Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:8200

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
01-10-2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 2535
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Evenementenvergunning onder voorschriften verleend voor het houden van een straatfestival te Dirkshorn.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 15/2535

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 juli 2015 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

en

de burgemeester van de gemeente Schagen, verweerder

(gemachtigden: R.J. Smidt en F.A.M. Boersma).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Stichting Straatfestival Dirkshorn, te Dirkshorn.

Procesverloop

Bij besluit van 8 januari 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan derde-partij een evenementenvergunning onder voorschriften verleend voor het houden van een straatfestival op 12 september 2015 te Dirkshorn.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker verzoekt om schorsing van de evenementenvergunning.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 20 juli 2015 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2015. Verzoeker is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. Derde-partij is vertegenwoordigd door [naam] .

Overwegingen

1. Op grond van artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Schagen (APV) is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

Op grond van artikel 1.8, eerste lid, van de APV kan de vergunning of ontheffing door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

2. Verweerder heeft ter zitting bevestigd dat hij aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd dat zich geen van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de APV voordoen.

3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat verweerder de aanvraag om een evenementenvergunning aan de hand van de in artikel 1.8, eerste lid, van de APV limitatief opgesomde weigeringsgronden diende te beoordelen.

4.1

Verzoeker betoogt in de kern dat zijn eigen woning ten gevolge van de evenementenvergunning onbereikbaar wordt. In totaal worden drie straten afgesloten, te weten de Oosterdijk, de Voorpolderweg en de Raadhuisstraat. Hierdoor is het dorp in zijn geheel niet meer toegankelijk en wordt het ten onrechte in zijn geheel als evenemententerrein beschouwd. Daardoor is een snelle ontruiming bij calamiteiten ook niet mogelijk.

Voorts wordt er volgens verzoeker ten onrechte entree geheven voor het evenement. Verzoeker voert hiertoe aan dat het festival geen commercieel evenement betreft en dat een openbare weg voor iedereen toegankelijk behoort te zijn.

Daarnaast is het volgens verzoeker niet normaal dat ten behoeve van een evenement dat op de openbare weg wordt gehouden registratie van het aantal bezoekers plaatsvindt. Verzoeker is van mening dat personen incognito Dirkshorn in en uit zouden moeten kunnen ten tijde van het festival. Het stellen van vragen bij de wegafsluitingen vormt een inbreuk op de privacy van personen.

4.2

Verweerder heeft in het bestreden besluit, onder verwijzing naar een advies van
16 juli 2015 van de Commissie bezwaar gemeente Schagen, betoogd dat het bij evenementen die op de openbare weg plaatsvinden gebruikelijk – en uit een oogpunt van openbare orde en veiligheid veelal ook noodzakelijk – is verkeersmaatregelen te treffen. In dit geval zullen de door verzoeker genoemde straten gesloten worden voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Voor overige weggebruikers blijven de betreffende straten toegankelijk, zodat niet kan worden gezegd dat er geen enkele toegang meer is tot Dirkshorn.

In het bestreden besluit alsmede ter zitting heeft verweerder voorts betoogd dat het niet mogelijk is de wegafsluitingen te verplaatsen, omdat er dan geen controle meer mogelijk is op de toestroom van het aantal mensen vanwege de toename van het aantal toegangsmogelijkheden. Ter zitting heeft verweerder in dit kader toegelicht dat het aantal bezoekers bepalend is voor de vraag of sprake is van een risico-evenement, zodat registratie van het bezoekersaantal van belang is. Naast de hoeveelheid bezoekers zijn meer factoren van belang, zoals de aard van het publiek en de aard van het evenement als zodanig. Aan de hand van al deze factoren wordt een risicoanalyse gemaakt. Het onderhavige festival is als een “aandachtsevenement” aangemerkt, waarbij sprake is van een gemiddeld risico.

Verweerder heeft in het bestreden besluit voorts betoogd dat het heffen van entree bij evenementen op de openbare weg is toegestaan gelet op richtlijnen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Bezoekers of bewoners die niet voor het evenement komen, hoeven geen entree te betalen. Teneinde na te kunnen gaan of entree moet worden geheven, moet wel duidelijk worden of een persoon voor het evenement komt of niet. Dit kan door het stellen van vragen, waarbij, conform de richtlijnen van de VNG, de nodige soepelheid moet worden betracht.

4.3

De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder er gelet op zijn hiervoor
onder 4.2 weergegeven uiteenzetting blijk van heeft gegeven acht te hebben geslagen op de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de APV, met name die genoemd in het eerste lid, onder a en b, welke bij een evenement als het onderhavige ook de voornaamste rol spelen.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder met diens uiteenzetting afdoende gemotiveerd dat zich geen van de in art 1.8, eerste lid, van de APV genoemde weigeringsgronden voordoen en dat het bezwaarlijk is de wegafsluitingen te verplaatsen.

Verder bestaat er naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands onvoldoende grond voor het oordeel dat ten behoeve van dit evenement geen entree zou mogen worden geheven en dat de wijze waarop wordt nagegaan of entree moet worden geheven ontoelaatbaar zou zijn.

De voorzieningenrechter overweegt voorts dat verzoeker zijn stelling dat ontruiming van het festival bij calamiteiten vanwege de omvang van het evenemententerrein niet mogelijk is niet concreet heeft onderbouwd, zodat de voorzieningenrechter aan die stelling voorbijgaat. Niet zonder betekenis is in dit verband dat verweerder ter zitting heeft toegelicht dat, mede met het oog op de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 1:8, eerste lid, van de APV, de brandweer voor aanvang van het evenement het terrein afloopt om te bezien of de vrije toegang voor hulpverlenende diensten is gewaarborgd. Bovendien zijn aan de vergunning verschillende voorschriften verbonden met het oog op een snelle ontruiming indien zich een calamiteit voordoet. Er zijn geen aanwijzingen dat deze voorschriften niet door derde-partij zullen worden nageleefd.

5. Gelet op het voorgaande heeft verweerder naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid de onderhavige evenementenvergunning aan derde-partij kunnen verlenen. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd is voorshands onvoldoende grond gelegen voor het oordeel dat zich een of meer weigeringsgronden als bedoeld in artikel 1:8, eerste lid, van de APV voordoen op basis waarvan verweerder van vergunningverlening had kunnen afzien. Er bestaat thans onvoldoende grond voor het oordeel dat het bestreden besluit niet in stand zal kunnen blijven, zodat er geen aanleiding bestaat een voorlopige voorziening te treffen. Het daartoe strekkende verzoek wijst de voorzieningenrechter dan ook af.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2015.

griffier voorzieningenrechter

Afschriften verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.