Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:3315

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-04-2016
Datum publicatie
25-04-2016
Zaaknummer
15/871277-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor twee verkrachtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/871277-14 (Promis)

Uitspraakdatum: 25 april 2016

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 17 maart 2016 en 11 april 2016 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. E. Visser, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.J. Pardijs, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 30 december 2013 te Schagen, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (een vrouw zich noemende) [X] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [X] , hebbende verdachte zijn penis in de vagina en/of mond en/of anus van die [X] geduwd en/of gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [X]

- ( meermalen) met een (broek)riem op/tegen de billen en/of het lichaam heeft geslagen en/of - meermalen met de (vlakke) hand tegen het lichaam heeft geslagen en/of

- met een (broek)riem de keel heeft dichtgesnoerd en/of dichtgedrukt (waardoor zij buiten bewustzijn is geraakt) en/of

- met een kussensloop de keel heeft dichtgedrukt en/of (aldus) voor die [X] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 2

hij op of omstreeks 11 augustus 2013 te Alkmaar, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (een vrouw zich noemende) [Y] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[Y] , hebbende verdachte zijn penis in de anus en/of mond en/of vagina van die [Y] geduwd en/of gebracht en/of zijn vingers in de vagina heeft geduwd en/of gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [Y]

- aan de haren naar de slaapkamer heeft gesleurd en/of getrokken en/of

- ( meermalen) in het gezicht heeft geslagen en/of

- ( meermalen) tegen het lichaam en/of de billen heeft geslagen en/of

- heeft belet naar de wc te gaan (om te voorkomen dat zij zichzelf in de badkamer zou opsluiten) en/of

- een aantal vingers in haar mond en/of keel heeft gestopt en/of geduwd (waardoor die [Y] geen adem kon halen) en/of (aldus) voor die [Y] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Feit 3

Primair

hij in of omstreeks de periode van 25 mei 2014 tot en met 26 mei 2014 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (een vrouw zich noemende) [Z] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Z] , hebbende verdachte zijn penis in de mond en/of vagina van die [Z] geduwd en/of gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [Z]

- heeft gedrogeerd door GHB in de door [Z] genuttigde drank (rosé) te doen en/of

- ( met kracht) in de keel heeft geknepen en/of

- in/tegen het gezicht heeft geslagen en/of

- aan de haren heeft getrokken en/of (aldus) voor die [Z] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 25 mei 2014 tot en met 26 mei 2014 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, met (een vrouw zich noemende) [Z] , van wie hij, verdachte, wist dat die [Z] (door het toedienen van GHB) in staat van bewusteloosheid, verminderd

bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dat die [Z] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

- het duwen en/of brengen van zijn penis in de vagina en/of anus van die [Z] en/of

- het duwen en/of brengen van zijn vinger(s) en/of tong bij/in de anus van die [Z] en/of

- het duwen en/of brengen van zijn penis in de mond van die [Z] .

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Inleiding

Op 13 augustus 2013, 31 december 2013 en 26 mei 2014 is door respectievelijk [Y] (feit 2), [X] (feit 1) en [Z] (feit 3) bij de politie telefonisch melding gedaan van verkrachting. Nadat zij ieder individueel onder meer een informatief gesprek met zedenrechercheurs hadden gevoerd, heeft [X] op 2 juli 2014, [Y] op 4 juli 2014 en [Z] op 22 september 2014 aangifte gedaan van verkrachting. Nadien zijn aangeefsters op 19 mei 2015 ten overstaan van de rechter-commissaris als getuigen gehoord.

De rechtbank heeft de vraag te beantwoorden of zij op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van aangeefsters. Wat betreft het onder 3 ten laste gelegde feit dient de rechtbank, indien zij verkrachting niet bewezen acht, te beoordelen of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met iemand die in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert.

4 Bewijs

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en onder 3 primair ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat – kort gezegd – de verklaringen van aangeefsters elk afzonderlijk worden ondersteund door diverse bewijsmiddelen, zodat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Dit wordt nog onderstreept doordat de verklaringen van aangeefsters overeenkomen met de ervaringen van andere vrouwen, aldus de officier van justitie.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft de raadsman daartoe – in de kern – aangevoerd dat de rechtbank niet kan komen tot een veroordeling voor verkrachting, omdat het bestanddeel ‘binnendringen’ niet kan worden bewezen. Volgens de raadsman vinden de verklaringen van aangeefsters op dit punt geen steun in andere bewijsmiddelen. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de verklaringen van aangeefsters onbetrouwbaar en inconsistent zijn en derhalve niet kunnen meewerken voor het wettig en overtuigend bewijs. Daartegenover staat de zeer gedetailleerde verklaring van verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris en bevestigd ter terechtzitting, die niet strijdig is met andere bewijsmiddelen. Meer subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat het bestanddeel ‘dwingen’ niet kan worden bewezen, daar opzet van verdachte ontbreekt ten aanzien van zowel de onvrijwilligheid bij de slachtoffers als de omstandigheid dat de slachtoffers zich niet of zeer moeilijk aan het handelen van verdachte zouden hebben kunnen onttrekken (onvermijdbaarheid).

Ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat wel seksuele gemeenschap heeft plaatsgevonden, maar dat dit niet onder dwang is gebeurd. Uit verschillende bewijsmiddelen volgt de vrijwilligheid daarvan, aldus de raadsman.

Wat betreft het onder 3 subsidiair ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte aangeefster heimelijk GHB heeft toegediend en evenmin dat zij in een staat van bewusteloosheid heeft verkeerd.

4.3.

Vrijspraak - feit 3

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 3 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Vast is komen te staan dat verdachte en aangeefster [Z] (hierna: [Z] ) in de periode van 25 mei 2014 tot en met 26 mei 2014 seks met elkaar hebben gehad.

Volgens [Z] , zo luidt de aangifte, had zij met verdachte in haar woning afgesproken om te praten. Hij heeft vervolgens zonder haar medeweten GHB in een fles wijn gedaan, waarvan zij ongeveer 1,5 glas heeft gedronken en verdachte de rest. Daarna heeft verdachte haar naar boven gebracht, uitgekleed en op een ruwe manier seks met haar gehad. Hij heeft haar onder meer aan de haren getrokken en met vlakke hand een paar klappen in het gezicht gegeven. Zij voelde zich stoned-achtig en kon hier niets tegen doen. De dag erna zag zij in de dop van de fles twee kleine gaatjes en besefte ze dat ze was gedrogeerd, aldus [Z] .

Verdachte heeft verklaard dat de seks geheel vrijwillig was en dat alle seksuele handelingen van tevoren zijn besproken en met toestemming van [Z] hebben plaatsgevonden. Volgens verdachte hebben zij voorafgaand aan de seks – zoals zij dat volgens verdachte vaker deden – samen en met instemming van [Z] GHB gebruikt. Verdachte had een flesje GHB meegenomen en heeft dit bij [Z] thuis in een glas leeggeschonken. Vanuit dat glas heeft hij vervolgens twee flessendopjes tot de rand gevuld. [Z] en verdachte hebben allebei een dopje leeggedronken en de rest van de GHB is in het glas achtergebleven, aldus verdachte.

De rechtbank stelt voorop dat zedenzaken als de onderhavige zich doorgaans kenmerken door de omstandigheid dat slechts twee personen, het veronderstelde slachtoffer en de vermeende dader, bij de verweten gedragingen aanwezig zijn geweest. Dit brengt mee dat, bij een (deels) ontkennende verdachte, veelal slechts de verklaringen van het slachtoffer als wettig bewijsmiddel voorhanden zijn. In deze zaak is dat ook in belangrijke mate het geval. Immers, de verklaring van [Z] dat verdachte haar – kort gezegd – heeft gedrogeerd, vindt geen steun in andere bewijsmiddelen, anders dan verklaringen die, direct dan wel indirect, van [Z] zelf afkomstig zijn. Weliswaar wordt in het NFI- rapport bevestigd dat de aan de politie overgedragen wijnfles GHB bevatte, maar hieruit volgt niet zonder meer dat het verdachte is die GHB in de fles heeft gedaan en dat hij dit vervolgens heimelijk aan [Z] heeft toegediend. Daar verdachte erkent dát die avond GHB is gebruikt en (slechts) ontkent dit zonder medeweten van [Z] aan haar te hebben gegeven, staan de verklaringen van verdachte en [Z] in dit opzicht lijnrecht tegenover elkaar.

Ook de overige bewijsmiddelen, waaronder het WhatsApp-verkeer tussen verdachte en [Z] en de ten tijde van de aangifte op 22 september 2014 aan de politie overhandigde aantekeningen van [Z] , dragen onvoldoende bij aan helderheid op dit punt. De rechtbank merkt op dat zij op grond van de verklaring van [Z] , gehoord als getuige ter terechtzitting van 17 maart jl., geen aanleiding heeft om aan diens geloofwaardigheid te twijfelen, zodat [Z] verklaring over het drogeren heel goed juist kan zijn. Op die basis kan echter niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte [Z] daadwerkelijk heeft gedrogeerd en onder die omstandigheid seks met haar heeft gehad. Daar dit naar het oordeel van de rechtbank de kern betreft van zowel het primair als het subsidiair onder 3 ten laste gelegde feit, dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

4.4.

Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Ten aanzien van feit 1

Op 30 december 2013 had aangeefster [X] (hierna: [X] ) via ‘Badoo’, een datingsite waarop mensen seksueel contact zoeken, contact met [verdachte] uit [geboorteplaats] ,2 die later is herkend als verdachte.3 Nadat ze telefoonnummers hadden uitgewisseld, ging het contact verder via WhatsApp. Om 22:00 uur stuurde verdachte: “Beter als je tijd en zin heb kom ik zo je kant op. (…) Ben wel beetje dominant als ik speel”. Om 22:40 uur stuurde hij: “(…) Ga lekker uitgebreid met je spelen. Ben benieuwd hoe braaf je bent en ga al je gaatjes nemen”.4 Later die avond is verdachte bij [X] thuis langs gekomen, waar zij eerst een sigaretje hebben gerookt en wat hebben gepraat. Het was een globaal gesprek en het ging niet over seks of SM. Op een gegeven moment duwde verdachte [X] de kamer in.5 Verdachte haalde zijn riem uit zijn broek en dwong haar gebukt over de leuning van de bank te gaan hangen. Vervolgens heeft hij haar hard met de riem op de billen geslagen. Ook met zijn blote hand heeft hij haar op de billen geslagen.6 [X] heeft geschreeuwd en gevraagd of hij wilde ophouden, maar daar luisterde verdachte niet naar. Hij heeft haar wel twee of drie keer geslagen. Daarna moest zij op de bank gaan liggen. Verdachte had zijn riem tussen zijn handen geklemd met een tussenafstand van ongeveer 20 centimeter en drukte deze op haar keel. [X] probeerde zich te verdedigen door haar handen naar de riem te brengen en te proberen haar vingers er tussen te stoppen. Ze werd licht in haar hoofd en kon geen adem halen. [X] voelde dat ze wegzakte en dacht dat ze dood ging. Het volgende dat ze weet, is het moment dat ze weer bijkwam. Zij heeft toen met verdachte het codewoord ‘rosé’ afgesproken, dat zij kon zeggen als ze wilde dat hij zou stoppen. Vervolgens maakte verdachte zijn broek los en gebood [X] hem te pijpen.7 Hij ging met zijn penis voor haar staan en stopte die zonder iets te zeggen in haar mond.8 Op de bank heeft hij haar nog een tweede keer met de riem verstikt. [X] heeft toen meerdere keren het codewoord geroepen en heeft hem gevraagd op te houden.9 Ze heeft gehuild en gezegd “ik wil dit niet”. Verdachte negeerde dat.10 [X] heeft geprobeerd met haar handen de riem van haar keel weg te trekken, maar verdachte was te sterk en ze kreeg haar vingers er niet helemaal tussen. Het eerstvolgende dat [X] weet is dat ze weer bij kwam, waarop verdachte zei: “ben je er weer”. Vanaf dat moment was [X] zo bang voor hem dat ze dacht dat ze hem moest geven waarvoor hij kwam. Toen zijn ze naar de slaapkamer verhuisd, waar verdachte [X] eerst wat heeft gevingerd. Hij probeerde haar anaal te penetreren, maar dat ging heel moeilijk. Vervolgens heeft hij een kussensloop van een kussen gehaald en tegen haar nek aangedrukt. Zijn vuisten rustten op het matras en hij hield de kussensloop op haar keel gedrukt. [X] durft niet met 100% zekerheid te zeggen of zij toen ook ‘out’ is gegaan. Verdachte penetreerde haar vaginaal en heeft toen een orgasme gehad. Daarna was het klaar en kwam verdachte naast haar liggen.11

Tijdens de aanwezigheid van verdachte heeft [X] aan [getuige 1] , een man met wie zij eerder die avond contact had gehad over het feit dat zij op het punt stond met iemand af te spreken, een berichtje gestuurd met zoiets als “help me hij is raar”. Verdachte is ongeveer een half uur voor de melding bij de politie om half vier ’s nachts weggegaan. Voor het doen van de melding heeft [X] een vriendin geappt om te vragen of zij wakker was.12

Verbalisanten zijn, nadat zij daartoe op 31 december 2013 omstreeks 03:35 uur een melding hadden gekregen, naar de woning van [X] gegaan. Zij kwamen omstreeks 03.53 uur ter plaatse en troffen [X] overstuur aan. Vervolgens hebben verbalisanten een onderzoek ingesteld in de slaapkamer.13 Op het aldaar inbeslaggenomen laken is het DNA-profiel van verdachte aangetroffen. In de bemonstering aan de buitenzijde van het kruis van de string van [X] is een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van spermavloeistof.14

[getuige 2] , een vriendin en collega van [X] , heeft verklaard dat [X] haar op 31 december 2013 om 3.11 uur een WhatsApp-bericht heeft gestuurd of zij wakker was en dat ze “vanavond een date from hell” had gehad. [getuige 2] heeft haar toen gelijk gebeld en [X] stortte haar hart uit. Ze vertelde [getuige 2] dat ze een uit de hand gelopen seksdate had gehad. Hij had haar verkracht, geslagen en gewurgd. De eerste twee keer dat hij haar wurgde, was ze flauwgevallen. De derde keer wist ze dat niet zeker. [X] had wel 20 keer het wachtwoord rosé gezegd en hij was niet gestopt. [X] vertelde ook dat ze met de riem was geslagen en dat ze zich helemaal beurs voelde. Ze had meerdere malen aangegeven dat ze dit niet wilde. Tijdens het gesprek was [X] overstuur en moest ze huilen. [getuige 2] kent [X] sinds september 2008 en heeft haar nog nooit op deze manier meegemaakt. Tijdens het hele telefoongesprek was [X] emotioneel.15

[getuige 1] , een kennis van [X] , heeft verklaard dat hij op 30 december 2013 contact heeft gehad met [X] . Zij vertelde hem dat zij via ‘Badoo’ een man had leren kennen en dat hij die avond bij haar langs zou komen. Diezelfde nacht kreeg [getuige 1] van [X] een bericht, iets over ‘het is een engerd’ en ‘help me ik weet niet wat ik moet doen’. [getuige 1] las dit pas ’s morgens en heeft [X] toen gebeld. Ze was overstuur en vertelde dat ze was gewurgd en buiten bewustzijn raakte.16

Op 31 december 2013 constateert de politie tijdens het informatieve gesprek met [X] blauwe plekken op haar billen en striemen in de nek.17 Uit een geneeskundige verklaring van dezelfde datum volgt dat letsel bij [X] is geconstateerd. Er waren streepvormige huidbeschadigingen aan de hals zichtbaar die kunnen passen bij een krassend contact met een scherp voorwerp als vingernagels. Aan beide billen waren huidverkleuringen zichtbaar, waaronder een verkleuring aan de linker bil van ongeveer 3,5 bij 15 centimeter, die passen bij inwerkend geweld van een stomp voorwerp met een specifiek patroon zoals bijvoorbeeld door het slaan met een riem wat betreft laatstgenoemde verkleuring dan wel bij het slaan met een hand of riem wat betreft de overige verkleuringen.18

Verdachte heeft ter terechtzitting van 17 maart 2016 verklaard dat hij in de avond van 30 december 2013 bij [X] thuis is geweest. Hij heeft haar één keer op de billen geslagen en ze hebben een stopwoord afgesproken. Verdachte heeft de riem van zijn broek los gemaakt.19

Ten aanzien van feit 2

Aangeefster [Y] (hierna: [Y] ) heeft [verdachte] (hierna: verdachte) minder dan een jaar geleden leren kennen via internetsite ‘Badoo’. Zij hebben een tijdje gechat.20 Die gesprekken gingen voornamelijk over normale seks, maar verdachte sprak ook over anale seks en dat hij dat wild wilde, een beetje ‘kinky’. Op enig moment zijn telefoonnummers uitgewisseld. Via WhatsApp vroeg verdachte aan [Y] of hij anale seks mocht, maar bij een eerste (seks)date heeft [Y] hem gezegd dat zij dat niet wilde. Wel heeft zij toen seks met verdachte gehad, maar dat was normale seks, niet anaal en niet ruig. Op 11 augustus 2013 stond verdachte opeens bij [Y] voor de deur en zij deed open.21 Meteen na binnenkomst sleurde verdachte [Y] aan haar haren naar de slaapkamer. Hij sloeg haar met zijn vlakke hand in het gezicht en zei dat ze moest luisteren. [Y] antwoordde dat zij dit niet wilde en dat hij weg moest gaan. Verdachte duwde [Y] op haar knieën en hield haar vast. Toen zij hem probeerde weg te duwen, sloeg hij [Y] op haar kont en op haar rug. [Y] probeerde hem nogmaals weg te duwen, waarop verdachte haar opnieuw een klap gaf, ook tegen haar wang. Hij had zijn broek inmiddels uitgetrokken en duwde in een keer zijn penis in haar anus. Vervolgens duwde hij [Y] op haar rug en zei dat ze moest gehoorzamen. Hij deed zijn vingers in haar mond en diep in haar keel, waardoor [Y] geen adem meer kreeg. Ook toen heeft [Y] geprobeerd verdachte van haar af te duwen en verdachte deed zijn vingers in haar vagina. [Y] vroeg verdachte of zij naar de wc mocht gaan, maar dat stond hij haar niet toe. Vervolgens deed hij ook zijn penis in haar vagina. Hij probeerde steeds zijn vingers in haar mond en keel te stoppen.22 Ongeveer 5 tot 10 keer stopte hij twee of drie vingers in haar keel, waardoor [Y] begon te kokhalzen. Zij probeerde zijn hand vast te pakken om die weg te trekken. Verdachte heeft haar meerdere malen hard met de vlakke hand in haar gezicht en op haar billen en rug geslagen.23 Al die tijd was [Y] hard aan het huilen en in paniek. Als [Y] haar mond dichthield zodat verdachte zijn vingers niet in haar keel kon stoppen, kneep hij haar neus dicht zodat zij haar mond wel open moest doen. Al die tijd neukte verdachte haar of deed hij zijn vingers in haar vagina. Hij herhaalde vaak dat zij haar mond moest houden en hem moest gehoorzamen. Nadat verdachte [Y] nog een keer hard op haar lip/wang had geslagen, moest [Y] hem pijpen. Toen ze dat deed stroomde haar bloed over verdachte heen. Vervolgens heeft verdachte zichzelf afgetrokken en kwam hij klaar over de kleren van [Y] . Toen hij weg was, merkte [Y] dat haar lip dik was en dat er een tand doorheen was gegaan. Direct na het incident heeft [Y] haar ex-vriend, [getuige 4] , opgebeld en hem verteld wat er gebeurd was. Daarna heeft zij haar zus, met wie zij die avond had afgesproken, gebeld en gevraagd of zij eerder wilde langskomen. Ook aan haar zus heeft [Y] verteld wat er was gebeurd.24 [Y] heeft de volgende dag foto’s van haar lip gemaakt en heeft deze aan de politie overhandigd.25

[getuige 3] , de zus van [Y] , heeft verklaard dat zij in augustus 2013 op een zondag rond 18.00 uur bij [Y] zou gaan eten. [Y] had haar gebeld of zij eerder wilde komen. Nadat ze boodschappen hadden gedaan, vertelde [Y] wat er was gebeurd. [Y] was overstuur, aan het huilen en vertelde dat ze in haar gezicht was geslagen en bij de keel was gepakt. De seksuele handelingen waren tegen haar zin en hij hield niet op als ze stop zei. [Y] vertelde dat ze probeerde weg te komen en dat ze smoesjes verzon om naar de wc te gaan. [Y] had een kapotte en opgezwollen lip.26

[getuige 4] , de ex-vriend van [Y] , heeft verklaard dat [Y] hem in augustus 2013 heeft opgebeld. Ze was in paniek en huilde. Ze vertelde dat er iets verschrikkelijks was gebeurd en dat ze was verkracht. [Y] was erg overstuur en vertelde dat hij bij haar binnen was, dat zij het absoluut niet wilde en dat hij zich toch aan haar heeft vergrepen. [Y] was in shock. [getuige 4] heeft haar niet eerder zo meegemaakt.27

Uit onderzoek aan het door [Y] aan de politie overhandigde jurkje volgt dat daarop sperma van verdachte is aangetroffen. Uit de aanvraag DNA-onderzoek blijkt dat de plaats delict Alkmaar is.28

Verdachte heeft ter terechtzitting van 17 maart 2016 verklaard dat hij op 11 augustus 2013 bij de woning van [Y] is langsgegaan. Zij hebben gezoend en [Y] heeft hem afgetrokken en langs zijn ballen en penis gelikt. Tevens heeft verdachte verklaard dat het zou kunnen dat hij [Y] aan de haren heeft getrokken. Verdachte is ook klaargekomen.29

4.5.

Bewijsoverweging

Ten aanzien van feit 1

Op grond van de voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [X] met geweld heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, waaronder het seksueel binnendringen van haar lichaam. Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [X] , inhoudende dat en hoe zij is verkracht, op essentiële punten steun in de overige bewijsmiddelen. Zo volgt uit de WhatsApp-berichten van verdachte, waarin hij [X] kort voor zijn bezoek schrijft dat hij “dominant” met haar gaat “spelen” en “al haar gaatjes” zal “nemen” (map 1, p. 171), dat verdachte bij haar langs is gegaan met de bedoeling om ruige seks met haar te hebben. Dat dit vervolgens ook is gebeurd en op de wijze zoals door [X] is verklaard, vindt steun in het bij [X] geconstateerde letsel, het op haar laken en string aangetroffen DNA van verdachte en de hulpkreet die zij via haar telefoon heeft verstuurd toen verdachte nog bij haar was. De rechtbank overweegt daarbij dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij – kort gezegd – van ruigere seks houdt, dat slaan of aan haren trekken bij het spel hoort en dat hij het soort handelingen als genoemd in de aangifte wel eens bij andere vrouwen doet. Dit wordt bevestigd door [getuige 5] , die verklaart dat verdachte haar tijdens de seks met vlakke hand en riem slaat en haar keel dichtknijpt, waardoor zij ‘out’ gaat (map 1, p. 211‑212).

Weliswaar heeft verdachte ter terechtzitting aangevoerd dat het in het geval van [X] niet is gekomen tot seksueel binnendringen, maar zijn verklaring over het seksueel contact met [X] is op meerdere punten strijdig met de overige bewijsmiddelen. Immers houdt deze verklaring onder meer in dat hij [X] slechts één keer met de vlakke hand op de billen heeft geslagen en dat zij daarna telkens het codewoord riep, zodat het voor hem niet meer hoefde en zij vroegtijdig met spelen zijn gestopt. Dit verdraagt zich echter niet met het bij [X] aan haar billen en hals geconstateerde letsel en evenmin met de omstandigheid dat [X] volgens de verbalisanten alsmede volgens beide getuigen (kort) na het incident overstuur en zeer emotioneel was. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dan ook ongeloofwaardig.

Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat de verklaringen van [X] op belangrijke punten inconsistenties bevatten en daarom niet aan het bewijs kunnen meewerken. De rechtbank ziet in hetgeen de raadsman in dit kader heeft aangevoerd echter geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de uitgebreide en gedetailleerde verklaringen van [X] , die – zoals gezegd – steun vinden in andere bewijsmiddelen. Voor zover de verklaringen verschillen bevatten, betreffen deze naar het oordeel van de rechtbank geen onderdelen die de essentie van de aangifte – te weten dat [X] is verkracht – raken, zodat hiermee geen afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid daarvan. Aan de overtuiging van de rechtbank omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen, draagt bovendien bij dat [X] ten gunste van verdachte ook heeft verklaard dat zij sommige seksuele handelingen als prettig heeft ervaren. Het verweer zal derhalve worden gepasseerd.

Tot slot zal de rechtbank ook het verweer van de raadsman verwerpen dat geen sprake is geweest van dwang. Weliswaar is duidelijk geworden dat [X] oorspronkelijk seks met verdachte wilde, maar tevens is genoegzaam gebleken dat zij geen seks wilde in de gewelddadige vorm waarin dat uiteindelijk is gebeurd. Uit de aangifte volgt immers onder meer dat [X] tegen verdachte heeft gezegd dat hij moest stoppen en dat zij meerdere keren het codewoord heeft geroepen. Daar verdachte ter terechtzitting heeft erkend dat zij het codewoord meerdere keren heeft genoemd, staat daarmee vast dat verdachte wist dat [X] niet verder wilde met de seksuele handelingen zoals deze plaatsvonden. Zoals hiervoor reeds overwogen en uit de voornoemde bewijsmiddelen volgt, is verdachte desondanks doorgegaan, waarmee sprake is van dwang. Uit de aangifte blijkt tevens de onvermijdbaarheid voor [X] .

Ten aanzien van feit 2

Op grond van de voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [Y] met geweld en een andere feitelijkheid heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen, waaronder het seksueel binnendringen van haar lichaam. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [Y] – anders dan de raadsman heeft betoogd – ten aanzien van de essentiële onderdelen van de aangifte uitgebreid en consistent verklaard en vindt haar verklaring bovendien steun in de getuigenverklaringen van haar zus en haar ex-vriend. De rechtbank acht de verklaringen van [Y] dan ook betrouwbaar. Uit de bewijsmiddelen volgt zowel de dwang als de onvermijdbaarheid voor [Y] .

De verklaring van verdachte, inhoudende dat hij [Y] slechts een tik op de billen heeft gegeven en dat de overige hem in de tenlastelegging verweten handelingen niet zouden hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Uit diens tegenover de rechter-commissaris op 18 augustus 2015 afgelegde verklaring, zoals ter terechtzitting ook bevestigd, volgt immers dat verdachte met [Y] wilde afspreken om seks op zijn manier, te weten ruigere seks, met haar te hebben. Ook had hij een cockring omgedaan. Daarnaast is gebleken dat daadwerkelijk seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, daar – zo heeft verdachte verklaard – [Y] verdachte onder meer heeft afgetrokken en langs zijn penis en ballen heeft gelikt. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank het onaannemelijk dat de door verdachte gewenste seksuele handelingen in een gewelddadig kader ineens zijn gestopt nadat [Y] die ene tik op haar bil te hard vond. Dit strookt immers niet met de aangifte van [Y] en is evenmin te rijmen met de getuigenverklaringen van haar ex-vriend en zus, waaruit in de kern volgt dat [Y] kort na het incident in shock en overstuur was en (zoals de zus verklaart) dat [Y] diezelfde middag een kapotte en opgezwollen lip had. Daarbij overweegt de rechtbank dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij – kort gezegd – van ruigere seks houdt en in dat kader weleens handelingen verricht zoals het slaan en het stoppen van vingers in de keel. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat ook [getuige 5] heeft verklaard dat verdachte aan extreme vormen van SM doet, waarbij zij ook heeft opgemerkt dat verdachte tijdens de seks onvoorspelbaar is (map 1, p. 211-212).

4.6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Ten aanzien van feit 1

hij op of omstreeks 30 december 2013 in Nederland, door geweld een vrouw zich noemende [X] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [X] , hebbende verdachte zijn penis in de vagina en mond van die [X] gebracht en bestaande dat geweld hierin dat verdachte die [X]

- meermalen met een broekriem op de billen heeft geslagen en

- met de vlakke hand tegen het lichaam heeft geslagen en

- met een broekriem de keel heeft dichtgedrukt waardoor zij buiten bewustzijn is geraakt en - met een kussensloop de keel heeft dichtgedrukt en

aldus voor die [X] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Ten aanzien van feit 2

hij op 11 augustus 2013 te Alkmaar door geweld en andere een andere feitelijkheid een vrouw zich noemende [Y] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Y] , hebbende verdachte zijn penis in de anus en mond en vagina van die [Y] geduwd en gebracht en zijn vingers in de vagina heeft gebracht en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheid hierin dat verdachte die [Y]

- aan de haren naar de slaapkamer heeft gesleurd en

- meermalen in het gezicht heeft geslagen en

- meermalen tegen het lichaam en de billen heeft geslagen en

- heeft belet naar de wc te gaan en

- een aantal vingers in haar mond en keel heeft gestopt waardoor die [Y] geen adem kon halen en

aldus voor die [Y] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder feit 1 en 2 bewezenverklaarde, telkens:

Verkrachting

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens verdachte geen strafmaatverweer gevoerd.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee verkrachtingen van volwassen vrouwen, met wie hij via internetsite ‘Badoo’ in contact is gekomen. Beide vrouwen hadden geen bezwaar tegen het maken van afspraken voor seksuele ontmoetingen met verdachte, maar zij hebben zich verzet tegen onderdelen van de seksuele handelingen en met name tegen de gewelddadige vorm waarin een en ander werd gegoten. Door aldus te handelen, heeft verdachte zich enkel laten leiden door zijn eigen seksuele behoeften en geenszins rekening gehouden met de gevolgen van zijn gedragingen voor de slachtoffers. Verdachte heeft door zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Dat de feiten grote impact hebben gehad op de slachtoffers, is ook gebleken uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaringen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 15 februari 2016, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van zedendelicten is veroordeeld. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapporten van 21 november 2014 en 11 maart 2016, beide opgemaakt door [reclasseringswerker] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, Adviesunit 1 Noord-West te Alkmaar. Uit beide rapporten komt naar voren dat er op de verschillende leefgebieden bij verdachte geen problemen worden ervaren. De reclassering onthoudt zich in verband met de ontkenning van verdachte van de ten laste gelegde feiten van een advies met betrekking tot de afdoening van de onderhavige zaak.

Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur dient te worden opgelegd. Nu de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie zal de rechtbank reeds om die reden een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. Daarnaast heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat in beide gevallen sprake was van een in beginsel niet ongewenste seksuele relatie. Dat gegeven doet niet af aan de strafbaarheid van de feiten als zodanig, maar kleurt wel de intensiteit. De rechtbank zal bovendien met het oog op het verminderen van het gevaar voor herhaling bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit.

8 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [X] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.037,35 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit de kosten van het opvragen van medische informatie (€ 37,35). Als immateriële schade wordt een bedrag van € 5.000,00 gevorderd. Daarnaast heeft de benadeelde partij gevorderd dat aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd.

De benadeelde partij [Y] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.776,16 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit de kosten van gederfde inkomsten (€ 776,16). Als immateriële schade wordt een bedrag van € 5.000,00 gevorderd. Daarnaast heeft de benadeelde partij gevorderd dat aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd.

De benadeelde partij [Z] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.286,03 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit niet vergoede kosten voor medicatie (€ 186,03) en het vervangen van een slot (€ 100,00). Als immateriële schade wordt een bedrag van € 5.000,00 gevorderd. Daarnaast heeft de benadeelde partij gevorderd dat aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd.

8.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [X] , vermeerderd met de wettelijke rente over het gevorderde bedrag.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [Y] en [Z] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen, namelijk ten aanzien van de delen die betrekking hebben op de immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over de gevorderde bedragen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade onvoldoende is onderbouwd en dat de vorderingen derhalve voor die delen niet ontvankelijk verklaard dienen te worden.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte ten behoeve van elk van de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

8.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet ontvankelijk dienen te worden verklaard.

8.3.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [X] (feit 1)

De rechtbank stelt vast dat de vordering van de benadeelde partij [X] wat betreft de materiële schade onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de behandeling van dit gedeelte van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat de feiten en omstandigheden in onderhavige zaak op onderdelen wezenlijk verschillen van die in de door de raadsvrouw aangehaalde jurisprudentie, zodat de rechtbank het gevorderde bedrag zal matigen. Gelet op de gevolgen die onderhavige zaak blijkens de voorgedragen slachtofferverklaring op de benadeelde partij hebben gehad, en nog immer hebben, komt de rechtbank een bedrag van € 3.000,00 billijk voor. De vordering tot vergoeding van de immateriële schade zal dan ook tot dit bedrag worden toegewezen.

Op grond van het voorgaande wijst de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [X] toe tot een bedrag van € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: verkrachting] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij [X] de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [Y] (feit 2)

De rechtbank stelt vast dat de vordering van de benadeelde partij [Y] wat betreft de materiële schade onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de behandeling van dit gedeelte van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat de feiten en omstandigheden in onderhavige zaak op onderdelen wezenlijk verschillen van die in de door de raadsvrouw aangehaalde jurisprudentie, zodat de rechtbank het gevorderde bedrag zal matigen. Gelet op de gevolgen die onderhavige zaak blijkens de voorgedragen slachtofferverklaring op de benadeelde partij hebben gehad, en nog immer hebben, komt de rechtbank een bedrag van € 3.000,00 billijk voor. De vordering tot vergoeding van de immateriële schade zal dan ook tot dit bedrag worden toegewezen.

Op grond van het voorgaande wijst de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [Y] toe tot een bedrag van € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 2 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: verkrachting] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij [Y] de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [Z] (feit 3)

Nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder 3 is tenlastegelegd, kan de benadeelde partij [Z] niet in haar vordering, die betrekking heeft op dat tenlastegelegde feit, worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij [Z] niet ontvankelijk is in haar vordering.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank:

 Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

 Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.6. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

 Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [X] geleden schade tot een bedrag van € 3.000,00 (zegge: drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [X] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [X] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij [X] voor het overige niet ontvankelijk in de vordering.

 Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [X] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.000,00 (zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

 Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [Y] geleden schade tot een bedrag van € 3.000,00 (zegge: drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [Y] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [Y] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij [Y] voor het overige niet ontvankelijk in de vordering.

 Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [Y] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.000,00 (zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

 Verklaart de benadeelde partij [Z] niet ontvankelijk in de vordering.

 Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.H.B. Littooy, voorzitter,

mrs. N. Cuvelier en C.A.J. van Yperen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.C. Naeije, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 april 2016.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2Proces-verbaal van bevindingen opgesteld door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 25 juni 2014 (map 1, p. 156).

3Proces-verbaal informatief gesprek zeden opgesteld door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 31 december 2013 (map 1, p. 165).

4Proces-verbaal van bevindingen opgesteld door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 25 juni 2014 (map 1, p. 156 en de bijlage p. 158-159).

5Verklaring van [X] d.d. 19 mei 2015 afgelegd bij rechter-commissaris (los in het dossier).

6Proces-verbaal van aangifte van [X] d.d. 28 juni 2014 (map 1, p. 169-170)

7Proces-verbaal van aangifte van [X] d.d. 28 juni 2014 (map 1, p. 169-170 en 173)

8Proces-verbaal van aangifte van [X] d.d. 28 juni 2014 (map 1, p. 176)

9Proces-verbaal van aangifte van [X] d.d. 28 juni 2014 (map 1, p. 169-170)

10Proces-verbaal van aangifte van [X] d.d. 28 juni 2014 (map 1, p. 174)

11Proces-verbaal van aangifte van [X] d.d. 28 juni 2014 (map 1, p. 169-170 en 178)

12Proces-verbaal van aangifte van [X] d.d. 28 juni 2014 (map 1, p. 175 en 180)

13 Proces-verbaal van bevindingen opgesteld door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 25 juni 2014 (map 1, p. 156 -157).

14Proces-verbaal van sporenonderzoek opgesteld door [verbalisant 5] d.d. 12 september 2014 met bijlagen (map 1, p. 188-201).

15Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] d.d. 15 juli 2014 (map 1, p. 204-207, met bijlage op p. 208).

16Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] d.d. 28 juli 2014 (map 1, p. 220-221).

17Proces-verbaal informatief gesprek zeden opgesteld door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 31 december 2013 (map 1, p. 165).

18Geneeskundige verklaring – letselbeschrijving door [arts] , Forensisch Arts FMG/KNMG bij GGD Hollands Noorden d.d. 31 december 2013 (map 1, p. 181-182).

19Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 maart 2016.

20Proces-verbaal informatief gesprek zeden opgesteld door [verbalisant 6] en [verbalisant 3] d.d. 16 augustus 2013 (map 1, p. 106)

21Proces-verbaal van aangifte van [Y] d.d. 4 juli 2014 (map 1, pagina 114-116).

22Proces-verbaal van aangifte van [Y] d.d. 4 juli 2014 (map 1, pagina 112-113).

23Proces-verbaal van aangifte van [Y] d.d. 4 juli 2014 (map 1, pagina 117).

24Proces-verbaal van aangifte van [Y] d.d. 4 juli 2014 (map 1, pagina 113-114).

25 Verklaring van [Y] d.d. 19 mei 2015 afgelegd bij rechter-commissaris (los in het dossier); geschriften, te weten twee foto’s, gemaakt en overhandigd door [Y] (map 1, pagina 125-126)

26Proces-verbaal van verhoor [getuige 3] d.d. 28 juli 2014 (map 1, p. 148-149).

27Proces-verbaal van verhoor [getuige 4] d.d. 20 september 2014 (map 1, p. 153-154).

28Proces-verbaal sporenonderzoek opgesteld door [verbalisant 5] d.d. 12 september 2014 met bijlagen (map 1, p. 132-144).

29Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 maart 2016.