Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:1701

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-03-2016
Datum publicatie
08-03-2016
Zaaknummer
C/15/227749/FA RK 15-3504
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Voor bovenvermelde uitspraak is de inhoudsindicatie als volgt: man ontvankelijk in zijn verzoek tot wijziging kinderalimentatie i.v.m. fiscale wijzigingen per 1 januari 2015. Bijdrage wordt met terugwerkende kracht lager vastgesteld, maar vrouw hoeft niet terug te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/227749 / FA RK 15-3504

beschikking van 2 maart 2016 betreffende alimentatie

in de zaak van:

[de man] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente Medemblik,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. W.B. Koppenberg, kantoorhoudende te Hoorn Nh,

tegen

[de vrouw]

wonende te [woonplaats] , gemeente Medemblik,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. J.M.A. Mooijman, kantoorhoudende te Hoorn Nh.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de man, ingekomen op 10 juni 2015;

- het bericht van 16 juni 2015, met bijlagen, ingediend door de advocaat van de man;

- het verweerschrift van de vrouw, ingekomen op 3 augustus 2015;

- het bericht van 14 januari 2016, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw;

- het bericht van 22 januari 2016, met bijlagen, van de advocaat van de man;

- het bericht van 1 februari 2016, met bijlagen, van de advocaat van de man.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 februari 2016 in aanwezigheid van partijen, de man bijgestaan door mr. W.B. Koppenberg en de vrouw bijgestaan door mr. J.M.A. Mooijman.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Partijen zijn op [trouwdatum] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op 31 juli 2012 is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Alkmaar van 19 juli 2012.

2.2

Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen [familienaam] :

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente Hoorn,

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente Hoorn.

2.3

Bij de hiervoor genoemde beschikking is bepaald dat het ouderschapsplan dat partijen hebben gesloten, deel uitmaakt van de beschikking en dat volgens dit ouderschapsplan de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderbijdrage) van € 550,00 per maand per kind moet voldoen.

3 Verzoek

3.1

De man heeft verzocht de beschikking te wijzigen in die zin, dat de kinderbijdrage wordt verminderd tot € 352,00 per maand per kind met ingang van 14 januari 2015.

Hij stelt hiertoe dat de hierboven genoemde beschikking door wijziging van omstandigheden heeft opgehouden te voldoen aan wettelijke maatstaven.

3.2

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de man zijn verzoek gewijzigd, in die zin dat hij thans verzoekt de door hem te betalen bijdrage met ingang van 14 januari 2015 nader te bepalen op € 419,00 per maand per kind.

3.3

Het door de man gedane wijzigingsverzoek is gebaseerd op de per 1 januari 2015 van kracht geworden fiscale wijzigingen, met als gevolg dat de man sedert deze datum geen recht meer heeft op het fiscaal voordeel van de kinderbijdrage.

4 Verweer

4.1

De vrouw heeft daartegen als verweer gevoerd dat het verzoek van de man onvoldoende is onderbouwd.

4.2

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is namens de vrouw naar voren gebracht dat de door de wederpartij bij bericht van 1 februari 2016 overgelegde stukken, waaronder begrepen de daarop gebaseerde draagkrachtberekeningen, niet ter discussie staan, dit afgezien van de behoefte van de minderjarigen.

De vrouw heeft verweer gevoerd tegen de toegepaste zorgkorting van 25%. Tevens is verzocht om, indien de bijdrage op lager bedrag wordt vastgesteld met een datum die in het verleden is gelegen, aan de vrouw geen terugbetalingsverplichting opgelegd dient te worden, nu de betreffende bijdragen plegen te worden verteerd in de maand waarin zij zijn betaald.

5 Beoordeling

ontvankelijkheid

5.1

De man kan in verband met de fiscale wijzigingen per 1 januari 2015 die betrekking hebben op kinderbijdrage in zijn verzoek worden ontvangen. Dit heeft tot gevolg dat voor de bepaling van de draagkracht van de man, nu de betreffende wijziging op 1 januari 2015 is ingegaan, uitgegaan zal worden van zijn gemiddeld resultaat uit onderneming over de drie daaraan voorafgaande jaren, te weten 2012, 2013 en 2014.

draagkracht man

5.2

Het gemiddeld resultaat bedraagt aldus (94.459 + 99.077 + 102.758 = 296.294 : 3)

€ 98.764,00 per jaar. Per maand is dit een bruto bedrag van € 8.230,00 . Het netto besteedbaar inkomen van de man bedraagt dan € 5.315,00 per maand. Het inkomen van de man, berekend per 1 januari 2015, is derhalve niet hoger dan het toenmalig netto gezinsinkomen waarvan uit is gegaan bij de bepaling van de behoefte van de minderjarigen, te weten € 5.397,00.

behoefte minderjarigen

5.3

De behoefte van de minderjarigen behoeft daardoor niet opnieuw te worden vastgesteld. De geïndexeerde behoefte van de minderjarigen kan daarmee per 1 januari 2015 worden vastgesteld op (afgerond) € 569,00 per kind per maand.

zorgkorting

5.4

De man stelt zich op het standpunt dat de zorgkorting op 25% vastgesteld dient te worden. De vrouw stelt zich op het standpunt dat uitgegaan dient te worden van een zorgkorting van 20%. De rechtbank is van oordeel dat slechts afgeweken kan worden van de in het rapport van de expertgroep alimentatienormen als uitgangspunt gehanteerde zorgkorting, indien partijen het daar over eens zijn. Nu dit niet het geval is, gaat de rechtbank uit van een zorgkorting van 25%. De rechtbank heeft daarbij in overweging genomen dat het gemiddelde beeld van de gedeelde zorg voormeld percentage rechtvaardigt.

aandeel partijen in de kosten van de kinderen

5.5

Volgens de formule 70% (5315 – (30% x 5315 + 875) heeft de man een voor kinderalimentatie beschikbare draagkracht van € 1.992,00. De draagkracht van de vrouw kan, gelet op haar inkomen, op de minimale bijdrage van € 50,00 worden vastgesteld. Hun gezamenlijke draagkracht komt hiermee op € 2.042,00.

5.6

Het aandeel van de man bedraagt volgens de formule ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte 1992 / 2042 x 569 = € 555,00.

Het aandeel van de vrouw bedraagt volgens de formule 50 / 2042 x 569 = € 14,00.

5.7

Hiervan uitgaande dient de man aan de vrouw een bijdrage te voldoen van € 555,00 minus de zorgkorting van € 142,00, zodat hij € 413,00 per maand per kind aan de vrouw dient te voldoen.

Nu de man ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn verzoek heeft gewijzigd, in die zin dat hij de bijdrage op € 419,00 per maand per kind vastgesteld wenst te zien, zal de rechtbank overeenkomstig zijn gewijzigd verzoek beslissen.

ingangsdatum

5.8

De rechtbank zal de ingangsdatum overeenkomstig het verzoek van de man bepalen op 14 januari 2015.

De geïndexeerde bijdrage voor 1 januari 2016 is € 424,45 per kind per maand.

5.9

Nu bijdragen als de onderhavige worden verteerd in de maand waarin zij zijn uitgekeerd, kan van de vrouw in redelijkheid niet worden gevergd dat hetgeen de man na datum wijziging heeft betaald, aan hem zal terugbetalen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1

bepaalt, met wijziging in zoverre van de hierboven genoemde beschikking van de rechtbank Alkmaar van 19 juli 2012 en waarbij is bepaald dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking, dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [familienaam] :

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente Hoorn,

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente Hoorn,

met ingang van 14 januari 2015 dient te voldoen € 419,00 per maand per kind, welke bijdrage met ingang van 1 januari 2016 nader wordt bepaald op € 424,45 per maand per kind, en voor wat de toekomstige termijnen betreft telkens bij vooruitbetaling;

6.2

bepaalt dat, voor zover de man sedert de datum van wijziging méér heeft betaald, deze bijdrage wordt vastgesteld op hetgeen door de man aan de vrouw is betaald;

6.3

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.4

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kleefmann, rechter, in tegenwoordigheid van

D.J. Witsen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2016.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.