Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:9924

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-08-2015
Datum publicatie
12-11-2015
Zaaknummer
C/15/228909 / FA RK 15-4008
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vrouw verzoekt in voorlopige voorzieningenprocedure onder andere om ten laste van de man een kinderbijdrage en een partnerbijdrage vast te stellen. De man heeft verweer gevoerd op grond van het ontbreken van draagkracht aan zijn zijde.

Ondanks het feit dat de man geen inkomen heeft, wordt er toch een kinderbijdrage opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

SH

voorlopige voorzieningen/tegenspraak

zaak-/rekestnr.: C/15/228909 / FA RK 15-4008

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 27 augustus 2015

in de zaak van:

[naam vrouw],

wonende te Egmond aan den Hoef, gem. Bergen (NH),

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. L.W. Castelijns, kantoorhoudende te Velsen-Zuid,

tegen

[naam man],

wonende te Egmond aan den Hoef, gem. Bergen (NH),

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. P.P.J.L. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 2 juli 2015;

- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de man, ingekomen op 6 augustus 2015;

- de brieven, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 18 augustus 2015;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man van 19 augustus 2015.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 augustus 2015 in aanwezigheid van partijen, de vrouw bijgestaan door mr. R. Bottenheft waarnemend voor mr. L.W. Castelijns, en de man door mr. P.P.J.L. Appelman. Mr. Appelman heeft bij deze gelegenheid notities overgelegd.

2 Beoordeling

de feiten

2.1

Partijen zijn op 20 juli 2012 gehuwd. De minderjarige kinderen van partijen zijn:

[naam kind 1], geboren op [geboortedatum 1] in de gemeente Alkmaar, en

[naam kind 2], geboren op [geboortedatum 2] in de gemeente Alkmaar.

2.2

Nu de man tegen de verzochte voorlopige voorzieningen met betrekking tot de toevertrouwing van de minderjarige kinderen van partijen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning geen verweer heeft gevoerd, zal het verzoek in zoverre worden toegewezen, aangezien dit de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. Daarbij acht de rechtbank de voorziening met betrekking tot de minderjarigen niet strijdig met hun belang.

verdeling zorg- en opvoedingstaken

2.3

Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De rechtbank zal aldus beslissen. Daarbij acht de rechtbank deze voorziening met betrekking tot de minderjarigen niet strijdig met hun belang.

Partijen hebben ter zitting afgesproken om in mediation te gaan om te werken aan de verbetering van hun onderlinge communicatie. De rechtbank vindt dit positief en in het belang van de kinderen.

kinderbijdrage en partnerbijdrage

2.4

De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de man aan haar als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen een bedrag van € 431,-- per maand per kind dient te betalen. Tevens heeft de vrouw verzocht te bepalen dat de man aan haar als bijdrage in het levensonderhoud een bedrag van € 1.150,-- bruto per maand dient te betalen.

2.5

De man heeft hiertegen verweer gevoerd. De man erkent de behoefte van de minderjarigen aan een bijdrage, maar stelt dat de door de vrouw verzochte bijdrage de behoefte van de minderjarigen overtreft. De man betwist voorts de hoogte van de door de vrouw gestelde behoefte in haar levensonderhoud. Daarnaast voert de man verweer op grond van het ontbreken van draagkracht aan zijn zijde.

draagkracht man

2.6

De rechtbank ziet aanleiding om allereerst de draagkracht van de man te bespreken.

De man heeft 20 jaar lang, tot september 2014, met zijn neef een VOF in automaterialen gedreven. In september 2014 heeft hij de samenwerking na ruzie met zijn neef verbroken. Aansluitend is hij enige tijd arbeidsongeschikt geweest. Het inkomen van de man bedroeg in 2013 € 70.899,--. Volgens de onweersproken berekening van de vrouw zou de man bij dit inkomen een draagkracht hebben van € 614,-- per maand per kind. Van het inkomen van de man in 2014 ontbreken alle gegevens. Verder staat vast dat de man tot 1 april 2015 inkomen had uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering van Nationale Nederland ter hoogte van ongeveer € 1.000,-- netto per maand. Voorts heeft de man, nadat hij in september 2014 uit de VOF is getreden, in ieder geval nog een bedrag van € 12.000,-- uit de VOF ontvangen. Verder heeft de man bij reizen als gids, o.a. naar de Bahama’s, gefungeerd, waar hij geen vergoeding voor kreeg, maar waar tegenover stond dat zijn reis- en verblijfkosten kosteloos waren. De rechtbank constateert verder dat de man, nadat hij op 1 april 2015 arbeidsgeschikt is verklaard, er voor heeft gekozen om een opleiding te gaan volgen. De man heeft desgevraagd verklaard dat hij één keer heeft gesolliciteerd, maar dat het de bedoeling is om een eigen onderneming op te starten. Medio juni heeft de man een onderneming ingeschreven in het Handelsregister. De man heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt op welke termijn en welk inkomen hij met die onderneming denkt te gaan genereren. De man heeft momenteel geen inkomen en wordt onderhouden door zijn nieuwe vriendin.

2.7

De rechtbank meent dat de keuzes die de man heeft gemaakt, als gevolg waarvan hij thans geen inkomen heeft, niet ten koste mogen komen van zijn onderhoudsverplichting ten opzichte van -in ieder geval- de minderjarige kinderen van partijen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de man in staat geacht moet worden om zich een zodanig inkomen te verschaffen dat hij een kinderbijdrage van € 200,-- per maand per kind kan voldoen. De rechtbank is van oordeel dat voornoemd bedrag de behoefte van de minderjarigen, mede gezien het gezamenlijke inkomen van partijen in het verleden, niet overstijgt. De rechtbank zal als zodanig beslissen.

2.8

Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek van de vrouw om een partnerbijdrage dient te worden afgewezen.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1

Bepaalt dat de minderjarigen [FAMILIENAAM]:

- [ naam kind 1], geboren op [geboortedatum 1] in de gemeente Alkmaar,

- [ naam kind 2], geboren op [geboortedatum 2] in de gemeente Alkmaar,

worden toevertrouwd aan de vrouw.

3.2

Bepaalt dat de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:

voornoemde minderjarigen zullen iedere week van woensdag 07.15 uur tot donderdagmorgen naar school bij de man verblijven, alsmede met ingang van
5 september 2015 één keer per veertien dagen van zaterdag 11.00 uur tot zondag 17.00 uur.

3.3

Bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedelgoederen aan de [adres] Egmond aan den Hoef, gemeente Bergen (NH), met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden.

3.4

Bepaalt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van voornoemde minderjarigen op € 200,-- per maand per kind bij vooruitbetaling te voldoen.

3.5

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Allegro, rechter, in tegenwoordigheid van
S.J.C. Haazelager-Deijkers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2015.

Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.