Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:10978

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-10-2016
Datum publicatie
11-01-2017
Zaaknummer
AWB - 15 _ 4292
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aangezien er een geschil is over de waardering van de verhuurde woningen die tot de grondslag voor het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen behoren, is eiser benadeeld door het achterwege laten van een hoorzitting. De rechtbank wijst de zaak terug.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2017-0147
V-N Vandaag 2017/82

Uitspraak

Rechtbank Noord-Holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer: HAA 15/4292

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 12 oktober 2016 in de zaak tussen

[X] , wonende te [Z] , eiser
(gemachtigde: mr. G.J.M.E. de Bont),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 4 augustus 2015 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2010 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 35.510, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 100.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 774.788.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2016.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en [A] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. R.A. de Jong, mr. B.J.E. Lodder en R.H.A. Veen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- wijst de zaak terug naar verweerder en draagt verweerder op opnieuw op het

bezwaar te beslissen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 992;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45 aan eiser te vergoeden.

Overwegingen

1. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord alvorens verweerder op het bezwaar heeft beslist. Aangezien er een geschil is over de waardering van de verhuurde woningen die tot de grondslag voor het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen behoren, kan niet worden gezegd dat eiser niet is benadeeld door het achterwege blijven van een hoorzitting. Dat brengt mee dat de uitspraak op het bezwaar niet in stand kan worden gelaten (vgl. HR 18 april 2003, nr. 37.790, ECLI:NL:HR:2003:AF7495). De rechtbank ziet geen aanleiding voor toepassing van de bestuurlijke lus en wijst de zaak terug naar de inspecteur, met opdracht om eiser alsnog volgens de regels te horen.

2. Op grond van het vorenoverwogene is het beroep gegrond verklaard.

3. Eiser heeft verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep. Op grond van artikel 2, aanhef en onder a, en artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) kan in bijzondere omstandigheden voor de kosten van rechtsbijstand een boven-forfaitaire vergoeding worden toegekend. Van een bijzondere omstandigheid is sprake indien het bestuursorgaan het verwijt treft dat het een beschikking of uitspraak geeft respectievelijk doet of in rechte handhaaft, terwijl op dat moment duidelijk is dat die beschikking of uitspraak in een (de) daartegen ingestelde procedure geen stand zal houden (zie Hoge Raad 13 april 2007, nr. 41.235, ECLI:NL:HR:2007:BA2802). Ook in andere gevallen kan aanleiding bestaan om, alle (bijzondere) omstandigheden van het geval in aanmerking nemend, af te wijken van de forfaitaire bedragen van het Besluit, bijvoorbeeld omdat het bestuursorgaan bij het opleggen van een aanslag in vergaande mate onzorgvuldig heeft gehandeld (vgl. Hoge Raad, 4 februari 2011, nr. 09/02123, ECLI:NL:HR:2011:BP2975).

4. Het is aan eiser om de feiten en omstandigheden te stellen die het oordeel rechtvaardigen dat sprake is van een bijzondere omstandigheid. Eiser stelt dat verweerder tegen beter weten in heeft gehandeld door te verzaken eiser te horen. Mede in aanmerking genomen de verklaring van verweerder ter zitting dat het verzuim eiser te horen op een vergissing berust, is de rechtbank van oordeel dat dit verzuim niet als bijzondere omstandigheid kan worden gekwalificeerd. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding tegemoet te komen aan het verzoek van eiser om verweerder te veroordelen de in werkelijkheid gemaakte proceskosten te vergoeden. Wel zal verweerder worden veroordeeld in de op grond van het Besluit op forfaitaire wijze vast te stellen proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de beroepsfase. De rechtbank stelt deze kosten vast op € 992 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 496 en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.L.C. Bijvoet, voorzitter, mr. S.K.A. Efstratiades en mr. M.W. Koenis, leden, in aanwezigheid van mr. M.R. Marinus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.