Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:3020

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-04-2016
Datum publicatie
13-10-2016
Zaaknummer
4664361
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Huurprijs in verband met gebreken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 4664361 \ CV EXPL 15-11353

datum uitspraak: 20 april 2016

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen: huurder

gemachtigde mr. M.N. Mense

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen: verhuurder

in persoon procederend.

De procedure

Huurder heeft verhuurder gedagvaard op 17 november 2015. Verhuurder heeft schriftelijk geantwoord. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 30 december 2015 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 23 maart 2016. Van de zijde van de huurder zijn bij brief van 10 maart 2016 nog aanvullende producties in het geding gebracht.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

  1. Met ingang van 4 januari 2011 huurt huurder van verhuurder de woning aan de [adres eiser] te [woonplaats eiser] (hierna te noemen: de woning) voor een huurprijs van € 650,00 per maand, exclusief gas, water en elektra.

  2. Bij uitspraak van 6 december 2011 heeft de huurcommissie bepaald dat de huurprijs
    € 554,94 bedraagt met ingang van 1 juni 2011.

  3. Huurder heeft een tijdelijke verlaging van de huurprijs verzocht in verband met gebreken. Deze gebreken betroffen vooral vochtproblemen. Bij uitspraak van 13 januari 2012 heeft de huurcommissie de geldende huurprijs met ingang van 1 juni 2011 tijdelijk verminderd tot € 221,98 per maand, in verband met de aanwezigheid van ernstige onderhouds-gebreken.

  4. Bij uitspraak van 11 december 2013 heeft de huurcommissie geoordeeld dat de oude gebreken nog niet verholpen zijn en dat de woning met ingang van 1 mei 2013 nieuwe onderhoudsgebreken vertoont. De huurcommissie is van oordeel dat de huurverlaging van kracht blijft tot alle gebreken zijn verholpen.

Bij vonnis van 9 april 2014 heeft de kantonrechter onder andere geoordeeld dat er sprake is van een huurovereenkomst. Verhuurder heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

In november 2014 heeft de huurder de woning tijdelijk verlaten zodat de verhuurder het benodigde onderhoud kon verrichten. Huurder heeft tot en met maart 2015 in een vakantiehuisje verbleven.

Met ingang van 1 april 2015 is huurder weer in de woning gaan wonen en is hij de volledige huurprijs van € 554,94 gaan voldoen.

Bij uitspraak van 18 augustus 2015 heeft de huurcommissie geoordeeld dat de huurder onvoldoende heeft meegewerkt aan het verhelpen van de gebreken, zodat de verhuurder met ingang van 1 november 2014 de huurprijs van € 554,94 per maand in rekening mag brengen.

De vordering

Huurder vordert (samengevat) primair een verklaring voor recht dat de huurprijs van
€ 554,94 niet verschuldigd is tot de gebreken aan het gehuurde zijn verholpen en subsidiair dat de huurprijs van € 554,94 niet eerder dan met ingang van april 2015 verschuldigd is. Huurder legt aan de vordering ten grondslag dat de gebreken niet zijn verholpen en dat hij altijd heeft meegewerkt aan het herstel van de gebreken.

Het verweer

Verhuurder betwist de vordering. Hij voert aan dat de gebreken aan de woning zijn verholpen en dat de huurder het verhelpen van de gebreken heeft tegengewerkt.

De beoordeling

1. Huurder stelt dat de gebreken aan de woning niet verholpen zijn. De huurcommissie heeft op 15 juni 2015 een voorbereidend onderzoek laten uitvoeren in de woning. Hiervan is een rapport opgesteld. De huurcommissie heeft in de uitspraak van 18 augustus 2015 vastgesteld dat de noodzakelijke herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd. De huurder heeft hiertegenover onvoldoende onderbouwd dat er thans nog gebreken zijn. Ter zitting heeft de huurder dit standpunt ook niet meer ingenomen althans niet nader toegelicht. De kantonrechter zal de primaire vordering dan ook afwijzen.

2. Tussen partijen is in geschil of huurder voldoende heeft meegewerkt aan het verhelpen van de gebreken. Partijen hebben veel onderlinge correspondentie overgelegd. Uit deze correspondentie volgt dat huurder forse eisen had ten aanzien van de vervangende woonruimte. Ter zitting heeft huurder toegelicht dat deze eisen voortkwamen uit zijn vrees dat verhuurder hem na het verhelpen van de gebreken niet meer zou toelaten in de woning, nu tussen partijen in geschil is of er daadwerkelijk een huurovereenkomst bestaat. Hoewel de kantonrechter heeft geoordeeld dat er een huurovereenkomst tussen partijen bestaat, stelt verhuurder zich nog immer, ook ter zitting, op het standpunt dat dit niet het geval is.

3. Uit de door partijen overgelegde e-mails volgt dat partijen elkaar wederzijds dwars hebben gezeten. In deze zaak gaat het spreekwoord: “waar twee kijven hebben twee schuld” zeker op. Beide partijen hebben bijgedragen aan de zeer moeizame communicatie tussen hen over het laten verhelpen van de gebreken. De waarheid zal, zoals vaak wordt gezegd, in het midden liggen. Daarom zal de kantonrechter voor recht verklaren dat de huurprijs van € 554,94 verschuldigd is met ingang van 15 januari 2015 en zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. Aangezien een verklaring voor recht van declaratoire aard is, wordt het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart voor recht dat de huurprijs voor de woning aan de [adres eiser] te [woonplaats eiser] met ingang van 15 januari 2015 € 554,94 bedraagt;

- compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.