Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:8231

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-09-2015
Datum publicatie
28-09-2015
Zaaknummer
15/840162-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek GUNN

Rechtbank acht bewezen dat verdachte een rol had als organisator van twee drugstransporten naar Nederland via Schiphol en Brussel. Verdachte ook veroordeeld wegens van het treffen van voorbereidingshandelingen voor nog twee transporten, witwassen en deelnemen aan een criminele organisatie.

Rechtbank oordeelt dat niet aannemelijk is dat toegewezen getuige binnen aanvaardbare termijn gehoord zal kunnen worden. Beroep op ‘sole and decisive rule’ afgewezen in verband met voldoende ondersteunend ander bewijs. Verdachte veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf.

Artikelen: 2 Ow, 10 Ow, 288 lid 1 Sv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/840162-13 en 20/120100-87 (WOTS) (P) (onderzoek Gunn)

VI-nummer: 99/000224-44 (vordering herroeping VI)

Uitspraakdatum: 28 september 2015

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 juli 2015, 31 augustus 2015, 1 september 2015, 2 september 2015, 3 september 2015, 9 september 2015, 10 september 2015 en 14 september 2015 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

volgens eigen opgave wonende op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.B. Haneveld en van wat verdachte (hierna ook: [verdachte]) en zijn raadsman, mr. P.W. Hermens, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

feit 1:

(zaakdossier B01)

hij op of omstreeks 14 oktober 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 30 kilogram,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2 primair:

(zaakdossier B03)

hij op of omstreeks 2 januari 2014 te Schiphol en/of Heeswijk-Dinther en/of Schijndel en/of Maastricht en/of Culemborg en/of Weert en/of Ede, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland en/of Brussel, in elk geval een of meer plaats(en) in België,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland en/of België heeft/hebben gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet,

een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2 subsidiair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 december 2013 tot en met 4 januari 2014, te Schiphol en/of Heeswijk-Dinther en/of Schijndel en/of Maastricht en/of Culemborg en/of Weert en/of Ede, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland en/of Brussel, in elk geval een of meer plaats(en) in België en/of Dominicaanse Republiek,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

- ( telkens) zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- ( telkens) een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- ( telkens) voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of anderen betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en) immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens):

- ( meermalen) met elkaar en/of met (een) (contactpersoon van) opdrachtgever(s) (telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden en/of

- ( meermalen) afspraken laten maken en/of gemaakt om elkaar te ontmoeten en/of

- ( meermalen) ontmoetingen gehad en/of laten arrangeren en/of gearrangeerd om afspraken te maken en/of informatie door te (laten) geven en/of

- ( meermalen)(telefonisch) informatie laten vertrekken en/of verstrekt en/of instructie(s) laten geven en/of gegeven en/of informatie en/of instructie(s) (laten) ontvangen ten behoeve van (invoer van) een (of meer) zending(en) of transport(en) verdovende middelen en/of

- ( meermalen) vlucht- en/of reizigersgegevens laten doorgeven en/of doorgegeven en/of (laten) ontvangen en/of

- ( meermalen) (een) koerier(s) en/of afhaler(s) (van de koerier(s)) laten ronselen en/of geronseld en/of laten zoeken/gezocht en/of

- ( meermalen) (telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden met koerier(s) en/of afhaler(s) (van de koerier(s)) en/of

- ( meermalen) voor koeriers en/of afhalers (van de koeriers) tickets laten boeken en/of geboekt en/of laten betalen en/of betaald en/of

- ( meermalen) informatie (betreffende vluchten van koeriers en/of afhalers (van de koerier(s)) laten opzoeken en/of opgezocht en/of laten uitzoeken en/of uitgezocht en/of

- geld laten geven en/of gegeven en/of laten ontvangen en/of ontvangen om tickets te (laten) kopen en/of te (laten) regelen en/of te (laten) boeken met bestemmingen binnen Europa en/of Zuid-Amerika en/of

- contact(en) laten leggen en/of gelegd met een (contactpersoon van) leverancier(s) van verdovende middelen (in (een) bronland(en)) en/of

- informatie laten geven en/of gegeven en/of (laten) ontvangen over de dag en/of aankomsttijd(en) en/of vluchtnummer(s) van de vlucht(en) waarop de cocaïne aanwezig zou zijn en/of

- ( vervolgens) (met deze vliegtickets) laten afreizen en/of afgereisd naar de/een luchthaven (binnen Europa) en/of

- ( vervolgens) (met deze vliegtickets) zich toegang laten verschaffen en/of verschaft tot het beveiligde gedeelte (airside) van de/een luchthaven (binnen Europa) en/of

- ( vervolgens) instructies (laten) ontvangen en/of laten geven en/of gegeven over hoe en/of van wie de cocaïne diende te worden overgenomen en/of overgedragen;

- ( meermalen) geld laten ontvangen en/of ontvangen en/of laten geven en/of gegeven aan een (contactpersoon van) leveranciers van verdovende middelen en/of koeriers en/of afhalers (van koeriers);

feit 3:

(zaakdossier B05)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 december 2013 tot en met 3 februari 2014, te Schiphol en/of Heeswijk-Dinther en/of Schijndel en/of Maastricht en/of Culemborg en/of Weert en/of Ede, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland en/of Brussel, in elk geval een of meer plaats(en) in België en/of Dominicaanse Republiek,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

- ( telkens) zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- ( telkens) een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- ( telkens) voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of anderen betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en) immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens):

- ( meermalen) met elkaar en/of met (een) (contactpersoon van) opdrachtgever(s) (telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden en/of

- ( meermalen) afspraken laten maken en/of gemaakt om elkaar te ontmoeten en/of

- ( meermalen) ontmoetingen gehad en/of laten arrangeren en/of gearrangeerd om afspraken te maken en/of informatie door te (laten) geven en/of

- ( meermalen)(telefonisch) informatie laten vertrekken en/of verstrekt en/of instructie(s) laten geven en/of gegeven en/of informatie en/of instructie(s) (laten) ontvangen ten behoeve van (invoer van) een (of meer) zending(en) of transport(en) verdovende middelen en/of

- ( meermalen) vlucht- en/of reizigersgegevens laten doorgeven en/of doorgegeven en/of (laten) ontvangen en/of

- ( meermalen) (een) koerier(s) en/of afhaler(s) (van de koerier(s)) laten ronselen en/of geronseld en/of laten zoeken/gezocht en/of

- ( meermalen) (telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden met koerier(s) en/of afhaler(s) (van de koerier(s)) en/of

- ( meermalen) voor koeriers en/of afhalers (van de koeriers) tickets laten boeken en/of geboekt en/of laten betalen en/of betaald en/of

- ( meermalen) informatie (betreffende vluchten van koeriers en/of afhalers (van de koerier(s)) laten opzoeken en/of opgezocht en/of laten uitzoeken en/of uitgezocht en/of

- geld laten geven en/of gegeven en/of laten ontvangen en/of ontvangen om tickets te (laten) kopen en/of te (laten) regelen en/of te (laten) boeken met bestemmingen binnen Europa en/of Zuid-Amerika en/of

- contact(en) laten leggen en/of gelegd met een (contactpersoon van) leverancier(s) van verdovende middelen (in (een) bronland(en)) en/of

- informatie laten geven en/of gegeven en/of (laten) ontvangen over de dag en/of aankomsttijd(en) en/of vluchtnummer(s) van de vlucht(en) waarop de cocaïne aanwezig zou zijn en/of

- ( vervolgens) (met deze vliegtickets) laten afreizen en/of afgereisd naar de/een luchthaven (binnen Europa) en/of

- ( vervolgens) (met deze vliegtickets) zich toegang laten verschaffen en/of verschaft tot het beveiligde gedeelte (airside) van de/een luchthaven (binnen Europa) en/of

- ( vervolgens) instructies (laten) ontvangen en/of laten geven en/of gegeven over hoe en/of van wie de cocaïne diende te worden overgenomen en/of overgedragen;

- ( meermalen) geld laten ontvangen en/of ontvangen en/of laten geven en/of gegeven aan een (contactpersoon van) leveranciers van verdovende middelen en/of koeriers en/of afhalers (van koeriers);

feit 4:

(zaakdossier B02)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 februari 2014 tot en met 13 maart 2014, te Schiphol en/of Heeswijk-Dinther en/of Schijndel en/of Maastricht en/of Culemborg en/of Weert en/of Ede, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland en/of Brussel, in elk geval een of meer plaats(en) in België en/of Dominicaanse Republiek,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

- ( telkens) zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- ( telkens) een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- ( telkens) voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of anderen betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en) immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens):

- ( meermalen) met elkaar en/of met (een) (contactpersoon van) opdrachtgever(s) (telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden en/of

- ( meermalen) afspraken laten maken en/of gemaakt om elkaar te ontmoeten en/of

- ( meermalen) ontmoetingen gehad en/of laten arrangeren en/of gearrangeerd om afspraken te maken en/of informatie door te (laten) geven en/of

- ( meermalen)(telefonisch) informatie laten vertrekken en/of verstrekt en/of instructie(s) laten geven en/of gegeven en/of informatie en/of instructie(s) (laten) ontvangen ten behoeve van (invoer van) een (of meer) zending(en) of transport(en) verdovende middelen en/of

- ( meermalen) vlucht- en/of reizigersgegevens laten doorgeven en/of doorgegeven en/of (laten) ontvangen en/of

- ( meermalen) (een) koerier(s) en/of afhaler(s) (van de koerier(s)) laten ronselen en/of geronseld en/of laten zoeken/gezocht en/of

- ( meermalen) (telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden met koerier(s) en/of afhaler(s) (van de koerier(s)) en/of

- ( meermalen) voor koeriers en/of afhalers (van de koeriers) tickets laten boeken en/of geboekt en/of laten betalen en/of betaald en/of

- ( meermalen) informatie (betreffende vluchten van koeriers en/of afhalers (van de koerier(s)) laten opzoeken en/of opgezocht en/of laten uitzoeken en/of uitgezocht en/of

- geld laten geven en/of gegeven en/of laten ontvangen en/of ontvangen om tickets te (laten) kopen en/of te (laten) regelen en/of te (laten) boeken met bestemmingen binnen Europa en/of Zuid-Amerika en/of

- contact(en) laten leggen en/of gelegd met een (contactpersoon van) leverancier(s) van verdovende middelen (in (een) bronland(en)) en/of

- informatie laten geven en/of gegeven en/of (laten) ontvangen over de dag en/of aankomsttijd(en) en/of vluchtnummer(s) van de vlucht(en) waarop de cocaïne aanwezig zou zijn en/of

- ( vervolgens) (met deze vliegtickets) laten afreizen en/of afgereisd naar de/een luchthaven (binnen Europa) en/of

- ( vervolgens) (met deze vliegtickets) zich toegang laten verschaffen en/of verschaft tot het beveiligde gedeelte (airside) van de/een luchthaven (binnen Europa) en/of

- ( vervolgens) instructies (laten) ontvangen en/of laten geven en/of gegeven over hoe en/of van wie de cocaïne diende te worden overgenomen en/of overgedragen;

- ( meermalen) geld laten ontvangen en/of ontvangen en/of laten geven en/of gegeven aan een (contactpersoon van) leveranciers van verdovende middelen en/of koeriers en/of afhalers (van koeriers);

feit 5:

(zaakdossier B06)

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 6 mei 2014 te Schiphol en/of Heeswijk-Dinther en/of Schijndel en/of Maastricht en/of Culemborg, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland en/of Brussel, in elk geval een of meer plaats(en) in België en/of Dominicaanse Republiek,

(telkens) heeft deelgenomen aan een organisatie,

welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of andere personen behoorden, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid, te weten:

- het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I (artikel 2A OW jo 10 lid 5 OW) en/of

- het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, (telkens) zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

* (telkens) zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

* (telkens) een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

* (telkens) voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of anderen betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en) (artikel 10a OW);

feit 6:

(zaakdossier B09)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 6 mei 2014, te Heeswijk-Dinther en/of Schijndel, in elk geval een of meer plaats(en) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van een of meer voorwerp(en), te weten

- 26.400 Euro en/of

- [ chalet] ([adres chalet] op landgoed "De Wildhorst"),

in elk geval een of meer geldbedrag(en) en/of een (register/(on)roerend) goed, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) gelbedrag(en) en/of (register/(on)roerend) goed, was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en), voorhanden had/hadden

en/of

(telkens) een of meer voorwerp(en), te weten

- 26.400 Euro en/of

- [ chalet] ([adres chalet] op landgoed "De Wildhorst"),

in elk geval een of meer geldbedrag(en) en/of een (register/(on)roerend) goed, (telkens) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, althans van een of meer voorwerp(en), te weten voornoemd(e) geldbedrag(en) en/of (register/(on)roerend) goed, (telkens) gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven.

2. Voorvragen

2.1. Geldigheid van de dagvaarding (feit 6)

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat de dagvaarding ten aanzien van het onder feit 6 ten laste gelegde witwassen (zaaksdossier B09) nietig is. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd, dat het volgens de opsteller van de tenlastelegging gaat om het witwassen van een geldbedrag en/of chalet. Uit zaaksdossier B09 blijkt dat het chalet is gekocht met behulp van het in de tenlastelegging bedoelde geldbedrag. Het feitencomplex suggereert aldus één voorwerp van witwassen, terwijl uit de dagvaarding blijkt dat er twee voorwerpen zijn die beweerdelijk zijn witgewassen hetgeen innerlijk tegenstrijdig is. Om die redenen dient de dagvaarding ten aanzien van feit 6 derhalve nietig te worden verklaard, aldus de raadsman.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt hiertoe dat is ten laste gelegd dat verdachte in de periode van 1 januari 2013 tot en met 6 mei 2014 een geldbedrag en/of een chalet heeft witgewassen. In die periode is het in beginsel mogelijk om allereerst een geldbedrag voorhanden te hebben en voornoemd geldbedrag vervolgens om te zetten door daarmee ander voorwerp, in het onderhavige geval een registergoed, te verwerven. Naar het oordeel van de rechtbank is het voor verdachte, gelet op het voorgaande, voldoende duidelijk en begrijpelijk waarvan hij wordt verdacht en is van innerlijke tegenstrijdigheid van de dagvaarding geen sprake.

2.2. Overige voorvragen

De rechtbank heeft ook overigens vastgesteld dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Inleiding
Op grond van diverse CIE meldingen over de illegale handel in drank en sigaretten werd er door de FIOD een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar verdachte binnen welk onderzoek diverse telecommunicatiemiddelen zijn afgetapt en vele tapgesprekken zijn opgenomen. De informatie uit dit onderzoek van de FIOD, de diverse tapgesprekken en feit dat verdachte eerder ter zake van Opiumwet delicten is veroordeeld hebben uiteindelijk geleid tot een verdenking van drugssmokkel via de luchthaven Schiphol.

Naar aanleiding van het bovenstaande is onder leiding van officier van justitie mr. Haneveld door de Koninklijke Marechaussee, Team Zware Criminaliteit (ZwaCri) op 11 oktober 2013 een rechercheonderzoek gestart onder de naam “Gunn”. Dit onderzoek is onderverdeeld in zogenaamde zaaksdossiers, die hierna bij het desbetreffende ten laste gelegde feit afzonderlijk zullen worden behandeld.

Verdachte [verdachte] (hierna ook: [verdachte]) wordt verweten dat hij zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de invoer van een hoeveelheid cocaïne in Nederland op 14 oktober 2013 (feit 1 – zaaksdossier B01) en op 2 januari 2014 (feit 2 primair – zaaksdossier B03). Hierbij zou gebruik zijn gemaakt van zogenaamde afhalers die de koerier(s) op het beveiligde gebied van de luchthaven (airside) dienden op te wachten en vervolgens naar het onbeveiligde gebied van de luchthaven (landside) dienden te begeleiden.

Voorts wordt verdachte verweten dat hij zich tweemaal schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot de invoer van cocaïne (feit 3 – zaaksdossier B05 en feit 4 – zaaksdossier B02). Daarnaast wordt verdachte verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan deelname van een criminele organisatie, die tot oogmerk had het plegen van Opiumwet gerelateerde delicten (feit 5 – zaaksdossier B06).

Ten slotte wordt verdachte verweten dat hij zich in de periode van 1 januari 2013 tot en met 6 mei 2014 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van witwassen met betrekking tot een totaal geldbedrag van € 26.400,- waarmee [chalet] op Landgoed “De Wildhorst” gelegen aan de [adres chalet] te Heeswijk-Dinther is aangeschaft (feit 6 – zaaksdossier B09).

Onder de hierna op te nemen redengevende feiten en omstandigheden1 bevinden zich opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken die op grond van gebleken omstandigheden, aan ofwel verdachte ofwel zijn medeverdachten en/of aan andere personen kunnen worden toegeschreven. Per persoon is de koppeling van deze persoon aan een gebruikt telefoon- en/of IMEI-nummer (of –nummers) in een daartoe door de Koninklijke Marechaussee opgemaakt proces-verbaal verantwoord. Voor zover door en namens verdachte tegen deze koppeling van personen aan voor het bewijs gebruikte telecomgegevens en/of tapgesprekken geen verweer is gevoerd zal de rechtbank volstaan met de verwijzing naar bedoelde processen-verbaal.2

4. Beoordeling van de ten laste gelegde feiten

4.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd bewezenverklaring van de onder 1, onder 2 primair, onder 3, onder 4, onder 5 en onder 6 ten laste gelegde feiten.

4.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak van het onder 1 aan verdachte ten laste gelegde feit bepleit. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd, dat verdachte niets te maken heeft met het invoeren van cocaïne, maar dat hij op Schiphol was, omdat zijn zoon [medeverdachte 1] op 14 oktober 2013 vanuit Engeland op Schiphol aankwam. Volgens verdachte is niet hij, maar zijn Engelse kennis [betrokkene 1] bij het drugstransport betrokken geweest.

Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, nu het oogmerk van de organisatie niet gericht was op de invoer van cocaïne, maar op de invoer van smaragden.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit, heeft de raadsman van verdachte zich primair op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het oogmerk van de criminele organisatie gericht was op de invoer van cocaïne, nu het enkel ging om smaragden. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, nu gedachtestreep 1 en 2 van de tenlastelegging niet kunnen worden bewezen en dientengevolge gehele vrijspraak van het feit dient te volgen.

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 6 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3.1. Zaaksdossier B01

Door de verdediging is de vaststelling dat verdachte gebruiker is geweest van de telefoonnummers 908 en 473 niet weersproken. Wel heeft de raadsman erop gewezen dat niet onomstotelijk vaststaat dat het ook verdachte was, die op 6 en 13 oktober 2013 van deze nummers gebruikmaakte. Aangevoerd wordt dat het ook “[betrokkene 1]” (een Engelse kennis van verdachte) zou kunnen zijn geweest, die op die dagen van de telefoon van verdachte gebruik heeft gemaakt.

Dat het op 6 oktober 2013 en op 13 oktober 2013 niet verdachte, maar [betrokkene 1] zou zijn geweest die van deze telefoonnummers gebruik heeft gemaakt, wordt op geen enkele manier inzichtelijk gemaakt, anders dan met de algemene stelling dat [betrokkene 1] een periode bij verdachte heeft gewoond. Bovendien is dit verweer pas bij pleidooi gevoerd. Verdachte heeft zich na zijn aanhouding meer dan een jaar op zijn zwijgrecht beroepen. Maar ook toen hij – op eigen verzoek – op de pro forma zitting in juli 2015 en daarna bij de rechter-commissaris en de KMar in augustus 2015 werd gehoord, heeft verdachte niet verklaard dat en wanneer [betrokkene 1] zijn telefoons zou hebben gebruikt. Ook ter zitting wenste verdachte dit niet inzichtelijk te maken. Geconfronteerd met de hierna weer te geven telecommunicatiegegevens van 6 oktober 2013, heeft verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen. Gelet hierop acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat een ander dan verdachte op 6 en 13 oktober 2013 van de telefoonnummers 908 en 473 gebruik heeft gemaakt. Daarbij neemt de rechtbank tevens in aanmerking dat uit de zich in het dossier bevindende afgeluisterde telefoongesprekken gedurende de hele onderzoeksperiode op geen enkel moment blijkt dat [betrokkene 1] gebruik maakt van een telefoonnummer dat door verdachte wordt gebruikt. De rechtbank gaat er in het navolgende dan ook vanuit dat het verdachte is geweest die op 6 en 13 oktober 2013 van deze telefoonnummers gebruik heeft gemaakt.

4.3.2. Redengevende feiten en omstandigheden feit 13

1. Invoer van cocaïne op 14 oktober 2013

[koerier 1] (hierna: [koerier 1]) ontmoet [begeleider koeriers] (hierna: [begeleider koeriers]) en [koerier 2] (hierna: [koerier 2]) in de Dominicaanse Republiek.4 Op 13 oktober 2013 vliegen [koerier 1], [begeleider koeriers] en [koerier 2] vanaf Punta Cana terug naar Amsterdam. Zij zitten naast elkaar in het vliegtuig.5

Op 14 oktober 2013 om 00:30 uur heeft [koerier 1] het volgende bericht verzonden naar een nummer in gebruik bij [medeverdachte 2]: “we landen om half 10 al”.6 [medeverdachte 2] heeft hierna telefonisch contact met zowel [koerier 1], als [afhaler 1] en [verdachte].7

Om 09.23 uur belt [verdachte] met [medeverdachte 2], om 09.26 uur belt [verdachte] met [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) en om 09.28 uur stuurt [afhaler 2] (hierna: [afhaler 2]) een sms-bericht aan [afhaler 1] met de tekst: “Ga kijken hoe laat die komt maat. Ik krijg net door dat ze er over 20 min zijn”.8

Op maandag 14 oktober 2013 omstreeks 09:40 uur arriveert de vlucht OR342 aan de gate D53 en komen de passagiers van boord.9 Zowel [koerier 2] als [koerier 1] zijn in het bezit van een rolkoffer. Nadat [begeleider koeriers] de controleplaats D53 heeft verlaten, loopt hij via de loopband richting D49. Hierbij maakt hij kort contact met [koerier 1] en vindt er een kort gesprek plaats tussen [begeleider koeriers] en [koerier 1]. Na dit gesprek loopt [begeleider koeriers] door en blijft [koerier 1] op de rolband staan. Vervolgens voeren [koerier 2] en [koerier 1] een gesprek en lopen door richting D2. De onderlinge afstand tussen hen is 3 à 4 meter. [koerier 2] en [koerier 1] blijven staan ter hoogte van de koffiebar gelegen ter hoogte van de D-pier gate 2. [koerier 1] is bezig met zijn mobiele telefoon. [begeleider koeriers] loopt ook richting de D pier en maakt ondertussen veelvuldig gebruik van zijn telefoon. Hij verzond of ontving chat of sms berichten. Ook is hij aan het bellen. [begeleider koeriers] loopt de trap af en wordt uiteindelijk bij de paspoortcontrole aangehouden.

Om 9:56:46 smst [afhaler 2] aan [afhaler 1]: “Bel CAPO ff”.

Direct hierop belt [afhaler 1] met verdachte (908). Op dat moment straalt de mobiele telefoon van [verdachte] een telecommunicatiezendmast aan op de luchthaven Schiphol.10

[koerier 2], die zich inmiddels aan de kop van de D-pier bevindt, vraagt aan een medewerker waar de McDonald’s zit. Hierop lopen [koerier 1] en [koerier 2] met een tussenafstand van enkele meters naar de McDonald’s. Er wordt een kort gesprek gevoerd tussen [koerier 2] en [koerier 1]. Vervolgens nemen zij plaats op houten bankjes nabij het terras van McDonald’s. [afhaler 2] en [medeverdachte 1] maken vervolgens op enig moment oogcontact met [koerier 1] en [koerier 2], waarop deze laatste twee opstaan. [koerier 1] loopt achter [afhaler 2] en [medeverdachte 1] aan. [koerier 2] loopt parallel in dezelfde richting als [koerier 1], [afhaler 2] en [medeverdachte 1]. [koerier 2] loopt een toiletgroep in, gevolgd door [koerier 1] en vervolgens [afhaler 2]. In de toiletgroep maken [afhaler 2] en [koerier 2] gebruik van naastgelegen urinoirs en voeren daar een gesprek met elkaar. [koerier 1] maakt geen gebruik van een urinoir. Vervolgens voeren [koerier 2] en [koerier 1] een gesprek in de toiletruimte. Na dit gesprek verlaten de drie mannen de toiletgroep. De vier mannen lopen uiteindelijk met elkaar met de trap naar beneden, richting de Holland Boulevard. Op de kop van de F-pier ter hoogte van het aldaar gelegen GWK kantoor maakten twee onbekende mannen contact met [koerier 2], [koerier 1], [afhaler 2] en [medeverdachte 1]. Er wordt een gesprek gevoerd. Later blijken deze mannen te zijn: [afhaler 1] en [afhaler 3] (hierna: [afhaler 3]).11

Voornoemde [medeverdachte 1], [afhaler 2], [afhaler 1] en [afhaler 3] zijn op 13 oktober 2013 om 21:45 uur naar Londen Gatwick gevlogen. [medeverdachte 1] heeft de vlucht geboekt voor zichzelf en [afhaler 2] en [afhaler 3] heeft de vlucht geboekt voor zichzelf en [afhaler 1]. Op 14 oktober 2013 zijn zij om 06:20 uur uit Londen teruggevlogen naar Amsterdam. Op het moment dat [koerier 2], [koerier 1] en [begeleider koeriers] op Schiphol aankomen zijn [medeverdachte 1], [afhaler 2], [afhaler 1] en [afhaler 3] al een uur en twintig minuten op het internationale gebied van de luchthaven Schiphol.12

[koerier 2], [koerier 1], [afhaler 2], [medeverdachte 1] en [afhaler 3] gaan vervolgens in de nabijheid van de paspoort controle van de Koninklijke Marechaussee Aankomst drie verspreid op de bankjes zitten. [afhaler 1] blijft boven aan de roltrap. [koerier 2], [koerier 1], [afhaler 2], [medeverdachte 1] en [afhaler 3] staan op en lopen in de richting van de grensdoorlaatpost van de Koninklijke Marechaussee Aankomst 3 en passeren deze. Ook [afhaler 1] passeert de grensdoorlaatpost van de Koninklijke Marechaussee Aankomst 3. Uiteindelijk worden allen aangehouden.13

Uit camerabeelden die zijn gemaakt op Schiphol blijkt dat [medeverdachte 2] en [verdachte] zich op 14 oktober 2013 om 10.10 uur op Schiphol bevonden. Te zien is dat [medeverdachte 2] ongeveer vijf meter achter [verdachte] loopt met een telefoon ter hoogte van zijn rechteroor. Om 10.11 uur lopen [verdachte] en [medeverdachte 2] naast elkaar. Om 10.12 uur staan [verdachte] en [medeverdachte 2] bij deur 8, zijn in gesprek met elkaar en kijken beiden door de glazen deur in de richting van de bagagebanden in aankomsthal 1. [afhaler 1], [afhaler 3] en [koerier 2] zijn in aankomsthal 1 aangehouden.14

2. Aantreffen cocaïne in koffers [koerier 2] en [koerier 1]

In de handbagage van [koerier 2] worden na zijn aanhouding 15 pakketten aangetroffen. De aangetroffen pakketten, kwamen qua uiterlijk, de manier van verpakken en gewicht overeen met pakketten waarvan de inhoud vermoedelijk verdovende middelen bevatten.15 Verbalisanten hebben de 15 pakketten aangeduid als categorie A tot en met O en hebben deze nader onderzocht.16 Het nettogewicht van de in de pakketten aangetroffen stof uit categorie A tot en met O bedroeg in totaal ongeveer 14.946,2 gram. De aangetroffen stof uit alle 15 pakketten werd getest met de van rijkswege verstrekte en daartoe bestemde MMC cocaïne testsets. Er trad een positieve kleurreactie op, zodat aangenomen mocht worden dat de geteste stof vermoedelijk cocaïne betrof.

Vervolgens namen verbalisanten 15 representatieve monsters van de aangetroffen stof bestemd om ter analyse te worden overgebracht naar het Douanelaboratorium te Amsterdam17, waar is geconcludeerd dat het ingezonden onderzoeksmateriaal cocaïne bevatte.18

In de handbagage van [koerier 1] werden 15 pakketten met vermoedelijk cocaïne aangetroffen.19 Verbalisanten hebben de 15 pakketten aangeduid als categorie A tot en met O en hebben deze nader onderzocht met de van rijkswege verstrekte en daartoe bestemde MMC testsets. Ze hebben de aangetroffen stof, uit alle aangetroffen pakketten, getest. Er trad een positieve kleurreactie op, zodat aangenomen mocht worden dat de geteste stof vermoedelijk cocaïne betrof.20 Het nettogewicht van de aangetroffen stof bedroeg in totaal ongeveer 14.973,5 gram.

Vervolgens namen verbalisanten 15 representatieve monsters van de aangetroffen stof bestemd om ter analyse te worden overgebracht naar het Douanelaboratorium te Amsterdam21, waar is geconcludeerd dat het ingezonden onderzoeksmateriaal cocaïne bevatte.22

De onder [koerier 1] en onder [koerier 2] in beslag genomen verdovende middelen zijn vergeleken en hierbij is vastgesteld dat de wijze van verpakken van de pakketten met verdovende middelen nagenoeg hetzelfde is. Het pakket genaamd monster 13-074372A aangetroffen en in beslaggenomen in de handbagage van [koerier 2], heeft nagenoeg dezelfde indruk als het pakket genaamd 13-074368B aangetroffen en inbeslaggenomen in de handbagage van [koerier 1].23

In de telefoon die onder [begeleider koeriers] in beslag is genomen, is een foto aangetroffen van [begeleider koeriers] samen met [koerier 2] en een foto met daarop [koerier 1] met twee rolkoffers die door leden van het onderzoeksteam worden herkend als de rolkoffers waarin de verdovende middelen zijn aangetroffen.24

[koerier 1] heeft als getuige verklaard dat hij op 29 september 2013 naar de Dominicaanse Republiek gevlogen was, met de bedoeling dat hij een week later terug zou vliegen. Dat is uitgesteld. Daarom wilde hij meer geld.25 Hij heeft hierover, terwijl hij op de Dominicaanse Republiek was, telefonisch contact gehad met [medeverdachte 2]. [koerier 1] zei tegen [medeverdachte 2] dat hij meer geld wilde omdat hij langer moest blijven. [medeverdachte 2] zei toen dat hij dat niet kon afhandelen. Hij moest het volgens [medeverdachte 2] regelen met een andere Nederlands sprekende man. Die man heeft later gebeld.26 Deze man zei: “Dat zien we nog wel”.27

Uit onderzoek naar telecommunicatiegegevens op 6 oktober 2013 blijkt het volgende:28

0:04:25 uur [verdachte] (nummer 908) belt naar [medeverdachte 2]

0:07:05 [verdachte] (nummer 473) belt naar [begeleider koeriers] op de Dominicaanse Republiek

0:07:22 [medeverdachte 2] smst naar [verdachte] (nummer 908)

0:07:30 [verdachte] (nummer 473) belt naar [koerier 1] op de Dominicaanse Republiek

0:08:02 [verdachte] (nummer 473) belt naar [koerier 1]

0:09:36 [verdachte] (nummer 908) belt naar [medeverdachte 2]

0:09:45 [koerier 1] smst naar [medeverdachte 2]

0:10:00 [koerier 1] smst naar [medeverdachte 2]

0:11:40 [koerier 1] belt naar [verdachte] (nummer 908)

0:15:01 [verdachte] (nummer 908) belt naar [medeverdachte 2].

Daarnaast zijn er op 13 oktober 2013 de volgende telefonische contacten:29

22:48:40 uur [verdachte] (nummer 473) belt naar [begeleider koeriers] op de Dominicaanse Republiek

22:56:02 [verdachte] (nummer 473) belt naar [begeleider koeriers]

23:07:09 [verdachte] (nummer 473) belt naar [begeleider koeriers].

Afhaler [afhaler 2] blijkt bij zijn aanhouding in het bezit te zijn van een BlackBerry telefoontoestel. In deze telefoon werden foto's van de koeriers [koerier 2] en [begeleider koeriers] aangetroffen, op 5 oktober 2013 gemaakt.30 In deze telefoon werden ook diverse foto's van [verdachte] en zijn vriendin [betrokkene 3] aangetroffen.31

[medeverdachte 2] heeft als getuige verklaard dat hij samen met [verdachte] op 14 oktober 2013 naar Schiphol is gegaan. [medeverdachte 2] had [afhaler 2] geregeld. [afhaler 2] zou [koerier 1] begeleiden naar de uitgang. [koerier 1] had hem, [medeverdachte 2], benaderd.32

4.3.3. Bewijsoverwegingen feit 1

Medeplegen [verdachte]

Verdachte heeft verklaard dat hij niets met het invoeren van cocaïne te maken heeft gehad, maar dat hij op Schiphol was, omdat zijn zoon [medeverdachte 1] op 14 oktober 2013 vanuit Engeland op Schiphol aankwam. Verdachte had hem verboden om naar Engeland te gaan en was op Schiphol om hem eens flink aan zijn oren te trekken. Verdachte stelde dat zijn zoon met mensen naar Engeland was gegaan die ruim 20 jaar ouder waren. Verdachte kende van die mensen alleen [afhaler 1]. Volgens verdachte is niet hij, maar zijn Engelse kennis [betrokkene 1] bij het drugstransport betrokken geweest.

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank neemt allereerst in aanmerking dat, gelet op de identieke wijze van verpakking van de verdovende middelen van beide koeriers, het feit dat zij samen reisden en contact met elkaar hadden en dat op een in de telefoon van [begeleider koeriers] aangetroffen foto [koerier 1] samen met de twee rolkoffers waarin de cocaïne was verpakt, is afgebeeld, sprake is geweest van één gezamenlijk transport van twee koffers door koeriers [koerier 2] en [koerier 1], onder begeleiding van [begeleider koeriers].

Uit de hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte op 6 oktober 2013 telefonisch contact heeft gehad met zowel begeleider [begeleider koeriers] als koerier [koerier 1], die zich op dat moment op de Dominicaanse Republiek bevonden. [koerier 1] heeft verklaard dat hij omstreeks die dag zou terugvliegen naar Nederland, maar dat dit werd uitgesteld. Omdat [koerier 1] meer geld wilde hebben voor zijn langer durende verblijf, heeft hij, na met [medeverdachte 2] gesproken te hebben, contact gehad met een Nederlands sprekende man. Gelet op het feit dat verdachte op 6 oktober 2013 telefonisch contact heeft gehad met [koerier 1], gaat de rechtbank ervan uit dat het verdachte is geweest die met [koerier 1] gesproken heeft over het verzoek om meer geld. Dat het [betrokkene 1] zou zijn geweest die hierover met [koerier 1] zou hebben gesproken, wijst de rechtbank van de hand, gelet op hetgeen hiervoor onder het kopje ‘telecommunicatie’ is besproken en gelet op het feit dat [betrokkene 1] een Engelsman zou zijn en het ging om een Nederlands sprekende man. [medeverdachte 2] heeft weliswaar bij de rechter-commissaris verklaard dat [betrokkene 1] Nederlands verstond, uit die verklaring blijkt echter niet dat [betrokkene 1] ook Nederlands sprak.

Bovendien heeft verdachte ter ondersteuning van zijn wens dat er onderzoek zou worden gedaan naar [betrokkene 1] op de laatste pro forma zitting het volgende verklaard: “Het wordt heel duidelijk verteld door de koeriers. Zij zeggen ook dat hij in hetzelfde vliegtuig zat en ook op de Dominicaanse Republiek was. De koeriers hebben van [betrokkene 1] de hotels en appartementen gekregen.”33 Hiermee schaarde verdachte zich achter hetgeen de koeriers in zijn visie beweren, te weten dat [betrokkene 1] op de Dominicaanse Republiek zou hebben verbleven op 6 oktober 2013.

Uit de redengevende feiten en omstandigheden blijkt eveneens dat verdachte op 13 oktober 2013 een aantal malen telefonisch contact heeft gehad met begeleider [begeleider koeriers] en dat hij op 14 oktober 2013 telefonisch contact heeft gehad met [medeverdachte 2] en afhaler [afhaler 1]. Verdachte heeft geen verklaring afgelegd over wat [afhaler 1] met hem heeft besproken. Wel heeft hij bij de rechter-commissaris verklaard dat hij behalve met [medeverdachte 2], op 14 oktober 2013 alleen met zijn zoon [medeverdachte 1] contact heeft gehad. Gezien het vorenstaande is dit dus niet juist.

[medeverdachte 2] en verdachte verklaren bij de rechter-commissaris verschillend over hun contacten op 14 oktober 2013. [medeverdachte 2] verklaart dat hij samen met verdachte naar Schiphol is gegaan, verdachte verklaart dat hij niet samen is gegaan en dat hij [medeverdachte 2] op Schiphol heel even kort heeft gesproken. Uit de telecommunicatiegegevens blijkt echter dat zij elkaar binnen drie uur 14 maal hebben gebeld.34 Bovendien blijkt uit de hiervoor weergegeven camerabeelden dat zij samen op Schiphol hebben gelopen en samen voor de glazen deur bij aankomsthal 1 hebben gestaan.35

Deze feiten en omstandigheden leiden tot het oordeel dat de verklaring van verdachte dat hij op 14 oktober 2013 alleen op Schiphol was om zijn zoon [medeverdachte 1] een lesje te leren, ongeloofwaardig is. Dat scenario is des te minder geloofwaardig, nu uit telecom-onderzoek is gebleken dat een maand eerder, ten tijde van de terugkeer van [betrokkene 4] op 16 september 2013 uit de Dominicaanse Republiek op Schiphol, de mobiele telefoons in gebruik bij verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [afhaler 1] en [afhaler 3] gelijktijdig diverse telecommunicatie-zendmasten aanstraalden op de luchthaven Schiphol.36 De rechtbank leidt uit die gelijktijdige aanwezigheid op Schiphol af dat verdachte het kennelijk die dag niet bezwaarlijk vond dat zijn zoon [medeverdachte 1] met [afhaler 1] en [afhaler 3] op Schiphol aanwezig was.

Ook de handelingen van verdachte ná de gebeurtenissen op 14 oktober 2013 passen niet in het door verdachte geschetste scenario, dat [medeverdachte 1] tegen de zin van verdachte is meegegaan met onder meer [afhaler 1]. Verdachte heeft er immers voor gezorgd dat er geld is overgemaakt naar de rekening van [afhaler 1], nadat deze is veroordeeld voor het drugstransport op 14 oktober 2013, zo blijkt uit tapgesprekken van februari 2014.3738

De rechtbank constateert dat [afhaler 2], wanneer men op 14 oktober op Schiphol met het cocaïnetransport bezig is, verdachte tegenover [afhaler 1] aanduidt als Capo. In een -veel later gevoerd- telefoongesprek spreekt [afhaler 1] verdachte aan met “chef”.39 Waar de verdediging betoogt dat verdachte niet was betrokken bij de smokkel, ziet de rechtbank hierin een aanwijzing dat verdachte daarbij juist een leidende rol heeft gehad.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat verdachte op 14 oktober 2013 op Schiphol was in het kader van het mede door hem geplande drugstransport. Hij heeft contacten gehad met de koerier [koerier 1] en begeleider [begeleider koeriers] toen deze nog op de Dominicaanse Republiek verbleven. Bovendien heeft hij contact gehad met [afhaler 1], toen deze aan de airside van Schiphol was om de koeriers af te halen. Daarnaast heeft hij eerder, maar ook op 14 oktober 2013, diverse contacten gehad met [medeverdachte 2], die erkend heeft daar te zijn om de door hem geregelde koerier [koerier 1] af te halen.

Verdachte heeft zowel bij de voorbereiding van de invoer, als bij de uitvoering ervan een dusdanige rol gespeeld dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking met de andere daders. Zijn bijdrage aan het delict is ook voldoende gewicht om te komen tot het oordeel dat sprake is van medeplegen.

Verdachte moet daarom als medepleger van de invoer van bijna 30 kilo cocaïne worden beschouwd. De rechtbank zal dat onderdeel van de tenlastelegging daarom ook bewezen verklaren.

4.3.4. Feiten 2 primair, 3 en 4

In zaaksdossier B03 wordt verdachte verweten dat hij zich op 2 januari 2014 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de invoer van een hoeveelheid cocaïne te België vanuit de Dominicaanse Republiek door koerier [koerier 3] welke cocaïne door de verdachten naar Nederland zou zijn doorgevoerd. Daarnaast wordt verdachte in zaaksdossier B05 verweten dat hij zich tezamen met anderen in de periode van 28 december 2013 tot en met 3 februari 2014 schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne in België welke cocaïne door koerier [koerier 4] vanuit de Dominicaanse Republiek zou worden gesmokkeld en eveneens door verdachten naar Nederland zou worden gebracht. Ten aanzien van zaaksdossier B02 wordt verdachte het verwijt gemaakt dat hij zich samen met anderen in de periode van 7 februari 2014 tot en met 13 maart 2014 schuldig heeft gemaakt aan het verrichten van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne in België welke cocaïne door koerier [koerier 5] vanuit de Dominicaanse Republiek zou worden gesmokkeld en door de verdachten naar Nederland zou worden doorgevoerd.

4.3.5. Redengevende feiten en omstandigheden feiten 2 primair, 3 en 440

Zaaksdossier B03

29 december 2013

In de ochtend van 29 december 2013 om 12:30 uur neemt [medeverdachte 3] contact op met [verdachte] die aan [medeverdachte 3] vraagt of hij twee Belgische SIM-kaartjes kan kopen in België. [medeverdachte 3] zegt dat hij ze gaat halen. [verdachte] zegt dat hij ze vandaag nog moet hebben. [medeverdachte 3] zegt: “He luister, moet die ene morgen dáár zijn? Denk het wel he.” [verdachte] zegt ja.41 Om 14:05 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en zegt dat hij al één nieuw kaartje heeft. Hij regelt ook beltegoed. Ze zijn op zoek naar een tweede SIM-kaart.42

30 december 2013

Op 30 december 2013 om 18:22 uur hebben [medeverdachte 3] en [verdachte] weer contact met elkaar. [medeverdachte 3] vraagt of hij nog nieuws heeft. [verdachte] zegt: “Ik weet nog niks definitief he, ik ben nog bezig.” [medeverdachte 3] antwoordt dat hij het maar moet laten weten.43 Die avond om 20:43 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte]. [medeverdachte 2] zegt: “ik heb effe nagevraagd. (..) eeuh.. voor wat je vroeg, in de auto weet je wel, of dat eeuh.. of dat eruit moet, maar ze moeten gewoon blijven zitten. (..) wat ze jou vroegen, of dat kon weet je nog over de ping. (..) ze blijven zitten.” [verdachte] reageert: “jajajaja die Rasta.”44

31 december 2013

Op 31 december 2013 om 18:03 uur bellen [verdachte] en [medeverdachte 2] weer met elkaar. [verdachte] zegt: “Er zijn problemen met die dáár is. Die zit in het verkeerde hotel. (…) dus dat gaat nog wel een tijdje aanhouden.” [medeverdachte 2] reageert: “Voordat hij bij jou is?” [verdachte] zegt ja en vraagt: “Heb je nog gezocht?” [medeverdachte 2] reageert: “Ja, ik heb al gezocht. Ik heb al gevonden ook.”45 Om 18:43 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] die zegt dat hij wat heeft gehoord en dat ze er onderweg naar toe zijn. [medeverdachte 3] zegt ik zie je zo en dan horen we wel.46

1 januari 2014

In de ochtend van 1 januari 2014 om 11:10 uur belt [medeverdachte 2] naar de telefoon van [betrokkene 5] (hierna: [betrokkene 5]) en vraagt of [medeverdachte 4] er ook is geeft [medeverdachte 4] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 4] hierna: [medeverdachte 4]) aan de telefoon. [medeverdachte 2] vraagt aan [medeverdachte 4] of hij morgen druk is. [medeverdachte 4] zegt: “Ik ben morgen niet druk nee.” [medeverdachte 2] zegt dat hij dan wel even langs komt. Voorts zegt hij: “Moet je morgen even vrij houden als je wil.” [medeverdachte 4] zegt dat dit goed is. [medeverdachte 2] zegt: “Als je wat wil verdienen.” [medeverdachte 2] zegt dat hij nog niet weet wanneer hij bij [medeverdachte 4] is, maar: “als ik in ieder geval weet dat jij morgen vrij bent. En dat je wat wilt ondernemen. (..) Dan zie je mij zo meteen even.” [medeverdachte 4] zegt dat het goed is. Voorts zegt [medeverdachte 2]: “En als je nog iemand anders weet, want ik heb twee mensen nodig.” [medeverdachte 4] vraagt: “je hebt twee mensen nodig?” [medeverdachte 4] zegt: “Eh, ja dan moet ik even denken. Eh, ja ik verzin wel wat.”47 Vervolgens neemt [medeverdachte 2] om 11:55 uur weer contact op met [medeverdachte 4]. [medeverdachte 2] deelt [medeverdachte 4] mede: “Binnen drie kwartier zijn wij bij jou. (…) Heb je al een tweede?” [medeverdachte 4] antwoordt: “Ja, volgens mij wel, maar dat moet ik even met je overleggen.” [medeverdachte 2] zegt dat het helemaal goed komt.48 Uit de GBA blijkt dat [medeverdachte 4] is getrouwd met [betrokkene 5] en zij samen een dochter hebben genaamd [betrokkene 6] (hierna: [betrokkene 6]). [betrokkene 6] woont samen met [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]). Tevens is gebleken dat [betrokkene 5] de tante van [medeverdachte 2] is.49 [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij door [medeverdachte 2] is benaderd met de vraag of hij wat wilde verdienen en of hij een tweede persoon wist.50 [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij op 1 januari 2014 door [medeverdachte 4] werd gebeld met de vraag of hij bij [medeverdachte 4] langs wilde komen.51

In de middag van 1 januari 2014 om 13:04 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] waarbij [verdachte] vraagt: “Heeft opa nog iets laten horen?” [medeverdachte 3] zegt van niet en vraagt aan [verdachte]: “Maar had jij nog, hebben ze nog contact gehad?” [verdachte] antwoordt: “Nee, dat weet ik niet. Dat zal best.” [verdachte] geeft door: “Oke, ge moet tegen opa zeggen, half twaalf morgen.” [medeverdachte 3] vraagt aan [verdachte] of hij die papieren al heeft gezien en hij al een kopie heeft. [verdachte] zegt dat die nu wordt doorgestuurd.52 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat ‘Opa’ is genaamd [betrokkene 7].53 Vervolgens belt [verdachte] om 13:36 uur met een Spaans sprekende man met een Dominicaans accent en geeft hij door: “Ik stuur je nieuws, kijk er a.u.b. onmiddellijk naar op de BlackBerry. Ja? (…) Ik schrijf je zo.”54

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat er op 1 januari 2014 een ontmoeting is geweest bij [betrokkene 5] en [medeverdachte 4] thuis waarbij ook [medeverdachte 5], [verdachte] en diens vriendin [betrokkene 3] aanwezig waren.55 [verdachte] heeft verklaard dat hij bij deze ontmoeting aanwezig is geweest.56 Ook [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] hebben verklaard dat zij hierbij aanwezig waren. [medeverdachte 4] verklaarde dat [medeverdachte 2] bij deze ontmoeting heeft verteld dat hij van Schiphol naar Brussel moesten vliegen. Daar zou een man staan met een zwart petje en een spiegelende zonnebril. [medeverdachte 2] vertelde dat [medeverdachte 4] in Brussel naar de aankomsthal moest lopen waar hij de man vanzelf zou zien. Vervolgens moest [medeverdachte 4] naast de man gaan staan en dit telefonisch doorgeven. [medeverdachte 4] mocht de man niet aanspreken.57 [medeverdachte 5] heeft verklaard, dat [medeverdachte 2] het woord deed en legde uit wat de bedoeling was. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] moesten naar Brussel vliegen om daar iemand te ontmoeten. Iemand heeft toen een foto laten zien op een telefoon van de man die ze moesten ontmoeten.58 [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] [koerier 3] op de luchthaven te Brussel moesten ontmoeten en ervoor moesten zorgen dat de man niets zou overkomen. Zij moesten hem veilig naar buiten brengen.59 [betrokkene 5] heeft verklaard dat [verdachte] bij hun thuis de foto van de man aan hen heeft getoond en dat ze die foto goed in hun hoofd moesten prenten. Voorts heeft zij aan [medeverdachte 2] gevraagd of er cocaïne in de koffer van de man zou zitten. [medeverdachte 2] zei tegen [betrokkene 5] dat ze zich geen zorgen hoefden te maken. Ze zouden niets strafbaars doen want ze namen het koffertje niet over en ze moesten geen contact met de koerier maken.60

Op 1 januari 2014 om 13:59 uur spreekt [verdachte] een voicemail bericht in. Op de achtergrond is [medeverdachte 2] te horen die zegt: “Jamaica, Montego Bay, daar worden passagiers bij geladen.”61 Uit onderzoek op de website van de luchthaven Brussel bleek dat op donderdag 2 januari 2014 omstreeks 11:20 uur vlucht TB304 c.q. JAF304 stond gepland om te landen te Brussel. Deze vlucht was afkomstig vanuit Punta Cana op de Dominicaanse Republiek en had een tussenlanding in Montego Bay te Jamaica.62 Op 1 januari 2014 om 16:18 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte]. [verdachte] deelt mede dat één van de kaartjes niet werkt. Die andere doet het wel.63 Vervolgens belt [medeverdachte 3] hem twee minuten later terug en vraagt of het al voor morgen staat. [verdachte] zegt: “Ja, maar ik bel je straks nog op. (…) Als ik het zeker weet, bel ik jou op. (…) He, met Belgische dinges. (…) Vanuit dáár. (…) Met een nummer van dáár bel ik je, ja?”64 Uit de historische printgegevens blijkt dat er op 1 januari 2014 om 23:04 uur een gesprek had plaatsgevonden tussen het Belgische nummer 0032470081094 van [verdachte] en het Nederlandse telefoonnummer -3520 van [medeverdachte 3].65 Op 1 januari 2014 om 17:59 uur neemt [verdachte] contact op met [medeverdachte 2] en zegt: “Je moet wel even tegen ze zeggen dat ze ID meenemen. (…) Nee maar niet dat ze dat vergeten jongen. (…) Want we hebben het wel meer meegemaakt.” Op de achtergrond is te horen dat [betrokkene 3] zegt: “Dat ie geldig is.” [verdachte] zegt daarop tegen [medeverdachte 2]: “En dat het geldig is, weet ge niet.” [medeverdachte 2] zegt dat hij het gaat doorgeven.66 Vervolgens laat [verdachte] om 19:13 uur aan [medeverdachte 2] weten: “He opschieten jongens, ik zit in België.”67 Tien minuten later belt [verdachte] weer naar [medeverdachte 2] en zegt: “He, heeft hij zijn ding aan staan?” [medeverdachte 2] zegt dat hij hem aan heeft staan. [verdachte] denkt van niet. [medeverdachte 2] vraagt daarop of hij moet vragen of diegene [verdachte] op dat nummer moet bellen.68 [medeverdachte 4] belt met zijn Nederlandse nummer om 19:24 uur en 20:38 uur naar het Belgische nummer van [verdachte]. Met dit nummer belde [verdachte] ongeveer een minuut eerder naar [medeverdachte 2].69 [verdachte] straalt op dat moment telefoonmasten te Zaventem (België) aan.70 Later op de avond van 1 januari 2014 om 23:14 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte]. [medeverdachte 2] zegt dat [medeverdachte 4] ook zijn Nederlandse nummer meeneemt dus het kan niet mis gaan.71

Aan de hand van ontvangen gegevens van de KLM bleek dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] een boeking hadden voor vlucht KL1723 van Amsterdam naar Brussel op 2 januari 2014. Voor deze boeking was een totaalbedrag betaald van € 797,97 betaald vanaf de en/of rekening van [medeverdachte 4] en [betrokkene 5] welke boeking was gemaakt op 1 januari 2014. Bij deze boeking waren tevens de adresgegevens, het telefoonnummer en het e-mailadres van [medeverdachte 4] opgegeven.72 [betrokkene 5] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] op 1 januari 2014 bij haar en [medeverdachte 4] thuis achter de computer is gaan zitten en de tickets heeft geboekt op naam van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4]. Het geld voor de tickets heeft [medeverdachte 2] haar contant gegeven.73 Ter zake van de gezamenlijk bankrekening van [betrokkene 5] en [medeverdachte 4] is gebleken dat er op 3 januari 2014 een bedrag van € 700,- op hun rekening is gestort.74

2 januari 2014

Daarna stuurt [medeverdachte 2] op 2 januari 2014 om 00:10 uur een sms-bericht naar [betrokkene 5] met de tekst: “Laat hun die foto van die man wissen op hun telefoon.”75 [betrokkene 5] antwoordt om 00:11 uur: “Komt goed kerel.”76 [betrokkene 5] heeft verklaard, dat [verdachte] de foto van de man die [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] goed in hun hoofd dienden te prenten later naar [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] heeft verstuurd waarna [betrokkene 5] ’s nachts een sms-bericht heeft ontvangen met het verzoek dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] de foto van de man op hun telefoon dienden te wissen hetgeen toen al was gebeurd. [betrokkene 5] verklaarde tevens dat zij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] op 2 januari 2014 vanuit Ede met de auto naar Schiphol heeft gebracht waarna [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] vanaf Schiphol naar Brussel zijn gevlogen.77 [medeverdachte 4] verklaarde eveneens dat hij en [medeverdachte 5] op 2 januari 2014 door [betrokkene 5] naar Schiphol gebracht.78

Op 2 januari 2014 om 11:23 uur is [koerier 3] (hierna: [koerier 3]), geboren op [geboortedatum], met vlucht TB304 gearriveerd op de luchthaven Zaventem te Brussel (België). [koerier 3] was op 1 januari 2014 vertrokken vanuit Punta Cana (Dominicaanse Republiek).79

Op 2 januari 2014 om 13:38 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [verdachte]. Aan de zijde van [verdachte] zijn een onbekende man en [betrokkene 3] te horen. [betrokkene 3] vraagt: “Ze komen er net uit daar?” De onbekende man zegt ja, waarop [betrokkene 3] zegt: “Mooi, dan ga ik nu bellen naar …Ntv.”80 Om 13:39 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] en vraagt hem: “Oke, kom je dadelijk zo vlug mogelijk naar huis? Want wij zijn nu onderweg.” [medeverdachte 2] antwoordt: “Oke, wel alles goed?” [verdachte] antwoordt: “Ja.” waarop [medeverdachte 2] zegt: “Oh, fantastisch, hehe, eindelijk.” 81 Op de luchthaven te Brussel zagen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] na enige tijd de persoon die ze moesten hebben. [medeverdachte 4] is naar de man toe gelopen en heeft met een Belgisch SIM-kaartje naar het telefoonnummer dat als “Brussel” of “Zaventem” in de telefoon opgeslagen was, gebeld. Een onbekende man met Belgisch accent nam de telefoon op en vertelde dat [medeverdachte 4] meteen naar buiten moest lopen. Vervolgens zijn [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] naar buiten gelopen. Toen werd er gefloten en zag [medeverdachte 4] dat [verdachte] en [betrokkene 3] aan de overkant van de weg stonden. De man met het petje liep op dat moment zo'n 20 meter achter [medeverdachte 4] en had een kleine trolley met trekstang bij zich. [verdachte] liep naar de man met het petje toe en [betrokkene 3] kwam naar [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] toe. [medeverdachte 4], [medeverdachte 5], [betrokkene 3] en [verdachte] zijn vervolgens naar de Wildhorst gereden alwaar [medeverdachte 2] na enige tijd verscheen.82 [medeverdachte 5] heeft voorts verklaard dat hij en [medeverdachte 4], nadat zij [verdachte] en [betrokkene 3] hadden ontmoet, richting het hotel tegenover de luchthaven zijn gelopen.83 Het chalet van [verdachte] op De Wildhorst is gelegen te Heeswijk-Dinther.84 Ook [medeverdachte 5] heeft verklaard, dat zij de man hebben onderkend.85 [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte] op de luchthaven aanwezig was en dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] [koerier 3] naar buiten hebben begeleid waar [verdachte] aanwezig was.86

Die middag van 2 januari 2014 om 16:03 uur wordt [verdachte] weer gebeld door de Spaans sprekende man met het Dominicaanse accent. [verdachte] zegt tegen de man dat hij een papier van het hotel gaat zoeken, zodat de man naar het hotel kan bellen. Vervolgens geeft de Spaans sprekende man een andere Spaans sprekende man aan de telefoon. [verdachte] geeft door dat de ‘chauffeur’ geen telefoon heeft en zegt: “Ja, ik ben in Nederland en hij is in België. Begrijp je? Ik heb hem in een hotel gezet en ik ben nu op zoek naar het nummer van het hotel. Daar staat het kamernummer en alles. (…) Wees gerust want alles, alles, alles gaat goed.” De man zegt dat ‘daar’ uitleg moet gaan geven. [verdachte] zegt dat hij het papier van het hotel met het telefoonnummer en ‘zijn’ kamernummer zoekt en daarna: “Ik heb de papieren hier…een moment. Ik doe hem in een hotel en 2000 euro, voor het moment. Vandaag komt iemand anders en betaalt de rest. Maar je vriend betaalt niet. Dus moet ik het betalen of niet? (…) Of ik de chauffeur wel of niet moet betalen.” De man antwoordt: “Natuurlijk die moet betaalt worden.”87

Om 16:11 uur wordt [verdachte] weer gebeld door de Spaans sprekende man met het Dominicaanse accent. [verdachte] vraagt of hij het heeft ontvangen hetgeen de man beaamt. [verdachte] zegt: “bel naar het hotel en vraag dat ze je doorverbinden met die persoon die in die kamer verblijft.”88 Direct daarna belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt dat hij eerst naar boven moet, want hun moeten hem hebben. Hij zegt dat hij 100% ook nog naar [medeverdachte 3] komt, want hij moet [medeverdachte 3] ook hebben. [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 3] dat hij alvast aan de gang kan gaan.89 Om 16:51 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] en vraagt waar [medeverdachte 2] is. [medeverdachte 2] zegt dat hij nog steeds hier is en ze afzet. [verdachte] zegt dat hij is geroepen en eerst naar hun toe moet want hij is geroepen. Hij moet komen. Op dat moment straalt de telefoon van [medeverdachte 2] een zendmast aan in Ede.90 [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [medeverdachte 2] hem en [medeverdachte 5] vanaf het chalet vervolgens naar huis heeft gebracht.91 Later heeft [medeverdachte 5] via [medeverdachte 4] de € 1.000,- beloning gekregen.92

[koerier 3] is op 2 januari 2014 om 12:35 uur ingecheckt in het Sheraton hotel Brussel Airport. Hij verbleef in kamer 2022.93

[koerier 3] heeft verklaard dat hij op 2 januari 2014 vanuit Punta Cana naar Zaventem is gereisd. Hij vloog met TUI Jet Air en hij heeft bagage ingecheckt waarvan hij wist dat er cocaïne in zat. Hij heeft hier € 4.000,- voor gekregen en is twee of drie dagen later teruggevlogen naar Santo Domingo. Hij heeft op de tweede verdieping van het Sheraton hotel verbleven op een kamer in de 200 reeks. De aan [koerier 3] getoonde foto van [medeverdachte 4] herkende hij als de man die hem in de bagagehal had aangesproken met de vraag of hij Duits sprak. Deze man was niet alleen, er was nog een andere persoon bij. Hij hoorde een tweede man aan de telefoon zeggen dat ze hem hadden herkend. Vervolgens is hij met de eerste man mee naar buiten gaan. Bij het Sheraton hotel werd hij in contact gebracht met een man waarvan hij denkt dat het de baas was, omdat die man hem heeft betaald. Deze man is mee het hotel in gegaan en heeft gevraagd hoeveel een hotelkamer kost. Daarna is [koerier 3] naar zijn kamer gegaan. De foto van [betrokkene 3] herkende hij als de vrouw die in de lift van het Sheraton hotel stond. Verbalisanten laten [koerier 3] luisteren naar een opgenomen telefoongesprek van 3 januari 2014 om 23:58 uur. Hierover verklaarde [koerier 3] dat hij de stem van [verdachte] herkende als zijnde van de man die hem de € 4.000,- heeft betaald. Wanneer hem in relatie tot dit telefoongesprek wordt gevraagd waarom [voornaam verdachte] ([verdachte]) zijn ticket wilde betalen antwoordde [koerier 3]: “Waarschijnlijk was hij de baas en omdat alles goed gelopen was zou hij iemand sturen om het ticket te betalen. Hij zei mij dat ik goed werk had gepresteerd.” [koerier 3] verklaarde voorts dat hem was verteld dat er cocaïne in de koffer zat en dat het hem vanaf het begin duidelijk was dat het om drugs ging.94

In de auto van [medeverdachte 2], voorzien van het kenteken [kenteken 2], is aangetroffen en in beslag genomen een notitie met de tekst: “[koerier 3], 001809-[nummer], Andre – Boca Cica”. 001809 betreft de landcode van de Dominicaanse Republiek.95 [koerier 3] heeft verklaard dat dit de door hem geschreven notitie betrof.96

In de avond van 2 januari 2014 om 18:53 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en vraagt hem: “heb je die auto even APK gemaakt?” [medeverdachte 3] zegt: “Ja” waarop [verdachte] vraagt: “En?” [medeverdachte 3] antwoordt: “Ja, ik heb dat eh, ziet er mooi uit.” [verdachte] zegt dat hij dat wel moet weten, want: “hun willen ook weten of die auto’s door de APK komen, ja of nee.” [medeverdachte 3] zegt dat hij zo terug belt, maar dat het er heel mooi uit ziet. Voorts vraagt [medeverdachte 3]: “He, luister even, dat moet ik even weten. Moet ik die al in de stalling doen?” [verdachte] zegt: “Ja, je moet vast aan de gang.” [medeverdachte 3] zegt dat hij dat weet, snapt en al bezig is.97 Ten tijde van voornoemd gesprek straalt de telefoon van [medeverdachte 3] een zendmast in Maastricht aan98 waar [medeverdachte 3] woont.99

3 januari 2014

Op 3 januari 2014 om 09:45 uur meldt [verdachte] aan [medeverdachte 3] dat hij er met een paar minuten is. Op dat moment straalt de telefoon van [verdachte] een zendmast in Maastricht aan.100 Die middag om 16:12 uur belt [verdachte] weer naar [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] zegt dat hij pas straks naar de jongens in Eindhoven gaat en vraagt of de jongens vanavond al kunnen kijken. [verdachte] zegt dat ze kunnen kijken, maar dat ze ook meteen mee kunnen nemen. [medeverdachte 2] zegt dat hij dat bedoelt.101 Enkele minuten daarna om 16:40 uur ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) die hem vraagt of hij vandaag nog komt of dat het te druk is op het werk.102 Zes minuten later antwoordt [medeverdachte 2]: “Gister is goed gegaan dus te druk snapte.”103 Direct daarop ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van [betrokkene 2] inhoudende: “Mooi zo. Ja dan druk zat. Uitzoeken poetsen. Hoor wel wanneer je langskomt. Have Fun.”104 Op 3 januari 2014 om 18:07 belt [medeverdachte 2] naar [verdachte]. [medeverdachte 2] zegt dat hij later een afspraak heeft in Eindhoven.105

In de avond van 3 januari 2014 om 23:10 uur bellen [verdachte] en [medeverdachte 2] met elkaar. [medeverdachte 2] zegt dat hij naar Eindhoven moet. [verdachte] zegt: “Het is een hele mooie auto” [medeverdachte 2]: “ja”, [verdachte]: “Het is een hele mooie auto en heel goed ook”, [medeverdachte 2]: “ja”, [verdachte]: “dus, jaja”, [medeverdachte 2]: “Beter”, [verdachte]: “he?” [medeverdachte 2]: ”Dat is beter, beter dan uhhh ja mooie auto.”106 Even later om 23:58 uur maakt [verdachte] gebruik van de telefoon van [medeverdachte 2] en belt hij naar het Belgische telefoonnummer 003227108000 van het Sheraton hotel en vraagt hij of hij door kan worden verbonden met kamernummer 2022. De receptioniste verbindt hem door waarna [verdachte] spreekt met een man die zichzelf [koerier 3] (de rechtbank begrijpt [koerier 3]) noemt. [verdachte] vraagt hem of hij al een ticket heeft. [koerier 3] zegt dat hij morgenavond terug gaat en dat hij zelf een ticket heeft gekocht voor € 350,-. [verdachte] zegt dat hij morgenvroeg iemand stuurt die hem geld geeft voor het ticket. [verdachte] zegt dat [koerier 3] het geld voor het ticket van hun krijgt. [koerier 3] vindt dit super. Zo heeft [koerier 3] volgens [verdachte] nog een beetje geld als hij terugkeert en dan kan hij daar nog een beetje vakantie vieren. Voorts zegt [verdachte] tegen [koerier 3] dat hij misschien nog wel een beetje kan werken. [koerier 3] zegt dat zij zijn nummer hebben, dus dan kunnen zij hem bellen. [verdachte] vraagt aan [koerier 3] om zijn telefoonnummer op te schrijven voor de man die morgenvroeg bij hem komt. [koerier 3] zegt dat hij morgenavond naar Punta Cana vliegt. Op de achtergrond is te horen dat [verdachte] vraagt hoe laat, waarop [medeverdachte 2] zegt dat het hem niet uitmaakt. Ze spreken af te ontmoeten bij het Sheraton. [verdachte] zegt tegen [koerier 3] dat er dan geld voor [koerier 3] wordt meegenomen.107

4 januari 2014

Op 4 januari 2014 om 17:14 uur wordt [verdachte] gebeld door [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] vraagt aan [verdachte]: “was die auto door de keuring gekomen?” [verdachte] zegt van wel. Voorts zegt [medeverdachte 3]: “Vanavond tref ik iemand. (…) Ik ben even naar wat mensen geweest. Vanavond tref ik ook nog iemand, die wil ook een auto, denk ik.” [verdachte] vindt dit oke en vraagt aan [medeverdachte 3]: “En die van jou zijn allemaal op? (…) Zijn ze dat allemaal?” [medeverdachte 3] antwoordt: “Ja, je weet wat weg is.”108 Een half uur later om 17:48 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt: “He luister eens, ik moet eigenlijk een auto hebben.” [medeverdachte 3] zegt hem dan zijn kant op te komen. [verdachte] zegt dat hij nu gaat rijden. [medeverdachte 3] zegt: “ja ja, dan zorg ik dat ie klaar staat.”109

5 januari 2014

[koerier 3] had aanvankelijk een boeking voor de vlucht JAF601 op 4 januari 2014, maar uiteindelijk is [koerier 3] op 5 januari 2014 met vlucht JAF703 vanuit Brussel naar de Dominicaanse Republiek terug gereisd.110

Zaaksdossier B05

28 december 2013

Blijkens een bestelbon en de daarbij behorende passagiersinformatie van reisbureau White Sun te Lanaken (België) blijkt dat op naam van de heer [betrokkene 7] een boeking is gemaakt voor [koerier 4] (hierna: [koerier 4]) om op 28 december 2013 met vlucht JAF601 van Brussel naar Punta Cana (Dominicaanse Republiek) te vliegen.111 [koerier 4] heeft verklaard dat zij op 28 december 2013 naar Punta Cana is gereisd en [betrokkene 7] haar ticket heeft betaald. Zij is in totaal acht keer naar de Dominicaanse Republiek gereisd om als koerier cocaïne in een koffertje of handbagage mee te nemen.112

Op 28 december 2013 om 20:02 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] welke hem vraagt of hij vandaag al iets heeft gehoord. [verdachte] zegt: “Nee, jawel, ze hebben me gevraagd of dat al weg was. Toen heb ik terug gezegd ja. Ik ben nu aan het afwachten.” Daarop vraagt [medeverdachte 3] aan [verdachte]: “Ja, ik neem aan dat ze die hebben opgehaald, of niet?”113

30 december 2013

In de avond van 30 december 2013 om 19:26 uur wordt [verdachte] gebeld door [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] zegt tegen [verdachte] dat hij zojuist die man heeft gezien en deelt hem mede: “Die vrouw had gebeld. (…) Die telefoonnummer wat zij heeft, die gaat daar niet meer. Nu heeft ze er eentje daar gekocht. (…) En die nummer moet ik jou direct doorgeven, die moet jij meteen doorgeven, want zij moet daar morgen weg of zo en anders kunnen ze haar niet bereiken.”114 Enkele minuten later om 20:19 uur belt [medeverdachte 3] weer met [verdachte] die aan [medeverdachte 3] vraagt hoezo ‘zij’ daar morgen weg moet. [medeverdachte 3] weet het niet weet, maar zo is zij voor hun onbereikbaar nu zij ‘een kaart van dáár heeft’. [medeverdachte 3] geeft het nummer 0018 ‘van daar’ door. [verdachte] vraagt: “46, ok. [….]46 (…) Goed, dan ga ik dat meteen doorgeven.”115

1 januari 2014

Op 1 januari 2014 om 13:04 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte]. [verdachte] vraagt: “Heeft opa nog iets laten horen?” [medeverdachte 3] zegt van niet en vraagt: “Maar had jij nog, hebben ze nog contact gehad?” [verdachte] antwoordt: “Nee, dat weet ik niet. Dat zal best.”116

2 januari 2014

Op 2 januari 2014 ‘s avonds om 19:19 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt: “Die heeft helemaal geen probleem daar. Die heb daar een vent. (…) Maar ze zijn aan het twijfelen of het wel moet of niet moet. (…) Die vrouw van opa. (…) Die had toch gebeld dat ze een probleem had? (…) Maar dat is helemaal niet waar. (…) Ze heb een vriend daar. Zij is al een keer of tien geweest daar.” [medeverdachte 3] zegt dat hij weet dat ze eerder is geweest en vraagt of er iets aan de hand is. [verdachte] zegt: “Ja, die zijn bang hè. Want dat is een man van dáár, weet je. Die zijn bang dat er gepraat wordt, snap je?” Ze praten morgen.117

3 januari 2014

In de middag van 3 januari 2014 om 12:21 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [medeverdachte 5] die doorgeeft dat hij voor dinsdag vrij is.118 Vervolgens wordt [medeverdachte 2] om 13:39 uur door [betrokkene 5] gebeld die zegt: “Ik heb paspoort aangevraagd, die kan ie maandagochtend ophalen. (…) [medeverdachte 5] die heeft hem net ook eeuh, die kan hem maandag om 2 uur ophalen, dus hopen dat het dan allemaal nog lukt voor je.”119 Blijkens de Gemeentelijke Bevolkingsadministratie zijn er op 3 januari 2014 paspoorten aangevraagd door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5].120

5 januari 2014

Op 5 januari 2014 hebben [verdachte] en [medeverdachte 3] om 00:40 uur contact met elkaar. [verdachte] zegt: “Eh, die vrouw, die is heel lastig. Ze wil naar de ambassade gaan.” (…) “Ze moet terug naar d’r werk gaan.” (…) En ze doet moeilijk. Ze dreigt. Ze wil daar naar toe stappen, ze moet meer geld hebben.” [medeverdachte 3] zegt dat hij pas morgen naar die man toe kan gaan. [verdachte] zegt: “Zeg tegen hem dat ie haar belt en dat ze rustig doet. (…) En dat ze terug naar haar werk gaat.” [medeverdachte 3] gaat er morgen naar toe.121 Om 11:06 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en zegt dat hij zojuist heeft gebeld: “Hij (derde) zegt ook: zij zegt “ik zit hier maar op een kamertje” en dat moet ze wel allemaal zelf betalen, zegt ze.” (…) Ze had gewoon in dat ding moeten gaan. (…) Maar ze waren bij haar. Ze waren overleggen gisteren. (…) Over het geld van de kamer. (…) Dat kamertje, dat was het, maar verder niks. (…) Willen ze haar gewoon afsturen?” [verdachte] antwoordt: “Ja, ik denk het wel he. Normaal wel.” [medeverdachte 3] zegt dat hij hoopt van wel.122 Een kleine twee uur later om 12:52 uur bellen [medeverdachte 3] en [verdachte] weer met elkaar. [medeverdachte 3] is zojuist bij opa is geweest en zegt: “Het is zo hè, die vrouw heeft helemaal geen geld. Ze moet haar kamertje betalen en zo, haar paspoort hebben zij en zo, begrijp je? Er is niks aan de hand, maar ze heeft helemaal geen geld. Ze kan niet meer eten. (…) Als ze haar gewoon een paar honderd dollar geven voor die drie dagen, dan is alles goed.” [verdachte] gaat er achteraan. [medeverdachte 3] zegt: “Ja, doe dat. Of ze even een paar honderd dollar voor die drie dagen, dat is eh.., hee en ik heb twee mensen. (…) En de dinges heb ik al. (…) Ook van hier.” Daarop antwoordt [verdachte]: “Ja, dat is prima. Dat is perfect.”123

6 januari 2014

Op 6 januari 2014 om 09:41 uur neemt [medeverdachte 2] contact op met reisbureau White Sun te Lanaken (België) en zegt: “Goedemorgen, met [medeverdachte 2], ik had een vraagje mijn tante die heeft bij jullie een reis geboekt en ik kan niet zo goed vinden hoe laat ze nou terug landt hiero.” Hij geeft aan dat de vertrekdatum 28 december was. Het reisbureau vraagt op welke naam er is geboekt waarop hij zegt: “Euhm die naam van me tante is [koerier 4]. Het is een vlucht op euh Za.. euh Punta Cana.” Het reisbureau geeft door dat ze morgenmiddag om 15:25 uur vertrekken vanuit Punta Cana en woensdagmorgen om 6 uur in Brussel zijn.124 Uit de eerder genoemde bestelbon en daarbij behorende passagiersinformatie van reisbureau White Sun blijkt dat er een vlucht was geboekt waarbij [koerier 4] op 7 januari 2014 met vlucht JAF204 vanuit Punta Cana (Dominicaanse Republiek) zou vertrekken en op 8 januari 2014 in Brussel zou aankomen.125

Vervolgens belt [medeverdachte 2] op 6 januari 2014 om 10:15 uur naar [medeverdachte 4] en vraagt aan hem of hij [medeverdachte 5] kan bereiken. [medeverdachte 4] geeft aan dat hij dat kan. Daarop zegt [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 4]: “Ok, want het is niet morgen, maar overmorgen.” [medeverdachte 4] zegt dat hij hem gaat proberen te bellen.126 Om 12:34 uur ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van [betrokkene 5]: “[medeverdachte 5] kan mee.”127 Om 12:54 uur neemt [medeverdachte 4] contact op met [medeverdachte 2] en zegt “dat hij (derde) gewoon mee kan.”128 Enkele minuten later om 13:05 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] die doorgeeft dat hij naar zijn oom (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 4]) is om dingen te regelen. Hij wikkelt het daar zo snel mogelijk af en moet kijken naar ‘het parcours’. [verdachte] vraagt een half uurtje te wachten.129 Hierop stuurt [medeverdachte 2] om 13:14 uur een sms-bericht naar [betrokkene 5]: “Het word later vandaag moet nu eerst iets anders doen zie je straks.”130 Vervolgens zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 2] dat hij langs moet komen en zijn laptop mee moet nemen dan kijken ze gauw iets door.131 Later die middag ontvangt [medeverdachte 2] om 17:01 uur een sms-bericht van [medeverdachte 5] waarin [medeverdachte 2] wordt gevraagd hoe laat hij langskomt, want zij wachten.132 [medeverdachte 2] antwoordt dat hij er zo aankomt.133 Kort daarop ontvangt [medeverdachte 2] een sms-bericht van [betrokkene 5] waarin zij vraagt hoe laat hij er is.134 [medeverdachte 2] antwoordt haar dat het morgen wordt.135

7 januari 2014

In de ochtend van 7 januari 2014 om 10:50 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt: “Luister, die vrouw is niet meer te pakken te krijgen aan de telefoon (…) die heeft de telefoon uit.” [medeverdachte 3] antwoordt: “Ja, ik weet het ik had hem gevraagd ‘bel haar’ en hij – waar ik bij was – bellen, krijgt haar niet te pakken.” [verdachte] antwoordt: “Nee, hun ook niet meer.”136 Enkele minuten daarna belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en zegt: “Die willen dat papier hebben voor die euh voor die vr.. (…) want is het die vrouw niet, dan is het een ander snapte?”137 Om 11:08 uur belt [verdachte] zijn vriendin. Hij is volop aan het werk en zit in de stress en zegt tegen haar: “Dat wijf is niet meer te pakken te krijgen, niet voor ons en niet voor daar.”138 Om 12:42 uur belt [medeverdachte 3] terug naar [verdachte] en zegt: “Hee luister, die ene heb ik gesproken, die opa. Ja, die krijgt ‘r ook helemaal niet te pakken (…) dat wordt toch niks meer he?” [verdachte] antwoordt: “Nee. Dat gaat niet.” [medeverdachte 3] vraagt of [verdachte] daar nog iemand heeft. [verdachte] zegt: “Ik ben volop bezig. Nu zeggen hun, dat hun nog iemand hebben.”139 Vervolgens wordt [verdachte] om 14:21 uur door een Spaans sprekende man met een Dominicaans accent gebeld die zegt: “Er zijn problemen daar naartoe.” [verdachte] antwoordt: “Ja , ik weet het, hier is hetzelfde.” [verdachte] zegt dat hij eraan komt.140 Die avond om 18:56 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte]. [medeverdachte 2] zegt tegen hem dat ze hem hier (waar hij is) niet laten gaan. [verdachte] zegt dat hij ze gaat bellen. Op dat moment straalt de telefoon van [medeverdachte 2] nog steeds een zendmast aan in Rotterdam.141 Direct daarop om 18:59 uur belt [verdachte] met dezelfde Spaans sprekende man met het Dominicaanse accent. De man vraagt aan [verdachte] wat er aan de hand is: “Want zij bellen mij al. Die mensen bellen mij.” [verdachte] vraagt: “Het is geen onzin toch?” De man zegt: “Nee, het is geen onzin, geen spel, het is serieus.”142 Terwijl [medeverdachte 2] nog in Rotterdam is, ontvangt hij om 18:59 uur een sms-bericht van [betrokkene 5] die hem vraagt hoe het zit met morgen.143 [medeverdachte 2] antwoordt dat ze hun best doen, maar dat er een klein probleempje is met die vrouw.144 Om 19:20 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] en zegt dat hij ‘met allebei onderweg’ is. [verdachte] zegt dat hij nog 17 kilometer van Maastricht verwijderd is en dat ze elkaar ergens onderweg wel zien.145 Kort daarna om 20:11 uur vraagt [medeverdachte 2] aan [verdachte] of ze bij ‘de appel’ afspreken.146 Daarop wordt om 19:37 uur door het observatieteam waargenomen dat [verdachte] en zijn vriendin met zijn Mercedes, voorzien van het kenteken [kenteken], een bezoek brengen aan [medeverdachte 3] te Maastricht. Vervolgens rijdt [verdachte] om 20:28 uur weg en komt hij om 21:08 aan bij wegrestaurant ‘De Wildenberg Goudreinet’ te Weert. Tussen 21:09 uur en 21:32 uur waren [verdachte] en [medeverdachte 2] samen in het wegrestaurant. Om 21:34 uur namen zij afscheid van elkaar en droeg [medeverdachte 2] een roodkleurig doorzichtig tasje waarna zij om 21:35 uur in hun auto’s stapten. [medeverdachte 2] stapt tezamen met twee onbekende mannen in donkere kleding in zijn Mercedes, voorzien van het kenteken [kenteken 2], waarna beide auto’s wegreden.147 Na deze ontmoeting met [medeverdachte 2] belt [verdachte] om 22:16 uur naar [medeverdachte 3]. [verdachte] geeft hem door dat de vrouw een ‘artiest artiest’ is.148 Diezelfde avond van 7 januari 2014 om 23:07 uur stuurt [medeverdachte 2] een sms-bericht naar [betrokkene 5]: “Morgen word weekend je ziet me morgen dan leg ik het uit.”149 [betrokkene 5] antwoordt direct dat zij dat ok vindt.150

8 januari 2014

Op 8 januari 2014 om 13:54 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en zegt: “Ik heb voor jou hier twee papie….” [verdachte] onderbreekt hem en zegt: “Ik weet het nog niet. (…) Maar het gaat wel door. Het gaat wel door, maar of dat we.. uh.. het gaat door 100%, dat wel.” [medeverdachte 3] zegt dat hij nog wat papiertjes voor [verdachte] heeft en dat hij wel even hem langs kan gaan. Ze spreken af elkaar straks te zien.151 Om 14:24 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte]: “Het was toch Punta?” [verdachte] antwoordt: “Ja, ja, ja.”152

[koerier 4] is op 7 januari 2014 niet met de op haar naam geboekte terugvlucht JAF204 Punta Cana uitgereisd en aldus niet op 8 januari 2014 te Brussel gearriveerd. Dit betreft een zogenaamde ‘no show’.153 [koerier 4] verklaarde hierover dat zij op de Dominicaanse Republiek in het ziekenhuis heeft gelegen, nadat zij op straat door twee Dominicanen was overvallen.154

9 januari 2014

Op 9 januari 2014 om 12:38 uur belt [medeverdachte 3] met [verdachte] en vraagt of hij hem straks kan zien en hij al iets weet. [verdachte] zegt dat hij dan zeker iets weet. [medeverdachte 3] zegt: “Want ik heb ook nog even gekeken hè, ik heb ook gekeken. (…) Maar op die tijd, dat is ’s-ochtends. (…) Dus anders moet het op een andere tijd zijn.”155 Om 16:25 uur vraagt [medeverdachte 3] aan [verdachte] of de slagboom open is, want hij is er. De telefoon van [verdachte] straalt een zendmast in Heeswijk-Dinther aan.156

10 januari 2014

Op 10 januari 2014 om 10:40 uur neemt [medeverdachte 2] contact op met [verdachte] en vraagt: “Moeten we niet naar Rotterdam? (…) Belangrijk.” waarop [verdachte] antwoordt: “Ja, heel belangrijk heel belangrijk. Ik heb gisteravond FLACO nog gebeld gisterenavond. (…) Die wil wit.”157 Daarna bellen [verdachte] en [medeverdachte 3] om 10:48 uur en geeft [verdachte] door: “Ik heb nog niets terug gehoord. (…) In ieder geval (…) het gaat door in ieder geval. Dat weet ik.” Daarna vraagt [medeverdachte 3] aan [verdachte]: “Komt ‘hij’ nog naar jou toe?” [verdachte] antwoordt: “Ja, ja die gaan ze ophalen voor mij. Die moet ik op laten halen. Die hebben geen auto, niks. (…) En ‘die’ heeft net gebeld, nog geen vijf minuten geleden. Dus die haalt ‘m dadelijk op.”158 Om 13:25 uur belt [medeverdachte 2] naar [betrokkene 6] en geeft haar door dat hij niet weet of hij vandaag of morgen langskomt, maar dat het maandag of dinsdag wordt “of dit weekend moet er nog iets terugkomen.” Voorts zegt hij: “Ik ga nu zo die mensen spreken of die tickets van het weekend nog gelukt zijn. Als dat gelukt is, dan kom ik sowieso dit weekend nog. (…) Maar als dat niet lukt, dan moet ik snel aan de slag en dan moet het begin volgende week worden.”159 Nog geen uur daarna om 14:17 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] en zegt: “kun je hun laten weten dat ik er ben (…) ik sta voor de deur dus.” Op dat moment straalt zijn mobiele telefoon een zendmast in Rotterdam aan.160 Daarna belt [medeverdachte 2] om 16:31 uur naar [verdachte] en zegt tegen hem dat hij het park op rijdt. [verdachte] zegt dat hij er niet is, waarna [medeverdachte 2] zegt “dan neem ik ze mee naar mij toe”. Volgens [medeverdachte 2] zijn ze met zijn tweeën. [verdachte] zegt daarop tot zo.161

Die avond om 18:28 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt: “Die vrouw. Is ze terug?” [medeverdachte 3] antwoordt: “Dat weet ik niet. Ik heb nog niet gebeld. Hij heeft nog niet gebeld. Helemaal niks gehoord.” [verdachte] vraagt daarop: “Dus je weet ook niet in welk ziekenhuis dat die ligt?” [medeverdachte 3] antwoordt: “Nee, dat weet ie helemaal niet. Hij weet helemaal niks. En die vriendin hoort ook niks. (…) Nee, nee, ja, dat zal wel daar ergens zijn natuurlijk.” [medeverdachte 3] stelt voor om het te laten schieten: “Maar als ze zich niet meldt, kunnen we niet helpen of wel?” [verdachte] beaamt dit.162 Om 19:02 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt: “Het gaat misschien een paar weken niet. (…) Diezelfde als die vrouw eigenlijk mee zou komen. Daar zat niet alleen in de hand, maar ook onder. Het schijnt, maar dat is van iemand anders, maar dat schijnt genomen te zijn vorige week (…) diezelfde als die vrouw, waarmee die terug zou komen. Precies dezelfde. Waarmee die vrouw zou terugkomen, eigenlijk. Die vrouw had pijn in haar hand. Ja, maar onderin. Maar dat is niet van hun, maar van een ander. En nu zeggen hun: ja informeer hoe en of eh een 100% daar.” [verdachte] zegt dat hij op internet gaat zoeken. [verdachte] zegt: “Vijfenveertig (45). Dat zou er toch wel op komen he?” [medeverdachte 3] denkt van wel. Daarop zegt [verdachte]: “Ja, dan moet je of een week of twee wachten. (…) En als er nou een 100%-dinges op staat? (…) maar hun zeggen: nou is het heet daarbinnen.”163

Later is gebleken dat op 8 januari 2014 door de Belgische autoriteiten op de luchthaven Zaventem te Brussel een hoeveelheid van 43,8 kilogram cocaïne in een koffer (ruimbagage) van een reiziger is aangetroffen, afkomstig van vlucht JAF402 vanuit Punta Cana (Dominicaanse Republiek), met welke vlucht [koerier 4] volgens haar boeking op Brussel gepland stond te arriveren.164

13 januari 2014

Op 13 januari 2014 om 14:15 uur wordt [verdachte] weer gebeld door de onbekende Spaans sprekende man. [verdachte] zegt: “Ik moet het weten of ik de chauffeur moet sturen ja of nee? Voor aanstaande woensdag.. ja of nee?” De Spaans sprekende man antwoordt: “Morgen bespreken we alles.” [verdachte] antwoordt: “Oke.., maar ik kan morgen geen ticket kopen voor woensdag.”165 Daarop belt [verdachte] om 14:19 uur naar [medeverdachte 3] en zegt tegen hem dat hij ‘hun’ net heeft gesproken en dat hij morgen pas zeker weet wanneer ze die kunnen sturen, woensdag ja of nee, deze woensdag. [medeverdachte 3] zegt: “Dan halen we woensdag niet meer hè, als je dat morgen… dat euh..” [verdachte] zegt dat het ook vrijdag of zaterdag kan. [medeverdachte 3] zegt vrijdag niet, maar zaterdag of zondag wordt het dan. [verdachte] antwoordt: “Oke, dan zondag.” [medeverdachte 3] zegt dat hij ‘daar’ naar toe gaat en hij het dan gaat uitleggen.166

19 januari 2014

Op 19 januari 2014 om 18:21 uur belt [verdachte] met [medeverdachte 3] en vraagt hem of hij nog weet van die ene vrouw die dag ongeluk heeft gehad. [verdachte] zegt: “Ja, moeten er eigenlijk achter zien te komen waar dat ze is, want dan euh stuur even iemand daar naar toe met een bloemetje (…) eventjes kijken of alles goed is met haar, want dan (…) Ze vroegen mij in hoeveel tijd ik dat kan weten, dan kan ze daar nog eventjes uitrusten. (…) Dat ze even contact leggen met euh waar en euh.. Efkes naar het ziekenhuis toe kunnen gaan. (…) dat ze een beetje rustig is en dat ze haar eigen niet alleen voelt, dat ze daar nog eventjes wil wachten daar.” [medeverdachte 3] denkt dat de vrouw alweer beter is. [verdachte] zegt dat het goed is, maar dat ze elkaar eerst persoonlijk moeten spreken. [medeverdachte 3] vraagt: “Wel hetzelfde land he?” [verdachte] antwoordt: “Nee nee nee, dat gaat niet momenteel (…) maar ze hebben daar even, niet hier maar daar, even naar euh stop euh gezet daar. (…) Want daar is gekeken, weet je niet? (…) Dat 45 kilometerwagentje euh.. (…) Total loss gereden ja, daarvoor zijn ze daar aan het op… euh kijken.” Vervolgens zegt [verdachte] dat als ze acuut willen dat het wel naar een ander kan. Op de achtergrond spreekt [verdachte] Spaans en vraagt of van Peru 100% goed is hetgeen door de man op de achtergrond wordt bevestigd.167

22 januari 2014

Op 22 januari 2014 om 11:24 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en vraagt hem hoe het met ‘die vrouw’ zit. [medeverdachte 3] zegt dat hij gisteren nog met hem erover heeft gebeld en diegene zou vandaag iemand langs sturen.168 Om 16:09 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en vraagt of hij al iets van die vrouw heeft gehoord. [medeverdachte 3] heeft nog niets gehoord. [medeverdachte 3] denkt dat de vrouw al wel al hier is. [verdachte] zegt dat hij vindt dat zij zich moet melden. Daarop zegt [medeverdachte 3] dat hij denkt dat ze een beetje bang is en zich schaamt. Volgens [medeverdachte 3] moet er iets zijn. Op de achtergrond praat [verdachte] met iemand in het Spaans en is Santo Domingo te horen. [medeverdachte 3] vraagt aan [verdachte] of ‘dat van Ecu wat jij zei’ niets is. [verdachte] is daarmee bezig.169

3 februari 2014

Op 3 februari 2014 om 19:03 uur contact neemt [verdachte] contact op met de Spaans sprekende man met het Dominicaanse accent en legt hem uit dat de Belgische ambassade gisteren heeft gebeld met ‘haar’ broer om te zeggen dat zij op dit moment in het ziekenhuis ligt, omdat zij een ernstig motorongeluk heeft gehad. De man vraagt aan [verdachte]: “Wat wil je? Dat ik haar ga bezoeken?” [verdachte] zegt dat hij dat wil, maar dat hij niet weet in welk ziekenhuis zij ligt. De man zegt dat hij het gaat uitzoeken.170

Zaaksdossier B02

7 en 8 februari 2014

Tussen 7 februari 2014 en 8 februari 2014 heeft [verdachte] middels ping contact met een Spaans schrijvende persoon die gebruik maakt van een BlackBerry met het pinnummer [pincode] en de accountnaam EL GRANDE (hierna: El Grande). Op 7 februari 2014 om 16:31 uur stuurt [verdachte] naar El Grande: “Kan je een chauffeur sturen naar je land.” El Grande antwoordt direct: “Maar alleen zij kunnen één en niet twee inzetten/opzetten. Voor jou.” [verdachte] zegt daarop dat het beter is dat El Grande komt om te praten. Op 8 februari 2014 om 12:01 uur vraagt El Grande wat zij gaan doen. [verdachte] zegt dat hij die middag beslist komt en vraagt of El Grande heel veel nieuws voor hen heeft. Om 18:13 uur schrijft [verdachte] naar El Grande: “Vriend ik ben hier in het centrum, kom hier a.u.b. maar rustig aan jij heb tijd. (…) ok tot zo, bedankt vriend.” Om 18:48 uur vraagt El Grande waar [verdachte] is. [verdachte] antwoordt om 18:49 uur: “In het restaurant anigos.”171

10 februari 2014

Op 10 februari 2014 hebben [verdachte] en El Grande wederom contact via ping. Om 13:55 uur vraagt El Grande aan [verdachte]: “Vriend wat is er met de chauffeur gebeurd?” [verdachte] antwoordt later die middag om 17:42 uur: “Vriend. De chauffeur gaat woensdag naar jouw land.” El Grande antwoordt om 17:47 uur: “Zoek/haal poen om te sturen om te kopen. Vriend, stuur een foto van het ticket van de chauffeur.” Om 22:41 uur stuurt El Grande: “Vriend, mijn vriend zegt dat als je het ticket al van de chauffeur gekocht hebt of je dan alsjeblieft de foto van het ticket wil sturen.”172

11 februari 2014

Op 11 februari 2014 om 17:21 uur belt [verdachte] naar een onbekende Spaans sprekende man met een Dominicaans accent. [verdachte] vraagt wat er aan de hand is met het reisbureau: “Die belt hem en zegt dat het hotel vol is. (…) Dus of jouw vriend daar zoekt iets voor ons of we moeten wachten en dit ticket annuleren voor de volgende week of over twee weken. Maar als jouw vriend zegt ‘Ok, ik kan een hotel regelen’, dan kan je [ntv] gaan, dan heb je je ticket al. Begrijp je? (…) Maar het hoeft geen luxueus hotel te zijn, maar een normaal hotel.” [verdachte] zegt dat ‘hij’ morgen al gaat en dat de Spaans sprekende man het ticket al heeft en vraagt of hij een te gek hotel kan regelen om morgen te gaan. De man vindt dit goed. [verdachte] zegt: “De aankomst daar om.. om twaalf uur toch? (…) Een moment.. Om half twaalf.”173 Om 19:10 uur belt [verdachte] weer met de Spaans sprekende man. [verdachte] vraagt hem naar de andere Spaans sprekende man genaamd El Gordo en vraagt: “Vriend (…) Weet jij nog die laatste vraag in het restaurant?” El Gordo zegt: “Dat is belangrijk, dat is heel belangrijk. (…) de naam van de persoon/personen, hoe die geschreven worden, voor mijn vriend. (…) Opdat hij de naam weet.” [verdachte] antwoordt: “Ok, een moment, een moment [in het Nederlands tegen 4e persoon: Hij vroeg of je hun kunt bellen naar wie hun schrijven of van wie er een papier terugkomt. Een naam.]” El Gordo zegt: “Ah ok. En jij stuurt de naam naar El Grande via de ping.”174

12 februari 2014

Uit een bestelbon van reisbureau Selectair White Sun te Lanaken (België) met nummer [nummer] blijkt dat op naam van [koerier 5] een reis is geboekt voor Jet Air Fly vlucht JAF303 van Brussel naar Punta Cana (Dominicaanse Republiek) op 12 februari 2014 en de terugvlucht JAF304 van Punta Cana via Montego Bay (Jamaica) naar Brussel op 19 februari 2014.175 Door de Belgische Federale Gerechtelijke Politie is vastgesteld, dat voornoemde [koerier 5] is genaamd [koerier 5] (hierna: [koerier 5]).176

Op 12 februari 2014 om 14:02 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 4]. [medeverdachte 2] vraagt hem: “Oh, dat geeft niks eh volgende week donderdag tijd?” [medeverdachte 4] zegt dat hij dan tijd heeft. [medeverdachte 2] vraagt: “Eh hoe heet het ook?” [medeverdachte 4] weet het niet, maar dat hij dat moet vragen waarop [medeverdachte 2] antwoordt: “Oh ok ok, eh ja is wel belangrijk zeg maar.” [medeverdachte 4] zegt daarop dat hij dan zometeen even [medeverdachte 5] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 5]) moet gaan bellen en gaat overleggen. [medeverdachte 2] zegt dat [medeverdachte 4] op dit nieuwe nummer van [medeverdachte 2] terug moet bellen.177 Om 17:14 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] en zegt: “eeuh.. dat ik hoe heet het naar Ede moet brengen want ze heb niet genoeg op de rekening staan. (…) en er zijn nog maar zeven (7) stoelen dus eeuh er is ook haast bij zeg maar.” [verdachte] zegt dat hij dat weet. [medeverdachte 2] zegt daarop: “maar als ik het vanavond meld dan kan ze het morgenochtend storten.”178 Om 17:47 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [medeverdachte 4] die zegt: “Yo.. hey, ’t wordt niks. Nee nee, ik kan wel met eeuh.. sean/chan? (…) [betrokkene 6] en die vind het ook allemaal goed en die weet ook hoe het werk en eeuh.. geld geld en eeuh..”179

13 februari 2014

Op 13 februari 2014 om 12:06 uur belt [medeverdachte 2] naar [betrokkene 5] en zegt dat hij bij de afslag Ede is.180 Daarop belt [medeverdachte 2] om 12:44 uur naar KLM/Delta Airlines. [medeverdachte 2] heeft een vraag over een vluchtnummer en wil boeken. Er zijn nog drie stoelen over en [medeverdachte 2] wil voor twee personen boeken, maar heeft nog maar één naam. De vrouw kan een optie aanbieden en vraagt naar de datum en waar hij heen wil vliegen. [medeverdachte 2] antwoordt: “Ja dat is donderdag de twintigste om 06:50 is de KL 1721 (…) Brussel.” De vrouw vraagt: “Van Amsterdam naar Brussel?” [medeverdachte 2] zegt ja en dat het om een enkele reis gaat. De prijs voor het ticket is 361,61 euro per persoon. [medeverdachte 2] vindt dit geen probleem en geeft een naam door: “[medeverdachte 4] (..) Eerste voornaam [medeverdachte 4].” De vrouw vraagt naar de achternaam van de tweede persoon. [medeverdachte 2] zegt: “Nee, nee dat is nog niet zeker welke eeuh.. er zijn een paar opties zeg maar (…) Maar dat er twee gaan dat is honderd procent zeker (…)” [medeverdachte 2] ontvangt boekingscode [code] voor de boeking op 20 februari Amsterdam van 6 uur 50 naar Brussel aankomst 07:40 uur. [medeverdachte 2] wil contant op de luchthaven betalen.181 Uit de boekingsgegevens met betrekking tot boekingscode (PNR) [code] blijkt dat er geen tickets zijn aangemaakt. De PNR bleek te zijn gemaakt op 13 februari 2014 met als passagiers [medeverdachte 4] en [naam] voor de vlucht KL1721 van 20 februari 2014 van Amsterdam naar Brussel en de terugvlucht KL1720 op 25 februari 2014 van Brussel naar Amsterdam. Beide passagiers hebben de vlucht niet gemaakt.182 Daarna belt [medeverdachte 2] om 12:50 uur naar [betrokkene 5] en krijgt hij Marc aan de lijn aan wie hij vraagt: “De eerste hamvraag is of je volgende week donderdag vrij bent.” Marc zegt als het goed is wel. [medeverdachte 2] vraagt of hij nu even naar Ede kan komen: “althans, als je wat wil verdienen.” [medeverdachte 2] zegt dat hij bij [betrokkene 5] is.183 Om 15:14 uur belt [medeverdachte 2] met [betrokkene 8] en vraagt hem: “Wat ben jij volgende week donderdag aan het doen? (..) Wil je wat verdienen?” [betrokkene 8] antwoordt dat hij niks te doen heeft en altijd wat wil verdienen. [medeverdachte 2] wil niet over de telefoon praten en rijdt zo naar Culemborg.184 Om 18:38 uur belt [medeverdachte 2] naar [betrokkene 8]. Hij is bij de afrit Culemborg.185

14 februari 2014

Op 14 februari 2014 om 10:14 uur belt [medeverdachte 2] weer naar [betrokkene 8] en vraagt hem: “Zit er alleen een scheurtje in, of is tie helemaal doormidden die ID kaart van jou?” [betrokkene 8] zegt dat er een scheurtje precies bij zijn foto zit. Er is een klein stukje uit. [medeverdachte 2] zegt: “Oké, probeer het even te regelen en anders rij ik vanavond effe langs iemand van de Marechaussee en dan kan die kijken of het ermee door kan of niet.”186 Om 15:02 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 4] en vraagt of hij nog iemand heeft gevonden. [medeverdachte 4] heeft niemand gevonden. 187

15 februari 2014

Om 13:18 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte]. [verdachte] vraagt: “Had je het nog geregeld daar bij jou? (…) Ja, dat je twee man vind.” [medeverdachte 2] zegt: “Jaah.. zeker, maar ik moet weten of het die dag doorgaat weet je wel?” [verdachte] antwoordt: “Jaah.., dat weten we vandaag pas daar ben ik op aan het wachten, want dan kan ik pas actie ondernemen jongen. (…) M.. maar dat het komt volgende week is zeker.”188 Om 16:36 uur belt [medeverdachte 2] met [betrokkene 5] die zegt: “Vergeet jij niet dat jij tickets moet regelen.” [medeverdachte 2] zegt dat hij dat al geregeld heeft, hij voor maandag twaalf uur contant moet betalen en: “Nee nee maar we zijn aan het kijken of dat we die terugvlucht van hun daar even kunnen verzetten.” [betrokkene 5] vraagt of hij die jongen mee neemt. [medeverdachte 2] zegt ja.189

16 februari 2014

Op 16 februari 2014 om 19:31 uur neemt [medeverdachte 2] contact op met [verdachte] en zegt: “Ja naar Rotterdam om dat ding toch te annuleren toch.” [medeverdachte 2] vraagt aan [verdachte] of ze al een nieuwe dag weten. [verdachte] zegt van niet. [medeverdachte 2] zegt: “oke want euh ik had zitten kijken, misschien kan je een tipje geven maar op zondag (…) Dat kan… volgens mij zaterdag weg daar.” [verdachte] antwoordt: “Ja dat ligt eraan wanneer hun klaar staan daar.” [medeverdachte 2] zegt: “Ja en euh ik heb euh hoe heet het geannuleerd in ieder geval.”190

18 februari 2014

Op 18 februari 2014 om 14:45 uur wordt [verdachte] gebeld door [medeverdachte 3]. [verdachte] geeft aan dat hij eerst naar Rotterdam moet komen, want ze hebben net gebeld. [medeverdachte 3] zegt: “Die ene heeft zojuist ook gebeld die moet iets weten hè.” [verdachte] antwoordt: “Ja, dat zal hij dadelijk weten maar ik weet wel zal zaterdag op zondag zijn dat weet ik.” [medeverdachte 3] zegt dat hij het zeker moet weten.191 Om 17:03 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt: “Ik krijg euhm vandaag door precies euh..een dag en wanneer maar eeuh.. het is zaterdag dat weten we al. (…) Hun zijn nu bij hem.” [medeverdachte 3] vraagt: “Dan moet ik op zaterdags daar?” [verdachte] antwoordt: “Ja… Tot zaterdag gaat ie weg zaterdag.”192 ‘s Avonds belt [verdachte] om 20:09 uur naar [medeverdachte 2] en zegt dat [medeverdachte 2] vanavond naar Rotterdam moet.193 Om 22:03 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte]. [medeverdachte 2] is in Rotterdam en vraagt aan [verdachte] of hij ‘hun’ kan bellen dat hij er is. [verdachte] zegt dat ze naar beneden komen.194 Om 22:22 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) die aan hem vraagt waar hij is. [medeverdachte 2] zegt dat hij nog in Rotterdam is en nu terug komt. [medeverdachte 1] vraagt: “Heb je wat achtergehouden voor ons?” [medeverdachte 2] antwoordt: “Twee ruggen. Natuurlijk heb ik niets achtergehouden kut! Ja, maar ik moest niet eens geld brengen kut. (…) Papieren! Ja, maar geen waarde papieren!” [medeverdachte 1] vraagt: “Groen, of geel of paars?” [medeverdachte 2] zegt: “Paarse. Een hele enveloppe vol.”195

19 februari 2014

Op 19 februari 2014 om 11:47 uur belt [verdachte] met [medeverdachte 3] die zegt dat die man daar nog zit te wachten en nog helemaal niemand heeft gezien. [verdachte] zegt: “ja, hij moet in ieder geval blijven tot eeuh.. zaterdag.” [medeverdachte 3] zegt dat dat goed is en vraagt: “Gaan ze wel naar hem toe vandaag of niet?” [verdachte] zegt dat ze naar hem toe gaan. [medeverdachte 3] zegt dat hij gaat doorgeven dat de man daar moet blijven, maar dat er wel iemand naar hem toe moet want de man weet niet wat hij moet doen.196 Om 13:37 uur belt [medeverdachte 3] om te zeggen dat hij er is. [verdachte] komt eraan.197 Op dat moment straalt de telefoon van [medeverdachte 3] de zendmast aan de Steen- en Stokstraat te Heeswijk-Dinther aan welke op 1.500 meter van het adres [adres chalet] te Heeswijk-Dinther is gelegen, zijnde het adres van [verdachte].198 Om 13:40 uur wordt door het observatieteam van de KMar waargenomen dat [medeverdachte 3] zijn Toyota Aygo, met kenteken [kenteken 3], parkeert bij de centrale in- en uitgang van Camping ‘De Wildhorst’ waarna [verdachte] zijn Mercedes, voorzien van het kenteken [kenteken], de parkeerplaats oprijdt en [medeverdachte 3] als bijrijder instapt. Zij rijden weg en komen omstreeks 14:40 uur weer terug, waarna [medeverdachte 3] in zijn eigen auto wegrijdt.199 Om 16:33 uur neemt [medeverdachte 3] contact met [verdachte] op en zegt dat hij zojuist bij ‘opa’ is geweest. Hij had zojuist gebeld en hij heeft een ander hotel geregeld. [medeverdachte 3] zegt dat hij straks de naam aan [verdachte] doorzendt.200 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat ‘Opa’ is genaamd [betrokkene 7] en dat hij in Gelk, in België woont.201 [koerier 5] heeft verklaard dat [betrokkene 7] zijn broer is.202 Om 16:58 uur ontvangt [verdachte] een sms-bericht van [medeverdachte 3]: “Hotel flambouxan avenu italia proxeino a plaza bavara 095520372”203 Hotel Bavaro Punta Cana Hotel Flamboyan is gevestigd op de Calle Italia te Punta Cana op de Dominicaanse Republiek. Het telefoonnummer is 8095520372.204 Om 17:44 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] die zegt dat hij hem een berichtje heeft verzonden: “Dat is zijn nieuwe adres en de telefoonnummer heb ik er ook bijgezet van daar van die hotel.”205 Kort daarop om 18:36 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt: “Die chauffeur die praat Engels.” Op de achtergrond zegt [verdachte] tegen iemand: “Hij zegt dat hij Engels spreekt. Wat wil je dat ik tegen hem zeg.” De ander antwoordt: “Dat hij zelf met de vliegmaatschappij moet bellen en moet zeggen dat hij niet heeft kunnen reizen want het te lang onderweg is geweest, want de auto is stuk gegaan onderweg. (…) Hij moet naar de vliegmaatschappij bellen en zeggen dat hij niet op tijd daar kan zijn want de auto is onderweg stuk gegaan. (…) Hij moet zelf naar de vliegmaatschappij in Punta Cana bellen en zeggen dat hij niet gaat reizen. Dat zij hun vlucht moeten annuleren. Begrijp je?” [verdachte] begrijpt het niet.206 Om 18:39 uur zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 3]: “Er moet nu direct gebeld worden naar hem toe dat hij naar de maatschappij toe belt dat ie zijn eigen verslapen heeft of dat hij het niet kan redden weet je niet (…) Of ziek is dat ie niet terug kan dat ie het uitstelt naar over een paar dagen (…) weet je waarom dat is? Dat zal ik je vertellen kijk als hun nu daar naar toe gaan want je kunt dat ding wat hij heeft, dat papiertje wat hij heeft, kan hij gewoon verzetten voor een paar dagen maar dat is niet goed want dan gaan die maatschappijen door bellen dus hij moet net doen alsof hij zijn eigen bijvoorbeeld verslapen heeft of ziek is ja maar wel afzeggen anders gaan ze rare… (…) Anders gaan ze naderhand melden (…) Dat is hier ook gebeurd met [medeverdachte 1].” [medeverdachte 3] zegt dat hij erheen gaat en het gaat vertellen.207 Om 18:52 uur belt [medeverdachte 3] met [verdachte] en vraagt of ‘hij’ gelijk weer moet reserveren als hij afmeldt. [verdachte] zegt dat hun dat gaan doen.208

20 februari 2014

Op 20 februari 2014 om 11:50 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en zegt: “ik heb dus gekeken, maar voor zaterdag eh…er is nog maar 1 buskaartje he..” [verdachte] antwoordt: “Nee, nee, nee.. twee.” [medeverdachte 3] reageert: “Ik heb juist gekeken nou. (…) 1 voor zaterdag en voor zondag 3.” [verdachte] zegt: “Ja, ja.. maar…is.. oke.. is verplaatst wat gij zegt.. voor zondag.”209

Om 13:32 uur belt [medeverdachte 2] naar KLM reserveringen en zegt: “Goedemiddag met [medeverdachte 2]. Ik heb een vraagje, ik had eh, voor aanstaande zondag, om eh, een vlucht van Amsterdam naar Brussel (…) Om 10 voor 7 ’s ochtends weg (…) Euh, hoeveel stoelen zijn er nog?” De medewerker antwoordt: “Aanstaande zondag de 23e februari, Amsterdam Brussel. En de vlucht van 9 uur 20 zegt u hè? Met aankomst 10 10.” [medeverdachte 2] antwoordt: “Nee 6 uur 50, 6 uur 50.” De medewerker antwoordt: “Er zijn nog 9 stoelen meneer (…) In economy.” [medeverdachte 2] vraagt: “Ok en met een retourtje, maakt niet uit op welke dag terug wordt toch geen gebruik van gemaakt? Wat is eh de kosten van?” De medewerker zegt dat de kosten 214,55 euro bedragen. [medeverdachte 2] antwoordt: “Ja ok. Euh is het een mogelijkheid he, dat jij een paar uurtjes voor mij de, die eff reserveert? Dat ik ze zometeen kom betalen? (…) Twee, twee nodig.” [medeverdachte 2] geeft aan dat hij de namen die op het paspoort staan nog niet precies weet.210 Om 13:37 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 4] en zegt: “Maar eh, ik heb effe jou volledige naam nodig zoals die op je paspoort staan en ook van eh [medeverdachte 5].” [medeverdachte 4] zegt: “ja, ja, van [medeverdachte 5] weet ik nog niet.” [medeverdachte 2] zegt dat hij dat snel nodig heeft en vraagt Chanty te bellen. [medeverdachte 4] geeft zijn eigen naam en geboortedatum door. [medeverdachte 2] zegt dat hij Chanty gaat bellen.211 Direct daarna belt [medeverdachte 2] naar [betrokkene 6] (hierna: [betrokkene 6]) en zegt: “Hee, euh, euh, voor deze zondag, wat is de, euh [medeverdachte 5], euh, z’n volledige naam zoals het op het paspoort staat? En de geboortedatum.” [betrokkene 6] gaat kijken of zij het paspoort heeft en geeft door: [medeverdachte 5] geboren op [geboortedatum].212 Kort daarop belt [medeverdachte 2] weer naar KLM. Hij geeft met betrekking tot de eerder door hem gemaakte reservering de namen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] door en laat zijn eigen mobiele telefoonnummer bij de reservering noteren. [medeverdachte 2] zegt dat hij zo in Amsterdam contant bij de balie wil betalen en ontvangt de boekingscode [code 2] en het bedrag € 428,-.213

Op 20 februari 2014 om 14:48 uur wordt [verdachte] gebeld door [medeverdachte 3] die vraagt: “Was het nou zaterdag of zondag wordt het toch zondag.” [verdachte] antwoordt: “Ja zondag ja.” [medeverdachte 3] vraagt: “Zondag daar en dus die maandag zo.” [verdachte] antwoordt: “Nee nee nee zaterdag daar zondag.” [medeverdachte 3] zegt er is nog maar één ‘buskaartje’ anders wordt het een dag later.214 Om 16:00 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] en zegt dat het iedere minuut gebeurt, dus dat [medeverdachte 2] het vast moet houden. [medeverdachte 2] zegt dat hij dat probeert, maar dat ze hem om vier uur weer in de lucht gooien. [verdachte] stelt voor om vier uur erheen te lopen en zegt: “Ja, als het dan niet is dan bel ik acuut op. Dan kapt het gewoon af.”215 Vervolgens is op de beveiligingscamera’s van de Camera Toezicht Ruimte (CTR) te Schiphol te zien dat [medeverdachte 2] om 16:42 uur komt aanlopen op de begane grond (aankomsthallen) vanuit de richting Schiphol Plaza en om 16:44 uur arriveert bij de reserverings- en ticketbalie van de KLM ter hoogte van vertrekhal 2. Om 16:47 uur wordt hij geholpen door een grondstewardess en geeft hij haar papieren, vermoedelijk geld, waarna hij om 16:50 uur papieren, vermoedelijk tickets ontvangt.216 Met betrekking tot de boekingscode (PNR) [code 2] blijkt dat er op 20 februari 2014 twee retourtickets zijn gekocht voor vlucht KL1721 op 23 februari 2014 van Amsterdam naar Brussel voor de passagiers [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] waarbij het telefoonnummer van [medeverdachte 2] is opgegeven.217 Vervolgens belt [medeverdachte 2] om 16:55 uur naar [verdachte] en geeft hij door dat hij ze heeft en ze nou gaat afgooien.218 Om 17:54 uur belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 4] en zegt: “Ik heb wat voor je snap je dat.” [medeverdachte 4] heeft tijd en [medeverdachte 2] vraagt waar [medeverdachte 5] is. [medeverdachte 5] is in Rotterdam. [medeverdachte 2] regelt het met [medeverdachte 4].219 Om 18:15 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3]. [verdachte] is op dat moment in Rotterdam en vraagt: “Kun jij even naar opa bellen dat hij die telefoon op vat want ik ben hem allemaal aan het bellen maar hij pakt de telefoon niet op. [medeverdachte 3] zegt dat hij naar hem toe rijdt.220 Drie minuten later belt [verdachte] naar [medeverdachte 3]. [verdachte] is nog steeds in Rotterdam en zegt: “Ik heb hem aan de lijn maar dat is een halve idioot volgens mij die wil over Frankfurt terug komen.” [medeverdachte 3] reageert: “Nee man godverdomme ik ga bellen. Hoe bedoel je nou.” [verdachte] zegt: “Ja hij moet over Jamaica (…) Maar hij zegt tegen mij over Frankfurt.”221 Om 18:23 uur zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 3]: “Jawel jawel ik heb hem aan de lijn nu, ik heb hem nu aan de lijn.”222 Uit de historische verkeersgegevens van het Dominicaanse nummer 1-8494030750 blijkt dat op 20 februari 2014 om 18:15 uur en 18:25 uur gesprekken worden gevoerd met het Nederlandse nummer -8453. Het Nederlandse nummer straalt op die momenten een zendmast in Rotterdam aan.223 [koerier 5] heeft verklaard dat het Dominicaanse nummer van hem is.224 Om 18:29 uur is [verdachte] nog steeds in Rotterdam en belt hij met [medeverdachte 3]. Op de achtergrond is wederom een Spaans sprekende man met een Dominicaans accent te horen. [verdachte] zegt: “Ik heb hem aan de lijn gehad maar hij praat Belgs ik kan hem niet verstaan. (…) Want hij moet boeken via de computer (…) Ja er is er eentje bij maar hij had al gezegd oke via Frankfurt. (…) Ja ik zeg je moet van JET AIR FLY en en..” [medeverdachte 3] zegt dat hij over 10 minuten bij opa is. [verdachte] zegt dat hij naar een computer moet gaan, want ‘hij’ heeft een mastercard bij zich en dan boekt hij via de computer. Op de achtergrond vraagt de Spaans sprekende man: “Kan hij niet naar het vliegveld gaan? Waar is hij nu op dit moment? Op welke plaats? In Punta Cana?” [verdachte] zegt dat de man in Punta Cana is. De Spaans sprekende man zegt dat hij een taxi moet pakken en naar het vliegveld moet gaan.225 Twee minuten na dat gesprek bellen [verdachte] en [medeverdachte 3] weer en zegt [verdachte] dat de man naar het vliegveld moet gaan. [medeverdachte 3] vraagt: “Ik laat hem bellen hier maar luister maar als vol is voor zaterdag moet hij dan zondag doen.” [verdachte] antwoordt: “Nee dat gaat niet meer alles is geregeld dat gaat niet meer, zondag.”226

Uit het vliegschema van vlucht JAF601/JAF602 blijkt dat er wekelijks op zaterdag om 12:55 uur een vlucht van Jet Air Fly gepland staat van Punta Cana (Dominicaanse Republiek) via Montego Bay (Jamaica) en op zondag om 06:10 uur aankomt op de luchthaven te Brussel (België).227

Op 20 februari 2014 om 18:48 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] die zegt dat hij bij opa is. [verdachte] zegt dat de man het niet begrijpt en naar het vliegveld moet gaan, want er is nog maar één stoel. [medeverdachte 3] zegt dat hij het de man al heeft gezegd. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 3] anders het nummer van zijn mastercard moet doorgeven en dan gaat [verdachte] voor hem boeken.228 Vervolgens belt [verdachte] met [medeverdachte 2] om 18:54 uur en vraagt hem of hij de papieren van die vent in zijn zak heeft zitten.229 Om 18:56 uur neemt [medeverdachte 3] contact met [verdachte] op en zegt tegen hem dat de man het weet want ze zijn bij hem en ze zijn onderweg naar het vliegveld. [verdachte] zegt dat de man over Frankfurt wilde waarop [medeverdachte 3] zegt: “Ik sta hier bij hem. Hij weet ook dat er maar één plaats is.” [verdachte] zegt: “Zeg maar tegen opa als die het niet goed doet dan maak ik hem blank. Haahaa.”230 Daarna neemt [verdachte] om 20:02 uur contact op met [medeverdachte 2] en vraagt: “Hey kun jij een reis boeken voor mij nu meteen.” [medeverdachte 2] zegt dat hij in de auto zit en er met twintig minuten is.231 Vervolgens belt [medeverdachte 2] om 20:23 uur naar [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) en zegt tegen hem dat hij hem dringend nodig heeft en vraagt of hij daar internet heeft.232 Om 20:25 uur belt [betrokkene 2] naar [medeverdachte 2] en zegt dat zijn zijdeur open is. Zijn telefoon straalt een zendmast in Culemborg aan.233 Om 20:40 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] en zegt dat ze er niet uitkomen. [verdachte] vraagt: “Heb jij iemand die dat kan boeken?” [medeverdachte 2] zegt: “Ja daar ben ik nu en die ga ik nou proberen (…) Die heeft er meer verstand van als ik snap je.” [verdachte] zegt dat iemand moet boeken en dat het geen probleem is dat [verdachte] betaalt, want er is er nog maar eentje en anders is het weer voor niks. [verdachte] zegt: “Ja en kan hij het niet dan betaal je hem. Geen probleem krijgt die nog extra ook als die het doet maar het moet nou anders zijn we te laat.” [medeverdachte 2] zegt dat het goed komt. [verdachte] zegt: “Ja maar je moet die dingen weten van mij of niet, want het moet op hem naam geboekt worden.” [medeverdachte 2] zegt dat hij die bij zich heeft.234 Om 20:46 uur meldt [medeverdachte 2] dat ze bezig zijn en dat er zat tickets zijn. Ze kijken naar Jet Air Fly. [verdachte] zegt dat 630 de vlucht is en: “Je moet gewoon boeken op hem naam he.” [medeverdachte 2] zegt dat hij dat weet en het goed komt.235 Vervolgens belt [medeverdachte 2] om 20:54 uur met de KLM en zegt dat hij een vliegticket probeert te boeken voor een vriend van hem die op dat moment op de Dominicaanse Republiek zit en die terug moet komen maar geen geld meer heeft. [medeverdachte 2] zegt dat het de vlucht is die daar zaterdag weg gaat en zondag aankomt op Zaventem. Voorts zegt [medeverdachte 2] dat hij zaterdag wil vertrekken vanaf Punta Cana met de Jetairfly 602 rechtstreeks naar Zaventem. De KLM medewerker zegt dat hij alleen tickets kan verkopen met een tussenlanding op Parijs.236 [medeverdachte 2] belt vervolgens om 21:00 uur naar [verdachte] en zegt: “Nou die kenne het mij niet verkopen omdat het een andere maatschappij is.” [medeverdachte 2] zegt dat hij het dan contant gaat doen zoals vandaag. [verdachte] zegt: “Godnonderju dus dan moet je naar Brussel rijden omdat te gaan betalen.” Er zijn nog maar 8 stoelen. [medeverdachte 2] zegt dat hij gaat reserveren.237 Vervolgens wordt [verdachte] om 21:11 uur gebeld door [medeverdachte 2] die zegt dat hij heeft gereserveerd. [verdachte] vraagt hoe laat hij moet betalen. [medeverdachte 2] zegt: “Tussen morgenochtend 7 en morgenavond 7.”238 Om 21:46 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte]. [verdachte] zegt dat hij morgen dat papier moet brengen. Ze treffen elkaar morgen om een uur of elf bij Goudreinet. [medeverdachte 3] vraagt: “euh wacht even hey we hebben hem toch papieren meegegeven euh geld geld gegeven of niet.” [verdachte] zegt van wel.239 Om 23:17 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] en vraagt om het e-mailadres. [verdachte] geeft [koerier 5] apenstaartje gmail.com door, zoals het in zijn paspoort staat.240 Om 23:33 belt [verdachte] weer naar [medeverdachte 2] en vraagt of hij kan bellen naar nummer 001849403075.241 Het Dominicaanse nummer 001849403075 is in gebruik bij [koerier 5].242 Daarop belt [medeverdachte 2] om 23:39 uur en 23:43 uur naar [koerier 5].243 Kort voor middernacht op 20 februari 2014 om 23:49 uur belt [medeverdachte 2] nogmaals naar [koerier 5]. [koerier 5] vertrouwt hen. [medeverdachte 2] zegt: “Ja maar ik heb sowieso voor je ehm gereserveerd en ehm ik kan als het echt moet kan ik morgen zelf nog gewoon in Brussel gaan betalen. (…) Dus je komt sowieso terug.”244 Om 23:52 uur bellen [medeverdachte 2] en [verdachte] en zegt [verdachte]: “En hij moet maar 1 ticket, want anders verliezen we weer alles.”245 Om 23:54 uur belt [medeverdachte 2] naar [koerier 5] die zijn creditcardnummer doorgeeft.246

21 februari 2014

Op 21 februari 2014 om 09:40 uur belt [medeverdachte 2] naar [koerier 5] en zegt dat hij het nu voor [koerier 5] gaat regelen. [koerier 5] hoopt dat er plaatsen vrij zijn.247 Om 10:36 uur belt [medeverdachte 3] met [verdachte] die zegt dat hij nu gaat rijden. [medeverdachte 3] vraagt hem of hij er om 11:30 uur is. Ze zien elkaar zo.248 Om 10:40 uur wordt de Mercedes van [medeverdachte 1], voorzien van het kenteken [kenteken 4], bij de grensovergang tussen Nederland en België op de autosnelweg A67 te Bladel gefotografeerd. Op de foto is te zien dat de bijrijder een roze kleurig shirt draagt.249 Dit shirt komt overeen met het door [medeverdachte 2] op 20 februari 2014 te Schiphol gedragen shirt.250 Om 11:46 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [verdachte] die zegt: “Het is stom dat je naar Brussel bent gegaan he, je kunt gewoon vlak over de grens naar euh een reisbureau gaan.” [medeverdachte 2] zegt dat dit had gekund, maar: “nou lopen we hier al toch.”251

Door het observatieteam van de KMar wordt op 21 februari 2014 tussen 11:40 uur en 12:17 uur een ontmoeting waargenomen tussen [verdachte], [betrokkene 3] en [medeverdachte 3] in restaurant “De Wildenberg” van restaurantketen “De Goudreinet” te Weert. Tijdens de ontmoeting overhandigt [medeverdachte 3] een wit pakketje aan [verdachte] die naar het pakketje kijkt en het pakketje vervolgens aan [betrokkene 3] geeft. Zij kijkt herhaaldelijk om zich heen en stopt het pakketje daarna in haar tas.252 Tijdens voornoemde ontmoeting vraagt [medeverdachte 3] aan [verdachte]: “Is dat dan totaal?” [verdachte] antwoordt: “Nee, dat is 20000 duizend dat is 20, maar.. ik moet 20 afgeven daarom.” [medeverdachte 3] vraagt of dat wel klopt. [verdachte] zegt: “Dat is 15000 dollar dan hebben we.. nee twee. Maar.” [medeverdachte 3] reageert: “Maar eentje kost tien duizend?” [verdachte] antwoordt: “is vijftien duizend dollar, is elf duizend en een beetje. Eén.” [medeverdachte 3] zegt dat het wel veel voor één is. [verdachte] zegt dat het vroeger zeven duizend dollar was: “Ja zeven en een half duizend dollar en nu is die vijftien duizend dollar.. volgens hun.” Later zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 3]: “Alsjeblieft neem wat voor mij mee, er staat er staat een persoon te wachten. Geef dat af voor mijn en je krijgt van mijn een gratis vakantie.” Voorts zegt [medeverdachte 3] tegen [verdachte]: “Maandag gooien we die dingen weg (…) Want uh ik heb wel op mijn telefoon laten bellen.” [verdachte] reageert: “O ja ja, maandag? Zondagmorgen. (…) Zo het kanaal in.” [verdachte] zegt dat hij dinsdag gaat vliegen en pas na de carnaval terug is. Dan zegt hij tegen [medeverdachte 3]: “Als ik dan daar ben en ik heb goede afspraken gemaakt. Dan kun jij 1 van de 2 wie je hebt daar naartoe sturen. Dan kun je hem daar naartoe sturen. Dan vang ik hem persoonlijk op (..) Dan zorg ik er persoonlijk voor dat hij in een goed resort komt.”253

Later tijdens deze ontmoeting:

[verdachte]: Ja, weet hij wat wij gaan doen, die vent? Weet hij dat precies?

[medeverdachte 3]: Ik weet niet of ze iets afgegeven .. (ntv)

[verdachte]: Nee nee nee hij mag nee hij nee hij moet het niet afgeven.

[medeverdachte 3]: Nee nee luister hij moet het toch afgeven?

[verdachte]: Ja, nee, buiten. Hun lopen met hun mee naar buiten. Tot hij door de deur is en dan kan hij zijn eigen ding doen, maar hij moet die vent moet het buiten niet afgeven. Ik stond er bij en jij stond er ook bij.

[medeverdachte 3]: Ja maar (ntv) weg gebracht of (ntv)

[verdachte]: Nee gewoon met hun mee, hij loopt met hun mee door de douane tot, tot ver na de douane. En dan mag hij weer verder lopen, ze werken normaal buiten.

[medeverdachte 3]: Ja maar als ze ons dadelijk er uitpakken?

[verdachte]: Dat hoeft toch niet. Dat zijn toch geen mensen van daar. Hoe moet ik dat nou uitleggen. Kijk als hier nou die band is, dan komt hij hier naar beneden. Hij wacht hier, dan komt hier die mensen komt eraan. Ja, die pikt hem op en hier is meteen hier door daar is meteen de douane.

[medeverdachte 3]: Is dat douane?

[verdachte]: Ja, ja klaar. Ja nou en hij moet met hun meelopen tot daar. Tot zover, de deur dat hij buiten is. En dan kan hij links, kan ie rechts, om de bocht en naar beneden. Ja? Hij moet naar zijn auto lopen natuurlijk. Want die vent die is terug, die moet hem buiten niet afgeven.

[medeverdachte 3]: O, maar wacht heel even?

[verdachte]: Ja want anders kom ik nog wel.

[medeverdachte 3]: Nee nee nee

[verdachte]: Dat ik moet vertellen tegen opa.

[medeverdachte 3]: Nee nee nee dat hoef je niet te vertellen. Maar ik dacht dat uh dus die man die ze daar oppikte is "douanebeambte'" ofzo?

[verdachte]: Ja ja

[medeverdachte 3]: Dus dat is er een die daar werkt of euh? (klinkt als)

[verdachte]: ja, dat vraag ik me af (ntv)

[medeverdachte 3]: oké ..

[verdachte]: Die brengen hem naar buiten.

[medeverdachte 3]: Ja ja natuurlijk.

[verdachte]: Hij moet daar wachten tot hun er zijn.

[medeverdachte 3]: Ja

[verdachte]: Hij krijgt een telefoon van mij, die man komt nu langs jou.

[medeverdachte 3]: nou ja als ik er (ntv)

[verdachte]: Ja maar er lopen er meer rond dus dan uuh. Ja er schijnt een balie achter te zijn ook, dus hij. Luister nog één keer. Als hij hier staat die Belg, komt er hier één langs hem staan, ja? Als hij langs hem staat, hij belt mij op,

[medeverdachte 3]: ja,

[verdachte]: Van ik sta er nu langs,

[medeverdachte 3]: ja,

[verdachte]: Hang ik op en ik bel hem, luister aan de rechterkant langs jou daar staat een meneer, loop met hem mee naar buiten.

[medeverdachte 3]: Dan word dat niet zoals in Zwitserland hè!

[verdachte]: Twee .. , nee joh. Nee dat ging anders

[medeverdachte 3]: Nee maar ik bedoel dat ie echt van dat ene moet.

[verdachte]: Ja

[medeverdachte 3]: Wacht effe als hij eenmaal daar is, moet hij daar wachten? Die vent die naast hem staat, belt jou op.

[verdachte]: Die belt mij op. Ja maar hij heeft bagage mee heb ik begrepen he, dat moet hij laten liggen hè. Hij moet daar niet mee (ntv). Hij moet zijn bagage gewoon laten liggen. Die pikt hij naderhand op.

[medeverdachte 3]: ok

[verdachte]: Anders kan . . daar kan goed een uur verschil in zitten. Snap je?

[medeverdachte 3]: Ja.

[verdachte]: snapt te?

[medeverdachte 3]: O zo.

[verdachte]: Ja

[medeverdachte 3]: Ok ken die ophalen of euh ..

[verdachte]: Tuurlijk gaat dat, rijden hun wel mee. Geen probleem. En anders kom ik morgen gewoon en dan leg ik dat allemaal uit.254

Vervolgens wordt de Mercedes van [medeverdachte 1] op 21 februari 2014 om 12:56 uur weer gefotografeerd bij de grensovergang tussen Nederland en België op de autosnelweg A67 te Bladel waarbij in de auto ogenschijnlijk dezelfde inzittenden zaten.255 Op 21 februari 2014 stuurt [verdachte] om 13:32 uur een sms-bericht naar [medeverdachte 3]: “016506194”256 waarna [verdachte] aangeeft: “Dat nummer moet je aan opa doorgeven, dat je dat even doorbelt. Op dat nummer moet je de tic… ehh… dinges ophalen.”257 Daarna wordt [verdachte] om 14:55 uur gebeld door [medeverdachte 1] die zegt dat hij op de afslag daar is. Vervolgens komt [medeverdachte 2] aan de lijn en vraagt aan [verdachte] of hij hun wil bellen want ze zijn er en rijden op de afslag Rotterdam.258 [verdachte] stuurt om 14:57 uur een ping bericht naar El Grande: “Mijn zoon is beneden.”259 Door de KMar wordt vervolgens gezien dat de Mercedes van [medeverdachte 1] om 15:16 uur geparkeerd staat ter hoogte van de centrale in- en uitgang van de Teldersweg te Rotterdam. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ontmoeten om 15:26 uur een man met een licht getint uiterlijk.260

22 februari 2014

Uit een bestelbon van Hostess Zaventem blijkt dat op naam van [koerier 5] een reis is geboekt voor vlucht JAF602 op 22 februari 2014 vanuit Punta Cana (Dominicaanse Republiek) via Montego Bay (Jamaica) naar Brussel. Bij die Belgische boeking is het Nederlandse nummer -6780 als contactnummer opgenomen.261 Dit nummer behoort toe aan [medeverdachte 2].262

Op 22 februari 2014 om 14:16 uur heeft [medeverdachte 3] contact met [verdachte] en zegt dat hij bij opa is, maar ze zijn nog niet bij ‘hem’ geweest. [medeverdachte 3] vraagt of de man met de taxi moet of dat hij wordt opgehaald.263 Om 14:17 uur ontvangt [verdachte] een telefonisch verzoek van [medeverdachte 2] om hun/hem even te bellen dat hij er is. De telefoon van [medeverdachte 2] straalt op dat moment een zendmast aan in Rotterdam.264 Om 14:24 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] en vraagt: “Hoe zit het nou moet hij daar blijven wachten nog op een andere of..” [medeverdachte 2] gaat dat vragen en is nog in Rotterdam. [verdachte] zegt [medeverdachte 2] te bellen: “en anders dat ze die chauffeur iets laten weten dat ie moet gaan.”265 Om 14:27 uur wordt [verdachte] gebeld door [medeverdachte 3] die meldt: “He hij heeft een taxi genomen he. Anders haalt hij dat niet. Want… (…) hij moet dat ding afhalen en dat is maar op bepaalde uren open. (…) Dan komen ze daar wel bij hem he?”266 Om 14:33 uur bellen [medeverdachte 2] en [verdachte] en zegt [medeverdachte 2] dat hij nog bij hun in Rotterdam is. Ze hebben tegen [medeverdachte 2] gezegd dat het erom gaat dat het gewoon te duur is en dat ze kijken waar vandaan het wel kan. [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 2] het papier in zijn zak te houden. [medeverdachte 2] geeft door: “het kan zijn van waar hij eigenlijk euh euh heen gaat zeg maar (..) Waar die tussenin zit waar die even moet wachten (..) Dat daar vandaan misschien iets lukt. (…) Als die oude man terug komt dan gaat ie toch via iets. (..) Waar die mensen bij laait zeg maar. (..) Nou daar vandaan dat gaan ze proberen. (..) Hij is de prijs daar aan het vragen.” [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 2] dat ‘hun’ die chauffeur moeten bellen, want ze kunnen het niet maken een mens zomaar te laten zitten. [medeverdachte 2] zegt dat die man nog € 4.000,- op zijn creditcard rood kon staan en zelf ook iets kan betalen. [medeverdachte 2] beaamt dat ze hem moeten bellen dat het niet doorgaat.267 Om 15:57 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en zegt dat de man wilde gaan inchecken maar geen ticket heeft. Ze gaan straks naar hem toe, zodat hij kan inchecken. [verdachte] zegt dat de man gewoon naar de balie kan gaan.268 Om 14:59 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte]. [medeverdachte 2] is in Rotterdam. [verdachte] zegt: “Ja en anders moet ie maar over Ned terug gaan.” [medeverdachte 2] antwoordt: “Ja maar ja euh slechte oplossing.”269 Op 22 februari 2014 om 15:08 uur is [medeverdachte 2] nog in Rotterdam en zegt tegen [verdachte] dat hij overleg heeft gevoerd en dat zij hem daar wel kunnen houden in één van hun huizen. [verdachte] zegt dat hij daar dan maar moet wachten en vraagt aan [medeverdachte 2] of zij nog wat willen doen. [medeverdachte 2] zegt dat zij nog aan het zoeken zijn.270 Om 15:09 uur belt [medeverdachte 2] naar [koerier 5] die al op de luchthaven is. [koerier 5] zegt dat die mensen niet op komen dagen en dat hij over 15 minuten moet inchecken. [medeverdachte 2] zegt dat hij niet hoeft in te checken. [koerier 5] zegt dat hij binnen 15 minuten binnen moet zijn. Hij staat er al drie kwartier, maar hij heeft geen ticket terwijl dat al is betaald. [medeverdachte 2] zegt tegen [koerier 5] dat ze het nu aan het regelen zijn en dat hij zo wordt opgehaald en dat [koerier 5] niet moet vertrekken. [koerier 5] zegt: “Ja ja binnen een kwartier vertrek ik he met of zonder!” Daarop zegt [medeverdachte 2]: “Oke maar dat is niet mogelijk snap je. Kijk we zijn het nu aan het regelen. Maar jij wordt gewoon dadelijk door hun opgehaald en dan ga je met hun mee. Op de airport. (…) Jij wordt zo opgehaald door hun, jij blijft nog even bij hun.”271 Daarop belt [medeverdachte 2] om 15:09 uur naar [koerier 5] en zegt: “Maar uuh jij gaat met een andere vlucht mee.” [koerier 5] zegt dat zijn koffer al weg is, want die moest naar binnen. [medeverdachte 2] vraagt of hij zijn koffer nog terug kan halen. [koerier 5] zegt: “Dan moet iemand mijn dinges.. ik heb een ticket daar natuurlijk, mijn adres staat erop maar mijn koffer is al onderweg naar Brussel.” [medeverdachte 2] zegt dat het maar om een paar dagen gaat. [koerier 5] zegt dat hij zonder geld zit en zelfs geen geld heeft voor een taxi. [medeverdachte 2] antwoordt: “Nee, nee nee maar dat hoeft ook niet want je wordt dadelijk door hun opgehaald en dan ga je met hun mee.”272 Vervolgens belt [verdachte] om 15:26 uur naar [medeverdachte 2] die doorgeeft dat [koerier 5] daar blijft. Ze sturen hem zo geld, zodat hij één nacht in een hotel kan slapen en dan wordt hij de volgende dag uit het hotel opgehaald.273

Om 15:27 uur hebben [verdachte] en [medeverdachte 3] contact. [medeverdachte 3] heeft er een naar gevoel bij, want de koffer van [koerier 5] was al afgegeven. [verdachte] zegt dat hij er dinsdag zelf heen gaat en dat hij het amateuristisch vindt hoe het allemaal is gegaan.274 Om 15:31 uur meldt [medeverdachte 3] aan [verdachte] dat [koerier 5] daar wel wil blijven en of ze hem geld komen brengen. Ook moeten ze hem op komen halen. [verdachte] vertelt dat ze [koerier 5] nu geld sturen. [medeverdachte 3] vraagt of het niet link is dat die naam al twee keer niet is gegaan. [verdachte] zegt dat het niet link is, want het is van hieruit geboekt. [verdachte] zegt dat hij dinsdag zelf daar is. Voorts meldt [verdachte] dat ze [koerier 5] vandaag geld sturen en dat hij dan een hotel kan pakken en dan wordt hij morgen opgehaald. [medeverdachte 3] zegt dat [koerier 5] daar niets meer heeft, want zijn koffer is al weg.275 Om 15:48 uur meldt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] dat het niet door gaat. [medeverdachte 1] zegt: “En nou volgende week.” [medeverdachte 2] zegt dat dat allemaal nog niet zeker is en dat hij nog steeds in Rotterdam is.276 Vervolgens hebben [verdachte] en [medeverdachte 2] om 15:52 uur weer contact. [verdachte] zegt dat hij ervoor moet zorgen dat ze [koerier 5] in een resort stoppen en niet in een ‘hotelleke’, want het is een nette man die netjes behandeld moet worden: “En maak dat maar duidelijk, hij moet in een resort komen als je iemand moet laten wachten moet je goed zijn voor die mensen, die mensen leveren ons geld op (…) Enne nou helemaal het is nou al twee keer euh waar het nou euh verschoven ja.”277 Vervolgens neemt [koerier 5] om 18:34 uur contact op met [medeverdachte 2]. [koerier 5] meldt dat hij nog steeds op de luchthaven aan het wachten is en er nog niemand is gekomen om hem op te halen. [medeverdachte 2] zegt dat ze hem geld gaan sturen voor één nacht in een hotel. [koerier 5] zegt tegen [medeverdachte 2] dat ze op de luchthaven niet blij met hem waren, want het hele vliegtuig moest leeg worden gehaald voor zijn koffer.278 Om 19:44 uur meldt [koerier 5] aan [medeverdachte 2] dat hij een hotel genaamd “Barceloo” met een accent op de O te Punta Cana heeft gevonden. Het is niet goedkoop, want het kost 319 dollar per nacht.279 Vervolgens neemt [medeverdachte 2] op 22 februari 2014 om 20:11 uur contact op met [medeverdachte 4] en zegt: “O, he luister dan, morgen hoef je niet weg te gaan. Wordt een paar dagen later”. Volgens [medeverdachte 2] wordt het of maandagochtend of een ander weekend. [medeverdachte 4] vraagt aan [medeverdachte 2] of [medeverdachte 5] het al weet waarop [medeverdachte 2] zegt dat ze niet opnemen.280 Drie minuten later neemt [medeverdachte 4] contact op met [medeverdachte 2] en zegt dat hij [medeverdachte 5] heeft gesproken. [medeverdachte 4] vraagt of het zeker is dat morgen niet doorgaat, zodat niet opeens blijkt dat [medeverdachte 2] staat te wachten. [medeverdachte 2] geeft aan dat het niet door gaat en dat hij zelf contact opneemt als hij een nieuwe dag weet.281 Om 20:15 uur belt [medeverdachte 2] naar [betrokkene 6] die haar vader al heeft gesproken. Hij geeft aan dat er nieuwe tickets geregeld moeten worden, maar: “ik wil sowieso dat [medeverdachte 5] meegaat. (…) Ik vraag eerst.. kijk als ik [medeverdachte 5] vrij kan krijgen.. oke.. anders wordt het gewoon het weekend.” [medeverdachte 2] gaat 100% proberen te regelen dat [medeverdachte 5] meegaat.282 Diezelfde avond om 20:34 uur wordt [medeverdachte 2] weer opgebeld door [koerier 5] die meldt dat hij in hotel Barceloo zit en geeft het adres Bavara/Bavaro Punta Cana Igaly door.283 Hotel Barceló Punta Cana is gevestigd aan de Playa Bávaro te Punta Cana op de Dominicaanse Republiek.284

23 februari 2014

Op 23 februari 2014 om 14:58 uur belt [koerier 5] naar [medeverdachte 2] en vraagt aan hem of hij om 12 uur naar buiten moet.285 Om 15:04 uur geeft [koerier 5] aan [medeverdachte 2] door dat ze moeten vragen naar [koerier 5] van kamernummer 1004.286 Vervolgens geeft [medeverdachte 2] om 15:21 uur aan [verdachte] door dat die oude man heeft gebeld en hij om twaalf uur van zijn hotelkamer moet.287 Daarop wordt [verdachte] om 17:16 uur gebeld door [medeverdachte 3] die aangeeft dat ‘hij’ van de kamer af moet en geen geld heeft, dus [verdachte] moet geld overmaken.288 Om 17:28 uur belt [verdachte] met een Spaans sprekende man met een Dominicaans accent. [verdachte] vraagt: “Wat is er aan de hand met de chauffeur?” De man zegt: “Ze zeggen tegen mij dat de chauffeur niet daar is.” [verdachte] geeft aan dat de man nog in Punta Cana is, maar naar een ander hotel is gegaan. De Spaans sprekende man zegt: “Die Gordo gaat hem bellen.” [verdachte] zegt: “Hij heeft tot gisteren zitten wachten. Je mensen hadden gezegd dat ze geld naar hem zouden sturen. Niemand heeft naar hem gebeld, ook geen geld en vanochtend was niemand gekomen. En nu belt zijn broer naar mij. (…) Bel hem en bel mij daarna, als hij niet opneemt, bel ik naar zijn broer. Hij is een heel oude man. Hij is 74 jaar oud. En ik wil hem niet kwijt, want hij is een fantastische man voor ons. Hij verdient het geld voor ons.”289 Om 17:32 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt [medeverdachte 3] dat hij door gaat geven dat hij zijn telefoon moet oppakken.290 Om 18:15 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en zegt dat ze persoonlijk onderweg naar ‘hem’ zijn en geld bij zich hebben.291 Om 19:23 uur belt [koerier 5] naar [medeverdachte 2] en geeft aan dat hij zojuist iemand heeft gesproken die niet langskomt, maar gaat betalen via Western Union Express. Het hotel kost 390 dollar. [koerier 5] zegt dat diegene tegen hem zei dat hij morgen wordt opgehaald om naar de luchthaven te gaan en vraagt aan [medeverdachte 2] of dit klopt. [medeverdachte 2] zegt dat hij daar niet over de telefoon over kan praten.292 Om 22:41 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en deelt hem mede dat ze die jongen op straat hebben gezet. Er is helemaal niemand bij hem langs geweest, hij heeft helemaal niets meer en kan geen kant op. Opa heeft geld proberen over te maken vanuit Luik, maar dat gaat niet: “Ja die man heeft helemaal niks meer die staat daar die kan helemaal geen kant uit. Dus dat gaat zo ie zo niet meer door he snap je?”293 Vervolgens belt [verdachte] naar [medeverdachte 2]: “Die euh chauffeur die is op straat, die is uit het hotel geknikkerd en er is helemaal niks geregeld er is niemand geweest.” [medeverdachte 2] zegt dat [koerier 5] tegen hem zei dat hij geen tegoed meer op zijn creditcard heeft en 400 dollar moest betalen voor de hotel overnachting.294

24 februari 2014

Op 24 februari 2014 om 10:28 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte]. [verdachte] zegt dat hij in ieder geval nog een hotel heeft kunnen regelen.295 Vervolgens belt [verdachte] om 13:13 uur naar [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] zegt dat het hem verstandiger lijkt dat ‘hij’ terug komt. [medeverdachte 3] vindt het niks meer. Het is allemaal veel te gevaarlijk en er is teveel paniek geweest en teveel gebeld.296 Om 13:30 uur stuurt El Grande een aantal pingberichten naar [verdachte]: “Gordo zegt dat u hem wat geld moet sturen aan de chauffeur zodat hij kan gaan eten. En dat hij moet wachten, vandaag wordt hij opgehaald. Zeker.” Om 15:13 uur ontvangt [verdachte] twee pingberichten van El Grande: “Vriend die chauffeur wil dat hem 500 dollar wordt gestuurd. Stuur hem dat geld want de vriend van mij zoek een plek voor hem om te slapen daar.”297 Om 15:53 uur belt [koerier 5] naar [medeverdachte 2]. [koerier 5] vraagt of hij het hotel moet bijboeken voor een nacht. Zijn broer heeft hem geld overgemaakt. [medeverdachte 2] zegt dat het niet hoeft.298 Ondertussen stuurt [verdachte] om 15:57 uur naar El Grande: “Wanneer kom je vriend, want de chauffeur belde en hij heeft niemand gezien tot nu toe.” El Grande antwoordt: “De chauffeur en mij vriend praten door de telefoon met elkaar (..) De chauffeur zegt dat hij geld wil hebben. 500 dollar. U stuurt hem het geld. Dat mij vriend gaat zoeken waar hij gaat wonen.”299 Om 16:00 uur bellen [medeverdachte 2] en [verdachte] met elkaar waarbij [verdachte] zegt dat er een puinhoop van wordt gemaakt.300 Om 16:03 uur ontvangt [verdachte] een pingbericht van El Grande die hem vraagt: “Heeft u vandaag met de chauffeur gesproken.” [verdachte] antwoordt: “Ja mijn mensen.”301 Om 16:05 uur belt [verdachte] naar de Spaans sprekende man met een Dominicaans accent. De man zegt dat Gordo met de chauffeur heeft gebeld. De man geeft Gordo aan de telefoon die zegt: “Luister mijn broer heeft met hem gesproken en hij wil dat zij hem 500 dollar komen brengen. Begrijpt u? Mijn broer gaat nu naar de hoofdstad om met de mensen te praten en hem gaan ophalen van het hotel en hem meenemen naar een huis zoals wij met elkaar hadden afgesproken. Hij moet niet denken dat hem alles gegeven kan worden waar hij naar vraagt. Begrijpt u?” [verdachte] vraagt wat er nu met de chauffeur gaat gebeuren. Gordo zegt: “Goed, luister! De dag dat ik met die jongen heb gesproken had ik begrepen dat het beste was om alles terug te draaien (…) maar Gordo zei tegen mij van niet dat….”302 Later om 18:15 uur belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en geeft hem door dat hij er is. [verdachte] geeft aan dat hij eraan komt.303 Om 19:31 uur spreekt [koerier 5] een voicemailbericht in bij [medeverdachte 2]. Hij heeft een taxi genomen naar Hotel Flamboyant op enkele kilometers van Punta Cana.304

26 februari 2014

Op 26 februari 2014 om 18:38 uur geeft [medeverdachte 1] het nummer 0018297739259 aan [medeverdachte 3] door.305 Daarop belt [medeverdachte 3] om 18:46 uur naar voormeld Dominicaanse nummer van [verdachte]. [verdachte] zegt: “Uh ik heb eerst heb ik een lang gesprek gehad met dinges hier met die vriend van mij. (...) En ook raad gevraagd. Hij zegt het beste wat je kan doen is zorgen dat die man naar huis komt want er is teveel gewisseld iedere keer.” [verdachte] zegt dat hij ervoor zal zorgen dat die jongen zo vlug mogelijk terugkomt.306 Om 19:49 uur belt [medeverdachte 2] naar het Dominicaanse nummer. [verdachte] zegt: “Want je moet kijken voor een terugvlucht voor die vent (…) Zo vlug mogelijk (…) Ja dat moet geregeld worden. Dus misschien dat je naar Brussel moet.” [medeverdachte 2] zegt dat hij het morgenochtend gelijk kan doen.307

27 februari 2014

Op 27 februari 2014 om 12:38 uur belt [verdachte] vanuit de Dominicaanse Republiek naar [medeverdachte 2] en zegt dat ‘Flakko’ nu aan de gang is: “Je moet voor mij als het ken naar Brussel toerijden, kijken of je die vent een ticket kan boeken (…) of reserveren (…) wanneer dr plaats is, of in ieder geval zo snel mogelijk..uhh, waarover, overstappen, maakt in ieder geval niets uit, als die man maar zo snel mogelijk weg is hier.”308 Vervolgens belt [verdachte] om 12:42 uur naar [medeverdachte 1] en zegt: “Er moeten misschien tickets geboekt worden. (…) En dan zeg ik jou wel hoe je dat geld uuh “komt”309 Daarna belt [verdachte] om 14:31 uur naar [medeverdachte 2]. Een los ticket terug met Aeroflot € 533,- kost. Dat is voor overmorgen, zaterdag, naar Parijs, Amsterdam of Brussel.310 Om 15:34 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] en zegt: “Uh luister laat hun maar boeken nu en dan kan jij naar Richelle toe gaan. Ja? Jij hebt de sleutel bij van uh je weet wel van dat ding he? (…) En haal er 600 af. (…) Doet gij maar boeken hier. Ja hij mag niets weten en niets zien, he.”311 Vervolgens belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] en zegt dat ie die van morgen moet hebben. [medeverdachte 2] zegt dat die van morgen € 1.000,- is. [medeverdachte 1] zegt dan maar die naar Düsseldorf.312 Om 15:39 uur belt [medeverdachte 1] met [verdachte] die zegt dat het die van morgen moet zijn en dat Düsseldorf goed is.313 Vervolgens belt [verdachte] om 15:42 uur naar [medeverdachte 3] en zegt tegen hem dat de eerste mogelijkheid morgen is, maar dan komt ie op Düsseldorf aan. [medeverdachte 3] zegt dat hij naar opa gaat bellen, dan haalt die hem maar op.314 Op 27 februari 2014 om 15:43 uur belt [medeverdachte 2] naar [betrokkene 5] en vraagt: “Ken u die eh foto weetjewel met die gegevens eh kun je daar een fotootje van maken en effe naar mij toe appen? (…) Ok want dan heb ik z’n gegevens want ik moet even een ticketje voor die beste man boeken.” [betrokkene 5] laat weten dat zij dat kan doen.315 Direct daarop belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] en zegt tegen hem dat hij die van Düsseldorf kan boeken. [medeverdachte 2] zegt dat hij dan een foto van de boeking zal maken en zal doorsturen. Hij geeft aan dat hij het paspoort van de man bij zich heeft. [verdachte] zegt dat het probleem nu dan is opgelost.316 Om 15:46 uur ontvangt [medeverdachte 2] vervolgens van [betrokkene 5] een foto op zijn telefoon van de personaliabladzijde van het paspoort van [koerier 5].317 Om 18:36 belt [verdachte] naar [medeverdachte 3] en geeft hem door dat hij om kwart voor zes landt in Düsseldorf. [medeverdachte 3] zegt dat hij dat door zal geven zodat die andere hem kan oppikken. [verdachte] zegt dat hij straks even gaat kijken welke maatschappij en dat hij dat allemaal even voor [medeverdachte 3] gaat opschrijven.318 Om 18:44 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2] en geeft [medeverdachte 2] aan dat hij het reserveringsnummer “U6…nog iets” naar [verdachte] gepingd.319 Daarop belt [verdachte] om 18:46 uur naar [medeverdachte 3] en geeft aan hem door: “AIR BERLIN AB7447 ” [verdachte] geeft aan “28, 2 om 17 uur” vertrek en “1, 3 om 6 uur 45” landt hij in Düsseldorf.320

28 februari 2014

Op 28 februari 2014 om 16:49 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] zegt dat opa blij is dat hij weer terugkomt: “Hij zegt dan hoeft hij niet al die tijd te wachten, dan kan hij een andere keer weer eens he?” [verdachte] zegt dat dat kan. [verdachte] zegt dat hij hoopt dat [koerier 5] nu een beetje geholpen is en dat hij hem elke dag belt. [medeverdachte 3] zegt daarop: “Opa was aan het zeiken (ntv) dat krijgt hij wel terug. W je wel wat hij heeft uitgegeven enzo. Ik zeg uh krijgt ie wel terug.” [verdachte] antwoordt: “Dat heb ik hem zelf al verteld dat komt allemaal goed joh.”321 Vlucht AB7447 van Air Berlin is op 28 februari 2014 om 17:21 uur vanuit Punta Cana (Dominicaanse Republiek) vertrokken.322

In de woning van [verdachte] is een boekingsbevestiging op naam van [medeverdachte 2] aangetroffen. Deze is aangemaakt op 27 februari 2014 en betreft een vliegticket met vluchtnummer AB7447 met vertrek op 28 februari 2014 om 17:00 uur vanaf Punta Cana en aankomst op 1 maart 2014 om 06:45 uur te Düsseldorf voorzien van het nummer [code] en [nummer]. Uit de bijbehorende kwitantie blijkt dat het gaat om een ticket van € 591,- behorende bij nummer [nummer] op naam van [koerier 5].323

1 maart 2014

Op 1 maart 2014 om 06:25 uur is vlucht AB7447 van Air Berlin op de luchthaven van Düsseldorf (Duitsland) geland.324 Die avond om 18:23 uur neemt [verdachte] contact op met [medeverdachte 3] die zegt: “he trouwens dat ene hadden ze d’r uitgehaald he? Weet je wel die ene hadden ze eruit gehaald he die al terug is (…) die stond in de rij hij moest meekomen.” [verdachte] zegt dat ze het dan goed hebben gedaan. [medeverdachte 3] is het daar mee eens.325 Om 18:56 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2]. [verdachte] zegt dat alles hier klaar is en ze iemand daar moeten hebben. [verdachte] vraagt: “Enne geef hem ook even die jongen euh dat nummer door van die euh euh Oosterijk (fon).” [medeverdachte 2] zegt dat hij dat nummer ook heeft.326

2 maart 2014

In de nacht van 2 maart 2014 om 01:08 uur belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] en geeft het nummer “0018092” door. [verdachte] vraagt of ze het nummer niet kunnen pingen. Op de achtergrond is te horen dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] doorgeeft dat hij zijn ping mee heeft.327 Vervolgens worden er tussen 01:10 uur en 04:29 uur diverse pingberichten verstuurd tussen de telefoon van [medeverdachte 1] met het pinnummer [pincode 2] en de telefoon van [verdachte] met het pinnummer [pincode 3]. Daarbij maakt [medeverdachte 2] gebruik van de telefoon van [medeverdachte 1]. Tussen 01:10 uur en 01:17 uur stuurt [medeverdachte 2]: “1809[nummer]”, “Hij heet Peter” en “Nederlandse man.” Tussen 04:27 uur en 04:29 uur stuurt [medeverdachte 2]: “[koerier 3]”, “1809[nummer]” en “Andre – Boca Cica.”328 Om 14:48 uur wordt [medeverdachte 2] door [verdachte] gebeld vanuit de Dominicaanse Republiek. [verdachte] zegt dat hij daar nog volop bezig is. [medeverdachte 2] vraagt hem of het er goed uit ziet. [verdachte] zegt dat die andere al was opgehouden: “Maar goed euh die andere was wel aangehouden he (…) Dus maar goed dat we dat op die manier gedaan hebben.” [medeverdachte 2] vraagt: “Ja oke en heb je die Oostenrijker al gesproken.” [verdachte] antwoordt: “Die ga ik nou bellen want ik ben in dezelfde plaats ja die ga ik dus nou bellen (…).” Later in het gesprek drukt [verdachte] [medeverdachte 2] op het hart: “Goed jongen zeg tegen je oom ook he (…) Niks door dat ding heen maar zeg dat die klaar staat.” [medeverdachte 2] zegt dat hij erheen gaat.329 Later die avond om 20:47 uur wordt [medeverdachte 2] door [verdachte] gebeld en vraagt hij: “O heb je die mensen nog gesproken daaro? (…) Had jij die mensen daar nog gesproken waar ik dat ding van door zou zet?” [verdachte] zegt dat de telefoons af staan en vraagt om een adres. [medeverdachte 2] zegt dat hij die daarbij had gestuurd: “Nee, en zijn naam en in Boca Chica.” [verdachte] zegt dat Boca Chica een dorp is en vraagt naar een straat. Voorts zegt hij: “Hij was eeuh.. Oostenrijker he want ik kan daar wel eens rond vragen in een Duits tentje.” [medeverdachte 2] bevestigt: “Jaa.. Hij is Oostenrijker ja, en en wil je weten hoe hij van zijn achternaam heet? (…) Ja, even kijken ik heb het hier bij de hand euhm, hij heet [koerier 3] (fon) [koerier 3].” [verdachte] zegt dat het morgen moet gebeuren als het goed is. [medeverdachte 2] geeft daarop aan dat hij bij zijn oom is geweest en die staat klaar.330

5 maart 2014

In de nacht van 5 maart 2014 om 00:54 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [verdachte]. [verdachte] zegt dat ze hier dadelijk voor jan lul, helemaal voor niks zitten. Als ze niks geven dan kan hij naar huis toe. [verdachte] zegt dat hij daarheen is gegaan voor een doel en dat die twee van Rotterdam er gewoon een puinhoop van maken. Later in het gesprek zegt [verdachte]: “Ja hij, hij staat klaar hier, ja? (…) Ja en dan moeten we, dan moeten we papier eh, hier brengen. Ken het allemaal moeilijk uitleggen zo.” [medeverdachte 2] zegt later dat hij mensen heeft gevonden die mee kunnen doen en die van te voren willen betalen, maar daar hebben ze niets aan, want die willen hun eigen. [verdachte] zegt dan moeten ze minimaal 5, dan is het de moeite waard. [medeverdachte 2] zegt daarop dat hij jongens heeft die zeker 3 mee kunnen doen, maar ze moeten eerst maar eens via Skype praten.331 In de avond van 5 maart 2014 om 19:29 uur neemt [medeverdachte 3] weer telefonisch contact op met [verdachte]. [medeverdachte 3] zegt dat hij bij die opa is geweest en dat hij daar morgen iets van hoort. Tevens zegt [medeverdachte 3]: “Voor wanneer moet ie even kijken of die.. snap je maar hij begon te zeiken over zijn broer ja die krijgt nog geld van euh ik zei ja moet ie even wachten heb ik hem gezegd snap je want dat heb ik ook niet want die heb 2600 uitgegeven.” De telefoon van [medeverdachte 3] straalt een zendmast in Maastricht aan.332

6 maart 2014

Op 6 maart 2014 om 18:16 uur wordt [medeverdachte 2] gebeld door [verdachte]. [medeverdachte 2] is op dat moment in Rotterdam. [medeverdachte 2] geeft de telefoon door aan twee onbekende Spaans sprekende mannen (N1 en N2) met een Dominicaans accent. Tegen N2 zegt [verdachte] dat het slecht gaat en hij vraagt aan N2 wat er met hem aan de hand is. N2 zegt dat er veel problemen zijn. Hij heeft zijn broer daar en hij heeft niets kunnen oplossen/regelen. [verdachte] zegt daarop tegen N2: “En ik heb een groot probleem met de chauffeur. Ik heb hotel en alle kosten hier betaald en hij is naar huis gestuurd.” [verdachte] zegt dat ze het dinsdag zullen bespreken als hij thuis is. N2 zegt dat hij die ‘Grande’ aan de lijn geeft. [verdachte] vraagt aan N1 of hij met Gordo spreekt. N1 zegt dat hij ‘Grande’ is en Hector heet. Daarop zegt [verdachte] tegen hem: “Okey. Kijk wie geef mij geld. Want ik ben hier gekomen voor mijn chauffeur, en ik heb hier veel moeten betalen voor de chauffeur, en ander het ticket en veel dingen.” N2 zegt tegen [verdachte] dat zijn vriend dat zou regelen.333

Verklaring [koerier 5]

[koerier 5] heeft verklaard dat hij in februari 2014, voor aanvankelijk één week, naar Punta Cana is gereisd. Zijn broer had hem verteld dat hij alleen een ticket en geen hotel had. Zijn broer heeft alles voor de heen- en terugreis geregeld en betaald. Op de Dominicaanse Republiek had hij zijn Belgische telefoonnummer bij zich, maar hij heeft daar ook een telefoon met Dominicaanse simkaart gekocht, omdat dit goedkoper is.334 [koerier 5] verklaarde voorts dat hij op de Dominicaanse Republiek drie Dominicanen in een bar heeft ontmoet die hem aan een hotel en een telefoon met een sim-kaart hebben geholpen. Later vroegen ze hem om een ‘valiesje’ mee te nemen. Hij had telefonisch contact met een Nederlander en met Dominicanen. De Dominicanen zouden hem op komen halen, maar zijn op 20, 22 en 23 februari 2014 niet komen opdagen. Geconfronteerd met het tapgesprek tussen hem en [medeverdachte 2] op 22 februari 2014 om 15:09 uur waarin hij zegt dat hij ‘vertrekt met of zonder’ verklaart hij te bedoelen hij dat hij iets moest meebrengen. De gesprekken met de Nederlandse kant gingen er altijd over dat hij niet mocht vertrekken omdat ‘het’ er nog niet was. Hij moest daar langer blijven en kon nog niet terug, omdat ‘het’ er niet was en hij daar op moest blijven wachten. De Nederlandse man vroeg hem om niet te gaan. Hij heeft de Nederlander gebeld om te vragen opgehaald te worden van de luchthaven, maar niemand kwam opdagen. De Dominicanen hebben hem enkel gezegd dat ze hem een ‘valiesje’ zouden brengen die moest hij meenemen. Ze zeiden dat alles in orde zou zijn qua veiligheid. [koerier 5] zegt dat hij niet achterlijk is, dus hij wist dat het niet om speelgoed ging. Hij dacht dat het om die rotzooi zou gaan zoals in Maastricht en had een vermoeden dat het drugs was.335

Gerechtelijke informatie [koerier 5] & [betrokkene 7]

Via een Belgisch rechtshulpverzoek kon worden vastgesteld dat [betrokkene 7] betreft: [betrokkene 7], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (België). Er bestaat gerechtelijke informatie over [betrokkene 7] inzake drugshandel en drugsbezit welke informatie dateert van 2005, 2006, 2008 en 2014.336

Verklaring [medeverdachte 4]

[medeverdachte 4] verklaarde hij met betrekking tot het incident van februari 2014 dat [medeverdachte 2] nog twee keer aan [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] heeft gevraagd of ze weer naar Brussel wilde vliegen om hetzelfde te doen, maar dat hier niets van is gekomen.337 [medeverdachte 4] verklaarde dat er voor hem en [medeverdachte 5] paspoorten zijn aangevraagd. [medeverdachte 5] kon in eerste instantie niet mee kon en [medeverdachte 4] heeft [medeverdachte 5] gebeld om het te verzetten. Het was de bedoeling dat zij een vrouw zouden ophalen. Dit zou hetzelfde gaan als in januari 2014. Zij mochten haar niet aanspreken en helemaal geen contact maken. Ze zouden nog horen wat die vrouw aan zou hebben. Die vrouw zou uit de Dominicaanse Republiek komen en het was op dat moment wel duidelijk dat het om die rotzooi ging. Later heeft [medeverdachte 4] gehoord dat die vrouw daar een vriend zou hebben en niet meer terug wilde komen. Dit heeft [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 5] verteld. [medeverdachte 5] had voor niets een vrije dag genomen en was dus voor niets thuis gebleven. [medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 4] de avond voor vertrek pas afgebeld. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] wisten voordat ze deze vlucht gingen doen dat het om deze rotzooi ging. De vrouw had daar een vriendje en wilde niet meer terug.338 Doordat de vlucht van de man niet doorging had het voor [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] ook geen zin meer om te gaan vliegen. [betrokkene 5] en [medeverdachte 4] waren in bezit van een paspoortfoto van [koerier 5], omdat dat de persoon is die zou komen. [medeverdachte 4] zou net als de vorige keer naast hem moeten staan en kon hem aan de hand van de foto herkennen.339

Verklaring [medeverdachte 5]

[medeverdachte 5] heeft ten aanzien van het incident van februari 2014 verklaard dat hij met tussenkomst van [betrokkene 6] of [medeverdachte 4] door [medeverdachte 2] is benaderd om weer naar Brussel te vliegen. Hij wist dat er tickets waren geboekt. De foto van het paspoort van [koerier 5] heeft [medeverdachte 5] wel eens eerder gezien. [medeverdachte 5] denkt dat hij die foto bij [medeverdachte 4] thuis heeft gezien als een persoon die terug moest komen. [medeverdachte 5] wist dat hij voor zo’n zelfde soort iets naar Brussel zou vliegen.340

Verklaring [betrokkene 5]

[betrokkene 5] verklaarde dat er na 2 januari 2014 nog wel twee keer sprake was geweest dat het nog een keer zou gebeuren, maar die keren gingen niet door. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] hebben beiden een paspoort aangevraagd. [medeverdachte 2] had hen na de eerste keer gevraagd om het nog een keer te doen. Het ging om een vrouw, maar dat ging niet door. De vrouw wilde niet meer terugkomen. [medeverdachte 2] had haar verteld dat de vrouw een man had ontmoet in Punta Cana op de Dominicaanse Republiek en dat ze daar ging trouwen. Ze zou niet meer terug komen. Omdat die vrouw het niet deed werd het uitgesteld. Vervolgens werd het een man. Dit werd wel heel concreet. Dit is pas de avond ervoor afgezegd. [medeverdachte 2] had al tickets voor [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] gekocht. [betrokkene 5] weet dat [medeverdachte 2] had gevraagd een foto van een paspoort van een man terug te sturen. Zij heeft dit gedaan. [medeverdachte 2] vertelde dat hij die foto van het paspoort nodig had en zij heeft dat direct doorgestuurd.341

4.3.6. Bewijsoverwegingen feiten 2 primair, 3 en 4

Cocaïne

[verdachte] heeft verklaard dat hij zich heeft beziggehouden met het smokkelen van smaragden vanuit de Dominicaanse Republiek. Dit deed hij onder anderen met Paulo, een man uit Rotterdam die ook wel El Gordo wordt genoemd en die een Dominicaanse ouder heeft. Bij de smokkel was sprake van een taak- dan wel rolverdeling. [medeverdachte 3] zou de koeriers regelen en [medeverdachte 2] zou mensen zou sturen die de persoon op de luchthaven bij Brussel (de rechtbank begrijpt: op airside) zouden ontmoeten en dan tegelijk met hem naar buiten lopen. Aldus zou [medeverdachte 2] regelen dat de smaragden van de luchthaven af zou komen en aan [verdachte] werd overgedragen.342

[verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben allen verklaard dat er sprake was van beoogde transporten vanuit de Dominicaanse Republiek naar Brussel en wat daarbij hun rollen waren. Deze verklaringen met betrekking tot de rollen die de verdachten hebben vervuld passen naar het oordeel van de rechtbank bij de hiervoor weergegeven tapgesprekken en objectieve bevindingen, zodat voldoende duidelijk is dat er sprake is geweest van een transport op 2 januari 2014 door koerier [koerier 3] en dat er voorbereidingshandelingen zijn verricht, voornamelijk met betrekking tot twee latere transporten, waarbij [koerier 4] respectievelijk [koerier 5] de beoogde koeriers waren. Verdachte betwist dat het hierbij om cocaïne ging en verklaart dat hij en zijn medeverdachten waardevolle stenen, te weten smaragden, wilden invoeren. De rechtbank acht op grond van de volgende constateringen en overwegingen bewezen dat hun gezamenlijk (voorbereidend) handelen gericht is geweest op het invoeren van cocaïne, zodat het op dit punt gevoerde verweer faalt en daarmee ook het tenlastegelegde opzet van verdachte wordt bewezen.

- Op 1 januari 2014 vond er een ontmoeting plaats bij [betrokkene 5] en [medeverdachte 4] thuis. Bij die ontmoeting waren buiten [betrokkene 5] en [medeverdachte 4] ook [medeverdachte 5], [medeverdachte 2], [verdachte] en diens vriendin aanwezig. [betrokkene 5] heeft tijdens deze ontmoeting aan [medeverdachte 2] gevraagd of de koffer die de man mee zou nemen cocaïne zou bevatten. [medeverdachte 2] heeft gezegd dat ze zich geen zorgen hoefden te maken. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] zouden niets strafbaars doen want ze namen het koffertje niet over en mochten geen contact met de koerier maken. [medeverdachte 2] heeft daarmee niet ontkend dat er cocaïne in de koffer zou zitten. Zijn reactie suggereert bovendien dat wat in het koffertje zat wel degelijk strafbaar was.

- [ medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij en [medeverdachte 5] nog twee keer door [medeverdachte 2] zijn benaderd om hetzelfde te doen, waarbij het eerst ging om een vrouw en daarna om een man (de rechtbank begrijpt: [koerier 4] en [koerier 5]). [medeverdachte 4] heeft verklaard toen te weten dat het weer om ‘dezelfde rotzooi’ ging. Dat [medeverdachte 4] met deze term verwijst naar de schadelijke eigenschappen van cocaïne, ligt meer voor de hand dan dat [medeverdachte 4] hiermee smaragden bedoelt.

- De door verdachten georganiseerde transporten werden meermalen uitgesteld en/of afgelast waardoor veel (ticket/hotel)kosten werden gemaakt. Daarnaast hebben [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] ieder € 1.000,- gekregen voor hun rol als afhalers en heeft koerier [koerier 3] voor zijn reis een bedrag van enkele duizenden euro’s ontvangen. Deze hoge (loon)kosten zijn, zoals algemeen bekend wordt verondersteld, gebruikelijk bij cocaïnesmokkel, gelet op de aanzienlijke winsten die daarmee kunnen worden behaald. Daarbij is de hoogte van de aan [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [koerier 3] uitgekeerde beloningen naar het oordeel van de rechtbank in lijn met de beloningen die afhalers respectievelijk koeriers normaliter voor een cocaïnetransport ontvangen.

- Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat [medeverdachte 2] en [verdachte] zich slechts enkele maanden voor de hier bedoelde transporten, op vergelijkbare wijze hebben schuldig gemaakt aan de invoer van 30 kilogram cocaïne vanuit de Dominicaanse Republiek.

- Uit het OVC gesprek van 21 februari 2014 blijkt voorts dat [verdachte] en [medeverdachte 3] spreken over prijzen. [verdachte] zegt dat één vijftien duizend dollar kost en dat dit ongeveer elf duizend is. Voorts zegt hij tegen [medeverdachte 3] dat de prijs vroeger zeven duizend dollar was. Voornoemde prijzen komen overeen met gangbare prijzen als het gaat om de inkoop van cocaïne in Zuid-Amerika.

- Uit ditzelfde gesprek van 21 februari 2014 blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 3] spreken over het weggooien van telefoons en de werkwijze bij het afhalen van de koeriers op de luchthaven. [medeverdachte 3] vraagt op dat punt in het gesprek aan [verdachte] of dat niet zoals in Zwitserland wordt. Op 14 december 2007 werden [verdachte] en [medeverdachte 3] in Zwitserland samen aangehouden voor de invoer van 20 kilogram cocaïne vanuit de Dominicaanse Republiek.343 Zij maakten gebruik van dezelfde modus operandi waarbij zij vanuit Düsseldorf als afhalers naar Zürich zijn gevlogen en op airside contact hebben gemaakt met de koeriers en tezamen naar buiten zijn gelopen waarna zij werden aangehouden. Uit het moment waarop [medeverdachte 3] bedoelde vraag stelt in relatie tot de verdere inhoud van het gesprek blijkt duidelijk dat het gesprek over de modus operandi ging, en niet – zoals de raadsman van [medeverdachte 3] heeft bepleit – over de smokkelwaar. Samengevat betekent dit dat [verdachte] niet alleen eerder cocaïne heeft gesmokkeld, -samen met [medeverdachte 3], op vergelijkbare wijze, vanuit de Dominicaanse Republiek-, maar dat hij zelf hiernaar verwijst op het moment dat hij met [verdachte] spreekt over de onderhavige transporten, waarbij in datzelfde gesprek ook de inkoopprijzen van cocaïne aan de orde lijken te komen.

- Koerier [koerier 3] is vanuit Dominicaanse Republiek naar Brussel gereisd. Voorts was het de bedoeling dat ook [koerier 4] en [koerier 5] als koeriers vanuit de Dominicaanse Republiek naar Brussel zouden reizen. Het is een feit van algemene bekendheid dat de Dominicaanse Republiek een bron- dan wel doorvoerland van cocaïne is en dat vanuit dit land per vliegtuig veel cocaïne naar Europa dan wel België en Nederland wordt gesmokkeld. Daar komt naar het oordeel van de rechtbank bij, dat indien een koerier afkomstig is vanuit de Dominicaanse Republiek en hij iets meeneemt dat verboden is, hij na aankomst in België vanaf het airside gedeelte van de luchthaven op heimelijke wijze (zonder contact te maken) door twee afhalers moet worden begeleid en beschermd, er al bijna verondersteld mag worden dat het de opzettelijke invoer van cocaïne betreft.

Dat [koerier 3] cocaïne heeft ingevoerd en [koerier 4] en [koerier 5] naar de Dominicaanse Republiek zijn afgereisd, waarbij het de bedoeling om cocaïne naar België te smokkelen, kan (in)direct uit hun verklaringen worden afgeleid.

Verklaring [koerier 3]

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld, dat de verklaring van [koerier 3] dient te worden uitgesloten van het bewijs. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat zij het ondervragingsrecht niet effectief heeft kunnen uitoefenen en de belastende verklaring van [koerier 3] niet op betrouwbaarheid heeft kunnen toetsen. Zij acht de verklaring van [koerier 3] onbetrouwbaar.

De rechtbank verwerpt het gevoerde verweer. De rechtbank merkt daarbij op dat juist is dat de verklaring van [koerier 3] op onderdelen niet in lijn is met de overige bewijsmiddelen, maar zij constateert echter dat zijn verklaring op voldoende wezenlijke punten wel wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Voorts is [koerier 3] nog geen drie weken na deze reis, na een kennelijk soortgelijke reis op de luchthaven Zaventem (België) als drugskoerier aangehouden omdat hij, naar eigen zeggen: ‘boleta’s’ (de rechtbank begrijpt: bolletjes) met cocaïne bij zich had344, zodat de rechtbank zijn verklaring dat hij op 2 januari 2014 cocaïne heeft vervoerd in zoverre betrouwbaar acht en tot het bewijs bezigt. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder het kopje ‘cocaïne’ stoelt de bewezenverklaring van het ten laste gelegde bestanddeel cocaïne niet uitsluitend en niet in beslissende mate op de getuigenverklaring van [koerier 3] zodat er vanwege het niet kunnen uitoefenen van het ondervragingsrecht evenmin reden is om zijn verklaring van het bewijs uit te sluiten.

Alternatief scenario verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij de contactpersoon voor het smokkelen van smaragden kende uit de gevangenis in Zwitserland, waar hij twee jaar tegelijk met deze persoon gedetineerd was. Een achternaam van deze persoon kent verdachte niet en ook niet de afdeling waar hij toen zat. Er is volgens verdachte telefonisch contact met hem opgenomen, maar een telefoonnummer kan verdachte niet geven. Volgens verdachte zou hij eind 2013 contact met deze man hebben gehad in Rotterdam, maar verdachte weet niet waar dat was. Van smaragden, zo verklaart verdachte, heeft hij geen verstand, niet van de kwaliteit en ook niet van de verschillende fases van het slijpproces. Ook kan verdachte niet duidelijk maken, waarom zijn aandeel 25-30% van de opbrengst zou bedragen, terwijl hij de smaragden slechts van Brussel naar Duitsland hoefde te vervoeren. Ten slotte weet verdachte ook niet de naam van het bedrijf waar hij de smaragden heen zou moeten vervoeren en ook niet de naam van de persoon van dat bedrijf, met wie hij telefonisch zou hebben gesproken.

De verklaring van verdachte vertoont dus hiaten en is op geen enkele wijze verifieerbaar. Afgezet tegen het hiervoor overwogene – dat het om smokkel van cocaïne gaat – acht de rechtbank de verklaring van verdachte ongeloofwaardig en gaat er verder aan voorbij.

Invoer in Nederland

Op grond van de volgende omstandigheden en overwegingen acht de rechtbank bewezen dat de door [koerier 3] op 2 januari 2014 naar België meegenomen cocaïne diezelfde dag is doorgevoerd naar Nederland. In het tapgesprek van 2 januari 2014 om 18:53 uur vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 3] of hij de auto APK heeft gemaakt. [medeverdachte 3] zegt dat hij dat gaat doen, maar dat het er mooi uit ziet. Op dat moment straalt de telefoon van [medeverdachte 3] een zendmast in Maastricht aan. Uit het sms-verkeer tussen [medeverdachte 2] en [betrokkene 2] op 3 januari 2014 blijkt voorts dat [medeverdachte 2] zegt dat gister goed is gegaan en het druk is. [betrokkene 2] antwoordt daarop dat het dan druk is met uitzoeken en poetsen. Op 3 januari 2014 vraagt [medeverdachte 2] voorts aan [verdachte] of de jongens uit Eindhoven al kunnen kijken. [verdachte] zegt dat de jongens ook gelijk mee kunnen nemen. Op 4 januari 2014 vraagt [medeverdachte 3] aan [verdachte] of de auto door de keuring was gekomen, want vanavond ontmoet [medeverdachte 3] iemand en die wil ook een auto. Daarop belt [verdachte] terug naar [medeverdachte 3] en zegt [verdachte] dat hij eigenlijk een auto wil. [verdachte] komt zijn kant op rijden. Op dat moment straalt de telefoon van [medeverdachte 3] eveneens een zendmast in Maastricht aan. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat wanneer verdachten over auto’s, APK keuringen en stallingen spreken dit versluierend taalgebruik betreft voor cocaïne, het testen van de kwaliteit ervan en het verdelen in verhandelbare hoeveelheden. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank dat verdachte en zijn medeverdachten vóór 2 januari 2014 tijdens de door hen gevoerde telefoongesprekken nimmer over (zaken betreffende) auto’s hebben gesproken en voorts niet is gebleken dat de verdachten werkzaam zijn in de autohandel dan wel zich bezig houden met de handel in auto’s. Deze gesprekken lijken bovendien, indien het wél om auto’s zou gaan, geheel betekenisloos, het gesprek van 3 januari 2014 om 23.10 uur is wat dit betreft illustratief. Gelet op het voorgaande, alsmede het feit dat de gesprekken na 2 januari 2014 alle in Nederland zijn gevoerd en alle bij zaaksdossier B03 betrokken personen de Nederlandse nationaliteit hebben en in Nederland woonachtig zijn kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de cocaïne voor Nederland bestemd was, vervolgens naar Nederland is doorgevoerd en dat verdachte dit wist. Dat de opzet was gericht op de invoer in Nederland geldt eveneens voor de door verdachte en diens medeverdachten gepleegde voorbereidingshandelingen ten aanzien van de koeriers [koerier 4] en [koerier 5] (zaaksdossiers B05 en B02), nu deze feiten zijn gepleegd binnen een zeer korte tijd na de succesvolle in- en doorvoer waarbij dezelfde personen, werkwijze en beoogde afhalers betrokken waren als ten tijde van het transport op 2 januari 2014.

Medeplegen

Gelet op al het voorgaande en met name gelet op de eigen verklaring van verdachte met betrekking tot de taak- dan wel rolverdeling heeft verdachte zowel bij de uitvoering van de geslaagde invoer van 2 januari 2014 alsmede bij de voorbereiding van de twee daaropvolgende beoogde transporten een dusdanige rol gespeeld dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. De bijdrage van verdachte is ook van voldoende gewicht, zodat sprake is van een wezenlijke en actieve deelname. Gelet daarop komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van medeplegen.

4.3.7. Feit 5345

Inleiding

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, welke organisatie als oogmerk heeft strafbare feiten zoals opgenomen in de artikel(en) 10 en/of 10a van de Opiumwet te plegen. Deelneming aan georganiseerde illegale drugshandel is strafbaar gesteld in artikel 11a (11b nieuw) van de Opiumwet. Dat artikel is een zogenoemde specialis van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, zodat de bij dat artikel behorende jurisprudentie ook van toepassing is op artikel 11a van de Opiumwet.

Voor de bewezenverklaring van 'een organisatie' als voornoemd is vereist dat sprake is van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon, aldus de Hoge Raad in het arrest van 22 januari 2008, LJN BB 7134.

Van deelname is sprake als de verdachte hoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. Voor strafbare deelname is voorts voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet dat er een organisatie bestaat en dat die organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Wetenschap van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie wordt beoogd is niet vereist, als de dader maar weet dat de organisatie het begaan van misdrijven beoogt. Evenmin is vereist dat de betrokkene daadwerkelijk heeft deelgenomen aan (alle) gepleegde misdrijven, en ook niet dat hij heeft samengewerkt, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uit maken van de organisatie (Gerechtshof Arnhem 18 september 2012, LJN BY 0669). Voornoemd oogmerk van de organisatie dient – gelet op het tenlastegelegde – te zijn gericht op het plegen van misdrijven die zijn opgenomen in de artikelen 10 en/of 10a van de Opiumwet.

Bewijs

Uit de hiervoor in dit vonnis genoemde redengevende feiten en omstandigheden blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 2] zich, tezamen en in vereniging met anderen, hebben schuldig gemaakt aan de invoer van bijna dertig kilo cocaïne in Nederland op 14 oktober 2013 (zaaksdossier B01). Daarnaast blijkt daaruit dat [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 2] zich, tezamen en in vereniging met anderen, hebben schuldig gemaakt aan de invoer van een hoeveelheid cocaïne in Nederland op 2 januari 2014 (zaaksdossier B03). Voorts blijkt dat [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], zich, telkens tezamen en in vereniging met anderen, hebben schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne in Nederland in de periode van 28 december 2013 tot en met 3 februari 2014 (zaaksdossier B05) en in de periode van 7 februari 2014 tot en met 13 maart 2014 (zaaksdossier B02). Ten slotte blijkt dat [medeverdachte 2] zich, tezamen en in vereniging met [betrokkene 2] heeft schuldig gemaakt aan schending van ambtsgeheim (zaaksdossier B04).

Reeds uit deze feiten en omstandigheden volgt dat sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 3], gericht op het invoeren in Nederland van verdovende middelen.

De rechtbank acht in dit verband voorts de volgende redengevende feiten en omstandigheden en overwegingen van belang.

Rolverdeling

Uit hetgeen de rechtbank hiervoor in de inleiding en over de zaaksdossiers B01, B02, B03, B04 en B05 heeft overwogen en de vaststelling van de feiten volgt dat alle drie de verdachten deel uitmaakten van een criminele organisatie met als oogmerk het invoeren van verdovende middelen in Nederland, waarin ieder zijn eigen rol- en taakverdeling had. Hoewel de verdachten met betrekking tot zaaksdossiers B02, B03 en B05 verklaren dat het daar ging om de smokkel van smaragden – wat de rechtbank niet aanneemt, zoals eerder in dit vonnis overwogen – geven zij wel zelf aan hoe de taken binnen de organisatie waren verdeeld.

Rol [verdachte]

[verdachte] heeft verklaard dat er een duidelijke taakverdeling was. [verdachte] zou ervoor zorgen dat de smokkelwaar van de luchthaven kwam om vervolgens doorgevoerd te worden.346 De opbrengst zou onder andere verdeeld worden tussen [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3].347 [verdachte] had dagelijks of bijna dagelijks contact met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] enerzijds en de onbekend gebleven mannen van Dominicaanse afkomst uit Rotterdam (NN-Dominicanen) anderzijds. Veel van dit contact ging over het sturen van koeriers naar de Dominicaanse Republiek om verdovende middelen Nederland binnen te brengen. [verdachte] voerde regelmatig telefoongesprekken, stuurde en ontving ping-berichten en had ontmoetingen met hen. In sommige gevallen stuurde hij [medeverdachte 2] naar de Dominicanen in Rotterdam om informatie door te geven, te krijgen of geld te brengen. Afspraken, gemaakt na besprekingen met de Dominicanen, over het zenden van koeriers werden nagekomen door het daadwerkelijk zenden van de koeriers en het regelen van afhalers/begeleiders van de koeriers.348 De rechtbank concludeert dat [verdachte] hierdoor een centrale rol in de organisatie had.

Rol [medeverdachte 2]

Volgens [verdachte] was er een duidelijke taakverdeling, waarbij [medeverdachte 2] degene was die ervoor zou zorgen dat de smokkelwaar van de luchthaven in handen van [verdachte] kwam.349 [medeverdachte 2] zelf heeft hierover onder meer verklaard dat hij voor [verdachte] personen zou regelen zoals in zaaksdossier B01 (invoer cocaïne op Schiphol).350

[medeverdachte 2] heeft onder meer tickets geboekt voor verschillende koeriers, tickets geboekt voor de afhalers/begeleiders van de koeriers, geld gebracht naar onbekend gebleven Dominicanen in Rotterdam en naar de koerier in Brussel ([koerier 3]) en contact onderhouden met koeriers en afhalers/begeleiders. Daarnaast heeft [medeverdachte 2] actief personen, waaronder [koerier 1], [afhaler 2], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4], benaderd om als koerier of afhaler/begeleider te fungeren.351

Ook heeft [medeverdachte 2] blijkens dossier B04 op verzoek van [verdachte] vertrouwelijke informatie laten nakijken door [betrokkene 2] in de systemen van de KMar, welke informatie [medeverdachte 2] vervolgens terugkoppelde naar [verdachte].352 Doordat [betrokkene 2] deze informatie doorgaf aan [medeverdachte 2], die dit op zijn beurt weer doorgaf aan [verdachte], wisten de medeverdachten van de organisatie dat de afhaler de paspoortcontrole in beginsel ongestoord zou kunnen passeren.353 In een telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] op 31 augustus 2013 zegt [medeverdachte 2] tegen [verdachte]: “Nou ja ik heb die weer laten kijken gisteravond natuurlijk en dat is nog steeds onveranderd schoon”.354

[medeverdachte 2] speelde ook informatie betreffende douanezaken door aan [verdachte]. Zo is in een telefoongesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] op 28 augustus 2013 te horen dat [medeverdachte 2] “bij hem is geweest” en dat “als het een European is dan is het goed als het geen Europeaan is dan krijgt ie vragen wat ie hier komt doen waar die blijft dat soort dingen toch”.355 Door [verdachte] is later naar andere partijen gecommuniceerd dat hij alleen met een Europese koerier wil werken.356

[medeverdachte 2] had doorgaans meerdere malen per dag telefonisch contact en/of ontmoetingen met [verdachte].357 Uit twee telefoongesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] op 3 januari 2014 om 18:07 uur en om 23:10 uur, blijkt dat [medeverdachte 2] de opdracht van [verdachte] krijgt om acuut terug te rijden naar Brussel, omdat – terwijl het de fout van [verdachte] is – er zes duizend euro te veel is betaald.358 Tijdens een telefoon gesprek tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] op 20 december om 17:16 uur zegt [medeverdachte 2] tegen [verdachte]: “Ja dat doe ik toch ook. Wat kan ik er aan doen? Ik doe alles wat je zegt”.359 De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat [medeverdachte 2] in de hiërarchie van de organisatie onder [verdachte] stond.

Rol [medeverdachte 3]

Volgens [verdachte] was [medeverdachte 3] degene die de koeriers voor de smokkel zou regelen.360 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij “dingen moest doorgeven aan [verdachte], omdat dit zo was afgesproken”.361

Op het moment dat er via [medeverdachte 3] een koerier naar de Dominicaanse Republiek was vertrokken, hield [medeverdachte 3] [verdachte] op de hoogte van de communicatie met de koerier. [medeverdachte 3] had soms zelf rechtstreeks contact met de koeriers, maar meestal ging dit via “opa”. Nadat het gelukt was om een hoeveelheid verdovende middelen binnen Nederland te brengen, nam [medeverdachte 3] vermoedelijk ook de verkoop van een deel van de verdovende middelen voor zijn rekening (zie zaaksdossier B03).362 Uit afgetapte telefoongesprekken, OVC-gesprekken en observaties blijkt dat er regelmatig bijna dagelijks overleg is tussen [medeverdachte 3] en [verdachte]. Beiden houden elkaar op de hoogte van de ontwikkelingen met betrekking tot de vermoedelijke drugskoeriers.363 De rechtbank concludeert hieruit dat [medeverdachte 3] de rol had van tussenpersoon en aanbrenger van koeriers die naar de Dominicaanse Republiek konden vliegen om verdovende middelen naar Nederland te vervoeren. Hij fungeerde hierbij als tussenpersoon tussen [verdachte] enerzijds en een NN-man die 'opa' genoemd wordt anderzijds (dit betreft vermoedelijk [betrokkene 7]).364

Versluierd taalgebruik

Uit wat de rechtbank hiervoor in de inleiding en over zaaksdossiers B01, B02, B03, B04 en B05 heeft overwogen en de vaststelling van de feiten volgt voorts dat verdachten veelvuldig in gesprekken en ontmoetingen contacten hebben onderhouden met (één van) de medeverdachten, in ieder geval in de periode 1 september 2013 tot en met 6 mei 2014, de dag van de aanhoudingen. Bij die gesprekken en ontmoetingen werd, al dan niet versluierd, gesproken over (de voorbereiding van) (de invoer van) drugs en werden er afspraken gemaakt over onder meer koeriers, afhalers en vluchten vanuit onder meer de Dominicaanse Republiek. De leden van de organisatie bedienden zich in de onderlinge communicatie regelmatig van versluierd taalgebruik, kennelijk met de bedoeling om over verdovende middelen en daarmee samenhangende zaken te kunnen spreken zonder dat dit direct uit de gesprekken blijkt. Eventueel ‘meeluisterende’ opsporingsinstanties moet hierdoor zand in de ogen gestrooid worden. Zoals hiervoor overwogen bij de bespreking van de zaaksdossiers B02, B03 en B05, werd bijvoorbeeld regelmatig over ‘auto’s’ gesproken, waarmee klaarblijkelijk verdovende middelen worden bedoeld.

Ook wordt regelmatig over ‘de chauffeur’ of ‘chauffeurs’ gesproken, waarmee blijkens de inhoud van de gesprekken de drugskoerier werd bedoeld. Zo wordt onder meer in een gesprek tussen [verdachte] en NN-man gesproken over het feit dat ‘de chauffeur’ geen telefoon heeft, hij zou in een hotel zijn gezet.365 In een gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] op 20 februari 2014 om 11:50 uur zegt [medeverdachte 3] dat hij “gekeken heeft, voor zaterdag”, maar dat er “nog maar 1 buskaartje is”. Hiermee wordt bedoeld dat er nog maar één vliegticket beschikbaar is voor de vlucht die de drugskoerier zou moeten nemen.366

Blijkens diverse tapgesprekken wordt er voorts regelmatig gezegd dat bepaalde zaken niet over de telefoon kunnen worden besproken. In een telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] op 22 december 2013 om 20:49 uur Zegt [verdachte] op enig moment tegen [medeverdachte 2]: “Maar ik ga niet te veel door de telefoon jongen. Daar moeten we mee ophouden. Dat wordt te veel. We kunnen niet allemaal door de telefoon afwerken” (…) “Maar dat gaat allemaal niet over de telefoon jongen. Daar moeten we mee ophouden. Acuut. Volgende keer bij een sms, breek ik die telefoon doormidden. Dat gaat niet meer”. (…) “Dat is te gevaarlijk”. [medeverdachte 2] antwoordt: “Ik weet het”.367

In een gesprek tussen [medeverdachte 2] en NN-man op 22 december 2013 om 20:52 uur, zegt [medeverdachte 2] op enig moment: “ja ja, maar beter geen namen zeggen”. Op 6 januari 2014 voeren [verdachte] en [betrokkene 3] om 22:54 uur een telefoongesprek. [verdachte] zegt op enig moment: “zeg je weet waar ik dit allemaal voor doe, maar daar kunnen we niet met elkaar over praten over de telefoon”.368 In een gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] op 22 februari 2014 om 15:27 uur is te horen dat [verdachte] tegen [medeverdachte 3] zegt: “(…) Ik weet waar het aan ligt, maar eh dat kan ik niet zeggen door de telefoon”.369 Op 14 maart 2014 om 14:46 uur zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 2]: “(…) Maar beter dat we straks praten, niet nu” (…) “Ja het komt steeds meer eh, ik kan niet (stottert), kunnen niet door de telefoon”.370

Telecommunicatie

Van [medeverdachte 3] is gedurende het onderzoek één telefoonnummer getapt. Dat betrof een prepaid-telefoonnummer. Hiervóór gebruikte [medeverdachte 3] een ander telefoonnummer. Dit telefoonnummer betrof een prepaid-telefoonnummer, dat niet op naam gesteld was. Door [medeverdachte 3] werd deze telefoon alleen gebruikt om met [verdachte] te bellen; [medeverdachte 3] gebruikte de telefoon als één op één lijn met [verdachte].371

Van [verdachte] zijn gedurende het onderzoek zes telefoonnummers getapt, alle prepaid-telefoonnummers die niet op naam gesteld waren.372

Van [medeverdachte 2] zijn gedurende het onderzoek zeven telefoonnummers getapt, waarvan zes prepaid-telefoonnummers betroffen, die niet op naam gesteld waren.

Aan het gebruik van de prepaid-telefoonnummers valt ook nog het volgende op: [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] maken alle drie gebruik van Lebara-prepaid-telefoonnummers die uit dezelfde serie lijken te komen. Vermoedelijk hebben zij in één keer een groot aantal prepaid-simkaarten gekocht, waardoor ze op elk moment gemakkelijk van telefoonnummer kunnen wisselen.373 In een telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en NN-vrouw, zegt [medeverdachte 2] dat hij zes à zeven telefoons heeft, allemaal Nokia’s. [medeverdachte 2] zegt dat hij bij een telefoonwinkel tweehonderd Nokia’s gekocht heeft. Verder zegt hij dat het telefoonnummer wat hij nu heeft, voorlopig houdt.374

Tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 2] op 6 mei 2014 werden er meerdere simkaartverpakkingen inbeslaggenomen.375

Tijdens een doorzoeking in de woning van [verdachte] zijn er meerdere mobiele telefoons en meerdere simkaarten aangetroffen.376

Getuige [betrokkene 5] heeft op enig moment verklaard dat er “gedoe was met een Belgisch SIM-kaartje. Zij verklaart: “Dat SIM-kaartje hadden ze die dag gekregen van [medeverdachte 2] of [verdachte]. (…) Dat moesten ze in België gebruiken. Deze SIM-kaarten konden dan daarna weggegooid worden. Dit moest zodat de connectie niet zichtbaar zou zijn. Dit werd door [verdachte] verteld”.377

In een gesprek in restaurant De Wildenberg in Weert tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] op 21 februari 2014 wordt op enig moment door [medeverdachte 3] gezegd: “Maandag gooien we die dingen weg” (…) “Want ik heb wel op mijn telefoon laten bellen”. [verdachte] zegt: “We gooien die dingen maandag weg. Maar weg, helemaal weg he” (…) “Zo het kanaal in”.378

Grote geldbedragen

[medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 2] beschikten kennelijk over grote geldbedragen, dit terwijl zij alle drie geen baan of werk hadden.379 Uit een gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] op 17 januari 2014 blijkt dat [medeverdachte 3] geld wil lenen. Hij zegt “Maar het is niet veel. Een rooitje of zeven”. [verdachte] antwoordt hierop: “Ah ja, dat moet wel gaan”.380

[medeverdachte 2] heeft het in een gesprek op 21 november 2013 tegen ene [betrokkene 9] over het feit dat iets “even kut was”. Hij zegt: “Als ik op een dag meer als een miljoen verlies dan weet jij het wel niet” (…) “Nou dat kostte het me en voorlopig zitten er ook zeven man vast zeg maar” (…) “Nee luister die maandag is verkeerd gegaan daar op die luchthaven bij jou zeg maar” (…)381 “maar ik ben daar zeven man kwijt geraakt en ruim een miljoen euro” (…) “Ja dat kan ik wel overbruggen maar dat was precies wat ik verdiend had”.382 Zoals beschreven in zaaksdossier B01 verwijst [medeverdachte 2] in dit gesprek vermoedelijk naar het drugstransport op 14 oktober 2013, waarbij zeven personen zijn aangehouden. Op 14 oktober 2013 is een hoeveelheid van bijna 30 kilogram cocaïne in beslag genomen, waarvan de verkoopwaarde rond de 'miljoen euro' ligt, de verkoopprijs van één kilogram cocaïne varieert namelijk tussen € 30.000,- en € 34.000,-.383 Ook als dit grootspraak van [medeverdachte 2] is, zoals hij ter zitting verklaarde, past dit nog in de rol die hij binnen de organisatie had en de wetenschap over een en ander.

Duurzaamheid samenwerkingsverband

De strafbare gedragingen hebben zich uitgestrekt over een langere periode. Het strafrechtelijk onderzoek Gunn is in oktober 2013 begonnen, maar uit historisch telecom-onderzoek volgen aanwijzingen dat de organisatie zoals hiervoor beschreven vanaf 1 september 2013 tot aan het moment waarop de verdachten werden aangehouden op 6 mei 2014, actief was.384 Uit de FIOD-tap van 28 augustus 2013 blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte 2] om 17:25 uur een gesprek hebben waarin door [verdachte] wordt gezegd dat hij “precies de datums” krijgt en dat er “deze weekend al iemand komt”.385 [verdachte] zegt daarnaast: “(…) maar het gaat echt, gaat echt loos nou he het gaat echt aan de gang nou he”. [medeverdachte 2] zegt hierop: “ja ja dat moet ook toch”, waarop [verdachte] antwoordt: “Nee maar drie vier keer in de week kome en niet alleen daar op andere plaatsen ook doen we gewoon mee dus we krijgen heel veel, in een heel korte tijd komt heel veel binnen”. [medeverdachte 2] antwoordt: “moet ook”. [verdachte] antwoordt: “Ja snapt ge en dan…goed binnen een paar weken zitten we er weer helemaal bovenop”.386

Gezien de inhoud van het voorgaande hebben [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zich gedurende negen maanden nagenoeg constant bezig gehouden met de (voorbereiding van) handel in verdovende middelen en hebben zij hiertoe samengewerkt. Uit afgeluisterde telefoongesprekken en observaties gedurende voornoemde periode is gebleken dat de leden van de organisatie regelmatig contact met elkaar hebben gehad. De samenwerking tussen de verdachten heeft uiteindelijk geleid tot in ieder geval twee geslaagde transporten van cocaïne naar Nederland en diverse voorbereidingshandelingen tot de invoer van cocaïne.

Conclusie

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het vorenstaande dat sprake is geweest van een duurzame en gestructureerde samenwerking gericht op het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vijfde lid van de Opiumwet, onder meer blijkend uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden en onderlinge afstemming van activiteiten van de deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijk doel van de organisatie. Het blijkt ook uit de planmatigheid en stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van de deelnemers binnen de organisatie. Uit de bewijsmiddelen en met name uit de afgeluisterde gesprekken blijkt immers dat verdachten, in wisselende samenstelling en soms aangevuld met anderen, over een lange periode intensief, planmatig en stelselmatig met elkaar hebben samengewerkt bij de (voorbereiding van) de invoer van cocaïne, waarbij een duidelijke rolverdeling heeft bestaan.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben deelgenomen aan criminele organisatie die als oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vijfde lid van de Opiumwet.

4.3.8. Redengevende feiten en omstandigheden feit 6

Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat komt vast te staan dat het desbetreffende geldbedrag middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dat wist. Conform vaste jurisprudentie dient de rechtbank dan allereerst na te gaan of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen.

Blijkens het kadaster is het erfpachtrecht van een perceel grond met chalet gelegen aan de [adres chalet], kavel [nummer], te Heeswijk-Dinther op 14 mei 2013 geleverd aan [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]). De koopsom bedraagt € 21.400,-. Een gedeelte groot € 15.000,- is door de koper voldaan door storting op de rekening van de notaris. Het restant zal in zeven (7) termijnen van € 914,29 worden betaald aan verkoper [verkoper]387. [verkoper] heeft verklaard dat de woning door [medeverdachte 1] en zijn vader (verdachte, hierna ook: [verdachte]) is bekeken. Het was [verkoper] duidelijk dat het chalet bedoeld was voor [medeverdachte 1], maar werd gekocht door [verdachte]. [verkoper] heeft met [verdachte] de prijs besproken en [verdachte] heeft de inboedel ad € 5.000,- gelijk betaald aan [verkoper]. Een gedeelte groot € 15.000,- is via een bankrekening naar de notaris overgemaakt. [verdachte] kon een deel van de prijs niet direct vrijmaken en toen is afgesproken dat dit in zeven (7) maandelijkse termijnen zou worden betaald. Nadat de eerste twee termijnen te laat werden betaald, is het restant contant door [verdachte] aan [verkoper] betaald. De inboedel ad € 5.000,- werd ook contant door [verdachte] voldaan in coupures van € 50,- en een paar coupures van € 500,-.388 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard, dat hij het chalet voor zijn zoon [medeverdachte 1] heeft gekocht.389

Uit het onderzoek naar de bankrekeningen van [medeverdachte 1] blijkt dat er op 13 mei 2013 via de ING rekening op naam van [medeverdachte 1] een betaling van € 15.000,- plaatsvindt naar de derdengeldenrekening van Wedemeijer & Dielissen Notarissen390, terwijl op 8 mei 2013 een contant geldbedrag van € 6.000,-, op 10 mei 2013 een contant geldbedrag van € 7.000,- en op 13 mei 2013 nog eens een contant geldbedrag van € 2.510,- op de ING rekening van [medeverdachte 1] worden gestort.391 Diverse ING stortingsbewijzen alsmede een kwitantie gedateerd 14 augustus 2013 voor vijf (5) maandelijkse termijnen met een totaalbedrag van € 4.571,45 die in het kader van de aflossing contant zijn voldaan aan [verkoper] zijn in het chalet aangetroffen.392

Uit onderzoek naar de inkomens van [medeverdachte 1] en [verdachte] verricht bij de Belastingdienst komt naar voren dat [verdachte] in 2008 een bruto jaarsalaris van € 736,- van werkgever [werkgever 1] heeft ontvangen. In de jaren 2009 tot en met 2013 heeft [verdachte] geen reguliere (loon)inkomsten gehad uit enige dienstbetrekking. Van ander vermogen is niet gebleken. [verdachte] is medio jaren ’90 persoonlijk failliet verklaard.393 [medeverdachte 1] heeft in 2012 een bruto jaarsalaris van € 549,00 en in 2013 een bruto jaarsalaris van € 39,00 ontvangen van [werkgever 2]. Van ander vermogen is niet gebleken.394

4.3.9. Bewijsoverweging feit 6

Verdachte heeft een chalet gekocht voor zijn zoon voor een bedrag van in totaal € 26.400,-, welk bedrag vooraf contant op een bankrekening is gestort ter overboeking naar de bankrekening van de notaris, dan wel grotendeels contant aan de verkoper is voldaan. Verdachte en zijn zoon [medeverdachte 1] beschikten niet over (bekende) inkomsten en/of vermogen. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het vermoeden van witwassen. Gelet op dat vermoeden mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld, die concreet en verifieerbaar is en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het chalet heeft bekostigd met onder andere 25.000 Zwitserse Francs die hij door het verrichten van arbeid tijdens zijn detentie in Zwitserland heeft verdiend en na zijn vrijlating uit Zwitserland heeft meegenomen. Daarnaast heeft verdachte zijn zoon [medeverdachte 1] opdracht gegeven om machines en gereedschappen uit zijn voormalige bouwbedrijf te verkopen aan [betrokkene 10] van [bedrijf betrokkene 10]. Deze machines en gereedschappen zijn voor € 10.000,- aan [betrokkene 10] verkocht en dat geldbedrag heeft verdachte aan zijn zoon [medeverdachte 1] geschonken. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij een onder hem in beslag genomen geldbedrag van € 18.000,- van justitie heeft teruggekregen.

Naar aanleiding van de door verdachte afgelegde verklaringen is door het Openbaar Ministerie nader onderzoek verricht. Daaruit is gebleken dat het bedrijf van [betrokkene 10] genaamd [bedrijf betrokkene 10] op 26 augustus 2014 in staat van faillissement is verklaard en bestuurder [betrokkene 10] in 2015 om het leven is gebracht. De curator heeft in de digitale administratie een boeking gevonden die ziet op deze betaling gedateerd 4 januari 2013. De omschrijving is: “[verdachte], draaibank/lasapparaat” terwijl uit de administratie niet blijkt van enige betalingsverplichting van [bedrijf betrokkene 10] of van [BV betrokkene 10] jegens de ontvanger van voornoemd bedrag van € 10.000,-. Er zijn geen stukken die aannemelijk maken dat tegenover de betaling werkelijk enige levering van goederen heeft bestaan en van een levering van een draaibank of lasapparaat in 2012 of 2013 is niet gebleken.395

Ten aanzien van het uit Zwitserland meegenomen geldbedrag is navraag gedaan in Zwitserland en bij de Penitentiaire Inrichting te Vught. Op politioneel niveau is uit Zwitserland vernomen dat [verdachte] uit de Zwitserse gevangenis een bedrag van 2.384 Zwitserse Francs heeft meegenomen, welk bedrag door de PI Vught bij binnenkomst is geregistreerd. Daarna is het geld op 7 september 2012 door verdachte ‘uitgevoerd’ (meegegeven aan [medeverdachte 1]).396

Met betrekking tot het in beslag genomen en aan [verdachte] geretourneerde geldbedrag van € 18.000,- is door het Openbaar Ministerie niets teruggevonden. Echter blijkt uit het overzicht van de bankrekening van [verdachte] dat het saldo op 3 januari 2012 bijna € 15.000,- bedraagt terwijl het saldo eind 2012 is gedaald tot nagenoeg nihil.397

Gelet op de hiervoor beschreven bevindingen is de door verdachte gestelde herkomst van het geldbedrag van € 26.400,- niet aannemelijk geworden. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank allereerst dat ten aanzien van het geldbedrag van € 10.000,-, welk bedrag [medeverdachte 1] van [bedrijf betrokkene 10] heeft ontvangen, uit de onderliggende bevindingen is gebleken dat er vanuit [bedrijf betrokkene 10] geen enkele betalingsverplichting jegens verdachte dan wel [medeverdachte 1] is geweest noch dat er een draaibank of lasapparaat aan [bedrijf betrokkene 10] is geleverd, zodat deze verklaring onvoldoende verklaring biedt voor de herkomst van dat geldbedrag.

Voorts is door verdachte slechts een bedrag van 2.384 Zwitserse Francs vanuit Zwitserland meegenomen hetgeen nog geen 10% betreft van de door hem gestelde 25.000 Zwitserse Francs.

Ten aanzien van het aan verdachte door het Openbaar Ministerie geretourneerde geldbedrag van € 18.000,- geldt dat omtrent de oorspronkelijke herkomst van dit kennelijk in beslag genomen en geretourneerde geldbedrag niets is verklaard. Uit het enkele feit dat het geldbedrag aan verdachte is geretourneerd kan niet worden afgeleid dat het geld niet van misdrijf afkomstig is.

Uit de Justitiële Documentatie blijkt dat verdachte antecedenten en veroordelingen heeft op grond van onder meer de Opiumwet, de Wet wapens en munitie en witwassen. In 1997 werd verdachte in Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren voor de handel in harddrugs. In 2003 werd verdachte in Spanje veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9,5 jaren voor de invoer van harddrugs en in 2010 werd verdachte in Zwitserland veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren voor de invoer van harddrugs.398

Nu de door verdachte gestelde herkomst van het geldbedrag niet aannemelijk is geworden en verdachte meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten waaruit geldelijk gewin is te halen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het bedrag van € 26.400,- uit misdrijf afkomstig is en dat verdachte dit ook wist. Door met het bedrag van € 26.400,-, onder meer via een op naam van zijn zoon gestelde bankrekening, een chalet te kopen en aan zijn zoon te doen leveren, heeft verdachte de criminele herkomst van dit geldbedrag verhuld met het oogmerk om dit aan de autoriteiten te onttrekken, zodat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk witwassen van voornoemde € 26.400,-.

4.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, onder 2 primair, onder 3, onder 4, onder 5 en onder 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1:

hij op 14 oktober 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 30 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne;

feit 2 primair:

hij op 2 januari 2014 te Schiphol en Heeswijk-Dinther en Maastricht en Ede, in elk geval in Nederland en in België, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland en België heeft gebracht een hoeveelheid cocaïne;

feit 3:

hij in de periode van 28 december 2013 tot en met 3 februari 2014, te Heeswijk-Dinther en Maastricht en Weert en in België en/of de Dominicaanse Republiek, tezamen en in vereniging met anderen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervoeren en binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich en/of anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of

- anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- met elkaar en/of met (een) (contactpersoon van) opdrachtgever(s) (telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden en

- afspraken laten maken en/of gemaakt om elkaar te ontmoeten en

- ontmoetingen gehad om afspraken te maken en/of informatie door te (laten) geven en

- ( telefonisch) informatie laten vertrekken en/of verstrekt en/of informatie (laten) ontvangen ten behoeve van (invoer van) een transport verdovende middelen en/of

- vlucht- en/of reizigersgegevens laten doorgeven en/of doorgegeven en/of (laten) ontvangen en

- afhalers van de koerier laten ronselen en/of geronseld en

- ( telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden met een koerier en/of afhaler(s) van de koerier en

- voor de koerier een ticket laten boeken en/of geboekt en

- informatie betreffende vluchten van de koerier laten opzoeken en/of opgezocht en/of laten uitzoeken en/of uitgezocht en

- contact laten leggen en/of gelegd met een (contactpersoon van) leverancier(s) van verdovende middelen en

- informatie ontvangen over de dag en aankomsttijd van de vlucht waarop de cocaïne aanwezig zou zijn;

feit 4:

hij in de periode van 7 februari 2014 tot en met 13 maart 2014, te Schiphol en Heeswijk-Dinther en Maastricht en Culemborg en Weert en Brussel en een plaats in België en de Dominicaanse Republiek, tezamen en in vereniging met anderen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervoeren en binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich en/of anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of

- anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededaders wist(en) dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- met elkaar en/of met (een) (contactpersoon van) opdrachtgever(s) (telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden en

- afspraken laten maken en/of gemaakt om elkaar te ontmoeten en

- ontmoetingen gehad om afspraken te maken en/of informatie door te (laten) geven en

- ( telefonisch) informatie laten vertrekken en/of verstrekt en/of informatie (laten) ontvangen ten behoeve van (invoer van) een transport verdovende middelen en/of

- vlucht- en/of reizigersgegevens laten doorgeven en/of doorgegeven en/of (laten) ontvangen en

- afhalers van de koerier laten ronselen en/of geronseld en

- ( telefonisch) contact laten leggen/gelegd en/of (laten) onderhouden met een koerier en/of afhaler(s) van de koerier en

- voor de koerier en afhalers van de koerier tickets laten boeken en/of geboekt en/of laten betalen en/of betaald en

- informatie betreffende vluchten van koeriers en/of afhalers van de koerier laten opzoeken en/of opgezocht en

- geld gegeven om tickets te kopen en/of te boeken met bestemmingen binnen Europa en/of Zuid-Amerika en

- contact laten leggen en/of gelegd met een (contactpersoon van) leverancier(s) van verdovende middelen en

- informatie gegeven en/of ontvangen over de dag en aankomsttijd en vluchtnummer van de vlucht waarop de cocaïne aanwezig zou zijn;

feit 5:

hij in de periode van 1 september 2013 tot en met 6 mei 2014 te Schiphol en/of Heeswijk-Dinther en/of Schijndel en/of Maastricht, in elk geval plaatsen in Nederland en/of Brussel, in elk geval in België en/of in de Dominicaanse Republiek, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe hij, verdachte, en zijn mededaders en andere personen behoorden, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, te weten:

- het tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne;

feit 6:

hij op tijdstippen in de periode van 13 mei 2013 tot en met 14 augustus 2013 in Nederland, van een voorwerp, te weten 26.400 euro, de herkomst heeft verhuld, terwijl hij, verdachte, wist dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

t.a.v. feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod;

t.a.v. feit 2 primair:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod;

t.a.v. feit 3:

medeplegen van voorbereidingshandelingen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen door

- zich of anderen gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en

- anderen trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en daarbij behulpzaam te zijn en daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;

t.a.v. feit 4:

medeplegen van voorbereidingshandelingen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen door

- zich of anderen gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en

- anderen trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en daarbij behulpzaam te zijn en daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en

- gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

t.a.v. feit 5:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Opiumwet;

t.a.v. feit 6:

witwassen, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

7.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaren met aftrek van voorarrest.

7.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich – indien de rechtbank toch tot een bewezenverklaring van enig strafbaar feit mocht komen – met betrekking tot de strafmaat op het standpunt gesteld dat de duur van de op te leggen gevangenisstraf moet worden gematigd. De raadsman heeft in dit kader verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte geen koeriers onder druk heeft gezet en er geen sprake is geweest van (gebruik van) vuurwapens. Voorts is de raadsman van oordeel dat een bewezenverklaring van de criminele organisatie geen wezenlijke bijdrage zou moeten leveren aan de strafmaat. Vrijwel elke grotere verdovende middelen zaak kenmerkt zich door een georganiseerd verband. Dit aspect is reeds verdisconteerd in de hoge straffen die voor dergelijke feiten gelden.

7.3. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich intensief beziggehouden met de invoer van cocaïne vanuit de Dominicaanse Republiek naar Nederland. In oktober 2013 heeft hij samen met anderen 30 kilogram cocaïne ingevoerd en in januari 2014 nogmaals een onbekende hoeveelheid. Daarnaast heeft verdachte zich in de eerste maanden van 2014 vrijwel continu beziggehouden met het organiseren van nog meer cocaïnetransporten vanuit de Dominicaanse Republiek. Verdachte handelde hierbij in georganiseerd crimineel verband. Binnen deze organisatie, die de invoer van cocaïne tot doel had, nam verdachte een leidende en coördinerende positie in. Zijn rol was er met name in gelegen dat hij fungeerde als initiatiefnemer van de transporten en -direct en indirect- contact onderhield met de leveranciers op de Dominicaanse Republiek. Ook regelde hij via anderen de koeriers en afhalers. Verdachte had diverse mensen om zich heen die hij gebruikte ten behoeve van de organisatie rondom (de voorbereiding van) de invoer van cocaïne. Verdachte schroomde niet om zelfs zijn eigen zoon te betrekken bij zijn strafbare gedrag. Aldus waren het vooral anderen, te weten de koeriers en afhalers, die het grootste risico liepen en kon verdachte zelf buiten beeld blijven. Verdachte heeft kortom een wezenlijke bijdrage geleverd aan de (voorbereiding van de) invoer van cocaïne naar Nederland. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De wetgever heeft hoge strafmaxima verbonden aan de opzettelijke invoer van cocaïne, juist om de Nederlandse samenleving zoveel mogelijk hiervan te vrijwaren en ter voorkoming van het ontstaan van een grootschalige binnenlandse markt. Om dezelfde reden staan er ook aanzienlijke straffen op handelingen die gericht zijn op de voorbereiding of de bevordering van de invoer van cocaïne.

Cocaïne is immers een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. Door de verspreiding van cocaïne en het gebruik daarvan wordt niet alleen de volksgezondheid ernstig bedreigd, maar de ervaring leert ook dat dit dikwijls gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit, variërend van lichte verwervingscriminaliteit tot zware criminaliteit zoals geweldsmisdrijven en misdrijven die de integriteit van het financiële en economische verkeer schaden. Aan dit laatste heeft ook verdachte zich schuldig gemaakt. Hij heeft een bedrag van € 26.400,- aan crimineel geld witgewassen door daarvan een chalet voor zijn zoon te kopen. Hiermee heeft verdachte de criminele herkomst van dit geld verhuld.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde komt naar het oordeel van de rechtbank slechts een gevangenisstraf als passende sanctie in aanmerking. Voor de bepaling van de hoogte daarvan zal de rechtbank als uitgangspunt de LOVS Oriëntatiepunten voor straftoemeting nemen. Voor de invoer van meer dan 20 kilo cocaïne wordt een gevangenisstraf vanaf 6 jaar vermeld. Verdachte is betrokken geweest bij de invoer van 30 kilogram cocaïne (feit 1). De rechtbank zal daarnaast rekening houden met de overige bewezenverklaarde feiten.

Ten slotte constateert de rechtbank op basis van een uittreksel Justitiële Documentatie over verdachte, gedateerd 20 juli 2015, dat bij hem sprake is van een kennelijk hardnekkige recidive op het gebied van drugsfeiten. Los van de bij dit vonnis op te leggen straf, is verdachte hiervoor in het verleden verschillende malen veroordeeld waarbij hem in totaal 20 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd. Dit heeft verdachte er dus niet van weerhouden om zich nogmaals in de cocaïnesmokkel te begeven. Ten tijde van het eerste transport van 30 kilogram, was verdachte precies een half jaar op vrije voeten. Ter zitting heeft verdachte er geen blijk van gegeven dat hij zijn leven op dit punt wil veranderen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een computer, dient te worden teruggegeven aan verdachte.

9. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

9.1. Standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft de officier van justitie gevorderd deze geheel toe te wijzen voor een periode van 974 dagen.

9.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de officier van justitie inzake de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ontvankelijk te verklaren, nu de officier van justitie heeft verzuimd de vordering ex artikel 15i lid 2 Wetboek van Strafrecht ‘onverwijld’ in te dienen. Verdachte heeft hierdoor gedurende een periode van zes maanden in onzekerheid geleefd. Dientengevolge is er sprake van schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.

9.3. Oordeel van de rechtbank

Bij onherroepelijk geworden vonnis van het Obergericht van het Kanton Zürich (Zwitserland) van 12 mei 2010, welk vonnis op 7 mei 2012 door het Gerechtshof Arnhem is overgenomen, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar, waarvan de tenuitvoerlegging met ingang van 14 december 2007 heeft plaatsgevonden (en welke vanaf 23 augustus 2012 in Nederland is aangevangen).

De veroordeelde is, gelet op artikel 15i lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, op 12 april 2013 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 365 dagen niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt ertoe dat de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling voor een periode van 974 dagen zal herroepen, nu de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten in de zaak met parketnummer 15/870162-13.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De vordering is op 5 november 2014 ontvangen op de griffie van de rechtbank en bevat de grond waarop zij rust. De vordering is aldus zes maanden nadat verdachte in voorlopige hechtenis is gesteld voor de zaak met parketnummer 15/870162-13, ingediend. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat dit niet ‘onverwijld’ is, zoals bedoeld in artikel 15i lid 2 Wetboek van Strafrecht.

Verdachte was in de periode na zijn aanhouding op 6 mei 2014 tot 5 november 2014 gedetineerd in verband met voorlopige hechtenis voor de onderhavige zaak en het uitzitten van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Niet gebleken is dat verdachte van de late indiening van de vordering meer hinder heeft ondervonden dan dat hij graag eerder duidelijkheid had willen hebben omtrent de mogelijke vordering tot ten uitvoerlegging van het restant van zijn straf. Op 5 november 2014 was er echter nog geen zicht op de inhoudelijke behandeling van deze strafzaak. Over -met name- de omvang van de verdenking en de mogelijke gevolgen die de strafzaak voor verdachte zouden kunnen hebben, bestond op dat moment, gezien het stadium waarin de procedure zich toen bevond, hoe dan ook nog veel onduidelijkheid.

Bij deze stand van zaken is de vordering weliswaar niet onverwijld maar niet onredelijk laat ingediend. Dit betekent dat er geen sprake is van een schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde die noopt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie.

De rechtbank is van oordeel dat er gelet op het voorgaande en gelet op de overige inhoud van dit vonnis termen zijn de vordering toe te wijzen. Bij voornoemd vonnis van het Kanton Zürich (Zwitserland) van 12 mei 2010, welk vonnis op 7 mei 2012 door het Gerechtshof Arnhem is overgenomen, is de veroordeelde voor (kort gezegd) invoer van cocaïne veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren. Ten aanzien van deze straf is voorwaardelijke invrijheidstelling verleend per 12 april 2013 voor de duur van 974 dagen met een proeftijd van 365 dagen. In de onderhavige zaak acht de rechtbank bewezen dat de veroordeelde zich binnen de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het (onder meer) meermalen plegen van de (voorbereiding van) invoer van cocaïne. Gelet hierop zal de rechtbank last te geven tot herroeping van de gehele periode van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en

2, 10, 10a, en 11a (oud) van de Opiumwet

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, onder 2 primair, onder 3, onder 4, onder 5 en onder 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHT (8) JAREN;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de teruggave aan verdachte van:

- een computer van het merk Toshiba, kleur wit, inclusief snoer;

wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe;

gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel moet worden ondergaan, te weten voor de duur van NEGENHONDERDVIERENZEVENTIG (974) DAGEN.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L.J. Saarloos, voorzitter,

mr. I.A.M. Tel en mr. J.C. van den Bos, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie en mr. M.E. van den Bergh, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van maandag 28 september 2015.

1 De hierna in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal d.d. 27 maart 2014 (C1 [verdachte], map 13, p. 1-14), het proces-verbaal d.d. 26 november 2013 (C2 [medeverdachte 2], map 14 p. 1-8), het proces-verbaal d.d. 15 november 2013 (C3 [betrokkene 2], map 15 p. 1-9), het proces-verbaal d.d. 28 april 2014 (C4 [medeverdachte 3], map 16 p. 1-10) het proces-verbaal d.d. 24 april 2014 (C5 [medeverdachte 4], map 17 p. 1-8), het proces-verbaal d.d. 5 mei 2014 (C6 [medeverdachte 5], map 18 p. 1-7), het proces-verbaal d.d. 24 april 2014 (C7 [betrokkene 5], map 19 p. 1-8).

3 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. In de noten zal kortheidshalve een aantal maal naar tap- en/of sms-gesprekken worden verwezen. Daarmee wordt bedoeld het bewijsmiddel als schriftelijk bescheid aan te duiden. Voor zover niet anders aangegeven, zijn alle schriftelijke bescheiden die hierna in de voetnoten worden genoemd, gevoegd bij het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01, opgemaakt d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, blz. 1-72), en dienen in onderlinge samenhang en verband met dit proces-verbaal te worden bezien.

4 Verklaring van getuige [koerier 1] van 9 maart 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 3).

5 Het proces-verbaal van verhoor van [begeleider koeriers] d.d. 15 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 104).

6 Het proces-verbaal analyse telecom (betreffende [koerier 1]) d.d. 20 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 5, p. 780).

7 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, p. 15).

8 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, p. 17).

9 Het proces-verbaal van de Kmar, d.d. 16 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 306 e.v.).

10 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2041 (B01, map 2, p. 18).

11 Het proces-verbaal van de Kmar, d.d. 16 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 306 e.v.).

12 Het proces-verbaal d.d. 21 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 5, p. 430-431), het proces-verbaal d.d. 21 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 5, p. 511-512), het proces-verbaal d.d. 21 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 5, p. 585-586) en het proces-verbaal d.d. 18 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 5, p. 705-706).

13 Het proces-verbaal van de Kmar, d.d. 16 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 306 e.v.).

14 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, p. 19-21).

15 Het proces-verbaal onderzoek bagage, d.d. 23 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 314).

16 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 16 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 316).

17 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 16 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 323).

18 Een schriftelijk stuk, zijnde een rapport van het Douane Laboratorium Amsterdam d.d. 23 oktober 2013 met kenmerk PL27RP/13-074372 en laboratoriumnummer 12795 X 13 (B01, map 3, p. 302-303).

19 Het proces-verbaal van d.d. 14 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 369).

20 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 16 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 372).

21 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 16 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 379).

22 Een schriftelijk stuk, zijnde een rapport van het Douane Laboratorium Amsterdam d.d. 23 oktober 2013 met kenmerk A065.3.074372 en laboratoriumnummer 12795 X 13 (B01, map 3, p. 299-300).

23 Het proces-verbaal van relaas, d.d. 12 december 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 4, p. 25).

24 Het proces-verbaal analyse telecom (betreffende [begeleider koeriers) d.d. 20 oktober 2013 (inzake onderzoek Moerasstruisgras, B01, map 5, p. 792-794).

25 Verklaring van getuige [koerier 1] van 9 maart 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 3).

26 Verklaring van getuige [koerier 1] van 9 maart 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 3).

27 Verklaring van getuige [koerier 1] van 9 maart 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 4).

28 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, p. 14).

29 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, p. 14).

30 Het proces-verbaal van bevindingen (B01, map 5, p. 817 en 818).

31 Het proces-verbaal van bevindingen (B01, map 3, p. 321).

32 Verklaring van getuige [medeverdachte 2] van 20 augustus 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 2).

33 Verklaring van verdachte [verdachte] afgelegd tijdens de pro forma terechtzitting van 9 juli 2015 (los bijgevoegd, p. 5).

34 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, p. 15-18, 21, 25, 27 en 28).

35 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, p. 20).

36 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, p. 66).

37 Een tapgesprek van 18 februari 2014 om 16:00 uur (B01, map 3, p. 168).

38 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B01 d.d. 14 juli 2014 (B01, map 2, p. 59).

39 Een tapgesprek van 13 maart 2014 om 18:54 uur (B01, map 3, p. 170).

40 De door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. In de noten zal kortheidshalve een aantal maal naar tap- en/of sms-gesprekken worden verwezen. Daarmee wordt bedoeld het bewijsmiddel als schriftelijk bescheid aan te duiden. Voor zover niet anders aangegeven, zijn alle schriftelijke bescheiden die hierna in de voetnoten worden genoemd, gevoegd bij het relaasproces-verbaal zaaksdossier B03, opgemaakt d.d. 10 juli 2014 (B03, map 8, blz. 1-50), het relaasproces-verbaal zaaksdossier B05, opgemaakt d.d. 10 juli 2014 (B05, map 11, blz. 1-48) en het relaasproces-verbaal zaaksdossier B02, opgemaakt d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, blz. 1-117), en dienen in onderlinge samenhang en verband met deze processen-verbaal te worden bezien.

41 Een tapgesprek van 29 december 2013 om 12:30 uur (B03, map 8, p. 53).

42 Een tapgesprek van 29 december 2013 om 14:05 uur (B03, map 8, p. 54).

43 Een tapgesprek van 30 december 2013 om 18:22 uur (B03, map 8, p. 55).

44 Een tapgesprek van 30 december 2013 om 20:43 uur (B03, map 8, p. 56).

45 Een tapgesprek van 31 december 2013 om 18:03 uur (B03, map 8, p. 57).

46 Een tapgesprek van 31 december 2013 om 18:43 uur (B03, map 8, p. 58).

47 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 11:10 uur (B03, map 8, p. 62).

48 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 11:55 uur (B03, map 8, p. 63).

49 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2014 (C5, map 17, p. 1-27).

50 Het proces-verbaal van 3e verhoor van verdachte [medeverdachte 4] d.d. 13 mei 2014 (C5, map 17, p. 79-106).

51 Het proces-verbaal van 3e verhoor van verdachte [medeverdachte 5] d.d. 13 mei 2014 (C6, map 18, p. 64-126).

52 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 13:04 uur (B03, map 8, p. 64-65).

53 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [medeverdachte 3] d.d. 7 mei 2014 (C4, map 16, p. 61) en de verklaring van getuige [medeverdachte 3] van 20 augustus 2015 afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 2).

54 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 13:36 uur (B03, map 8, p. 66).

55 Verklaring van getuige [medeverdachte 2] van 20 augustus 2015 afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 4).

56 Verklaring van getuige [verdachte] van 20 augustus 2015 afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 3).

57 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [medeverdachte 4] d.d. 13 mei 2014 (C5, map 17, p. 48-78).

58 Het proces-verbaal van 3e verhoor van verdachte [medeverdachte 5] d.d. 13 mei 2014 (C6, map 18, p. 64-126).

59 Verklaring van getuige [medeverdachte 2] van 20 augustus 2015 afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 4).

60 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [betrokkene 5] d.d. 15 mei 2014 (C7, map 19, p. 52).

61 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 13:59 uur (B03, map 8, p. 67).

62 Het relaasproces-verbaal d.d. 10 juli 2014 (B03, map 8, p. 24).

63 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 16:18 uur (B03, map 8, p. 69).

64 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 16:20 uur (B03, map 8, p. 70).

65 Het relaasproces-verbaal d.d. 10 juli 2014 (B03, map 8, p. 24) en een overzicht historische printgegevens (B03, map 8, p. 28 en 122-123).

66 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 17:59 uur (B03, map 8, p. 73).

67 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 19:13 uur (B03, map 8, p. 74).

68 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 19:23 uur (B03, map 8, p. 75).

69 Het relaasproces-verbaal d.d. 10 juli 2014 (B03, map 8, p. 27) en een overzicht historische printgegevens (B03, map 8, p. 28 en 122-123).

70 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2015 (aanvulling op 2e aanvulling, map 42, p. 380-384).

71 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 23:14 uur (B03, map 8, p. 86).

72 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 mei 2014 (E2, deel 1, map 33, p. 385-389) en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2014 (E2, deel 2, map 34, p. 603-606).

73 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [betrokkene 5] d.d. 15 mei 2014 (C7, map 19, p. 52).

74 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2014 (E2, deel 2, map 34, p. 603-606).

75 Een sms-bericht van 2 januari 2014 om 00:10 uur (B03, map 8, p. 87).

76 Een sms-bericht van 2 januari 2014 om 00:11 uur (B03, map 8, p. 88).

77 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [betrokkene 5] d.d. 15 mei 2014 (C7, map 19, p. 52).

78 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [medeverdachte 4] d.d. 13 mei 2014 (C5, map 17, p. 48-78).

79 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2015 (aanvulling op 2e aanvulling, map 42, p. 338-384).

80 Een tapgesprek van 2 januari 2014 om 13:38 uur (B03, map 8, p. 89).

81 Een tapgesprek van 2 januari 2014 om 13:39 uur (B03, map 8, p. 90).

82 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [medeverdachte 4] d.d. 13 mei 2014 (C5, map 17, p. 48-78).

83 Het proces-verbaal van 3e verhoor van verdachte [medeverdachte 5] d.d. 13 mei 2014 (C6, map 18, p. 76-77).

84 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2014 inclusief bijlagen (C1, map 13, p. 1-41).

85 Het proces-verbaal van 3e verhoor van verdachte [medeverdachte 5] d.d. 13 mei 2014 (C6, map 18, p. 64-126).

86 Verklaring van getuige [medeverdachte 2] van 20 augustus 2015 afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 4).

87 Een tapgesprek van 2 januari 2014 om 16:03 uur (B03, map 8, p. 91-92).

88 Een tapgesprek van 2 januari 2014 om 16:11 uur (B03, map 8, p. 93).

89 Een tapgesprek van 2 januari 2014 om 16:14 uur (B03, map 8, p. 94).

90 Een tapgesprek van 2 januari 2014 om 16:51 uur (B03, map 8, p. 95).

91 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [medeverdachte 4] d.d. 13 mei 2014 (C5, map 17, p. 48-78).

92 Het proces-verbaal van 3e verhoor van verdachte [medeverdachte 5] d.d. 13 mei 2014 (C6, map 18, p. 64-126).

93 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2015 (aanvulling op 2e aanvulling, map 42, p. 338-384).

94 Het proces-verbaal van 2e verhoor van getuige [koerier 3] d.d. 29 juli 2014 (aanvulling op 2e aanvulling, map 42, p. 338-384).

95 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 juni 2014 (B03, map 8, p. 164-175).

96 Het proces-verbaal van 2e verhoor van getuige [koerier 3] d.d. 29 juli 2014 (aanvulling op 2e aanvulling, map 42, p. 338-384).

97 Een tapgesprek van 2 januari 2014 om 18:53 uur (B03, map 8, p. 96).

98 Een overzicht van de belcontacten en locaties -3520 (B03, map 8, p. 124).

99 Het proces-verbaal van 1e verhoor van verdachte [medeverdachte 3] d.d. 7 mei 2014 (C4, map 16, p. 51).

100 Een tapgesprek van 3 januari 2014 om 09:45 uur (B03, map 8, p. 98).

101 Een tapgesprek van 3 januari 2014 om 16:12 uur (B03, map 8, p. 106).

102 Een sms-bericht van 3 januari 2014 om 16:40 uur (B03, map 8, p. 107).

103 Een sms-bericht van 3 januari 2014 om 16:46 uur (B03, map 8, p. 108).

104 Een sms-bericht van 3 januari 2014 om 16:47 uur (B03, map 8, p. 109).

105 Een tapgesprek van 3 januari 2014 om 18:07 uur (B03, map 8, p. 111-112).

106 Een tapgesprek van 3 januari 2014 om 23:10 uur (B03, map 8, p. 115-116).

107 Een tapgesprek van 3 januari 2014 om 23:58 uur (B03, map 8, p. 117-118).

108 Een tapgesprek van 4 januari 2014 om 17:14 uur (B03, map 8, p. 120).

109 Een tapgesprek van 4 januari 2014 om 17:48 uur (B03, map 8, p. 121).

110 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2015 (aanvulling op 2e aanvulling, map 42, p. 338-384).

111 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2015 (2e aanvulling, map 42, p. 296-305).

112 Verklaring van getuige [koerier 4] van 7 juli 2015 afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 1-6).

113 Een tapgesprek van 28 december 2013 om 20:02 uur (B05, map 11, p. 50).

114 Een tapgesprek van 30 december 2013 om 19:26 uur (B05, map 11, p. 54).

115 Een tapgesprek van 30 december 2013 om 20:19 uur (B05, map 11, p. 55).

116 Een tapgesprek van 1 januari 2014 om 13:04 uur (B05, map 11, p. 57-58).

117 Een tapgesprek van 2 januari 2014 om 19:59 uur (B05, map 11, p. 59).

118 Een tapgesprek van 3 januari 2014 om 12:21 uur (B05, map 11, p. 60).

119 Een tapgesprek van 3 januari 2014 om 13:39 uur (B05, map 11, p. 61).

120 De GBA bevragingen betreffende [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] d.d. 7 januari 2014 (B05, map 11, p. 143-145 en 146-148).

121 Een tapgesprek van 5 januari 2014 om 00:40 uur (B05, map 11, p. 62).

122 Een tapgesprek van 5 januari 2014 om 11:06 uur (B05, map 11, p. 63).

123 Een tapgesprek van 5 januari 2014 om 12:52 uur (B05, map 11, p. 64).

124 Een tapgesprek van 6 januari 2014 om 09:41 uur (B05, map 11, p. 65).

125 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2015 (2e aanvulling, map 42, p. 296-305).

126 Een tapgesprek van 6 januari 2014 om 10:15 uur (B05, map 11, p. 66).

127 Een sms-bericht van 6 januari 2014 om 12:34 uur (B05, map 11, p. 67).

128 Een tapgesprek van 6 januari 2014 om 12:54 uur (B05, map 11, p. 68).

129 Een tapgesprek van 6 januari 2014 om 13:05 uur (B05, map 11, p. 69).

130 Een sms-bericht van 6 januari 2014 om 13:14 uur (B05, map 11, p. 70).

131 Een tapgesprek van 6 januari 2014 om 14:34 uur (B05, map 11, p. 72).

132 Een sms-bericht van 6 januari 2014 om 17:01 uur (B05, map 11, p. 73).

133 Een sms-bericht van 6 januari 2014 om 17:04 uur (B05, map 11, p. 74).

134 Een sms-bericht van 6 januari 2014 om 17:49 uur (B05, map 11, p. 75).

135 Een sms-bericht van 6 januari 2014 om 20:55 uur (B05, map 11, p. 76).

136 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 10:50 uur (B05, map 11, p. 80).

137 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 10:58 uur (B05, map 11, p. 81).

138 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 11:08 uur (B05, map 11, p. 82).

139 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 12:42 uur (B05, map 11, p. 84).

140 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 14:21 uur (B05, map 11, p. 85).

141 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 18:56 uur (B05, map 11, p. 87).

142 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 18:59 uur (B05, map 11, p. 88).

143 Een sms-bericht van 7 januari 2014 om 18:59 uur (B05, map 11, p. 89).

144 Een sms-bericht van 7 januari 2014 om 19:00 uur (B05, map 11, p. 90).

145 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 19:20 uur (B05, map 11, p. 92).

146 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 20:11 uur (B05, map 11, p. 93).

147 Het proces-verbaal observeren d.d. 9 januari 2014 (D3, map 30, p. 79-87).

148 Een tapgesprek van 7 januari 2014 om 22:16 uur (B05, map 11, p. 94-95).

149 Een sms-bericht van 7 januari 2014 om 23:07 uur (B05, map 11, p. 96).

150 Een sms-bericht van 7 januari 2014 om 23:07 uur (B05, map 11, p. 97).

151 Een tapgesprek van 8 januari 2014 om 13:54 uur (B05, map 11, p. 102).

152 Een tapgesprek van 8 januari 2014 om 14:24 uur (B05, map 11, p. 103).

153 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2015 (2e aanvulling, map 42, p. 296-305).

154 Verklaring van getuige [koerier 4] van 7 juli 2015 afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 1-6).

155 Een tapgesprek van 9 januari 2014 om 12:38 uur (B05, map 11, p. 108).

156 Een tapgesprek van 9 januari 2014 om 16:25 uur (B05, map 11, p. 109).

157 Een tapgesprek van 10 januari 2014 om 10:40 uur (B05, map 11, p. 110).

158 Een tapgesprek van 10 januari 2014 om 10:48 uur (B05, map 11, p. 111).

159 Een tapgesprek van 10 januari 2014 om 13:25 uur (B05, map 11, p. 112).

160 Een tapgesprek van 10 januari 2014 om 14:17 uur (B05, map 11, p. 113).

161 Een tapgesprek van 10 januari 2014 om 16:31 uur (B05, map 11, p. 115).

162 Een tapgesprek van 10 januari 2014 om 18:28 uur (B05, map 11, p. 116).

163 Een tapgesprek van 10 januari 2014 om 19:02 uur (B05, map 11, p. 117-119).

164 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2015 (2e aanvulling, map 42, p. 296-305).

165 Een tapgesprek van 13 januari 2014 om 14:15 uur (B05, map 11, p. 129).

166 Een tapgesprek van 13 januari 2014 om 14:19 uur (B05, map 11, p. 130).

167 Een tapgesprek van 19 januari 2014 om 18:21 uur (B05, map 11, p. 134-135).

168 Een tapgesprek van 22 januari 2014 om 11:24 uur (B05, map 11, p. 138).

169 Een tapgesprek van 22 januari 2014 om 16:09 uur (B05, map 11, p. 139).

170 Een tapgesprek van 3 februari 2014 om 19:03 uur (B05, map 11, p. 142).

171 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 15).

172 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 15-16).

173 Een tapgesprek van 11 februari 2014 om 17:21 uur (B02, map 6, p. 118).

174 Een tapgesprek van 11 februari 2014 om 19:10 uur (B02, map 6, p. 119).

175 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2015 (aanvulling 2, map 42, p. 246-295).

176 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2015 (aanvulling 2, map 42, p. 246-295).

177 Een tapgesprek van 12 februari 2014 om 14:02 uur (B02, map 6, p. 120).

178 Een tapgesprek van 12 februari 2014 om 17:14 uur (B02, map 6, p. 121).

179 Een tapgesprek van 12 februari 2014 om 17:47 uur (B02, map 6, p. 122).

180 Een tapgesprek van 13 februari 2014 om 12:06 uur (B02, map 6, p. 123).

181 Een tapgesprek van 13 februari 2014 om 12:44 uur (B02, map 6, p. 124-125).

182 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 maart 2014 (B02, map 7, p. 321-327).

183 Een tapgesprek van 13 februari 2014 om 12:50 uur (B02, map 6, p. 126).

184 Een tapgesprek van 13 februari 2014 om 15:14 uur (B02, map 6, p. 127).

185 Een tapgesprek van 13 februari 2014 om 18:38 uur (B02, map 6, p. 128).

186 Een tapgesprek van 14 februari 2014 om 10:14 uur (B02, map 6, p. 129).

187 Een tapgesprek van 14 februari 2014 om 15:02 uur (B02, map 6, p. 130).

188 Een tapgesprek van 15 februari 2014 om 13:18 uur (B02, map 6, p. 132).

189 Een tapgesprek van 15 februari 2014 om 16:36 uur (B02, map 6, p. 133).

190 Een tapgesprek van 16 februari 2014 om 19:31 uur (B02, map 6, p. 134-135).

191 Een tapgesprek van 18 februari 2014 om 14:45 uur (B02, map 6, p. 136).

192 Een tapgesprek van 18 februari 2014 om 17:03 uur (B02, map 6, p. 137).

193 Een tapgesprek van 18 februari 2014 om 20:09 uur (B02, map 6, p. 139).

194 Een tapgesprek van 18 februari 2014 om 22:03 uur (B02, map 6, p. 140).

195 Een tapgesprek van 18 februari 2014 om 22:22 uur (B02, map 6, p. 141-142).

196 Een tapgesprek van 19 februari 2014 om 11:47 uur (B02, map 6, p. 143).

197 Een tapgesprek van 19 februari 2014 om 13:37 uur (B02, map 6, p. 144).

198 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2014 (C1, map 13, p. 1-41).

199 Het proces-verbaal observeren d.d. 20 februari 2014 (B02, map 7, p. 328-338).

200 Een tapgesprek van 19 februari 2014 om 16:33 uur (B02, map 6, p. 145).

201 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [medeverdachte 3] d.d. 7 mei 2014 (C4, map 16, p. 61) en de verklaring van getuige [medeverdachte 3] van 20 augustus 2015 afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 2).

202 Het proces-verbaal van 1e verhoor van [koerier 5] d.d. 13 augustus 2014 (aanvulling 2, map 42, p. 252-261).

203 Een sms-bericht van 19 februari 2014 om 16:58 uur (B02, map 6, p. 146).

204 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 29).

205 Een tapgesprek van 19 februari 2014 om 17:44 uur (B02, map 6, p. 147).

206 Een tapgesprek van 19 februari 2014 om 18:36 uur (B02, map 6, p. 148).

207 Een tapgesprek van 19 februari 2014 om 18:39 uur (B02, map 6, p. 149-150).

208 Een tapgesprek van 19 februari 2014 om 18:52 uur (B02, map 6, p. 151).

209 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 11:50 uur (B02, map 6, p. 152).

210 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 13:32 uur (B02, map 6, p. 153-154).

211 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 13:37 uur (B02, map 6, p. 155).

212 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 13:38 uur (B02, map 6, p. 156).

213 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 13:40 uur (B02, map 6, p. 157-158).

214 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 14:48 uur (B02, map 6, p. 159).

215 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 16:00 uur (B02, map 6, p. 162).

216 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2014 (B02, map 7, p. 339-342).

217 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 maart 2014 (B02, map 7, p. 321-327).

218 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 16:55 uur (B02, map 6, p. 164).

219 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 17:54 uur (B02, map 6, p. 165).

220 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 18:15 uur (B02, map 6, p. 166).

221 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 18:18 uur (B02, map 6, p. 167).

222 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 18:23 uur (B02, map 6, p. 168).

223 De historische verkeersgegevens van telefoonnummer 1-8494030750 (B02, map 7, p. 343).

224 Het proces-verbaal van 2e verhoor van [koerier 5] d.d. 13 augustus 2014 (aanvulling 2, map 42, p. 262-287).

225 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 18:29 uur (B02, map 6, p. 169).

226 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 18:31 uur (B02, map 6, p. 170).

227 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 42).

228 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 18:48 uur (B02, map 6, p. 172).

229 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 18:54 uur (B02, map 6, p. 173).

230 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 18:56 uur (B02, map 6, p. 174).

231 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 20:02 uur (B02, map 6, p. 175).

232 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 20:23 uur (B02, map 6, p. 176).

233 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 20:25 uur (B02, map 6, p. 177).

234 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 20:40 uur (B02, map 6, p. 178).

235 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 20:46 uur (B02, map 6, p. 179-180).

236 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 20:54 uur (B02, map 6, p. 181).

237 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 21:00 uur (B02, map 6, p. 182-183).

238 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 21:11 uur (B02, map 6, p. 186).

239 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 21:46 uur (B02, map 6, p. 187-188).

240 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 23:17 uur (B02, map 6, p. 192).

241 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 23:33 uur (B02, map 6, p. 193).

242 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 april 2014 (B02, map 7, p. 597-616).

243 De tapgesprekken van 20 februari 2014 om 23:39 uur en 23:43 uur (B02, map 6, p. 196-197 en 199).

244 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 23:49 uur (B02, map 6, p. 202).

245 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 23:52 uur (B02, map 6, p. 203).

246 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 23:54 uur (B02, map 6, p. 204).

247 Een tapgesprek van 21 februari 2014 om 09:40 uur (B02, map 6, p. 205-206).

248 Een tapgesprek van 21 februari 2014 om 10:36 uur (B02, map 7, p. 320).

249 De Amigo Boras rapportage kenteken [kenteken 4] (B02, map 7, p. 344-345).

250 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 maart 2014 (B02, map 7, p. 339-342).

251 Een tapgesprek van 21 februari 2014 om 11:46 uur (B02, map 6, p. 207).

252 Het proces-verbaal van observeren d.d. 4 maart 2014 (B02, map 7, p. 348-363).

253 Een OVC-gesprek van 21 februari 2014 (B02, map 7, p. 311-313).

254 Een OVC-gesprek van 21 februari 2014 (B02, map 7, p. 313-314).

255 De Amigo Boras rapportage kenteken [kenteken 4] (B02, map 7, p. 346-347).

256 Een sms-bericht van 21 februari 2014 om 13:32 uur (B02, map 6, p. 208).

257 Een tapgesprek van 21 februari 2014 om 13:32 uur (B02, map 6, p. 209).

258 Een tapgesprek van 21 februari 2014 om 14:55 uur (B02, map 6, p. 210).

259 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, pagina 15).

260 Het proces-verbaal van observeren d.d. 4 maart 2014 en het proces-verbaal d.d. 20 mei 2014 (B02, map 7, p. 348-363 en 364-365).

261 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2015 (aanvulling 2, map 42, p. 246-295).

262 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 juni 2014 (G1, deel 1, map 35, p. 55-59).

263 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 14:16 uur (B02, map 6, p. 212).

264 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 14:17 uur (B02, map 6, p. 213).

265 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 14:24 uur (B02, map 6, p. 214).

266 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 14:27 uur (B02, map 6, p. 215).

267 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 14:33 uur (B02, map 6, p. 216-217).

268 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 14:57 uur (B02, map 6, p. 218).

269 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 14:59 uur (B02, map 6, p. 220).

270 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 15:08 uur (B02, map 6, p. 221).

271 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 15:09 uur (B02, map 6, p. 222-223).

272 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 15:12 uur (B02, map 6, p. 224).

273 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 15:26 uur (B02, map 6, p. 225).

274 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 15:27 uur (B02, map 6, p. 226-227).

275 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 15:31 uur (B02, map 6, p. 228).

276 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 15:48 uur (B02, map 6, p. 229-230).

277 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 15:52 uur (B02, map 6, p. 232-233).

278 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 18:34 uur (B02, map 6, p. 234).

279 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 19:44 uur (B02, map 6, p. 235).

280 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 20:11 uur (B02, map 6, p. 236).

281 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 20:14 uur (B02, map 6, p. 237).

282 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 20:15 uur (B02, map 6, p. 238).

283 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 20:34 uur (B02, map 6, p. 239).

284 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 79-80).

285 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 14:58 uur (B02, map 6, p. 240).

286 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 15:04 uur (B02, map 6, p. 241).

287 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 15:21 uur (B02, map 6, p. 242).

288 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 17:16 uur (B02, map 6, p. 243).

289 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 17:28 uur (B02, map 6, p. 244).

290 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 17:31 uur (B02, map 6, p. 245).

291 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 18:15 uur (B02, map 6, p. 246).

292 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 19:23 uur (B02, map 6, p. 247-249).

293 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 22:41 uur (B02, map 6, p. 252).

294 Een tapgesprek van 23 februari 2014 om 22:47 uur (B02, map 6, p. 253).

295 Een tapgesprek van 24 februari 2014 om 10:28 uur (B02, map 6, p. 257).

296 Een tapgesprek van 24 februari 2014 om 13:13 uur (B02, map 6, p. 260).

297 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 90).

298 Een tapgesprek van 24 februari 2014 om 15:53 uur (B02, map 6, p. 262).

299 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 90).

300 Een tapgesprek van 24 februari 2014 om 16:00 uur (B02, map 6, p. 263).

301 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 90).

302 Een tapgesprek van 24 februari 2014 om 16:05 uur (B02, map 6, p. 264).

303 Een tapgesprek van 24 februari 2014 om 18:15 uur (B02, map 6, p. 265).

304 Een tapgesprek van 24 februari 2014 om 19:31 uur (B02, map 6, p. 266).

305 Een tapgesprek van 26 februari 2014 om 18:38 uur (B02, map 6, p. 268).

306 Een tapgesprek van 26 februari 2014 om 18:46 uur (B02, map 6, p. 269-270).

307 Een tapgesprek van 26 februari 2014 om 19:49 uur (B02, map 6, p. 271).

308 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 12:38 uur (B02, map 6, p. 272).

309 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 12:42 uur (B02, map 6, p. 273).

310 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 14:31 uur (B02, map 6, p. 274).

311 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 15:34 uur (B02, map 6, p. 275).

312 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 15:36 uur (B02, map 6, p. 276).

313 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 15:39 uur (B02, map 6, p. 277).

314 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 15:42 uur (B02, map 6, p. 278).

315 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 15:43 uur (B02, map 6, p. 279).

316 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 15:44 uur (B02, map 6, p. 280).

317 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 15:46 uur (B02, map 6, p. 281-282).

318 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 18:36 uur (B02, map 6, p. 286).

319 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 18:44 uur (B02, map 6, p. 287).

320 Een tapgesprek van 27 februari 2014 om 18:46 uur (B02, map 6, p. 288-289).

321 Een tapgesprek van 28 februari 2014 om 16:49 uur (B02, map 6, p. 290-291).

322 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 100).

323 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juni 2014 (G1, deel 1, map 35, p. 159-164).

324 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 100).

325 Een tapgesprek van 1 maart 2014 om 18:23 uur (B02, map 6, p. 292-293).

326 Een tapgesprek van 1 maart 2014 om 18:56 uur (B02, map 6, p. 294).

327 Een tapgesprek van 2 maart 2014 om 01:08 uur (B02, map 6, p. 295).

328 Het relaasproces-verbaal d.d. 9 juli 2014 (B02, map 6, p. 102).

329 Een tapgesprek van 2 maart 2014 om 14:48 uur (B02, map 6, p. 296-297).

330 Een tapgesprek van 2 maart 2014 om 20:47 uur (B02, map 6, p. 299-300).

331 Een tapgesprek van 5 maart 2014 om 00:54 uur (B02, map 6, p. 301).

332 Een tapgesprek van 5 maart 2014 om 19:29 uur (B02, map 6, p. 298).

333 Een tapgesprek van 6 maart 2014 om 18:16 uur (B02, map 6, p. 303-305).

334 Het proces-verbaal van 1e verhoor van [koerier 5] d.d. 13 augustus 2014 (aanvulling 2, map 42, p. 252-261).

335 Het proces-verbaal van 2e verhoor van [koerier 5] d.d. 13 augustus 2014 (aanvulling 2, map 42, p. 262-287).

336 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2015 (aanvulling 2, map 42, p. 246-295).

337 Het proces-verbaal van 3e verhoor van verdachte [medeverdachte 4] d.d. 13 mei 2014 (C5, map 17, p. 79-106).

338 Het proces-verbaal van 4e verhoor van verdachte [medeverdachte 4] d.d. 14 mei 2014 (C5, map 17, p. 107-126).

339 Het proces-verbaal van 3e verhoor van verdachte [medeverdachte 4] d.d. 13 mei 2014 (C5, map 17, p. 79-106).

340 Het proces-verbaal van 4e verhoor van verdachte [medeverdachte 5] d.d. 13 mei 2014 (C6, map 18, p. 127-133).

341 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [betrokkene 5] d.d. 15 mei 2014 (C7, map 19, p. 37-54).

342 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 6 augustus 2015 afgelegd bij de KMar (los bijgevoegd, p. 4) en de verklaring van getuige [verdachte] van 20 augustus 2015 afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 3).

343 Het startproces-verbaal onderzoek Gunn d.d. 15 oktober 2013 en het algemeen loopproces-verbaal d.d. 14 juli 2014 (Algemeen dossier, map 1, p. 9, 47 en 55-57).

344 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 januari 2015 en het daaraan als bijlage toegevoegde dossier van de Belgische autoriteiten (aanvulling 2, map 42, p. 59 en 148).

345 De door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. In de noten zal kortheidshalve een aantal maal naar tap- en/of sms-gesprekken worden verwezen. Daarmee wordt bedoeld het bewijsmiddel als schriftelijk bescheid aan te duiden.

346 Verklaring van getuige [verdachte] van 20 augustus 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 3).

347 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], d.d. 6 augustus 2015 (los bijgevoegd, p. 5).

348 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 6).

349 Verklaring van getuige [verdachte] van 20 augustus 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 3).

350 Verklaring van getuige [medeverdachte 2] van 20 augustus 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 4).

351 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 7).

352 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 20).

353 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 8).

354 Een tapgesprek van 31 augustus 2013 om 22:24 uur (B04, map 9, p. 90).

355 Een tapgesprek van 28 augustus 2013 om 17:25 uur (B06, map 36, p. 50).

356 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 10).

357 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 20).

358 De tapgesprekken van 3 januari 2014 om 18:07 uur (B06, map 36, p. 91 en 95).

359 Een tapgesprek van 20 december 2013 om 17:16 uur (B06, map 36, p. 71).

360 Verklaring van getuige [verdachte] van 20 augustus 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 3).

361 Het proces-verbaal van 2e verhoor van verdachte [medeverdachte 3] d.d. 7 mei 2014 (C4, map 16, p. 56-119).

362 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 7).

363 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 22).

364 Verklaring van getuige [medeverdachte 3] van 20 augustus 2015, afgelegd bij de rechter-commissaris (los bijgevoegd, p. 2).

365 Een tapgesprek van 2 januari 2014 om 16:03 uur (B06, map 36, p. 84).

366 Een tapgesprek van 20 februari 2014 om 11:50 uur (B06, map 36, p. 114) en het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06, d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 27).

367 Een tapgesprek van 22 december 2013 om 20:49 uur (B06, map 36, p. 73).

368 Een tapgesprek van 6 januari 2014 om 22:54 uur (B06, map 36, p. 98).

369 Een tapgesprek van 22 februari 2014 om 15:27 uur (B06, map 36, p. 117).

370 Een tapgesprek van 14 maart 2014 om 14:46 uur (B06, map 36, p. 122).

371 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 25).

372 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 24).

373 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 25).

374 Een tapgesprek van 2 december 2013 om 00:45 uur (B06, map 36, p. 56-57).

375 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek dossierstukken “Moerasstruisgras”, d.d. 26 mei 2014 (B01, map 3, p. 437) een schriftelijk bescheid, zijnde de lijst waarop de inbeslaggenomen goederen tijdens de doorzoeking op de [adres chalet] staan (G1, map 35, p. 247).

376 Het proces-verbaal van binnentreden ter aanhouding en doorzoeking, d.d. 7 mei 2014 (G1, map 35, p. 12).

377 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 5], d.d. 15 mei 2014 (B02, map 7, p. 594).

378 Een OVC-gesprek van 21 februari 2014 (B06, map 36, p. 128).

379 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 28).

380 Een tapgesprek van 17 januari 2014 om 20:14 uur (B06, map 36, p. 103-104).

381 Een tapgesprek van 21 november 2013 om 23:22 uur (B06, map 36, p. 54).

382 Een tapgesprek van 21 november 2013 om 23:22 uur (B06, map 36, p. 55).

383 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 29).

384 Het relaasproces-verbaal zaaksdossier B06 d.d. 31 juli 2014 (B06, map 36, p. 23).

385 Een tapgesprek van 28 augustus 2013 om 17:25 uur (B01, map 3, p. 387).

386 Een tapgesprek van 28 augustus 2013 om 17:25 uur (B01, map 3, p. 388).

387 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2014 (B09, map 38, p. 305-316).

388 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [verkoper] d.d. 26 mei 2014 (E1, map 32, p. 75-100).

389 De verklaring van verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 1 september 2015.

390 Zaaksdossier B09, map 38, p. 11 en 256-260.

391 Zaaksdossier B09, map 38, p. 11 en 256-260.

392 Zaaksdossier B09, map 38, p. 7 en 165-192.

393 Zaaksdossier B09, map 38, p. 7 en 165-192.

394 Zaaksdossier B09, map 38, p. 7-8 en 193-220.

395 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek [bedrijf betrokkene 10] d.d. 2 september 2015 (losse bijlage).

396 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek gelden [verdachte] detentie Zwitserland en PI Vught d.d. 2 september 2015 (losse bijlage).

397 Zaaksdossier B09, map 38, p. 10-11 en 243.

398 Zaaksdossier B09, map 38, p. 23.