Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:11554

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-08-2016
Datum publicatie
02-07-2018
Zaaknummer
C/15/247293 / KG ZA 16-628
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Kennelijke misslag? Geen in redelijkheid te respecteren belang? Kennisneming informatie in strijd met mededingingsrecht? Belang om gegevens niet te delen met derden?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/247293 / KG ZA 16-628

Vonnis in kort geding van 26 augustus 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MERCK SHARP & DOHME B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. G. Kuipers te Amsterdam,

tegen

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

ONO PHARMACEUTICAL CO. LTD,

gevestigd te Osaka, Japan,

2.[gedaagde2],

wonende te [woonplaats]

gedaagden,

advocaat mr. P.A.M. Hendrick te Amsterdam.

Eiseres zal hierna MSD worden genoemd

Gedaagden zullen gezamenlijk in enkelvoud worden aangeduid als Ono.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    het vonnis in kort geding van de rechtbank Den Haag d.d. 12 augustus 2016 waarbij de zaak naar deze rechtbank werd verwezen

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van MSD

  • -

    de pleitnota van Ono.

1.2.

Ter zitting waren aanwezig:

  • -

    mr. G. Kuipers, mr. O.V. Lamme en mr. B. de Rijke namens MSD

  • -

    mr. J.D. Drok, mr. M.G.A. Egeler en mr. P.D. van den Berg namens Ono.

Na sluiting van de mondelinge behandeling is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

MSD (althans het concern waartoe MSD behoort) en Ono ontwikkelen geneesmiddelen en brengen die op de markt. Ono is houdster van Europees octrooi EP 1 537 878 B1 (hierna: EP 878 of het octrooi) voor ‘immunopotentiating compositions’. Het octrooi is verleend op 22 september 2010 en is onder meer van kracht in Nederland. Het octrooi vermeldt [gedaagde2] als een van de uitvinders.

2.2.

In een bodemprocedure tussen partijen heeft de rechtbank Den Haag bij vonnis van 29 juni 2016 (hierna: het vonnis), voor zover hier van belang, als volgt beslist.

in reconventie

6.2.

verklaart voor recht dat MSD in Nederland inbreuk maakt op EP 1 537 878, in het

bijzonder door het op de markt brengen van geneesmiddelen voor de behandeling van

kanker met pembrolizumab als werkzame stof;

6.3.

veroordeelt MSD tot vergoeding aan Ono van de door Ono als gevolg van de

inbreuk op het Nederlandse deel van EP 1 537 878 sedert 22 september 2010 geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, of, zulks ter keuze van Ono, tot afdracht aan Ono van de door MSD als gevolg van de inbreuk sedert 22 september 2010 genoten winst;

6.4.

beveelt MSD binnen twee maanden na betekening van dit vonnis aan de

raadslieden van Ono een schriftelijke, door een onafhankelijke registeraccountant op grond

van een onderzoek van de boeken van MSD gecontroleerde en van een goedgekeurde

accountantsverklaring voorziene schriftelijke opgave te doen toekomen, waaruit de

volgende informatie, voor zover betrekking hebbend op Nederland en op de periode vanaf

22 september 2010, blijkt:

a. het aantal tot en met de dag van betekening van het dit vonnis in het verkeer

gebrachte, verkochte, afgeleverde of anderszins verhandelde inbreukmakende

producten;

b. de winst die hiermee is gerealiseerd;

c. de wijze waarop de winst is berekend, voorzien van een duidelijke uitleg die de

berekeningswijze voldoende inzichtelijk maakt, met vermelding van de

kostenposten die ter berekening van de winst op de omzet in mindering zijn

gebracht en voorzien van schriftelijke bewijsstukken van iedere kostenpost;

d. een lijst van professionele afnemers van de inbreukmakende producten, onder

specificatie van naam, adres, soort en aantallen afgenomen producten, leverdatum

en verkoopprijzen; en

e. het aantal inbreukmakende producten dat MSD in Nederland op voorraad heeft;

6.5.

beveelt MSD om vanaf de dag na betekening van dit vonnis aan de raadslieden van

Ono elke 14e dag van de maand een schriftelijke opgave als bedoeld onder 6.4 over de

daaraan voorafgaande kalendermaand te verstrekken, zolang als het Nederlandse deel van

EP 1 537 878 van kracht is;

6.6.

gebiedt MSD aan Ono een onmiddellijk opeisbare dwangsom te betalen van

€ 10.000,- voor iedere overtreding van het onder 6.4 en/of 6.5 bevolene en voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt met een maximum van € 1.000.000,-;

6.7.

verklaart de beslissing in reconventie met uitzondering van de verklaring voor recht uitvoerbaar bij voorraad;
6.8. wijst af het meer of anders gevorderde.(…)

2.3.

MSD heeft ter zake van de tenuitvoerlegging van het vonnis een executiegeschil aanhangig gemaakt bij de rechtbank Den Haag. Bij vonnis van 12 augustus 2016 heeft de rechtbank Den Haag zich onbevoegd verklaard om van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin die zich bevond verwezen naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank.

3 Het geschil

3.1.

MSD vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

3.1.1.

primair de tenuitvoerlegging van het vonnis overeenkomstig artikel 438 lid 2 Rv zal schorsen zolang het vonnis niet in kracht van gewijsde is gegaan,

3.1.2.

subsidiair Ono zal verbieden het vonnis ten uitvoer te leggen wanneer dat behelst dat Ono van de inhoud van de schriftelijke opgaves, zoals bedoeld in onderdeel 6.4 en het daarmee verbonden onderdeel 6.5 van het vonnis geheel of ten dele kennisneemt en deze kennisneming derhalve niet, bij uitsluiting en onder verplichting tot geheimhouding, voorbehouden blijft aan haar raadslieden,

3.1.3.

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 20.000,00 per gehele of gedeeltelijke overtreding van het onder 3.1.2 gevorderde verbod door Ono en voor elke dag, of gedeelte daarvan, dat de overtreding voortduurt,

3.1.4.

zowel primair als subsidiair Ono zal veroordelen in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die MSD heeft gemaakt, zoals bepaald in artikel 1019h Rv, althans zodanige kosten als de voorzieningenrechter passend acht, alsmede in de gebruikelijk nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na de datum van het vonnis.

Ono voert verweer.

3.2.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De primaire vordering

4.1.

In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis schorsen indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.2.

Deze maatstaf sluit niet uit dat ook buiten de twee genoemde gevallen sprake kan zijn van misbruik van executiebevoegdheid, maar daarvan zal slechts sprake kunnen zijn indien bij die executie, in het licht van omstandigheden die niet al in het bodemgeschil hadden kunnen worden aangevoerd, (op dit moment) geen in redelijkheid te respecteren belang bestaat. Daarbij mag mede acht worden geslagen op de belangen die door de executie zouden worden geschaad.

Kennelijke misslag?

4.3.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de sub 4.1. weergegeven maatstaf niet anders is dan toepassing en invulling van art. 3:13 BW bij gebruik van een executoriale titel. De rechtspraak vereist in verband met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen een afweging van het belang bij executie in afwachting van uitkomst rechtsmiddelen zonder dat wordt ingegaan op de kans van slagen van dat rechtsmiddel. Voor schorsing is in dat systeem meer nodig dan de vaststelling dat de rechter met een overweging kennelijk heeft misgeslagen. Het moet ook kennelijk - d.w.z. niet aan twijfel onderhevig - zijn dat het te executeren dictum onjuist is.

4.4.

MSD stelt dat het vonnis berust op een cruciale feitelijke misslag met betrekking tot een door [A.] (hierna: [A.]) gepubliceerd abstract (uittreksel) en dat deze misslag van dien aard is dat Ono geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij de tenuitvoerlegging van het vonnis, hetgeen meebrengt dat deze geschorst dient te worden.

MSD heeft ter toelichting het volgende opgemerkt

De misslag speelt een doorslaggevende rol in de beoordeling in een van de door MSD naar voren gebrachte nietigheidsargumenten. In het kader van de inventiviteit oordeelt de rechtbank dat er geen sprake zou zijn een zogenaamde “try and see”-situatie. Deze overweging is cruciaal omdat een “try and see”-situatie de uitvinding berooft van zijn inventieve karakter en daarmee van zijn octrooieerbaarheid. Als de rechtbank de “try and see”-situatie wél had aangenomen, dan was daarmee de nietigheid van het octrooi gegeven en hadden de (reconventionele) vorderingen van Ono moeten worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank berust blijkens het vonnis op één specifieke openbaarmaking: een publicatie van [A.]. Deze publicatie zou de vakman er destijds van hebben weerhouden de weg in te slaan die tot de uitvinding leidde. Anders gezegd: hij raakte erdoor ontmoedigd en verloor zijn interesse “to try and see”. De rechtbank verwoordde dit als volgt:

“5.40. In de jurisprudentie van de kamers van beroep van het EOB is aanvaard dat indien 1) de stand van de techniek de vakman in de richting van een bepaald nader onderzoek stuurt en 2) de vakman dat onderzoek door routine-experimenten kan uitvoeren aan de expectation of succes minder zware eisen gesteld moeten worden. Wanneer in een dergelijk geval de vakman niet een bepaalde verwachting heeft van het resultaat van de experimenten maar een neutrale try and see-houding aanneemt, is een reasonable expectation of success volgens deze jurisprudentie niet afwezig. Een dergelijke situatie doet zich hier echter niet voor omdat, zoals hiervoor is overwogen, de vakman door het onderzoek van [A.] zou zijn ontmoedigd en daarin reden vond aan te nemen dat de uitvoering van zijn experimenten mogelijk niet tot een positief resultaat zou leiden”

Met de terugverwijzing doelt de rechtbank op haar rov. 5.33, waar ze tot de slotsom kwam dat de vakman zich zou hebben laten ontmoedigen door de resultaten van [A.]. Om tot

die conclusie te komen, moest de rechtbank echter het argument van MSD terzijde schuiven dat de resultaten van [A.] niet verifieerbaar waren en de vakman zich er dus niet door zou hebben laten ontmoedigen. De rechtbank schuift het argument van MSD terzijde, omdat MSD zou hebben nagelaten om naast het abstract het artikel van [A.] in het geding te brengen, terwijl volgens de rechtbank uit de Biosis Previews-database zou blijken dat dit artikel wél gepubliceerd zou zijn:

“5.33. De vakman was bovendien inmiddels geconfronteerd met de resultaten van het onderzoek van [A.] die de suggestie uit de stand van de techniek om de modulering van de PD-1:PD-L (of Li) pathway te onderzoeken op werking tegen kanker had gevolgd middels in vivo muistests in een tumormodel, maar daarbij tot negatieve resultaten was gekomen. Dat deze resultaten niet

gepubliceerd zijn omdat zij niet verifieerbaar zouden zijn, zoals MSD bij pleidooi heeft betoogd, is niet in te zien nu de database aangeeft dat het artikel was gepubliceerd in Blood in de uitgave van 16 november 2001. Het artikel zelf is door MSD niet overgelegd zodat haar speculaties over het niet verifieerbaar zijn van de testresultaten terzijde geschoven moeten worden. De vakman zou door de resultaten van [A.], zo hij aanvankelijk al enige verwachting zou hebben gehad, bepaald en op redelijke gronden zijn ontmoedigd.”

Volgens MSD maakt de rechtbank maakt hier een cruciale fout als zij overweegt dat uit de
Biosis Previews-database zou blijken dat [A.] naast een abstract ook een geheel artikel zou hebben gepubliceerd. Dat is namelijk niet zo en dat is ook nooit door partijen in de procedure gesteld. De rechtbank dacht echter uit de Biosis Previews-database te kunnen opmaken dat er naast het in de database opgenomen abstract ook een artikel zou zijn gepubliceerd, zoals is te lezen in rov. 2.9.13 van het vonnis:

2.9.13.

In de database Biosis Previews is op 21 februari 2002 een abstract opgenomen van het artikel “The role of in vivo PD-1/PD-L1 interactions in syngeneic and allogeneic antitumor responses in murine tumor models” van [A.] e.a. Het artikel is blijkens de database kennelijk gepubliceerd in het tijdschrift Blood, 16 november 2001 Vol. 98, Nr. 11 deel 2, p. 42b. Dit abstract houdt onder meer het volgende in: (…)

De rechtbank heeft aldus, zonder dat dit door een der partijen is gesteld, aangenomen dat in het tijdschrift Blood een volledig artikel was gepubliceerd, waarvan een uittreksel in genoemde database is opgenomen. Een volledig artikel met de onderliggende experimentele gegevens is echter nimmer gepubliceerd. De in het abstract opgenomen conclusies konden dus niet door de vakman geverifieerd worden.

De waardering van het onderzoek van [A.] heeft vervolgens een doorslaggevende rol gespeeld bij de beoordeling of de vakman een try-and-see-houding zou hebben aangenomen. De rechtbank concludeert immers uitsluitend op basis van het onderzoek van [A.] dat dat niet het geval zou zijn geweest.

4.5.

De voorzieningenrechter gaat in dit betoog niet mee. Niet iedere misslag is voldoende voor schorsing. Voor zover de misslag een element vormt van een meer omvattende redenering zal niet alleen de feitelijke onjuistheid van de aanname evident moeten zijn, maar zal ook niet aan twijfel onderhevig mogen zijn dat de rechter bij bewustheid van de onjuistheid van die aanname tot een redenering met een andere uitkomst zou zijn gekomen.

Het is allerminst aannemelijk dat dit hier het geval is. MSD kan niet volhouden dat de rechtbank, om tot haar oordeel omtrent de inventiviteit te komen, het argument dat de resultaten van [A.] niet verifieerbaar waren terzijde moest schuiven. Het ontbreken van een verificatiemogelijkheid is wat betreft de ontmoedigende werking van een dergelijk bericht immers van relatieve betekenis waar dat bericht inhoudt dat de door Zubereck de ondernomen poging om een oplossing te vinden voor het probleem dat de vakman wenst op te lossen, vruchteloos is gebleven.

Aan de validiteit van de door de rechtbank gegeven beoordeling van de inventiviteitsaanval van MSD wordt door de hiervoor genoemde aanname omtrent het bestaan van de de publicatie dan ook niet zodanig afbreuk gedaan dat buiten twijfel is dat de rechtbank zonder die aanname niet tot dezelfde uitkomst zou zijn gekomen. Dat brengt mee dat niet evident is dat het dictum onjuist is, zodat aan de vereisten voor schorsing niet is voldaan.

Geen in redelijkheid te respecteren belang?

4.6.

MSD stelt voorts dat het belang van Ono bij onverwijlde tenuitvoerlegging van het vonnis beperkt is. Ono heeft geen inbreukverbod gevorderd maar schadevergoeding of winstafdracht. Het belang van Ono is dus volgens MSD louter financieel. Dat MSD een solvabele partij is staat niet ter discussie. Ono mag er dan ook vanuit gaan dat, als uiteindelijk toewijzend en onherroepelijk op haar vorderingen is beslist, zij haar vorderingen zal kunnen verhalen.

4.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat MSD aldus miskent dat Ono, naar zij heeft verklaard, in de bodemprocedure geen verbod heeft gevorderd om het belang van kankerpatiënten niet te schaden. MSD heeft daar weliswaar wat smalend over gesproken, maar heeft die redengeving op zichzelf niet weersproken. Ono wil het vonnis, naar zij zegt, mede gebruiken als drukmiddel om MSD aan de onderhandelingstafel te krijgen met het oog op het maken van afspraken omtrent een licentie. Dat is een rechtens te respecteren belang. Een andere opvatting zou ondernemingen in de positie van Ono immers (kunnen) stimuleren om met het genoemde belang niet of minder rekening te houden, hetgeen maatschappelijk ongewenst is.

Is kennisneming van die informatie in strijd met het mededingingsrecht?

4.8.

MSD stelt ten slotte dat het uitwisselen van commercieel gevoelige informatie met een concurrent is aan te merken als inbreuk op artikel 101 lid 1 VWEU en artikel 6 Mw. Het gaat om informatie betreffende verkoopprijzen, afnemers, winst en winstberekening et cetera. Het verstrekken van dergelijke informatie aan een concurrent zou volgens MSD de onzekerheid op de markt in belangrijke mate wegnemen en aldus de mededinging beperken.

4.9.

Bij de beoordeling van die stelling moet voorop staan dat strijd met mededingingsrecht, ook in kort geding, naar behoren zal moeten worden onderbouwd, met dien verstande dat in de context van de hiervoor bedoelde belangenafweging voldoende is dat naar behoren wordt onderbouwd dat er een mogelijkheid bestaat dat ongelimiteerde kennisneming in een context als de onderhavige in strijd is met het mededingingsrecht. Voorzieningen als hier gevorderd dienen er immers mede toe te verzekeren dat de beweerde strijd aan een grondiger onderzoek kan worden onderworpen alvorens het beweerd strijdige handelen plaatsvindt.

4.10.

Ook de mogelijkheid dat in strijd met het mededingingsrecht wordt gehandeld is echter onvoldoende onderbouwd. Een beroep op het kartelverbod veronderstelt immers een met uitdrukkelijke of stilzwijgende instemming van de kartelleden tot stand gekomen gedragsafstemming met een mededingingsbeperkende strekking of mededingingsbeperkend effect. Voor zover in casu al kan worden gesproken van gedragsafstemming vloeit die voort uit een vonnis. Met de in dat vonnis neergelegde beslissingen, zo is wel duidelijk geworden in dit kort geding, wordt door MSD niet ingestemd. Voldoening aan dat vonnis kan onder die omstandigheden niet beschouwd worden als afstemming van gedrag op dat van de concurrent.

4.11.

Mocht dit echter anders zijn, dan leiden de navolgende overwegingen ertoe dat de mogelijkheid dat er spanning met het mededingingsrecht ontstaat zich na dit vonnis niet zal voordoen.

Belang om gegevens niet te delen met derden?

4.12.

MSD stelt voorts dat de gegevens die zij ingevolge het vonnis aan de advocaten van Ono dient te verstrekken bedrijfsgevoelig is. Die geven een brede en diepe inkijk in de bedrijfsvoering van MSD. Het belang van MSD om ze niet met derden te delen is dan ook aanzienlijk.

4.13.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet voor betwisting vatbaar dat MSD belang heeft bij het beperkt houden van de kring van personen die van de door haar aan Ono te verstrekken gegevens kan kennisnemen. Dat is op zichzelf echter onvoldoende reden voor een ordemaatregel. Die zou wel geboden zijn, indien de betrokken veroordeling aldus moet worden uitgelegd dat deze Ono niet legitimeert om de gegevens te delen met relevante functionarissen binnen haar eigen bedrijf, zoals MSD heeft betoogd.

4.14.

Dat leidt tot de vraag hoe ver de veroordeling strekt.

Bij de beantwoording van die vraag dient in een geval als het onderhavige -een veroordeling om iets te doen- doel en strekking van de veroordeling tot richtsnoer te worden genomen en wel in die zin dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (HR 20 mei 1994, NJ 1994, 652).

Toepassing van deze maatstaf leidt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de veroordeling in die zin beperkt moet worden opgevat dat deze er niet toe strekt Ono een gelegenheid te geven tot kennisneming van de betrokken gegevens die verder gaat dan nodig is om Ono in staat te stellen haar stellingen in de schadestaatprocedure naar behoren te onderbouwen. Daartoe is allerminst noodzakelijk dat Ono de volledige vrijheid heeft te bepalen wie binnen haar organisatie toegang tot deze gegevens moet krijgen. De door Ono aangevoerde omstandigheid dat zij het petitum op dit punt slechts op praktische gronden heeft beperkt tot advocaten kan haar niet verder helpen. Die sluit immers niet uit dat een in die bewoordingen gestelde beperking in het dictum anders moet worden gelezen. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat de rechtbank met die bewoordingen heeft willen aansluiten bij een praktijk in i.e.-zaken om beperkingen te stellen aan de kennisneming van concurrentiegevoelige informatie.

4.15.

MSD heeft ter zitting opgemerkt dat in een parallelle procedure in het Verenigd Koninkrijk kennisneming van vertrouwelijk stukken is voorbehouden aan een beperkte groep van advocaten en in house counsel van Ono. Bij de samenstelling van die groep heeft MSD de mogelijkheid om tegen voorgestelde personen bezwaar te maken. De leden van de groep moeten, voordat zij kennisnemen van de vertrouwelijke informatie, een geheimhoudingsverklaring ondertekenen. Ono heeft gezegd met een dergelijk arrangement voor 90 % uit de voeten te kunnen, maar stelt zich op het standpunt dat zij ingevolge het vonnis niet gehouden is daarmee akkoord te gaan.

4.16.

Uit het voorgaande blijkt dat zij dat verkeerd ziet. Dat betekent dat de door de bodemrechter gegeven veroordeling zodanig moet worden gepreciseerd dat zij ook tussen deze partijen kan fungeren op een wijze die recht doet aan doel en strekking van de veroordeling. Het simpelweg beperken tot kennisneming door de advocaten roept het risico van een volgend executie kort geding in het leven, dus partijen moet iets meer handreiking worden gegeven. De voorzieningenrechter zal dat doen door te bepalen dat MSD slechts gehouden is Ono kennisneming van de betrokken gegevens toe te staan:

  • -

    indien die kennisneming wordt voorbehouden aan functionarissen met vergelijkbare rollen en disciplines en in een vergelijkbaar aantal als in de Engelse procedure,

  • -

    nadat deze aan MSD zijn voorgesteld,

  • -

    die (binnen redelijke grenzen) gemotiveerd bezwaar kan maken,

en dat aan deze functionarissen pas inzage behoeft te worden gegeven nadat zij geheimhoudingsverklaringen hebben getekend.

Slotsom en kosten

4.17.

De slotsom is dat de primaire vordering niet voor toewijzing vatbaar is, de subsidiaire wel, met dien verstande dat precisering de aangewezen weg is om het belang van Ono bij voortgang van haar schadestaatprocedure te verzoenen met het belang van MSD bij beperking van de kennisneming. De kosten worden gecompenseerd.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

bepaalt dat art. 6.4 van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 29 juni 2016 aldus moet worden uitgelegd dat MSD slechts gehouden is Ono kennisneming van de betrokken gegevens toe te staan indien die kennisneming wordt voorbehouden aan functionarissen met vergelijkbare rollen en disciplines en in een vergelijkbaar aantal als in de Engelse procedure, nadat deze aan MSD zijn voorgesteld, die (binnen redelijke grenzen) gemotiveerd bezwaar kan maken en dat aan deze functionarissen pas inzage behoeft te worden gegeven nadat zij geheimhoudingsverklaringen hebben getekend,

5.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

wijst het meer of anders gevorderde af,

5.4.

compenseert de kosten en wel aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 26 augustus 2016.1

Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen vier weken na de dag van de uitspraak. Het beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.

Als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft het al wel geldende werking zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.

1 type: 134 coll: