Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:2624

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-03-2016
Datum publicatie
08-04-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 1033
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

HAP II, GGP, afwijzing bevordering, meewegen nieuwe beoordeling, beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 15/1033

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2016 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J. Siemerink),

en

De korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.B. van Doorn).

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om in aanmerking te komen voor een bevordering van generalist Gebiedsgebonden Politie (GGP) naar senior GGP in de Eenheid Amsterdam toegewezen en de bevorderingsdatum vastgesteld op 31 mei 2012.

Bij besluit van 19 januari 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2016. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. H. Yildiz, kantoorgenoot van mr. Siemerink. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen.

1. Op 1 november 2010 is, als uitwerking van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007, de circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche (HAP II) in werking getreden (Staatscourant 2010, nr. 19782). In bijlage 6 van de circulaire HAP II is het loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior binnen de GGP opgenomen. In het kader van dit loopbaanbeleid zijn binnen de politie collectieve afspraken gemaakt en eisen gesteld aan de mogelijkheden tot doorstroming van ambtenaren binnen de GGP naar een volgend niveau of volgende functie. Voor doorstroming van de functie generalist GGP naar de functie senior GGP geldt, voor zover hier relevant, als eis dat sprake is van ‘relevante werkervaring als generalist GGP’. In de circulaire HAP II is over het aantal jaren werkervaring opgenomen dat het aantal jaren werkervaring een landelijke afspraak is en op 3 jaar is gesteld, met uitzondering van – onder meer – de stap van Generalist GGP naar Senior GGP. Ingevolge het Arbeidsvoorwaardenakkoord Politie 2012-2014 is het loopbaanbeleid voor doorstroming van generalist GGP naar senior GGP met ingang van 1 januari 2013 afgeschaft.

2. De Politiechef en de Ondernemingsraad (OR) van de Eenheid Amsterdam hebben in de overlegvergadering van 26 november 2013 afspraken over de uitvoering van dit loopbaanbeleid gemaakt, die zijn vastgelegd in een beleidsdocument. In punt 5 van het Beleidsdocument is nader vastgesteld wat onder relevante werkervaring wordt verstaan. Punt 5 luidt als volgt:

“Verzoekers dienen op het moment dat zij van mening zijn bevorderbaar te zijn op grond van deze regeling, minstens 3 jaar werkervaring te hebben als generalist in de gebiedsgebonden politiezorg (GGP). Partijen zijn dit overeengekomen analoog aan de werkervaringseisen die vereist zijn en genoemd worden in genoemde bijlage 6 voor het overige loonbaanbeleid in de GGP.”

In de brief van 26 november 2013 aan de medewerkers is dit standpunt als volgt verwoord: Op 31-12-2012 dient een collega tenminste drie jaar werkervaring te hebben als generalist schaal 7 in de GGP. Met werkervaring GGP wordt bedoeld daadwerkelijk werkzaam te zijn geweest als generalist schaal 7 bij DCIV, DEO en districten (…).

3. Bij brief van 2 oktober 2012 heeft eiseres verzocht om in aanmerking te komen voor bevordering van generalist GGP naar senior GGP. Gelet op het feit dat eiseres op 1 juni 2009 is aangesteld als generalist (rang hoofdagent) bij het wijkteam Nieuwezijds Voorburgwal van het (voormalige) korps Amsterdam – en gelet op het feit dat eiseres aan de overige voorwaarden voor bevordering voldoet – heeft verweerder eiseres bevorderd per 31 mei 2012. Verweerder is van mening dat de eis van 3 jaar werkervaring als generalist GGP in redelijkheid kan worden gesteld. Hierbij is volgens verweerder relevant dat verweerder niet of nauwelijks personen op niveau drie heeft aangenomen, hetgeen tot gevolg heeft dat kandidaten voor doorstroming naar de senior functie slechts dan over relevante werkervaring beschikken indien zij na hun opleiding 3 jaar werkervaring als generalist hebben opgedaan. Voorts heeft verweerder gesteld dat verkorting van deze termijn de veiligheid van zowel collega’s als publieke omgeving niet in voldoende mate kan worden gewaarborgd.

4. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat verweerder op grond van de circulaire ten aanzien van de eis van relevante werkervaring geen termijn van drie jaar mag stellen. In de circulaire HAP II is de stap van generalist GGP naar senior GGP uitdrukkelijk uitgezonderd van de 3 jaar werkervaringseis. Uit de circulaire HAP II blijkt niet dat enige bevoegdheid is toegekend aan het bevoegd gezag van de (voormalige) regiokorpsen om daar nadere invulling en uitleg aan te geven. Voorts stelt eiseres dat de invulling van verweerder onjuist en onredelijk is. Daarbij stelt eiseres dat de motivering van verweerder, dat de veiligheid van collega’s en de publieke omgeving in gevaar komt bij een kortere werkervaringseis, niet deugdelijk is. Eiseres is van mening dat zij vanaf het moment van de beoordeling boven de norm, te weten op 21 november 2011, aan alle voorwaarden voor bevordering voldeed.

Subsidiair meent eiseres dat zij op 23 januari 2012 , te weten drie jaar na het behalen van haar politiediploma, aan de eisen voldoet. In dit verband heeft eiseres gesteld dat verweerder diverse keren collega’s van haar heeft bevorderd, zonder dat sprake was van 3 jaar werkervaring als generalist GGP, hetgeen volgens eiseres duidt op willekeur.

5. Ten aanzien van de collega’s van eiseres, waarvoor niet de werkervaringseis van 3 jaar gold, heeft verweerder aangegeven dat daarbij sprake was van bijzondere omstandigheden, op grond waarvan de hardheidscommissie heeft besloten ten aanzien van hen een uitzondering te maken, aangezien zij buiten hun schuld formeel slechts één maand werkervaring te kort kwamen. In het geval van eiseres doen zich deze bijzondere omstandigheden zich niet voor. Voorts heeft verweerder nog verwezen naar haar reguliere loopbaanbeleid ingevolge de nota Binding en Behoud. Volgens verweerder zou het op zijn minst bevreemden en rieken naar rechtsongelijkheid, indien generalisten GGP die op grond van het reguliere loopbaanbeleid solliciteren naar de functie van senior GGP moeten kunnen beschikken over een termijn aan relevante werkervaring van ten minste 3 jaar, terwijl wanneer zij opteren voor doorstroming naar salarisschaal 8 op grond van het loopbaanbeleid van HAP Il er geen of een (aanzienlijk) kortere termijn is gesteld aan de geëiste relevante werkervaring.

6.1

De rechtbank overweegt als volgt. In de circulaire HAP II is voor een tweetal bevorderingen naar een volgende functie 3 jaar werkervaring in de vorige functie vereist. Voor de stap van generalist GGP naar senior GGP is deze eis echter niet gesteld. Wel is de eis van relevante werkervaring als generalist GGP gesteld. Deze eis is in de circulaire HAP II echter niet nader geconcretiseerd. noch in de circulaire HAP II noch in de nadere afspraken is nader geconcretiseerd wat onder ‘relevante werkervaring’ moet worden verstaan. Hiermee heeft de Minister van Veiligheid en Justitie het invullen van dit criterium overgelaten aan het bevoegd gezag, waarmee in dit geval aan verweerder beoordelingsruimte toekomt. Dit betekent dat de toetsing door de rechter ten aanzien van deze eis terughoudend is.

6.2

De rechtbank acht het niet onredelijk dat verweerder voor de invulling van de eis van relevante werkervaring bij de bevordering tot senior GGP 3 jaar werkervaring als generalist GGP heeft gesteld. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de redenen om 3 jaar werkervaring als generalist te eisen, te weten de specifieke situatie bij de Eenheid Amsterdam, de veiligheid van collega’s en de publieke omgeving en de gelijkheid met eerder beleid, op een voldoende inzichtelijke wijze uiteengezet en dat verweerder daarmee is gebleven binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling. Dat het verweerder pas laat uitvoering heeft gegeven aan de circulaire HAP II, waardoor de medewerkers met terugwerkende kracht werden bevorderd en daardoor de veiligheid van collega’s en/of de publieke omgeving niet in het geding is geweest, maakt dat niet anders. Het gaat hierbij immers om de invulling van het begrip relevante werkervaring, waarbij verweerder heeft gesteld dat met de door hem gehanteerde eis van 3 jaar werkervaring wordt voldaan aan een van de doelstellingen van het loopbaanbeleid van HAP II, namelijk het mogelijk maken van het doorstromen van kandidaten die over de vereiste bekwaamheid en geschiktheid beschikken om de beoogde functie te vervullen. Dat daarvan sprake is bij 3 jaar werkervaring als generalist GGP acht de rechtbank niet onredelijk.

6.3

Tot slot overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat sprake is van willekeur. Verweerder heeft voldoende uitgezet dat op grond van bijzondere omstandigheden ten behoeve van de collega’s van eiseres in geringe mate is afgeweken van de eis van 3 jaar werkervaring als generalist GGP. Door eiseres is deze uiteenzetting niet betwist. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is in het geval van eiseres is niet gebleken.

7. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel de bevorderingsdatum op goede gronden heeft vastgesteld op 31 mei 2012.

8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. Fortuin, rechter, in aanwezigheid van C.H. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.