Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:8474

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-10-2015
Datum publicatie
06-10-2015
Zaaknummer
15/710261-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Verdachte is op 25 maart 2014 via een andere dan de gebruikelijke route naar haar werk gegaan. Zij is, terwijl zij onderweg hinder ondervond van de laagstaande zon, met haar auto door een voor haar op rood staand verkeerslicht zonder vaart te minderen de kruising van de Van Heuven Goedhartlaan en de Polarisavenue en de Planetenweg te Hoofddorp opgereden, bovendien met een fikse vaart. Hiermee heeft verdachte een ernstig verkeersongeluk veroorzaakt, doordat zij vol tegen de zijkant van een auto, die net het kruispunt opreed, is gebotst. De bestuurster van deze auto heeft daarbij ernstig letsel opgelopen. Deze verkeersfouten zijn verdachte in ernstige mate aan te rekenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/710261-14 (P)

Uitspraakdatum: 6 oktober 2015

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 september 2015 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Duitsland),

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J.G. Hendriks en van wat verdachte en haar raadsman, mr. E.M. van Westrenen, advocaat te Hilversum, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

zij op of omstreeks 25 maart 2014 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Kia, kenteken [kenteken]), daarmede heeft gereden over de weg, de Van Heuven Goedhartlaan en zich daarbij zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, aldaar te rijden op de rijbaan van die Van Heuven Goedhartlaan en naderende de met een driekleurige verkeerslichteninstallatie geregelde kruising of splitsing van die Van Heuven Goedhartlaan en de Polarisavenue en de Planetenweg:

- met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden (laagstaande zon)) toegestaan en/of verantwoord was en/of

- met een snelheid die zo hoog was dat zij niet in staat is gebleken om

( a) haar motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

( b) haar motorrijtuig voortdurend onder controle te houden immers verdachte heeft -rijdend als hiervoor omschreven- een voor haar bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht genegeerd en is vervolgens met onverminderde snelheid het kruisingsvlak van voornoemde kruising of splitsing opgereden en (daarna) opgebotst of aangereden tegen een personenauto (merk Toyota, kenteken [kenteken] die bij groen licht vanuit de Polarisavenue linksaf de Van Heuven Goedhartlaan in wilde rijden, waardoor aan de bestuurster van die personenauto, genaamd [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, (te weten een hoofdwond (6 hechtingen) en/of een hersenschudding en/of vier gebroken ribben en/of een klaplong en/of een zwaar gekneusd linkeronderbeen en/of een afgebroken kuitbeenkopje van het linkerbeen), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Subsidiair

zij op of omstreeks 25 maart 2014 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Van Heuven Goedhartlaan - met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden (laagstaande zon)) toegestaan en/of verantwoord was en/of

- met een snelheid die zo hoog was dat zij niet in staat is gebleken om

( a) haar motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

( b) haar motorrijtuig voortdurend onder controle te houden en/of (vervolgens) geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor haar rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

3.2.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 25 maart 2014 heeft er een verkeersongeval plaatsgevonden op de kruising Van Heuven Goedhartlaan- Polarisavenue-Planetenweg te Hoofddorp.2 Verdachte [verdachte] reed die dag in een personenauto van het merk Kia Sorento met kenteken [kenteken] naar haar werk en moest tevens haar dochtertje naar het kinderdagverblijf brengen. Door de nucleaire top die op dat moment plaatsvond, moest ze een andere route naar haar werk nemen. Toen zij op de Van Heuven Goedhartlaan reed, had zij last van de zon die recht in haar ogen scheen. Zij had inmiddels de zonneklep in de auto omlaag gedaan, maar desondanks scheen de zon nog steeds in haar ogen. Zij zag een vrije kruising met stoplichten.

Zij is vervolgens zonder vaart te minderen door het rode licht van de aldaar aanwezige driekleurige verkeerslichten-installatie vanuit de Van Heuven Goedhartlaan met een behoorlijke vaart de kruising met de Polarisavenue opgereden.3 [slachtoffer], bestuurster van een Toyota Prius Plus met kenteken [kenteken], had op datzelfde moment groen licht en reed gelijktijdig met een Landrover de kruising op vanuit de richting van de Polarisavenue.4 De Kia en de Toyota kwamen vervolgens op de kruising in botsing. De Toyota werd door de kracht van de botsing naar rechts gedrukt, zodat deze vervolgens tegen de Landrover botste. [slachtoffer], de bestuurster van de Toyota, had door dit ongeval ernstig letsel opgelopen en moest per ambulance naar het ziekenhuis worden vervoerd.5 Ze had aan de linkerkant van haar hoofd een wond, die zes hechtingen nodig had. Daarnaast had ze een hersenschudding, vier gebroken ribben aan de linkerkant, een klaplong en een afgebroken kuitbeenkopje.6

3.3.

Bewijsoverweging

De verdachte heeft in haar verklaring bij de politie en tijdens de behandeling van de zaak ter zitting aangevoerd dat zij ervan overtuigd was dat het verkeerslicht op groen stond, waardoor zij in de veronderstelling verkeerde dat het haar was toegestaan de kruising over te steken.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt:

Het verweer dat verdachte niet door rood zou zijn gereden wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen. Ondanks de omstandigheid dat zij ter plaatse niet bekend was en ondanks dat de laagstaande zon haar tijdens het rijden verblind heeft, is zij met een snelheid die hoger lag dan ter plaatse onder de dan geldende omstandigheden verantwoord was, een onoverzichtelijk kruispunt opgereden. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

zij op 25 maart 2014 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Kia, kenteken [kenteken]), daarmee heeft gereden over de weg, de Van Heuven Goedhartlaan en zich daarbij zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend aldaar te rijden op de rijbaan van die Van Heuven Goedhartlaan en naderende de met een driekleurige verkeerslichteninstallatie geregelde kruising of splitsing van die Van Heuven Goedhartlaan en de Polarisavenue en de Planetenweg:

- met een hogere snelheid dan ter plaatse, gelet op de toen geldende omstandigheden (laagstaande zon), verantwoord was en

- met een snelheid die zo hoog was dat zij niet in staat is gebleken om

( a) haar motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en

( b) haar motorrijtuig voortdurend onder controle te houden immers verdachte heeft -rijdend als hiervoor omschreven- een voor haar bestemd rood licht uitstralend verkeerslicht genegeerd en is vervolgens met onverminderde snelheid het kruisingsvlak van voornoemde kruising opgereden en daarna op gebotst tegen een personenauto (merk Toyota, kenteken [kenteken] die bij groen licht vanuit de Polarisavenue linksaf de Van Heuven Goedhartlaan in wilde rijden, waardoor aan de bestuurster van die personenauto, genaamd [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een hoofdwond (6 hechtingen) en een hersenschudding en vier gebroken ribben en een klaplong en een zwaar gekneusd linker onderbeen en een afgebroken kuitbeenkopje van het linkerbeen werd toegebracht.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

- overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van zestig (60) uren bij niet naar behoren verrichten waarvan te vervangen door dertig (30) dagen hechtenis en tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes (6) maanden, met een proeftijd van twee jaar.

6.2.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is op 25 maart 2014 via een andere dan de gebruikelijke route naar haar werk gegaan. Zij is, terwijl zij onderweg hinder ondervond van de laagstaande zon, met haar auto door een voor haar op rood staand verkeerslicht zonder vaart te minderen de kruising van de Van Heuven Goedhartlaan en de Polarisavenue en de Planetenweg te Hoofddorp opgereden, bovendien met een fikse vaart. Hiermee heeft verdachte een ernstig verkeersongeluk veroorzaakt, doordat zij vol tegen de zijkant van een auto, die net het kruispunt opreed, is gebotst. De bestuurster van deze auto heeft daarbij ernstig letsel opgelopen. Deze verkeersfouten zijn verdachte in ernstige mate aan te rekenen. De rechtbank heeft uit de houding van verdachte ter terechtzitting de overtuiging gekregen dat zij nog erg geëmotioneerd is naar aanleiding van dit ongeval en het letsel van het slachtoffer zeer betreurt.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 24 augustus 2015, waaruit blijkt dat zij nooit eerder met justitie in aanraking is gekomen en het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 1 juni 2015 van J. van Beersum als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van na te noemen duur en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van een na te noemen aantal maanden moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat de ontzegging van de rijbevoegdheid vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

6.3

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikel 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht.

artikel 6, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

7 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van ZESTIG (60) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door dertig (30) dagen hechtenis.

Veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van ZES (6) MAANDEN, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.E. van Montfrans-Wolters, voorzitter,

mrs. A.C.M. Rutten en D. Gruijters, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam en D. Spaan,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 oktober 2015.

Mr. A.E. van Montfrans-Wolters is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 25 april 2014, dossierpagina 13; het proces-verbaal verhoor getuige [getuige] d.d. 25 maart 2014, dossierpagina 45 tot en met 46.

3 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 25 april 2014, dossierpagina 26; het proces-verbaal verhoor getuige [getuige] d.d. 25 maart 2014, dossierpagina 45 tot en met 46.

4 Het proces-verbaal verhoor benadeelde [slachtoffer] d.d. 27 maart 2014, p. 40-41; het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 25 april 2014, dossierpagina 26;

5 Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse d.d. 25 april 2014, dossierpagina 26.

6 Het proces-verbaal verhoor benadeelde [slachtoffer] d.d. 27 maart 2014 met bijlage, dossierpagina 40 tot en met 42.