Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:2747

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-04-2016
Datum publicatie
03-05-2016
Zaaknummer
C/15/234536/FA RK 15-6744
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

‘ kindbrief, verzoek om gezag vader te beëindigen, benoeming bijzondere curator op grond van 1:250 BW, omgang reeds ontzegd, nog immer voortdurende strijd tussen ouders.

In deze zaak sprake is van een ultiem trieste uitkomst als gevolg van een ernstig loyaliteitsconflict waar het kind door toedoen van de ouders in terecht is gekomen. Het kind kan geen loyaliteit meer voor haar vader meer opbrengen, zij heeft in de visie van de rechtbank na jarenlang lijden onder de heftige strijd tussen haar ouders noodgedwongen een keuze gemaakt. Ook toen zij in een levensbedreigende situatie verkeerde heeft zij aan deze keuze vastgehouden.

Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het noodzaakcriterium zoals genoemd in artikel 1:251a BW.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2016/58.18
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

gezagswijziging

zaak-/rekestnr.: C/15/234536 / FA RK 15-6744

beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken d.d. 6 april 2016

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te Koedijk, gemeente Alkmaar,

hierna mede te noemen: [verzoekster] ,

bijzondere curator: mr. A.E. Sieswerda, gevestigd te Alkmaar,

in welke zaak belanghebbende zijn:

[de man]

wonende te Alkmaar,

hierna mede te noemen: de vader,

advocaat mr. M. van der Weide,

en

[de vrouw] ,

wonende te Koedijk, gemeente Alkmaar,

hierna mede te noemen: de moeder.

1 Verloop van de procedure

1.1

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:
- de brief van [verzoekster] van 26 oktober 2015, ter griffie ontvangen op 30 oktober 2015;

- de beschikking van deze rechtbank van 23 december 2015 waarbij een bijzondere curator is benoemd over [verzoekster] ;

- de brief van de bijzondere curator van 5 januari 2016, ingekomen op 6 januari 2016;

- de brief van de bijzondere curator van 13 januari 2016, ingekomen op 14 januari 2016;

- het verslag van de bijzondere curator van 3 februari 2016, eveneens ingekomen op 3 februari 2016.

1.2

De behandeling van de zaak is ter zitting van de meervoudige kamer voortgezet op 10 maart 2016, alwaar zijn verschenen de bijzondere curator, de moeder, alsmede de vader, bijgestaan door mr. M. van de Weide.

1.3

[verzoekster] is voorafgaand aan de zitting in raadkamer gehoord.

2 De behandeling van de zaak

2.1

De rechtbank heeft in de beschikking van 23 december 2015 reeds weergegeven dat [verzoekster] op 26 oktober 2015 een brief heeft geschreven waarin zij de rechtbank verzoekt het gezamenlijk gezag van haar ouders te beëindigen en te bepalen dat voortaan alleen aan haar moeder het gezag toekomt. Nadat met de ouders van [verzoekster] is gesproken, heeft de rechtbank vervolgens op grond van artikel 250 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
mr. Sieswerda als bijzondere curator over [verzoekster] benoemd met het verzoek verslag uit te brengen.

2.2

Uit het verslag van de bijzondere curator komt onder andere het volgende naar voren.

[verzoekster] heeft tot 6 augustus 2015 onder toezicht gestaan van Bureau Jeugdzorg (thans: de Jeugd- en gezinsbeschermers). Haar broer [naam] staat thans nog onder toezicht. [naam] heeft ernstige gedragsproblemen en woont inmiddels in een pleeggezin. Reden voor de ondertoezichtstelling van [verzoekster] is geweest de heftige strijd tussen de ouders die thans nog onverminderd voortduurt. [verzoekster] heeft veel meegekregen van de vechtscheiding tussen haar ouders. De vader is bij beschikking van 30 oktober 2013 het recht op omgang met [verzoekster] ontzegd.

Bij [verzoekster] is in mei 2015 leukemie geconstateerd, waarvoor zij is behandeld en waarvan zij thans herstellende is. Uit de gesprekken van de bijzondere curator met de ouders blijkt dat de vader niet bij [verzoekster] op bezoek is geweest in het ziekenhuis, omdat [verzoekster] heeft aangegeven dat niet te willen. De vader heeft zonder problemen toestemming gegeven voor de behandelingen van [verzoekster] . De vader heeft aangegeven bereid te zijn om afstand te doen van zijn gezag. De vader wil echter wel graag begrijpen hoe [verzoekster] tot dit verzoek is gekomen.

De moeder woont samen met haar partner. [verzoekster] ziet de partner van haar moeder als een vaderfiguur.

[verzoekster] heeft aangegeven haar vader niet te willen zien, omdat zij heeft ervaren dat hij de kinderen van zijn vriendin anders behandelt dan [verzoekster] en [naam] . Tijdens de periode in het ziekenhuis heeft [verzoekster] geen behoefte gehad aan een bezoek van haar vader. [verzoekster] ervaart een gevoel van angst als zij eraan denkt dat haar vader nog over haar kan beslissen.

Namens Jeugd- en gezinsbeschermers heeft de heer [betrokkene] aan de bijzondere curator te kennen gegeven dat thans de verhoudingen tussen de vader en de moeder niet meer te beïnvloeden zijn. Er zijn geen concrete redenen of feiten bekend waarom [verzoekster] geen contact meer wil met haar vader, maar wel heeft zij gedurende langere periode aangegeven geen omgang te willen. Volgens de heer [betrokkene] is dit gevoel van [verzoekster] het gevolg van de zeer ernstige strijd die tussen de ouders is gestreden.

De bijzondere curator heeft vanuit haar rol onderzocht of er een mogelijkheid bestaat om gesprekken te voeren met alle betrokkenen, met als doel verbetering van de verstandhouding, zodat de gezagskwestie besproken kan worden. De bijzondere curator heeft geconcludeerd dat een dergelijk traject geen kans van slagen heeft. De moeder en [verzoekster] hebben een hechte band die door de ziekte van [verzoekster] is versterkt. [verzoekster] bespreekt veel met haar moeder. [verzoekster] heeft zich afgekeerd van de vader. Het is ondanks hulpverlening niet gelukt om daar verandering in te brengen. Zowel de vader als de moeder hebben een aandeel in het ontstaan van die situatie. De huidige situatie is voor de bijzondere curator het uitgangspunt van waar zij haar advies aan de rechtbank heeft geformuleerd.

De bijzondere curator is van mening dat het hebben van gezag een fundamenteel onderdeel is van het zijn van ouder. Gezamenlijke gezagsuitoefening vergt na echtscheiding veel van ouders. Ouders zijn het aan hun kinderen verplicht om er voor te zorgen dat dit op een goede wijze gebeurt. In de praktijk kan dit wezenlijk anders zijn, zoals in de situatie van [verzoekster] . [verzoekster] wenst dat haar vader niet meer over haar kan beslissen. De bijzondere curator is van mening, alle feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, dat het van belang is dat [verzoekster] rust krijgt, hetgeen naar haar inschatting kan worden bereikt door haar verzoek toe te wijzen. Daarbij merkt de bijzondere curator op dat het te betreuren is dat de ouders niet in staat zijn gebleken de ontstane situatie te vermijden dan wel ten goede te keren.

2.3

Ter zitting heeft de bijzondere curator in aanvulling op haar verslag nog naar voren gebracht dat zij na het uitbrengen van haar advies aan de rechtbank nog een nader gesprek met de Jeugd- en gezinsbeschermers heeft gehad. Daarin is bevestigd dat [verzoekster] vasthoudt aan haar wens om haar vader niet te zien, hetgeen zelfs zo bleef toen zij op de intensive care in het ziekenhuis lag. De Jeugd- en gezinsbeschermers wijt deze opstelling aan de ernstig verstoorde verhouding tussen ouders. De bijzondere curator heeft op zitting benadrukt dat het, gegeven de omstandigheden, noodzakelijk is dat het verzoek van [verzoekster] wordt toegewezen. [verzoekster] ervaart een donkere wolk van angst bij het idee dat haar vader zeggenschap over haar heeft. Hoewel toewijzing van het verzoek niet gegarandeerd zal leiden tot het wegtrekken van die donkere wolk, blijft bij afwijzing van het verzoek die toestand in ieder geval wél in stand. De strijd tussen partijen duurt dan immers zeker voort. [verzoekster] heeft reeds lange tijd een goede band met de partner van haar moeder, die zij papa noemt. Dat is in deze situatie pijnlijk, maar voor [verzoekster] is er een natuurlijke vergroeiing ontstaan waar ze geen bedreiging van toestaat, aldus de bijzondere curator.

2.4

De vader heeft ter zitting zijn standpunt verwoord in een brief, welke brief de rechtbank hier integraal zal opnemen:

‘Vandaag wordt er een tijdvak afgerond. Het tijdvak waarin [verzoekster] en haar vader geen contact met elkaar hadden. Hoewel er helder was dat er geen contact meer zou zijn waren hulpverleners en de moeder niet in staat om bij [verzoekster] het gevoel weg te nemen dat zij stappen moest zetten naar mij toe. Dit zou dan hetgeen moeten zijn waardoor [verzoekster] rust gaat ervaren. Een rechter die beslissingen gaat nemen en uitspraak doet over iets waarin beide ouders en hulpverlening opzichtig hebben gefaald.

Was het met ander handelen anders geweest? Moeilijk te voorspellen omdat de haat van moeder naar vader groter is dan de drang om de situatie op kindniveau te settelen. In mijn hoofd en hart zijn allerhande scenario’s die zich hebben afgespeeld. Het scenario waarin [verzoekster] ziek zou worden maakte daar geen deel van uit. Ik moest accepteren dat mijn dochter zou kunnen overlijden zonder dat ik in de gelegenheid zou zijn om nog een woord met haar te wisselen. Kunt u dat accepteren? Ik niet.

Op dit moment wist ik dat [verzoekster] en ik niets meer hebben dan een biologische verbintenis. Dit is echter zo afschuwelijk om te moeten doorleven dat ik bewust afstand heb genomen. Geen kaartjes omdat de aanhoudende boodschap is: “Ze leest ze niet en ze worden verscheurd.” Geen cadeautje op haar verjaardag omdat die via haar broertje terug kwamen. Het was nooit kansloos maar de kansen werden zorgvuldig de nek omgedraaid. Dus, Lieve [verzoekster] , geluk en wees vrij in het hoofd. Ik hoop dat ik je zo datgene kan geven wat je niet kon halen.

Er wordt nu ruimte geboden om te excelleren en ik hoop van harte dat [de vrouw] deze ruimte gaat gebruiken om [verzoekster] te begeleiden naar het persoon dat zij kan worden. Als [verzoekster] nieuwsgierig is naar mij en wil praten of zaken wil weten dan zal ik er altijd zijn om een open gesprek aan te gaan. Voor de rest moeten jullie het regelen zoals nu door jullie is verkozen: zonder mijn inbreng op wat voor wijze dan ook.’

In aanvulling op het bovenstaande heeft de vader ter zitting verklaard dat hij zijn gezag over [verzoekster] wenst op te geven, als zij dat nodig heeft. Het is het sluitstuk van het pijnlijke proces van de afgelopen jaren, waarin er geen ruimte voor de vader meer was.

2.5

De moeder heeft ter zitting aangegeven dat beide partijen hun aandeel in de bestaande situatie hebben, hetgeen triest is voor beide kinderen van partijen. De moeder heeft getracht om [verzoekster] in contact te brengen met haar vader, ook tijdens de ziekenhuisopname. [verzoekster] weigert echter pertinent. De vader heeft op zijn beurt [naam] weggehouden bij [verzoekster] toen zij in het ziekenhuis lag. De moeder voelt zich geïntimideerd door de vader. Dit alles geeft spanningen die voelbaar zijn en ook door [verzoekster] worden opgepikt. De moeder is ervan overtuigd dat [verzoekster] ooit weer naar haar vader zal gaan. Zij heeft daarbij aangegeven [verzoekster] dan geen strobreed in de weg te zullen leggen. De moeder heeft desgevraagd aangegeven dat zij

-bij toewijzing van het verzoek van [verzoekster] - op dit moment niet voornemens is om haar partner mede te laten belasten met het gezag over [verzoekster] .

2.6

Uitgangspunt van de wetgever is dat ouders die gezamenlijk het gezag hebben, dit gezag na ontbinding van het huwelijk gezamenlijk blijven uitoefenen. Ingevolge artikel 1:253n lid 1 BW kan de rechter na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Op grond van artikel 1:251a, lid 4 BW kan de rechter, indien hem blijk dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op de voet van het eerste lid.

2.7

Op grond van de stukken, het gesprek met [verzoekster] en het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel dat er in deze zaak sprake is van een ultiem trieste uitkomst als gevolg van een ernstig loyaliteitsconflict waar [verzoekster] door toedoen van haar ouders in terecht is gekomen. De uitkomst is dat [verzoekster] geen loyaliteit meer voor haar vader kan opbrengen. [verzoekster] heeft in de visie van de rechtbank na jarenlang lijden onder de heftige strijd tussen haar ouders noodgedwongen een keuze gemaakt. Ook toen zij in een levensbedreigende situatie verkeerde heeft zij aan deze keuze vastgehouden. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het noodzaakcriterium zoals genoemd in artikel 1:251a BW. In de gegeven situatie ziet de rechtbank geen kans op een verbetering van de situatie, mede gelet op het feit dat er al jaren geen contact meer is tussen [verzoekster] en haar vader. Het valt de vader te prijzen dat hij bereid is om in het belang van [verzoekster] zijn gezag over haar op te geven. Daarmee heeft hij het belang van [verzoekster] centraal gesteld.

2.8

Gelet op al het bovenstaande zal de rechtbank het verzoek van [verzoekster] toewijzen. Dit houdt in dat de moeder vanaf heden de beslissingen over en voor [verzoekster] neemt, zonder overleg met de vader. De rechtbank heeft de hoop dat dat hiermee het welzijn van [verzoekster] verbetert.

Het ligt op de weg van de moeder om [verzoekster] niet te belasten met geschillen tussen haar en de vader en zich te onthouden van negatieve uitlatingen over hem. Voorts is het aan de moeder om er zorg voor te dragen dat [verzoekster] de gelegenheid blijft houden om ten alle tijde in contact te treden met haar vader.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1

Beëindigt het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarige [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] te Alkmaar, en bepaalt dat thans de moeder belast zal zijn met het eenhoofdig gezag over genoemde minderjarige.

3.2

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Allegro, kinderrechter tevens voorzitter, mr. J.L. Roubos, kinderrechter en mr. F. Kleefmann, kinderrechter, in tegenwoordigheid van H.M. Zonneveld als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2016.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.