Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:9557

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-07-2015
Datum publicatie
04-11-2015
Zaaknummer
C/15/223465/FA RK 15-1491
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige naar oma mz in Apeldoorn en vaststelling omgangsregeling tussen minderjarige en haar vader en grootouders vz in Purmerend.

De rechtbank heeft naar aanleiding van de brief van de minderjarige aan de rechtbank waarin de minderjarige haar (al langer gekoesterde) wens uit om vanaf het schooljaar 2015-2016 haar hoofdverblijfplaats te wijzigen zodat zij bij de grootmoeder mz in Apeldoorn kan wonen en daar naar de middelbare school kan gaan, bij beschikking van 6 mei 2015 een bijzonder curator benoemd. Na het uitbrengen van het verslag van de bijzonder curator heeft een informele zitting plaatsgevonden waarbij de vader, de grootouders vz, de grootmoeder mz en de bijzonder curator zijn gehoord. Daarnaast is de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. De rechtbank is van oordeel dat een verhuizing van de minderjarige naar haar grootmoeder mz in Apeldoorn voldoende met waarborgen is omkleed en dat een verhuizing naar Apeldoorn in het belang van de minderjarige is en momenteel de meest optimale keuze is. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het van groot belang voor de ontwikkeling van de minderjarige is dat zij de band met haar grootouders vz en haar vader zal onderhouden zodat de rechtbank een omgangsregeling vaststelt tussen de minderjarige en haar familie in Purmerend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Haarlem

hoofdverblijfplaats

zaak-/rekestnr.: C/15/223465 / FA RK 15-1491

ambtshalve beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 29 juli 2015

naar aanleiding van een verzoek van:

[naam kind],

wonende te Purmerend,

hierna te noemen: [het kind].

In deze procedure zijn als belanghebbenden aangemerkt:

[naam vader],

wonende te Purmerend,

hierna te noemen: de vader,

[naam grootvader vz] en [naam grootmoeder vz],

wonende te Purmerend,

hierna te noemen: de grootouders vz,

[naam grootmoeder mz],

wonende te Apeldoorn,

hierna te noemen: de grootmoeder mz.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de ambtshalve beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 6 mei 2015, en de daarin vermelde brief van [het kind];

- het verslag van de bijzondere curator mw. drs. J.A.M. Hendriks van 28 juni 2015;

- de brief van de grootmoeder mz van 2 juli 2015;

- het e-mailbericht van de grootouders vz van 17 juli 2015.

1.2

De bespreking van het verzoek heeft plaatsgevonden op een informele zitting op 22 juli 2015. Hierbij zijn verschenen en gehoord:

- de vader;

- de grootouders vz;

- de grootmoeder mz;

- mevrouw J.A.M. Hendriks, de bijzondere curator van [het kind].

1.3

De heer [naam 1], vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) is apart gehoord, nu hij niet in de gelegenheid bleek de zitting bij te wonen.

2 De verdere beoordeling

2.1 [

het kind] heeft in haar brief aan de rechtbank haar (al langer gekoesterde) wens geuit om vanaf het schooljaar 2015-2016 haar hoofdverblijfplaats te wijzigen zodat zij bij de grootmoeder mz in Apeldoorn kan wonen en daar naar de middelbare school kan gaan. Naar aanleiding van deze brief is [het kind] op 8 april 2015 door de kinderrechter gehoord. De rechtbank heeft bij beschikking van 6 mei 2015 aan de bijzondere curator de opdracht gegeven om de vragen zoals deze in de beschikking geformuleerd zijn te beantwoorden.

2.2

Uit het verslag van de bijzondere curator van 28 juni 2015 blijkt het volgende.
Het is mogelijk dat het verlangen van [het kind] om naar Apeldoorn terug te keren mede verklaard kan worden door het verleden, dat waarschijnlijk een grote invloed heeft gehad op haar gevoelens van veiligheid en zekerheid in het leven. [het kind] haar moeder is immers plotseling overleden, waarna een (juridische) strijd om [het kind] is losgebarsten en zij uit het huis van haar grootmoeder in Apeldoorn naar Purmerend is verhuisd, waar zij vervolgens in twee huizen is gaan leven. Het lijkt erop dat [het kind] momenteel ervaart geen vrij contact te kunnen hebben met haar grootmoeder in Apeldoorn. Ondanks dat [het kind] nu bij haar grootouders vz verblijft en naar haar vader gaat wanneer zij hier behoefte aan heeft – en dit een verbetering is ten opzichte van de eerdere afspraken –, blijft zij de diepe wens koesteren om naar de grootmoeder in Apeldoorn te mogen verhuizen.
Voorts lijkt de wens van [het kind] om in Apeldoorn naar school te gaan enerzijds gelegen in het feit dat zij in Purmerend op school gepest is en anderzijds in het gegeven dat zij meer vrienden in Apeldoorn zegt te hebben.

2.3

De bijzondere curator geeft aan dat het voor haar moeilijk in te schatten is welk effect het voor [het kind] zou hebben als haar wens om te verhuizen niet wordt gehonoreerd, gelet op de puberteit die eraan komt. Het zou haar kunnen aanzetten tot meer verzet of haar doen ervaren dat zij niet gehoord wordt, waardoor gevoelens van machteloosheid en eenzaamheid opgeroepen kunnen worden. De bijzondere curator concludeert dat [het kind] vooral gebaat lijkt bij heldere afspraken. Ook is het in haar belang dat de betrokken volwassenen niet om haar strijden en elkaar niet meer diskwalificeren.

2.4

Ter zitting heeft de bijzondere curator naar voren gebracht dat het voor haar duidelijk is dat bij [het kind] een diep doorleefde wens bestaat om te verhuizen naar haar grootmoeder in Apeldoorn. Deze wens wordt echter gevoed door verschillende ervaringen uit het heden en het verleden, zodat nooit met zekerheid gezegd kan worden of het een zuiver persoonlijke wens is. Ook is mede daardoor niet goed in te schatten of de uitvoering ervan aan haar verwachtingen zal voldoen. Voorts is het van groot belang dat [het kind] het gevoel heeft dat er naar haar geluisterd wordt.

2.5

Ter zitting hebben de vader en de grootouders vz benadrukt dat zij – zoals ook in het verslag van de bijzondere curator beschreven staat – het gevoel hebben dat de grootmoeder mz [het kind] heeft beïnvloed met betrekking tot haar wens om te verhuizen en dat zij eraan twijfelen of dit daadwerkelijk haar eigen wens is. Daarnaast zijn zij bang dat zij in het geval van een verhuizing het contact met haar binnen afzienbare tijd helemaal kwijt zullen raken, mede omdat de grootmoeder het contact tussen haar eigen kinderen en hun vaders zou hebben afgehouden en bemoeilijkt. Ook zijn zij bezorgd over het opvoedingsklimaat bij de grootmoeder mz.

Er is reeds geprobeerd om de situatie rondom [het kind] te verbeteren door middel van een Eigen Kracht Conferentie, maar dit heeft niet geleid tot toenadering tussen de twee families. De grootouders en de vader vinden het belangrijk dat [het kind] contact heeft met de grootmoeder mz, maar vinden het niet nodig of prettig als dit heimelijk gebeurt.

2.6

De grootmoeder mz heeft toegelicht dat indertijd haar eigen kinderen slechts tijdelijk elders hebben verbleven toen zijzelf opgenomen moest worden in verband met jarenlange mishandeling door haar ex-partner. Zij heeft ter zitting aangegeven dat zij het, indien haar kleindochter bij haar zou komen wonen, zeer belangrijk zou vinden dat er contact zou blijven bestaan tussen [het kind], de vader en de grootouders vz. Zij zou zich inzetten om dit contact te stimuleren en ervoor te zorgen dat de omgangsregeling zoals deze nu bestaat omgekeerd zou worden toegepast. In de huidige situatie heeft zij het gevoel dat het contact tussen haar en [het kind] wordt gedwarsboomd doordat bijvoorbeeld de telefoon niet wordt opgenomen of wordt gezegd dat [het kind] afwezig is terwijl dat niet het geval is. De grootmoeder heeft ontkend dat zij er bij [het kind] op heeft aangedrongen de brief aan de rechtbank te schrijven of haar de inhoud ervan te hebben ingefluisterd.

2.7

Zoals ter zitting met de betrokkenen is besproken, heeft er na de zitting overleg plaatsgevonden met de Raad die reeds eerder het verslag van de bijzondere curator had ontvangen en gelezen. De Raad heeft naar voren gebracht dat naar zijn oordeel de bijzondere curator een zeer gedegen rapport heeft uitgebracht, zodat een eventueel vervolgonderzoek door de Raad niet veel meer licht zal kunnen werpen op de ontstane situatie of de gevolgen van een eventuele verhuizing.
Namens de Raad is in beginsel gematigd positief geadviseerd tot een verhuizing. Daarbij is grote nadruk gelegd op de aandacht die er in de thuissituatie bij de grootmoeder mz kan zijn voor de persoon van de moeder en het belang hiervan voor de ontwikkeling van [het kind].

2.8

De rechtbank overweegt als volgt.
Gebleken is dat er in het verleden diverse procedures zijn gevoerd met betrekking tot [het kind]. In de beschikking van deze rechtbank van 14 mei 2014, waarin de grootouders vz zijn belast met de voogdij over [het kind], is de nadruk gelegd op de continuïteit in de opvoedingssituatie zoals zij deze op dat moment heeft in Purmerend en haar belang om niet ook haar tweede ouder kwijt te raken. Gebleken is echter dat deze situatie voor [het kind] niet kan opwegen tegen haar verlangen weer bij haar grootmoeder mz te wonen.

2.9

Dit verlangen, dat zij zegt al een aantal jaren te hebben, lijkt oprecht en doorleefd te zijn en wordt ondersteund door het verslag van de bijzondere curator. Het verwijt van de kant van de grootouders vz en de vader zelf, dat deze wens hoofdzakelijk is ingegeven door de grootmoeder mz en niet een wens van [het kind] zelf is, wordt niet ondersteund door de inhoud van het verslag en is ook niet de indruk die de rechtbank tijdens het kindgesprek met [het kind] heeft gekregen, zodat de rechtbank daarvan niet zal uitgaan. Gelet op de authenticiteit van haar wens, haar leeftijd en de geschiedenis van haar eerste vier levensjaren, is de rechtbank van oordeel dat aan die wens in beginsel gevolg dient te worden gegeven indien dit in haar belang geacht kan worden. Uit het verslag van de bijzondere curator, alsook uit de stukken ten aanzien van de voogdij-procedure die de rechtbank ambtshalve heeft ingezien, zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen dat een verhuizing niet in haar belang zou zijn. Voorts acht de rechtbank het van belang dat [het kind] de eerste jaren van haar leven heeft doorgebracht bij of in de buurt van haar de grootmoeder mz en dat de moeder in die omgeving is overleden. Een dergelijke gebeurtenis heeft een grote invloed op de persoonlijkheid en ontwikkeling van een kind. De rechtbank is van oordeel dat het voor [het kind] gunstig is dat zij in deze periode van haar eigen persoonlijke ontwikkeling kan wonen op een plek waar meer aandacht zal zijn voor haar moeder. Ook zal de aanwezigheid van een kring van familieleden en vrienden in Apeldoorn de overgang naar die omgeving vergemakkelijken. Daarnaast acht de rechtbank het in haar belang dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over haar verblijfplaats, om zo (verdere) loyaliteitsproblemen en spanningen te vermijden.

2.10

De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde omstandigheden met zich meebrengen dat een verhuizing van [het kind] naar haar grootmoeder in Apeldoorn voldoende met waarborgen omkleed is. Daarnaast heeft de grootmoeder mz ter zitting toegezegd erop toe te zien dat het contact tussen [het kind] en haar familie in Purmerend in stand zal blijven. Dit alles leidt ertoe dat een verhuizing naar Apeldoorn in het belang van [het kind] is en momenteel de meest optimale keuze is.

2.11

Voorts is de rechtbank van oordeel dat het van groot belang is voor de ontwikkeling van [het kind] dat zij de band met haar grootouders vz en haar vader zal onderhouden. Gelet hierop zal de rechtbank de omgangsregeling zoals deze thans geldt tussen haar en de grootmoeder mz vaststellen tussen haar en haar familie in Purmerend zodat daarover geen misverstand kan ontstaan.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1

Wijzigt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige:

- [het kind], geboren op [datum] in de gemeente Apeldoorn,

in die zin dat deze zal zijn bij de grootmoeder mz, [naam grootmoeder mz], wonende te Apeldoorn.

3.2

Wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 14 mei 2014 in zoverre dat de omgangsregeling komt te luiden:

Voornoemde minderjarige en de grootouders vz en de vader zijn gerechtigd tot omgang:

- eenmaal per twee weken van vrijdag na school tot zondag 17.00 uur;

- twee weken in de zomervakantie;

- in de kerstvakantie in onderling overleg, maar in ieder geval tot 26 december om 11.00 uur;

- gedurende de overige schoolvakanties in onderling overleg een langer weekeinde,

waarbij de grootouders vz en/of de vader [het kind] aan het begin van de omgang ophalen in Apeldoorn en de grootmoeder mz haar aan het eind van de omgang ophaalt in Purmerend.

3.3

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Stefels, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Alexander als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2015.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.