Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:8407

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
09-10-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 5424
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorschrift 1.2.17 H stelt eisen aan de ontzwaveling van het kooksovengas in de fabrieken van vergunninghouder. De wijziging van dit voorschrift leidt niet tot een wijziging in de emissienormen die gelden voor de fabrieken die het kooksovengas middels een gesloten systeem ontvangen. Eiser betwist dit ook niet. Nu het bestreden besluit geen externe (milieu)gevolgen heeft, heeft het ook voor eiser geen (milieu)gevolgen en ontbreekt enig rechtstreeks belang van eiser bij het bestreden besluit.

Het beroep is niet-ontvankelijk.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 14/5424

uitspraak van de meervoudige kamer van 7 oktober 2015 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Tata Steel IJmuiden B.V., te IJmuiden, gemachtigde: mr. M.C. Brans.

Procesverloop

Bij besluit van 20 november 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder voorschrift 1.2.17.H van de geldende omgevingsvergunning voor de inrichting Tata Steel IJmuiden B.V., gelegen aan de Wenckebachstraat 1 te Velsen-Noord, gewijzigd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juni 2015. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden R.T. de Grunt, ing. P.E. van Houten en A. Venings. Derde-partij is vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] , bijgestaan door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2. Bij het in beroep bestreden besluit is voorschrift 1.2.17.H van de geldende vergunning vervangen door een gewijzigd voorschrift 1.2.17.H.

Op grond van voorschrift 1.2.17.H (oud) moest de ontzwaveling van het kooksovengas zodanig plaatsvinden, dat het volumegewogen totaal S-gehalte uitgedrukt als een per kwartaal voortschrijdend jaargemiddelde, de (totale) waarde van 0,8 g S/m³0 niet overschrijdt. De berekeningswijze is weergegeven in bijlage 5 bij de omgevingsvergunning. De volgende situatie - voor zover hier van belang - wordt in deze berekeningen niet meegenomen:

bij Kooksfabriek 2: maximaal 5 x 24 uur per kalenderjaar t.b.v. start-, stilleg- en noodstopprocedures.

Op grond van voorschrift 1.2.17.H (nieuw) moet de ontzwaveling van het kooksovengas zodanig plaatsvinden, dat het volumegewogen totaal S-gehalte, uitgedrukt als maandgemiddelde waarde, de (totale) waarde van 1,0 g S/Nm³ niet overschrijdt. De jaargemiddelde waarde mag de totale waarde van 0,8 g S/Nm³ niet overschrijden. De berekeningswijze is weergegeven in bijlage 5. De volgende situatie - voor zover hier van belang - wordt in deze berekeningen niet meegenomen:

bij Kooksfabriek 2: maximaal 5 x 24 uur per kalenderjaar t.b.v. start-, stilleg- en noodstopprocedures.

3. Voorschrift 1.2.17 H stelt eisen aan de ontzwaveling van het kooksovengas in de fabrieken van vergunninghouder. De wijziging van dit voorschrift leidt niet tot een wijziging in de emissienormen die gelden voor de fabrieken die het kooksovengas middels een gesloten systeem ontvangen. Eiser betwist dit ook niet. Nu het bestreden besluit geen externe (milieu)gevolgen heeft, heeft het ook voor eiser geen (milieu)gevolgen en ontbreekt enig rechtstreeks belang van eiser bij het bestreden besluit.

4 Eiser is daarom geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en kan dus ook geen beroep instellen tegen het bestreden besluit bij de bestuursrechter.

5. Het beroep is niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kaajan, voorzitter en mr. M. Kraefft en
mr. I.M. Ludwig, leden, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2015.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.