Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:11117

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-12-2016
Datum publicatie
10-01-2019
Zaaknummer
15810092-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank schorst de vervolging van de verdachte (artikel 16 lid 1 Sv.).

Gelast dat de schorsing van de vervolging zich niet uitstrekt tot hetgeen de voorlopige hechtenis betreft (artikel 17 lid 2 Sv.)

Geeft de officier van justitie opdracht om Reclassering Nederland onderzoek te laten doen naar de (on)mogelijkheden van schorsende voorwaarden waaraan verdachte kan voldoen en van dit onderzoek rapportage te doen opmaken, waaruit tevens dient te blijken wat de meest geschikte instelling voor verdachte is om te verblijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810092-16

Uitspraakdatum: 6 december 2016

Tegenspraak ex art. 279 Sv

Beslissing

Deze beslissing is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting op 22 november 2016 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1935 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres ( [adres] ,

feitelijk verblijvende in FPA Sint Willebrord te (1851 NG) Heiloo, Kennemerstraatweg 464.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C. van Venrooij en van hetgeen de raadsvrouw van verdachte, mr. E.G. Al, advocaat te Nieuw-Vennep, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 04 april 2016 te Beverwijk opzettelijk en met voorbedachte rade een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] met een ijzeren staaf, althans een hard voorwerp (meermalen) met kracht op het hoofd en/of de hals, althans het lichaam geslagen, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging.

2.1.

Schorsing van de vervolging

In opdracht van de rechter-commissaris hebben drs. M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog en drs. C.J. van Gestel, psychiater, vragen beantwoord die zien op de vraag of verdachte in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen.

In het pro justitia rapport d.d. 18 november 2016 beantwoordt psycholoog Van Willigenburg de gestelde vragen als volgt :

1. Lijdt verdachte aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen?

Ja, er is sprake van voortschrijdende dementie van het Alzheimertype. Ten opzichte van het vorige onderzoek, in de zomer van 2016, is het cognitief functioneren verslechterd. Er zijn stoornissen in de aandacht, het tempo, het geheugen, de taal, de executieve functies en visuoconstructieve vaardigheden. De emotionele vervlakking is onverminderd aanwezig. Betrokkene heeft wel enig besef van de tegen hem lopende rechtsprocedure, maar dit besef lijkt wisselend aanwezig en het overzicht ontbreekt. Hij heeft geen zicht op of begrip van de mogelijke consequenties die de rechtszaak voor hem kan hebben en is hier ook niet mee bezig doordat hij zo in beslag wordt genomen door het volbrengen van de dagelijkse routines. Hij is daardoor niet in staat te begrijpen wat de strekking is van de tegen hem ingestelde vervolging.

2. Indien verdachte thans niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, is de vraag of het de verwachting is dat hij de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging in de toekomst wel zal kunnen begrijpen.

De prognose van de ziekte van Alzheimer is dat er sprake is van toenemende achteruitgang van het cognitief, emotioneel en sociaal functioneren, waarbij niet is te zeggen in welk tempo dit gebeurt. Herstel naar het niveau van voordat hij ziek werd, zal niet optreden. Op basis van de kennis van over de aard en het beloop van de vastgestelde ziekelijke stoornis is de verwachting van de rapporteur dat het functioneren van betrokkene in de toekomst verder zal verslechteren, en hij dan evenmin de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging zal kunnen begrijpen.

In het pro justitia rapport d.d. 15 november 2016 beantwoordt psychiater Van Gestel de gestelde vragen als volgt.

1. Lijdt verdachte aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen?

Op grond van dit psychiatrisch onderzoek, alsook van het onderzoek van de mederapporteur en de eerdere onderzoeken die gedaan zijn, concludeert ondergetekende dat betrokkene onvoldoende in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen op grond van een voortschrijdend dementieel syndroom. Betrokkene heeft een irreële visie op zijn situatie en op de komende rechtszaak. Ook na richtinggevende vragen geeft betrokkene geen blijk van goed begrip.

2. Indien verdachte thans niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, is de vraag of het de verwachting is dat hij de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging in de toekomst wel zal kunnen begrijpen.

Betrokkene lijdt aan een dementieel syndroom, waarschijnlijk de ziekte van Alzheimer. Dit is een progressief neurodegeneratief ziektebeeld. De bij betrokkene gestoorde geheugenfuncties, het overzichtsverlies, taalproblemen en de labiliteit zullen in ernst toenemen, uiteraard in een onvoorspelbaar tempo, waarbij uiteindelijk ook meer basale cognitieve functies (zoals het bewustzijn) en lichamelijke functies zullen gaan uitvallen.

Standpunt van de officier van justitie

Gelet op hetgeen hiervoor door de psycholoog en psychiater is gerapporteerd als antwoord op de gestelde vragen, heeft de officier van justitie betoogd dat de vervolging jegens verdachte dient te worden geschorst. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen en dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De officier van justitie verzoekt de schorsing van de vervolging zich niet te laten uitstrekken over de voorlopige hechtenis, nu eerst nog een passende plek voor verdachte dient te worden gevonden.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich, onder verwijzing naar hetgeen de officier van justitie daaromtrent naar voren heeft gebracht, eveneens op het standpunt gesteld dat de vervolging van verdachte moet worden geschorst.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van de door de psycholoog Van Willigenburg, en psychiater Van Gestel uitgebrachte, hiervoor genoemde, rapportages vast dat verdachte lijdt aan voortschrijdende dementie van het Alzheimertype, waardoor hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. De prognose, blijkens deze rapportages, is dat sprake zal zijn van een toenemende achteruitgang van het cognitief, emotioneel en sociaal functioneren. Daarbij is niet te zeggen in welk tempo dit gebeurt. De verwachting is echter dat het functioneren van verdachte in de toekomst verder zal verslechteren en hij dan evenmin de strekking van de vervolging zal kunnen begrijpen.

De rechtbank maakt de inhoud van genoemde rapportages tot de hare en komt tot het oordeel dat de vervolging van verdachte dient te worden geschorst.

2.2.

Voorlopige hechtenis

Nu de vervolging van verdachte zal worden geschorst, dient de rechtbank een beslissing te nemen met betrekking tot de voorlopige hechtenis van verdachte.

Op grond van artikel 17, tweede lid, Sv kan de rechtbank gelasten dat de schorsing van de vervolging zich niet zal uitstrekken tot hetgeen de voorlopige hechtenis betreft.

De officier van justitie heeft – nu duidelijk is dat verdachte niet op de huidige plek in de FPA te Heiloo kan blijven als de voorlopige hechtenis wordt beëindigd – reeds contact gehad met Reclassering Nederland teneinde te onderzoeken of er schorsende voorwaarden zijn te formuleren waaraan verdachte kan voldoen bij plaatsing op bijvoorbeeld een geriatrische afdeling. Daarbij zal de reclassering, zo geeft de officier van justitie aan, in overleg treden met [specialist] , specialist ouderen geneeskunde en [psycholoog] , GZ psycholoog FPA Hooge Venne te Heiloo. Dit teneinde te bewerkstelligen dat er een passende vervolgplek voor verdachte wordt gevonden.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de schorsing van de vervolging zich niet dient uit te strekken over de voorlopige hechtenis.

3 Beslissing

De rechtbank:

schorst de vervolging van de verdachte;

gelast dat de schorsing van de vervolging zich niet uitstrekt tot hetgeen de voorlopige hechtenis betreft;

geeft de officier van justitie opdracht om Reclassering Nederland in overleg met [specialist] (specialist ouderen geneeskunde Dijk en Duin) en [psycholoog] (GZ psycholoog FPA Hooge Venne te Heiloo), onderzoek te laten doen naar de (on)mogelijkheden van schorsende voorwaarden waaraan verdachte kan voldoen en van dit onderzoek rapportage te doen opmaken, waaruit tevens dient te blijken wat de meest geschikte instelling voor verdachte is om te verblijven;

beveelt schorsing van het onderzoek ter terechtzitting tot de zitting van 14 februari 2017 om 09.00 uur ten behoeve van voorgenoemd onderzoek en opmaken van rapportage.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gewezen door

mr. W.J. van Andel, voorzitter,

mr. C.A.M. van der Heijden en mr. M.E. Francke, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.L. Meyer,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 december 2016.