Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:9877

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-11-2015
Datum publicatie
11-11-2015
Zaaknummer
15/994506-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en medeplegen van gewoontewitwassen. Samen met de medeverdachten heeft verdachte meermalen hoeveelheden gevangen vis buiten de officiële vangstregistratie gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/994506-12 (P)

Uitspraakdatum: 2 november 2015

Tegenspraak

verkort strafvonnis (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 oktober 2015 in de zaak tegen:

[verdachte][verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. H.H.M. Beune en van wat verdachte naar voren heeft gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij in de periode van 19 januari 2010 tot en met 22 maart 2010 te IJmuiden,

in de gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een of

meer organisatie(s), bestaande uit hem, verdachte, en

-[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] (zaak 1) welke organisatie(s) (telkens) tot oogmerk had(den) het plegen van misdrijven,

namelijk

-het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van

het Wetboek van Strafrecht, met betrekking tot (een of meer) Logboek(en) van

de Europese Gemeenschappen (vangstopgaveformulier) en/of

Besommingsbrief/brieven van de Hollandse Visveiling IJmuiden B.V. en/of

Verkoopdocument(en) inzake regeling eisen aan administraties van transacties

inzake zeevis (het gele briefje)

en/of

-het opzettelijk gebruik maken van een valse of vervalste geschrift als ware

het echt en onvervalst als bedoeld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van

Strafrecht, met betrekking tot (een of meer) Logboek(en) van de Europese

Gemeenschappen (vangstopgaveformulier) en/of Besommingsbrief/brieven van de

Hollandse Visveiling IJmuiden B.V. en/of Verkoopdocument(en) inzake regeling

eisen aan administraties van transacties inzake zeevis (het gele briefje),

door deze geschriften aan de Algemene Inspectiedienst te verstrekken

en/of

-het opzettelijk afleveren en/of voorhanden hebben van een vals of vervalst

geschrift, terwijl hij/zij wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor zodanig gebruik als bedoeld in

artikel 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, met betrekking tot (een of

meer) Logboek(en) van de Europese Gemeenschappen (vangstopgaveformulier)

en/of Besommingsbrief/brieven van de Hollandse Visveiling IJmuiden B.V. en/of

Verkoopdocument(en) inzake regeling eisen aan administraties van transacties

inzake zeevis (het gele briefje), door deze geschriften af te leveren bij de

Algemene Inspectiedienst en/of

-het (gewoonte) witwassen van (telkens) hoeveelheden van (bovenomschreven)

misdrijf(ven) afkomstige vis als bedoeld in artikel 420bis onder a en/of b

en/of artikel 420ter van het Wetboek van strafrecht en/of

-het opzettelijk helen van (telkens) hoeveelheden van (bovenomschreven) misdrijf(ven) afkomstige vis als bedoeld in artikel 416 van het Wetboek van strafrecht en/of het schuldhelen van (telkens) hoeveelheden van

(bovenomschreven) misdrijf(ven) afkomstige vis als bedoeld in artikel 417bis

van het Wetboek van strafrecht;

Feit 2:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode 4 maart

2010 tot en met 18 maart 2010, in elk geval in maart 2010, te IJmuiden, in de

gemeente Velsen, en/of op de Noordzee binnen de Nederlandse territoriale

wateren, aan boord van het Nederlandse vaartuig [nummer], genaamd [naam], in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in

elk geval alleen, hierna te noemen documenten, zijnde (telkens) een geschrift

om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of

vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door

anderen te doen gebruiken, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s)

-op of omstreeks 4 en/of 5 maart 2010,

een logboek van de Europese Gemeenschappen (een vangstopgaveformulier met

nummer [nummer]), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk opgemaakt en/of vervalst, met het oogmerk om

het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op dat geschrift

valselijk vermeld en/of aangegeven (in het vak "sol", boven de zwarte streep)

geen getal en/of (in het vak "sol", onder de zwarte streep) het getal 45

en/of

een Verkoopdocument inzake regeling eisen aan administraties van transacties

inzake zeevis (het gele briefje), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot

bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt en/of vervalst, met het

oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op dat

geschrift valselijk vermeld en/of aangegeven het getal 20 en/of 20 en/of 5

en/of 45 (zaak 1.3)

en/of

-op of omstreeks 10 en/of 11 maart 2010, in elk geval in maart 2010,

een logboek van de Europese Gemeenschappen (een vangstopgaveformulier met

nummer NLD [nummer]), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk opgemaakt en/of vervalst, met het oogmerk om

het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op dat geschrift

valselijk vermeld en/of aangegeven (in het vak "tong/sole", boven de zwarte

streep) het getal 400 (in plaats van 441) en/of (in het vak "tong/sole", onder

de zwarte streep) het getal 404 (in plaats van 441)

en/of een

Verkoopdocument inzake regeling eisen aan administraties van transacties

inzake zeevis (het gele briefje), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot

bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt en/of vervalst, met het

oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op dat

geschrift valselijk vermeld en/of aangegeven het getal 39 en/of 144 en/of 124

en/of 80 en/of 17 en/of 404 (zaak 1.4)

en/of

-op of omstreeks 18 maart 2010, in elk geval in maart 2010,

een logboek van de Europese Gemeenschappen (een vangstopgaveformulier met

nummer NLD [nummer]), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk opgemaakt en/of vervalst, met het oogmerk om

het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op dat geschrift

valselijk vermeld en/of aangegeven (in het vak "tong", boven de zwarte streep)

het getal 45 ((in plaats van 53) en/of (in het vak "tong", onder de zwarte streep)

het getal 43 (in plaats van 53)

en/of

een Verkoopdocument inzake regeling eisen aan administraties van transacties

inzake zeevis (het gele briefje), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot

bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt en/of vervalst, met het

oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op dat

geschrift valselijk vermeld en/of aangegeven het getal 2 en/of 18 en/of 17

en/of 4 en/of 2 en/of 43 (zaak 1.5)

en/of

-op of omstreeks 12 maart 2010, in elk geval in maart 2010,

een logboek van de Europese Gemeenschappen (een vangstopgaveformulier met

nummer NLD [nummer]), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk opgemaakt en/of vervalst, met het oogmerk om

het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op dat geschrift

valselijk vermeld en/of aangegeven (in het vak "tong", boven de zwarte streep)

het getal 80 (in plaats van 90) en/of (in het vak "tong", onder de zwarte

streep) het getal 80 (in plaats van 90)

en/of

een Verkoopdocument inzake regeling eisen aan administraties van transacties

inzake zeevis (het gele briefje), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot

bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt en/of vervalst, met het

oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op dat

geschrift valselijk vermeld en/of aangegeven het getal 8 en/of 23 en/of 27

en/of 18 en/of 1 en/of 77 (zaak 1.7)

Feit 3:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode 4 maart

2010 tot en met 18 maart 2010, in elk geval in maart 2010, te IJmuiden, in de

gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, in elk geval alleen, van het plegen van witwassen (als

bedoeld in artikel 420bis Wetboek van strafrecht) een gewoonte heeft/hebben

gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

-op of omstreeks 4 en/of 5 maart 2010, in elk geval in maart 2010, van 22 kg

tong, in elk geval (telkens) een hoeveelheid vis, de werkelijke aard en/of de

herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing

verborgen en/of verhuld en/of genoemde hoeveelheid vis verworven en/of

voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven

hoeveelhe(i)d(en) vis, in elk geval genoemde voorwerp(en) (telkens) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf (zaak 1.3) en/of

-op of omstreeks 10 en/of 11 maart 2010, in elk geval in maart 2010, van 37

kg tong, in elk geval (telkens) een hoeveelheid vis, de werkelijke aard en/of

de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing

verborgen en/of verhuld en/of genoemde hoeveelheid vis verworven en/of

voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven

hoeveelhe(i)d(en) vis, in elk geval genoemde voorwerp(en) (telkens) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf (zaak 1.4)

en/of

-op of omstreeks 18 maart 2010, in elk geval in maart 2010, van 10 kg tong,

in elk geval (telkens) een hoeveelheid vis, de werkelijke aard en/of de

herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing

verborgen en/of verhuld en/of genoemde hoeveelheid vis verworven en/of

voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven

hoeveelhe(i)d(en) vis, in elk geval genoemde voorwerp(en) (telkens) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf (zaak 1.5)

en/of

-op of omstreeks 12 maart 2010, in elk geval in maart 2010, van 10 kg tong,

in elk geval (telkens) een hoeveelheid vis, de werkelijke aard en/of de

herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing

verborgen en/of verhuld en/of genoemde hoeveelheid vis verworven en/of

voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven

hoeveelhe(i)d(en) vis, in elk geval genoemde voorwerp(en) (telkens) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf (zaak 1.7)

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.1.

Bewijs

De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen.

3.2.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 2

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat Verkoopdocumenten inzake regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis, de zogenaamde gele briefjes, voor wat betreft de vier ten laste gelegde zaken, niet correct zijn ingevuld. Dergelijke documenten zijn bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen. Hieruit volgt namelijk de hoeveelheid en soort zeevis die door de visser per transactie op één dag is verkocht. Samen met de door de visser opgegeven vangstgegevens kan de AID controle houden op onder andere de naleving van de quotumregeling en de legale verkoop van de vis via de visafslag. Uit de inhoud van het strafdossier, waaronder de transcripties van verschillende afgeluisterde telefoongesprekken tussen de diverse verdachten1, blijkt dat verdachte en de medeverdachten goed op de hoogte zijn van de werkwijze met betrekking tot de gele briefjes en het valselijk opmaken daarvan. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij precies weet wat er gaande was en het een gebruikelijke gang van zaken betreft. Medeverdachte [medeverdachte 1], factor op de visafslag, vermeldde in de vier ten laste gelegde zaken bewust onjuiste aantallen op de briefjes om verdachte te helpen.

Gelet hierop komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten

op een nauwe en bewuste manier hebben samengewerkt om ervoor te zorgen dat telkens een deel van de vangsten niet op de betreffende gele briefjes geregistreerd werd. Verdachte heeft zich daarmee meermalen schuldig gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift.

Ten aanzien van feit 3

Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de hoeveelheden vis die niet op de betreffende gele briefjes worden verantwoord, een paar dagen later wel worden verantwoord. Deze extra vissen worden dan – op papier – binnen een aantal dagen toegevoegd aan de vangst van een volgende dag, wanneer hij onder zijn quotum heeft gevist. De niet op de betreffende briefjes verantwoorde hoeveelheden worden dan alsnog op een andere dag officieel via de veiling verkocht en daarvan wordt ook opgave gedaan aan de veiling, aldus verdachte

Ten aanzien van dit verweer overweegt de rechtbank dat de stelling van verdachte op geen enkele wijze steun vindt in het dossier: er zijn geen documenten in het dossier en ook niet door verdachte genoemd of overgelegd, die zijn verklaring ondersteunen. Integendeel, uit de cumulatieven vermeld op de uitbetalingsstaten kan worden afgeleid dat in de periode van 5 maart 2010 tot en met 15 maart 2010 geen enkele correctie via de veiling heeft plaatsgevonden.2 Overigens laat de stelling van verdachte – die er op neer komt dat hij de door hem in totaal afgenomen hoeveelheden vis uiteindelijk wel juist heeft opgegeven aan de visafslag - onverlet dat bepaalde hoeveelheden vis die verdachte heeft verworven, niet te herleiden zijn naar het betreffende gele briefje omdat daarop niet de juiste hoeveelheden zijn vermeld. Daarmee zijn deze hoeveelheden vis aan te merken als afkomstig uit enig misdrijf, namelijk valsheid in geschrift. Daardoor klopt de officiële vangstregistratie, die is opgezet om de gevangen hoeveelheden vis te controleren met het oog op de handhaving van de visquota, ook niet.

Verdachte en de medeverdachten zijn allen op de hoogte van, en werken samen met het oog op, het valselijk vermelden van de hoeveelheden op het gele briefje. Zodoende weten zij dus dat de niet verantwoorde hoeveelheden vis uit misdrijf afkomstig zijn. Verdachte en de medeverdachten hebben daarmee de werkelijke herkomst van die niet via de gele briefjes verantwoorde hoeveelheden vis verhuld. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen.

Dat het hier ging om een gewoonte blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het feit dat er zich in een relatief korte periode van veertien dagen, reeds vier gevallen van witwassen met dezelfde werkwijze als hiervoor omschreven voordoen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit ten tijde van het strafrechtelijk onderzoek al geruime tijd aan de gang was en dat dit min of meer ook is door gegaan in de tijd tussen de tenlastegelegde periode en de datum van de terechtzitting. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte en de medeverdachten de intentie hadden en hebben om telkens op dezelfde wijze hoeveelheden vis te witwassen. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het witwassen een structureel karakter had en heeft en dat er derhalve sprake is van gewoontewitwassen.

Ten aanzien van feit 1

Uit het voorgaande volgt dat verdachte en de medeverdachten zich in een relatief korte periode schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift en aan het medeplegen van gewoontewitwassen. Met name uit de verklaring van verdachte, is gebleken dat verdachte en de medeverdachten precies wisten wat er gaande was met betrekking tot het valselijk invullen van de gele briefjes.

Verdachte heeft een eigen aandeel in het geheel door zijn betrokkenheid bij de valsheid in geschrift en het leveren van vis die niet op de betreffende gele briefjes wordt verantwoord. Op deze wijze heeft verdachte deelgenomen aan een organisatie, die bestaat uit hem, (verdachte), [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] Gelet op de frequentie van de hierboven beschreven feiten 2 (valsheid in geschrift) en 3 (witwassen) die in een relatief korte periode worden gepleegd en gelet op de rolverdeling tussen de verschillende deelnemers van de organisatie, komt de rechtbank tot het oordeel dat die organisatie een gestructureerd en duurzaam karakter heeft. Uit de verklaringen van verdachte en de medeverdachte blijkt voorts dat de gehanteerde werkwijze tot doel heeft om een deel van de vangsten van verdachte buiten de officiële vangstregistratie te houden. Hieruit leidt de rechtbank af dat de organisatie waarvan verdachte deel uitmaakt het plegen van strafbare feiten (het plegen van valsheid in geschrift en gewoontewitwassen) als oogmerk heeft.

3.3.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

hij in de periode van 19 januari 2010 tot en met 22 maart 2010 te IJmuiden, in de gemeente Velsen, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] (zaak 1) welke organisatie telkens tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

-het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, met betrekking tot Logboeken van de Europese Gemeenschappen (vangstopgaveformulier) en Besommingsbrieven van de Hollandse Visveiling IJmuiden B.V. en Verkoopdocumenten inzake regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis (het gele briefje)

en

-het opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift als ware het echt en onvervalst als bedoeld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, met betrekking tot Logboeken van de Europese Gemeenschappen (vangstopgaveformulier) en Besommingsbrieven van de

Hollandse Visveiling IJmuiden B.V. en Verkoopdocumenten inzake regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis (het gele briefje), door deze geschriften aan de Algemene Inspectiedienst te verstrekken en

-het opzettelijk afleveren en voorhanden hebben van een vervalst geschrift, terwijl zij wisten

dat dit geschrift bestemd was voor zodanig gebruik als bedoeld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, met betrekking tot Logboeken van de Europese Gemeenschappen (vangstopgaveformulier) en Besommingsbrieven van de Hollandse Visveiling IJmuiden B.V. en Verkoopdocumenten inzake regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis (het gele briefje), door deze geschriften af te leveren bij de Algemene Inspectiedienst en

-het gewoonte witwassen van telkens hoeveelheden van bovenomschreven misdrijven afkomstige vis als bedoeld in artikel 420bis onder a en b en artikel 420ter van het Wetboek van strafrecht en

-het opzettelijk helen van (telkens) hoeveelheden van bovenomschreven misdrijven afkomstige vis als bedoeld in artikel 416 van het Wetboek van strafrecht;

Feit 2:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode 4 maart 2010 tot en met 18 maart 2010, te IJmuiden, in de gemeente Velsen, en op de Noordzee binnen de Nederlandse territoriale wateren, aan boord van het Nederlandse vaartuig [medeverdachte 3], genaamd [naam], tezamen en in vereniging met anderen, hierna te noemen documenten, zijnde telkens een geschrift om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders

-op of omstreeks 4 en 5 maart 2010, een logboek van de Europese Gemeenschappen (een vangstopgaveformulier met nummer [nummer]), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders op dat geschrift valselijk vermeld (in het vak "sol", boven de zwarte streep)

geen getal en (in het vak "sol", onder de zwarte streep) het getal 45

en een Verkoopdocument inzake regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis (het gele briefje), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders op dat

geschrift valselijk vermeld het getal 20 en 20 en 5 en 45 (zaak 1.3)

en

-op 10 en 11 maart 2010, een logboek van de Europese Gemeenschappen (een vangstopgaveformulier met nummer NLD [nummer]), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders op dat geschrift valselijk vermeld (in het vak "tong/sole", boven de zwarte

streep) het getal 400 (in plaats van 441) en (in het vak "tong/sole", onder de zwarte streep) het getal 404 (in plaats van 441) en een Verkoopdocument inzake regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis (het gele briefje), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders op dat geschrift valselijk vermeld het getal 39 en 144 en 124 en 80 en 17 en 404 (zaak 1.4)

en

-op of omstreeks 18 maart 2010, een logboek van de Europese Gemeenschappen (een vangstopgaveformulier met nummer NLD [nummer]), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders op dat geschrift valselijk vermeld (in het vak "tong", boven de zwarte streep) het getal 45 ((in plaats van 53) en (in het vak "tong", onder de zwarte streep)

het getal 43 (in plaats van 53) en

een Verkoopdocument inzake regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis (het gele briefje), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders op dat

geschrift valselijk vermeld en aangegeven het getal 2 en 18 en 17 en 4 en 2 en 43 (zaak 1.5)

en

-op of omstreeks 12 maart 2010, in elk geval in maart 2010, een logboek van de Europese Gemeenschappen (een vangstopgaveformulier met nummer NLD [nummer]), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders op dat geschrift valselijk vermeld en aangegeven (in het vak "tong", boven de zwarte streep) het getal 80 (in plaats van 90) en (in het vak "tong", onder de zwarte streep) het getal 80 (in plaats van 90) en

een Verkoopdocument inzake regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis (het gele briefje), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders op dat

geschrift valselijk vermeld het getal 8 en 23 en 27 en 18 en 1 en 77 (zaak 1.7)

Feit 3:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode 4 maart 2010 tot en met 18 maart 2010, te IJmuiden, tezamen en in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen (als bedoeld in artikel 420bis Wetboek van strafrecht) een gewoonte gemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders

-op of omstreeks 4 en/of 5 maart 2010, in elk geval in maart 2010, van 22 kg tong, een hoeveelheid vis, de werkelijke herkomst verhuld, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven hoeveelheid vis, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf (zaak 1.3) en

-op of omstreeks 10 en/of 11 maart 2010, van 37 kg tong, de werkelijke herkomst verhuld terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven hoeveelheid vis, -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf (zaak 1.4)

en

-op of omstreeks 18 maart 2010, van 10 kg tong, de werkelijke herkomst verhuld terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven hoeveelheid vis, -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf (zaak 1.5)

en

-op of omstreeks 12 maart 2010, van 10 kg tong, een hoeveelheid vis, de herkomst terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven hoeveelheid vis, -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf (zaak 1.7)

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

feit 2

Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

feit 3 primair

Medeplegen van gewoontewitwassen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Samen met de medeverdachten heeft verdachte meermalen hoeveelheden gevangen vis buiten de officiële vangstregistratie gehouden. Deze registratie is onderdeel van regelgeving die tot doel heeft de visstanden op peil te houden. Het buiten de officiële registratie houden van gevangen vis kan tot overbevissing leiden. Niet opgegeven vis wordt immers niet van het geldende quotum afgetrokken. Verdachte heeft geen rekening gehouden met het risico op overbevissing en daarmee samenhangende gevolgen voor het ecosysteem, maar heeft gehandeld met eigen financiële voordeel op het oog. Verdachte heeft hierbij inbreuk gepleegd op het vertrouwen dat in schriftelijke bewijsmiddelen mag worden gesteld.

Dit rekent de rechtbank verdachte aan. De rechtbank heeft voorts gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 21 mei 2015 waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren geen relevante strafrechtelijke documentatie heeft. De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de omstandigheid dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het EVRM is overschreden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een geldboete moet worden opgelegd. Bij de bepaling van de hoogte heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte. Teneinde tegemoet te komen aan de financiële draagkracht van verdachte, acht de rechtbank het opportuun dat verdachte de geldboete in termijnen kan voldoen, zoals aangegeven in het dictum.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 23, 24a, 24c, 47, 57, 140, 225 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot het betalen van een geldboete van € 2000,00 (zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door dertig (30) dagen hechtenis;

bepaalt dat de geldboete kan worden voldaan in acht maandelijkse termijnen van € 250,-.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter,

mr. E.C. Smits en mr. B.J.G. Leeuw, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Zeeman,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 november 2015.

Mr. Zeeman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Proces-verbaal van relaas d.d. 18 oktober 2010 met daarin opgenomen de tapgesprekken T1/13 en T1/41 (dossierpagina 408), T1/42, T1/44, T1/47, T1/50 (dossierpagina’s 411-412), T1/1720, T1/1780, T1/1781, T1/1783 (dossierpagina’s 414-416), T1/1973, T1/2058, T1/2061 (dossierpagina’s 419-420), T1/2409 (dossierpagina 423), T1/2189, T1/2190 (dossierpagina’s 427-428).

2 D056, D066 en D082