Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:1121

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-03-2016
Datum publicatie
31-05-2016
Zaaknummer
4005763 / CV EXPL 15-2527 (H.K.)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gedaagden hebben bij eiseres het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat de besloten vennootschap, waarvan zij bestuurder zijn, contractspartij is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1505
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 4005763 \ CV EXPL 15-2527 (H.K.)

Uitspraakdatum: 9 maart 2016

Vonnis in de zaak van:

[naam] , handelende onder de naam [M]

wonende/zaakdoende te [woonplaats]

eiseres in conventie / verweerster in reconventie

verder te noemen: [A]

gemachtigde: GGN Amsterdam, gerechtsdeurwaarder

tegen

de besloten vennootschap Noordhollandsch Vastgoed Management B.V.,

gevestigd te Koedijk, gemeente Alkmaar aan de Kanaaldijk 261

gedaagde in conventie / eiseres in reconventie

verder te noemen: NVM

vertegenwoordigd door [X] en [Y] .

1 Het procesverloop

in conventie en in reconventie

1.1.

[A] heeft bij dagvaarding van 24 maart 2015 een vordering tegen NVM ingesteld. NVM heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

[A] heeft hier schriftelijk op gereageerd bij conclusie van repliek in conventie / antwoord en in reconventie, waarna NVM een conclusie van dupliek in conventie / repliek in reconventie heeft genomen. Vervolgens heeft [A] gedupliceerd in reconventie.

1.3.

Op 4 februari 2016 heeft een comparitiezitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

[A] heeft voor NVM, dan wel voor de heren [X] en [Y] , werkzaamheden verricht, onder meer bestaande uit het opstellen van een onderbouwd principeverzoek en het eventueel indienen en begeleiden van dit verzoek voor het mogelijk maken van een Bed & Breakfast, groepsaccommodatie, vakantieappartementen en overige daarbij behorende voorzieningen op het perceel [het perceel] .

2.2.

Tot januari 2013 werden de facturen van [A] op naam gezet van [x] en [y] . In januari 2013 heeft [A] van [x] en [y] het verzoek ontvangen om de facturen op naam van NVM te zetten. Daarna werden diverse facturen op naam van NVM, waaronder die van 2 april, 11 juni, 5 augustus en 16 september 2013, zonder protest en tijdig voldaan.

2.3.

Aanvankelijk rekende [A] voor haar werkzaamheden een tarief van € 75,-- per uur.

In mei 2013 heeft [A] aan al haar cliënten, waaronder NVM, een e-mail gezonden waarin zij meedeelt, dat zij in het vervolg voor haar werkzaamheden een tarief zal gaan hanteren van € 125,-- per uur. Deze mail is door NVM ontvangen.

2.4.

Op 22 juli 2013 heeft [A] een e-mail aan NVM gezonden waarin zij, in reactie op een e-mail van NVM, aangeeft dat zij blijft bij het door haar voorgestelde tarief van € 125,-- per uur.

2.5.

De nota’s van 2 oktober 2013 ad € 1.099,56 en van 18 november 2013 ad € 416,68 zijn onbetaald gelaten.

3 De vordering in conventie en het verweer in reconventie

3.1.

[A] vordert dat de kantonrechter NVM veroordeelt tot betaling van € 2.202,02, te vermeerderen met rente en kosten.

Zij legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag.

Volgens [A] dient NVM als gedaagde te worden aangemerkt in verband met het verzoek van [x] en [y] in januari 2013 om de nota’s op naam van NVM te gaan zetten. Bovendien zijn er nadien diverse nota’s, die op naam stonden van NVM, zonder protest en tijdig voldaan. Hiermee is het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt, dat NVM de contractspartij was.

Volgens [A] staan de werkzaamheden, waarvan betaling wordt gevorderd en waar de facturen van 2 oktober en 18 november 2013 betrekking op hebben, los van de eerdere opdracht aan [A] . Het gaat hier om aanvullende werkzaamheden waar apart opdracht voor is gegeven door NVM. De werkzaamheden worden genoemd in de betreffende facturen (productie 3 repliek/antwoord). NVM wilde uitdrukkelijk doorgaan met [A] . De verhouding tussen partijen was aanvankelijk goed.

Toen [A] haar uurtarief verhoogde naar € 125,-- heeft zij dit aan NVM gecommuniceerd. NVM heeft dit ook begrepen. NVM was hiermee akkoord, mits de uren werden verantwoord. NVM heeft ook facturen voldaan waarin dit hogere tarief werd gehanteerd. De werkzaamheden zijn door [A] correct uitgevoerd, zodat NVM de beide facturen dient te voldoen.

Gelet op het standpunt van [A] in conventie, dient de vordering van NVM in reconventie te worden afgewezen.

4 Het verweer in conventie en de vordering in reconventie

4.1.

NVM vordert veroordeling van [A] om te betalen een bedrag van € 264,56 voor vergoeding van buitengerechtelijke werkzaamheden in verband met de verdediging tegen de vordering in conventie, te vermeerderen met de proceskosten. Bij conclusie van dupliek / repliek stelt NVM dat zij teven een creditnota dient te ontvangen van [A] wegens door NVM te veel betaalde uren.

4.2.

NVM voert ter onderbouwing van haar vordering en tot verweer tegen de vordering in conventie, zakelijk samengevat, het volgende aan.

[A] heeft de verkeerde partij gedagvaard. [x] en [y] hebben de opdracht aan [A] verstrekt. Een boekhoudkundige wijziging, waarbij door de heren is verzocht de latere facturen op naam van NVM te stellen, is geen reden geweest om NVM op te zadelen met een door hen aangegane verplichting.

Het is onredelijk dat [A] op enig moment een tarief van € 125,-- per uur is gaan hanteren, terwijl € 75,-- was afgesproken. [x] en [y] vonden dat zij genoeg hadden betaald aan [A] . De werkzaamheden van de laatste facturen moeten worden gezien in het verlengde van de eerdere werkzaamheden. In verband met de goede relatie is slechts een enkele keer een nota betaald waarin een uurtarief van € 125,-- werd gehanteerd. Daarna is bezwaar gemaakt. NVM heeft voor de werkzaamheden van [A] reeds € 10.900,-- betaald, hetgeen een meer dan bovenmatig bedrag is.

5 De beoordeling

in conventie

5.1.

De kantonrechter gaat ervan uit dat [A] terecht NVM heeft gedagvaard. Doordat de heren [x] en [y] in januari 2013 aan [A] hebben verzocht de nota’s op naam van NVM te zetten, hebben zij bij [A] het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat NVM, waarvan [x] en [y] de bestuurders zijn, als contractspartij heeft te gelden. Dit geldt temeer omdat nadien diverse facturen op naam van NVM zonder protest en tijdig werden betaald. Bovendien hebben [(x)] en [y] hun standpunt, dat zij in privé hadden moeten worden gedagvaard, ter zitting niet herhaald.

5.2.

Het gaat in deze procedure om de facturen van 2 oktober en 18 november 2013 ad respectievelijk € 1.099,56 en € 416,68.

Tegenover de gemotiveerde betwisting is voldoende komen vast te staan dat de werkzaamheden waar deze nota’s betrekking op hebben, een opdracht voor aanvullende werkzaamheden betreft en losstaat van de eerdere opdracht(en) aan [A] .

NVM betwist dat zij gehouden is het verhoogde tarief van € 125,-- per uur te voldoen, omdat eerder een tarief van € 75,-- was overeengekomen. In dit verband overweegt de kantonrechter als volgt.

Het verhoogde uurtarief is door [A] doorgegeven aan al haar cliënten waaronder NVM. Weliswaar stelt NVM dat zij de brief/mail van [A] als een algemeen bericht heeft beschouwd en dat het hogere uurtarief alleen voor nieuwe cliënten zou gelden, maar ter zitting is komen vast te staan, dat NVM de mail van 22 juli 2013 – waarin [A] meedeelt te blijven bij het hoge tarief – heeft ontvangen, hierop heeft gereageerd en dat NVM een of meer facturen heeft voldaan waarin dit hoge tarief werd gehanteerd. Het moet er daarom voor worden gehouden dat partijen dit hogere tarief zijn overeengekomen voor de werkzaamheden waar het in deze procedure om gaat. Nu deze werkzaamheden op zichzelf zelf niet worden betwist, betekent dit dat de vordering van [A] toewijsbaar is, waaronder ook de gevorderde rente ad € 173,76 en de buitengerechtelijke kosten ad € 264,56.

5.3.

NVM zal in conventie als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld.

in reconventie

5.4.

Gelet op het oordeel in conventie dient de vordering in reconventie te worden afgewezen. De kosten voor buitengerechtelijke werkzaamheden, waarvoor betaling wordt gevorderd, dienen voor rekening van NVM te blijven. Dat NVM een bovenmatig bedrag aan [A] zou hebben betaald voor de door [A] verrichte werkzaamheden, is tegenover de gemotiveerde betwisting niet aannemelijk geworden. Bovendien is geen bezwaar gemaakt tegen de facturen die door NVM zijn voldaan.

5.5.

De proceskosten dienen voor NVM te komen, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. Deze kosten in reconventie zullen echter op nihil worden gesteld, gelet op de nauwe samenhang met de procedure in conventie.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

6.1.

Veroordeelt NVM om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A] te betalen een bedrag van € 2.202,02, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.763,70 te rekenen vanaf 24 maart 2015 tot aan de dag van betaling.

6.2.

Veroordeelt NVM tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [A] tot en met vandaag vaststelt op € 603,63, te weten:

dagvaarding € 82,63

griffierecht € 221,00

salaris gemachtigde € 300,00 .

6.3.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

6.4.

Wijst de vordering voor het overige af.

in reconventie

6.5.

Wijst de vordering van NVM af.

6.6.

Veroordeelt NVM in de proceskosten welke proceskosten in reconventie aan de zijde van [A] worden begroot op nihil

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter en op 9 maart 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter