Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:11084

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-04-2016
Datum publicatie
17-01-2017
Zaaknummer
5438182 AO VERZ 16-103
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wwz-zaak. Het verzoek van de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren wordt afgewezen, omdat als vaststaand wordt aangenomen dat het gestelde disfunctioneren mede het gevolg is van ziekte of gebreken van de werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0050
AR 2017/279
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 5438182 AO VERZ 16-103

Uitspraakdatum: 28 november 2016

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap Sonneborn Refined Products B.V.,

gevestigd te Amsterdam

verzoekende partij

verder te noemen: Sonneborn

gemachtigde: mr. M. Hurks

tegen

[naam verwerende partij] ,

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. Z. Aliar

1 Het procesverloop

1.1.

Sonneborn heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [werknemer] heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 14 november 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. Voorafgaand aan de zitting heeft Sonneborn bij brief van 11 november 2016 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Sonneborn houdt zich bezig met de productie, verkoop en verwerking van zogenoemde witte oliën, petrolatums en microkristallijne wassen.

2.2.

[werknemer] , geboren [geboortedatum] , is op 27 juli 1992 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Sonneborn. De laatste functie die [werknemer] vervulde, is die van logistiek medewerker, met een salaris van € 2.715,00 bruto per maand.

2.3.

In 2012 heeft [werknemer] twee keer een TIA (transient ischaemic attack) gehad. In verband daarmee is hij in mei 2012 wegens ziekte uitgevallen voor zijn werk als logistiek medewerker.

2.4.

[werknemer] is na zijn uitval aangepaste werkzaamheden gaan verrichten in een andere functie, de functie productiemedewerker. In december 2013 is aan of door de bedrijfsarts gemeld dat [werknemer] weer hersteld was voor zijn eigen werkzaamheden. [werknemer] heeft daarna niet zijn werk als logistiek medewerker hervat, maar is nagenoeg geheel 2014 blijven werken als productiemedewerker.

2.5.

In een rapportage van een psychologisch onderzoek van 26 november 2014 en 2 december 2014 door onderzoeksbureau [A] , opgesteld op verzoek van [B] (hierna: [b] ), HR-manager van Sonneborn, en na verwijzing door de bedrijfsarts, is geadviseerd dat [werknemer] in staat moet worden geacht om op termijn terug te keren in zijn eigen werk als logistiek medewerker. Daarbij moet volgens die rapportage rekening worden gehouden met het feit dat [werknemer] last heeft van aandachtswisselingen, dat hij daardoor moeite heeft met het onthouden van informatie en met het werkgeheugen voor cijfermatige informatie, dat hij baat heeft bij meer structuur wat betreft complexe taken, en dat instructies en andere informatie zo veel mogelijk visueel moeten worden aangeboden. Verder wordt opgemerkt dat het conform een advies van de behandelend neuroloog aangewezen is dat er alleen in dagdienst gewerkt wordt.

2.6.

Op 11 maart 2015 is een rapportage opgesteld van een arbeidskundig onderzoek. In die rapportage staat onder meer:

“Op grond van de beperkingen die zijn gesteld ten aanzien van de medische belastbaarheid is de zorg over veiligheid en kwaliteit begrijpelijk. De heer [werknemer] kan niet zonder meer worden (her-)plaatst in een logistieke functie of in de functie van operator. (...)

Feitelijk is er nu sprake van een functioneringsprobleem dat voor een deel voortkomt tot veranderingen in de organisatie en mogelijk voor een deel te herleiden is tot medische beperkingen. Sonneborn en [werknemer] kunnen overwegen om een nieuw verzuimtraject te starten met een ziekmelding om in ieder geval over twee jaar een uitspraak van het UWV te verkrijgen.

Als voor dit traject gekozen wordt dan adviseer ik een jobcoach in te schakelen om de heer [werknemer] te begeleiden bij terugkeer als logistiek medewerker of operator bij Sonneborn of – als dit niet haalbaar blijkt – bij het zoeken naar passend werk op de arbeidsmarkt. Gezien de beperkingen geef ik in overweging om [C] in te schakelen voor de begeleiding (...).

Sonneborn en de heer [werknemer] kunnen ook kiezen voor een verbetertraject. Ook in dat geval is het gezien de medische beperkingen raadzaam om een jobcoach in te schakelen om de heer [werknemer] te ondersteunen.(...).”

2.7.

In de rapportage van 11 maart 2015 van het arbeidskundig onderzoek is over de functie logistiek medewerker het volgende opgemerkt:

“7.2. Logistiek medewerker (...)

7.2.2.

Inventarisatie knelpunten belasting/belastbaarheid

In relatie tot de door de bedrijfsarts vastgestelde beperkingen is de functie belastend op de volgende aspecten:

  • -

    Concentratievermogen

  • -

    Het werk is niet volledig voorgestructureerd (...)

  • -

    Geen rechtstreeks toezicht

  • -

    Verhoogd persoonlijk risico (...)

  • -

    Verwerken van woordelijke informatie en cijfers van computerscherm, verzendlijsten,

stickers en dergelijke (...)

8.2.1.

De oorspronkelijke functie van de heer [werknemer] is op grond van overschrijding van zijn mogelijkheden op de onder 7.2.2 genoemde aspecten niet passend. Gezien de aard van de beperkingen is werkhervatting op het oude niveau mogelijk wel haalbaar met ondersteuning van een jobcoach. (...).”

2.8.

Sonneborn heeft in een brief aan [werknemer] van 16 april 2015 het volgende geschreven:

“Onze twijfel of jij wel geschikt bent om de functie logistiek medewerker te verrichten wordt onderschreven door de arbeidsdeskundige in de rapportage die je hebt ontvangen, die heeft overwogen dat onze zorgen over de kwaliteit en veiligheid van je werk begrijpelijk zijn gelet op de beperkingen die zijn gesteld aan je medische belastbaarheid. De arbeidsdeskundige heeft dan ook bevestigd dat de functie van logistiek medewerker momenteel niet passend voor je is. Dit zou alleen met bepaalde aanpassingen het geval zijn (waarover zou meer).

We menen dan ook dat je tot op heden (zonder enige aanpassingen) medisch ongeschikt bent voor de functie van logistiek medewerker die je vervulde tot je arbeidsongeschiktheid. Er is immers op grond van de wet sprake van arbeidsongeschiktheid of ziekte op het moment dat je niet volledig je bedongen functie kan verrichten (...). Als we dit inderdaad zo formeel hadden benaderd (en je dus nog steeds formeel als ziek hadden beschouwd) had dit zeker negatieve gevolgen voor je gehad. In dat geval was de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte inmiddels afgelopen en hadden we je salaris negatief kunnen bijstellen op basis van de loonwaarde van de werkzaamheden die je momenteel verricht. (...)

Zoals je bekend hebben we echter gekozen voor een andere benadering. Je bent voor 100% arbeidsgeschikt verklaard en krijgt tot op heden salaris zoals je verdiende als logistiek medewerker (...). Niettemin ben je blijven aandringen op hervatting in de werkzaamheden als logistiek medewerker, waar jij je ook medisch toe in staat acht. (...) Om jou tegemoet te komen hebben we dan dus ook de hulp van de arbeidsdeskundige ingeroepen om te beoordelen in hoeverre en onder welke voorwaarden het voor jou mogelijk is om de functie logistiek medewerker te gaan verrichten.

De uitkomst van de arbeidsdeskundige is dat jij met behulp van een jobcoach wel in staat moet zijn om de functie logistiek medewerker weer te gaan verrichten. Sonneborn is bereid om je een kans te bieden (...). Dit zullen we doen aan de hand van een verbetertraject voor de duur van 12 maanden, waar begeleiding door genoemde jobcoach onderdeel van zal uitmaken. Uiteraard is in het verbetertraject rekening gehouden met de bij jou bestaande beperkingen.”

2.9.

In een door beide partijen ondertekend “Verbetertraject” is toegelicht dat er vier verbetergebieden zijn in de functie logistiek medewerker en is beschreven aan welke eisen het functioneren van [werknemer] moet voldoen. Daarbij is als begin- en einddatum van het verbetertraject aangegeven 16 april 2015 en 16 april 2016.

2.10.

In een groot aantal verslagen uit de periode na 16 april 2015 is de ontwikkeling in het functioneren van [werknemer] beschreven. In een verslag van een functioneringsgesprek van 21 april 2016 staat dat Sonneborn van mening is dat [werknemer] op een aantal onderdelen van het werk goede vooruitgang heeft laten zien, waaronder ten aanzien van ‘slabben’, tapwerkzaamheden en het gebruik van de vorkheftruck. In het verslag wordt verder aangegeven dat ten aanzien van de hoofdtaken het functioneren matig is waar het gaat om koelbandwerkzaamheden, en onvoldoende wat betreft de logistieke administratieve taken, en dat die laatste taken ongeveer 50% van de werkzaamheden zijn.

2.11.

In een brief van [werknemer] aan Sonneborn van 12 mei 2016 heeft [werknemer] onder meer opgemerkt dat het computergedeelte van het werk door zijn beperking erg moeilijk voor hem is, maar dat hij elke dag bijleert en dat hij zich wil blijven inzetten om tot een goed eindresultaat te komen.

2.12.

De door Sonneborn ingeschakelde jobcoach van [C] , [D] (hierna: [d] ), heeft in een evaluatie van 30 mei 2016 opgemerkt dat het zwaartepunt qua moeilijkheid in het functioneren ligt in de logistieke administratie en met name in het werken met het automatiseringssysteem SAP.

2.13.

In een eindevaluatie van 31 mei 2016 door [E] , productiemanager van Sonneborn, staat dat [werknemer] de werkzaamheden aan de koelband niet zelfstandig kan uitvoeren en dat hij de logistieke werkzaamheden absoluut niet beheerst, dat laatste met name omdat hij niet kan omgaan met het automatiseringssysteem SAP. De algehele conclusie van de evaluatie is dat [werknemer] het werk van logistiek medewerker niet beheerst en nooit zal kunnen beheersen, omdat het werk voor hem te complex is.

2.14.

[werknemer] heeft zich op 1 juni 2016 ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft in een advies van 12 augustus 2016 geschreven dat [werknemer] naar verwachting zes maanden nodig zal hebben voor volledig herstel, maar dat oplossing van het werkgebonden probleem daarvoor wel cruciaal is.

2.15.

Jobcoach [d] stelt in een brief van 28 juni 2016 dat het functioneren wat betreft ‘slabben’ en heftruck rijden als goed en geslaagd is aangemerkt, dat de koelbandwerkzaamheden uiteindelijk als voldoende zijn beoordeeld en afgetekend in het verbeterplan, evenals de werkzaamheden logistiek deel 1, maar dat [werknemer] de werkzaamheden logistiek deel 2, te weten het werken met het automatiseringssysteem SAP, nog niet volledig onder de knie heeft. De jobcoach heeft in de brief toegelicht dat er verschillende oorzaken zijn waarom deze werkzaamheden nog niet naar behoren worden gedaan door [werknemer] , maar dat Sonneborn wordt geadviseerd om [werknemer] wat meer tijd te geven om dit werk met behulp van hand outs en print screens onder de knie te krijgen.

2.16.

Sonneborn heeft in een brief van 25 juli 2016 aan [werknemer] een voorstel gedaan om te komen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Daarop is [werknemer] niet ingegaan.

3 Het verzoek

3.1.

Sonneborn verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW.

3.2.

Aan dit verzoek legt Sonneborn ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – disfunctioneren van [werknemer] . In dat kader heeft [werknemer] naar voren gebracht dat [werknemer] ondanks een verbetertraject van twaalf maanden, waarin [werknemer] intern en extern is begeleid, niet in staat is gebleken om de functie van logistiek medewerker naar behoren te vervullen. Volgens Sonneborn is geen sprake van een situatie waarin ziekte van [werknemer] oorzaak is geweest van zijn disfunctioneren. Verder wijst Sonneborn erop dat er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

[werknemer] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Hij voert daartoe aan – samengevat – dat geen sprake is geweest van disfunctioneren en dat hij onvoldoende in de gelegenheid is gesteld zijn functioneren te verbeteren. Verder heeft [werknemer] gesteld dat voor zover al sprake is van disfunctioneren, dit te maken heeft met medische beperkingen, zodat een verzuimtraject had moeten worden gevolgd, in plaats van een verbetertraject. Daarnaast meent [werknemer] dat het opzegverbod tijdens ziekte in de weg staat aan ontbinding en dat er nog herplaatsingsmogelijkheden zijn.

4.2.

[werknemer] heeft een zelfstandig (tegen-)verzoek gedaan om Sonneborn te veroordelen tot wedertewerkstelling. Voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [werknemer] om Sonneborn te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, een billijke vergoeding, en het verstrekken van een positief getuigschrift.

5 De beoordeling

het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

5.2.

Sonneborn voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in disfunctioneren. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Sonneborn in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.3.

Artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW bepaalt dat onder een redelijke grond voor ontbinding wordt verstaan de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren, en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer.

5.4.

De kantonrechter neemt op zichzelf wel als vaststaand aan dat sprake is van disfunctioneren, in die zin dat [werknemer] thans en ook vóór zijn uitval wegens ziekte op 1 juni 2016 nog ongeschikt was voor zijn werkzaamheden als logistiek medewerker. Uit de verschillende overgelegde verslagen over het functioneren van [werknemer] en de eindevaluatie van 31 mei 2016 blijkt immers voldoende dat hij in ieder geval de logistieke administratieve werkzaamheden niet beheerst, omdat hij nog niet naar behoren kan omgaan met het automatiseringssysteem SAP. Dat is ook niet betwist door [werknemer] . Nu die werkzaamheden een wezenlijk deel uitmaken van de functie logistiek medewerker, is [werknemer] bij de huidige stand van zaken dus ongeschikt voor die functie.

5.5.

Uit het hiervoor genoemde artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW volgt echter dat de ongeschiktheid van [werknemer] alleen dan een redelijke grond voor ontbinding kan opleveren, indien die ongeschiktheid niet het gevolg is van ziekte of gebreken. Aan die voorwaarde is in dit geval niet voldaan.

5.6.

Uit de hiervoor genoemde arbeidskundige rapportage van 11 maart 2015 blijkt dat [werknemer] wegens ziekte ongeschikt moet worden geacht voor zijn werk als logistiek medewerker. In die rapportage wordt immers onder punt 8.2.1 beschreven dat gelet op de door de bedrijfsarts vastgestelde medische beperkingen, waaronder beperkingen wat betreft concentratievermogen en het verwerken van woordelijke informatie en cijfers van een computerscherm, de functie logistiek medewerker niet passend is. Ook uit eerdergenoemde rapportage van [A] van 11 november 2014 volgt dat [werknemer] wel in staat werd geacht om op termijn terug te keren in de functie logistiek medewerker, maar dat rekening moet worden gehouden met de in die rapportage genoemde beperkingen en met het advies van de behandelend neuroloog dat er alleen in dagdienst gewerkt kan worden. Bovendien is Sonneborn er blijkens haar onder punt 2.8 genoemde brief van 16 april 2015 ook zelf vanuit gegaan dat [werknemer] wegens ziekte ongeschikt was voor de functie logistiek medewerker, nu zij daarin expliciet stelt dat [werknemer] medisch ongeschikt is voor die functie.

5.7.

Blijkens de verschillende verslagen van Sonneborn in de periode na 16 april 2015 en de brief van 28 juni 2016 van jobcoach [d] kan [werknemer] met name (nog) niet voldoen aan de eisen die de functie logistiek medewerker stelt, omdat hij niet voldoende kan omgaan met het automatiseringssysteem SAP. In de arbeidskundige rapportage van 11 maart 2015 wordt de functie logistiek medewerker niet passend geacht voor [werknemer] , juist vanwege de medische beperkingen wat betreft concentratievermogen en het verwerken van woordelijke informatie en cijfers van een computerscherm. Dit brengt naar het oordeel van de kantonrechter dat als vaststaand moet worden aangenomen dat de ongeschiktheid van [werknemer] voor het werk als logistiek medewerker in ieder geval mede te maken heeft met de medische beperkingen van [werknemer] . Niet gesteld of gebleken is dat [werknemer] na 11 maart 2015 hersteld zou zijn of dat zijn medische beperkingen zouden zijn afgenomen. Het voorgaande brengt mee dat ervan moet worden uitgegaan dat de ongeschiktheid mede het gevolg is van ziekte of gebreken. De arbeidsovereenkomst kan daarom niet op grond van artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW worden ontbonden.

5.8.

In het verzoekschrift heeft Sonneborn het standpunt ingenomen dat de ziekte van [werknemer] geen oorzaak is geweest van het disfunctioneren, omdat de arbeidsdeskundige heeft geadviseerd dat [werknemer] medisch gezien de functie logistiek medewerker kan verrichten en [werknemer] nooit heeft gezegd dat zijn disfunctioneren voortvloeide uit enige vorm van arbeidsongeschiktheid. Dat standpunt kan niet worden gevolgd. De stelling dat de arbeidsdeskundige [werknemer] medisch gezien geschikt heeft geacht voor de functie logistiek medewerker, berust op een verkeerde lezing van de arbeidskundige rapportage van 11 maart 2015. Zoals hiervoor is overwogen, blijkt uit die rapportage juist dat [werknemer] medisch gezien niet geschikt is voor de functie logistiek medewerker, en Sonneborn heeft gezien haar brief van 16 april 2015 die conclusie in de rapportage destijds ook terecht zo begrepen en opgevat. Dat volgens de arbeidsdeskundige werkhervatting op het oude niveau mogelijk wel haalbaar was met hulp van een jobcoach, doet niet af aan de conclusie dat [werknemer] medisch ongeschikt was voor zijn eigen werk, maar benadrukt die conclusie eerder. Voor zover [werknemer] nooit zou hebben gezegd dat zijn disfunctioneren voortvloeide uit enige vorm van arbeidsongeschiktheid, betekent dat niet dat hij geen medische beperkingen heeft voor zijn eigen werk. Die medische beperkingen en de medische ongeschiktheid voor de functie logistiek medewerker blijken immers duidelijk uit de arbeidskundige rapportage van 11 maart 2015 en waren voor Sonneborn ook kenbaar. Bovendien merkt [werknemer] in zijn brief van 12 mei 2016 ook zelf op dat het computergedeelte van het werk door zijn beperking erg moeilijk voor hem is. [werknemer] heeft daarbij ongetwijfeld het oog gehad op de hiervoor genoemde medische beperkingen.

5.9.

Dat [werknemer] in december 2013 door of bij de bedrijfsarts hersteld is gemeld voor de functie logistiek medewerker, kan aan het voorgaande niet afdoen, gelet op de duidelijke conclusie en bevindingen van de arbeidskundige rapportage. Overigens hebben beide partijen ook niet kunnen aangeven of aan de hersteldmelding een beoordeling door de bedrijfsarts is voorafgegaan. Ook zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt van een inhoudelijke beoordeling door de bedrijfsarts in december 2013.

5.10.

Uitgaande van het feit dat [werknemer] op en na 16 april 2015 om medische redenen ongeschikt was voor zijn functie als logistiek medewerker, stelt [werknemer] ook terecht dat Sonneborn geen verbetertraject had mogen starten op 16 april 2015, maar dat zij had moeten kiezen voor een re-integratietraject. In het kader van een re-integratietraject had Sonneborn de re-integratieverplichtingen als bedoeld in artikel 7:658a BW en de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV) tot uitgangspunt moeten nemen, en niet een verbetertraject in het kader van artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW. Overigens heeft ook de arbeidsdeskundige in de rapportage van 11 maart 2015 als eerste mogelijkheid gewezen op het starten van “een nieuw verzuimtraject”. De kantonrechter wil aannemen dat Sonneborn met de keuze voor een verbetertraject in de veronderstelling verkeerde dat zij ook het belang van [werknemer] diende, zoals Sonneborn in haar brief van 16 april 2015 heeft toegelicht, maar dat doet er niet aan af dat zij naar het oordeel van de kantonrechter de verkeerde keuze heeft gemaakt. Voor zover Sonneborn destijds twijfelde aan de arbeidsongeschiktheid van [werknemer] of over de te maken keuze, had zij een deskundigenoordeel (second opinion) aan het UWV kunnen vragen.

5.11.

Uit het voorgaande en artikel 7:671b lid 6 BW volgt ook dat het opzegverbod tijdens ziekte in de weg staat aan ontbinding. Het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst houdt namelijk mede verband met de ziekte van [werknemer] . Dat verzoek is immers gebaseerd op de stelling dat [werknemer] ongeschikt is voor zijn functie, terwijl hiervoor is geoordeeld dat die ongeschiktheid mede voortvloeit uit ziekte.

5.12.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van Sonneborn zal afwijzen en dat de arbeidsovereenkomst dus niet zal worden ontbonden.

5.13.

Gelet op de aard en de uitkomst van de zaak, zal worden bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten moet dragen.

het tegenverzoek

5.14.

Voor zover [werknemer] bij wijze van tegenverzoek heeft gevraagd om toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding, moet dat verzoek worden afgewezen, nu de arbeidsovereenkomst niet wordt ontbonden.

5.15.

Het verzoek tot wedertewerkstelling wordt ook afgewezen. Niet in geschil is dat [werknemer] op 1 juni 2016 wegens ziekte geheel is uitgevallen voor zijn werk. De bedrijfsarts heeft in een advies van 12 augustus 2016 geschreven dat [werknemer] naar verwachting zes maanden nodig zal hebben voor volledig herstel, maar dat oplossing van het werkgebonden probleem daarvoor wel cruciaal is. Onder die omstandigheden is werkhervatting en tewerkstelling in de functie logistiek medewerker nu nog niet aan de orde. Sonneborn kan daartoe in dit stadium dan ook niet worden veroordeeld. Het is aan partijen om in onderling overleg, en in overleg met de bedrijfsarts, al dan niet in combinatie met bemiddeling of mediation, te bespreken op welke wijze een invulling kan worden gegeven aan de arbeidsrelatie en eventuele werkhervatting.

5.16.

Gelet op de aard en de uitkomst van de zaak, zal worden bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten moet dragen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek

6.1.

wijst de verzochte ontbinding af;

6.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

het tegenverzoek

6.3.

wijst het verzoek af;

6.4.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 28 november 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter