Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:10089

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
07-12-2016
Zaaknummer
15/870700-16 en 15/740187-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling door de Meervoudige Kamer van de rechtbank Noord-Holland op 25 oktober 2016 voor diverse diefstallen van poststukken en oplichting van diverse personen op basis van uit deze diefstallen afkomstige poststukken door facturen te vervalsen. Deze factuurbedragen werden vervolgens naar een rekening overgeboekt waar verdachte de toegang toe had.

Verdachte is veroordeeld voor een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Tevens is de tenuitvoerlegging gelast van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 6 maanden. Deze veroordeling was voor een soortgelijk feit. Alle vorderingen van de benadeelde partijen zijn in zijn geheel toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/870700-16 en 15/740187-13 (tul) (P)

Uitspraakdatum: 25 oktober 2016

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 oktober 2016 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1] ,

thans gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum te Den Haag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.C. Beun en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 09 april 2016 in de gemeente Haarlem, op de Lindenstraat, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een posttas van een postbezorger heeft weggenomen één of meer brief/brieven en/of poststuk(ken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Post.nl en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Feit 2

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 8 april 2016 in de gemeente Haarlem en/of (elders) in Nederland (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer brief/brieven en/of poststuk(ken), geheel of ten dele toebehorende aan Post.nl en/of één of meer ander(en), in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Feit 3

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 5 mei 2016 te Haarlem en/of (elders in) Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 7] / [slachtoffer 8] (aangifte 2016087239) en/of

[slachtoffer 9] (p. 275) en/of

[slachtoffer 10] (p. 281) en/of

[slachtoffer 11] (p. 287) en/of

[slachtoffer 12] (p. 294) en/of

[slachtoffer 13] (p. 321) en/of

[slachtoffer 14] (p. 334) en/of

[slachtoffer 15] (p. 340) en/of

[slachtoffer 16] (p. 358) en/of

[slachtoffer 17] (p. 363) en/of

[slachtoffer 18] (aangifte 2016070622) en/of

[slachtoffer 19] (p. 382) en/of

[slachtoffer 20] (p. 386) en/of

[slachtoffer 21] / [slachtoffer 22] (aangifte 2016091258) en/of

[slachtoffer 23] (p. 398) en/of

een of meer andere nog onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of bedrijf/bedrijven, (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (de betaling van) een of meerdere geldbedrag(en) door

- ( aangifte 2016087239) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeldt een (te betalen) factuurbedrag van 396,29 euro en/of

- ( p. 275) een valse/vervalse factuur aan die [slachtoffer 9] te sturen/te doen toekomen met

daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 161,18 euro en/of

-(p. 281) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 10] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 29,50 euro en/of (p. 287)

-een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 11] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 170,61 euro en/of (p. 294)

-een valse/vervalse factuur aan die [slachtoffer 12] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 205,90 euro en/of (p. 334)

-een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 14] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 400 euro en/of (p. 340)

-een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 15] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 102 euro en/of (p. 358)

-een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 16] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 76,50 euro en/of (p. 363)

-een valse/vervalse factuur aan die [slachtoffer 17] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 28,70 euro en/of

- ( aangifte 2016070622) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 18] te sturen / te doen toekomen met daarin vermeldt een (te betalen) factuurbedrag van 215,99 euro en/of (p. 382) -een valse/vervalse factuur aan die [slachtoffer 19] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) factuurbedrag van 609,56 euro en/of (p. 386)

-een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 20] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) factuurbedrag van 109,84 euro en/of (p. 398)

-een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 23] te sturen /te doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 436,50 euro en/of

- ( aangifte 2016091258) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 21] / [slachtoffer 22] te sturen / te doen toekomen met daarin vermeldt een (te betalen) factuurbedrag van 141 euro en/of

- ( aangifte 2016100989) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 13] te sturen / te doen toekomen met een daarin vermeldt een (te betalen) factuurbedrag van 184,50 euro en/of

- ( een) valse factuur/facturen aan (nog onbekend gebleven) perso(o)n(en) en/of

bedrijf/bedrijven te sturen met daarin vermeldt een (te betalen) factuurbedrag;

Feit 4

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot en met 9 april 2016 te Haarlem en/of Santpoort-Noord en/of (elders in) Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 24] (aangifte 2016083943, p. 246) en/of

[slachtoffer 25] (p. 243) en/of

[slachtoffer 26] (aangifte 2016090457, p. 237) en/of

(het bedrijf) [slachtoffer 27] (aangifte 2016097943, p. 304), en/of

[slachtoffer 28] (p. 347) en/of

[slachtoffer 29] (p.374)

(telkens) te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (het betalen van) een of meer geldbedrag(en) hebbende hij, verdachte,

- (2016083943) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 24] gestuurd / doen toekomen met daarin vermeldt een (te betalen) factuurbedrag van 139,07 euro en/of

- (2016090457) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 26] gestuurd / doen toekomen met daarin vermeldt een (te betalen) factuurdbedrag van 60,50 euro en/of

- (2016097943) een valse/vervalste factuur aan die (het bedrijf) [slachtoffer 27] gestuurd / doen toekomen met daarin vermeldt een (te betalen) factuurbedrag van 1815 euro, en/of

- ( p.347) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 28] gestuurd/doen toekomen

met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 6.626,14 euro en/of

- ( p. 374) een valse/vervalstefactuur aan die [slachtoffer 29] gestuurd/doen toekomen

met daarin vermeld een (te betalen) bedrag van 60,41 euro terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

3.2

Bewijsverweer

De raadsman heeft bepleit dat de verklaring die verdachte op 28 juli 2016 heeft afgelegd, op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering dient te worden uitgesloten van het bewijs omdat de ‘Salduz-norm’ tijdens het afnemen van dat verhoor is geschonden. Voorafgaand aan dat verhoor heeft verdachte immers duidelijk aangegeven dat hij zijn raadsman wilde consulteren. Omdat de raadsman kennelijk op dat moment niet te bereiken was, hebben de verbalisanten tegen de wil van verdachte in besloten om door te gaan met het verhoor. Tijdens het verhoor heeft verdachte op een bepaald moment duidelijk aangegeven dat hij wilde stoppen. Het verhoor is desondanks voortgezet. Door deze gang van zaken heeft verdachte uiteindelijk besloten het proces-verbaal niet te ondertekenen. Verdachtes recht om voorafgaand aan het verhoor zijn raadsman te mogen consulteren is zodanig ernstig geschonden, dat deze verklaring niet tot bewijs kan dienen.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt als volgt:

Uit het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 28 juli 2016 blijkt dat voorafgaand aan het betreffende verhoor is getracht om met de raadsman van verdachte in contact te komen, maar dat dit contact niet tot stand is gekomen. De verdachte heeft vervolgens aangegeven dat hij daarom geen gebruik wilde maken van bijstand van een advocaat. Aan verdachte is daarop door de verbalisanten meegedeeld dat hij altijd nog op deze beslissing terug kon komen.

Vervolgens is het verhoor om 11:06 uur begonnen. Om 11:15 uur is het verhoor op verzoek van verdachte onderbroken om opnieuw contact te zoeken met zijn advocaat. Nadat dit wederom niet lukte, is verdachte opnieuw gevraagd of hij verder wilde gaan met het verhoor. Daarop heeft verdachte geantwoord dat de verbalisanten hem vragen mochten stellen. Het verhoor is hervat om 11:28 uur.

Om 11.30 uur is het verhoor nog een keer onderbroken en is wederom geprobeerd om contact te krijgen met de advocaat, hetgeen weer niet lukte.

Om 11:34 uur is met goedkeuring van verdachte het verhoor hervat. Vervolgens heeft verdachte op een aantal vragen antwoord gegeven en heeft hij op een bepaald moment tijdens het verhoor ervoor gekozen om zich te beroepen op zijn zwijgrecht. Verdachte heeft het verhoor niet ondertekend.

Gelet op voorgaande gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat in voldoende mate is voldaan aan het recht van verdachte om voorafgaand aan het verhoor een raadsman te consulteren. Hoewel dit ook na drie pogingen niet is gelukt, heeft verdachte op vragen van de verbalisanten of het verhoor desondanks kon worden voortgezet, bevestigend geantwoord en heeft verdachte er zelf voor gekozen om bepaalde vragen te beantwoorden dan wel zich op zijn zwijgrecht te beroepen.

3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.1

Met betrekking tot de feiten 1 en 2:

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 30] namens Postnl d.d. 9 april 2016, dossierpagina 136 tot en met 137, inclusief goederenbijlage dossierpagina 138 tot en met 139:

(…) Ik ben werkzaam als postbezorger voor Postnl. Op zaterdag 9 april 2016 omstreeks 15.00 uur had ik mijn fiets met posttassen neergezet op de Lindenstraat ter hoogte van [huisnummer] . Ik ben vervolgens met een aantal poststukken de Eikenstraat ingelopen. Toen ik terug kwam bij mijn fiets zag ik dat de posttassen openstonden (…) Ik zag dat één van de tassen helemaal leeg was. In deze tas zat de post van de postcode 2023T. Kort hierna werd ik aangesproken door een bewoonster van [adres 2] te Haarlem. Ze vertelde mij dat ze had gezien dat een man de post uit mijn tassen had gepakt. (…)

Bijlage goederen

(…)

Categorie omschrijving : Poststukken

Object : Briefpost

Aantal/ eenheid : 1 st

Inhoud : Voorzien van creditcard (…)

Eigenaar : [slachtoffer 1] (…)

Categorie omschrijving : Poststukken

Object : Briefpost

Aantal/ eenheid : 1 st

(…)

Eigenaar : [slachtoffer 2] (…)

Categorie omschrijving : Poststukken

Object : Briefpost

Aantal/ eenheid : 1 st

Eigenaar : [slachtoffer 6] (…)

Categorie omschrijving : Poststukken

Object : Briefpost

Aantal/ eenheid : 1 st

Eigenaar : [slachtoffer 3] (…)

Categorie omschrijving : Poststukken

Object : Briefpost

Aantal/ eenheid : 1 st

Eigenaar : [slachtoffer 5] (…)

Categorie omschrijving : Poststukken

Object : Briefpost

Aantal/ eenheid : 1 st

Eigenaar : [slachtoffer 5] (…)

Categorie omschrijving : Poststukken

Object : Briefpost

Aantal/ eenheid : 1 st

Eigenaar : [slachtoffer 3] (…)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2016, dossierpagina 141 tot en met 142:

Op zaterdag 9 april 2016 waren wij, verbalisanten, in uniform gekleed en belast met noodhulpsurveillance. (…) Op genoemde dag omstreeks 15:30 uur werd aan ons, verbalisanten, door de meldkamer politie Kennemerland het bericht verspreid dat er door een getuige was gezien dat er zojuist poststukken uit een fiets waren gestolen. Dit zou zijn gedaan door een licht getinte man vermoedelijk Turks of Marokkaans met een gezet postuur. (…) De persoon zou na de diefstal van de poststukken in een personenauto zijn gestapt met een kenteken gelijkend op [kenteken 1] en het zou een Peugeot 106 blauw van keur betreffen. Wij, verbalisanten, zijn uit gaan kijken naar dit voertuig. Terwijl wij bezig waren met uitkijken naar genoemd voertuig kregen wij het bericht van de meldkamer dat het eerder genoemde kenteken mogelijk niet juist zou zijn. Het kenteken zou mogelijk [kenteken 2] betreffen. Dit betrof eveneens een Peugeot 106. Dit voertuig zou thuis horen op de [adres 1] te Haarlem (…)

Wij, verbalisanten, zijn vervolgens ter plaatste gegaan naar de [adres 1] te Haarlem. (…) Wij zagen het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 2] de [adres 1] inrijden. (…)Wij, verbalisanten, zijn achter het voertuig aangereden en hebben hem een stopteken gegeven waaraan de bestuurder voldeed. (…)De persoon bleek ons later te zijn:

[verdachte]

Geboren [geboortedatum 1] te [geboorteplaats]

Woonachtig [adres 1] , [adres 1]

(…) Ik verbalisant [verbalisant 1] , vroeg aan [verdachte] of wij in zijn schoudertasje mochten kijken. Hierop hoorden wij, verbalisanten, [verdachte] antwoorden dat dit natuurlijk mocht. Wij zagen dat [verdachte] zelf zijn tasje openmaakte. Wij zagen verschillende poststukken in zijn tasje zitten. Wij zagen dat de geadresseerde van het voorop liggende poststuk niet overeenkwam met [verdachte] zijn naam. (…)

Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] d.d. 9 april 2016, dossierpagina 143 tot en met 144:

(…) Ik ben op zaterdag 9 april 2016 omstreeks 15:00 uur getuige geweest van een diefstal van post. (…)

Ik zag een postbezorger op de Eikenlaan. (…) Ik zag een Marokkaans uitziende man bij de fiets van de postbezorger staan en ik zag dat deze man iets in zijn handen had. (…) Mijn vriendin zag vervolgens dat deze man weg reed met een auto. (…) Mijn vriend heeft de auto gezien, dat is een Peugeot 106 groen, met NX in het kenteken (…).

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 31] namens Postnl d.d. 23 januari 2016, dossierpagina 408 tot en met 410:

Ik ben teamleider bij Postnl. (…) Op zaterdag 16 januari 2016 omstreeks 13.30 uur werd ik door een medewerker van ons, [medewerker 1] , gebeld op mijn mobiele telefoon. (..) Ik hoorde [medewerker 1] zeggen dat deze postzakken niet op de stelling lagen. (…) Echter toen ik nog met haar aan de telefoon was, kwam de volgende collega aldaar zich melden om de post in zijn wijk te gaan rondbrengen. Hij merkte dat ook zijn postzakken niet op de stelling lagen. In totaal gaat het om twee postzakken die elke van de volgende nummering voorzien waren: 2035 E en 2035 V. (…) Mogelijk heeft iemand de code gezien van de locker en heeft de postzakken weggenomen, daar er geen braakschade aan de garagedeur te zien was. (…)

Op 19 januari 2016, tussen 12:50 uur en 13:00 uur heeft [medewerker 2] zes keer een personenauto langs het depot van de Robert Kochlaan te Haarlem zien rijden. De personenauto was van het merk: Peugeot, type: 106, groen van kleur en voorzien van het kenteken: [kenteken 2] . Het signalement van de bestuurder van dit voertuig is als volgt:

- man

- rond de 35 jaar oud

- Noord-Afrikaans uiterlijk

- kaal

- jas met bontkraag. (...) De bestuurder keek iedere keer dat hij langs het depot reed, in de richting van het depot. Ook zag [medewerker 2] dat de personenauto stapvoets langs het depot reed. De bestuurder van de groenkleurige Peugeot is ook tweemaal vlakbij het depot gestopt. (…)

Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] d.d. 4 april 2016, dossierpagina 413 tot en met 414:

Ik ben werkzaam als Security Specialist bij PostNL Security. Een teamleider van PostNL, [slachtoffer 31] , heeft volgens mij eerder aangifte gedaan in deze zaak. Begin januari 2016 kreeg ik meerdere malen meldingen van gestolen tassen post uit het depot aan de Robert Kochlaan. Naar aanleiding van deze meldingen heb ik besloten om op 19 januari 2016 een observatie te doen, hopende dat ik daarbij bijzonderheden zou waarnemen met betrekking tot de diefstallen uit dit depot.(…) Tussen 12:50 en 13:00 uur kwam er een groene Peugeot met kenteken [kenteken 2] zes keer langs het depot over de Robert Kochlaan rijden. Hierbij heeft de chauffeur duidelijk aandacht voor het depot. De Peugeot stopt ook twee keer bij de brievenbus, waar hij zicht heeft op het garagepleintje met het depot. (…) Omstreeks 13:00 uur komt er een teamleider van PostNL bij het depot, precies op het moment dat de Peugeot voor de 5e keer langs rijdt. De Peugeot keert om, rijdt nog een keer stapvoets langs en vertrekt dan. (…). De chauffeur van deze Peugeot heb ik maar moeilijk kunnen zien. Hij leek mij Noord Afrikaans, kort haar of kaal en had een jas met een bontkraag. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 32] d.d. 4 april 2016, dossierpagina 418 tot en met 420:

(…) Ik ben werkzaam als postbezorger in Haarlem en ben bevoegd om deze aangifte te doen. Afgelopen zaterdag 2 april 2016 ben ik omstreeks 12:00 uur begonnen met het bezorgen van de post. (…) Tussen 14.30 uur en 15.00 uur zijn er diverse postbundels, ik vermoed 3 bundels, uit mijn rechter fietstas weggenomen. (…). Toen ik terugliep naar mijn fiets zag ik dat ik gewenkt werd door de bewoonster van [adres 3] . Ik ben naar de vrouw toegelopen en hoorde dat zij mij vertelde dat zij gezien had dat een persoon in mijn fietstassen graaide en dat deze persoon post had meegenomen. Ook hoorde ik de vrouw zeggen dat ze het kenteken van de auto van deze persoon had. Ik hoorde dat zij zei dat het kenteken [kenteken 2] betrof. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 33] d.d. 8 april 2016, dossierpagina 421 tot en met 423:

(…) Ik ben werkzaam als postbezorgster bij Post.Nl. (…) Op dinsdag 5 april 2016 omstreeks 12.00 uur stalde ik mijn fiets tegen de muur op de hoek van de Marsstraat met de Saturnusstraat te Haarlem. (…) Omstreeks 12.05 uur keek ik in de richting van mijn fiets. Ik zag toen dat de kleppen van de fietstassen geopend waren. Ik ben naar de fiets gelopen. Daar zag ik dat de tas aan de rechterzijde uit de box was weggenomen. (…)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juni 2016, dossierpagina 405 en 406:

De Peugeot 106 [kenteken 2] heeft vanaf 5 december 2015 tot en met 25 april 2016 op naam gestaan van N. [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] (..) woonachtig volgens GBA: [adres 1] .

Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 juli 2016, dossierpagina 157 tot en met 163:

(…)

V: Je zit voor diefstal van poststukken, wat kan je vertellen over de periode dat je vrij was gekomen tot je bent aangehouden?

A: In het begin is er niks gebeurd, alleen de laatste tijd. In maart en april is het gebeurd.

V: Wat is er gebeurd?

A: Waar ik voor ben aangehouden, de diefstal van poststukken. (…)

Het is weer precies het zelfde gegaan als de vorige zaak. Ik kan nu wel vertellen hoe het is gegaan maar de juiste hulp was er ook niet. (…)

Ik viel terug, daar waar ik voor vast zit. Het is het zelfde verhaal als wat ik al verteld heb. Het is gelukkig geweest dat ik niet weer allemaal stappen heb ondernomen. Ik kan ook niet alles vertellen, niet dat ik het niet wil. Ik heb het gedaan maar het is hierbij gebleven.

V; Hoe heb je het gedan?

A: Het is precies het zelfde systeem als bij de eerste keer. Ik heb toch al bekend hoe het gegaan is. (...)

V: Ik kan natuurlijk wel een invulling geven maar dat doe ik niet.

A: (….) Ik heb geen andere keuzes gehad. Ik heb geprobeerd te werken en hulp te vragen. Ik ga niet mijn eigen fouten goedpraten maar ik ga ook geen andere dingen zegen. Er zijn dingen op mijn weg gekomen waardoor ik het niet kon ontwijken. (…)

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 oktober 2016:

(…)

Het klopt dat ik werkzaam ben geweest bij Post.nl.

Het klopt ook dat ik eerder ben veroordeeld voor een soortgelijk feit. (…)

De auto waarin ik ben aangehouden, is van mijn vader, maar ik rijd er meestal in.

Met betrekking tot de feiten 3 en 4:

(Aangiftes feit 3)

Het proces-verbaal van aangifte (proces-verbaalnummer: PL1100-2016087239-1) door E.S. [slachtoffer 7] , woonachtig te Haarlem, d.d. 19 april 2016, dossierpagina 261 tot en met 262:

(…) Ik heb een opstal verzekering bij de verzekeringsmaatschappij [advieskantoor] , gevestigd aan de [adres 4] . (…) Ook dit jaar kreeg ik een factuur binnen waarop de naam [advieskantoor] stond. (…) Mijn man heeft toen de factuur van driehonderdzesennegentig euro en negenentwintig cent (396,29) gewoon betaald en de factuur opgeborgen in een map. Op dinsdag 19 april 2016 kregen wij een brief binnen van [advieskantoor] , dit betrof een herinnering. Omdat wij al hadden betaald heeft mijn man contact opgenomen met onze verzekeringsmaatschappij [advieskantoor] . Uit dit gesprek kwam naar voren dat wij het geld niet naar het rekeningnummer van [advieskantoor] hadden overgemaakt maar naar iemand anders. [advieskantoor] gaf aan dat de factuur waarschijnlijk vervalst was en adviseerde ons om aangifte te doen. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9] , woonachtig te Haarlem, d.d. 13 mei 2016, dossierpagina 275 tot en met 276:

(…) Op vrijdag 13 mei 2016 werd ik door een politieagent gebeld. Deze vertelde mij dat mijn rekeningnummer voor kwam in een dossier van oplichting door facturen. (…)

Op 3 maart 2016 had ik een bedrag van 161,18 euro ter attentie van A.A. [slachtoffer 29] , mijn tandarts, overgemaakt naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] . (…) Op 21 april 2016 had ik van het zilverkruis een betalingsherinnering binnen gekregen en dat ging om twee behandelingen bij tandarts A.A. [slachtoffer 29] . (…) Totaal bedrag van 161,18 euro. (…) Meer dan vermoedelijk is er in de periode van februari iets veranderd in mijn post/ facturen van de tandarts. (…) Er stonden namelijk gewoon de kenmerken van Zilverenkruis op en mijn kinderen hadden ook een behandeling gehad bij de tandarts, dus verwachtte ik ook deze factuur. (…) Ik voel mij bestolen door een voor mij onbekend persoon voor een bedrag van 161,18 euro. Doordat die mijn post heeft veranderd en het voor mij als echt heeft laten uitzien.(…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 10] , woonachtig te Haarlem, d.d. 15 mei 2016, dossierpagina 281 tot en met 282:

(…) Doordat de verdachte een factuur met verkeerd rekeningnummer naar mij heeft gestuurd, heb ik 29,50 euro naar hem overgemaakt in plaats van naar [persoon] . (…) Ik heb dus twee keer 29,50 euro overgemaakt. 1 keer naar [persoon] , wat iedere maand betaald wordt, en 1 naar ene [persoon] , die ik niet ken. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 11] , woonachtig te Haarlem, d.d. 17 mei 2016, dossierpagina 287 tot en met 288:

(…) Op dinsdag 17 mei 2016 omstreeks 09.30 uur werd ik door een politieagent gebeld. Deze agent vertelde mij dat een betaling van mij, via de bank, naar voren kwam in een oplichting onderzoek met factuurbrieven. (…) De factuur waar ik over praat betreft een factuur die ik via de briefpost binnen had gekregen op mijn woonadres van de firma [accountant] . De factuur had ik op of rond 1 april 2016 binnen gekregen en achteraf bleek dit een vervalste factuur te zijn. Deze factuur, die op mij als een echte factuur overkwam, had ik met een bankgiro overschrijving voldaan naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] . Het ging om een bedrag van 170,61 euro (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 12] , woonachtig te Haarlem, d.d. 24 mei 2016, dossierpagina 294 tot en met 295:

(…) Op maandag 24 mei 2016 is de politie bij mij langs geweest in verband met een betaling van mij, via de bank, waarbij de factuur mogelijk valselijk is opgemaakt. (…) Uit mijn afschriften van de bank bleek dat ik op 7 maart 2016 een bedrag heb overgemaakt van 205,90 euro op rekeningnummer [bankrekeningnummer] omschrijving tuin nr 63 [slachtoffer 12] . De factuur was afkomstig van [adres 5] . (…) Later kreeg ik een betalingsherinnering van de [adres 5] dat ik mijn factuur nog niet betaald had. (…) Als ik beide facturen naast elkaar leg, zie ik duidelijke verschillen: Hieruit bleek dat het bankrekeningnummer veranderd was. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 13] , woonachtig te Haarlem, d.d. 7 mei 2016, dossierpagina 321 tot en met 322:

(…) Ik heb een abonnement op een tijdschrift van tandheelkunde bij [uitgeverij] , dit is een Medische Media bedrijf. (…) Ik heb op zondag 10 april 2016 de rekening voldaan. Ik heb op 10 april 2016 een betaling van 184,50 overgemaakt op rekeningnummer IBAN: [bankrekeningnummer] ten name van [uitgeverij] . (…) Op maandag 2 mei 2016 kreeg ik wederom een aanmaning van het bedrijf. (…) Op woensdag 4 mei 2016 omstreeks 16.00 uur heb ik telefonisch contact gehad met het bedrijf [uitgeverij] . Uit dit gesprek kwam naar voren dat ik het geld niet naar het rekeningnummer van [uitgeverij] had overgemaakt maar naar iemand anders. [uitgeverij] gaf aan dat de factuur waarschijnlijk vervalst was en adviseerde ons om aangifte te doen. (…)

Het proces-verbaal van aangifte d.d. 13 mei 2016 door [slachtoffer 14] , woonachtig te Haarlem, dossierpagina 334 tot en met 335:

(…) Op 13 mei 2016 omstreeks 16.00 uur werd ik door de politie gebeld. Ik hoorde van de politieagent dat er een betaling die ik gedaan had op 26 februari 2016 in een dossier van oplichting voorkwam. (…)

Op of rond 25 februari 2016 heb ik via de post een factuur binnen gekregen van [rijschool] autorijschool locatie Santpoort. (…) Ik had het geldbedrag van 400 euro op 26 februari 2016 overgemaakt naar het genoemde bankrekeningnummer op de betaling factuur. Dit rekeningnummer betrof [bankrekeningnummer] . (…) Ik heb contact gehad met [rijschool] en zij hebben tot op heden nog geen betaling van mij ontvangen. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 15] , woonachtig te Haarlem, d.d. 29 mei 2016, dossierpagina 340 tot en met 341:

(…) Op 26 mei 2016 heb ik telefonisch contact opgenomen met de politie omdat ik er achter ben gekomen dat ik een factuur heb betaald waarvan achteraf bleek dat het bankrekeningnummer van de factuur niet klopte. Ik kreeg namelijk halverwege mei een herinneringsbrief van de fysiotherapeut dat ik mijn factuur nog niet betaald had. Ik ben toen naar mijn afschriften gaan kijken en zag dat ik op 11 april 2016 een bedrag van 102 euro had overgemaakt naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] (…). Toen ik de herinneringsbrief bekeek zag ik dat er een ander bankrekeningnummer op vermeld stond. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 16] , woonachtig te Haarlem, d.d. 22 juli 2016, dossierpagina 358 tot en met 359:

(…) Ik heb een rekening ontvangen van [Fysiotherapeut] . Ik moest een bedrag betalen van 76,50. Ik heb deze rekening betaald op 11 april 2016 op het rekeningnummer [bankrekeningnummer] . Nu hoorde ik van de politie op 21 juli 2016 dat het rekeningnummer waar ik het geld naar overgemaakt heb, niet klopt.

Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 17] d.d. 23 juli 2016, woonachtig te Haarlem, dossierpagina 363 tot en met 364:

(…) Ik heb namelijk een factuur van 28,70 euro betaald aan [bedrijf 1] op 11 april 2016. (…) Toen bleek dat ik het verkeerde rekeningnummer had ingevuld. (…) Ik heb het bedrag van 28,70 euro overgemaakt naar het bankrekeningnummer dat op de factuur stond, dit was [bankrekeningnummer] .

Het proces-verbaal van aangifte (proces-verbaalnummer PL1100-2016070622-1) door [slachtoffer 18] , woonachtig te Haarlem, d.d. 30 maart 2016, dossierpagina 367 tot en met 369:

(…) Ik heb een factuur ontvangen van [bedrijf 2] welke gedateerd staat op 11 maart 2016. (…) Op 19 maart 2016 heb ik het bedrag van 215,99 euro naar IBAN nummer [rekeningnummer 1] overgemaakt. (…) Omstreeks 29 maart 2016 werd ik gebeld door een medewerker van de ING bank. (…) Ik hoorde de medewerker van de ING bank tegen mij zeggen dat het bedrag van 215,99 euro van mijn bankrekening was afgeschreven maar dat er iets niet klopte aan de betaalopdracht. (…)Ik hoorde de medewerker van de ING bank tegen mij zegen dat ik, wanneer ik de aangifte van de politie aan de ING bank zou geven, mijn geld terug zou krijgen. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 19] , woonachtig te Haarlem, d.d. 11 juni 2016, dossierpagina 382 tot en met 383:

(…) Ik heb een hypotheek lopen bij [bedrijf 3] , dit betreft een bank. (….) Ik krijg elke maand, in het begin van de maand, een brief van [bedrijf 3] , welk bedrag ik moet overmaken. (…) In maart is er geld van mijn bankrekening afgeschreven, waarvan ik dacht dat het van [bedrijf 3] was. Ik heb gekeken op mijn bankafschrift, het geld was overgemaakt naar [rekeningnummer 1] . Ik heb toen een bedrag van zeshonderdnegen euro en zesenvijftig cent (609,56 euro) betaald. Op 16 april 2016 kreeg ik een herinneringsbrief van [bedrijf 3] dat ik een betalingsachterstand had van mijn hypothecaire lening. (…) Op 11 juni 2016 werd ik gebeld door de politie dat ik slachtoffer was geworden van oplichting door middel van vervalsing. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 34] namens [slachtoffer 20] , woonachtig te Haarlem, d.d. 1 mei 2016, dossierpagina 386 tot en met 388:

(…) Mijn moeder heeft het geld, 109,84 euro digitaal overgemaakt naar het vernoemde rekeningnummer, [rekeningnummer 2] . Dit was op donderdag 4 februari 2016. Op dinsdag 16 februari 2016 heeft mijn moeder post gekregen van de tandarts, [tandarts] . (…) In de brief stond dat de factuur niet betaald zou zijn. (…) Ik ben de factuur van de tandarts gaan bekijken. Ik zag dat rechts onderaan de factuur het rekeningnummer in een ander lettertype gezet was. (…) Ik heb de brief van de tandarts erbij gepakt. (…) Ik zag dat er op de brief van de tandarts rechts bovenaan de gegevens van de bank, het rekeningnummer, NL [rekeningnummer 3] , het Kamer van Koophandel nummer [kvk] . (…) Ik heb van de ABN AMRO bank een brief gekregen met de gegevens van de rekeninghouder [rekeningnummer 4] . De naam van de rekeninghouder is: [persoon 2] . (…)

Het proces-verbaal van aangifte (proces-verbaalnummer PL1100-2016091258-1) door [slachtoffer 21] , woonachtig te Haarlem, d.d. 24 april 2016, dossierpagina 268 tot en met 270:

(…) Ik doe aangifte in verband met een vervalste factuur die ik via de post ontvangen had op mijn huisadres aan de [adres 6] te Haarlem. (…)

Wij, mijn man en ik hadden eind maart een factuur via de post binnen gekregen van zwemvereniging [zwemvereniging] . (…) Ik had de factuur via internetbankieren overgemaakt van rekeningnummer [rekeningnummer 5] ten name van [slachtoffer 22] en [slachtoffer 21] . Ik had een bedrag van 141 euro overgemaakt naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [zwemvereniging] met vernoeming van factuurnummer 2160659 en debiteurennummer DD9825. (…) Op 20 april had mijn partner, [slachtoffer 22] , een email ontvangen van de zwemvereniging met een betalingsherinnering. (…) Hierop reageerde mijn partner, via de email, dat wij dit bedrag al hadden voldaan via internetbankieren op een Triodos rekeningnummer. Hierop kreeg mijn partner te horen dat de zwemvereniging alleen een Rabobank rekening nummer heeft en niets met Triodos bank van doen te hebben. (…) Zodoende zijn wij voor een bedrag van 141 euro opgelicht door een, voor ons, onbekende persoon. Dit door een factuur die aan ons gericht was dusdanig te veranderen dat deze er voor ons als echt uitzag en ons op deze manier overtuigd had geld over te maken. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 23] , namens [fysiotherapeut] te Haarlem, d.d. 10 maart 2016, dossierpagina 398 tot en met 399:

(…) Op 4 maart 2016 ontving ik een betalingsherinnering van het bedrijf [bedrijf 4] in Waddinxveen. Volgens hen had ik de factuur onder nummer 1600388 van hen niet betaald. Het ging om een bedrag van 436,50.(…) Ik zag ook dat de betaling aan [bedrijf 4] op 26 januari 2016 gedaan was op rekeningnummer [rekeningnummer 2] . Ik heb vervolgens [bedrijf 4] gebeld en zij gaven aan dat zij de betaling niet ontvangen hadden. Ik heb het rekeningnummer genoemd waar ik het geld naar overgemaakt had. Volgens [bedrijf 4] was dit niet hun rekeningnummer, dit moest zijn [rekeningnummer 6] . (…) Toen bedacht ik mij dat ik op 28 januari 2016 een brief ontvangen had van Postnl dat er post gestolen was op 16 januari 2016 betreffende postcodenummer 2035E Haarlem. (…)

Op de rekening van [bedrijf 4] is te zien dat het rekeningnummer waar het geld naar overgemaakt moest worden weggehaald is en dat er onderaan de brief een rekeningnummer is toegevoegd [rekeningnummer 2] . (…)

(Aangiftes feit 4)

Het proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 24] , woonachtig te Haarlem, (proces-verbaalnummer PL1100-2016083943-2) d.d. 15 april 2016, dossierpagina 246 tot en met 247:

(…) Op 29 maart 2016 kreeg ik een factuur binnen van mijn verzekeringsmaatschappij genaamd [verzekeringsmaatschappij] . Ik had gelijk al het idee dat er iets niet klopte aan de brief. De factuur zat namelijk in een blanco envelop terwijl de factuur normaal in een geel gekleurde envelop zit. De factuur klopte ook niet. Het papier van de factuur was veel dunner dan normaal. Daarnaast zag ik dat het rekeningnummer anders was dan op voorgaande facturen. Ik zag dat de datum anders was, ik krijg de factuur altijd op 1 april en nu was dit 25 maart. Ik zag ook dat de betalingstermijn was veranderd van dertig (30) dagen naar zeven (7) dagen. (…)

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 25] (namens [verzekeringsmaatschappij] ) (proces-verbaalnummer PL1100-2016083943-1), d.d. 15 april 2016, dossierpagina 243 tot en met 244:

(…) Op 30 maart 2016, te 09.33 uur kregen wij een email binnen van een van onze klanten genaamd [slachtoffer 24] . Deze klant gaf in de email aan dat hij een factuur van [verzekeringsmaatschappij] had ontvangen waar een aantal dingen niet aan klopte. (…) Op de factuur die [slachtoffer 24] heeft ontvangen staat het bankrekeningnummer IBAN: [bankrekeningnummer] . Het rekeningnummer dat wij als bedrijf [verzekeringsmaatschappij] BV altijd gebruiken betreft IBAN [rekeningnummer 7] . De heer [slachtoffer 24] heeft na te hebben opgemerkt, dat dit een valse of vervalste factuur betrof, ons bedrijf [verzekeringsmaatschappij] BV in kennis gesteld en een foto van de vervalste of valse factuur aan ons gemaild. (…)

Een schriftelijk bescheid, te weten een (kopie) factuur op naam van [verzekeringsmaatschappij] , met vermelding van rekeningnummer IBAN [bankrekeningnummer] en het bedrag € 139,07, dossierpagina 251.

Het proces-verbaal van aangifte (proces-verbaalnummer PL1100-2016090457-1) door [slachtoffer 26] , woonachtig te Haarlem, d.d. 23 april 2016, dossierpagina 237 tot en met 238:

(…) Ik doe aangifte van valsheid in geschrifte en poging oplichting. Ik ben werkzaam bij [bedrijf 5] . Ik heb daar een i-pad overgekocht van mijn collega. Deze had ik al in januari 2016 gekocht, maar het duurde heel lang voordat ze uitgeleverd werden. (…) Op dinsdag 5 april kreeg ik een factuur in de bus van [bedrijf 5] . Het viel mij meteen op dat het raar papier was. (…) Tevens vond ik het bankrekeningnummer heel vreemd, omdat het een TRIO bankrekening was. Dit ken ik niet. En ik zag dat er een verschil was bij het rekeningnummer. Bovenin de brief stond namelijk [bankrekeningnummer] (…) Ik heb de factuur toen meegenomen naar mijn werk en heb deze laten zien aan mijn directeur met de vraag of deze factuur van het bedrijf was. Dit bleek dus niet zo te zijn en heb toen een originele factuur toegezonden gekregen. (…)

Een schriftelijk bescheid, te weten een (kopie) factuur op naam van [bedrijf 5] , met vermelding van rekeningnummer [bankrekeningnummer] en het bedrag € 60,50, dossierpagina 240.

Het proces-verbaal van aangifte (proces-verbaalnummer: PL1100-2016097943-1) door [slachtoffer 35] namens [accountants] .d. 3 mei 2016, dossierpagina 304 tot en met 306:

(…) Op woensdag 13 april 2016 om 15.22 uur ontvingen wij een email van een van de aangeschreven bedrijven. Dit was het bedrijf [slachtoffer 27] Hierin wordt aangegeven dat er wordt getwijfeld aan de factuur. In de email wordt een kopie toegestuurd van de envelop en van de factuur. (…) Daar is op te zien dat de datum is gewijzigd van 31 maart 2016 naar 1 april 2016. Ons bankrekeningnummer is [rekeningnummer 8] . Dit bankrekeningnummer is gewijzigd in [bankrekeningnummer] . Op de valse factuur is rechtsonder het bankrekeningnummer verwijderd. (…)

Een schriftelijk bescheid, te weten een (kopie) factuur op naam van [accountants] en gericht aan [slachtoffer 27] te Haarlem, met vermelding van rekeningnummer [bankrekeningnummer] en het bedrag € 1.815,00, dossierpagina 309.

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 36] d.d. 2 mei 2016, dossierpagina 347 tot en met 349:

(…) Ik heb een eigen bedrijf genaamd [bedrijf 6] . (…) Op maandag 25 april 2016 omstreeks 12.00 uur ontving ik een whatsapp bericht van een klant van mij genaamd [slachtoffer 28] waar ik eerder de facturen naar had gestuurd ( [slachtoffer 28] [adres 7] ) (…). Ik las toen dat [slachtoffer 28] zei dat het geld wat overgemaakt was, terug geboekt werd. (…) Hij (de vennoot van [slachtoffer 28] ) liet mij toen de factuur zien, die leek op de factuur die ik had gestuurd. Ik zag toen dat het rekeningnummer op de factuur anders was dan mijn rekeningnummer. Ik zag toen het rekeningnummer: [bankrekeningnummer] . (…) Bovengenoemd rekeningnummer is een vervalst rekeningnummer. (…)

Een schriftelijk bescheid, te weten een (kopie) factuur op naam van [bedrijf 6] t.a.v. [slachtoffer 28] , met vermelding van rekeningnummer IBAN [bankrekeningnummer] en het bedrag € 914,76, dossierpagina 354.

Een schriftelijk bescheid, te weten een (kopie) factuur op naam van [bedrijf 6] t.a.v. [slachtoffer 28] , met vermelding van rekeningnummer IBAN [bankrekeningnummer] en het bedrag € 5.014,42, dossierpagina 355.

Een schriftelijk bescheid, te weten een (kopie) factuur op naam van [bedrijf 6] t.a.v. [slachtoffer 28] , met vermelding van rekeningnummer IBAN [bankrekeningnummer] en het bedrag € 696,96 dossierpagina 356.

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 37] d.d. 21 april 2016, dossierpagina 374 tot en met 376:

(…) Op 11 maart 2016 is een klant van ons, genaamd de heer [slachtoffer 29] , met zijn kat bij ons geweest. Wij hebben de heer [slachtoffer 29] op 15 maart 2016 hiervoor een factuur verzonden. (…) Op 12 april 2016 heeft de heer [slachtoffer 29] telefonisch contact opgenomen met mijn collega. Hij heeft haar verteld dat hij onze factuur van 15 maart 2016 al had voldaan. Hij gaf hierbij aan dat hij het door hem betaalde bedrag via de bank teruggestort had gekregen. De reden hiervoor zou zijn dat het Iban-nummer geblokkeerd zou zijn. (…)

De heer [slachtoffer 29] heeft mij vervolgens op vrijdag 15 april 2016 de factuur die hij had ontvangen, gebracht. (…) Toen ik de factuur bekeek die de heer [slachtoffer 29] had afgegeven, zag ik direct dat het een in gescand document betrof. (…) Het Iban-nummer van de dierenkliniek is: [rekeningnummer 9] . In de aangepaste factuur luidt het Iban-nummer [rekeningnummer 1] . (…)

Een schriftelijk bescheid, te weten een (kopie) factuur op naam van [dierenkliniek] t.a.v. [slachtoffer 29] te Haarlem, met vermelding van rekeningnummer [rekeningnummer 10] en het bedrag € 60,41, dossierpagina 379.

(overige bewijsmiddelen feiten 3 en 4)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 april 2016, dossierpagina 192 tot en met 193:

(…) Op maandag 18 april 2016 omstreeks 11.00 uur werd ik, verbalisant [verbalisant 2] , werkzaam bij de recherche afdeling Haarlem, betrokken bij de zaak onder proces-verbaalnummer 2016078918. De verdachte in deze zaak, [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] te Haarlem, hierna [verdachte] genoemd, zat op 18 april 2016 ingesloten in detentiecentrum Rotterdam. Bij de insluiting had [verdachte] onder andere een Samsung Galaxy S6, een agenda en een geldbedrag van 338,25 euro bij zich en deze zijn door mij in beslaggenomen voor onderzoek. (…) In het hoesje van de Samsung telefoon trof ik twee briefjes aan, te weten een briefje waarop 3 rekeningnummers geschreven staan en een briefje met de naam Riquerme Putten en een aantal woorden die lijken op wachtwoorden alsmede een aantal cijfers. (…)

Tekst briefje met rekeningnummers;

[rekeningnummer 11]

[bankrekeningnummer] (…)

Bij de eerdere huiszoeking bij verdachte [verdachte] , op 9 april 2016, was een aantekeningen boekje aangetroffen waar een ING bankrekening nummer werd aangetroffen. In een ander boekje werd gerefereerd naar een Triodos rekeningnummer en een ING rekeningnummer. (…)

Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming door de rechter-commissaris d.d. 14 april 2016 met bijlagen, dossierpagina185 tot en met 187:

Op 9 april 2016 heeft (…), rechter-commissaris (…) doorzoeking ter inbeslagneming gedaan op het adres [adres 1] te Haarlem. (…)

(Bijlage 2) Lijst van voorwerpen die tijdens de doorzoeking op het adres als vermeld in het proces-verbaal waarvan deze bijlage deel uitmaakt, in beslag zijn genomen.

(…)

4 brieven Triodosbank t.n.v. [persoon] .

Pasje Triodosbank t.n.v. [persoon] .

Agenda 2015 van [persoon] .

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2016, dossierpagina 223 tot en met 224:

(…)

Bij de doorzoeking zijn de volgende bankrekeningnummers bekend geworden:

- [bankrekeningnummer]

Middels een 126nc is bekend geworden dat het genoemde nummer op naam staat van [persoon] . Middels een 126nd zijn historische gegevens opgevraagd van het genoemde nummer. Uit onderzoek bleek dat er meerdere personen geld gestort hadden op het nummer, wat achteraf bleek dat er een valse factuur was opgemaakt.

(…)

Uit onderzoek van het genoemde Triodosrekeningnummer kwam naar voren dat [persoon] nog een andere rekening heeft en wel het volgende bankrekeningnummer:

- [rekeningnummer 1]

Middels een 126nc is bekend geworden dat het genoemde nummer op naam staat van [persoon] . Middels een 126nd zijn historische gegevens opgevraagd van het genoemde nummer. Uit onderzoek bleek dat er meerdere personen geld gestort hadden op het nummer, wat achteraf bleek dat er een valse factuur was opgemaakt.

(…)

Op 10 maart 2016 is er aangifte gedaan van oplichting/valsheid in geschrifte. Uit onderzoek bleek dat er geld gestort was op het rekeningnummer:

- [rekeningnummer 2]

Middels een 126nc is bekend geworden dat het genoemde nummer op naam staat van [persoon 2] , geboren [geboortedatum 2] . Middels een 126nd zijn historische gegevens opgevraagd van het genoemde nummer. Uit onderzoek bleek dat er meerdere personen geld gestort hadden op het nummer, wat achteraf bleek dat er een valse factuur was opgemaakt.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2016, dossierpagina 194:

(…)

Op donderdag, 14 juli 2016, heb ik, verbalisant [verbalisant 3] , onderzoek gedaan naar de relatie tussen twee verdachten in het genoemde proces. Het gaat hier om verdachten [persoon 2] en de onder aan het proces-verbaal genoemde [verdachte] . (…)

[persoon 2] is naar voren gekomen nadat er aangifte was gedaan van oplichting. Hierbij was een factuur vervalst. (…)

De verdachte [verdachte] heeft vast gezeten in het huis van bewaring aan de Tafelberg te Amsterdam van 28/01/2015 tot en met 02/09/2015.

De verdachte [persoon 2] heeft vast gezeten in het huis van bewaring aan de Tafelberg te Amsterdam van 26/01/2015 tot en met 12/05/2015. [persoon 2] is daarna overgeplaatst geweest naar een andere huis van bewaring. [persoon 2] is vrijgekomen op 30/04/2016. [persoon 2] zat vast ten tijde dat de facturen vervalst zijn. (…)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juli 2016, dossierpagina 211:

(…)

[verdachte] wordt ervan verdacht post te hebben gestolen, facturen te hebben vervalst, opgestuurd te hebben per post en geld weggesluisd via diverse rekeningen. [persoon] is tevens naar voren gekomen in dit onderzoek, omdat er een tweetal rekeningen zijn gebruikt bij de vervalste facturen. De verdachte [verdachte] heeft vastgezeten in het huis van bewaring Tafelbergweg te Amsterdam van 28 januari 2015 tot en met 2 september 2015. De verdachte [persoon] heeft vastgezeten in het huis van bewaring Tafelbergweg te Amsterdam van 30 januari 2015 tot en met 14 mei 2015. [persoon] is daarna overgeplaatst naar een ander huis van bewaring en heeft vastgezeten tot 26 april 2016. [persoon] zat gedetineerd ten tijde dat de facturen vervalst zijn. (…)

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [persoon] d.d. 22 juli 2016, dossierpagina 231 tot en met 233:

(…)

A: Ik heb 2 bankrekeningen. [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 12] .

(…)

A: Ik heb deze rekeningen een jaar ongeveer.

V: Meer rekeningen heb je niet?

A: Ja ik heb nog één rekening van de Triodos bank. Het pasje en de brief die erbij hoort zaten tussen mijn spullen die bij Exodus lagen. Die spullen heeft [verdachte] opgehaald.

V: Waar zijn die spullen nu?

A: Bij hem in Amsterdam.

(…)

V: Van wanneer tot wanneer heb je vastgezeten?

A: In totaal bijna 20 maanden. Eerst 18 maanden in |Veenhuizen. Dit was van 2014 tot 2015, ik weet het niet precies meer. (…) Hierna heb ik nog 3 maanden in Leeuwaren gezeten, van 29 december 2015 tot april 2106. (…)

V: Waar ken je [verdachte] van?

A: Uit de gevangenis.

V: Wat hebben jullie afgesproken met betrekking tot je spullen?

A: Hij zou mijn spullen naar mijn vriendin brengen, dit is niet gebeurd.

(…) Het gaat om een laptop, een surround systeem, mijn paspoort, bankbrieven, bankpas, een plasma TV, DVD speler van Sony en een heleboel kleren. (…)

V: Heb je nog contact met hem gehad?

A: Nee.

V: Ook zat er een bankpas bij jouw spullen met een pincode. Wat hebben jullie hierover afgesproken?

A: Niks, ik ben bang dat hij deze vindt en deze gebruikt. (…)

V: Er zijn dus twee bankrekeningnummers geopend op jouw naam. Wat weet jij hiervan?

A: Niets. (…)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 april 2016, dossierpagina 256:

(…) Op 10 april 2016 heeft [verdachte] verklaard dat hij de goederen van [persoon] heeft gekregen via de gevangenis. (…) Uit onderzoek bleek dat op 15 april 2016 een aangifte is opgenomen van valsheid in geschrifte (2016083943). (…) Op de vervalste factuur stond het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer] . (…) Het bankrekeningnummer dat op de vervalste factuur vermeld staat, is het bankrekeningnummer van de pas, die aangetroffen is in de slaapkamer van [verdachte] .(…)

Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 juli 2016, dossierpagina 157 tot en met 163:

(…)

V: Je zit voor diefstal van poststukken, wat kan je vertellen over de periode dat je vrij was gekomen tot je bent aangehouden?

A: In het begin is er niks gebeurd, alleen de laatste tijd. In maart en april is het gebeurd.

V: Wat is er gebeurd?

A: Waar ik voor ben aangehouden, de diefstal van poststukken. (…)

Het is weer precies het zelfde gegaan als de vorige zaak. Ik kan nu wel vertellen hoe het is gegaan maar de juiste hulp was er ook niet. (…)

Ik viel terug, daar waar ik voor vast zit. Het is het zelfde verhaal als wat ik al verteld heb. (…)

V; Hoe heb je het gedan?

A: Het is precies het zelfde systeem als bij de eerste keer. Ik heb toch al bekend hoe het gegaan is. (...)

V: Ik kan natuurlijk wel een invulling geven maar dat doe ik niet.

A: (….) Er zijn dingen op mijn weg gekomen waardoor ik het niet kon ontwijken. (…)

V: Meneer [persoon] is gehoord door collega’s, die wil zijn spullen terug.

A: Die kan zijn spullen ophalen bij mijn ouders. Ik geef daar toestemming voor.

V: Hoe kom je aan die spullen?

A: Die moest ik ophalen. Je weet hoe het gegaan is. (…)

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 oktober 2016:

Het klopt dat ik eerder ben veroordeeld voor een soortgelijk feit.

3.4.

Bewijsoverweging

Aan verdachte is voorgehouden dat de auto van zijn vader, waarover verdachte heeft verklaard dat hij meestal in die auto reed, op 9 april 2016 is waargenomen op de plaats waar post is weggenomen. Tevens is verdachte voorgehouden dat er bij zijn aanhouding poststukken die niet op zijn naam waren gesteld, in zijn tas zijn aangetroffen. Verdachte heeft hieromtrent ter zitting verklaard dat hij op 9 april 2016, voorafgaand aan zijn aanhouding, de auto van zijn vader had uitgeleend aan een vriend, om hem in de gelegenheid te stellen een aantal privé zaken te regelen. Die vriend heeft de auto ongeveer een uur van hem geleend. Nadat verdachte de auto had teruggekregen, lagen daarin de betreffende poststukken. Verdachte heeft de poststukken in zijn tas gedaan zodat hij ze weg kon gooien. Verdachte verstrekt desgevraagd geen gegevens over deze vriend.

Gelet op het feit dat verdachte voor het eerst ter zitting aldus heeft verklaard deze verklaring niet verifieerbaar is en bovendien in strijd is met eerdere verklaringen die verdachte in dit onderzoek heeft afgelegd, zal de rechtbank de verklaring van verdachte op dit punt als ongeloofwaardig terzijde stellen.

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1

hij op 9 april 2016 in de gemeente Haarlem, op de Lindenstraat, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een post tas van een postbezorger heeft weggenomen brieven en/ of poststukken, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] ;

Feit 2

hij in de periode van 16 januari 2016 tot en met 8 april 2016 in de gemeente Haarlem telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen brieven en/of poststukken, toebehorende aan anderen;

Feit 3

hij in de periode van 16 januari 2016 tot en met 5 mei 2016 te Haarlem, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en/ of een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 7] (aangifte 2016087239) en

[slachtoffer 9] (p. 275) en

[slachtoffer 10] (p. 281) en

[slachtoffer 11] (p. 287) en

[slachtoffer 12] (p. 294) en

[slachtoffer 13] (p. 321) en

[slachtoffer 14] (p. 334) en

[slachtoffer 15] (p. 340) en

[slachtoffer 16] (p. 358) en

[slachtoffer 17] (p. 363) en

J.G. [slachtoffer 18] (aangifte 2016070622) en

[slachtoffer 19] (p. 382) en

[slachtoffer 20] (p. 386) en

[slachtoffer 21] / [slachtoffer 22] (aangifte 2016091258) en

[slachtoffer 23] (p. 398), telkens heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de betaling van een geldbedrag door

- ( aangifte 2016087239) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 7] te sturen met daarin vermeld een te betalen factuurbedrag van 396,29 euro en

- ( p. 275) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 9] te sturen/te doen toekomen met

daarin vermeld een te betalen bedrag van 161,18 euro en

- ( p. 281) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 10] te sturen/te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 29,50 euro en

- ( p. 287) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 11] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 170,61 euro en

- ( p. 294) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 12] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 205,90 euro en

- ( p. 334) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 14] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 400 euro en

- ( p. 340) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 15] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 102 euro en

- ( p. 358) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 16] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 76,50 euro en

- ( p. 363) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 17] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 28,70 euro en

- ( aangifte 2016070622) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 18] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeldt een te betalen factuurbedrag van 215,99 euro en

- ( p. 382) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 19] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen factuurbedrag van 609,56 euro en

- ( p. 386) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 20] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen factuurbedrag van 109,84 euro en

- ( p. 398) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 23] te sturen / te doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 436,50 euro en

- ( aangifte 2016091258) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 21] / [slachtoffer 22] te sturen/ te doen toekomen met daarin vermeldt een te betalen factuurbedrag van 141 euro en

- ( aangifte 2016100989) een vervalste factuur aan die [slachtoffer 13] te sturen/ te doen toekomen met een daarin vermeldt een te betalen factuurbedrag van 184,50 euro.

Feit 4

hij in de periode van 1 maart 2016 tot en met 9 april 2016 te Haarlem , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 24] (aangifte 2016083943, p. 246) en

[slachtoffer 26] (aangifte 2016090457, p. 237) en

(het bedrijf) [slachtoffer 27] (aangifte 2016097943, p. 304), en

[slachtoffer 28] (p. 347) en

[slachtoffer 29] (p.374)

(telkens) te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten(het betalen van een of meer geldbedragen hebbende hij, verdachte,

- (2016083943) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 24] gestuurd / doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) factuurbedrag van 139,07 euro en

- (2016090457) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 26] gestuurd / doen toekomen met daarin vermeld een (te betalen) factuurdbedrag van 60,50 euro en

- (2016097943) een valse/vervalste factuur aan die (het bedrijf) [slachtoffer 27] gestuurd / doen toekomen met daarin vermeld een te betalen factuurbedrag van 1815 euro, en

- ( p.347) valse/vervalste facturen aan die [slachtoffer 28] gestuurd / doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 6.626,14 euro en

- ( p. 374) een valse/vervalste factuur aan die [slachtoffer 29] gestuurd / doen toekomen met daarin vermeld een te betalen bedrag van 60,41 euro terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: diefstal

Feit 2: diefstal, meermalen gepleegd

Feit 3: oplichting, meermalen gepleegd

Feit 4: poging tot oplichting, meermalen gepleegd

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van de periode die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen en richtlijnen die hem vanuit Reclassering Nederland worden gegeven, alsmede een behandeling ondergaat.

Met betrekking tot de vordering tenuitvoerlegging met parket 15/740187-13 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze dient te worden toegewezen.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 13] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 7] / [slachtoffer 8] en [slachtoffer 21] / [slachtoffer 22] heeft zij toewijzing gevorderd.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij J.G. [slachtoffer 18] heeft zij toewijzing gevorderd van het factuurbedrag ad € 215,99.Voor wat betreft de gevorderde parkeerkosten en kilometervergoeding ad € 25,-- heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Tevens heeft zij toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16] voor het deel van de vordering dat ziet op het factuurbedrag ad € 76,50. Met betrekking tot het deel van de vordering dat ziet op de inkomstenderving ad € 60,-- heeft de officier van justitie gevorderd de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren.

Met betrekking tot de in beslag genomen goederen heeft zij gevorderd dat de goederen die aan anderen toebehoren kunnen worden teruggegeven aan de rechthebbenden en dat de overige goederen verbeurd dienen te worden verklaard.

6.2.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft poststukken gestolen en heeft vervolgens de in die post aangetroffen facturen zodanig bewerkt, dat het rekeningnummer werd gewijzigd in een bankrekeningnummer van een andere persoon, waardoor de te betalen factuurbedragen naar een verkeerde rekening werden overgeboekt. Hiermee heeft verdachte zich diverse malen schuldig gemaakt aan het plegen van diefstal van poststukken en aan oplichting. Verdachte is op 30 april 2014 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor het plegen van soortgelijke feiten, zoals blijkt uit het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 14 september 2016. Deze veroordeling heeft verdachte er niet van kunnen weerhouden dergelijke feiten opnieuw te plegen. Hij heeft wederom in ernstige mate het vertrouwen dat kan en moet worden gesteld in het postverkeer geschonden. Door het aanbieden van de valse facturen die hij op basis van de gestolen poststukken heeft opgesteld, heeft hij diverse personen misleid en/ of benadeeld. Deze benadeelden verkeerden in de veronderstelling dat zij de betaling op de betreffende factuur tijdig hadden overgemaakt naar het (juiste) rekeningnummer van de begunstigde. De benadeelden hebben na ontdekking van de oplichting veel tijd en energie moeten investeren in het herstellen van de uitgebleven betalingen.

Burgers moeten kunnen vertrouwen op een ongestuurde werking van poststukken, op de juistheid van de in poststukken (facturen) opgenomen informatie en op de juistheid van de daarin opgenomen financiële gegevens. Verdachte heeft wederom dat vertrouwen in ernstige mate beschaamd. Hij heeft zich tevens kennelijk van zijn eerdere veroordeling niks aangetrokken en heeft wederom financiële schade en ergernissen bij de benadeelden toegebracht.

Met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 1 juli 2016 van C. Hornby, als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland. Uit het reclasseringsrappoort blijkt dat de kans op recidive in delictgedrag bij het uitblijven van interventies op hoog gemiddeld wordt geschat. De reclassering adviseert aan verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en een behandeling bij de forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke ambulante forensische instelling.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Gelet op het feit dat de reclassering mogelijkheden ziet om verdachte te blijven begeleiden in een toezicht en verdachte zich bereid heeft verklaard daaraan mee te zullen werken acht de rechtbank verplicht contact met en begeleiding door Reclassering Nederland noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden. Daarbij zal de rechtbank conform het reclasseringsadvies tevens bepalen dat verdachte wordt verplicht zich te laten behandelen.

De strafeis van de officier van justitie is in overeenstemming met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding daarvan af te wijken.

7. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een geldbedrag ad € 338,25, dient te worden teruggegeven aan verdachte, aangezien die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    een stuk briefpost nummer 591649, tnv de ouders [slachtoffer 2] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591650, voorzien van een creditcard;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591651, tnv [slachtoffer 6] [adres 8] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591652, tnv [slachtoffer 3] [adres 9] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591654, tnv [slachtoffer 38] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591656, tnv [slachtoffer 5] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591658, tnv [slachtoffer 39] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591659, tnv [slachtoffer 4] ;

  • -

    een document van de ING BANK, rekening [rekeningnummer 13] , nummer 591996, eigenaar ing group n.v.;

  • -

    een document TRIODOS, rekening [bankrekeningnummer] , nummer 591998

  • -

    vijf stuks bankbescheiden TRIODOS (bankpapier) nummer 592053,welkom-pincode-ontvangst-pasbrief;

  • -

    twee stuks schrijfgerei, NOTEPAD A6, nummer 592029;

  • -

    een agenda van 2015, nummer 592043;

  • -

    een bankpas van TRIODOS, nummer 592050;

  • -

    een stuk briefpost van [bedrijf 7] , nummer 592057;

  • -

    drie papieren documenten, nummer 592059;

  • -

    een notitieboekje met nummer 592070.

dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende, aangezien tot nu toe geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 7] / [slachtoffer 8] :

De benadeelde partij [slachtoffer 7] / [slachtoffer 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 369,29 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een bankafschrijving ad € 369,29 op basis van een valse factuur.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit 3. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 12]

De benadeelde partij [slachtoffer 12] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 205,91 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een bankafschrijving ad € 205,90 op basis van een valse factuur, alsmede € 0,01 voor een extra overschrijving met het verzoek tot terugbetaling.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit 3. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 13]

De benadeelde partij [slachtoffer 13] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 184,50 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een bankafschrijving ad € 184,50 op basis van een valse factuur.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit 3. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 16]

De benadeelde partij [slachtoffer 16] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 136,50 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een bankafschrijving ad € 76,50 op basis van een valse factuur en een inkomstenderving ad € 60,--.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit 3. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 76,50 vanaf 11 april 2016 en over het bedrag van € 60,- vanaf 11 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Vordering benadeelde partij J.G. [slachtoffer 18]

De benadeelde partij J.G. [slachtoffer 18] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 240,99 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een bankafschrijving ad € 215,99 op basis van een valse factuur en een kilometervergoeding/ parkeerkosten ad € 25,--.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit 3. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag van € 215,99 vanaf 19 maart 2016 en over het bedrag van € 25,- vanaf 11 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 19]

De benadeelde partij [slachtoffer 19] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 609,56 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een bankafschrijving ad € 609,56 op basis van een valse factuur.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit 3. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 21]

De benadeelde partij [slachtoffer 21] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 141,-- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit een bankafschrijving ad € 141,-- op basis van een valse factuur.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit 3. De vordering zal derhalve worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 3 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: oplichting] aanleiding ter zake van alle vorderingen van de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9 Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis in de zaak met parketnummer 15/740187-13 heeft de rechtbank te Noord-Holland verdachte op 30 april 2014 ter zake van onder andere diefstal in vereniging, valsheid in geschrift, medeplegen van witwassen en diefstal met een valse sleutel veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op drie jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 16 mei 2014 aan de verdachte toegezonden.

De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 15 mei 2014 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.

De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd. De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 310, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIJFTIEN (15) MAANDEN.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot vijf (5) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen en richtlijnen die hem worden gegeven vanuit Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt dat hij zich laat behandelen bij De Waag of een soortgelijke instelling.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 7] / [slachtoffer 8] geleden materiële schade tot een bedrag van € 369,29, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 7] / [slachtoffer 8] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 7] / [slachtoffer 8] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 369,29, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zeven dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 12] geleden materiële schade tot een bedrag van € 205,91, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 12] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 12] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 205,91, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door vier dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 13] geleden materiële schade tot een bedrag van € 184,50, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 13] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 13] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 184,50, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door drie dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 16] geleden materiële schade tot een bedrag van € 136,50, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 76,50 vanaf 11 april 2016 en over het bedrag van € 60,- vanaf 11 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 16] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 16] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 136,50, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 76,50 vanaf 11 april 2016 en over het bedrag van € 60,- vanaf 11 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twee dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij J.G. [slachtoffer 18] geleden materiële schade tot een bedrag van € 240,99, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 215,99 vanaf 19 maart 2016 en over het bedrag van € 25,- vanaf 11 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan J.G. [slachtoffer 18] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer J.G. [slachtoffer 18] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 240,99, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 215,99 vanaf 19 maart 2016 en over het bedrag van € 25,- vanaf 11 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door vier dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 19] geleden materiële schade tot een bedrag van € 609,56, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 19] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 19] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 609,56, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zes dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 21] geleden materiële schade tot een bedrag van € 141,--, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 21] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 21] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 141,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twee dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/740187-13 en gelast de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur van ZES (6) MAANDEN, opgelegd bij vonnis van de rechtbank d.d. 30 april 2014.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

 een geldbedrag ad € 338,25

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

  • -

    een stuk briefpost nummer 591649, tnv de ouders [naam] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591650, voorzien van een creditcard;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591651, tnv [slachtoffer 6] [adres 8] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591652, tnv [slachtoffer 3] [adres 9] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591654, tnv [slachtoffer 38] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591656, tnv [slachtoffer 5] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591658, tnv [slachtoffer 39] ;

  • -

    een stuk briefpost nummer 591659, tnv [slachtoffer 4] ;

  • -

    een document van de ING BANK, rekening [rekeningnummer 13] , nummer 591996, eigenaar ing group n.v.;

  • -

    een document TRIODOS, rekening [bankrekeningnummer] , nummer 591998

  • -

    vijf stuks bankbescheiden TRIODOS (bankpapier) nummer 592053,welkom-pincode-ontvangst-pasbrief;

  • -

    twee stuks schrijfgerei, NOTEPAD A6, nummer 592029;

  • -

    een agenda van 2015, nummer 592043;

  • -

    een bankpas van TRIODOS, nummer 592050;

  • -

    een stuk briefpost van [bedrijf 7] , nummer 592057;

  • -

    drie papieren documenten, nummer 592059;

  • -

    een notitieboekje met nummer 592070.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.M. ten Bos, voorzitter,

mr. W. Aardenburg en mr. R.A. Otter, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2016.

1 De door de rechtbank als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.