Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:1154

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-02-2016
Datum publicatie
15-02-2016
Zaaknummer
1580029215
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling reeks van feiten. Vrijspraak ondanks aanwezigheid DNA verdachte op verplaatsbare objecten in of nabij plaats delict.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/800231-15 + 15/800292-15 (ttz gev) + 15/703124-13 (ttz gev.) + 15/011240-14 (ttz gev) (P)

Uitspraakdatum: 15 februari 2016

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 november 2015 en 1 februari 2016 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, op de terechtzitting van 10 november 2015 gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.A. van den Heuvel en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.J. Lieftink, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 15/800231-15:

Feit 1:

hij op of omstreeks 24 mei 2015 te Alkmaar te omstreeks 05.03 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, - de tuin van de woning van die [benadeelde 1] is binnen gegaan en/of (vervolgens) - het slot van de in die tuin staande schuur heeft verbroken/geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2:

hij op of omstreeks 24 mei 2015 te Alkmaar, een ambtenaar, [benadeelde 2] (politieagent van de politie Eenheid Noord-Holland), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door (met kracht) een fiets tegen het lichaam van

die [benadeelde 2] te gooien;

Feit 3:

hij op of omstreeks 24 mei 2015 te Alkmaar, twee, althans een ambtena(a)r(en), (te weten) [benadeelde 3] en/of H. [benadeelde 4] (respectievelijk brigadier en agent van de politie Eenheid Noord-Holland), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening heeft mishandeld door hen (met kracht) (met gebalde vuist) in het gezicht althans tegen het hoofd te stompen/slaan;

Feit 4:

hij op of omstreeks 31 december 2014 te Oudorp, gemeente Alkmaar, om (ongeveer) 04.50 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan [adres 1] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een playstation 4 en/of Wii U en/of een Controller en/of een televisie (merk Samsung) en/of een fotocamera (merk Canon) en/of een of meer sieraad/sieraden en/of speelgoed en/of bestek en/of gereedschap en/of identiteitspapieren en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Feit 5:

hij op of omstreeks 31 december 2014 te Oudorp, gemeente Alkmaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Ford Fiesta, kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

Feit 6:

hij in of omstreeks de nacht van 7 maart 2015 op 8 maart 2015 te Bergen (NH) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans een of meer koffer(s) (gevuld met bouten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Feit 7:

hij op of omstreeks 24 september 2015 te Alkmaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen gereedschap (waaronder meetapparatuur van het merk Makita en/of Lazerliner)

en/of een of meer afstandsbediening(en) en/of een sleutelbos en/of een stofzuiger), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

parketnummer 15/800292-15

hij op of omstreeks 12 juli 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, 6 wikkel(s) amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 50 strip(s) LSD, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende d-lysergzuurdiethylamide en/of 22 xtc-pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde Amfetamine en/of d-lysergzuurdiethylamide en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

parketnummer 15/011240-14

Feit 1:

hij op of omstreeks 7 januari 2014 te Alkmaar, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) betrokken bij een verkeersongeval en/of door wiens gedraging een verkeersongeval veroorzaak is, op de Visserstraat, de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan

een ander letsel en/of schade was toegebracht;

Feit 2:

hij op of omstreeks 07 januari 2014 te Alkmaar, op de weg, de Nieuwe Schermerweg, als bestuurder van een voertuig een personenauto, heeft gereden, terwijl hij, verdachte, verkeerde onder invloed van cocaïne, amfetamine en/of THC,

ter hoogte van de Leeghwaterbrug op de autoweg N242, met een snelheid van ongeveer 95 km/h heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 km/h, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/of

(vervolgens) met door hem, verdachte, bestuurde voertuig niet aan het stopteken van een als zodanig opvallend dienstvoertuig voldaan heeft, immers heeft hij, verdachte, met verhoogde snelheid weggereden, en of

(vervolgens) op de autoweg de N242 de afslag richting de Bestevaerstraat is opgereden en aan het einde van de uitvoegstrook zijn voertuig terug de autoweg de N242 op stuurde, waarbij hij, verdachte, met zijn voertuig het divergentiepunt gelegen tussen de uitvoegstrook en de autoweg de N242 heeft overschreden, en/of

(vervolgens) op de autoweg de N242 en/of de rijksweg A9, welke weg bestond uit twee rijstroken, slingerend en/of ongecontroleerd zijn voertuig bestuurde, ten gevolge waarvan hij, verdachte, zowel op de rijstrook voor de afslag naar het verkeersplein Kooimeer en op een rijstrook richting de rijksweg A9 heeft gereden, en/of

(vervolgens) op het verkeersplein Kooimeer en (vervolgens) op de Vondelstraat, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij (met onverminderde snelheid) doorgereden, en/of

(vervolgens) op de Frederik Hendriklaan, met een snelheid van tenminste 70 km/h heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en/of

(vervolgens) op de Frederik Hendriklaan, met een hoge snelheid, zonder af te remmen, over de verkeersdrempels heeft gereden, en/of (vervolgens) op de kruising van het Frederik Hendriklaan met de Willem de Zwijgerlaan, zonder af te remmen de kruising rechtdoor over reed, waarbij verdachte op de kritieke momenten niet de vereiste handelingen kon

verrichten, ten gevolge waarvan de verdachte meerdere verkeersdeelnemers op die kruising geen voorrang heeft verleend, en/of

(vervolgens) op de Abraham Kuyperlaan rechtsaf de Visserstraat in reed, waarbij hij, verdachte, tegen een of meerdere verkeerspalen en/of een stenen muur (afscheiding) van een hoekwoning aanreed, ten gevolge waarvan zijn voertuig tot stilstand kwam,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg/wegen werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg/wegen werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

parketnummer 15/703124-13

hij op of omstreeks 31 december 2012 in de gemeente Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een dvd-monitor van het merk Salona, althans een monitor, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf Hema, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 8] . [benadeelde 8] , medewerkster van het winkelbedrijf Hema, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

- verdachte als bestuurder plaats heeft genomen in een groene (personen)auto van het merk Renault Twingo (voorzien van het kenteken [kenteken 2] ) en/of

- ( vervolgens) met die auto (met aanmerkelijke snelheid) is gaan rijden terwijl die [benadeelde 8] naast het portier van de bestuurderszijde, althans dicht bij die auto stond en/of

- ( vervolgens) met die auto die [benadeelde 8] heeft geraakt en/of meegesleurd, en/of meegetrokken, waardoor die [benadeelde 8] ten val is gekomen en een gebroken kaak en/of een gebroken pink, althans letsel, heeft bekomen

en/of

hij op of omstreeks 31 december 2012 in de gemeente Alkmaar opzettelijk een medewerkster van het winkelbedrijf Hema (te weten [benadeelde 8] . [benadeelde 8] ) heeft mishandeld door

- als bestuurder plaats te nemen in een groene(personen)auto van het merk Renault Twingo (voorzien van het kenteken [kenteken 2] ) en/of

- ( vervolgens) te gaan rijden met die auto terwijl die [benadeelde 8] naast het portier van de bestuurderszijde, althans dicht bij die auto stond en/of

- ( vervolgens) met die auto die [benadeelde 8] te raken en/of mee te sleuren en/of mee te trekken ten gevolge waarvan die [benadeelde 8] ten val is gekomen waardoor zij letsel(een gebroken kaak en/of een gebroken pink) heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot partiële vrijspraak van het onder parketnummer 15/800292-15 ten laste gelegde bezit en vervoer van LSD en tot bewezenverklaring van het bezit en vervoer van Amfetamine en XTC. Daarnaast heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring van de overige aan verdachte ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit overeenkomstig de inhoud van zijn aan het proces-verbaal van de zitting gehechte pleitnota en heeft zich hierbij ten aanzien van het onder parketnummer 15/800231-15 feit 1, parketnummer 15/011240-14 feit 1 en feit 2 en het onder parketnummer 15/800292-15 ten laste gelegde, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder parketnummer 15/703124-13 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de diefstal van de monitor wettig en overtuigend kan worden bewezen maar dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde geweld tegen de medewerkster van de Hema. De raadsman heeft dienaangaande bepleit dat verdachte in de hectiek van de gebeurtenissen weliswaar onvoorzichtig heeft gehandeld, maar dat niet kan worden gesteld dat hierbij sprake was van het plegen van geweld met het bewuste oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij zich het bezit van het gestolene te verzekeren. Er is volgens de raadsman sprake van een ongeluk.

De raadsman heeft voorts bepleit dat verdachte ten aanzien van de onder 2 tot en met 7 in de zaak met parketnummer 15/800231-15 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Hij heeft hieromtrent – kort gezegd – het navolgende aangevoerd.

Feit 2:

Ten aanzien van de ten laste gelegde mishandeling van de verbalisant [benadeelde 2] zijn in het dossier weliswaar voldoende wettige bewijsmiddelen voorhanden, maar ontbreekt volgens de raadsman de overtuiging dat verdachte een fiets heeft gegooid tegen het lichaam van deze verbalisante. De raadsman neemt hierbij de verklaring van verdachte, dat hij nadat hij op een fiets werd staande gehouden is afgestapt en vervolgens die fiets in de richting van de verbalisant heeft geduwd en er vandoor is gegaan, als uitgangspunt.

Feit 3:

Ten aanzien van de ten laste gelegde mishandelingen van de verbalisanten [benadeelde 3] en [benadeelde 4] stelt de raadsman zich op het standpunt dat het opzet op deze mishandelingen ontbreekt omdat verdachte, nadat hij door verbalisanten twee keer in zijn gezicht was gespoten met pepperspray, op slag niets meer zag en tijdens zijn vlucht in paniek met zijn armen om zich heen is gaan zwaaien, waarbij hij kennelijk de verbalisanten heeft geraakt.

Feiten 4 en 5:

Weliswaar is het DNA van verdachte aangetroffen in handschoenen die zich bevonden in de zakken van een in de schuur behorende bij de woning aangetroffen jas, maar niet kan worden vastgesteld dat deze handschoenen en/of deze jas tijdens de inbraak in de schuur terecht gekomen zijn, noch kan worden uitgesloten dat deze handschoenen en/of deze jas tijdens de inbraak door een ander zijn gedragen. Ook overigens is er geen aanvullend bewijsmateriaal in het dossier voorhanden waaruit de betrokkenheid van verdachte bij deze inbraak blijkt.

Feit 6:

Evenals ten aanzien van de feiten 4 en 5 is opgemerkt, heeft te gelden dat verdachte, gelet op het aantreffen van zijn DNA, weliswaar de in de omgeving van de plaats van het delict aangetroffen handschoenen mogelijk een keer heeft gedragen, maar dat niet kan worden uitgesloten dat een ander deze handschoenen daar, al dan niet ten tijde van het delict, heeft gedragen en deze daar heeft achtergelaten. Daarbij komt volgens de raadsman dat een daderrelatie met deze handschoenen ontbreekt nu de handschoenen niet op de plaats van het delict zijn aangetroffen, maar een flink eind daarvandaan. Ook overigens is er geen ondersteunend bewijs waaruit de betrokkenheid van verdachte bij deze diefstal blijkt.

Feit 7:

Weliswaar zijn de bij de inbraak weggenomen goederen aangetroffen bij verdachte, maar op grond van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte, al dan niet samen met anderen, betrokken is geweest bij de inbraak, aldus de raadsman.

3.3.

Vrijspraak

Parketnummer 15/800231-15

Feit 3
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de verbalisant [benadeelde 3] heeft mishandeld zoals onder 3 ten laste is gelegd. De rechtbank is van oordeel dat verbalisant [benadeelde 3] met betrekking tot deze mishandeling tegenstrijdig heeft verklaard. In zijn proces-verbaal van bevindingen relateert hij dat hij door verdachte door het open vizier van zijn motorhelm in het gezicht is geslagen. In zijn getuigenverklaring tegenover de rechter-commissaris echter verklaart hij wel over de moeizame aanhouding van verdachte en dat verdachte zijn collega [benadeelde 4] een vuistslag heeft gegeven, maar verklaart hij niet dat hij ook zelf door verdachte is geslagen. Ook de overige ter plaatse aanwezige politieambtenaren, die gedetailleerd hebben geverbaliseerd over de achtervolging en de aanhouding van verdachte, hebben niet gezien dat verbalisant [benadeelde 3] door verdachte is geslagen. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging onder feit 3.

Feiten 4 t/m 6

De rechtbank is voorts van oordeel dat hetgeen verdachte onder de feiten 4, 5 en 6 ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en dat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat bij deze feiten weliswaar het DNA van verdachte is aangetroffen in handschoenen die zijn gevonden op of in de nabijheid van de plaats van het delict, maar dat – hoewel dit in beginsel een aanwijzing vormt voor de betrokkenheid van verdachte – het louter aantreffen van dit DNA niet voldoende is om te komen tot het wettig en overtuigend bewijs van deze feiten. De rechtbank heeft bij haar overwegingen hieromtrent betrokken dat handschoenen zogenaamde overdraagbare objecten zijn en niet uitgesloten kan worden dat een ander de handschoenen ten tijde van het plegen van de strafbare feiten heeft gedragen, dan wel deze daar alsdan heeft achtergelaten.

Ten aanzien van de feiten 4 en 5 merkt de rechtbank bovendien nog op dat de handschoenen zijn aangetroffen in een jas in een schuur bij de woning waarin is ingebroken. Op die jas zijn geen sporen aangetroffen. Zodoende kan niet worden vastgesteld dat verdachte de jas heeft gedragen en evenmin dat verdachte tijdens de inbraak de handschoenen heeft gedragen. Niet kan met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat een ander op dat moment de jas heeft gedragen en achtergelaten.


Ten aanzien van de handschoenen die zijn aangetroffen door de aangever van de diefstal, zoals ten laste gelegd onder feit 6, acht de rechtbank van belang dat in één van deze handschoenen een DNA mengprofiel is aangetroffen en dat deze handschoenen zijn aangetroffen op enige afstand van de plaats van het delict.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder parketnummer 15/800231-15 onder feit 1 en de onder parketnummer 15/800292-15 en parketnummer 15/011240-14 onder feit 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

parketnummer 15/800231-15, feit 1:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] d.d. 24 mei 2015 (dossierpagina 23 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde 2] d.d. 24 mei 2015 (dossierpagina 28 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde 3] d.d. 24 mei 2015 (dossierpagina 34 e.v.).

parketnummer 15/800292-15:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 13 juli 2015 (dossierpagina 13 en 14);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 12 juli 2015 (dossierpagina 19);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 12 juli 2015 (dossierpagina 15);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 4] met bijlagen d.d. 13 oktober 2015 (separaat proces-verbaal).

parketnummer 14/011240-14, feit 1 en feit 2:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] d.d. 8 januari 2014 (dossierpagina 6 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] d.d. 7 januari 2014 (dossierpagina 20 e.v.);

  • -

    een schriftelijk bescheid, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 29 januari 2014 (dossierpagina 48 e.v.).

De rechtbank komt eveneens tot bewezenverklaring van de onder parketnummer 15/800231‑15, ten laste gelegde feiten 2, 3 (voor zover dit ziet op de mishandeling van verbalisant [benadeelde 4] ), en 7, en de onder parketnummer 15/703124-13 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Parketnummer 15/800231-15

Feit 2:

Op 24 mei 2015 om 05.04 uur gaat de verbalisant [benadeelde 2] ter plaatse naar aanleiding van een melding van een inbraak op heterdaad aan de [adres 2] in Alkmaar. Om 05.22 uur hoort de verbalisant van een hondengeleider dat verdachte zich mogelijk op de Achterweg in Alkmaar bevindt. Verbalisant [benadeelde 2] ziet vervolgens in het weiland een persoon lopen die voldoet aan het signalement van verdachte. Nadat de verbalisant verdachte had aangeroepen, is verdachte vanaf het land via de uitrit van de woning aan de [adres 3] op de verbalisant toegelopen. De verbalisant roept tegen verdachte dat hij is aangehouden en dat hij op zijn knieën moet gaan zitten. Op het moment dat verdachte zijn knieën buigt om naar de grond te gaan, loopt de verbalisant op verdachte af. Op dat moment ziet zij dat verdachte een fiets oppakt en deze fiets met twee handen naar haar toegooit. Verbalisant kan de fiets afweren, waarbij zij haar linkerduim kneust en hierdoor pijn ondervindt2. Verbalisant [benadeelde 2] heeft aangifte gedaan van mishandeling3.

Verbalisant [benadeelde 3] is eveneens ter plaatse. Hij ziet dat zijn collega [benadeelde 2] de verdachte aanspreekt en ziet vervolgens dat verdachte een fiets optilt en deze met twee handen boven zijn hoofd opheft en met kracht naar zijn collega [benadeelde 2] gooit. Hij ziet dat [benadeelde 2] de fiets met twee handen afweert4. Verbalisant [benadeelde 3] bevestigt als getuige tegenover de rechter-commissaris dat hij heeft gezien dat verdachte met kracht een fiets naar verbalisant [benadeelde 2] gooide5.

De verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 9] komen eveneens ter plaatse. Verbalisant [verbalisant 9] hoort van [benadeelde 2] dat verdachte een fiets naar haar heeft gegooid. Verbalisant [verbalisant 9] ziet dat de duim van collega [benadeelde 2] er opgezwollen uitziet6.

Feit 3:

Op 24 mei 2015 omstreeks 05.00 uur komt verbalisant H. [benadeelde 4] ter plaatse naar aanleiding van een melding van een poging tot inbraak aan de [adres 2] in Alkmaar. De verbalisant hoort dat de verdachte een tuin is ingelopen van een woning aan de [adres 4] in Alkmaar. Hij hoort in de tuin een schermutseling en als hij gaat kijken ziet hij een man op zich af komen lopen. Hij ziet dat de man op hem af komt rennen en spuit daarop pepperspray in de richting van het hoofd van de man. Vervolgens voelt hij dat hij door de man met de vuist tegen zijn rechteroog wordt geslagen7. Verbalisant [benadeelde 4] doet op 24 mei 2015 aangifte van mishandeling8. Verbalisant [benadeelde 4] herhaalt als getuige tegenover de rechter-commissaris dat hij door verdachte is geslagen9.

De verbalisant [benadeelde 3] is eveneens ter plaatse. Hij ziet dat verdachte de verbalisant [benadeelde 4] een vuistslag in het gezicht geeft10. [benadeelde 3] bevestigt als getuige tegenover de rechter-commissaris dat hij heeft gezien dat verdachte zijn collega [benadeelde 4] een vuistslag gaf en dat [benadeelde 4] samen met verdachte op de grond is gevallen11.

Feit 7:

Op 24 september 2015 omstreeks 02.10 uur ziet de getuige [getuige 1] vanuit zijn woning aan de [adres 5] in Alkmaar een drietal mannen voor zijn woning staan. Hij ziet dat deze mannen het pad bij de woning van zijn buurman aan de [adres 6] oplopen en ziet hen vervolgens weer teruglopen naar de weg. Even later ziet hij één van deze mannen, een man met oranje gekleurde schoenen, wederom het pad van zijn buurman oplopen. Vervolgens ziet de getuige de politie aan komen rijden en ziet hij dat de man met de oranje schoenen zich achter een auto verstopt12.

Naar aanleiding van een melding op 24 september 2015 te 02.16 uur van een verdachte situatie van drie personen die rond woningen lopen, komen de verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 11] op 24 september 2015 om 02.21 uur ter plaatse aan de [adres 7] in Alkmaar. Verbalisant [verbalisant 10] ziet een persoon van het erf van de woning aan de [adres 6] of 58 komen lopen. Verbalisant ziet dat deze persoon oranje sportschoenen aan heeft. Verbalisanten zien dat hij een bezweet hoofd heeft. Bij een identiteitsfouillering treffen verbalisanten in de zakken van de jas van verdachte meerdere gereedschappen en sleutels aan, waaronder twee lasers van de merken Makita en Laserliner, een sleutelbos met daaraan een zwarte afstandsbediening met groene knop en een grijskleurige afstandsbediening van het merk Novoferm. Op vragen van verbalisanten antwoordt de verdachte dat hij is genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]13.

Op 24 september 2015 doet [benadeelde 7] aangifte van diefstal uit zijn bedrijfsbus van een stofzuiger, merk Festool, een meetapparaat van het merk Makita, een meetapparaat van het merk Laserliner, een afstandsbediening van de garage van het merk Novoferm en een bos sleutels met daaraan een zwart kastje met groene knop. [benadeelde 7] maakt melding van het feit dat de weggenomen stofzuiger door verbalisanten is aangetroffen in de groenstrook tegenover zijn woning14.

Parketnummer 15/703124-13:

Op 31 december 2012 doet [benadeelde 8] . [benadeelde 8] namens zichzelf en namens de Hema aan de [adres 8] aangifte van diefstal met geweld. Op 31 december 2015 omstreeks 09.35 uur staat zij buiten met een collega te roken en ziet zij een man richting de Hema lopen. Drie tot vier minuten later ziet zij de man weer terug komen lopen uit de Hema met een monitor onder zijn arm. [benadeelde 8] ziet dat de man met versnelde pas loopt. [benadeelde 8] ziet vervolgens de man naar een kleine groene auto lopen en achter het stuur van deze auto plaatsnemen. Aangeefster vertrouwt het niet, roept haar collega’s en is vervolgens voor de groene auto gaan staan. Op het moment dat de auto achteruit rijdt, is aangeefster naast de auto gaan staan en wil zij het bestuurdersportier openen. Zij ziet daarbij dat de man achter het stuur haar aankijkt en opeens vol gas weg rijdt. De aangeefster wordt naar zij vermoed geraakt door de spiegel van de auto en zij valt vervolgens hard op de straat. De aangeefster voelt meteen pijn in haar kaak15.

Op 31 december 2012 omstreeks 09.45 uur krijgt verbalisant [verbalisant 12] de melding dat er een winkeldiefstal zou hebben plaatsgevonden in de Hema aan de [adres 8] te Alkmaar. De verdachte zou zijn gevlucht in een groene Renault Twingo en een medewerkster van de Hema zou zijn aangereden. Verbalisant krijgt van de meldkamer door dat het kenteken van de Renault [kenteken 2] moet zijn en dat dit kenteken op naam staat van [verdachte] . Ter plaatse treft verbalisant het slachtoffer [benadeelde 8] aan. Zij heeft letsel aan haar gelaat en schaafwonden op haar handen16.

Op 31 december 2012 is aangeefster [benadeelde 8] onderzocht door de kaakchirurg, waarbij is vastgesteld dat de aangeefster onder meer een gebroken kaakkop en een gebroken pink heeft opgelopen17.

De getuige [getuige 2] is op 31 december 2012 omstreeks 09.30 uur aan het werk in de Hema. Op dat moment ziet hij een man met een monitor onder zijn arm naar buiten lopen en hoort hij het alarm afgaan. Hij ziet vervolgens dat de man met de monitor naar buiten rent en in een groene Renault Twingo stapt.18 Hij ziet dat zijn collega [benadeelde 8] links naast de auto staat en dat zij met haar handen de linkerbuitenspiegel vast heeft. Hij ziet en merkt dat de auto ineens hard achteruit rijdt, waardoor hij zelf snel aan de kant moet springen. Hij roept op dat moment nog tegen [benadeelde 8] dat zij de spiegel moet loslaten. Vervolgens ziet hij dat de auto hard vooruit rijdt en dat zijn collega, kennelijk door de linker buitenspiegel, zeker drie meter met de auto wordt meegesleurd naar voren. Vervolgens ziet hij haar met haar gezicht naar de grond op straat vallen.19

Verdachte heeft op de terechtzitting erkend dat hij de diefstal van de monitor heeft gepleegd. Hij is met de monitor naar buiten gerend en is in zijn auto gestapt20.

3.5.

Bewijsoverweging

Ten aanzien van parketnummer 15/703124-13:

Namens verdachte heeft de raadsman bepleit dat verdachte in de hectiek van de gebeurtenissen weliswaar onvoorzichtig heeft gehandeld, maar dat niet kan worden gesteld dat hierbij sprake was van het plegen van geweld met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. Er is volgens de raadsman slechts sprake van een ongeluk.

De rechtbank is van oordeel dat het betoog van de raadsman niet kan worden gevolgd. Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, die bovendien worden versterkt door de verklaring van de getuige [getuige 3]21, die ten tijde van de aanrijding als passagier in de auto van verdachte zat, is de rechtbank van oordeel dat verdachte, nadat hij op heterdaad was betrapt op de diefstal van de monitor, met zijn auto hard is weggereden terwijl hij wist dat personeel van de Hema zeer dicht naast zijn auto stond. Door zijn handelen heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans voor lief genomen dat één of meer van deze Hema-medewerkers zouden worden geraakt door zijn auto, hetgeen ook daadwerkelijk is gebeurd. Verdachte had bij het wegrijden slechts één doel voor ogen, te weten om na zijn betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en zich het bezit van de gestolen monitor te verzekeren.

Ten aanzien van parketnummer 15/800231-15, feit 3

De verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd dat hij, verblind en in paniek door de pepperspray, wellicht per ongeluk de verbalisant heeft geraakt, schuift de rechtbank terzijde. De rechtbank overweegt dienaangaande dat wat hier ook van zij, verdachte door zich te onttrekken aan zijn aanhouding zich zelf in een situatie heeft gebracht dat verbalisanten zich genoodzaakt zagen om de pepperspray te hanteren. Verdachte heeft zich hierdoor in ieder geval in voorwaardelijke zin schuldig gemaakt aan opzettelijke mishandeling van de verbalisant.

Ten aanzien van parketnummer 15/800231-15, feit 7

De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte vrijwel direct na de diefstal in de directe nabijheid van de plaats van het delict is aangehouden, het ervoor moet worden gehouden dat verdachte de bij hem aangetroffen goederen heeft ontvreemd. De eerst ter terechtzitting afgelegde, niet verifieerbare verklaring van verdachte dat hij de goederen heeft gekregen van twee mannen die hij alleen bij hun voornaam kent, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. De rechtbank heeft bij haar overwegingen op dit punt nog betrokken dat, uitgaande van de verklaring van verdachte, de door hem genoemde mannen zelf geen enkel voordeel aan de diefstal zouden hebben overgehouden nu alle in de aangifte genoemde goederen bij verdachte zijn aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat niet bewezen kan worden dat sprake is van medeplegen. Weliswaar zijn door een getuige drie mannen gezien, onder wie verdachte, maar op grond van de stukken in het dossier is niet vast te stellen dat de andere twee mannen betrokken zijn geweest bij de diefstal uit de bedrijfsbus.

3.6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 15/800231-15 onder feit 1, 2, 3 en 7 en de onder parketnummer 15/800292-15, onder parketnummer 15/011240‑14, feit 1 en 2 en onder parketnummer 15/703124-13 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

parketnummer 15/800231-15:

Feit 1:

hij op 24 mei 2015 te Alkmaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goed(eren), toebehorende aan [benadeelde 1] ,

- de tuin van de woning van die [benadeelde 1] is binnen gegaan en vervolgens

- het slot van de in die tuin staande schuur heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2:

hij op 24 mei 2015 te Alkmaar, een ambtenaar, [benadeelde 2] (politieagent van de politie Eenheid Noord-Holland), gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door met kracht een fiets tegen het lichaam van die [benadeelde 2] te gooien;

Feit 3:

hij op 24 mei 2015 te Alkmaar, een ambtenaar, te weten H. [benadeelde 4] (agent van de politie Eenheid Noord-Holland), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door hem met kracht met de vuist in het gezicht te stompen;

Feit 7:

hij op 24 september 2015 te Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen gereedschap, waaronder meetapparatuur van het merk Makita en Lazerliner en afstandsbedieningen en een sleutelbos en een stofzuiger, toebehorende aan [benadeelde 7] ;

parketnummer 15/800292-15

hij op 12 juli 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk, opzettelijk heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad, 6 wikkels amfetamine en 22 xtc-pillen, zijnde Amfetamine en MDMA;

parketnummer 15/011240-14

Feit 1:

hij op 7 januari 2014 te Alkmaar, als bestuurder van een personenauto, door wiens gedraging een verkeersongeval veroorzaakt is, op de Visserstraat, de plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist, aan een ander schade was toegebracht;

Feit 2:

hij op 7 januari 2014 te Alkmaar, op de weg, de Nieuwe Schermerweg, als bestuurder van een personenauto, heeft gereden, terwijl hij, verdachte, verkeerde onder invloed van cocaïne, amfetamine en THC, en waarbij hij

ter hoogte van de Leeghwaterbrug op de autoweg N242, met een snelheid van ongeveer 95 km/h heeft gereden, althans met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 km/h, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en

vervolgens met het door hem, verdachte, bestuurde voertuig niet aan het stopteken van een als zodanig opvallend dienstvoertuig heeft voldaan en met verhoogde snelheid is weggereden, en

vervolgens op de autoweg de N242 de afslag richting de Bestevaerstraat opgereden en aan het einde van de uitvoegstrook zijn voertuig terug de autoweg N242 heeft opgestuurd, waarbij hij, verdachte, met zijn voertuig het divergentiepunt gelegen tussen de uitvoegstrook en de autoweg de N242 heeft overschreden, en

vervolgens op de autoweg de N242 en de rijksweg A9, welke weg bestond uit twee rijstroken, slingerend en ongecontroleerd zijn voertuig bestuurd, ten gevolge waarvan hij zowel op de rijstrook voor de afslag naar het verkeersplein Kooimeer als op een rijstrook richting de rijksweg A9 heeft gereden, en

vervolgens op het verkeersplein Kooimeer en vervolgens op de Vondelstraat, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij met onverminderde snelheid doorgereden, en

heeft hij vervolgens op de Frederik Hendriklaan, met een snelheid van tenminste 70 km/h gereden, althans met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en

is hij vervolgens op de Frederik Hendriklaan, met een hoge snelheid, zonder af te remmen, over de verkeersdrempels gereden, en vervolgens op de kruising van het Frederik Hendriklaan met de Willem de Zwijgerlaan, zonder af te remmen de kruising rechtdoor over gereden, waarbij verdachte op de kritieke momenten niet de vereiste handelingen kon verrichten, ten gevolge waarvan de verdachte meerdere verkeersdeelnemers op die kruising geen voorrang heeft verleend, en

is hij vervolgens op de Abraham Kuyperlaan rechtsaf de Visserstraat ingereden, waarbij hij, verdachte, tegen een verkeerspaal en een stenen muur (afscheiding) van een hoekwoning aanreed, ten gevolge waarvan zijn voertuig tot stilstand kwam,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die wegen werd veroorzaakt, en het verkeer op die wegen werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

parketnummer 15/703124-13

Feit 1:

hij op 31 december 2012 in de gemeente Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een dvd-monitor van het merk Salona, toebehorende aan het winkelbedrijf Hema, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [benadeelde 8] . [benadeelde 8] , medewerkster van het winkelbedrijf Hema, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat

- verdachte als bestuurder plaats heeft genomen in een groene personenauto van het merk Renault Twingo, voorzien van het kenteken [kenteken 2] en

- vervolgens met die auto met aanmerkelijke snelheid is gaan rijden terwijl die [benadeelde 8] dicht bij die auto stond en

- vervolgens met die auto die [benadeelde 8] heeft geraakt en heeft meegetrokken, waardoor die [benadeelde 8] ten val is gekomen en een gebroken kaak en een gebroken pink heeft bekomen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 15/800231-15:

Feit 1:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Feit 2 en feit 3, telkens:

Mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Feit 7:

Diefstal.

Parketnummer 15/800292-15:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod.

Parketnummer 15/011240-14:

Feit 1:

Overtreding van artikel 7, eerste lid onder a van de Wegenverkeerswet 1994.

Feit 2:

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Parketnummer 15/703124-13:

Diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake de bewezenverklaarde misdrijven zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 17 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat verdachte terzake de bewezenverklaarde overtreding zal worden veroordeeld tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 7 maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de aan verdachte onder parketnummer 15/800231-15, onder 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten en van de onder parketnummer 15/703124-13 ten laste gelegde geweldscomponent. Ten aanzien van de overige bewezen verklaarde feiten kan volgens de raadsman worden volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf, gelijk aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte dienen te worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere misdrijven. Een deel van deze misdrijven komt voort uit het vluchtgedrag van verdachte na betrapping op heterdaad bij door verdachte gepleegde vermogensdelicten.

Nadat verdachte op heterdaad is betrapt op een poging tot inbraak in een schuur, waarbij hij de benadeelde schade heeft berokkend, heeft verdachte de vlucht genomen en aanwijzingen van politieambtenaren niet opgevolgd. Verdachte is tijdens zijn vlucht zelfs zo ver gegaan dat hij twee politieagenten heeft mishandeld om zo aan zijn aanhouding te ontkomen. Niet alleen heeft verdachte door zijn handelen pijn en letsel toegebracht bij de betrokken politieambtenaren, maar bovendien heeft hij hierbij geen enkel respect getoond voor het openbaar gezag.

Soortgelijk gedrag heeft verdachte ook laten zien na een diefstal in de Hema. Na opnieuw op heterdaad betrapt te zijn, trachtte verdachte wederom aan zijn aanhouding te ontkomen en heeft hij met zijn auto een medewerkster van de Hema ten val gebracht. Door zijn handelen heeft hij niet alleen pijn en letsel veroorzaakt bij de betrokken winkelmedewerkster, maar heeft hij ook gevoelens van onrust en onveiligheid bij die medewerkster aangewakkerd, alsmede bij haar collega’s en het winkelend publiek.

Daarnaast heeft verdachte een hoeveelheid harddrugs in zijn bezit gehad. Dit zijn voor de gebruikers daarvan gevaarlijke stoffen die de volksgezondheid ernstig in gevaar kunnen brengen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 5 januari 2016, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder terzake van vermogens- en geweldsdelicten onder meer tot vrijheidsbenemende straffen onherroepelijk is veroordeeld.

Dit heeft verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

- de over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapportages van 30 juni 2015 en 21 september 2015 opgemaakt door de heer J.S. Hoogland, als reclasseringswerker verbonden aan GGZ reclassering Palier.

Deze rapportages houden onder meer in als conclusie en advies:

De heer [verdachte] slaagt er niet in om te komen tot een voldoende mate van stabiliteit in zijn

leven. Het ontbeert de heer [verdachte] een officieel woonadres. Betrokkene geniet geen regulier

inkomen, heeft geen reguliere dagbesteding en geen geldig identificatiebewijs en er is sprake van financiële problematiek. Er zijn aanwijzingen voor het bestaan van ADHD alsmede een

persoonlijkheidsstoornis. Er is sprake van afhankelijkheid van cannabis en amfetaminen

alsmede van misbruik van alcohol.

GGZ reclassering Palier merkt op dat betrokkene zich al jarenlang niet of nauwelijks inzet om te komen tot gedragsverandering. Betrokkene heeft ervoor gekozen om zich te onttrekken aan contacten met instanties en is door laatstgenoemde niet te traceren.

GGZ reclassering Palier vermoedt dat de mate van onmacht hoog is. Derhalve heeft de

reclassering zich extra ingezet om te komen tot een gedegen plan van aanpak teneinde

betrokkene te bewegen om te komen tot gedragsverandering. De houding van betrokkene

maakt dat GGZ reclassering Palier haar onderzoek niet heeft kunnen afronden en niet is

gekomen tot het opstellen van een plan van aanpak.

GGZ reclassering Palier acht de kans groot dat de heer [verdachte] in de toekomst opnieuw in

aanraking komt met justitie gelet op de voorgeschiedenis (UJD). Meer specifieke factoren die de kans op recidive doen toenemen zijn: (enige) psychische problematiek, het gebruik van drugs en alcohol, het ontbreken van een officieel woonadres, niet de beschikking over een regulier inkomen, financiële problematiek en contacten met een negatief sociaal netwerk.

GGZ reclassering Palier concludeert op basis van haar onderzoek dat diagnostisch onderzoek, gevolgd door begeleiding en behandeling is geïndiceerd.

Gelet op de levensgeschiedenis van de heer [verdachte] , alsmede gelet op de in deze rapportage

beschreven criminogene factoren, is niet uitgesloten dat een langdurig verblijf in een kliniek

is geïndiceerd. Er zijn verschillende factoren die maken dat de kans dat de heer [verdachte] zich zal conformeren aan (bijzondere) voorwaarden minimaal is. Betrokkene neemt niet of in beperkte verantwoordelijkheid voor de feiten. De heer [verdachte] liegt meermaals tijdens de gesprekken met GGZ reclassering Palier en is onvoldoende afsprakentrouw. Betrokkene geeft te kennen dat hij het gebruik van drugs zal continueren. Er is tevens sprake van onvoldoende lijdensdruk. En een sterk verhoogde behoefte aan autonomie. Als gevolg van het ontbreken van een officieel woonadres alsmede een postadres is de heer [verdachte] slechts telefonisch te bereiken.

Derhalve concludeert GGZ reclassering Palier dat gedragsbeïnvloeding binnen een justitieel kader op dit moment niet mogelijk is.

Gelet op bovenstaande rest GGZ Reclassering Palier niets anders dan de Rechtbank te

adviseren om over te gaan tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

Met betrekking tot de strafmaat heeft de rechtbank behoudens met de voor de verschillende feiten gehanteerde oriëntatiepunten, voorts rekening gehouden met de ouderdom van sommige van de feiten, de hoeveelheid feiten en met de ogenschijnlijk laconieke proceshouding van verdachte, die maar in zeer beperkte mate verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor zijn handelen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur passend en geboden is.

6.4.

Bijkomende straffen

Ontzegging rijbevoegdheid

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde onder parketnummer 15/011240-14, feit 2 de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen dient te worden ontzegd voor langere duur.

In het bijzonder heeft de rechtbank daarbij het volgende in aanmerking genomen.

Ook het bewezen verklaarde handelen van verdachte in de zaak met parketnummer 15/011240-14 kenmerkt zich door het vluchtgedrag van verdachte en de daarmee gepaard gaande strafbare feiten.

Na een stopteken van de politie is verdachte onder invloed van verdovende middelen met een auto op de vlucht geslagen en heeft hij op openbare wegen in en rond Alkmaar diverse verkeersovertredingen begaan. Gedurende de rit is hij, met een hogere snelheid dan ter plaatse is toegestaan, kruispunten over gereden, waarbij hij geen voorrang heeft gegeven aan overige verkeersdeelnemers en een tweetal rode verkeerslichten heeft genegeerd. Vervolgens is hij tegen een verkeerspaal en tegen een stenen afscheiding van een woning gereden, waarna hij is weggerend zonder zijn identiteit bekend te maken.

Verdachte heeft hiermee blijk gegeven van gevaarlijk en volstrekt onverantwoordelijk rijgedrag. Hij heeft door zijn handelen de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht. Het is slechts aan de oplettendheid van de overige verkeersdeelnemers te danken dat er geen ernstige ongelukken zijn gebeurd.

Verbeurdverklaring

De onder 2 en 3 op de beslaglijst genoemde in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een koevoet en een herenfiets, merk Batavus, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder parketnummer 15/800231-15 onder 1 bewezen verklaarde feit met betrekking tot de in beslag genomen koevoet, en het onder 2 bewezen verklaarde feit met betrekking tot de in beslag genomen fiets, is begaan.

7. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven fiets onder 10. en het onder verdachte inbeslaggenomen geldbedrag van € 380,- onder 1. op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen dienen te worden teruggegeven aan verdachte, aangezien verdachte redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen onder nummers 4 tot en met 9 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, dienen te worden teruggegeven aan de aangever [benadeelde 7] , wonende te [adres 6] , 1812 NB Alkmaar.

8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij J. [benadeelde 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 275,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder parketnummer 15/800231-15 ten laste gelegde feit onder 2 zou hebben geleden.

8.1.

standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen en dat daarnaast de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.

8.2.

standpunt van de raadsman

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, gelet op de door hem bepleite vrijspraak.

8.3.

oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot na te melden bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het onder parketnummer 15/800231-15 onder 2 bewezen verklaarde feit. Vergoeding van deze schade komt de rechtbank billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 200,-. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van deze vergoeding acht geslagen op hetgeen in soortgelijke zaken als vergoeding voor pijn en letsel pleegt te worden opgelegd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De benadeelde partij kan het deel van de vordering, dat tot niet-ontvankelijkheid heeft geleid, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: mishandeling gepleegd tegen een ambtenaar in functie] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij H. [benadeelde 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 200,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder parketnummer 15/800231-15 ten laste gelegde feit onder 3 zou hebben geleden.

9.1.

standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen en dat daarnaast de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.

9.2.

standpunt van de raadsman

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, gelet op de door hem bepleite vrijspraak.

9.3.

oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot na te melden bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het onder parketnummer 15/800231-15 onder 3 bewezen verklaarde feit. Vergoeding van deze schade komt de rechtbank billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 150,-. De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van deze vergoeding acht geslagen op hetgeen in soortgelijke zaken als vergoeding voor pijn en letsel pleegt te worden opgelegd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in zijn vordering ontvangen.

De benadeelde partij kan dat deel van de vordering, dat tot niet-ontvankelijkheid heeft geleid, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: mishandeling gepleegd tegen een ambtenaar in functie] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

10 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 125,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder parketnummer 15/800231-15 ten laste gelegde feit onder 3 zou hebben geleden.

10.1.

standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen en dat daarnaast de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.

10.2.

standpunt van de raadsman

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, gelet op de door hem bepleite vrijspraak.

10.3.

oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering, nu de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de mishandeling van verbalisant [benadeelde 3] .

11 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde 5] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.321,90 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van de onder parketnummer 15/800231-15 onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

11.1.

standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij moet worden toegewezen tot een bedrag van € 523,96, zijnde de schade met betrekking tot het vervangen van de sloten en de immateriële schade. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verhuiskosten geen direct verband hebben met het bewezenverklaarde, zodat de benadeelde partij voor dat deel van de vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard.

11.2.

standpunt van de raadsman

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, gelet op de door hem bepleite vrijspraak en sluit zich subsidiair aan bij hetgeen de officier van justitie heeft betoogd.

11.3.

oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering, nu de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van de feiten waar de vordering van de benadeelde partij betrekking op heeft.

12 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde 8] . [benadeelde 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.199,56 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder parketnummer 15/703124-13 ten laste gelegde zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

12.1.

standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en dat daarnaast de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.

12.2.

standpunt van de raadsman

De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, nu hij het aan verdachte ten laste gelegde geweld niet wettig en overtuigend bewezen acht. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat, indien de rechtbank het geweld wel wettig en overtuigend bewezen acht, slecht één maal de kosten met betrekking tot mondspoelmiddel voor vergoeding in aanmerking komen.

12.3.

oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de door [benadeelde 8] . [benadeelde 8] gevorderde schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder parketnummer 15/703124-13 ten laste gelegde bewezen verklaarde feit. Vergoeding van het bedrag aan materiële schade (€ 449,56) komt de rechtbank billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering.

De vordering ter zake van immateriële schade is als volgt onderbouwd:

Fysiek letsel: verwondingen in gezicht: licht litteken op kin, snee in onderlip met klein litteken, neus was gezwollen. Gebroken pink, drie weken hand in gips. Nu nog last bij veel belasting van de pink. Rechter kaakkopje was gebroken, drie weken enkel zeer vloeibaar voedsel, moeizaam praten. Uiteindelijk waren de kaken zes weken gefixeerd.

Een stuk van de linker hoektand boven was afgebroken, van een kies was glazuur afgebroken, er was ook een fractuur zichtbaar aan een kies. In juni 2013 kon benadeelde kaken nog niet goed openen en sluiten en werd zij nog gezien door de kaakchirurg.

Door het letsel kon benadeelde drie weken niet werken. Na zes weken werkte zij weer volledig. Eerste weken erg vermoeid.

Psychisch gevolg: benadeelde was erg geschrokken van het incident, heeft het gevoel niet meer op haar mensenkennis te kunnen vertrouwen, wat ook gevolgen heeft op haar werk. Maakt zich zorgen over haar kaak. Elke dag door haar spiegelbeeld bewust van letsel in gezicht omdat zij een scheefstand in haar gezicht ziet. Moet vaak naar ziekenhuis en tandarts. Benadeelde slaapt nog altijd niet zo goed.”

De vordering zal tot het gevorderde bedrag van € 2.750,- worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal met geweld] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

13 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde 9] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.068,54 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder parketnummer 15/703124-13 ten laste gelegde zou hebben geleden.

13.1.

standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen, nu [benadeelde 9] in de zaak met parketnummer 15/703124-13 niet kan worden aangemerkt als benadeelde partij.

13.2.

standpunt van de raadsman

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, nu er geen uittreksel van de Kamer voor Koophandel bij de vordering is bijgevoegd, zodat niet blijkt van een bestaande rechtspersoonlijkheid en omdat niet duidelijk is wie de gemachtigde is van de benadeelde partij.

13.3.

oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat een deel van de gevorderde schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder parketnummer 15/703124-13 bewezen verklaarde feit. Vergoeding van dit bedrag komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 199,- zijnde de schade met betrekking tot de bij het [benadeelde 9] weggenomen monitor.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank kan de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen. Niet valt in te zien dat de overige schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. Dat zou mogelijk anders worden door een nadere onderbouwing. Aanhouding van de strafzaak voor dat doel brengt echter een onevenredige belasting van het strafgeding met zich mee.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

14 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 33, 33a, 36f, 45, 57, 300, 304, 310, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht

Artikelen 2 en 10 van de Opiumwet

Artikelen 5, 7, 176, 177, 179 Wegenverkeerswet 1994

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

15 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 15/800231-15, onder 4, 5 en 6 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder parketnummer 15/800231-15 onder 1, 2, 3 en 7, onder parketnummer 15/800292-15, onder parketnummer 15/011240-14 onder 1 en 2 en onder parketnummer 15/703124-13 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 3.6 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt verdachte ter zake van parketnummer 15/011240-14 onder 2 tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen koevoet en herenfiets, merk Batavus, zoals vermeld onder de nummers 2 en 3 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 380,- en de inbeslaggenomen fiets ATB, zoals vermeld onder de nummers 1 en 10 op de lijst van inbeslaggenomen goederen.

Gelast de teruggave aan [benadeelde 7] , wonende te [adres 6] , 1812 NB Alkmaar van de inbeslaggenomen gereedschappen en sleutelbos, zoals vermeld onder de nummers 3 tot en met 9 op de lijst van inbeslaggenomen goederen.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij J. [benadeelde 2] geleden schade tot een bedrag van € 200,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan J. [benadeelde 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer J. [benadeelde 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 200,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij H. [benadeelde 4] geleden schade tot een bedrag van € 150,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan H. [benadeelde 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer H. [benadeelde 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 150,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 8] . [benadeelde 8] geleden schade tot een bedrag van € 3.199, 56, bestaande uit € 499,56 voor de materiële en
€ 2.750,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 8] . [benadeelde 8] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 8] . [benadeelde 8] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.199,56, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 41 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 9] geleden schade tot een bedrag van € 199,-, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 9] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 9] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 199,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in hun vordering.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van die voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de aan hem opgelegde gevangenisstraf.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. N. Cuvelier, voorzitter,

mr. L.J. Saarloos en mr. C.A.J. van Yperen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier G.A.M. Delis,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 februari 2016.

1 De hierna door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De in de voetnoten genoemde geschriften worden slechts gebruikt in combinatie met de overige bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde 2] d.d. 24 mei 2015, blz. 28 e.v.

3 Het proces-verbaal van aangifte door verbalisant [benadeelde 2] d.d. 24 mei 2015, blz. 26 e.v.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde 3] d.d. 24 mei 2015, blz. 34 e.v.

5 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [benadeelde 3] tegenover de rechter-commissaris d.d. 20 januari 2016.

6 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 9] d.d. 24 mei 2015, blz. 41 e.v.

7 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten H. [benadeelde 4] en [verbalisant 13] d.d. 24 mei 2015, blz. 38 e.v.

8 Het proces-verbaal van aangifte door verbalisant H. [benadeelde 4] d.d. 24 mei 2015, blz. 36.

9 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige H. [benadeelde 4] tegenover de rechter-commissaris d.d. 20 januari 2016.

10 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde 3] d.d. 24 mei 2015, blz. 34 e.v.

11 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [benadeelde 3] tegenover de rechter-commissaris d.d. 20 januari 2016.

12 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige J. [getuige 1] d.d. 24 september 2015, blz. 16 e.v. aanvullend proces-verbaal.

13 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 11] d.d. 24 september 2015, blz. 9 e.v. aanvullend proces-verbaal.

14 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 7] d.d. 24 september 2015, blz. 12 e.v. aanvullend pv.

15 Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 8] . [benadeelde 8] d.d. 2 januari 2013, blz. 15 e.v.

16 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 12] d.d. 20 februari 2013, blz. 11 e.v.

17 Een geschrift, zijnde de medische verklaring van de kaakchirurg d.d. 26 maart 2013 zoals die zich bevindt in de slachtoffermap.

18 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] d.d. 31 december 2012, blz. 25 e.v.

19 Het proces-verbaal van nader verhoor van de getuige [getuige 2] d.d. 5 april 2013, blz. 27 e.v.

20 De verklaring van verdachte op de terechtzitting van 1 februari 2016.

21 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3] d.d. 5 november 2014 (aanvullend pv).