, map 2, pagina 439-440);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 mei 2015 (ZD-03, map 2, pagina 441-442);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 mei 2015 (ZD-03, map 2, pagina 443-449);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 mei 2015 (ZD-03, map 2, pagina 450-451);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen uitslag DNA [adres 3] d.d. 15 december 2015 en het daaraan als bijlage toegevoegde schriftelijke bescheid, zijnde een aanvullend deskundigenrapport van het NFI te Den Haag d.d. 14 december 2015, zaaknummer 2015.12.04.102/A inclusief bijlage (beide los opgenomen);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2015 (algemeen dossier, map 1, pagina 37-42);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2015 (ZD-03, map 2, pagina 454-457);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen herkomst speldje Nebas Nsg d.d. 14 juli 2015 (ZD-03, map 2, pagina 461-462);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van benadeelde [slachtoffer 3] d.d. 6 juli 2015 (ZD-03, map 2, pagina 459-460).

Ten aanzien van feit 6:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] namens [slachtoffer 5] d.d. 7 juni 2015 (ZD-08, map 2, pagina 612-637);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van benadeelde [slachtoffer 5] d.d. 26 juni 2015 (ZD-08, map 2, pagina 638-639);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2015 (algemeen dossier, map 1, pagina 37-42);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juni 2015 (ZD-08, map 2, pagina 640-641).

3.6.

Redengevende feiten en omstandigheden feiten 2, 4 primair, 5, 7 subsidiair, 8 en 9 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 2, 4 primair, 5, 7 subsidiair, 8 en 9 aan verdachte ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Ten aanzien van feit 2:

In de periode gelegen tussen 22 juli 2015 om 09:00 uur en 24 juli 2015 om 08:00 uur wordt bij een inbraak in een woning gelegen aan de [adres 2] te Beverwijk een groot aantal goederen weggenomen toebehorende aan [slachtoffer 2]. De hele woning is doorzocht. Uit de woonkamer is een geldbedrag van ongeveer 240,00 euro weggenomen. Vanaf de slaapkamer van de dochter van aangever op de zolder zijn weggenomen een witte mobiele telefoon van het merk Samsung Galaxy S4, een mintgroene Nintendo DS spelcomputer, een geldbedrag van ongeveer 250,00 euro bestaande uit munt- en briefgeld en diverse sieraden. Uit de slaapkamer van aangever zijn ook diverse sieraden weggenomen en uit de slaapkamer van de zoon van aangever is een zwarte PlayStation 4 spelcomputer weggenomen. Er was schade aan de voordeur, in het kozijn zaten meerdere moeten en het raam naast de voordeur was geforceerd.2 Door de buren van perceel [huisnummer] werd in de nacht van 24 juli 2015 tussen 02:00 uur en 03:00 uur gehoord dat er gedurende 10 tot 15 minuten mensen de trap op en af liepen.3 Aan het draairaam links naast de voordeur van de woning zijn meerdere beschadigingen (werktuigsporen) en gele vegen geconstateerd en de sluitkom aan de binnenzijde van het raam is afgebroken beide veroorzaakt door het wrikken met een geel breekijzer. Deze werktuigsporen zijn veiliggesteld (AAIM5756NL). Tevens zijn op vensterbank onder het draairaam vier schoensporen met vier verschillende profielen, waaronder een ribbel- (AAIM5760NL) en een zigzagprofiel (AAIM5761NL) aangetroffen en veiliggesteld.4 Het schoenspoor met een zigzagprofiel (AAIM5761NL) is veroorzaakt met soortgelijke schoenen als het paar Nike schoenen dat onder medeverdachte [medeverdachte 1] in beslag is genomen (AAID0148NL) en het schoenspoor met het ribbelprofiel (AAIM5760NL) is veroorzaakt met soortgelijke schoenen als het paar Nike schoenen dat onder verdachte is aangetroffen.5 Het werktuigspoor dat is aangetroffen op het draairaam (AAIM5756NL) is veroorzaakt door een geel breekijzer van het merk Sencys (AAES8913NL) in beslag genomen na vondst in de bosschages. Eveneens is door hetzelfde breekijzer een werktuigspoor veroorzaakt aan een woonkamerraam van de [adres 1], veilig gesteld naar aanleiding van een inbraak op 31 juli 2015.6

Verdachte heeft verklaard dat hij een vaste verstopplek had voor de twee in beslag genomen breekijzers, waaronder een gele, die op zijn aanwijzen door de politie in de bosjes zijn aangetroffen. Niemand, behalve medeverdachte [medeverdachte 1], wist waar verdachte deze breekijzers verstopte.7

In de onder medeverdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoon wordt een aantal WhatsApp gesprekken aangetroffen. Op 24 juli 2015 om 06:15 uur vraagt een persoon genaamd [betrokkene 1] aan [medeverdachte 1]: “Buit?” [medeverdachte 1] antwoordt om 06:40 uur: “Jaa maar niet die witte osso.” [betrokkene 1] vraagt direct daarop om 06:41 uur: “Wel buit dus?” en “Gotoe?” Hierop antwoordt [medeverdachte 1] om 06:41 uur tot tweemaal toe op met “Ja.” [betrokkene 1] zegt vervolgens: “Lekker hoor.” In de avond om 23:11 en 23:12 uur stuurt verdachte naar [medeverdachte 1]: “Ey morge ff die ding doen bazaar (…) Die 4 (…) Maar ligt bij [betrokkene 2] in ze schuur.” Medeverdachte [medeverdachte 1] antwoordt om 23:20 uur naar verdachte: “Ja 250 is goeie.”.8

Ten aanzien van feit 4 primair:

Tussen 13 februari 2015 om 23:40 uur en 14 februari 2015 om 00:30 uur wordt ingebroken in een woning aan de [adres 4] te Heemskerk waarbij een groot aantal goederen, waaronder een minispeaker, een fotocamera van het merk Samsung, type NX300 (serienummer A7R1CNXF5057) met objectief en een zwarte cameratas van het merk Case Logic, een SD geheugenkaart, een smartphone diverse geheugenkaartjes en een USB stick, een e-smoker diverse sleutels, zes flessen parfum en een fles whisky, worden weggenomen toebehorende aan [slachtoffer 4]. Op 13 februari 2015 om 23:40 uur had de buurman van perceel [huisnummer] meerdere doffe klappen gehoord. Als aangever [slachtoffer 4] op 14 februari 2015 om 02:30 uur bij zijn woning aankomt ziet hij glasscherven en een kei uit zijn tuin in de woning liggen en een groot gat in het achterraam van de woning.9 Op 17 februari 2015 om 23:00 uur ziet [slachtoffer 4] dat er op de website van Used Products, gevestigd aan de Breestraat te Beverwijk, een Samsung Smart camera, type NX300 inclusief tas en filter wordt aangeboden voor 259,99 euro. Hij gaat op 18 februari 2015 om 10:00 uur naar Used Products en herkent de camera, tas en filter voor als 100% zijn eigendommen. Vervolgens gaan verbalisanten naar Used Products en aldaar blijkt dat het serienummer van de camera overeenkomt met het serienummer op de door [slachtoffer 4] overhandigde doos van de camera.10 Volgens [Used Products], verkoopspecialist bij Used Products gevestigd aan de Breestraat 164 te Beverwijk, is op 14 februari 2015 om 12:48 uur een witte Samsung NX300 camera, met serienummer A7R1CNXF5057 met daarop een lens en een zwart tasje van het merk Case Logic te koop aangeboden door een persoon die zich legitimeerde met een Nederlands legitimatiebewijs op naam gesteld van [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].11

Op 28 mei 2015 wordt tijdens een doorzoeking op de slaapkamer van verdachte, gelegen aan de [adres verdachte] te Beverwijk, een e-smoker aangetroffen.12 De e-smoker wordt voor 100% herkend door [slachtoffer 4] als zijnde zijn eigendom, met name aan het losse mondstukje dat hij erbij had gekocht.13

Blijkens de historische verkeersgegevens heeft het nummer [telefoonnummer verdachte], in die periode in gebruik bij en toebehorende aan verdachte, op 13 februari 2015 tussen 22:28 uur en 23:50 uur een zendmast aangestraald gelegen aan de Heemswijk te Heemskerk welke in de directe omgeving is gelegen van het adres [adres 4] te Heemskerk.14

Verdachte heeft verklaard dat hij de Samsung camera en de e-smoker thuis op zijn slaapkamer heeft bewaard. Het zou volgens verdachte kunnen dat zijn telefoon op 13 februari 2015 tussen 22:28 uur en 23:50 uur een zendmast in de directe omgeving van de [adres 4] te Heemskerk heeft aangestraald en hij in de buurt van de woning gelegen aan de [adres 4] te Heemskerk is geweest, want Heemskerk en Beverwijk zijn niet zo groot.15

Ten aanzien van feit 5:

In de periode van 13 juli 2014 om 11:00 uur en 15 juli 2014 om 13:03 uur is bij een inbraak uit een woning gelegen aan de [adres 9] te Heemskerk weggenomen een mobiele telefoon van het merk Samsung type Galaxy S3 Mini toebehorende aan [slachtoffer 9].16 Op 12 augustus 2015 is de telefoon aangetroffen op de slaapkamer van verdachte gelegen aan de [adres verdachte] te Beverwijk.17 De telefoon is verdachte aangeboden en hij heeft hem in de zomer van 2014 voor ongeveer 80,00 euro gekocht. Hij weet niet meer waar en wanneer dat is geweest en hij had in zijn achterhoofd wel het idee dat de telefoon gestolen was, maar dat boeide hem niet, want hij had een telefoon nodig. Verdachte nam de gok en beseft dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan heling.18

Ten aanzien van feit 7 subsidiair:

Op 22 november 2015 om 23:42 uur ontvangt de politie Noord-Holland de melding dat er een inbraakalarm afging bij basisschool De Zonnewijzer gelegen aan de Planetenlaan te Haarlem.19 Hierop zijn verbalisanten ter plaatse gegaan waarna verbalisant [verbalisant 1] om 23:43 uur ziet dat twee mannen de school uit komen lopen, de deur open laten staan en het schoolplein op gaan. Een van de mannen heeft een lamp in zijn handen die aanstond. De mannen bleken later [medeverdachte 2] en verdachte te zijn.20 Op de Karel Doormanlaan, welke kruist aan de Planetenlaan, hoort verbalisant [verbalisant 2] een collega roepen: “Politie staan blijven! Jullie zijn aangehouden.” Na een achtervolging wordt verdachte liggend op de grond in een perk van een tuin aangehouden.21 Tijdens de achtervolging van medeverdachte [medeverdachte 2] wordt gezien dat hij een lang voorwerp in zijn rechterhand had welke hij na zijn aanhouding niet meer onder zich had.22 Door de adjunct directeur van de basisschool wordt gezien dat er een raam is ontzet. Het raam hing aan één scharnier en was eerder nog niet kapot.23 Vervolgens wordt in de nabije omgeving van waar [medeverdachte 2] is aangehouden door een surveillancehond in de bosjes een blauw breekijzer aangetroffen.24 Tevens worden onder [medeverdachte 2] sleutels aangetroffen die door aangeefster worden herkend als sleutels die aan De Zonnewijzer toebehoren. Aan een van de sleutels zat een label met de tekst “gymzaal Zonnewijzer”. De sleutels waren echter sinds eind september 2015 al weg.25 Verdachte heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 2] bij de school was en ze waren van plan om samen in te breken. Dit hadden ze samen zo besproken. [medeverdachte 2] had sleutels van de school en had deze eerder al aan verdachte getoond.26

Ten aanzien van feit 8:

Tussen 21 november 2015 om 14:15 uur en 22 november 2015 om 18:15 uur wordt er getracht in te breken in een woning gelegen aan de [adres 6] te Haarlem. Als bewoonster [slachtoffer 6] op 22 november 2015 om 18:15 uur thuiskomt ziet zij een schep op het konijnenhok liggen die daar normaal niet ligt. Vervolgens ziet zij dat er op het kozijn van het raam naast de achterdeur grote moeten zitten. In de tuin bij de deur treft zij tevens een legitimatiebewijs aan op naam gesteld van [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].27 Op de schep worden verfsporen aangetroffen die overeenkomen met de verf van het keukenraam. De afdruk op het raamkozijn komt overeen met de plaats waar de verfsporen op de schep staan.28 Verdachte heeft zijn identiteitskaart op 20 november 2015 teruggekregen nadat hij uit de voorlopige hechtenis is geschorst. Hij had zijn legitimatiebewijs in zijn broekzak zitten. Het is volgens verdachte mogelijk dat hij het legitimatiebewijs op 21 november of 22 november 2015 kwijt is geraakt, want hij is in de periode van 21 en 22 november 2015 op de [adres 6] te Haarlem geweest en wellicht langs het huis gelopen.29

Ten aanzien van feit 9:

Tussen 10 oktober 2015 om 12:40 uur en 11 oktober 2015 om 12:36 uur wordt er ingebroken in een woning gelegen aan de [adres 7] te Beverwijk waarbij uit een spaarpot een geldbedrag van ongeveer 50,00 euro aan muntgeld en een sleutelbos voorzien van twee sleutels zijn weggenomen. De gehele woning was doorzocht en lades en kasten zijn geopend. Met een breekvoorwerp is een keukenraam aan de voorzijde van de woning opengebroken. In het kozijn onder het raam zaten meerdere moeten.30 In de woning wordt door bewoonster [slachtoffer 7] een kwitantie aangetroffen op naam gesteld van [verdachte].31 Dit betreft een kwitantie voor twee nachten opvang bij De Slaaphoek voor 9 en 10 oktober 2015.32 Verdachte is op 8 of 9 oktober 2015 met zijn pleegmoeder naar De Slaaphoek te Haarlem gegaan alwaar zij voor hem twee nachten opvang heeft betaald. Hij heeft geen gebruik van de slaapplek gemaakt, want hij vond het geen prettige plek. De kwitantie heeft hij weggegooid.33

3.7.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van de feiten 2, 4 primair, 5, 7 subsidiair, 8 en 9

Ten aanzien van feit 2:

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit bepleit. Daartoe heeft zij aangevoerd, dat het sporenonderzoek en de resultaten daarvan onvoldoende aanknopingspunten bieden voor het bewijs dat verdachte de inbraak heeft gepleegd nu uit dat onderzoek slechts blijkt dat de schoensporen zijn veroorzaakt door soortgelijke schoenen als die van verdachte en zijn medeverdachte, terwijl Nike schoenen veelvoorkomende schoenen zijn en voorts dat het breekijzer op een openbare plek verstopt lag waar meerdere mensen bij konden. Aldus kan niet worden vastgesteld, dat de sporen door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn veroorzaakt en dient verdachte te worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank verwerpt het door de raadsvrouw gevoerde verweer en overweegt daartoe als volgt. Aan de hand van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld, dat er op de vensterbank van het inklimraam aan de [adres 2] te Beverwijk twee verschillende schoensporen zijn aangetroffen, waarvan de ene zijn veroorzaakt met soortgelijke schoenen als onder verdachte zijn aangetroffen en de andere met soortgelijke schoenen als onder zijn medeverdachte [medeverdachte 1] zijn aangetroffen. Weliswaar zijn beide schoensporen veroorzaakt door veelvoorkomende schoenen, echter in het onderhavige geval gaat het om de combinatie van de beide schoensporen en de beide verdachten. Bovendien is vast komen te staan dat de braakschade aan het draairaam van de woning is veroorzaakt met het aan verdachte toebehorende gele breekijzer waarvan alleen hij en [medeverdachte 1] wisten waar deze verstopt lag, zoals door verdachte is verklaard. Met ditzelfde breekijzer is de door verdachte bekende inbraak ten laste gelegd als feit 1 gepleegd.

Tenslotte blijkt uit de door medeverdachte [medeverdachte 1] gevoerde WhatsApp gesprekken met onder andere verdachte en een persoon genaamd [betrokkene 1] dat er in de ochtend, middag en avond van 24 juli 2015, te weten kort nadat de inbraak is gepleegd, wordt gesproken dat er een ‘buit’ is, maar niet de witte ‘osso’ (de rechtbank begrijpt: huis), dat het onder andere om ‘gotoe’ (de rechtbank begrijpt: goud) en ‘4’ gaat, welke buit in de schuur bij [betrokkene 2] ligt terwijl verdachte en medeverdachte afspreken dat ze ‘morgen ff die ding doen bazaar’ (de rechtbank begrijpt: de Beverwijkse Bazaar) en wordt gesproken over “Ja 250 is goeie.”, terwijl uit het proces-verbaal van aangifte is gebleken dat er tussen 22 juli 2015 om 09:00 uur en 24 juli 2015 om 08:00 uur bij een inbraak in een woning gelegen aan de [adres 2] te Beverwijk onder andere zijn weggenomen een Samsung Galaxy S4, een PlayStation 4, een geldbedrag van 250,00 euro en diverse (gouden) sieraden. De rechtbank concludeert hieruit, nu eveneens een andersluidende verklaring achter wege is gebleven, dat verdachte en diens medeverdachte een deel van de buit afkomstig uit de [adres 2], te weten de Samsung Galaxy S4 dan wel de PlayStation 4, op de Beverwijkse Bazaar wilden gaan verkopen.

Deze feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwd en in combinatie met de overige in 3.6 genoemde bewijsmiddelen maken dat er naar het oordeel van de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 1] de inbraak als onder feit 2 ten laste gelegd heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 4 primair:

De raadsvrouw van verdachte heeft primair eveneens vrijspraak van de onder primair ten laste gelegde diefstal met braak bepleit. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd, dat er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte bij de inbraak betrokken is geweest. Meer dan de peilgegevens van de mobiele telefoon is er niet en deze gegevens geven slechts aan dat verdachte in de buurt is geweest, maar meer ook niet. Verdachte heeft de diefstal ontkend en zich op het standpunt gesteld, dat hij de camera samen met de e-smoker op straat aangeboden heeft gekregen. Hij wist niet dat het een e-smoker was.

De rechtbank verwerpt dit door de raadsvrouw van verdachte gevoerde verweer en overweegt daartoe, dat uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen kan worden vastgesteld, dat er op 13 februari 2015 om 23:40 uur door de buurman een aantal doffe klappen worden gehoord waarna blijkt dat er in de naastgelegen woning is ingebroken, terwijl uit de zendmastgegevens blijkt dat de telefoon van verdachte op 13 februari 2015 tussen 22:28 en 23:50 uur, te weten binnen een zeer korte periode voor en na de inbraak, een zendmast in de nabije omgeving van de woning aanstraalt. Daarbij komt dat verdachte heeft verklaard dat het mogelijk is dat hij in de buurt van de woning is geweest. Tevens kan worden vastgesteld dat de weggenomen camera de volgende dag op 14 februari 2015 om 12:48 uur, dus korte tijd na de inbraak in de woning, door verdachte bij Used Products te koop is aangeboden en de door aangever herkende e-smoker op de slaapkamer van verdachte is aangetroffen. Gelet hierop kan het naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet anders zijn dan dat verdachte de inbraak in de woning aan de [adres 4] te Heemskerk heeft gepleegd en zal de rechtbank dan ook geen geloof hechten aan de eerst op de terechtzitting opgebrachte verklaring van verdachte dat hij de e-smoker samen met de camera op straat aangeboden heeft gekregen. Deze verklaring strookt immers niet met zijn verklaring bij de politie dat hij de e-smoker heeft gekregen van iemand wiens naam hij niet wil noemen en de camera heeft gekocht van een man die hij wel van gezicht maar niet van naam kent. Geconfronteerd met het feit dat beide goederen van dezelfde inbraak afkomstig zijn, antwoordt hij vervolgens dat dat toevallig moet zijn.

Ten aanzien van feit 5:

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde opzetheling nu hij niet wist dat de onder hem aangetroffen mobiele telefoon van diefstal afkomstig was, maar verdachte slechts een voorgevoel had, zodat van opzet aan de zijde van verdachte nimmer sprake is geweest en slechts schuldheling bewezen kan worden verklaard.

De rechtbank verwerpt het door de raadsvrouw gevoerde verweer en overweegt daaromtrent als volgt. Uit de door verdachte ten overstaan van de politie afgelegde verklaring, bij welke verklaring verdachte ter terechtzitting is gebleven, maakt de rechtbank op dat verdachte van iemand die hij niet kent een telefoon aangeboden heeft gekregen en dat hij deze voor 80,00 euro heeft gekocht terwijl hij het idee had dat de telefoon gestolen zou zijn hetgeen hem niet boeide, maar hij op dat moment een telefoon nodig had en dus de gok heeft genomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door aldus te handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard, dat de telefoon van misdrijf afkomstig is hetgeen ook het geval bleek te zijn. Hieruit volgt dat bij het verwerven en voorhanden krijgen van die mobiele telefoon naar het oordeel van de rechtbank ten minste van voorwaardelijk opzet sprake is geweest. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.

Ten aanzien van feit 7 subsidiair:

Door en namens verdachte is vrijspraak van het onder 7 subsidiair ten laste gelegde medeplegen van poging tot inbraak in de school bepleit. De raadsvrouw van verdachte heeft daartoe aangevoerd, dat verdachte heeft verklaard dat hij de school niet binnen is geweest. Hij was er weliswaar samen met [medeverdachte 2] aanwezig, maar zij hebben geen onderlinge afspraken gemaakt en verdachte stond slechts op de uitkijk te wachten, zodat van een de vereiste nauwe en bewuste samenwerking voor het bestanddeel medeplegen geen sprake is. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken nu hoogstens medeplichtigheid kan worden bewezen, hetgeen niet aan verdachte is ten laste gelegd, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt. Verdachte heeft verklaard, dat hij niet in de school is geweest en slechts op de uitkijk stond. Uit het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] blijkt echter, dat verbalisant [verbalisant 1] kort na de melding dat er een inbraakalarm bij de school afging ter plaatse was en ziet dat er twee mannen de school uit komen lopen en de deur open laten staan waarna de politie hen zegt stil te blijven staan en de mannen wegrennen. Gelet op die bevindingen stelt de rechtbank vast dat verdachte in de school is geweest en dient de verklaring van verdachte dan ook als zijnde ongeloofwaardig ter zijde te worden geschoven.

De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is of verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte 2] de poging tot inbraak heeft gepleegd nu verdachte en diens raadsvrouw zich op het standpunt hebben gesteld dat hij daarover geen afspraken heeft gemaakt en slechts op de uitkijk heeft gestaan. Verdachte heeft ter terechtzitting echter verklaard, dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte 2] van plan was in te breken, dat [medeverdachte 2] de sleutels van de school daarvoor al had en deze aan verdachte heeft getoond. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het voorgaande sprake van een vooropgezet plan tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2]. Dit plan hebben zij samen uitgevoerd door middels braak de school te betreden en aldus sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte en zijn medeverdachte zich op 22 november 2015 te Haarlem hebben schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot inbraak in basisschool De Zonnewijzer.

Ten aanzien van feit 8 en feit 9:

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem onder 8 ten laste gelegde poging tot woninginbraak aan de [adres 6] te Haarlem en de onder 9 ten laste gelegde woninginbraak aan de [adres 7] te Beverwijk. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd, dat zowel ten aanzien van het in de tuin van de [adres 6] aangetroffen legitimatiebewijs als de in de woning aan de [adres 7] aangetroffen kwitantie heeft te gelden dat dit losse, verplaatsbare goederen zijn. Hierdoor kan het scenario niet worden uitgesloten dat het legitimatiebewijs en de kwitantie door een ander dan verdachte aldaar zijn achtergelaten, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daaromtrent als volgt. Verdachte heeft verklaard dat hij op 20 november 2015 bij zijn invrijheidstelling zijn identiteitskaart terug heeft gekregen en dat hij in de periode van 21 en 22 november 2015 in de buurt van de [adres 6] te Haarlem is geweest. Vervolgens wordt de identiteitskaart van verdachte op 22 november 2015 in de tuin aangetroffen van een woning waar getracht is in te breken. Voorts heeft verdachte verklaard, dat hij met zijn pleegmoeder op 8 of 9 oktober 2015 bij De Slaaphoek is geweest alwaar zij voor hem twee nachten opvang heeft betaald en hij daarvan een kwitantie heeft gekregen en wordt de op zijn naam gestelde kwitantie op 11 oktober 2015 aangetroffen in een woning alwaar is ingebroken en goederen zijn weggenomen. Uit de zich in het dossier bevindende stukken alsmede de door verdachte afgelegde verklaringen, waar hij ter terechtzitting bij is gebleven, kan worden vastgesteld dat verdachte de documenten kort voor de gepleegde feiten voorhanden heeft gehad en verdachte geen nadere verklaring heeft kunnen geven voor het feit dat deze documenten in de desbetreffende woning respectievelijk in de tuin van de desbetreffende woning zijn aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank kan het dan ook niet anders zijn dan dat het verdachte is geweest die in en om de woningen is geweest, zodat mede gelet op de overige genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot inbraak in de woning gelegen aan de [adres 6] te Haarlem en de diefstal met braak en inklimming uit de woning gelegen aan de [adres 7] te Beverwijk.

3.8.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 subsidiair, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1:

hij op 31 juli 2015 in de gemeente Beverwijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen twee paar sokken en een sleutel, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 2:

hij in de periode van 22 juli 2015 tot en met 24 juli 2015 in de gemeente Beverwijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid geld met een waarde van ongeveer 490 euro en een Samsung Galaxy S4 kleur wit en een Nintendo DS kleur mintgroen en een PlayStation kleur zwart en diverse sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 3:

hij op 22 mei 2015 in de gemeente Beverwijk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 3], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in vereniging met een anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid gouden sieraden en een kluis en messen, toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

feit 4 primair:

hij in de nacht van 13 op 14 februari 2015 in de gemeente Heemskerk, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 4], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een minispeaker en een fotocamera en een telefoon en geheugenkaartjes en een usb-stick en een e-smoker en sleutels en een aantal flacons parfum en een fles whisky, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 5:

hij in de periode van 13 juli 2014 tot en met 12 augustus 2015 in de gemeente Beverwijk, althans in Nederland, een telefoon, merk Samsung Galaxy, S3 mini, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die telefoon wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

feit 6:

hij in de periode van 9 mei 2015 tot en met 11 mei 2015 in de gemeente Beverwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 5] heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en een horloge en een autosleutel en een tas, toebehorende aan [slachtoffer 5], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 7 subsidiair:

hij op 22 november 2015 in de gemeente Haarlem, ter uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen, toebehorende aan basisschool "de Zonnewijzer" en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, opzettelijk met zijn mededader een raam van die school heeft geforceerd/open gebroken, waarna verdachte en zijn mededader door de aldus ontstane opening die school zijn binnengegaan, zijnde de verdere uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

feit 8:

hij in de periode van 21 november 2015 tot en met 22 november 2015 in de gemeente Haarlem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 6] weg te nemen goederen, toebehorende aan [slachtoffer 6] en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, met een hard voorwerp heeft geprobeerd een raam van die woning open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 9:

hij in de periode van 10 oktober 2015 tot en met 11 oktober 2015 in de gemeente Beverwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 7] heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 50 euro en sleutels, toebehorende aan [slachtoffer 7], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Onder feit 8 zou in de voorlaatste zin (de braak) naar het oordeel van de rechtbank “een raam” moeten staan, terwijl in de tenlastelegging “een deur” is vermeld. De rechtbank zal dit verbeterd lezen. Nu uit de bewijsmiddelen duidelijk blijkt dat er getracht is een raam en niet een deur van de woning te forceren/open te breken en dit tijdens de behandeling ter terechtzitting ook steeds zo met verdachte is besproken, is de rechtbank van oordeel dat verdachte hierdoor niet in zijn belangen is geschaad.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 subsidiair, 8 en 9 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 2:

diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 3:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 4 primair:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 5:

opzetheling.

Ten aanzien van feit 6:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 7 subsidiair:

poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 8:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 9:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot de oplegging van een onvoorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van vijftig (50) maanden met aftrek van voorarrest.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat aan verdachte een lagere straf dient te worden opgelegd dan die door de officier van justitie is geëist. Daartoe heeft de raadsvrouw van verdachte verzocht om bij de straftoemeting rekening te houden met de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte, te weten het feit dat verdachte een aangeboren hersenafwijking en ADHD heeft, zijn jeugdige leeftijd en het feit dat hij zich voor het eerst in volwassendetentie bevindt hetgeen hem erg zwaar valt. Aan verdachte dient een onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform de duur van het voorarrest en eventueel een fors voorwaardelijke gevangenisstraf te worden opgelegd, zodat verdachte vanaf het moment van zijn invrijheidstelling gedurende de proeftijd een stok achter de deur heeft om hem ervan te weerhouden andermaal nieuwe strafbare feiten te plegen.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een periode van meerdere maanden schuldig gemaakt aan zes woninginbraken, één poging daartoe en één poging inbraak in een school. Naast de materiële schade die hiermee is toegebracht aan de slachtoffers leveren deze feiten ook emotionele schade op, omdat de weggenomen goederen vaak persoonlijke eigendommen betreffen die van grote waarde zijn voor de slachtoffers. Daarnaast roept alleen al het feit dat vreemden in of bij de woning zijn geweest over het algemeen bij slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid op. Woninginbraken en ook pogingen daartoe vormen dan ook een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Verdachte heeft zich hier al die maanden niet om bekommerd. Pas ter zitting geeft verdachte toe dat hij kan inzien dat zijn gedrag schade heeft berokkend aan de slachtoffers.

Ook heeft verdachte een gestolen goed voorhanden gehad dat uit een woning is weggenomen. Door van diefstal afkomstige goederen in zijn bezit te hebben heeft verdachte een afzetmarkt voor gestolen goederen geboden, en aldus bijgedragen aan het in stand houden van de diefstal van goederen en vermogenscriminaliteit in het algemeen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 2 augustus 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van (gekwalificeerde) diefstallen onherroepelijk is veroordeeld. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden te recidiveren;

- de door GGZ reclassering Palier over verdachte uitgebrachte reclasseringsadviezen gedateerd 3 augustus 2015, 25 augustus 2015, 16 oktober 2015 en 24 november 2015;

-het Pro Justitia rapport van (neuro)psycholoog drs. [naam], gedateerd 29 september 2015.

De psycholoog komt in zijn rapport tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van ADHD en

cluster-B persoonlijkheidsproblematiek. Verdachte heeft een lacunair geweten. Hij heeft een beperkte frustratietolerantie en lijkt onzekerheid en falen niet goed te kunnen verdragen. Vermijden, externaliseren en somatiseren zijn afweermechanismen die betrokkene lijkt in te zetten. Verdachte verdraagt het gaandeweg het gesprek ook steeds minder om zich in te zetten en na een half uur weigert hij verdere medewerking, waardoor er geen volledig rapport tot stand is gekomen.

Ook de reclassering signaleert in het rapport van 16 oktober 2015 dat verdachte zich niet aan afspraken houdt en niet onder de indruk is van mogelijke consequenties. Hij recidiveerde binnen de schorsingsperiode. De reclassering acht het noodzakelijk dat er gedragsverandering moet plaatsvinden bij verdachte om de kans op recidive te verminderen. Echter op het moment van rapporteren stond verdachte niet open voor gedragsverandering waardoor geadviseerd wordt tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Ondanks dit advies is verdachte door de reclassering aangemeld bij Stichting Exodus. Verdachte is geschorst op 20 november 2015 met de bijzondere voorwaarde van plaatsing aldaar met een GPS-enkelband. Verdachte is echter nooit verschenen en is op 23 november 2015 wederom aangehouden wegens de poging inbraak in de school. Het eerdere advies tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt daarom in het rapport van 24 november 2015 gehandhaafd.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur op zijn plaats is.

De rechtbank ziet mede gelet op de richtlijnen van de LOVS aanleiding een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie geëist. Daarbij neemt zij tevens in aanmerking dat de rechtbank het ten laste gelegde onder feit 10 niet bewezen heeft verklaard. Daarnaast is door de rechtbank ten voordele van verdachte rekening gehouden met zijn jeugdige leeftijd en de door de psycholoog geschetste problematiek. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte een (gevoel van) toekomst behoudt en na de detentie een leven kan opbouwen met de dan beschikbare hulpverlening.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7 Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

7.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich met betrekking tot de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven goederen op het standpunt gesteld, dat de zwarte mobiele telefoon, Samsung Galaxy S3 Mini terug dient te worden gegeven aan de rechthebbende [slachtoffer 9] nu deze mobiele telefoon afkomstig is van de woninginbraak gepleegd aan de [adres 9] te Heemskerk, de aan verdachte toebehorende paar Nike schoenen en de identiteitskaart aan verdachte dient te worden teruggegeven en alle overige in beslag genomen goederen verbeurd dienen te worden verklaard.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat alle onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven goederen – met uitzondering van al het geld, sieraden, horloges en de schoenen van medeverdachte [medeverdachte 1] – aan verdachte dienen te worden teruggegeven nu deze goederen aan verdachte toebehoren en niet is vast komen te staan dat deze goederen enig verband houden met een strafbaar feit dan wel van misdrijf afkomstig zijn.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

7.3.1.

Teruggave aan rechthebbende [slachtoffer 9] (feit 5)

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een zwarte mobiele telefoon, Samsung Galaxy S3 Mini (goednummer 2015185763-280759),

dient te worden teruggegeven aan [slachtoffer 9] nu zij redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

7.3.2.

Bewaring ten hoeve van rechthebbende(n)

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een zilverkleurige ketting (goednummer 2015130134-448054);

- vier bankbiljetten van Sri Lanka (goednummer 2015130154-448061);

- een munt van Canada (goednummer 2015130154-448064);

- twee bankbiljetten van Amerika (goednummer 2015130154-448066);

- vijf bankbiljetten van Costa Rica (goednummer 2015130154-448068);

- een glimmende kralenketting (goednummer 2015185763-482258);

- een zilveren horloge, Michael Kors (goednummer 2015185763-482273);

- een blauwe omklapbare hoes voor een tablet (goednummer 2015185763-482286);

- een MP4 mediaspeler Philips Go Gear Vibe (goednummer 2015185763-482417);

- een witte mobiele telefoon, Samsung Galaxy S3 Mini (goednummer 2015185763-482313);

- een roze mobiele telefoon, Samsung SGH-E870 (goednummer 2015185763-482358);

- een zilveren mobiele telefoon, Samsung SGH-G810 (goednummer 2015185763-482364);

- een zwarte mobiele telefoon, Nokia RM-750 type 500 (goednummer 2015185763-482366);

- een zwarte mobiele telefoon, Samsung SGH-D800 (goednummer 2015185763-482367);

- een blauw reisdocument, OV-chipkaart (goednummer 2015185763-482380);

- zes simkaarten, Lyca Mobile (goednummer 2015185763-482402);

- een tablet, Yarvik Tab07-210 (goednummer 2015185763-482403);

- een zwarte hoes voor een tablet (goednummer 2015185763-482406);

- een accu van een mobiele telefoon, Samsung (goednummer 2015185763-482410) en

- een witte PlayStation Portable spelcomputer (goednummer 2015185763-482296),

dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbenden, aangezien tot nu toe geen personen als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt.

7.3.3.

Teruggave aan verdachte [verdachte]

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een paar schoenen, Nike (goednummer 2015185763-476884) en

- een identiteitskaart (goednummer 2015280651-531147),

dienen te worden teruggegeven aan verdachte, aangezien hij redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8 Vorderingen benadeelde partijen

8.1.

Vorderingen benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1)

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 926,64 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 12 april 2016 vastgesteld, dat de heer [gemachtigde], zijnde de gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 1], heeft verklaard dat de benadeelde dit bedrag bij verzekeringsmaatschappij Interpolis heeft geclaimd en Interpolis het geclaimde bedrag in zijn geheel aan de benadeelde heeft uitgekeerd. De rechtbank is gelet op het feit dat de materiële schade reeds aan de benadeelde partij is vergoed van oordeel dat de benadeelde partij niet in de vordering kan worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

8.2.

Vorderingen benadeelde partij [slachtoffer 7] (feit 9)

De benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 9 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank heeft vastgesteld, dat de benadeelde partij [slachtoffer 7] in het voegingsformulier benadeelde partij heeft verwoord welke gevolgen het voorval voor haar heeft gehad. Echter zijn er op het voegingsformulier geen concrete schadeposten en -bedragen opgevoerd, zodat de vordering thans een niet op geld waardeerbare vordering betreft en de benadeelde partij derhalve niet in de vordering kan worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

45, 47, 57, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder de feiten 7 primair en 10 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart bewezen dat verdachte de hem onder 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 subsidiair, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.8. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder de feiten 1, 2, 3, 4 primair, 5, 6, 7 subsidiair, 8 en 9 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de onder 3.8. bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIERENTWINTIG (24) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in de vordering;

gelast de teruggave aan de rechthebbende [slachtoffer 9] van:

- een zwarte mobiele telefoon, Samsung Galaxy S3 Mini (goednummer 2015185763-280759);

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van:

- een zilverkleurige ketting (goednummer 2015130134-448054);

- vier bankbiljetten van Sri Lanka (goednummer 2015130154-448061);

- een munt van Canada (goednummer 2015130154-448064);

- twee bankbiljetten van Amerika (goednummer 2015130154-448066);

- vijf bankbiljetten van Costa Rica (goednummer 2015130154-448068);

- een glimmende kralenketting (goednummer 2015185763-482258);

- een zilveren horloge, Michael Kors (goednummer 2015185763-482273);

- een blauwe omklapbare hoes voor een tablet (goednummer 2015185763-482286);

- een MP4 mediaspeler Philips Go Gear Vibe (goednummer 2015185763-482417);

- een witte mobiele telefoon, Samsung Galaxy S3 Mini (goednummer 2015185763-482313);

- een roze mobiele telefoon, Samsung SGH-E870 (goednummer 2015185763-482358);

- een zilveren mobiele telefoon, Samsung SGH-G810 (goednummer 2015185763-482364);

- een zwarte mobiele telefoon, Nokia RM-750 type 500 (goednummer 2015185763-482366);

- een zwarte mobiele telefoon, Samsung SGH-D800 (goednummer 2015185763-482367);

- een blauw reisdocument, OV-chipkaart (goednummer 2015185763-482380);

- zes simkaarten, Lyca Mobile (goednummer 2015185763-482402);

- een tablet, Yarvik Tab07-210 (goednummer 2015185763-482403);

- een zwarte hoes voor een tablet (goednummer 2015185763-482406);

- een accu van een mobiele telefoon, Samsung (goednummer 2015185763-482410);

- een witte PlayStation Portable spelcomputer (goednummer 2015185763-482296);

gelast de teruggave aan verdachte [verdachte] van:

- één paar schoenen, Nike (goednummer 2015185763-476884);

- een identiteitskaart (goednummer 2015280651-531147).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.E. Kwak, voorzitter,

mr. C.A.M. van der Heijden en mr. I.S. Burggraaff, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van dinsdag 26 april 2016.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 7 augustus 2015 (ZD-02, map 2, pagina 382-388).

3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2015 (ZD-02, map 2, pagina 393).

4 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 27 juli 2015 (ZD-02, map 2, pagina 399-401).

5 Het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek d.d. 3 augustus 2015 (ZD-02, map 2, pagina 402-404).

6 Het proces-verbaal werktuigsporenonderzoek d.d. 9 augustus 2015 (ZD-02, map 2, pagina 405-411).

7 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016.

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 september 2015 (ZD-02, map 2, pagina 394-398).

9 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 19 februari 2015 (ZD-05, map 2, pagina 517-521).

10 Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 4] d.d. 19 februari 2015 (ZD-05, map 2, pagina 526-527) en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2015 (ZD-05, map 2, pagina 528-536).

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [Used Products] d.d. 18 februari 2015 (ZD-05, map 2, pagina 537-541), het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2015 (ZD-05, map 2, pagina 542-543) en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 maart 2015 (ZD-05, map 2, pagina 545-548).

12 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2015 (algemeen dossier, map 1, pagina 37-42).

13 Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 4] d.d. 22 september 2015 (ZD-05, map 2, pagina 522-523) en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 september 2015 (ZD-05, map 2, pagina 549).

14 Het proces-verbaal van bevindingen analyse historische verkeersgegevens d.d. 28 april 2015 (ZD-05, map 2, pagina 550-552) en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016.

15 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016.

16 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] d.d. 6 augustus 2014 (ZD-07, map 2, pagina 602-605).

17 Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 12 augustus 2015 (algemeen dossier, map 1, pagina 57-70) en de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 12 augustus 2015 (algemeen dossier, map 1, pagina 71-75).

18 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 6 oktober 2015 (ZD-07, map 2, pagina 606-608) en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016.

19 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2015 (ZD-10, map 2, pagina 695-699).

20 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2015 (ZD-10, map 2, pagina 700-701).

21 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2015 (ZD-10, map 2, pagina 695-699).

22 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2015 (ZD-10, map 2, pagina 700-701).

23 Het proces-verbaal van aangifte van [adjunct directeur] d.d. 23 november 2015 (ZD-10, map 2, pagina 716-728).

24 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2015 (ZD-10, map 2, pagina 702-703).

25 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2015 (ZD-10, map 2, pagina 704-714), het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2015 (ZD-10, map 2, pagina 715) en het proces-verbaal van aangifte van [adjunct directeur] d.d. 23 november 2015 (ZD-10, map 2, pagina 716-728)..

26 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016.

27 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] d.d. 23 november 2015 (ZD-11, map 2, pagina 744-746) en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2015 (ZD-11, map 2, pagina 748-749).

28 Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 24 november 2015 (ZD-11, map 2, pagina 750-751).

29 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 24 november 2015 (ZD-11, map 2, pagina 752-755) en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016.

30 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] d.d. 11 oktober 2015 (ZD-04, map 2, pagina 478-490) en het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 11 oktober 2015 (ZD-04, map 2, pagina 491-492).

31 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] d.d. 11 oktober 2015 (ZD-04, map 2, pagina 478-490) en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 oktober 2015 (ZD-04, map 2, pagina 493-495).

32 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2015 (ZD-04, map 2, pagina 496-498).

33 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 oktober 2015 (ZD-04, map 2, pagina 503-509), het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 14 oktober 2015 (ZD-04, map 2, pagina 510-513) en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 april 2016.