Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:11204

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-06-2016
Datum publicatie
31-01-2017
Zaaknummer
C/15/242451/KG ZA 16-310
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bakker verzorgt al ruim 25 jaar exclusief groentegewassen die eigendom zijn van Syngenta en die op het bedrijf van Bakker worden geplaatst voor de productie van hybride zaden. Het produceren hiervan gebeurt door het telen van tomaten, komkommers en paprika’s. Vanwege de constatering door Bakker dat tomatenplanten besmet waren met het Pepinomozaiëkvirus, heeft Syngenta de overeenkomst beëindigd. De voorzieningenrechter kwalificeert de overeenkomst als een duurovereenkomst, oordeelt dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden, dat de opschorting van de verdere teelt van tomatenzaadplanten begrijpelijk is, maar de opstelling van Syngenta overigens niet passend. Met het oog op de belangen van Bakker diende zij alternatieven te faciliteren. Na heropening van het onderzoek, hebben partijen zich tijdens een vervolgzitting uitgelaten over toewijzing van een voorziening strekkende tot beperking van schade van Bakker, rekening houdend met Syngenta’s feitelijke (on)mogelijkheden om Bakker opdrachten voor teeltareaal te bieden. In het vervolgvonnis wordt overwogen dat bij Bakker kasruimte met een oppervlakte van 3600 m2 in 2016 en 2017 niet wordt benut, dat Syngenta heeft aangevoerd dat de gehele komkommerproductie voor 2017 al is ondergebracht bij derden, zodat zal worden gekozen voor beplanting van voormeld areaal met paprika, waarvan aannemelijk wordt geacht dat dit ook voor Syngenta een zinvolle bedrijfsuitoefening zal kunnen zijn. Volgt toewijzing van de gevorderde voorziening, in die zin dat Syngenta wordt veroordeeld tot nakoming van de duurovereenkomst door uiterlijk op 1 januari 2017 bij Bakker aan te vangen met de teelt van 3600 m2 paprika’s.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/242451 / KG ZA 16-310

Vonnis in kort geding van 28 juni 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BAKKER SEED PRODUCTIONS B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Zuidoostbeemster,

eiseres,

advocaat mr. J.A.A. van de Ven te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SYNGENTA SEEDS B.V.,

gevestigd te Enkhuizen,

gedaagde,

advocaat mr. V. van Druenen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Bakker en Syngenta genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 4 mei 2016 met 32 producties;

  • -

    de brieven van de kant van Bakker van 27 en 29 mei 2016 met twee respectievelijk één (aanvullende) producties (genummerd 33, 34 en 35);

  • -

    het overzicht producties Syngenta / Bakker kort geding 30 mei 2016 met 14 producties;

  • -

    de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 30 mei 2016, alwaar verschenen zijn de heren [x en z] , bijgestaan door mr. Van de Ven voornoemd en de heer [y] , bijgestaan door mr. Van Druenen voornoemd.

  • -

    de pleitnota van Bakker;

  • -

    de pleitnota van Syngenta;

  • -

    een akte van Bakker;

  • -

    een akte van dupliek van Syngenta.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Syngenta is onderdeel van Syngenta AG, een Zwitserse multinational met een veelheid van activiteiten, waaronder de ontwikkeling en verkoop van diverse groenterassen.

2.2.

Bakker verzorgt al meer dan 25 jaar exclusief groentegewassen die eigendom zijn van Syngenta en die op het bedrijf van Bakker worden geplaatst ten behoeve van de productie van hybride zaden. Daartoe beschikt Bakker over een complex van tuinbouwkassen met een oppervlak van 18.800 m2.

2.3.

Het produceren van hybride zaden gebeurt door het telen van tomaten, komkommers en paprika’s met het oogmerk om uit de vruchten zaad te winnen.

2.4.

Op 13 december 2014 zijn partijen een productieovereenkomst met de aanhef “Contractvoorwaarden seizoensproductie Tomaat 2015” aangegaan met inbegrip van de volgende seizoensgebonden en gewasspecifieke specificaties alsmede de voorwaarden en eventuele bijlagen en onder verwijzing naar de raamovereenkomst 2013-2016. Op de productieovereenkomst is vermeld: opkweek bij Vreugdehil.

2.5.

De door Syngenta gehanteerde raamovereenkomst 2013-2016 luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Artikel 16. Termijn, Beëindiging en Inwerkingtreding.
(…)
De Overeenkomst kan door beide Partijen worden beëindigd met inachtneming van een opzegtermijn van zes (6) maanden onder de voorwaarden van artikel 25, op voorwaarde dat zodra een Campagne volgens de specificaties is gestart, de beëindiging pas aan het einde van die Campagne kan ingaan.”

2.6.

In 2013 zijn partijen met elkaar in gesprek gegaan over de mogelijkheden tot verbetering van de productiemethoden van tomatenzaden. Daartoe is gesproken over aanpassing door Bakker van haar verouderde kassen. Daarbij zouden strikter gescheiden compartimenten ingevoerd worden, zodat Bakker ook voor andere partijen zou kunnen werken. Daarnaast zou de verlichting aangepast worden teneinde het gehele jaar tomaten te kunnen produceren.

2.7.

Partijen hebben indertijd ook gesproken over het vergroten van de rol van Bakker als zaadproducent. De gedachte daarbij was dat Bakker ook de opkweek van jonge planten voor haar rekening zou nemen en voorts het onttrekken van de zaden uit de geoogste vruchten. Hierdoor zou Bakker gemakkelijker voor andere partijen kunnen werken.

Om voormelde aanpassingen te kunnen realiseren, hebben partijen gesproken over het eventueel stopzetten van een deel van de productie in 2016.

2.8.

De afgelopen jaren heeft Bakker met name gezorgd voor de teelt van tomatenplanten en in mindere mate komkommers en paprika’s. In de afgelopen vijf jaar representeerde de komkommerproductie gemiddeld iets meer dan 9% van de totale omzet van Bakker voor Syngenta. Voor paprika’s lag dat percentage op ongeveer 14.

2.9.

De hoeveelheid komkommer- en paprikazaden die Syngenta jaarlijks door Bakker laat produceren, varieert. In 2013 heeft Bakker komkommers geproduceerd voor een bedrag van € 27.966,50. Dit betreft 0,84% van de totale omzet van Bakker voor Syngenta in 2013. In 2015 bedroeg dit percentage 11. De productie van paprika’s is teruggelopen van omstreeks 20% van de totale omzet in 2010/2011 tot 6,6% in 2015. In 2015 zag meer dan 82% van de omzet op tomaten.

2.10.

De planten van Syngenta die op het bedrijf van Bakker worden afgeleverd, worden gedurende vier tot zes weken opgekweekt door Plantenkwekerij Vreugdenhil, gevestigd te De Lier (hierna: Vreugdenhil).Vreugdenhil kweekt planten ten behoeve van zaadteelt en voor productieteelt.

2.11.

Op 24 juni 2015 en 21 juli 2015 zijn een tweetal partijen tomatenplanten van Syngenta door of vanwege Vreugdenhil afgeleverd bij Bakker.

2.12.

Op 4 augustus 2015 heeft Bakker geconstateerd dat de tomatenplanten symptomen van besmetting met het Pepinomozaiëkvirus (hierna ook te noemen: PepMV) vertoonden. Groen Agro heeft op 14 augustus 2015 bevestigd dat de planten gesmet waren met PepMV.

2.13.

Op 15 augustus 2014 heeft Bakker Syngenta van deze besmetting op de hoogte gebracht.

2.14.

Op 24 augustus 2015 heeft Syngenta Bakker opgedragen alle tomatenplanten in alle afdelingen op het bedrijf van Bakker te vernietigen. Bakker heeft hier gehoor aan gegeven. Aangezien het Pepinovirus alleen gevaarlijk is voor tomatenplanten, zijn de komkommer- en paprikagewassen die Bakker voor Syngenta verzorgde onaangetast gebleven. De oogst daarvan is voltooid en Syngenta heeft de daarvoor verschuldigde bedragen voldaan.

2.15.

Op 25 september 2015 hebben twee medewerkers van Syngenta (AG), mevrouw
[h] en de heer [a] , het bedrijf van Bakker bezocht in verband met de afwikkeling van de afgebroken tomatenteelt. Bij die gelegenheid is meegedeeld dat Bakker € 700.000,- van het reeds vooruitbetaalde bedrag van 1,5 miljoen voor de oogst 2015 aan Syngenta terug diende te betalen.

2.16.

Bij brief van 30 oktober 2015, verzonden per e-mail, heeft Syngenta het volgende aan Bakker Seed meegedeeld:

“We discussed your mail of yesterday amongst the Syngenta people involved. We once again revisited our findings of the production of these YPL at Vreugdenhil. Vreugdenhil has represented they did not use inoculants in the production of the YPL. This production has been done in a GSPP designated and separated area in order to secure the quality of this production. There were no other YPL in this production but the ones that were meant to be for you. We have also revisited the test results of the basic seeds that were provided to Vreugdenhil and those seeds were alsof free of any issue.
So from our side we are confident the issue does not find its origin at Vreugdenhil or Syngenta.

What we do know is that the production at your place eventually had tob e destroyed due to the find of PepMV in the production. As we all know PepMV can come about in different ways other than via the YPL or the seeds. Different ways that could also have occurred at your level. Let’s think water, spraying, biological and general sanitary measures.

In light of the long standing relationship with Bakker we have made you a proposal to settle this issue outside of the one contractually provided for. That proposal held you would pay us in return 50% of the amount already pre-paid to you – i.e. € 1.489.299-, which we capped at € 700.000. This implies that even for a production that was not in line with the requirements you still hold approx. € 800.000. For your information Syngenta’s commercial damage is a multifold of the amount.

As I indicated earlier we are willing to discuss with you the way said amount of € 700.000 can be repaid. As I also indicated earlier dependent on a proposal form your side we could also look at whether we could still adjust the amount downwards. Given where your position is at the moment we doe not see a reason to do the latter.

As for production in 2016 our position, independent of how this case will be resolved, is that we will not produce with you. A separate risk assessment has led us tot he conclusion that the risks are too great. In earlier discussions even prior tot the incident this was also something you were subscribing to when you were discussing with us your plan to completely overhaul your facilities. But having the smaller compartments as you were planning would have stopped the outbreak to a single compartment. An investment of up to 3-4 mio for which as you told us approval had been given from the banks.

We are looking forward to your reaction and urge you to take all of the above into consideration and provide us – by Wednesday November 3 rd – with a proposal that can be a positive next step towards closure of the issue.”

2.17.

Bij brief van 27 november 2015 heeft Syngenta onder meer het volgende aan (de advocaat van) Bakker medegedeeld:

“The relationship between Bakker and Syngenta is governed by the so-called Raamovereenkomst and the Contractsvoorwaarden Seizoensproductie Tomaat 2015.

It is clearly stated that the seeds will need to be clear of diseases.
(…)

It is worth mentioning that during the first meeting we had at the offices of your client your client first walked us through his greenhouse. At that moment the cleanup activities had nearly been completed. He indicated that he had already been looking at making a decision of either to expand his greenhouse; remodel his greenhouse to bring it in line with the requirements of a professional greenhouse or stop all together. (…)

Up to the day of today we have not had a reaction of your client other than him insinuating that the problem was not his and Syngenta would need to pay for this. (…)

Concerning the request to indicate wheter we will totally stop the relationship with your client Syngenta is of the opinion that as your client has not been clear and forthcoming as to what he was going to do in the first place – stop, renovate or expand – Syngenta was not willing to enter a new agreement with him directly. Wheter Syngenta would re-enter into a new agreement with your client will be dependent on whether parties can come to terms on the terms and conditions of such a new agreement. For the avoidance of doubt and as such we already have informed your client these terms and conditions will be substantially different form a pricing perspective than what he had so far.

Finally Syngenta is of the opinion that the agreements clearly provides for the option for Syngenta not to re-engage in a production agreemnt for a next season it has no oblicgation to continue or compensate your client for anly alleged damages. It is your client that will need to take measures in order to manage his company.
As I indicated earlier Syngenta has proposed a way forward to settle the issue and is still willing to discuss that position including a modality on how that could be executed. I will give you a call early next week to discuss if and how we can make progress on this topic. Please indicate any timing that would not be doable for you.
(…)”

2.18.

Bij brief van 11 december 2015 heeft Syngenta het navolgende, voor zover relevant, aan Bakker bericht:

“Even if he would nog have been made aware of the Framework agreement – quod non – the conditions of the Seasonal clearly spell out that the seeds as delivered from your client need to be free from Pepino which as we are both aware of they were not. (…)

Reference is being made as to other circumstances than your client being the source of the infection. One being the YPR Vreugdenhil whom has confirmed in writing that he has not been in violation of the protocols used and in particular has not been using any vaccination. For us that rules them out as being the source of the infection. We have subsequently followed up with the transport company that took care of the transportation. They confirmed the truck that was used was disinfected before the YP of your client were brought in. They also confirmed the YP of your client were the only plants in that transport. Finally we did a run on our basic seeds that were used for the production of the YP. All of our tests done showed a negative.

All we know is that it was your client at which place the issue manifested itself. We also know that your client when audited earlier this year by NAK-T was reported to have some issues in his QMS. We have also been made aware by your client that the dressing room situation he has is not optimal as there is still the risk of contamination. As long as there is no proof other than the manifestation at your client we have no reason to divert form our position.

(…) Syngenta cannot afford to run the risk of another production failure in tomato seeds with your client. The risk is multi-millions for us. However in an further effort to accommodate your client we have been looking for alternatives in an attempt to see if we can do some other less risky production at your client. We are finalizing a proposal in that regard and our production people will be in contact with your client soon.

Finally there is the proposal your client makes. As you can understand and based on the above Syngenta would find it difficult to accept this. There has been no source we could define orther than your client that has created this issue. We feel our proposal is a very fair one and of course we are still open to discuss modalities on how that amount could be repaid. On top we are willing to see if we can find common ground between the parties to place other production orders for other crops at your client.

(…)”

2.19.

Op 25 februari 2016 heeft [p] , Field production Manager-NL-Vegetables van Syngenta, onder meer het volgende aan Bakker meegedeeld:

“(…)
First of all, thanks for invitation and positive approach. Find below the proposition on a way forward.

1) Two productions to start in the coming weeks

For cucumber: 900m2 (sawing mid-march) and for Pepper 500m2 (start sawing from next week, ready with harvest by the end of August).

2) Adjustment on the contract clauses

2.1

Process change toward plan raising.
Syngenta will supply the starting seeds to you and you will be in charge of organizing the sawing and plant raising.
In the past Syngenta was taking the responsibility for this step. Syngenta can provide you all details needed about the plant raiser to facilitate this transition.

2.2

Include clauses for phyto rules based on Phyto-pathologist input:
Syngenta would destroy any production wiht the diseases named below and no payment would be done.
Peppers Tobamo viruses (PMMoV, ToMV, TMV)
Cucumber Cucumber green mottle mosaic tobamo virus

3) Price and payment

3.1

Price
- For cucumber, in the past we worked on Kilo contract with prices from 525 to 700 Euros per kg according to variety.
To give you an idea, transferring back the price per kg to m2 it represents around 45 Euros/m2.
- For Pepper, in the past we worked with square meter contract. Price per square meter was 55 Euros.

Considering the history about pricing (point 3.1 and 3.2) and the process change about plant raising (point 2.1), I let you propose a price for pepper and cucumber.
In other words, the new prices you proposed must consider the cost or plant raising, testing young plants, spread of fix cost and be competive according to market standard.

3.2

Payment
No change on down and final payments (period of payment and % of total) compare to previous year would occur.

I wait to hear from you to agree as soon as possible on the price and start preparing the contract and production.”

2.20.

Bakker heeft op 3 maart 2016 het navolgende aan [p] meegedeeld:

“In early 2015 we already discussed the possibilities to create facilities where we could provide Syngenta with plant raising services.

To do this in a responsible way however takes time, not only because a number of ajustments have tob e made to our facilities, but also because it essentially is a new thing for us for which we need time to prepare.
Whilst we are definitely interested to develop this for you, we cannot assume such responsibility at short notice.
We cannot start with this in a matter of weeks as suggested by you.

As for amending the contracts, we do not believe this is appropriate.
Our job is to take good care of Syngenta plants and work to produce seeds.
However if the plants already carry viruses when they are delivered to our facilities (which happend in 2015 with the tomatoes), and due to incubation time this only becomes apparent after the plants are with us for several weeks, we cannot accept that you would be entitled to withhold payment, demand back advances already paid and not be responsible for our damages.

I have gaven thought to what you mentioned with respect to calculating prices last week when you visite dus.
There should be no mistake with Syngenta that whilst we would look forward to restart working with you and get back to normal production as soon as possible, we will hold Syngenta responsible for

the considerable damages that have been caused to us.
(…)
Therefore, I shall calculate a normal commercial price for the work that you are asking from us. I will leave settlement of the damages (including those related to low volumes) to the lawyers to work out.

Finally, whilst I appreciate your interest to get started as soon as possible, which is something I’m very interested in as well, the fact remains that because of the position that Syngenta has taken for the last six months, a number of issues need to be sorted out before we can restart.
whitin a matter of days, but rather by Syngenta taking many months to make up its mind to start working again.
I’m looking forward to work with you [p] , but I cannot resolve at short notice the problems created by Syngenta over many months.”

2.21.

Het in opdracht van Syngenta opgestelde rapport van april 2016 getiteld de “Root Cause Analysis of Pepino Virus at Bakker Seed Productions” luidt, voor zover van belang, als volgt:

Conclusion from the of test results

On the basis of the above it has been shown that the PepMV has been identified in the female plants found in Department3. The YPL for these female plants were delivered to Bakker on 24th and 25th Juni 2015. Given the incubation time of 2-3 weeks and the fact that the symptoms were found on the 4th of August 2015 (which is 6 weeks after delivery), there is a high probability that the infection originated at Bakker..

(…)

10 Conclusions
In light the above the conclusion is that given the time passed between the delivery of plant material and finding the infection there is a high probability that the infection had occurred at Bakker Seed Production BV. The precise cause could nog be identified.

(…)”

2.22.

Bakker is niet betrokken geweest bij dit onderzoek. Het rapport is pas aan Bakker ter hand gesteld nadat hij een vordering ex. Art. 843a Rv. heeft ingesteld.

2.23.

Bij brief van 13 mei 2016 heeft (de advocaat van) Syngenta het navolgende aan Bakker meegedeeld:

“Namens Syngenta Seeds B.V. bericht ik u als volgt. Omdat het gaat om een aanzegging met rechtsgevolg, stuur ik u deze brief rechtstreeks met gelijktijdige verzending van een afschrift aan uw advocaat.

Zoals bekend is in augustus 2015 geconstateerd dat door u in uw kassen voor Syngenta geteelde tomaatplanten waren besmet met het PepMV virus, waarna alle tomaatplaten moesten worden vernietigd. De nadien uitgevoerde Root Cause Analysis heeft uitgewezen dat de besmetting hoogstwaarschijnlijk in uw kassen is ontstaan. Syngenta heeft u reeds aansprakelijk gesteld voor de als gevolg van deze besmetting door haar geleden schade, die naar voorlopige begroting USD 2.050.000,- bedraagt. Voor zover nodig wordt de aansprakelijkstelling bij deze herhaald. Ik neem aan dat u uw verzekeraar hierover zult informeren.

Na de constatering van de besmetting is tussen partijen conflict ontstaan over hoe een en ander zou moeten worden opgevolgd. Syngenta heeft naar aanleiding van de besmetting en dit conflict besloten geen verdere teelt bij Baak Seed Productions te laten plaatsvinden. Daarmee is de contractuele verhouding die tussen partijen bestond, bestaande uit de Raamovereenkomst 2013-2016 en de respectieve Contractvoorwaarden seizoensproductie, geldig beëindigd.

Voor zover op enig moment zou blijken dat genoemde beëindiging geen effect heeft gehad, deelt Syngenta u hierbij mede dat zij, in het verband van de Raamovereenkomst 2013-2016 die in beginsel een looptijd heeft van vier jaar, met deze brief de genoemde contractuele verhouding opzegt met gebruikmaking van het recht van tussentijdse opzegging (zoals vervat in artikel 16 van de Raamovereenkomst) met inachtneming van de termijn van 6 maanden, dus tegen 13 november 2016.

Voor zover op enig moment zou blijken dat ook deze tussentijdse opzegging met een termijn van zes maanden geen effect heeft gehad, deelt Syngenta u hierbij mede dat zij de genoemde contractuele verhouding bij deze opzegt met inachtneming van een termijn van twee jaar, dus tegen 13 mei 2018
(…)”

3 Het geschil

3.1.

Bakker vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Syngenta veroordeelt tot nakoming van de tussen partijen bestaande duurovereenkomst door uiterlijk binnen vijf dagen na het te wijzen vonnis bij Bakker aan te vangen met de teelt van 3600 m2 groentegewassen niet zijnde tomaten, op de wijze en voorwaarden (inclusief prijzen) zoals de afgelopen drie jaren gebruikelijk was, en hiermee door te gaan tot het einde van dit jaar op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.000,- per dag dat Syngenta in gebreke blijft hieraan uitvoering te geven. Daarnaast vordert Bakker veroordeling van Syngenta in de kosten van het geding en in de nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Bakker stelt daartoe dat de planten die op 24 juni en 21 juli 2015 door Vreugdehil bij haar werden afgeleverd toen al besmet waren met PepMV. Volgens Bakker is dit gezien
de intensiteit van de besmetting die kort daarop in de planten werd aangetroffen in combinatie met de incubatietijd van het virus, het verspreidingspatroon in de andere afdelingen waar (oudere) tomatenplanten stonden, de gelijkenis van het aangetroffen virus met vaccins waarmee tegen PepMV wordt gevaccineerd alsook de besmettelijkheid van het virus, de enige logische verklaring. Dat het virus bij aflevering nog niet zichtbaar was, is te wijten aan de incubatietijd van meerdere weken. Dit betekent dat Syngenta gehouden is de tussen partijen bestaande duurovereenkomst met betrekking tot de teelt van andere gewassen dan tomaten na te komen.

3.3.

Syngenta voert gemotiveerd verweer. Volgens Syngenta heeft Bakker onvoldoende spoedeisend belang bij haar vordering en is deze niet geschikt voor toewijzing in kort geding. Daarnaast heeft Syngenta aangevoerd dat zij nooit een contractuele verplichting heeft gehad om paprika’s en komkommers af te nemen bij Bakker. Voor zover die verplichting wel heeft bestaan, is de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig beëindigd, dan wel had Syngenta het recht om de overeenkomst op te schorten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het meest verstrekkende verweer van Syngenta is dat er geen spoedeisend belang bestaat bij de ingestelde vordering. Dit verweer faalt. Het valt niet te ontkennen dat de schade die Bakker lijdt wordt beperkt wanneer het zou komen tot hervatting van de samenwerking, wat betreft de teelt van andere dan tomatenplanten, op de voet van de voorheen daaraan ten grondslag gelegde voorwaarden. Dat Bakker die schade ook in een bodemprocedure kan vorderen doet daaraan niet af.

4.2.

De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat er vanaf medio jaren ’90 een contractuele relatie tussen partijen heeft bestaan waarin Syngenta Bakkers enige opdrachtgever was en die zich kenmerkte door het feit dat er jaarlijks seizoensgebonden leveringen plaatsvonden zonder jaarlijkse heronderhandelingen. Die zeer langdurige relatie is te kwalificeren als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat partijen in het kader van hun samenwerking in 2013 hebben gesproken over een door Bakker te verrichten investering.

4.3.

Aan het voorgaande kan niet afdoen dat de afzonderlijke raamovereenkomsten een opzegtermijn kennen. De wijze waarop die overeenkomsten in de relatie werden gehanteerd, bezien in de context van de overige omstandigheden van het geval, brengt mee dat bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de opzegging niet primair acht moet worden geslagen op die termijn, maar op de relatie als geheel. Daarvoor is mede redengevend dat ook in die raamovereenkomsten niets is geregeld over minimumafname en mate van exclusiviteit, afspraken over investeringen, etc. Naarmate wezenlijke aspecten van de relatie niet schriftelijk zijn geregeld dient bij een overeenkomst als de onderhavige meer betekenis toe te komen aan de wijze waarop partijen feitelijk met elkaar samenwerkten.

Dat in dit geding slechts nakoming van de overeenkomst voor bepaalde gewassen wordt gevorderd en dat de teelt van die gewassen in de afgelopen jaren allerminst stabiel is geweest, zoals Syngenta ter zitting heeft aangevoerd, is geen reden om anders te oordelen.

4.4.

Ter beoordeling staat allereerst of Syngenta de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. Aan Syngenta kan worden toegegeven dat onder de deelovereenkomst “Contractvoorwaarden seizoensproductie Tomaat 2015” sprake is van een tekortkoming omdat die productie niet is geleverd, en dat het aan Bakker is om aannemelijk te maken dat die tekortkoming haar niet kan worden toegerekend. Bij de toepassing van dit uitgangspunt kan er echter niet aan worden voorbijgegaan dat Syngenta de dominante partij in deze relatie is en dat het ook Syngenta is geweest die de routing van het betrokken gewas via Vreugdenhil naar Bakker heeft voorgeschreven. De afhankelijkheid van telers als Bakker van de relatie met Syngenta is groot genoeg om aan te nemen dat een drieste wijze van beëindiging daarvan aanzienlijke risico’s meebrengt voor de continuïteit van het bedrijf. Aannemelijk is dat Syngenta zich dat bewust is geweest. Verder moet in aanmerking worden genomen dat Syngenta een zodanige toegang tot de relevante expertisevelden heeft dat van haar mag worden verlangd dat zij voor het belang van haar contractspartners verstrekkende conclusies onderbouwd met onderzoek dat zowel processueel als inhoudelijk aan hoge maatstaven voldoet.

4.5.

Zoals Syngenta ter zitting al is voorgehouden heeft zij op dit terrein forse steken laten vallen. De opstelling van Syngenta in september/oktober 2015 moet worden gekwalificeerd als “jumping to conclusions”. Het door haar overgelegde onderzoeksrapport “Root Cause Analysis” dateert van april 2016 en is zonder betrokkenheid van Bakker tot stand gekomen. Hierin worden aannames gehanteerd omtrent de incubatietijd van het betrokken virus (2-3 weken) die in het licht van de betwisting daarvan door Bakker ter zitting niet onproblematisch zijn te achten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voor ontbinding van deze overeenkomst, mede gelet op de lange duur daarvan, nodig is dat die wordt gemotiveerd met deugdelijker onderzoek dan tot nu toe heeft plaatsgevonden.

4.6.

Syngenta heeft opgemerkt dat Bakker haar ten onrechte verwijt dat zij Bakker onvoldoende bij het onderzoek heeft betrokken en stelt in dat verband dat Bakker zich onmiddellijk na de uitbraak onwrikbaar op het standpunt heeft gesteld dat de oorzaak niet bij haar lag, maar bij Vreugdenhil. Eerst ter zitting heeft Bakker gesteld dat zij ook zelf onderzoek heeft verricht en met deskundigen heeft gesproken. Die informatie is echter nooit het Syngenta gedeeld en ook in dit kort geding niet ingebracht.

4.7.

De voorzieningenrechter wil Syngenta graag toegeven dat ook Bakker zich minder open heeft opgesteld dan mogelijk zou zijn geweest. De toon is echter gezet door Syngenta, die zich onmiddellijk na de uitbraak met dezelfde onwrikbaarheid als zij nu Bakker verwijt op het standpunt heeft gesteld dat de oorzaak in het domein van Bakker ligt. Indien die opstelling ook op dat moment al zou zijn gebaseerd op de gegevens die zij in haar Root Cause Analysis bijeen heeft gebracht, en een dergelijke rapportage bij het bezoek op 25 september 2015 aan Bakker ter hand zou zijn gesteld, zou die al veel meer te billijken zijn geweest, maar dat is niet het geval. Syngenta heeft in de eerste maanden na de uitspraak haar onderzoeksbevindingen, en de redenering achter haar conclusies, juist niet met Bakker gedeeld.

4.8.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of Syngenta de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. Uitgangspunt bij die beoordeling is dat een overeenkomst als de onderhavige in beginsel door elk van partijen kan worden opgezegd, met dien verstande dat de tussen partijen besproken regels van mededingingsrecht dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst kunnen meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een toelaatbare en voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (zie HR 14 juni 2013 (Auping/Beverslaap, ECLI:N:HR:2013:BZ4163).

4.9.

Blijkens de brief van 30 oktober 2015 is continuering van de relatie afhankelijk gesteld van de bereidheid van Bakker om de schade af te regelen op de daarin voorgestelde wijze. In weerwil van de protesten van Bakker daartegen is aan die positie vastgehouden in de (hiervoor onder 2.17 en 2.18 deels weergegeven) brieven van 27 november 2015 en
11 december 2015. Vervolgens is op 12 januari 2016 medegedeeld dat productie van andere gewassen dan tomaten(zaden) bespreekbaar is. Na aanvankelijk nog vast te houden aan de wens om ook tomatengewassen te telen wordt vervolgens door Bakker ingegaan op die bereidheid. Dat leidt tot een voorstel d.d. 25 februari 2016, dat voorziet in een nieuwe teelt van komkommers op het bedrijf van Bakker onder gewijzigde voorwaarden, en het voorstel dat Bakker op zeer korte termijn ook de opkweek van planten gaat verzorgen. Syngenta verlangt op donderdag 3 maart 2016 van Bakker dat zij hierover nog diezelfde week beslist.

4.10.

Bakker legt nog diezelfde dag uit dat beide voorstellen wat haar betreft niet opportuun zijn, zeker niet op zeer korte termijn. Bakker deelt daarbij mee dat zij gezien de complexiteit van de voorstellen van Syngenta niet anders kan dan op de gebruikelijke manier telen. Syngenta geeft enige dagen later te kennen dat zij het standpunt van Bakker aanvaardt. Dan moet Bakker echter aan Syngenta meedelen dat zij ter beperking van haar schade op zoek is gegaan naar alternatieve opdrachtgevers en in verband daarmee niet langer de gebruikelijke capaciteit ter beschikking heeft.

4.11.

Bakker heeft verder aangegeven dat er teelttechnische bezwaren zitten aan het telen van verschillende gewassen in één afdeling, waarop Syngenta te kennen heeft gegeven dat dit wat haar betreft geen belangrijke bezwaren zijn. Op 10 maart 2016 heeft de heer [p] contact opgenomen met Bakker om te vragen of zij in plaats van 900 m2 komkommers en 500 m2 paprika’s, het totaal mag uitbreiden tot 1500 m2 komkommers en 500 m2 paprika. In totaal zou dan voor 2000 m2 aan komkommers en paprika’s worden geteeld ten behoeve van Syngenta. Op 15 maart 2016 heeft Bakker aangegeven dat dit wat haar betreft akkoord is als Syngenta bevestigt dat zij de teelt technische risico’s aanvaard die gemoeid zijn met het telen van diverse gewassen in één kas. Syngenta heeft vervolgens op 25 maart 2016 laten weten dat zij heeft besloten af te zien van teelten bij Bakker.

4.12.

Allereerst verdient opmerking dat uit deze weergave van de historie moet worden geconcludeerd dat de grond waarop Syngenta uiteindelijk heeft geweigerd Bakker in 2016 in te schakelen voor de productie van komkommers en paprika’s niet is gelegen in de weigering om akkoord te gaan met de voorgestelde afdoening van de in 2015 in de tomaten ontstane schade, maar in de omstandigheid dat Bakker aangaf niet bereid te zijn die productie uit te voeren zonder exoneratie voor de risico’s die verband houden met de teelt van deze gewassen in dezelfde kas. De vraag of die stellingname toereikende grond biedt voor opzegging kan niet los worden gezien van de opstelling van Syngenta in de discussie over de oorzaak van de virusbesmetting en de consequenties die dat moet hebben voor de voortzetting van de samenwerking.

4.13.

De voorzieningenrechter is, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, voorshands van oordeel dat de aanvankelijke weigering om de relatie met Bakker (ook) wat betreft de andere gewassen te continueren zolang Bakker zich wat betreft de afdoening van de tomatenteelt 2015 niet in de wensen van Syngenta had geschikt, Syngenta niet paste.

Dat kleurt mede het vervolgtraject.

In een situatie waarin niet duidelijk was of de besmetting, zoals Bakker meende (en nog steeds meent) is toe te schrijven aan een oorzaak (Vreugdenhil) die in het domein van Syngenta ligt, had Syngenta zich het continuïteitsbelang van Bakker in verdergaande mate moeten aantrekken dan zij heeft gedaan. Zij had zich moeten inspannen om de schadeoorzaak deugdelijk vastgesteld te krijgen en had met Bakker moeten bespreken hoe de continuïteit van haar bedrijfsvoering hangende de loop van dat onderzoek kon worden zeker gesteld op een wijze die met haar, Syngenta’s, belang te verenigen viel.

4.14.

Syngenta is dat kennelijk rond de jaarwisseling 2015/2016 ook gaan inzien en heeft vanaf dat moment een meer op (voorlopige) voortzetting van de relatie gerichte koers gevolgd. Dat Syngenta de verdere teelt van tomatenzaadplanten wenst op te schorten totdat duidelijkheid bestaat over de veiligheid daarvan binnen Bakkers bedrijf, valt daarbij te begrijpen en te billijken. Wat betreft haar opstelling voor het overige, wordt het volgende overwogen.

4.15.

De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat Syngenta met Bakker wat betreft de productie van paprika- en komkommergewassen op ook voor haar aanvaardbare termen tot zaken had kunnen komen indien zij zich vanaf oktober 2015 niet had opgesteld op de hiervoor omschreven wijze. Dan was Bakker niet genoopt geweest om ter beperking van haar schade areaal tijdelijk anders in te zetten, had zij de tijd gehad om zich op de door Syngenta gestelde voorwaarden in te stellen en hadden partijen, aanknopend bij al eerder gevoerde besprekingen, als hiervoor vermeld, afspraken kunnen maken over daartoe eventueel benodigde investeringen en het perspectief op het renderend maken daarvan.

4.16.

Bakker persisteert blijkens de inhoud van haar vordering kennelijk niet langer bij de voorwaarde die voor Syngenta aanleiding is geweest om de overeenkomst op te zeggen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Syngenta onder die omstandigheden op dit moment niet redelijk handelt door in die opzegging te volharden op de wijze waarop zij dat van zins is. Syngenta miskent dat opzegging plaatsvindt in een situatie waarin er redenen zijn om in afwachting van uitsluitsel over de oorzaken voorlopig geen tomatenteelt meer te gunnen. Nu het leeuwendeel van het areaal daarmee werd bezet, ligt het in de rede om met het oog op de belangen van Bakker hangende het onderzoek alternatieven te faciliteren. Het vullen van een deel van het areaal met gewassen die voorheen al werden geteeld ligt dan het meest voor de hand.

4.17.

Syngenta heeft bij dupliek nog betoogd dat weliswaar uitgangspunt is dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd opzegbaar is, maar dat daartoe slechts in uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende grond is vereist. Volgens Syngenta is van die uitzonderlijke omstandigheden in dit geval geen sprake. Syngenta wijst daarbij op het volgende.

( a) De teelt waarop dit kort geding ziet — namelijk van komkommers en paprika’s - vormt

maar een zeer beperkt onderdeel van de totale omzet van Bakker. Deze productie was

bovendien niet constant en nam al jaren af.

( b) Bakker heeft op zeer korte termijn een nieuwe afnemer gevonden, die het grootste deel

van haar kassen bezet houdt. Zij is dus niet afhankelijk van Syngenta en kan gemakkelijk

nieuwe opdrachtgevers vinden.

( c) Syngenta heeft niet van Bakker geëist dat zij exclusief voor Syngenta zou werken. Zij

heeft Bakker juist gestimuleerd om ook voor andere partijen te gaan werken (Prod. 6).

Bakker heeft er zelf voor gekozen om dit niet te doen.

( d) Syngenta heeft nooit de indruk gewekt dat zij voor eeuwig met Bakker zou samenwerken.

Bakker wist ook dat dergelijke garanties niet werden gegeven. Het was bovendien al jaren duidelijk dat Syngenta een andere samenwerking voor ogen had dan nu het geval was en dat met name de komkommer- en paprikaproductie zou afnemen c.q. wegvallen.

( e) Bakker heeft geen investeringen gedaan die zij niet heeft kunnen terugverdienen.

De laatste investeringen stammen uit 2010 en waren nodig om GSPP gecertificeerd te

worden, een eis waaraan tegenwoordig iedere serieuze zaadproducent dient te voldoen.

Deze investeringen komen dan ook voor rekening van Bakker. Syngenta betwist dat die

investeringen over 10 jaar zouden worden ‘terugbetaald’, zoals Bakker stelt.

Bakker heeft de investeringen ruimschoots terug kunnen verdienen. Zelfs als dit (nog) niet het geval zou zijn, dan kan zij deze terugverdienen doordat zij ter vervanging van Syngenta

inmiddels samenwerkt met een andere partij.

4.18.

Deze argumenten zijn niet allemaal naar voren gebracht in een stadium waarin Bakker daarop kon reageren. Zij miskennen bovendien dat de omstandigheid dat er wellicht toereikende grond is voor beëindiging van de relatie nog niet meebrengt dat de wijze waarop die beëindiging thans wordt doorgevoerd ook rechtmatig is.

4.19.

Dat is reden om het onderzoek te heropenen. De vervolgzitting zal worden gebruikt om “in te zoomen” op de feitelijke gevolgen van de huidige opstelling van Syngenta voor Bakker en de wijze waarop de daaruit voortvloeiende schadelijke gevolgen door teeltopdrachten van Syngenta voor de 2e helft van 2016 en 2017 zouden kunnen worden gemitigeerd. Bakker dient de voorzieningenrechter te voorzien van de gegevens die voor die beoordeling nuttig kunnen zijn. Te denken valt aan:

  • -

    huidige en te verwachte bezetting van zijn kasruimte,

  • -

    gewenste opdrachten voor de 2e helft van 2016 en het teeltseizoen 2017,

  • -

    omzetcijfers 2013-2015, 1e helft 2016,

  • -

    mogelijkheden om omzet uit opdrachten elders te verwerven en de termijn waarop die kunnen worden benut.

4.20.

Uit het voorgaande volgt dat Syngenta rekening moet houden met de mogelijkheid van een (in tijd en omvang beperkte) toewijzing van de gevraagde voorziening die strekt tot beperking van de door Bakker geleden schade en/of facilitering van de overgang van Bakkers bedrijfsvoering naar een bedsrijfsvoering die (meer) leunt op andere opdrachtgevers.

Indien het daartoe komt zal rekening worden gehouden met Syngenta’s feitelijke (on) mogelijkheden. Zij zal op de vervolgzitting worden gevraagd om daarin enig inzicht te verschaffen.

4.21.

Syngenta heeft zich erop heeft beroepen dat zij de genoemde productie al heeft uitgezet bij andere partijen, zodat zij met een overschot zal komen te zitten als zij ook zaden van Bakker dient af te nemen. Voor zover dit als serieus bezwaar tegen een voorziening is bedoeld wordt haar gevraagd gegevens te verschaffen waaruit kan volgen dat, mede gelet op het volume van de door haar uitgezette teelt en de gebruikelijke variatie in de jaarlijkse opbrengst van die teelt, de te verwachten opbrengst van een aan Bakker te gunnen teelt van een zodanige omvang is dat kans op overschot zou kunnen bestaan.

4.22.

Syngenta heeft ook nog opgemerkt dat Bakker geen belang heeft bij de gevraagde voorziening omdat zij de voor de teelt van Syngenta-gewassen benodigde ruimte op andere wijze gebruikt. Dat is in zoverre juist dat Bakker met de gevraagde voorziening niets kan beginnen inzien zij geen kasruimte heeft. Bakker zal zich dat hebben gerealiseerd voordat zij dit kort geding aanspande, maar ook op dit punt zal op de vervolgzitting opheldering worden gevraagd.

4.23.

In het voorgaande ligt besloten dat de voorzieningenrechter aanleiding ziet om het beroep op opschorting te passeren. Waar Syngenta enige maanden geleden nog bereid was om Bakker teelt 2016 paprika en komkommers te gunnen, is niet in te zien waarom de omstandigheid dat 2015 nog niet is afgewikkeld daaraan nu in de weg zou moeten staan.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter


heropent het onderzoek;

bepaalt dat op 7 juli 2016 om 9:00 uur een nadere zitting op de locatie Haarlem aan de Janstraat 81 in deze zaak zal plaatsvinden teneinde nadere inlichtingen te verkrijgen over de hiervoor onder 4.19-4.22 genoemde vraagpunten.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken door
mr. M.A.J. Berkers in tegenwoordigheid van de griffier mr. P.L. Ypma op 28 juni 2016.1

1 type: PY coll: