Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:10975

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-06-2016
Datum publicatie
03-01-2017
Zaaknummer
C/15/243612
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

Benoeming vereffenaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

LH/PV

zaaknummer / rekestnummer: C/15/243612 / HA RK 16-87

Beschikking bij vervroeging van 15 juni 2016

in de zaak van

de naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

advocaat mr. M. van der Meulen te Rosmalen

betreffende de

nalatenschap van

Benjamin Hendrikus Berber VAN DER SLUIS,

geboren op 23 oktober 1940 te Amsterdam,

overleden op 23 augustus 2015 te Zaanstad,

hierna te noemen: de erflater

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift tot het benoemen van een vereffenaar ex artikel 4:204 BW

van 27 mei 2016, met producties.

2 De beoordeling

2.1.

Het verzoek strekt tot het benoemen van een vereffenaar van de nalatenschap van erflater op grond van artikel 4:204 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

De laatste bekende woonplaats van erflater is Zaanstad, zodat deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van het verzoek.

2.2.

Ingevolge genoemd wetsartikel kan de rechtbank, als geen beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap heeft plaatsgevonden, een vereffenaar benoemen op verzoek van een belanghebbende (artikel 4:204 lid 1 sub a BW) of van een schuldeiser van de nalatenschap (artikel 4:204 lid 1 sub b BW). Het eerste (sub a) kan onder meer wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten. Het tweede (sub b) kan onder meer wanneer het gevaar bestaat dat de schuldeiser niet ten volle of niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan, hetzij omdat de nalatenschap niet toereikend is of niet behoorlijk beheerd en afgewikkeld wordt.

2.3.

Op grond van het verzoekschrift moet worden uitgegaan van het volgende. Verzoekster heeft een overeenkomst van hypothecaire geldlening met erflater gesloten en heeft van erflater het recht van eerste en tweede hypotheek verkregen op het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de flatwoning op de derde verdieping van na te melden gebouw alsmede de daarbij behorende berging op de begane grond van dat gebouw, plaatselijk bekend als Lijsterstraat 62 te 1521 XD Wormerveer (gemeente Zaanstad). Dit onderpand valt in de nalatenschap zodat verzoekster een vordering op de nalatenschap heeft.

2.4.

Uit de overgelegde gegevens van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens volgt dat erflater ten tijde van zijn overlijden niet gehuwd of een geregistreerd partner was. De eenvoudig te achterhalen erfgenaam, het kind van erflater, heeft de nalatenschap blijkens het boedelregister verworpen. Uit het Centraal Testamentenregister blijkt dat erflater geen testament heeft opgemaakt.

2.5.

Verzoekster stelt dat de ouders van erflater zijn vooroverleden en dat het haar niet bekend is wie thans de erfgenamen van erflater zijn. Een uitgebreid erfgenamenonderzoek zou mogelijk uitkomst kunnen bieden om dit te achterhalen, maar een dergelijk onderzoek is tijdrovend en brengt bovendien kosten met zich, waarvoor de nalatenschap naar verwachting van verzoekster geen dekking biedt. Zij stoelt deze verwachting op de aanname dat het kind van erflater de nalatenschap niet voor niets zal hebben verworpen en dat de reden zal zijn dat de nalatenschap negatief is.

2.6.

Voor zover er sprake zou zijn van overige erfgenamen, stelt verzoekster dat de erfgenamen de nalatenschap volledig onbeheerd laten en deze ook niet behoorlijk afwikkelen. Zij zijn in verzuim met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt, zodat verzoekster op grond van artikel 3:268 BW bevoegd is het onderpand in het openbaar ten overstaan van een bevoegde notaris te doen verkopen. De totale vordering van verzoekster bedroeg per 4 april 2016

€ 149.074,76. Doordat verzoekster op dit moment aan niemand rechtsgeldig de executie kan laten aanzeggen, is zij niet in staat om gebruik te maken van het recht tot parate executie. Omdat de erfgenamen onbekend zijn, is er ook niemand die namens erflater tot reguliere onderhandse verkoop van het onderpand kan overgaan.

2.7.

Verzoekster stelt dat zij er alle belang bij heeft dat de afwikkeling van de nalatenschap van erflater op de kortst mogelijke termijn ter hand wordt genomen. Zij verzoekt dan ook de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ingevolge artikel 4:206 lid 4 BW kan de vereffenaar dan direct aan de slag.

2.8.

De rechtbank overweegt als volgt. De nalatenschap wordt thans onbeheerd gelaten. Nu alle bekende erfgenamen, voor zover deze eenvoudig te achterhalen waren,

blijkens het overgelegde afschrift van het boedelregister (productie 6 bij het verzoekschrift) de nalatenschap hebben verworpen, heeft de rechtbank afgezien van een mondelinge behandeling van de zaak, zoals bedoeld in artikel 4:206 BW.

2.9.

De rechtbank is op basis van de inhoud van het verzoekschrift van oordeel dat verzoekster, voor wie het gevaar bestaat dat haar vordering niet ten volle en niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan, als belanghebbende is aan te merken en dat de nalatenschap van erflater thans volledig onbeheerd wordt gelaten, zoals bedoeld in artikel 4:204 lid 1 sub a BW.

2.10.

Het verzoek is dus op de wet gegrond en zal worden toegewezen. Na te noemen

mr. B.J. Groenhuijzen, mr. M. van der Meulen en mrvrouw R. Hulsman hebben zich bereid verklaard de benoeming tot vereffenaar te aanvaarden.

2.11.

Stellend dat de lasten van de nalatenschap van erflater de baten naar verwachting ruimschoots zullen overtreffen en publicaties in dagbladen onnodig kostbaar zijn, heeft verzoekster uit oogpunt van kostenbesparing verzocht dat de bekendmaking als bedoeld in artikel 4:206 lid 6 BW uitsluitend in de Staatscourant hoeft plaats te vinden en de te benoemen vereffenaars voor het overige te ontheffen van hun publicatieverplichting.

2.12.

Nu er in het onderhavige geval geen dwingende noodzaak bestaat voor de - kostbare - wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking in een dagblad, zal deze niet worden voorgeschreven.

De belanghebbenden kunnen - naast de publicatie in de Staatscourant - immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd. Dit leidt ook niet tot extra kosten. De bekendmaking van deze beschikking zal plaatsvinden op www.rechtspraak/nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd, waarin steeds meer huishoudens toegang tot internet hebben en steeds minder huishoudens over een krantenabonnement beschikken, beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever dan in de tijd dat de toegang tot internet nog niet algemeen was. De te benoemen vereffenaars zullen daarom deels worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht, zoals hierna beslist.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

benoemt

mr. B.J. Groenhuijzen,

geboren op 23 juni 1964 te Almelo,

en

mr. M. van der Meulen,

geboren op 28 september 1976 te Groningen,

mevrouw R. Hulsman

geboren op 6 augustus 1981 te ‘s-Hertogenbosch

allen kantoorhoudend aan de Edelweisstraat 5 te (5240 AG) Rosmalen,

tot vereffenaars van de nalatenschap van:

Benjamin Hendrikus Berber VAN DER SLUIS,

geboren op 23 oktober 1940 te Amsterdam,

laatstelijk wonende te Zaanstad,

overleden te Zaanstad,op 23 augustus 2015,

3.2.

bepaalt dat de hiervoor onder 3.1. benoemde vereffenaars ieder voor zich bevoegd zijn alle benodigde werkzaamheden alleen te verrichten;

3.3.

draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven;

3.4.

draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant en ontslaat de vereffenaar van de plicht tot publicatie in een nieuwsblad;

3.5.

verstaat dat deze beschikking bekend zal worden gemaakt door plaatsing op www.rechtspraak.nl/uitspraken;

3.6.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. van der Veen en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2016.