Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:2096

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-01-2016
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
C/15/233150/FA RK 15-6068
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

De moeder heeft vermoedelijk de Somalische nationaliteit. Bij de aangifte van de geboorte van de kinderen is Somalisch namenrecht toegepast en hebben de kinderen een namenreeks gekregen.

De ABS heeft gesteld dat de moeder, als ongehuwde Somalische vrouw, naar Somalisch recht haar nationaliteit niet kan doorgeven aan haar kinderen. Op de geboorteakte van de kinderen had Nederlands namenrecht moeten worden toegepast, het recht van hun gewone verblijfplaats (art.10:16 BW).

De officier vraagt nu om de geboorteakte van de kinderen te verbeteren. De namenreeks van de kinderen zoals vermeld in het vakje “naam” dient vervangen te worden door “-“. Deze namenreeks moet worden opgenomen in het vakje “voornamen" en bij “geslachtnaam” dient “-“ komen te staan.

De rechtbank overweegt dat naar Nederlands namenrecht kinderen in beginsel een voornaam en een geslachtsnaam hebben. Nu de geboorteaktes moeten worden aangepast, acht de rechtbank het in het belang van de kinderen dat zij dan een voornaam en een geslachtsnaam krijgen. Omdat niet duidelijk is of en zo ja wanneer de moeder een naturalisatieverzoek zal indienen, acht de rechtbank het niet in hun belang dat zij voor onbepaalde tijd zonder geslachtsnaam door het leven zouden moeten. Omdat het op grond van artikel 1: 5 lid 10 BW mogelijk is om in afwachting van een KB een voorlopige voornaam en geslachtsnaam in de geboorteakte op te nemen, ziet de rechtbank aanleiding met analoge toepassing van dit artikel te bepalen dat in afwachting van een door de moeder in te dienen naturalisatieverzoek en een daaruit voortvloeiend KB voor beide kinderen een voorlopige geslachtsnaam en een voorlopige voornaam in de geboorteakte op te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2017/18.4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Haarlem

wijziging akte burgerlijke stand

zaak-/rekestnr.: C/15/233150 / FA RK 15-6068

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 20 januari 2016

op het verzoek van

de officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland,

gevestigd te Haarlem,

hierna: de officier,

strekkende tot wijziging van de aktes van geboorte van de kinderen van [naam moeder], wonende te [woonplaats] (hierna: de moeder):

[kind 1] , geboren op [geboortedatum] te Purmerend

en

[kind 2] , geboren op [geboortedatum] te Purmerend.

In deze zaak wordt als belanghebbende aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Purmerend (hierna: de ambtenaar).

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagbepalingsbeschikking van deze rechtbank van 28 oktober 2015, en de daarin vermelde stukken;

- de brief, met bijlagen, van de ambtenaar van 12 november 2015.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 november 2015 in aanwezigheid van mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2] , ambtenaren van de burgerlijke stand van de gemeente Purmerend.

1.3

De moeder, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is niet ter zitting verschenen.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Op 2 mei 2011 is in de gemeente Purmerend een akte van geboorte opgemaakt onder nummer [aktenummer] van het jaar 2011 van het kind dat daarin - voorzover in dit kader van belang - wordt aangeduid als volgt :

Naam : [kind 1]

Voornamen : -

Dag van geboorte : [geboortedatum]

OUDERS

Naam moeder : [naam moeder]

Voornamen moeder : -

Plaats van geboorte moeder : Afgooye, Somalië.

2.2

Op 17 juli 2012 is in de gemeente Purmerend een akte van geboorte opgemaakt onder nummer [aktenummer] van het jaar 2012 van het kind dat daarin - voorzover in dit kader van belang - wordt aangeduid als volgt:

Naam : [kind 2]

Voornamen : -

Dag van geboorte : [geboortedatum]

OUDERS

Naam moeder : [naam moeder]

Voornamen moeder : -

Plaats van geboorte moeder : Afgooye, Somalië.

3 Verzoek

3.1

De officier verzoekt op basis van een daartoe strekkend verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Purmerend van 14 september 2015:

- op de geboorteakte van [kind 1] de volgende gegevens te wijzigen:

Geslachtsnaam (Naam) : -

Voornamen : [kind 1] ;

- op de geboorteakte van [kind 2] de volgende gegevens te wijzigen:

Geslachtsnaam (Naam) : -

Voornamen : [kind 2] .

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek is gesteld dat ten onrechte op beide geboorteaktes bij de geslachtsnaam een namenreeks staat en bij de voornamen een streepje. Een ongehuwde Somalische moeder kan geen nationaliteit aan haar kind doorgeven. Op de naam van haar kinderen is dus Nederlands namenrecht van toepassing en omdat de moeder geen geslachtsnaam heeft krijgen de kinderen geen geslachtsnaam/naam maar uitsluitend voornamen, aldus de brief van de gemeente aan de officier.

3.3

Bij voormelde dagbepalingsbeschikking van 28 oktober 2015 heeft de rechtbank een zitting bepaald en de ambtenaar verzocht om schriftelijke bescheiden over te leggen ter onderbouwing van zijn standpunt ten aanzien van het toegepaste recht en het toe te passen recht op de namen van voornoemde minderjarigen en daarbij tevens aan te geven op welke wetsbepalingen van boek 10 de ambtenaar zich beroept. Daarbij is overwogen dat uit de ambtshalve geraadpleegde Basis Registratie Personen (hierna BRP) blijkt dat de moeder een onbekende nationaliteit heeft, dat door de ambtenaar geen bescheiden zijn overgelegd ter onderbouwing van het standpunt dat een ongehuwde (vermoedelijk) Somalische moeder geen nationaliteit kan doorgeven aan haar kind en evenmin bewijsstukken zijn overgelegd waaruit de vermoedelijk Somalische nationaliteit van de moeder blijkt.

3.4

Bij brief van 12 november 2015 heeft de ambtenaar nadere stukken in het geding gebracht en zijn standpunt nader onderbouwd.

4 Standpunten ambtenaar en moeder

4.1

De moeder bezit de Somalische nationaliteit, zo blijkt uit de overgelegde stukken van de IND. Een brondocument ontbreekt echter, zodat de moeder in de Basis Registratie Personen is opgenomen met nationaliteit ‘onbekend’. De moeder heeft op grond van haar Somalische nationaliteit een namenreeks, dus zonder onderscheid tussen voor- en achternaam, welke namenreeks naar Somalisch recht in het veld ‘geslachtsnaam’ moet worden vermeld.

De moeder kan naar Somalisch recht haar nationaliteit niet doorgeven aan haar kinderen. Op grond van artikel 10:16 Burgerlijk Wetboek (BW) wordt op kinderen, die een onbekende nationaliteit hebben of staatloos zijn, het Nederlandse namenrecht toegepast. Moeder heeft geen geslachtsnaam en dus kunnen de kinderen geen geslachtsnaam aan de moeder ontlenen en hadden zij uitsluitend voornamen moeten krijgen, aldus de ambtenaar. Op beide kinderen is echter ten onrechte Somalisch namenrecht toegepast. Hierdoor is in de geboorteakte van beide kinderen in het veld ‘Naam’ ten onrechte hun namenreeks opgenomen. Volgens het Nederlandse namenrecht had in de geboorteakte in het veld ‘Naam/Geslachtsnaam’ een streepje (-) moeten staan en in het veld ‘Voornamen’ de volledige namenreeks.

4.2

De ambtenaar heeft zowel voorafgaand aan het bij de officier ingediende verzoek als daarna geprobeerd van de moeder toestemming te krijgen voor de door de gemeente gewenste verbetering van de geboorteaktes van beide kinderen. De moeder heeft in de vier door haar getekende verklaringen wijzigingen aangebracht, zoals blijkt uit de door de ambtenaar overgelegde twee ‘Verklaringen van toestemming i.v.m. akteverbetering’ en twee ‘Verklaringen wel/niet akkoord met verbetering en aanpassing BRP’. De moeder heeft daarbij twee keer aangegeven dat de voornaam van de kinderen [voornaam 1] respectievelijk [voornaam 2] is/moet zijn en de geslachtsnaam [Familienaam] en tweemaal dat de voornaam [voornaam 1] respectievelijk [voornaam 2] is/moet zijn en de achternaam [kind 1] respectievelijk [kind 2] .

4.3

De ambtenaar heeft ter zitting nog opgemerkt dat wanneer de moeder een naturalisatieverzoek zou indienen, zij een keuze zou kunnen doen voor een voornaam en een geslachtsnaam van haarzelf en van haar kinderen, maar voor zover de ambtenaar weet heeft de moeder een dergelijk verzoek nog niet ingediend.

Op de vraag of daarop wellicht vooruitgelopen zou kunnen worden heeft de ambtenaar gewezen op de uitspraken van het hof Den Bosch ECLI:NL:GHSHE:2006:AX 9640, het hof Den Haag ECLI::NL:GHSGR:2003:AL9057 en de rechtbank Utrecht ECLI:NL:RBUTR:2010:BL3664.

4.4

De ambtenaar heeft desgevraagd ter zitting uitgelegd dat volgens de richtlijnen van het ministerie in de BRP het veld ‘geslachtsnaam’ niet leeg mag zijn. Dat is de reden waarom er in sommige gevallen in de BRP als geslachtsnaam een namenreeks is vermeld, terwijl in het brondocument, de geboorteakte, de namenreeks in het veld ‘voornamen’ is vermeld.

De ambtenaar heeft in dit kader gewezen op Het Logisch Ontwerp LO3.9, waarin is voorgeschreven dat, indien van een persoon op de geboorteakte alleen voornamen voorkomen en geen geslachtsnaam, de voornamen in de BRP worden opgenomen als de geslachtsnaam.

Dit zou, aldus de ambtenaar, in dit geval betekenen dat indien de gevraagde wijziging wordt toegestaan, de geboorteakte van de kinderen wordt gewijzigd maar in de BRP niets verandert.

5 Beoordeling

Toepasselijk recht

5.1

De rechtbank stelt vast dat de moeder, gezien de overgelegde stukken van de IND, vermoedelijk de Somalische nationaliteit heeft.

De ambtenaar heeft gesteld dat de moeder als ongehuwde Somalische vrouw niet de Somalische nationaliteit aan haar kinderen kan doorgeven. Dit wordt bevestigd in de door de rechtbank geraadpleegde Bergmann/Ferid (98.Lieferung, Somalia, pagina 3). Nu over de vader van de kinderen niets bekend is, kan de nationaliteit van de kinderen dus niet worden vastgesteld.

Op grond van artikel 10:16 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) geldt voor degene wiens nationaliteit niet kan worden vastgesteld of die staatloos is als zijn nationale recht het recht van de staat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft. Dit betekent dat het Nederlands namenrecht van toepassing is nu de kinderen in Nederland zijn geboren en zij hier hun gewone verblijfplaats hebben.

5.2

In het Nederlands namenrecht hebben de kinderen in beginsel een voornaam en een achternaam. Een kind krijgt de voornaam/voornamen die zijn moeder/ouders hem geven en ontleent zijn achternaam aan de achternaam van zijn moeder of zijn vader.

Vaststaat dat een namenreeks naar Nederlands namenrecht niet als geslachtsnaam aan een kind kan worden gegeven maar slechts als voornamen. Dat betekent dat het verzoek van de officier tot wijziging van de geboorteaktes in beginsel toewijsbaar is.

5.3

De officier verzoekt de aktes zo te wijzigen dat de namenreeks als voornamen wordt opgenomen, hetgeen betekent dat de kinderen dan geen geslachtsnaam hebben. De rechtbank is echter van oordeel dat ieder kind recht heeft op een voornaam én een geslachtsnaam. Dit blijkt uit het bepaalde in titel 2 van boek 1 BW en met name uit de artikelen 1:5 lid 10 (opnemen voorlopige voornamen en geslachtsnaam als de ouders onbekend zijn) en 1: 7 BW (verzoek aan de Koning om voornamen of geslachtsnaam vast te stellen indien deze ontbreken).

Het recht op voornamen en een geslachtsnaam wordt voorts beschermd door artikel 7 van het Verdrag inzake de rechten van het kind en artikel 8 van het EVRM (Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden), in die zin dat de voornamen en de geslachtsnaam betrekking hebben op het privé- en gezinsleven, aangezien zij een middel vormen om personen te identificeren binnen hun familie en in de samenleving. Het is immers de naam, zowel de geslachtsnaam als de voornaam, waardoor een persoon in het maatschappelijk verkeer zijn identiteit verkrijgt.

5.4

Nu, zoals hiervoor is overwogen, de geboorteaktes van beide kinderen op grond van het Nederlands namenrecht dienen te worden aangepast, acht de rechtbank het in het belang van de kinderen dat zij dan een voornaam en een geslachtsnaam krijgen. Een geslachtsnaam kan echter alleen bij Koninklijk Besluit (KB) worden gewijzigd of verleend en niet door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door de rechter. Of en zo ja wanneer de moeder een naturalisatieverzoek zal indienen is niet bekend. Dit zou betekenen dat de kinderen voor onbepaalde tijd zonder geslachtsnaam door het leven zouden moeten en de rechtbank acht dit niet in hun belang.

5.5

Krachtens artikel 1:5 lid 10 BW is het in bepaalde gevallen mogelijk in afwachting van het Koninklijk Besluit waarin de voornamen en de geslachtsnaam van het kind worden vastgesteld, een voorlopige voornamen en geslachtsnaam in de geboorteakte op te nemen. De rechtbank ziet aanleiding met analoge toepassing van dit artikel te bepalen dat in afwachting van een door de moeder in te dienen naturalisatieverzoek en een daaruit voorvloeiend KB omtrent de voornaam en geslachtsnaam van haar en de kinderen, voor beide kinderen een voorlopige geslachtsnaam en een voorlopige voornaam in de geboorteakte wordt opgenomen.

Uit de door de moeder aangepaste verklaringen tot toestemming van de onderhavige verzoeken leidt de rechtbank af dat zij de naam [voornaam 1] respectievelijk Aamin gebruikt als voornaam van de kinderen en dat zij ook wenst dat hun voornaam aldus komt te luiden.

De rechtbank zal dan ook bepalen dat als voorlopige achternaam [Familienaam] ” en als voorlopige voornaam respectievelijk “ [voornaam 1] en [voornaam 2] ” in de geboorteakte wordt opgenomen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1

Gelast de wijziging van de akte [aktenummer] van de gemeente Purmerend over het jaar 2011 betreffende

Naam: [kind 1]

Voornamen: -

Geboren: [geboortedatum] te Purmerend,

in die zin dat de volgende gegevens worden gewijzigd en komen te luiden als volgt:

Voorlopige geslachtsnaam : [Familienaam]

Voorlopige voornaam : [voornaam 1]

6.2

Gelast wijziging van de akte [aktenummer] van de gemeente Purmerend over het jaar 2012 betreffende

Naam: [kind 2] ,

Voornamen: -

Geboren: [geboortedatum] te Purmerend,

in die zin dat de volgende gegevens worden gewijzigd en komen te luiden als volgt:

Voorlopige geslachtsnaam : [Familienaam]

Voorlopige voornaam : [voornaam 2]

6.3

Wijst af het meer of anders verzochte.

6.4

Draagt - op grond van artikel 1:20e lid 1 BW - de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Purmerend.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. van Dam, rechter, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes, griffier, en in het openbaar uitgesproken 20 januari 2016.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.