Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:9388

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-11-2015
Datum publicatie
04-01-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 1782
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Weduwe heeft geen aanspraak op een voorschot op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (Regeling TAS), omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de echtgenoot zich bij leven heeft gemeld bij het Instituut Asbestslachtoffers. Voorts ziet de rechtbank in de aangevoerde omstandigheid dat een formele aanvraag bij leven in de tijd tussen de diagnose en het overlijden niet mogelijk was geen aanleiding voor de vergaande conclusie dat die in het dwingendrechtelijke artikel 4, aanhef en onder b, van de Regeling TAS neergelegde voorwaarde niet ten grondslag gelegd zou mogen worden aan het besluit. De Regeling TAS bevat geen hardheidsclausule.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht, geldigheid: 2016-01-04
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 15/1782

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 november 2015 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb), gevestigd te Amstelveen, verweerder

(gemachtigde: K. van Ingen).

Procesverloop

Bij besluit van 25 november 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (regeling TAS) afgewezen.

Bij besluit van 13 maart 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2015. Eiseres is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

1.1

De echtgenoot van eiseres, [naam] , is op 5 oktober 2014 overleden als gevolg van maligne mesothelioom. Op 13 oktober 2014 is per e-mail een aanvraagformulier in het kader van de regeling TAS opgevraagd bij het Instituut Asbestslachtoffers (IAS), dat in dergelijke situaties voor betrokkenen bemiddelt bij het aanvragen van een voorschot op grond van de voornoemde regeling. Het IAS heeft het ingevulde formulier, ondertekend op 17 oktober 2014, op 24 oktober 2014 retour ontvangen.

1.2

Verweerder heeft, overeenkomstig het advies van het IAS, de aanvraag om een tegemoetkoming afgewezen, omdat niet is gebleken dat de echtgenoot van eiseres er bij leven blijk van heeft gegeven in aanmerking te willen komen voor een voorschot, terwijl dit voor de toekenning van het gevraagde voorschot een voorwaarde is.

2.1

Eisers heeft aangevoerd dat haar echtgenoot niet de mogelijkheid heeft gehad om een formele aanvraag in te dienen. Op vrijdagmiddag 3 oktober 2014 rond 16:30 uur werd eiseres en haar echtgenoot de voorlopige diagnose meegedeeld. Vervolgens heeft de echtgenoot van eiseres rond 17:00 uur getracht het IAS telefonisch te bereiken. Daar werd de telefoon wel opgenomen, maar waren er geen medewerkers meer aanwezig om een dossier aan te leggen. Geadviseerd werd na het weekend opnieuw te bellen. De echtgenoot van eiseres is echter in het weekend overleden. Er is gebeld met een telefoon met een afgeschermd nummer, zodat niet meer is te onderbouwen dat er is gebeld. Verweerder zou, wanneer een formele aanvraag bij leven in de tijd tussen de diagnose tot overlijden niet mogelijk is, minder de letterlijke betekenis van de wet moeten volgen, aldus eiseres.

2.2

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat uit onderzoek van de lijst van ingekomen telefoongesprekken niet naar voren is gekomen dat de echtgenoot van eiseres telefonisch contact heeft gezocht. De bij het IAS bekende telefoonnummers uit de omgeving van eiseres en haar echtgenoot komen niet voor op deze lijst en na 16:30 uur zijn helemaal geen telefonische gesprekken meer ingekomen, ook niet van onbekende of afgeschermde telefoonnummers. De regeling TAS bevat geen hardheidsclausule.

3.1

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van artikel 4, aanhef, onder b, van de regeling TAS hebben nabestaanden in plaats van de werknemer recht op het voorschot indien de werknemer is overleden voordat hij de aanvraag heeft ingediend, maar nadat hij bij het IAS een verzoek tot bemiddeling heeft ingediend en de werknemer recht zou hebben gehad op het voorschot.

Zoals de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in zijn uitspraak van 17 maart 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4739) overweegt, is de uitkering op grond van de regeling TAS een persoonlijk recht van de door ziekte getroffen werknemer. De uitkering is primair bedoeld als tegemoetkoming aan het slachtoffer zelf.

In de toelichting op de nieuwe regeling TAS 2014 (waarin asbestose is toegevoegd) is opgenomen:

“Het gaat in deze regeling om de erkenning van het leed van het slachtoffer zelf en niet van diens nabestaande(n). Essentieel is daarom dat het slachtoffer zich bij leven aanmeldt bij het IAS.”

3.2

Tussen partijen is in geschil of de echtgenoot van eiseres zich heeft gemeld bij het IAS. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat dit, zoals zij stelt, op 3 oktober 2014 inderdaad het geval is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is zij daar niet in geslaagd. Eiseres heeft geen gegevens overgelegd die aannemelijk maken dat het gestelde telefoongesprek heeft plaatsgevonden. Uit de registratie van het IAS blijkt bovendien dat er na 16:30 uur geen telefonische gesprekken meer zijn ingekomen, ook niet via afgeschermde telefoonnummers. Er is daarom niet voldaan aan één van de in artikel 4, aanhef, en onder b, van de regeling TAS gestelde voorwaarden.

3.3

De rechtbank begrijpt de stelling van eiseres dat verweerder wanneer een formele aanvraag bij leven in de tijd tussen de diagnose tot overlijden niet meer mogelijk is minder de letterlijke tekst van de wet zou moeten volgen zo, dat eiseres stelt dat verweerder artikel 4, aanhef, en onder b, van de regeling TAS in dit geval niet had mogen toepassen. Hoezeer de rechtbank ook begrip heeft voor de situatie van eiseres, vindt de rechtbank in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanknopingspunt om tot de vergaande conclusie te komen dat verweerder het dwingendrechtelijke artikel 4, aanhef, en onder b, van de regeling TAS, en in het bijzonder de daarin vervatte voorwaarde dat de werknemer zelf bij leven een verzoek om bemiddeling moet hebben gedaan, niet ten grondslag had mogen leggen aan de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank is van oordeel dat de onder 3.1 vermelde achtergrond van de regeling TAS, namelijk dat het recht op een voorschot, evenals het recht op een eenmalige uitkering, een persoonlijk recht is van de door maligne mesothelioom getroffen werknemer en dat het slachtoffer er dus zelf blijk van moet hebben gegeven het voorschot te willen ontvangen, een voldoende deugdelijke grondslag vormt voor die voorwaarde.

3.4

Voor zover eiseres met haar stelling heeft bedoeld een beroep te doen op toepassing van een hardheidsclausule overweegt de rechtbank dat de regeling TAS geen clausule bevat, die het onder omstandigheden mogelijk zou maken desondanks toch een voorschot toe te kennen.

3.5

Verweerder heeft gelet op het voorgaande terecht de aanvraag van eiseres afgewezen.

4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.G. van Roest, voorzitter, mr. I. de Greef en

mr. H.M. Frons, leden, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2015.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.