Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:8387

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-10-2015
Datum publicatie
17-11-2015
Zaaknummer
C/15/231362/ JU RK 15-1581
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

De moeder heeft een verzoek gedaan om de minderjarige onder toezicht te stellen. De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) zal, in het kader van de voorlopige voorzieningen procedure, een onderzoek verrichten waarbij dit onderzoek tevens wordt uitgebreid met een beschermingsonderzoek. Het verzoek van de moeder is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

Zittingsplaats: Alkmaar

zaakgegevens : C/15/231362 / JU RK 15-1581

datum uitspraak: 1 oktober 2015

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

[naam moeder], hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats], gemeente Alkmaar,

betreffende

[naam kind 1], geboren op [geboortedatum] te [woonplaats], hierna te noemen [kind 1].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Haarlem,

[naam vader], hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats], Zwitserland.

Het procesverloop


Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de moeder van 25 augustus 2015, ingekomen bij de griffie op 26 augustus 2015;

- het verweerschrift met bijlagen van de vader van 14 september 2015, ingekomen bij de griffie op 14 september 2015, en

- het faxbericht met bijlage van de vader van 17 september 2015

Op 24 september 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. De behandeling van de zaak heeft tegelijkertijd plaatsgevonden met de behandeling van de verzoeken van partijen met betrekking tot de toevertrouwing van [kind 1] en van de minderjarigen

  • -

    [naam kind 2], op [geboortedatum] te [woonplaats], en

  • -

    [naam kind 3], op [geboortedatum] te [woonplaats],

in het kader van de voorlopige voorzieningen procedure tussen de moeder en de vader, bij de rechtbank bekend onder het nummer C/15/227900 / FA RK 15-3559.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [kind 1],

- de moeder,

- de vader, en

- de vertegenwoordigster van de Raad, mevrouw [naam 1].

De feiten

Het ouderlijk gezag over [kind 1] wordt uitgeoefend door de ouders.

[kind 1] woont sinds 19 april 2015 bij de vader. De vader staat ingeschreven in Zwitserland, maar woont feitelijk met zijn partner en haar kind in Spanje. Bij uitspraak van 1 oktober 2015 van de rechtbank onder nummer C/15/227900/ FA RK 15-3559 is [kind 1] toevertrouwd aan haar vader.

Het verzoek


De moeder heeft de ondertoezichtstelling van [kind 1] verzocht voor de duur van 12 maanden.

Het standpunt van belanghebbenden

De moeder stelt dat [kind 1] thans, bij haar vader in Spanje, zodanig opgroeit dat zij in haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Zonder haar toestemming is [kind 1] door haar vader naar Spanje meegenomen om daar te wonen. Zij heeft sindsdien ook nauwelijks contact met [kind 1] kunnen krijgen. Voor haar zorgen over [kind 1] heeft de moeder geen gehoor gevonden bij de door haar benaderde instanties. De school die [kind 1] bezocht in Nederland heeft inmiddels de leerplichtambtenaar ingeschakeld.

De vader voert verweer tegen het verzoek van de moeder. [kind 1] wil volgens de vader bij hem wonen. Inmiddels in [kind 1] ingeschreven op een school in Spanje en heeft zij volgens de vader haar sociale leven vorm gegeven en is zij opgebloeid. De vader acht het daarom niet in belang van [kind 1] dat zij naar de moeder terugkeert, ook omdat de moeder, volgens de vader, haar woning per 1 oktober 2015 zou dienen te verlaten.

De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling zijn zorgen geuit over het loyaliteitsconflict waarin [kind 1] en ook de andere minderjarige kinderen van partijen zich bevinden. De kinderen worden niet in staat gesteld om van beide ouders te houden wat schadelijk is voor de ontwikkeling van de kinderen. De Raad verbaast zich erover dat partijen niet getracht hebben met hulpverlening de problemen van de kinderen op te lossen. Dit geldt zowel voor de moeder als voor de vader. De Raad zal zelf een onderzoek verrichten naar de vraag of voor [kind 1] en/of de andere minderjarigen binnen het gezin van de ouders, kinderbeschermingsmaatregelen getroffen moeten worden.

[kind 1] ziet desgevraagd niet de noodzaak van een ondertoezichtstelling in.

De beoordeling


Op grond van het (nieuwe) artikel 1:255 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de moeder een verzoek tot ondertoezichtstelling doen indien de Raad desgevraagd door de moeder daartoe niet overgaat. Niet is gebleken dat de moeder de Raad heeft verzocht om een dergelijk verzoek ten behoeve van [kind 1] te doen. De Raad heeft echter, tijdens de mondelinge behandeling van de voorlopige voorzieningen procedure tussen partijen als hierboven weergegeven, aangeboden vooruitlopend op de echtscheidingsprocedure een onderzoek te verrichten naar de vraag welke hoofdverblijfplaats in het belang van [kind 1] dient te worden geacht. De Raad heeft voorts aangeboden dit onderzoek uit te breiden met een beschermingsonderzoek naar [kind 1] en naar [kind 2] en [kind 3], respectievelijk zus en broer van [kind 1].

De rechtbank heeft de Raad in voornoemd kader verzocht om het aangeboden onderzoek naar de noodzaak van kinderbeschermingsmaatregelen te verrichten. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank het verzoek van de moeder om [kind 1] onder toezicht te stellen dan ook afwijzen.

De beslissing


De kinderrechter:

wijst het verzoek van de moeder af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Friedberg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Knoop-Gerritsen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2015.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam