Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:11420

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-12-2016
Datum publicatie
02-06-2017
Zaaknummer
AWB - 16 _ 2192
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2018:243, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor het oprichten van 16 woningen. In het vigerende bestemmingsplan heeft de grond de bestemming "Agrarisch". Op grond van een wijzigingsbevoegdheid zijn ter plaatse maximaal 14 woningen mogelijk. De vergunning is verleend met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo. Volgens eiseres is het project deels voorzien op haar grond. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering nu de gronden waar het om gaat volgens het Kadaster niet in eigendom aan een ander dan de aanvrager toebehoren. Ook de stelling dat de privacy van eiseres zo ernstig zal worden aangetast dat verweerder de gevraagde omgevingsvergunning niet in redelijkheid heeft kunnen verlenen, wordt verworpen. De afstand tussen haar woning en de dichtstbij beoogde nieuwe woningen bedraagt meer dan 30 meter. De stelling dat de toename van het verkeer als gevolg van de bouw van de woningen te veel hinder zal opleveren wordt evenmin gedeeld. Uit het verrichte geluidsonderzoek moet worden afgeleid dat de geldende geluidsnormen niet zullen worden overschreden.

Wetsverwijzingen
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 2.12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2792
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 16/2192

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2016 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, verweerder (gemachtigden: mr. A. Dijk-Ebbens en G. Bijlenga).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de besloten vennootschap MEER Vastgoed VOF, te Aalsmeer (gemachtigden: I.K. van Luling en H. Luling)

Procesverloop

Bij besluit van 14 maart 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van 16 woningen achter Hanepoel 15-17 te Zwaanshoek.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2016. Eiseres is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. Derde-partij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Het project voorziet in het oprichten van 16 grondgebonden woningen, inclusief bijbehorende parkeerplaatsen, openbaar groen en infrastructuur. Het project bestaat uit een blok van 10 eengezinswoningen, een blok van 4 eengezinswoningen en een 2-onder-1-kapwoning. Alle woningen worden ontsloten op een nieuw aan te leggen centrale straat die direct aansluit op de Hanepoel. Eiseres woont ten zuidwesten van het plangebied.

2. Ter plaatse vigeert op basis van het bestemmingsplan “Zwaanshoek” de bestemming “Agrarisch”. Het betreffende perceel is tevens voorzien van de aanduiding “Wro-zone - wijzigingsgebied 3”.

Niet in geschil is dat het project in strijd is met de bestemming “Agrarisch”. Evenmin is in geschil dat het project in strijd is met de genoemde aanduiding, nu het in 16 woningen voorziet, terwijl op grond van de wijzigingsbevoegdheid ter plaatse maximaal 14 woningen mogelijk zijn.

3. Verweerder heeft ten behoeve van het project met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) omgevingsvergunning verleend voor de activiteit gebruiken in strijd met het bestemmingsplan.

4. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo kan een omgevingsvergunning, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, slechts worden verleend, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

5. De beslissing om al dan niet omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteit gebruiken in strijd met het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wabo behoort tot de bevoegdheden van verweerder, waarbij verweerder beleidsvrijheid heeft en de rechter terughoudend moet toetsen, dat wil zeggen zich moet beperken tot de vraag of verweerder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen.

Naarmate de inbreuk op het geldende planologische regime groter is, moeten zwaardere eisen worden gesteld aan de ruimtelijke onderbouwing van het project.

Verweerder heeft aan het bestreden besluit de “Goede Ruimtelijke Onderbouwing “ZwanenMEER”. Hanepoel 15-17 Zwaanshoek” van derde-partij van februari 2015 ten grondslag gelegd.

6.1

Eiseres betoogt dat het project deels is voorzien op grond die haar in eigendom toebehoort. Volgens eiseres behoort de gehele sloot met een gedeelte grond/berm die aan de zijkant van het plangebied is gelegen aan haar toe. Blijkens de huidige kadastergrens is de sloot echter deels vergeven aan de eigenaar van het perceel met de kadastrale aanduiding [# 1] . Dit is onjuist. De fout berust mogelijk op een omschrijving in een notariële eigendomsakte. Eiseres heeft inmiddels een correctie-procedure bij het Kadaster aangevraagd, welke in behandeling is genomen.

6.2

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) (bijvoorbeeld de uitspraak van 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1274) is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo in de weg staat, slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit.

Volgens eveneens vaste rechtspraak van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1584) is in een geval als het onderhavige een privaatrechtelijke belemmering pas evident in vorenbedoelde zin, indien zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat het project is voorzien op gronden die in eigendom aan een ander toebehoren en die ander daarin niet berust en ook niet hoeft te berusten.

6.3

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering moet volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 6 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ0752) worden uitgegaan van de zich ten tijde van het nemen van het bestreden besluit voordoende feiten en omstandigheden.

Tussen partijen is niet in geschil, en ook de rechtbank stelt vast, dat uit de zich toen voordoende feiten en omstandigheden, meer in het bijzonder de stukken van het Kadaster, blijkt dat het gehele perceel waarop het project is beoogd aan derde-partij toebehoort en niet aan eiseres.

Dat eiseres, naar zij stelt, inmiddels een correctieprocedure bij het Kadaster is gestart, omdat volgens haar sprake is van een fout in de kadastrale gegevens, doet hieraan niet af.

6.4

Verweerder heeft zich gelet op het voorgaande terecht op het standpunt gesteld dat in dit geval ten tijde van het bestreden besluit geen sprake was van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan het verlenen van de omgevingsvergunning in de weg stond. De beroepsgrond slaagt niet.

7.1

Eiseres betoogt verder dat ten gevolge van het project inbreuk wordt gemaakt op haar privacy. De beoogde woningen staan volgens eiseres te dicht op haar eigendomsgrens. Nieuwe bewoners kunnen daaraan rechten ontlenen en bezwaar maken tegen eventuele toekomstige ontwikkelingen op de percelen van eiseres.

7.2

In het verweerschrift betoogt verweerder dat met de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid reeds is voorzien in 14 woningen ter plaatse. Het onderhavige project voorziet in 16 woningen. De afstand tussen de woningen en de woning van eiseres bedraagt meer dan 30 meter. Dat is volgens verweerder ruim voldoende om privacy te garanderen. Het is verweerder niet duidelijk op welke eventuele toekomstige ontwikkelingen eiseres doelt. Op de bestemmingsplankaart is op haar perceel dat het dichtst bij de te bouwen woningen ligt geen bouwvlak aangegeven, zodat daar niet zonder meer een woning mag worden gebouwd.

7.3

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de privacy van eiseres dermate ernstig wordt aangetast door verlening van de gevraagde omgevingsvergunning dat verweerder die niet in redelijkheid heeft kunnen verlenen. De afstand tussen de woning van eiseres en de dichtstbij beoogde nieuwe woningen bedraagt meer dan 30 meter. Tussen de woning van eiseres en het plangebied is het perceel met het kadastrale nummer [# 2] gelegen, welk perceel eveneens in eigendom is van eiseres. Op dat perceel bevindt zich thans geen woning van eiseres waarop zicht vanuit de nieuwe woningen bestaat. Op dat perceel kan blijkens het bestemmingsplan ook geen woning worden gebouwd, maar hoogstens bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwplannen op de percelen van eiseres die binnen het bestemmingsplan passen zullen de toekomstige bewoners van de nieuwe woningen moeten dulden.

7.4

Ook deze beroepsgrond slaagt niet.

8.1

Eiseres betoogt voorts dat zij hoogstwaarschijnlijk hinder en overlast zal ondervinden van het verkeer dat gebruik maakt van de toegangsweg naar de nieuw te bouwen woonwijk die naast haar erfgrens wordt gesitueerd. In de toekomst zal eiseres nog meer overlast gaan ondervinden van deze toegangsweg, nu er plannen zijn om deze weg ook te gebruiken als ontsluiting voor een ander, nieuw te bouwen woonwijkje.

8.2

Ter zitting heeft verweerder gesteld dat de toename van het aantal verkeersbewegingen op de rond de woning van eiseres gelegen wegen relatief beperkt zal zijn, vanwege de beperkte omvang van het project.

Ter zitting heeft verweerder voorts toegelicht dat onderzoek is verricht naar de geluidbelasting vanwege lawaai van verkeer van op de rond het plangebied gelegen wegen op de nieuw te bouwen woningen. De resultaten hiervan zijn neergelegd in het van de ruimtelijke onderbouwing deel uitmakende “Akoestisch onderzoek. Geluidbelasting op de gevels ten gevolge van het wegverkeerslawaai voor het realiseren van 16 eengezinswoningen van project tuindorp gelegen aan Hanepoel te Zwaanshoek” van 14 januari 2015 van VERSUS Bouwadvies. Uit dat onderzoek blijkt, aldus verweerder, dat ter plaatse van de dichtstbij de Bennebroekerweg gelegen nieuwe woning sprake zal zijn van een geluidbelasting van 40 dB(A), welke waarde 8 dB(A) onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) ligt. Volgens verweerder is het niet aannemelijk dat die voorkeursgrenswaarde bij de woning van eiseres wel zal worden overschreden, omdat de ligging van de woning van eiseres ten opzichte van de relevante wegen vergelijkbaar is met die van de nieuw te bouwen woningen waarop de berekening in het akoestisch onderzoek is gebaseerd.

8.3

De rechtbank ziet geen aanleiding verweerder niet te volgen in diens hiervoor onder 8.2 weergegeven uiteenzetting, welke uiteenzetting eiseres als zodanig ook niet heeft bestreden. In aanvulling daarop overweegt de rechtbank dat er tussen de berekende waarde bij de dichtst bij de Bennebroekerweg gelegen nieuwe woning van 40 dB(A) en de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) nog een relatief forse marge van 8 dB(A) zit. Ook gelet op die marge acht de rechtbank het niet aannemelijk dat bij de woning van eiseres (wel) sprake zal zijn van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde als gevolg van wegverkeerslawaai vanwege de Bennebroekerweg.

De rechtbank acht het evenmin aannemelijk dat als gevolg van wegverkeerslawaai vanwege de Hanepoel sprake zal zijn van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, gelet op de omstandigheid dat blijkens het akoestisch onderzoek het aantal verkeersbewegingen op de Hanepoel aanzienlijk minder is dan die op de Bennebroekerweg en Bennebroekerdijk.

De rechtbank acht het evenmin aannemelijk dat als gevolg van wegverkeerslawaai vanwege de nieuw aan te leggen toegangsweg sprake zal zijn van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, omdat gelet op de beperkte omvang van het project geen sprake zal zijn van een fors aantal verkeersbewegingen op die toegangsweg.

8.4

De rechtbank is verder met verweerder van oordeel dat hij bij het nemen van het bestreden besluit geen rekening hoefde te houden met de geluidbelasting als gevolg van een mogelijk beoogd project ten noordoosten van het plangebied. Dat project is, naar niet in geschil is, op dit moment immers nog niet concreet.

8.5

Ook deze beroepsgrond slaagt niet.

9. Het beroep is ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. L. Beijen, rechter, in aanwezigheid van

mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

22 december 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.