Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:1029

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-02-2016
Datum publicatie
30-05-2016
Zaaknummer
3289921 \ cv expl 14-4433
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Schadebegroting op de wijze die met de aard ervan in overeenstemming is (6:97 BW); tekortkoming in de geleverde vloer (natuurproduct) betreft kleurnuance en soortnaam; verwijderen als herstel disproportioneel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

zaak/rolnr.: 3289921 \ CV EXPL 14-4433 WD

Uitspraakdatum: 17 februari 2016 (bij vervroeging)

Vonnis in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

gemachtigde mr. D.C. Coppens, advocaat te Amsterdam

eisende partij

toevoegingsnr.: [nummer]

tegen

1.de vennootschap onder firma

[naam]

gevestigd [vestigingsadres]

2 [vennoot sub 1]

wonende [adres]

3 [vennoot sub 2]

wonende [adres]

gedaagde partijen

in rechte verschenen (in persoon procederend)

hierna gezamenlijk te noemen [de vof]

1 Het verdere procesverloop

De kantonrechter heeft op 9 september 2015 een tussenvonnis gewezen. Voor het verloop van de procedure tot 9 september 2015 wordt naar dat vonnis verwezen.

De kantonrechter heeft een comparitie gelast, die is gehouden op 8 februari 2016, in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden.

Van deze comparitie heeft de griffier aantekeningen gehouden.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter blijft bij hetgeen in eerdere tussenvonnissen is overwogen en beslist.

2.2.

[de vof] dient de ten gevolge van haar tekortkoming door [Eiseres] geleden schade te vergoeden. Op de voet van artikel 6:97 BW zal de kantonrechter de schade begroten op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is.

In dat kader wordt als volgt overwogen.

2.3.

In het in deze zaak gewezen tussenvonnis van 14 januari 2015 is vastgesteld, dat [de vof] niet aansprakelijk is voor de tekortkomingen in de wijze waarop de litigieuze vloer is gelegd.

Ten aanzien van de vastgestelde tekortkoming in de geleverde soort vloer, kan op basis van het deskundigenbericht slechts worden vastgesteld dat sprake is van een vloer van een andere soort dan de door [Eiseres] aangekochte Mustangvloer.

2.4.

Eén en ander zou gebleken zijn door een kleurverschil met een later gelegde buitenvloer die wel getypeerd werd als Mustangvloer. Niet gebleken is dat [Eiseres] al aanstonds na het leggen van de binnenvloer bezwaar had tegen de kleur daarvan. Daaruit kan worden afgeleid dat de kleur van de toen gelegde binnenvloer als passend bij het overige interieur van [Eiseres] werd ervaren. Daarnaast is uit de aard der zaak van belang dat bij natuurproducten zoals natuursteen in de regel sprake zal zijn van onderlinge verschillen in kleur en motief.

2.5.

Daarvan is ook blijkens het deskundigenbericht sprake bij de levering van Mustangtegels. Het kleurverloop kan blijkens dat rapport verlopen van grijs naar groenig. Wil men een dergelijk kleurverschil voorkomen, dan zal met dus vooraf precies dienen vast te stellen welke kleur men wil en vervolgens zal men alle benodigde tegels vooraf op kleur dienen te selecteren voordat tot het leggen wordt overgegaan.

2.6.

Voorts en dat is in deze zaak evenzeer van belang is gesteld noch gebleken (ook niet in het deskundigenbericht) dat de geleverde binnenvoer van mindere kwaliteit is dan een vloer van het type “Mustangvloer”.

2.7.

Ter zitting van 8 februari 2016 is geleken dat bij [Eiseres] niet meer de bereidheid bestaat om uitvoering te geven aan het subsidiair gevorderde. Daarover is door partijen wel ter zitting gesproken, doch zonder resultaat. Derhalve wordt in het navolgende verder ingegaan op het primair gevorderde.

2.8.

Zoals overwogen in eerdergenoemd vonnis van 14 januari 2015 waren de aankoopkosten van de binnenvloer € 1.896,80. Daarbij komen de door [Eiseres] aan een derde betaalde legkosten van circa € 600,00, aldus een totaalbedrag van circa € 2.500,00.

Nu in het vorenstaande (2.3. e.v.) besloten ligt dat de tekortkoming van [de vof] alleen een kleurnuance en een soortnaam betreft is er sprake van een tekortkoming in de subjectieve belevingssfeer. In het licht van het voorgaande is herstel door wegbreken en opnieuw leggen van de binnenvloer gelet op de daarmee gepaard gaande kosten, door [Eiseres] begroot op € 6.400,00, als disproportioneel te beschouwen.

2.9.

Onder de gegeven omstandigheden kan een vergoeding ter hoogte van het bedrag van
€ 750,00 als passend beschouwd te worden. [de vof] zal tot betaling van dit bedrag worden veroordeeld. De over dit bedrag gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van de dag der dagvaarding, 16 juli 2014, nu [Eiseres] geen eerdere verzuimdatum heeft gesteld.

2.10.

De gevorderde buitengerechtelijke kosten, waartegen geen verweer is gevoerd, kunnen met inachtneming van de toewijsbare hoofdsom worden begroot op een bedrag van € 136,13 (inclusief btw).

[de vof] heeft, voor het geval [Eiseres] in het ongelijk wordt gesteld, aanspraak gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke kosten, maar hieraan komt de kantonrechter niet toe, nu [Eiseres] niet volledig als de in het ongelijk gestelde partij is te beschouwen.

2.11.

Nu beide partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

2.12.

De kosten van de deskundige dienen bij helfte tussen partijen te worden verdeeld, met dien verstande dat het deel van [Eiseres] , die met een toevoeging procedeert, voor rekening van de Staat dient te blijven. [de vof] dient derhalve nog een bedrag van € 726,00 (inclusief btw) te voldoen aan de Staat en zal hiertoe worden veroordeeld. Betaling dient plaats te vinden aan de griffier, althans aan de financiële dienst LDCR. [de vof] zal hiertoe van de LDCR een factuur ontvangen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt [de vof] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan [Eiseres] tegen kwijting te betalen € 886,13, te vermeerderen met de wettelijke over € 750,00 dit bedrag vanaf 16 juli 2014 tot de dag van betaling.

Compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Veroordeelt [de vof] om aan de Staat te betalen een bedrag van € 726,00 inclusief BTW.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 17 februari 2016 (bij vervroeging) in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter