Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:11227

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-12-2016
Datum publicatie
06-02-2017
Zaaknummer
C/15/240080/ HA ZA 16-133
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2020:747
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser beroept zich jegens curator op eigendomsvoorbehoud. Overdracht onder eigendomsvoorbehoud moet ingevolge art. 3:92 BW worden beschouwd als een overdracht onder opschortende voorwaarde (van betaling). De opschortende voorwaarde gaat niet alleen in vervulling bij voldoening van de gesecureerde vordering door de schuldenaar zelf, maar ook bij voldoening van die vordering door een derde ongeachte of deze derde als gevolg van die betaling in de gesecureerde vordering wordt gesubrogeerd. Het eigendomsvoorbehoud kan dus niet worden beschouwd als een accessoir recht dat automatisch mee overgaat naar degene die de vordering door subrogatie heeft verkregen. Partijen kunnen evenwel anders overeenkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RI 2017/76
AR 2017/608
JOR 2018/16 met annotatie van prof. mr. N.E.D. Faber
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/240080/ HA ZA 16-133

Vonnis van 28 december 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EURETCO FINANCIAL SERVICES B.V.,

gevestigd te Hoevelaken, gemeente Nijkerk,
eiseres,

advocaat mr. T.M. Schraven en B. Vermue te Tilburg,

tegen

1. Mr. R.A.A. GEENE, handelende in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PINOX BEHEER B.V.,
2. Mr. R.A.A. GEENE, handelende in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OKAY HOOGEVEEN B.V.
3. Mr. R.A.A. GEENE (curator pro se),

wonende te Assen,
gedaagden

advocaat mr. C. Borstlap en P.J. Antons te Zwolle.

Partijen zullen hierna Euretco en de curator worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 23 maart 2016

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van 27 oktober 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Euretco is, evenals haar rechtsvoorgangster Intres BV, een dienstverlenende inkoop- en verkooporganisatie en staat ten dienste van voornamelijk detaillisten. Een van de belangrijkste diensten die Euretco verzorgt betreft de centrale betaling: Euretco voldoet aan de aan haar verbonden leveranciers de koopprijs van door afnemers bij deze leveranciers gekochte en door deze afgeleverde zaken.

2.2.

Pinox Beheer B.V. (hierna: Pinox Beheer) en Okay Hoogeveen B.V. (hierna: Okay) maakten deel uit van een groep van vennootschappen, waarin Pinox Beheer een holdingmaatschappij is en Okay een werkmaatschappij, van waaruit dertien kledingzaken werden geëxploiteerd. Eén van de handelsnamen van Okay is Okay Fashion and Shoes.

2.3.

Voornoemde vennootschappen zijn bij vonnissen van 1 juli 2014 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van curator als curator in beide faillissementen.

2.4.

Op 29 januari 1999 heeft Intres (de vennootschap) met Pinox B.V. (de ondernemer) een "aansluitingsovereenkomst" gesloten. Daarin is, voor zover relevant, bepaald:

"(...) Middels deze overeenkomst wenst de ondernemer zich als deelnemer aan te sluiten bij de vennootschap, gebruik te maken van haar diensten en zich te verbinden tot de nakoming van de daarbij geldende voorwaarden. (...)
Artikel 2- Reikwijdte en persoon ondernemer. (...)
3. Indien zich een wijziging voordoet ten aanzien van de natuurlijke persoon of personen die de uiteindelijke zeggenschap heeft of hebben over de bedrijfsactiviteiten van de ondernemer, dan wel ten aanzien van de opzet en/of organisatie van de onderneming, waaronder begrepen veranderingen met betrekking tot een rechtspersoon waarvan de onderneming deel uit maakt, of overdracht van aandelen van zodanige rechtspersoon, is de ondernemer verplicht hiervan onmiddellijk aan de vennootschap kennis te geven. (...)
Artikel 3 - Financiële verplichtingen.(...)
2. De ondernemer is ermee bekend dat de vennootschap ten behoeve van haar deelnemers met derden (verder te noemen leveranciers) overeenkomsten sluit van centrale betaling en gehoudenheid tot betaling (centrale betalingsovereenkomst). De ondernemer verklaart een voorbeeld van bedoelde centrale betalingsovereenkomst met een daarbij behorende toelichting te hebben ontvangen en van de inhoud daarvan kennis genomen te hebben. De uit deze centrale betalingsovereenkomst voor de ondernemer voortvloeiende verplichtingen aanvaardt hij hierbij. Hij verbindt zich jegens de vennootschap deze stipt te zullen nakomen. (...)
3. De vennootschap en de ondernemer komen overeen dat de vorderingen van de leverancier op de ondernemer, die de vennootschap op grond van genoemde centrale betalingsovereenkomst aan een leverancier voldoet, op het moment van voldoening door de vennootschap bij wijze van subrogatie overgaan op de vennootschap.
4. De ondernemer erkent bij voorbaat dat de leverancier de voorbehouden eigendom van de zaken, welke door hem met inachtneming van de centrale betalingsovereenkomst aan de ondernemer zijn afgeleverd, heeft overgedragen aan de vennootschap. De ondernemer erkent dat alle zaken, welke door de leverancier aan hem zijn geleverd onder beding van eigendomsvoorbehoud door hem zullen worden gehouden voor de vennootschap zodra bedoelde zaken bij hem zijn afgeleverd. (...)
Artikel 6 - Centrale betaling
2. De overdracht door de leverancier aan de vennootschap van de voorbehouden eigendom overeenkomstig artikel 3 lid 4 wordt door de aflevering aan de ondernemer geëffectueerd en vervolgens door creditering van de desbetreffende factuur bij de leverancier en gelijktijdige debitering daarvan op de betalingsadviezen van de ondernemer.
De eigendom van de aldus door de ondernemer gekochte zaken zal eerst op hem overgaan op het moment dat de ondernemer de verschuldigde koopprijs aan de vennootschap heeft betaald en voor het overige heeft voldaan aan de verplichtingen en/of voorwaarden die de contractleverancier in verband met het gemaakte eigendomsvoorbehoud heeft gesteld, waaronder begrepen verplichtingen wegens enig tekortschieten. (...)"

2.5.

Blijkens een bijlage bij voormelde aansluitingsovereenkomst heeft Pinox lidnummer 1303 en zijn de ingeschreven vestigingen Okay Fashion & Shoes winkels te Hoogeveen, Veendam en Delfzijl.

2.6.

Intres is op 13 februari 2013 door middel van een zuivere splitsing opgedeeld tussen drie vennootschappen, waaronder Euretco. De bedrijfsactiviteiten die zien op financiële dienstverlening en het centraal betalen zijn blijkens de splitsingsakte overgegaan op Euretco. Ook de accessoire rechten en het eigendomsrecht van geleverde zaken zijn overgegaan op Euretco.

2.7.

Hoewel het aantal vestigingen van Okay in de loop der jaren is uitgebreid en de onderneming enkele keren is verhangen naar andere vennootschappen die deel uitmaken van de onder 2.2. genoemde groep vennootschappen, is de aansluitingsovereenkomst nooit aangepast. Desalniettemin betaalden ook de later opgerichte vestigingen van Okay die artikelen afnamen van bij Euretco aangesloten leveranciers via de rekening-courant die Pinox / Okay met Euretco had. Daarbij werd steeds gebruik gemaakt van het lidnummer 1303.

2.8.

De bij Euretco aangesloten leveranciers bij wie Pinox / Okay afnam betroffen: It's Noize, Twin Life, Teidem B.V., Cak Textile, Jake Fischer / Chapmans Peak. Laatstgenoemde twee leveranciers maken gebruik van de Modint voorwaarden, de andere drie hanteren hun eigen algemene voorwaarden.

2.9.

De algemene voorwaarden van Twin Life bevatten een eigendomsvoorbehoud dat alleen ziet op afgeleverde zaken (gewoon eigendomsvoorbehoud), terwijl de algemene voorwaarden van de andere leveranciers een eigendomsvoorbehoud bevatten dat ziet op alle door de leverancier geleverde of nog te leveren goederen (ruim eigendomsvoorbehoud). De Modint voorwaarden bepalen voorts dat het eigendomsvoorbehoud blijft gelden totdat dit zowel door betaling door een Retail Service Organisation (RSO) aan de verkoper en door betaling van de koper zelf aan de RSO volledig teniet is gegaan.

2.10.

Na de faillietverklaring heeft de curator met toestemming van de rechter-commissaris de winkels voor de duur van maximaal zes weken open gehouden ten behoeve van liquidatieverkoop van de voorraden.

2.11.

Op 4 juli 2014 heeft Euretco de curator laten weten dat zij een vordering heeft op Okay van € 67.291,50 incl. btw en een beroep gedaan op een eigendomsvoorbehoud ten aanzien van de aanwezige voorraad. Op 7 juli 2014 heeft Euretco haar vordering en het door haar ingeroepen eigendomsvoorbehoud nader onderbouwd.

2.12.

De curator heeft op 11 juli 2014 opdracht gegeven om alle op dat moment in de winkels van faillieten aanwezige voorraad die onder het door Euretco gestelde eigendomsrecht zou kunnen vallen, te separeren en over te brengen naar het centrale magazijn in Hoogeveen. Een deel van de voorraad waarop Euretco een eigendomsrecht stelde te hebben, was toen al verkocht en daarmee was volgens de curator een opbrengst van € 57.433,- behaald.

2.13.

Bij e-mail van 11 juli 2014 heeft de curator een eerder voorstel tot afkoop van het eigendomsvoorbehoud tegen betaling van 20% van de openstaande vordering door de boedel, ingetrokken. In plaats daarvan is aan Euretco aangeboden om voor de zaken die onder het eigendomsvoorbehoud vielen en tijdens de boedelperiode waren verkocht, de inkoopwaarde te voldoen na vaststelling van de omvang van de vordering en de overige onder het eigendomsvoorbehoud vallende goederen aan Euretco af te geven na ontvangst van een creditnota voor 100% van de inkoopwaarde en betaling van een boedelbijdrage van 7% van de inkoopwaarde van de af te geven zaken.

2.14.

Bij e-mail van 18 juli 2014 heeft Euretco de boedelbijdrage ter discussie gesteld.

2.15.

Op 8 augustus 2014 heeft de curator Euretco uitgenodigd de voorraden samen te inspecteren en te separeren en aan Euretco een aangepast voorstel ten aanzien van de boedelbijdrage gedaan. Euretco is niet op de uitnodiging ingegaan.

2.16.

Bij e-mail van 12 augustus 2014 heeft de curator Euretco laten weten dat de inkoopwaarde van de voorraad is vastgesteld op € 76.538,-, terwijl de vordering van Euretco
€ 67.291,50 bedroeg. Euretco kon de voorraad komen ophalen in ruil voor een creditnota ter hoogte van haar vordering en betaling van de helft van het surplus, te weten € 4.523,25. Dit voorstel is door Euretco afgewezen.

2.17.

Partijen hebben vervolgens nog meerdere e-mails gewijd aan het eigendomsvoorbehoud, maar zijn niet tot een oplossing gekomen anders dan dat de curator er op 25 september 2014 mee heeft ingestemd dat de voorraad getaxeerd zou worden. Die taxatie, van 10 oktober 2014, leidde tot een waarde van € 7.500,-.

2.18.

Vervolgens hebben partijen wederom gecorrespondeerd over een oplossing, waarbij Euretco aanspraak heeft gemaakt op schadevergoeding bestaande uit de waarde van haar vordering minus de taxatiewaarde van de voorraad.

2.19

Bij e-mail van 26 november 2014 heeft de raadsman van Euretco aan de curator laten weten dat diens laatste voorstel voor Euretco niet aanvaardbaar was en de curator verzocht, conform zijn eerdere eigen voorstel, het bedrag van € 70.554,41 door de boedel ten behoeve van een mogelijke veroordeling jegens Euretco te separeren.

2.20.

Bij e-mail van 12 december 2014 heeft de curator laten weten: "(...) Als overeengekomen garandeert de curator betaling van het bedrag van € 70.554,41 indien onomstotelijk komt vast te staan dat aan Euretco daadwerkelijk het door haar ingeroepen eigendomsvoorbehoud toekomt. (...)"

3 De vordering en het verweer

3.1.

Euretco vordert een verklaring voor recht dat Euretco daadwerkelijk het door haar ingeroepen eigendomsvoorbehoud toekomt en veroordeling van de curator in zijn hoedanigheid dan wel pro se om aan Euretco te voldoen een bedrag van € 70.554,41 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 september 2014 alsmede de proceskosten inclusief de nakosten, beide vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Daartoe voert Euretco het volgende aan. Euretco heeft op basis van een tussen haar en Pinox en/of Okay bestaande overeenkomst een eigendomsvoorbehoud op de door derde leveranciers, die ook een overeenkomst met Euretco, althans haar rechtsvoorgangster Intres, hebben, aan Pinox en/of Okay geleverde kleding. Pinox en Okay hebben de leveringen (grotendeels) onbetaald gelaten. Kort na het faillissement van Pinox en Okay heeft Euretco jegens de curator een beroep gedaan op het eigendomsvoorbehoud. De curator is desondanks doorgegaan met de verkoop van de betreffende kleding en heeft ondanks sommaties van Euretco nagelaten om zonder daaraan nadere voorwaarden te stellen, de betreffende kleding aan Euretco te retourneren of de opbrengst van de verkopen bij wijze van schadevergoeding aan Euretco af te staan. Aldus heeft de curator onrechtmatig gehandeld en is hij gehouden om Euretco, wier eigendomsrechten zijn geschonden, schadeloos te stellen. De vordering van Euretco kwalificeert als een boedelvordering nu is voldaan aan het toedoenvereiste uit HR 19 april 2013, JOR 2013, 224, terwijl de curator ook pro se aansprakelijk is indien en voor zover de boedel geen verhaal zou bieden. Euretco en de curator zijn overeengekomen dat een bedrag van € 70.554,41 zou worden gesepareerd en dat, indien het eigendomsvoorbehoud van Euretco zou komen vast te staan, dit bedrag zonder enige korting aan Euretco zou worden voldaan.

3.3.

De curator heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Deze verweren zullen bij de beoordeling aan de orde komen.

4 De beoordeling

4.1.

De curator heeft als eerste aangevoerd dat de vorderingen van Euretco wegens processueel wangedrag moeten worden afgewezen: Euretco heeft in strijd met het bepaalde in artikel 21 Rv nagelaten de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren, met name door na te laten de door de curator aangevoerde gronden en verweren volledig in de dagvaarding te vermelden. Hoewel aan de curator kan worden toegegeven dat Euretco het standpunt van de curator niet op alle punten volledig heeft weergegeven, kan dit naar het oordeel van de rechtbank niet leiden tot afwijzing van de vordering. Nog daargelaten dat aan het niet voldoen aan het bepaalde in artikel 21 Rv geen wettelijke sanctie is verbonden, zijn de standpunten van de curator in de dagvaarding wel degelijk (summierlijk) weergegeven, heeft de curator ruime gelegenheid gehad zijn standpunt uiteen te zetten en is het debat tussen partijen vervolgens voldoende uit de verf gekomen.

4.2.

De volgende verweren van de curator hebben betrekking op de hoedanigheid van partijen in relatie tot de aansluitingsovereenkomst en de leveranties in kwestie. Zoals Euretco zelf ook stelt, aldus de curator, is de aansluitingsovereenkomst gesloten tussen Intres en Pinox en heeft deze uitsluitend betrekking op de filialen van Okay in Hoogeveen, Veendam en Delfzijl. Okay Hoogeveen is nooit partij bij de aansluitingsovereenkomst geweest. Met de overdracht van de vestigingen Okay Fashion & Shoes door Pinox aan Okay Hoogeveen en nadien de overdracht van de aandelen van Pinox in Okay Hoogeveen aan Herapa B.V. en daarna Nizoben B.V. is de aansluitingsovereenkomst zinledig geworden, zodat Euretco daaraan geen rechten meer kan ontlenen. Bovendien heeft niet Pinox, maar Okay de onderhavige goederen besteld en aangezien Okay nooit partij is geworden bij de aansluitingsovereenkomst, kan het eigendomsvoorbehoud uit de aansluitingsovereenkomst niet tegen Okay en thans tegen de curator worden ingeroepen, aldus steeds de curator.

4.3.

De rechtbank oordeelt als volgt. Vast staat dat Euretco als rechtsopvolger van Intres moet worden beschouwd: Intres is op 12 februari 2013 gesplitst in de verkrijgende vennootschappen Euretco B.V. en Euretco Finance B.V., waarbij in de daartoe opgestelde akte is bepaald dat op laatstgenoemde vennootschap overgingen de rechten en verplichtingen uit de bestaande rechtsverhoudingen met betrekking tot centrale betaling, waaronder begrepen eigendomsvoorbehouden. Gelet hierop moet het er voor worden gehouden dat Euretco aanspraak kan maken op naleving van de aansluitingsovereenkomst.

4.4.

Voorts staat vast dat de onderneming van Pinox na het sluiten van de aansluitingsovereenkomst meerdere malen is "verhangen" naar andere vennootschappen en uiteindelijk werd gedreven vanuit Okay. Dit heeft nooit tot aanpassing van de aansluitingsovereenkomst geleid. Echter, Okay heeft met Intres en vervolgens Euretco wel gehandeld alsof de overeenkomst nog tussen hen gold. Dat wil zeggen dat de door Okay bij de aangesloten leveranciers bestelde goederen door Euretco aan die leveranciers werden betaald en in de rekening-courant met Pinox althans Okay werden geboekt. De door Euretco ter zake verstuurde facturen waren gericht aan Okay en daarbij werd telkens het unieke persoonlijke lidnummer 1303 dat ooit aan Pinox was uitgegeven, gebruikt. De rechtbank leidt hieruit af dat de rechten en verplichtingen uit de aansluitingsovereenkomst stilzwijgend op Okay zijn overgegaan. Zou dat niet het geval zijn, dan valt niet te verklaren waarom Okay bij derden bestelde goederen steeds via een rekening-courant verhouding aan Euretco heeft betaald. Gelet op de gedurende meerdere jaren bestaand hebbende feitelijke situatie moet er tevens vanuit worden gegaan dat de aansluitingsovereenkomst ziet op alle filialen van Okay, ook al zijn slechts drie daarvan in de overeenkomst opgenomen. Aangenomen kan immers worden dat ten tijde van het sluiten van die overeenkomst slechts drie filialen bestonden en dat partijen hebben verzuimd om de later geopende filialen in de overeenkomst op te nemen terwijl zij feitelijk wel handelden alsof ook die filialen onderdeel uitmaakten van de overeenkomst en dat zo ook hadden beoogd. De conclusie is dan ook dat Euretco zich ook jegens Okay kan beroepen op de aansluitingsovereenkomst.

4.5.

Het komt dan aan op de vraag of en in hoeverre Euretco een beroep kan doen op een eigendomsvoorbehoud ten aanzien van de goederen in kwestie die door de gecontracteerde leveranciers zijn geleverd.

Euretco heeft in dit verband aangevoerd dat de betreffende leveranciers ten opzichte van hun afnemers, waaronder Okay, een eigendomsvoorbehoud hebben bedongen, dat wordt overgedragen aan Euretco op het moment waarop Euretco aan die leveranciers de vorderingen die zij op hun afnemers hebben, betaalt. Door die betaling wordt Euretco gesubrogeerd in rechten van de leverancier en gaat het eigendomsvoorbehoud op basis van gemaakte afspraken op Euretco over.

De curator betwist het voorgaande. Hij voert aan dat de leverancier niet méér kan overdragen dan hij zelf had, te weten een voorbehouden eigendom. Euretco verkrijgt derhalve een eigendomsvoorbehoud onder de ontbindende voorwaarde van voldoening van de tegenprestatie van de leverantie aan de vervreemder. Door de betaling van de vordering door Euretco aan de betrokken leveranciers, is het eigendomsvoorbehoud teniet gegaan en is Okay onvoorwaardelijk eigenaar geworden. Het eigendomsvoorbehoud is komen te vervallen.

4.6.

Overdracht onder eigendomsvoorbehoud moet ingevolge art. 3:92 BW worden beschouwd als een overdracht onder opschortende voorwaarde (van betaling).

Uit HR 18 februari 1994, NJ 1994, 462, volgt dat de opschortende voorwaarde niet alleen in vervulling gaat bij voldoening van de gesecureerde vordering door de schuldenaar (Okay) zelf, maar ook bij voldoening van die vordering door een derde (in dit geval Euretco) ongeachte of deze derde als gevolg van die betaling in de gesecureerde vordering wordt gesubrogeerd. Het eigendomsvoorbehoud kan dus niet worden beschouwd als een accessoir recht dat automatisch mee overgaat naar degene die de vordering door subrogatie heeft verkregen. Partijen kunnen evenwel anders overeenkomen. In dat verband heeft Euretco verwezen naar de Aansluitingsovereenkomst en gesteld dat het voorbehouden eigendomsrecht door de leveranciers aan Euretco wordt overgedragen op het moment van betaling door Euretco aan de leveranciers. Uit de artikelen 3 en 6 van de Aansluitingsovereenkomst volgt dat beoogd is de (voorbehouden) eigendom door de betaling door Euretco rechtstreeks van de leveranciers naar Euretco te doen overgaan. Naar het oordeel van de rechtbank is daardoor echter niet het door Euretco beoogde gevolg, namelijk dat zij eigenaar is geworden en nog aanspraak kan maken op het eigendomsvoorbehoud, niet bereikt. Daartoe is het volgende redengevend.

4.7.

De algemene voorwaarden van de leveranciers It’s Noize, Twin Life en Teidem B.V. bevatten een eigendomsvoorbehoud inhoudende dat het voorbehoud komt te vervallen zodra de leverancier is betaald. Zij hebben zich dus verbonden tot overdracht van de kleding aan Okay onder de opschortende voorwaarde van betaling van de koopprijs. Uit het eerder genoemde arrest HR 18 februari 1994 volgt dat met de betaling van de vorderingen van deze leveranciers door Euretco, de opschortende voorwaarde is vervuld en de eigendom van die goederen van rechtswege op Okay is overgegaan. De in de Aansluitingsovereenkomst beoogde overdracht van de goederen door deze leveranciers aan Euretco, die gekwalificeerd zou moeten worden als een traditio longa manu (ex art. 3:115 sub c BW) heeft niet rechtsgeldig kunnen plaatsvinden: Euretco kon van de leveranciers immers geen andere rechten verwerven of overgedragen krijgen dan deze leveranciers zelf hadden, te weten eigendom van reeds aan Okay feitelijk ter beschikking gestelde goederen onder de voor de leveranciers ontbindende voorwaarde van betaling van de koopprijs. Nu de koopprijs reeds was voldaan, is daarmee de voorwaarde vervuld, is Okay eigenaar geworden en konden de leveranciers niet meer aan Euretco leveren.

4.8.

Het voorgaande wordt niet anders door het beroep dat Euretco heeft gedaan op het Haviltexcriterium inzake de uitleg van de Aansluitingsovereenkomst en op de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de samenhang tussen de verschillende overeenkomsten. De manieren waarop eigendom kan worden overgedragen zijn limitatief in de wet bepaald evenals de vereisten waaraan eigendoms- en bezitsoverdracht moeten voldoen. Hetgeen partijen in afwijking daarvan hebben willen vastleggen of hebben vastgelegd, kan daarin geen verandering brengen.

4.9.

De situatie inzake de leveranciers Cak Textile en Jake Fischer / Chapmans Peak is in die zin anders dat zij in hun algemene voorwaarden hebben bepaald dat het eigendomsvoorbehoud niet alleen blijft gelden zolang zij zelf niet zijn betaald maar ook zolang de koper niet heeft betaald aan een Retail Service Organisation (RSO). Dat betekent dat de enkele betaling door Euretco aan deze leveranciers de opschortende voorwaarde nog niet doet vervullen en de eigendom ook nog niet doet overgaan aan Okay. Overdracht door deze leveranciers aan Euretco van de betreffende goederen was derhalve mogelijk. Omdat eigendomsoverdracht een leveringshandeling vereist (zie art. 3:84 BW) en bezitsverschaffing van de goederen aan Euretco ex art. 3:114 BW niet heeft plaatsgevonden (de goederen zijn immers in de feitelijke macht van Okay gebracht), dient de overdracht te voldoen aan het bepaalde in art. 3:115 BW. Er zal dus sprake moeten zijn van een tweezijdige verklaring tussen de vervreemder (de betreffende leveranciers) en Euretco waaruit volgt dat de eigendom van de goederen aan Euretco wordt overgedragen. Een dergelijke verklaring is door Euretco (nog) niet in het geding gebracht, maar Euretco heeft ter comparitie verklaard dat de overeenkomsten met de leveranciers een beding inhouden dat het spiegelbeeld is van artikel 3 van de Aansluitingsovereenkomst. Euretco heeft voorts verklaard bereid en in staat te zijn de overeenkomsten tussen haar en de leveranciers in het geding te brengen. Zij zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld.

4.10.

Indien de door Euretco in het geding te brengen stukken voldoen aan het bepaalde in art. 3:115 BW kan er van worden uitgegaan dat Euretco zich ten aanzien van de door Cak Textile en Jake Fischer / Chapmans Peak kan beroepen op een eigendomsvoorbehoud, terwijl zij dat ten aanzien van de door It’s Noize, Twin Life en Teidem B.V. geleverde kleding niet kan. Mogelijk dient dit te leiden tot aanpassing van de stellingen en/of vorderingen van Euretco nu de vordering en de onderbouwing daarvan ziet op de door alle hiervoor genoemde leveranciers. In dit verband kan van belang zijn of de curator tijdens faillissement ook van de door eerstgenoemde leveranciers geleverde kleding heeft verkocht en zo ja, welke opbrengst daarmee is behaald. Mogelijk is ook van belang wat de inkoopwaarde van de door eerstgenoemde leveranciers geleverde en nog niet betaalde kleding was, alsmede de taxatiewaarde. Euretco zal in de gelegenheid worden gesteld om bij akte op het vorenstaande nader in te gaan, waarna de curator de mogelijkheid zal krijgen daarop te reageren.

4.11.

De zaak zal naar de rol worden verwezen voor akte uitlating zijdens Euretco, waarna de curator een antwoordakte zal kunnen nemen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van 25 januari 2017 voor het nemen van een akte zijdens Euretco met het in r.o. 4.9 en 4.10 omschreven doel;

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2016.1

1 type: coll: