Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:914

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-02-2015
Datum publicatie
11-02-2015
Zaaknummer
14.004216
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Verzoek 591a Sv. Slechts gedeeltelijk toegewezen, omdat de kosten voor een groot deel geen betrekking hebben op werkzaamheden, gemaakt voor de strafzaak. Daarom ook gedeeltelijke proceskosten verzoekschriftprocedure vergoed.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 591a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummer: 14.004216

Parketnummer: -

Uitspraakdatum: 9 februari 2015

Beschikking (art. 591a Sv.)

1 Ontstaan en loop van de procedure

Op 20 november 2014 is ter griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een door mr. A. Çinar, advocaat, ingediend verzoekschrift, gedateerd 13 november 2014, van

[verzoeker]

.

domicilie kiezende te (6221 BL), Maastricht, Wilhelminasingel 118,

ten kantore van mr. Çinar, voornoemd.

Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoeker van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 1.587,22, wegens de door deze gemaakte kosten van een raadsman naar aanleiding van een verdenking van het bij zich hebben van verdovende middelen, alsmede tot vergoeding van de kosten van een raadsman met betrekking tot de indiening (en behandeling) van het onderhavige verzoekschrift.

Op 27 januari 2015 is dit verzoekschrift in het openbaar in raadkamer behandeld.

Voor verzoeker is verschenen mr. Çinar, voornoemd.

Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. S.M. de Vries.

2 Beoordeling

Verzoeker is op 20 september 2013 aangehouden en voorgeleid aan de hulpofficier van justitie op het politiebureau. Hij is direct daarna (20 minuten na zijn aanhouding) weer heengezonden. De verdenking tegen verzoeker is geëindigd door een brief van de officier van justitie van 11 november 2014 aan de advocaat van verzoeker waarin deze meedeelt dat er sprake is van een politiesepot.

Het door verzoeker ondertekende verzoekschrift is tijdig ingediend.

Op de voet van het bepaalde in artikel 591a jo artikel 90 van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – in beginsel aanspraak maken op vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten van een raadsman.

Verzoeker stelt dat hij op het politiebureau door een of meer agenten is geslagen. Verzoeker heeft ook getracht daarvan aangifte te doen. De raadsman heeft foto’s gezien, waarop het gezicht van verzoeker opgezwollen en dik was. Om die reden heeft verzoeker de raadsman benaderd.

Diverse malen is getracht het dossier op te vragen aangezien er geen sepotbrief was ontvangen noch anderszins een mededeling was geweest dat de zaak was geseponeerd. Uiteindelijk is een bezwaarschrift onthouden stukken ingediend en een verzoekschrift bepaling einde zaak.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek niet dient te worden toegewezen, nu de meeste werkzaamheden zijn verricht met het oog op de klacht tegen de politie.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Uit de naar aanleiding van verzoeken van de rechtbank door de advocaat overgelegde stukken en de toelichting ter zitting volgt dat een deel van de werkzaamheden die de advocaat van verzoeker voor hem heeft verricht, betrekking heeft op de aangiften van mishandeling door een politieambtenaar, die verzoeker zelf heeft gedaan. Dat zijn geen werkzaamheden gemaakt “ten behoeve van het onderzoek en de behandeling der zaak” (artikel 591a lid 1 Sv) en evenmin kosten “tengevolge van de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting” (artikel 591a lid 2 Sv).

Voor vergoeding komen slechts in aanmerking de kosten, die (de advocaat van) verzoeker heeft gemaakt in deze zaak (bezit verdovende middelen, geseponeerd door de politie). De duur van de werkzaamheden (diverse correspondentie met verzoeker en OM) zullen naar billijkheid worden bepaald op 1,5 uur.

De rechtbank zal als redelijk uurtarief in deze zaak uitgaan van een bedrag van € 200,00.

Aan verzoeker zal zodoende worden toegekend een bedrag van € 200,00 x 1,5, verhoogd met 6% kantoorkosten en btw, in totaal derhalve € 384,78.

In het feit dat het verzoek voor een groot deel wordt afgewezen, ziet de rechtbank aanleiding om de vergoeding voor het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift vast te stellen op € 280,00.

3 Beslissing

De rechtbank:

Kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 664,78

(zegge: zeshonderdvierenzestig euro en achtenzeventig cent),

welk bedrag als volgt is samengesteld:

€ 384,78 wegens de kosten van een raadsman voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de strafzaak;

€ 280,00 wegens de kosten van een raadsman voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoeker toegekende vergoeding op de derdengeldrekening van verzoekers advocaat, bankrekeningnummer NL48INGB 0006 4558 64 ten name van Stichting Beheer Derdengelden, onder vermelding van “schadevergoeding [verzoeker].”

4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.M.A. van der Meij, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2015.